NL8000839A - Elektrische lampeenheden. - Google Patents
Elektrische lampeenheden. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8000839A NL8000839A NL8000839A NL8000839A NL8000839A NL 8000839 A NL8000839 A NL 8000839A NL 8000839 A NL8000839 A NL 8000839A NL 8000839 A NL8000839 A NL 8000839A NL 8000839 A NL8000839 A NL 8000839A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- lamp
- wound
- unit according
- unit
- shaped
- Prior art date
Links
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 33
- 238000009411 base construction Methods 0.000 claims description 23
- 239000007858 starting material Substances 0.000 claims description 18
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 17
- 230000001681 protective effect Effects 0.000 claims description 17
- 239000011521 glass Substances 0.000 claims description 16
- 238000009423 ventilation Methods 0.000 claims description 14
- QSHDDOUJBYECFT-UHFFFAOYSA-N mercury Chemical compound [Hg] QSHDDOUJBYECFT-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 12
- 239000004020 conductor Substances 0.000 claims description 9
- 229910052753 mercury Inorganic materials 0.000 claims description 8
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 8
- 238000001816 cooling Methods 0.000 claims description 5
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 4
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 4
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 4
- 239000013078 crystal Substances 0.000 claims description 4
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 4
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 4
- 238000004020 luminiscence type Methods 0.000 claims description 4
- 238000005286 illumination Methods 0.000 claims description 3
- 208000028659 discharge Diseases 0.000 claims 25
- 208000012313 wound discharge Diseases 0.000 claims 2
- 238000013021 overheating Methods 0.000 claims 1
- 239000003990 capacitor Substances 0.000 description 13
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 7
- 238000000034 method Methods 0.000 description 6
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 5
- 239000007789 gas Substances 0.000 description 5
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 4
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 4
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 4
- OAICVXFJPJFONN-UHFFFAOYSA-N Phosphorus Chemical compound [P] OAICVXFJPJFONN-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- 229910052751 metal Inorganic materials 0.000 description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 3
- XKRFYHLGVUSROY-UHFFFAOYSA-N Argon Chemical compound [Ar] XKRFYHLGVUSROY-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 229910052693 Europium Inorganic materials 0.000 description 2
- XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N Iron Chemical group [Fe] XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 2
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 239000000945 filler Substances 0.000 description 2
- 239000005338 frosted glass Substances 0.000 description 2
- 239000012811 non-conductive material Substances 0.000 description 2
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 2
- DGAQECJNVWCQMB-PUAWFVPOSA-M Ilexoside XXIX Chemical compound C[C@@H]1CC[C@@]2(CC[C@@]3(C(=CC[C@H]4[C@]3(CC[C@@H]5[C@@]4(CC[C@@H](C5(C)C)OS(=O)(=O)[O-])C)C)[C@@H]2[C@]1(C)O)C)C(=O)O[C@H]6[C@@H]([C@H]([C@@H]([C@H](O6)CO)O)O)O.[Na+] DGAQECJNVWCQMB-PUAWFVPOSA-M 0.000 description 1
- PWHULOQIROXLJO-UHFFFAOYSA-N Manganese Chemical compound [Mn] PWHULOQIROXLJO-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- QXQVDANUNXECKG-UHFFFAOYSA-N OP(O)(Cl)=O.OP(O)(Cl)=O.OP(O)(Cl)=O.P.P Chemical compound OP(O)(Cl)=O.OP(O)(Cl)=O.OP(O)(Cl)=O.P.P QXQVDANUNXECKG-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052786 argon Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000009286 beneficial effect Effects 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000005265 energy consumption Methods 0.000 description 1
- OGPBJKLSAFTDLK-UHFFFAOYSA-N europium atom Chemical compound [Eu] OGPBJKLSAFTDLK-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- -1 europium-activated yttrium oxide phosphorus Chemical class 0.000 description 1
- 230000004313 glare Effects 0.000 description 1
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 1
- 239000011810 insulating material Substances 0.000 description 1
- 239000012212 insulator Substances 0.000 description 1
- 238000005304 joining Methods 0.000 description 1
- 239000005355 lead glass Substances 0.000 description 1
- 229910052748 manganese Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000011572 manganese Substances 0.000 description 1
- 239000003595 mist Substances 0.000 description 1
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 1
- 239000003973 paint Substances 0.000 description 1
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 1
- 229910052698 phosphorus Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000011574 phosphorus Substances 0.000 description 1
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 1
- 238000009877 rendering Methods 0.000 description 1
- 229910052708 sodium Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000011734 sodium Substances 0.000 description 1
- 238000005476 soldering Methods 0.000 description 1
- 238000001228 spectrum Methods 0.000 description 1
- 239000012780 transparent material Substances 0.000 description 1
- WFKWXMTUELFFGS-UHFFFAOYSA-N tungsten Chemical compound [W] WFKWXMTUELFFGS-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052721 tungsten Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000010937 tungsten Substances 0.000 description 1
- 239000002699 waste material Substances 0.000 description 1
- XSMMCTCMFDWXIX-UHFFFAOYSA-N zinc silicate Chemical class [Zn+2].[O-][Si]([O-])=O XSMMCTCMFDWXIX-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910000859 α-Fe Inorganic materials 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01J—ELECTRIC DISCHARGE TUBES OR DISCHARGE LAMPS
- H01J61/00—Gas-discharge or vapour-discharge lamps
- H01J61/02—Details
- H01J61/30—Vessels; Containers
-
- H—ELECTRICITY
- H01—ELECTRIC ELEMENTS
- H01J—ELECTRIC DISCHARGE TUBES OR DISCHARGE LAMPS
- H01J61/00—Gas-discharge or vapour-discharge lamps
- H01J61/02—Details
- H01J61/56—One or more circuit elements structurally associated with the lamp
Landscapes
- Vessels And Coating Films For Discharge Lamps (AREA)
- Non-Portable Lighting Devices Or Systems Thereof (AREA)
- Discharge Lamps And Accessories Thereof (AREA)
Description
49 502/AH/AS # - 1 -
Elektrische lampeenheden.
. De uitvinding heeft betrekking op elektrische lampeenheden en meer in het bijzonder op compacte lumi-nes.cen tie lampeenheden, die geschikt zijn om te dienen als directe vervanging voor gloeilampen in lichtarmaturen, 5 gebruikt voor huishoudelijke en commerciële verlichting.
De luminescentielampeenheden met integrale ketenen basiselementen, waarmede de eenheid kan worden geschroefd en in werking gesteld in de voeten van de lichtarmaturen, die bestemd zijn voor gloeilampen, zijn alge-10 meen bekend. Een lampeenheid van het type met een cilin drisch omhulsel, dat concentrische ringvormige tussenwanden bevat, (of dat vervaardigd is uit buismateriaal, t dat om haarzelf is gebogen teneinde een U-vormige configuratie te verschaffen) is bekend uit het Amerikaanse 15 octrooischrift 3.551.736. Zoals in fig. 5 en op regel 24-30, kolom 2 van dit octrooischrift is weergegeven, kan wanneer een U-vormige buis als omhulsel wordt gebruikt, deze aanvullend worden gedraaid tot een spiraalvorm of verdubbeld in haarzelf teneinde een in het al-20 gemeen M-vormig omhulsel te verschaffen. Een lampcon- structie met verloopstukken, geschikt voor het opnemen van een conventionele rechte buisvormige luminescentie-lamp en met een ballasttransformator, die deel uitmaakt van een schroefdraadvoetdeel, waarmede de lampconstruc-25 tie kan worden geschroefd in een gloeilampvoet, is bekend uit het Amerikaanse octrooischrift 3.815.080.
In een meer recente ontwikkeling is een lumi-nescentielamp van het schroefdraadtype voorzien van een integrale balansinrichting, die telescopisch met 30 betrekking tot een omhulsel is geplaatst, dat een ont- ladingsruimte van vlakke ringvormige of soortgelijke configuratie afbakent. Een lampeenheid van dit type is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.953.761.
Een verdere luminescentielampconstructie van dit alge-35 mene type, dat voorzien is van een taps toelopend cilindrisch omhulsel van gevormd glas, dat een spiraalvormige ontladingskanaal afbakent en een ballastelement 8000839 - 2 - opneemt, is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.899.712.
Een elektrodeloze luminescentielampeenheid van het inschroeftype, die bekrachtigd wordt door hoog-5 frequent energie, geleverd door een onafhankelijke hoogfrequent oscillator en ferrietkern is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.521.120.
Elektrische ontladingslampen met buisvormige omhulsels, die in verschillende vormen zijn gebogen 10 teneinde geconcentreerde lichtbronnen te verschaffen, zijn algemeen bekend. Een natriumdampontladingslamp met dubbele eindconstructie met een omhulsel, gevormd uit een glasbuis, die tweemaal om haarzelf is gebogen teneinde drie rechte segmenten te vormen, die in een 15 driehoekconfiguratie zijn geplaatst, is bekend uit het Britse octrooischrift 854.745 (uitvoeringsvorm fig. 3 en 4). Een lichtgevende ontladingsbuis, die bestemd is voor reclame- en etalagedoeleinden (of voor gebruik als bakenlicht) en die voorzien is van dopvormige elek-20 troden en een omhulsel, dat gevormd is uit glasbuis, dat elfmaal om haar zelf is gebogen teneinde een corresponderend aantal aaneengevoegde U-vormige delen te verschaffen, is bekend uit het Amerikaanse octrooischrift 1.89 8.. 615. Een inplug ontladings lamp met een buisvormige 25 omhulsel, dat driemaal om haarzelf is gebogen teneinde een meersegmentig omhulsel te verschaffen, dat geplaatst in een warmtebehoudende dubbelwandige omhulling, is beschreven in de Amerikaanse octrooischriften 2.001.511 en 2.200.940.
30 Luminescentielampen met driedimensionale om hulsels,. die gevormd worden door aaneenkoppelen van verschillende boogvormige lampelementen of het onderling verbinden van verschillende rechte buisdelen in een gebundelde configuratie, zijn eveneens bekend en be-35 schreven in de Amerikaanse octrooischriften 2 652 483 en 3.501.662.
Hoewel reeds lange tijd gerealiseerd is, dat de fysische afmeting van een luminescentielamp zou kunnen worden verkleind teneinde een heldere lichtbron 8000839 - 3 - * ..
te. verschaffen door gebruik te maken van verdeelde of gebogen meersegmentige buisvormige omhulsels, waaraan lampeenheden, die van dergelijke constructies gebruikt maakten, uit commercieel oogpunt onpraktisch, daar zij 5 speciale elektrode- en afdichtconstructies en/of omhulsels vereisten, die zeer moeilijk en met hoge kosten te vervaardigen waren voor seriefabricage. In vele gevallen werden de omhulsels verder zodanig geconfigureerd, dat de afmetingen van de lampeenheid, die de IQ . integrale ketenelementen bevatte en geschroefd werd in een inschroefvoetelement, te groot waren om de lamp te kunnen gebruiken in lichtarmaturen en voeten, bestemd voor gloeilampen. Verder hadden de conventionele inschroef luminescentie lampeenheden de tekortkoming, dat 15 wanneer zij voldoende klein waren gemaakt om te worden gemonteerd in gloeilamparmaturen en -voeten, zij niet in staat waren om een voldoende hoeveelheid licht te leveren voor het verschaffen van een verlichting, die vergelijkbaar is met die, welke bereikt wordt met een 2Q gloeilamp, of deze verlichting te leveren zonder hoogfrequent interferentie en op een rendementsniveau, dat de bijkomende beginkosten van dergelijke lampeenheden zou rechtvaardigen.
De uitvinding beoogt een elektrische lampeen-25 heid te verschaffen, waarin de bovengenoemde nadelen in hoofdzaak zijn geëlimineerd.
Voor het bereiken van dit oogmerk wordt volgens de uitvinding voorzien in een elektrische lampeenheid, die geschikt is om te worden gebruikt in verlichtings-30 inrichtingen, die een compacte lichtbron vereisen en een houder bevatten, welke lampeenheid hierdoor wordt gekenmerkt, dat zij in combinatie een elektrische ont-ladingslamp bevat, die bestaat uit een afgedicht buisvormig omhulsel van licht-doorlatend glasmateriaal 35 met een gewonden configuratie, welk omhulsel een ioni-seerbaar medium en paar elektroden bevat en bestaat uit een aantal aaneengevoegde, in het algemeen U-vormige delen, die een enkel ontladingskanaal afbakenen, welke in het algemeen ü-vormige delen geplaatst zijn in ver- 8000839 - 4 - schillende vlakken en zodanig gericht zijn, dat de in hoofdzaak rechte beensegmenten van de in het algemeen U-vormige delen in dezelfde hoofdrichting lopen en in een driedimensionale kolomconfiguratie zijn opgesteld, 5 waarbij twee van de beensegmenten in eikaars nabijheid zijn geplaatst en het ontladingskanaal afsluiten, welke elektroden geplaatst zijn in de kanaal-afsluitende beensegmenten van het gewonden buisvormige omhulsel en verbonden zijn met invoergeleiders, die hieraan uitste-10 ken, uit een voetconstructie, die gekoppeld is met de nauw-afsluitende beensegmenten van het gewonden buisvormige omhulsel en tezamen met het omhulsel een compacte eenheidsconstructie vormt, en uit ketenmiddelen, die verbonden zijn met de invoergeleiders en geschikt zijn 15 om de ontladingslamp te bekrachtigen wanneer de voet-constructie verbonden is met een elektrische voedingsbron, welke ketenmiddelen geplaatst zijn binnen de grenzen van de eenheidsconstructie en verbonden zijn met de aansluitmiddelen van de voetcönstructie zodanig, 20 dat de resulterende lampeenheid van een constructie met enkelvoudig aansluiteinde is en van zodanige fysische afmeting, dat zij geschikt is om te worden gebruikt in de verlichtingsinrichting en de houder hiervan.
Het is wenselijk, dat de lamp van het inschroef-25 type. een luminescentielamp bevat met een buisvormig omhulsel van drievoudig U-vormig gebogen constructie en zodanig gevormd, dat hierbij niet alleen conventionele brug- en elektrodeëlementen kunnen worden gebruikt, doch ketenmiddelen kunnen worden opgenomen en een schroef-30 draadvoet op zodanige wijze, dat de resulterende lampeenheid voldoende klein is om te worden gebruikt in houders en lichtarmaturen, die bestemd zijn voor gloeilampen en licht levert van een lichtsterkte, die vergelijkbaar is met die, welke verkregen wordt van derge-35 lijke gloeilampen. Daar de in de nieuwe lampeenheid gebruikte luminescentielamp een conventionele rechte buisvormige luminescentielamp is, die gebogen is in een gewonden vorm, maakt zij gebruik van dezelfde elementen en basistechnieken als gebruikt worden voor het ver- 8000839 * * - 5 - vaardigen van standaard luminescentielampen en kan aldus worden vervaardigd op een redelijk kostenniveau en zal een zeer goede lichtuitgang een rendement hebben, alsmede een lange gebruikslevensduur zoals thans op de 5 markt beschikbare conventionele luminescentielampen vertonen. De verbeterde luminescentielamp volgens de uitvinding vertoont de vereist fysische compactheid, lichtuitgang, het hoge kwaliteitsniveau en de prestatie, die nodig is om high te maken als praktische en 10 energiebehoudende vervanging van gloeilampen.
Volgens een gunstige uitvoeringsvorm worden de buisvormige beensegmenten van de U-vormige delen van het gewonden luminescentielampomhulsel opgesteld in een ruimtelijk vierhoekige configuratie teneinde een 15 centrale opening te verschaffen, die een langwerpige smoorspoelballast opneemt en aldus de afmetingen van de lampeenheid reduceert zonder de lichtuitgang hiervan te verminderen. In een verdere uitvoeringsvorm zijn de ballast- en starterelementen geplaatst in de voetcon-20 . structie teneinde een luminescentielampeenheid te ver schaffen, die meer langwerpig is, doch een kleinere breedte-afmeting heeft.
Experimentele luminescentielampeenheden, waarop de uitvindingsgedachte is toegepast en die integrale 25 ballast- en starterelementen bevatten, waarmede de een heden in werking kunnen worden gesteld door conventionele 120 Volt-wisselstroomvoedingen, hebben uitgangen in de grootte-orde van 1000 lumen en een rendement van ca. 40 lumen per Watt en zijn voldoende gepakt om te 30 worden gebruikt in bureaulampen en dergelijke licht- armaturen, die toepassing vinden in woningen en kantoren en specifiek bestemd waren voor gloeilampen.
Een verder belangrijk kenmerk van de uitvinding is het gebruik van een beschermende kap of beschermend 35 huis, dat het intense licht van de'gewonden luminescen tielamp op een aangename wijze diffundeert en voorzien is van ventilatieopeningen, die samenwerken met soortgelijke openingen in de constructie teneinde lucht te kunnen laten circuleren door de lampeenheid tijdens 80G0839 - 6 - het in werking zijn hiervan en aldus door de lamp en de ketenelementen geleverde warmte te dissipiëren. De resulterende convectiekoeling van de werkende lampeenheid is zeer gunstig, daar hiermede wordt verhinderd, dat 5 de luminescentielamp en de integrale ketenelementen tijdens het in werking zijn worden oververhit en aldus minder rendabel worden ongeacht de compactheid van de lampeenheid. Deze koeling maakt het verder mogelijk om gewonden luminescentielampelementen te kiezen, die 10 een hogere lichtuitgang hebben, bijvoorbeeld in de grootte-orde van 2000 lumen.
De uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin bij wijze van voorbeeld enige uitvoeringsvormen van de lamp 15 volgens de uitvinding zijn weergegeven. Hierin toont:
Fig. 1 een zijaanzicht van een compacte lumi-mescentielampeenheid, waarin de gewonden lamp en de ketenelementen gestippeld zijn weergegeven teneinde hun plaatsen in de eenheid aan te geven; 20 Fig. 2 het drievoudige U-vormig gebogen lumines- centielampelement, dat gebruikt is in de lampeenheid . volgens fig. 1;
Fig. 3 in perspectief in uiteengenomen toestand de luminescentielampeenheid volgens fig. 1; 25 Fig. 4 een' dwarsdoorsnede van de lampeenheid volgens, de lijn IV-IV in fig. 1;
Fig. 5 een zijaanzicht van een gewijzigde compacte luminescentielampeenheid;
Fig. 6 in perspectief een in uiteengenomen 30 toestand de gewijzigde uitvoeringsvorm van de lampeen heid volgens fig. 5;
Fig. 7 een dwarsdoorsnede volgens de lijn VII-VII in fig. 5;
Fig. 8 in perspectief in uiteengenomen toestand 35 een verder gewijzigde uitvoeringsvorm van de compacte luminescentielampeenheid; en
Fig. 9-11 langsdoorsneden van gewijzigde uitvoeringsvormen van beschermende kapconstructies voor de compacte lampeenheden.
8000839 - 7 -
Hoewel de uitvinding op gunstige wijze kan worden gebruikt in verschillende soorten lampconstructies die geschikt zijn krachtens hun kleine afmeting en grote helderheid voor het verlichten van woningen of 5 kantoren, is zij in het bijzonder geschikt om te worden gebruikt in combinatie met lampeenheden van het inschroef-type, die gebruik maken van lage druk ontladingslampen zoals luminescentielampen als lichtbron en op dergelijke lampeenheden hebben de onderstaande uitvoeringsvoor-10 beelden betrekking.
Fig. 1 toont een compacte luminescentielampeen-heid, die in haar geheel is aangeduid met het verwij-zingscijfer 12 en die bestaat uit drie basiselementen, t.w. een luminescentielamp L met een buisvormig omhulsel 15 14 van gewonden configuratie, die een geconstructueerde lichtbron van hoog rendement en hoge helderheid vormt, een licht-doorlatend huis in de vorm van een kap C, die de luminescentielamp L beschermend omsluit, en een voetconstructie B, die gekoppeld is met de afgedichte 20 uiteinden van het lampomhulsel 14 en de luminescentie- lamp L verenigd houdt met de kap C en de verschillende integrale elementen van de keten, waarmede de lampeenheid 12 kan worden aangesloten op een wisselstroom-voedingsbron.
25 Zoals opgemerkt, bestaan in deze uitvoerings vorm de ketenmiddelen uit een langwerpig ballastelement 15 (dat geplaatst is in de ruimte tussen ü-bochtdelen van het gewonden luminescentielampomhulsel 14) en een conventionele condensator 16 en starter 17, die op ge-30 bruikelijke wijze zijn verbonden met de ballast. 15 en de dampelektroden. De voetconstructie D bevat een komvormig deel 18, waarin de afgedichte uiteinden van het luminescentielampomhulsel 14 zijn ondergebracht, alsook de condensator 16 en de starter 17. De voet-35 constructie B is afgesloten met een geschikt elektrisch aansluitelement, bij voorkeur een schroefdraadvoetdeel 20 met een gebruikelijke isolator 21 en eindcontact 22.
Het schroefdraadvoetdeel 20 is van een type, dat zal passen op de schroefdraadhöuders voor gloeilampen, 8000839 - 8 - dat de luminescentielampeenheid 12 met enkel aansluit-einde in dergelijke houders kan worden geschroefd en bediend.
Zoals meer in het bijzonder in fig. 2 is weer-5 gegeven, is het omhulsel 14 van de luminescentielamp L
gevormd uit een glasbuis, die op zodanige wijze is gebogen, dat zij bestaat uit vier in hoofdzaak rechte beensegmenten 24, 26, 27 en 28, die in dezelfde richting lopen en met elkaar zijn verbonden door tussenkomst 10 van drie U-bochtsegmenten 29, 30 en 31. De U-bochtseg- menten zijn zodanig gekromd en gericht, dat de buisvormige beensegmenten geplaatst zijn in een vierhoekige kolomopstelling en verwijderd van elkaar liggen. De beensegmenten en U-bochtsegmenten vormen dienovereenkom-15 stig drie aaneengevoegde U-vormige omhulseldelen, die gelegen zijn in drie verschillende vlakken en een enkelvoudig ontladingskanaal van gekronkelde configuratie afbakenen, dat wordt afgesloten door de beensegmenten 24 en 26. Het omhulsel 14 heeft derhalve een drievoudig 20 U-vormig gebogen driedimensionale vorm en is zeer compact.
Zoals weergegeven, heeft het U-bochtsegment 31 dat het middendeel van het gewonden omhulsel 14 vormt, een afgeknepen glasbuisdeel 32, dat dient voor het uit het omhulsel afvoeren van luminofoorverf tijdens het 25 bekleden met luminofoormatefiaal en dat waarborgt, dat het U-bocht middendeel bekleed wordt met een gelijkmatige laag luminofoormateriaal. Voorzover de compacte lumines-centielamp L als tamelijk hoge belasting werkt, biedt het afgeknepen deel 32 een verder voordeel in de vol-30 tooide lamp, daar zij een holte binnen het omhulsel 14 vormt, die dient als "koele plek" en aldus dient als reservoir voor gecondenseerd kwik, waarmede de kwikdamp-druk tijdens het in werking zijn van de lamp wordt geregeld. De beensegmenten 24 en 26 strekken zich uit 35 tot voorbij het U-bocht middensegment 31 en zijn lucht dicht afgedicht door middel van conventionele brug-of kneepelementen 33 en 34, die de gebruikelijke wolfraam wikkelingelektroden 35 en 36 bevatten, die bekleed zijn met een geschikt elektroden emitterend materiaal en 8000839 - 9 - verbonden zijn met de geschikte geleiders zoals twee paren invoerdraden 37 en 38, die lopen door de respectieve knepen en voorbij de afgesloten uiteinden van het omhulsel 14. Elk van de knepen is voorzien van een af-5 knepenrestant 39, resp. 40 van een afzuigbuis, waarmede het gewonden omhulsel 14 vacuum gezogen kan worden en vervolgens worden gevuld met een geschikt vulgas en gedoseerd met kwik overeenkomstig de standaard lampver-vaardigingstechniek.
10 Indien gewenst, kunnen niet-buisvormige knepen worden gebruikt en het vacuum zuigen, het vullen met gas en het doseren met kwik worden uitgevoerd door middel van de buis, die zich uitstrekt vanaf het U-bochtsegment 31.
15 Verder zal het voor de vakman duidelijk zijn, dat een recht buisvormig omhulsel kan worden bekleed met luminofoor materiaal, gekoeld en voorzien van kneep-constructies teneinde een gedeeltelijk vervaardigde luminescentielamp te verschaffen, die vervolgens kan 20 worden gebogen in de gewenste U-vormig gebogen confi guratie. De resulterende gewonden, met luminofoor materiaal beklede, doch niet voltooide ontladingslamp kan vervolgens worden voltooid door het vacuum zuigen, vullen met gas en doseren met kwik door een buis, die 25 verschaft is aan één van de of beide knepen. Bij deze lampenvervaardigingstechniek zou er geen afgëaEpen buis zijn aan het u-bocht middehdeel van de luminescentielamp.
Zoals uit fig. 1 en 2 blijkt, strekken de 30 afgedichte benen 24 en 26 van het omhulsel 14 zich uit tot voorbij het U-bocht middendeel 31 en zijn paarsgewijze naast elkaar opgesteld aan dezelfde zijde van dit U-bochtdeel. Dit zijn zeer belangrijke constructieken-merken van de uitvinding, daar zij een onbelemmerde 35 ruimte of middenopening verschaffen, die zich vanaf de voetconstructie B naar boven toe uitstrekt naar het drievoudige U-vormig gebogen omhulsel 14 tussen de beensegmenten 24, 26, 27 en 28, en een kleinere ruimte onder de U-bocht 31 in de nabijheid van de afgeknepen 8000839 - 10 - uiteinden van de benen 24 en 26. Zoals fig. 1 toont, kan voor het verschaffen van deze ruimten langwerpige ballast 15 in nauwsluitende ingeschoven toestand met betrekking tot het gewonden lampomhulsel 14 worden 5 geplaatst en ruimte worden verschaft door het achterin in de voetconstructie B plaatsen van de condensator 16 en starter 17 in de nabijheid van de afgedichte uiteinden en onder het U-bocht middendeel van het omhulsel. De ketenelementen vormen aldus integrale delen van de 10 compacte lampeenheid 12 en zijn binnen haar fysische grenzen geplaatst.
Daar de buisvormige beensegmenten 24, 26, 27 en 28 van het drievou-dige U-vormig gebogen omhulsel 14 zich in dezelfde richting uitstrekken en evenwijdig of 15 nagenoeg evenwijdig met elkaar geplaatst zijn in een vierhoekige ruimtelijke kolomopstelling, is de totale configuratie van de luminescentielamp L zodanig, dat zij in het algemeen kubisch of viervlakkig is. Wanneer de lamp L wordt bekrachtigd vormt zij aldus een drie-20 dimensionale lichtbron, die terwijl zij zeer compact is nog steeds een enkel ontladingskanaal heeft, dat ongeveer vier maal zo hoog is als het omhulsel 14 en aldus het mogelijk maakt om de lamp rendabel in werking te stellen bij een spanning en stroom, die verenigbaar 25 zijn met de elektrische voeding, toegevoerd aan woningen en kantoren.
Zoals in fig. 1 is weergegeven, wordt de breedteafmeting wx van de lampeenheid 12 bepaald door de diameter van het cirkelvormig komvormige deel 18 30 van de voetconstructie B, die vereist is voor het opnemen van de cilindrische besdermingskap C en is derhalve slechts iets groter dan de breedte van de gewonden lamp L. De hoogteafmeting hj van de lampeenheid 12 wordt bepaald door de lengte van de gewonden 35 lamp L en de lengte van de voetconstructie B. Door de drievoudige U-vormig gebogen configuratie van de lamp L en het in elkaar passen van het omhulsel 14 met de ketenelementen en het komvormige deel 18 van de voetconstructie B wordt de hoogteafmeting h^ van de lamp- 8000839 * , - 11 - eenheid 12 drastisch gereduceerd.
Hoewel het gewonden lampomhulsel 14 kan zijn gevormd door het aaneenvoegen van drie U-bochtdelen van glasbuis, wordt zij bij voorkeur gevormd uit een 5 enkel loodglasbuisdeel van de soort zoals gebruikt voor conventionele luminescentielampen. De glasbuis wordt gebogen op geschikte punten teneinde de U-bochten te vormen en wordt vervolgens bekleed met luminofoorma-teriaal en voorzien van kneepconstructies, enz. op de 10 gebruikelijke wijze. Het omhulsel 14 wordt gevuld met een geschikt ioniseerbaar medium zoals een vulgas en een gemeten kwikdosis, die in het omhulsel worden ingevoerd via de buizen van de knepen 33 en 34 alvorens zij worden afgeknepen en afgedicht. Een geschikt vulgas 15 is argon onder een druk beneden ca. 10 Torr en bij voorkeur ca. 3 Torr. De kwikdosis zal variëren overeenkomstig de afmetingen van de lamp L en de vermogensbelasting, waarmede de lamp in werking wordt gesteld maar is voldoende voor het verschaffen van kwikdamp 20 onder een partiële druk van ca. 6 - 10 millitorr wanneer de lamp werkt bij haar nominale vermogen, waarbij de kwikdampdruk op dit niveau in de lamp wordt gehouden gedurende haar gebruikslevensduur.
Hoewel elk geschikt luminofoor (of mengsels 25 van luminoforen) kan worden gebruikt voor het vormen van een luminescentiebekleding, aangebracht aan op het binnenoppervlak van het gewonden buisvormige omhulsel 14, wordt in lichttoepassingen, waarbij een optimale helderheid en kleurweergave van de verlichte voorwerpen of 30 het verlichte gebied worden vereist, gebruik gemaakt van luminofoorbekledingen, die een mengsel van drie luminoforen bevatten, die zich bij haar uitstraling emitteren in drie verschillende gekozen spectrumgebieden (in het bijzonder de golflengtegebieden van ca. 450 nm, 35 540 nm en 610 nm) teneinde een z.g. "primaire kleur" luminescentielamp L te verschaffen overeenkomstig de richtlijnen in het artikel "Luminosity and Color-Rendering Capability of White Light", Journal of the Optical Society of America, deel 61, no. 9 (september 1971) 8000839 - 12 - biz. 1155-1163. In een gunstige uitvoeringsvoorbeeld bestaat een geschikt luminoforenmengsel voor een eenvoudig U-vormig gebogen luminescentielamp met een dergelijke verhoogde lichtuitgang uit mangaan-geacti-5 veerd zinksilicaatfosfor, europium-geactiveerd stron- tiumchloorfosfaatfosfor en europium-geactiveerd yttriumoxidefosfor, die alle voor de vakman voldoende bekend zijn. Ook kan het omhulsel 14 zijn bekleed met "koel wit" of "warm wit" luminoforen van het halofos-10 faattype (of andere soorten luminoforen of mengsels hiervan) zoals gebruikt in conventionele luminescentie-lampen.
Zoals in het bijzonder in fig. 3 en 4 is weergegeven, is de compacte luminescentielampeenheid 12 15 gevormd door eerst het langwerpige ballastelement 15 nauwsluitend in te brengen in de beensegmenten 24, 26, 27 en 28 van het gewonden omhulsel 14 en vervolgens de ballast, de condensator 16 en het starterelement 17 te verbinden met de geïsoleerde toevoerdraden 37 en 38 20 en de voetcontacten op de wijze zoals in fig. 3 is weergegeven (een afzonderlijke geïsoleerde geleider 41 is gebruikt voor het verbinden van de ene zijde van de ballast 15 met het hulscontact van de schroefvoet 20). Het eindcontact 22 van de voet 20 is door tussenkomst 25 van een van de toevoerdraden 37 direct verbonden met één van de randelektroden, zodat de ballast 13 in serie is geschakeld met de elektroden. De condensator 16 en de starter 17 zijn op de gebruikelijke wijze aangesloten teneircbi/umines een tie lamp L te starten in 30 de voorverwarmingsfase wanneer de lampeenheid 12 is aangesloten op een wisselstroomspanningsbron.
De gewonden luminescentielamp L en de bijbehorende ketenelementen zijn vervolgens rechtop staand gemonteerd in het komvormige deel 18 van de voetcon-35 structie B en hieraan (niet nader weergegeven) geschikte middelen zoals kit of een koppelingsdraaddeel, dat de afgedichte benen 24, 26 van het omhulsel 14 koppelt met de voetconstructie, terwijl de geleiders 37 en 41 door middel van solderen of een dergelijke bewerking 8000839 - 13 - bevestigd zijn aan de voetcontacten. De resulterende constructie (bestaande uit de gewonden luminescentie-lamp L, aangesloten ketenelementen en de gekoppelde voetconstructie B) wordt vervolgens ingevoerd in de 5 beschermingskap C tot de rand van de kap door middel van een wrljvingskoppeling (of andere bevestigingswijze) nauwsluitend past in het komvormige einddeel 18 van de voetconstructie B.
Daar de gewonden luminescentielamp L en de 10 integrale ketenelementen zijn begrensd in een zeer kléine ruimte, moet bij het in werking zijn de lampeenheid 12 een oververhitting worden vermeden, daar hierdoor het lamprendement zou afnemen en de veiligheid in gevaar wordt gebracht. Deze problemen worden 15 volgens de uitvinding vermeden door een aantal venti latieopeningen 42 te verschaffen (zie fig. 3 en 4) die gevormd zijn langs de bodemwand van het komvormige deel 18 van de voetconstructie B en door gebruik te maken van een beschermingskap C, die bestaat uit een 20 cilindrische huls met een tap uiteinde 42 met een cen trale opening 44, welke opening (is samenwerking met de ventilatieopeningen 42 in de voetconstructie ) een vrije circulatie van lucht door de werkzame lampeenheid 12 op de wijze zoals bij een schoorsteen mogelijk maakt. 25 Door het resulterende "convectie koeleffect" wordt door de luminescentielamp L en het ballastelement 15 geleverde warmte gedissipeerd en gewaarborgd, dat zij niet te heet worden.
Teneinde de lichtkosten te reduceren, is het 30 wenselijk, dat het ballastelement 15 voorzien van een mantel 45 (weergegeven in fig. 3 en 4) van een geschikt wit of lichtgekleurd isolerend materiaal zoals een warmtebestendige strook van kunststofmateriaal. Uiter-’ aard kan in plaats van de strook kunststofmateriaal 35 ook gebruik worden gemaakt van een metalen huis als lichtreflecterende mantel mist zorg wordt gedragen, dat de ballast is geïsoleerd van het metalen huis.
Zoals uit fig. 4 blijkt, bestaat het ballastelement 15 bij voorkeur uit een z.g. smoorspoelbase van het vinger- 8000839 - 14 - type, die voorzien is van een ijzerkern 46, waarover geïsoleerd draad 47 is gewonden en die is ingesloten in een licht-reflecterende mantel 45.
Het komvormige draagdeel 18 van de voetconstruc-5 tie B kan gevormd zijn uit een geschikt materiaal zo als aluminium, vooropgesteld, dat de geleiders, die de ketenelementen met de lampelektroden verbinden, op geschikte wijze geïsoleerd zijn teneinde kortsluitingen . te vermijden. Het inschroefvoetdeel 20 is bij voorkeur 10 van het middenmaat-schroeftype en kan bevestigd zijn aan de bodemwand van het komvormige draagdeel 18 met behulp van geschikte bevestigingsmiddelen of zij kan tot één. geheel zijn gevormd met het komvormige draagdeel 18 door dit komvormige deel en de voetschaal te 15 persen uit een enkel stuk metaal (of door uit te gieten uit een geschikt kunststofmateriaal).
De beschermingskap C kan vervaardigd zijn van glas, warmbestendig kunststofmateriaal of een ander geschikt transparant of doorschijnend materiaal, dat 20 de door de luminescentielamp L voortgebrachte licht stralen niet zal absorberen. Indien gebruik wordt gemaakt van transparant materiaal, kan zij doorschijnend zijn door een witte licht-diffunderende bekleding (of ander middel) teneinde een fel verblindend licht-25 schijnsel van het heldere oppervlak van de drievoudige U-vormig gebogen lamp L te reduceren en een meer gelijkmatig en aangenaam verlicht uitblik te verschaffen.
Het starterelement 17 is van het conventionele (glimlamp)type, dat met draden permanent op haar plaats 30 is aangebracht. De starter zou evenwel kunnen zijn uit gevoerd in de vorm van een smeltveiligheid en gemonteerd in de voetconstructie B zodanig, dat zij gemakkelijk kan worden verwijderd en vervangen indien dit nodig is door middel van een indraaivergrendelhandeling. De con-35 densator 16 is van het miniatuurwafeltype en is in de keten zodanig aangesloten, dat radiostoring tijdens het starten van de lamp wordt geëlimineerd of tot een minimum beperkt.
Fig. 5-7 tonen een gewijzigde uitvoeringsvorm 8000839 - 15 - van de compacte lampeenheid volgens de uitvinding, die in haar geheel met het verwijzingscijfer 12a is aangeduid, waarin gebruik is gemaakt van ballastelementen, dat is ingebouwd in de voetconstructie Ba en aldus een 5 lampeenheid verschaft, die iets langer is dan de boven beschreven uitvoeringsvorm, doch een kleinere diameter of breedteafdichting heeft.
Zoals fig. 5 en 6 tonen, heeft het ballast-element 15a in plaats van de langwerpige slanke configu-10 ratie uit de voorgaande uitvoeringsvorm hier een afge knotte cilindervorm en is geplaatst in een uitstekend deel 48 van soortgelijk yorm, dat uitsteekt aan de bodem van het komvormige deel 18a van de voetconstructie Ba en is verbonden met het schroefdraadvoetdeel 20a. De 15 ballast 15a is weer bij voorkeur van het smoorspoel- type, dat bestaat uit (niet nader weergegeven) ijzerkern en uit een draadwikkeling 47a, die zijn ingesloten in een geschikte mantel 45a van niet geleidend materiaal (zie fig. 6). De rand van het uitstekende cilindrische 20 deel 48 is gescheiden van het ballastelement 15a en is voorzien van een reeks zijwaarts lopende ventilatieopeningen 49, met behulp waarvan de vrij rondom het ballastelement en door de voetconstructie B, kan circu- α leren wanneer de lampeenheid 12a is bekrachtigd en in 25 gebruik is.
Zoals uit fig. 6 blijkt, komt deze uitvoeringsvorm van de drievoudig U-vormig gebogen luminescentie-lamp La overeen met die van de voorgaande uitvoeringsvorm met dit verschil, dat de U-bochtsegmenten 29a, 30a en 30 31a een kleinere kromtèstraal hebben en aldus de ruimte tussen de buisvormige beensegmenten 24a, 26a, 27a en 28a reduceren. De condensator 16a en de starter 17a zijn door middel van geïsoleerde invoerdraden 38a, 37a verbonden met het ballastelement 15a en de lampelektroden 35 35a, 36a, waarbij de condensator en het starterelement geplaatst zijn in het komvormige deel 18a van de voetconstructie B (in de ruimte onder de middelste ü-bocht ci 31a langs de afgedichte benen 24a, 26a van het omhulsel 14a evenals in de voorgaande uitvoeringsvorm). De 8000839 - 16 - beschermingskap C is gewijzigd en bestaat uit een
Cl cilindrische mantel (van doorschijnend materiaal), die aan beide uiteinden geopend is en is afgedicht in en 5 omgrepen door het cirkelvormige komvormige deel 18a van de voetconstructie B .
a
Zoals in fig. 5 en 7 is weergegeven, zal door het ballastelement 15a in de voetconstructie B te
cL
plaatsen de totale lengte h2 van de lampeenheid 12a 10 worden vergroot, doch een dichterbij plaatsen van de buisvormige beensegmenten van het gewonden omhulsel 14a mogelijk zijn, waardoor de breedteafmeting w2 van de lampeenheid wordt verkleind ten opzichte van de breedteafmeting van de lampeenheid 12 uit de eerste uitvoerings-15 vorm.
Evenals in de voorgaande uitvoeringsvorm wordt door de drievoudige U-vormige gebogen luminescentielamp L
cl en de integrale ketenelementen geleverde warmte gedis-sipieerd door middel van conversiekoeling, veroorzaakt 20 door de lucht, die door de bekrachtigingseenheid cir culeert via de ventilatoropeningen 42a en 49 in de voetconstructie Ba en uit het geopende uiteinde van de buisvormige beschermingskap C .
Vanuit het standpunt van de gebruiker zou het 25 financieel zeer gunstig zijn om alleen de gewonden luminescentielamp van de lampeenheid te kunnen verwijderen en ver wisselen en de voetconstructie, de beschermingskap en de ketenelementen als permanente delen van het lichtarmatuur, waarin de lichteenheid wordt 30 gebruikt, te houden. Een lampeenheid 12b, die dit kosten voordeel verschaft, is weergegeven in fig. 8 en zal hieronder nader worden uiteengezet.
De in fig. 8 weergegeven uitvoeringsvorm van de luminescentielamp heeft hetzelfde drievoudig 35 U-vormig gebogen buisvormige omhulsel 14b als in de voor gaande uitvoeringsvormen, doch verschilt hiervan hierin, dat de afgesloten uiteinden van de beensegmenten 24b en 26b. voorzien zijn van kleine insteekvoetdelen 50 en 52. Deze voetdelen zijn voorzien van uitstekende contact-elementen zoals stijve pennen 51 en 53, die geschikt 8000839 «* Γ - 17 - zijn om te worden ingebracht in op één gelegen opneem-elementen van een geschikt (niet nader weergegeven) houderelement, dat geplaatst is in het komvormige deel 18b van de voetconstructie B, . Het verschafte elek-
D
5 trische aansluitdeel van het insteektype van de lumines- centielamp en de voetconstructie maakt het voor de gebruiker mogelijk om de mantel te verwijderen en uit te nemen en de lamp te verwijderen (wanneer zij onwerkzaam wordt of het einde van haar gebruikslevens-10 duur heeft bereikt) en vervolgens een nieuw lampelement in te steken. Aldus kan van de lampeenheid 12b het lampelement door de gebruiker op gemakkelijke wijze worden verwisseld en de verspilling en extra kosten, die gepaard gaan met het wegdoen van de gehele lampeen-15 heid telkens wanneer de luminescentielamp uitgebrand is, vermeden.
Teneinde het lampomhulsel 14b te verstevigen en haar zonder kans op breken te hanteren zijn de in-steekvoetdelen 50 en 52 bij voorkeur bevestigd aan een 20 dwarsplaatdeel 54 van geschikt niet-geleidend materiaal.
Dit plaatdeel kan bovendien worden gekoppeld aan het middelste U-bochtsegment 31b van het omhulsel door tussenkomst van een geschikt spanningsorgaan zoals een draad-steun 56, die een omgebogen uiteinde 57 heeft, dat ver-25 schoven wordt over het middelste U-bochtsegment en dit segment omgrijpt. Het plaatdeel 54 is bij voorkeur zodanig gevormd, dat zij nauwsluitend in contact komt met het komvormige einddeel 18b van de voetconstructie B^ en aanligt tegen een deel hiervan op zodanige wijze, dat 30 de luminescentielamp in een stabiele rechtop staandè stand ten opzichte van de voetconstructie komt te staan.
Hoewel de afgedichte uiteinden van het gewonden buisvormige omhulsel 14b voorzien zijn van penvormige voetdelen, zal het voor de vakman duidelijk zijn, dat 35 ook andere soorten voeten en elektrische koppelings- middelen kunnen worden gebruikt, waarmede de lumines-centielamp door de gebruiker als afzonderlijk deel op gemakkelijke wijze kan worden verwijderd van de lampeenheid 12b en kan worden vervangen door een nieuw 8000839 -18- lampelement.
In tegenstelling tot bij de voorgaande uitvoeringsvormen hebben het (niet nader weergegeven) starter-en condensatorelement draadverbindingen met het ballast-5 element 15b en het insteekhouderorgaan (evenmin nader weergegeven) zodat zij permanente integrale delen van de constructie vormen. Ook zouden de starter en condensator kunnen zijn gemonteerd aan de bovenzijde van het plaatdeel 54 en op een geschikte wijze kunnen zijn 10 verbonden met de lampinvoerdraden zodat alle drie van deze aangesloten elementen een verwisselbaar samenstel vormen, dat kan worden ontkoppeld van de lampeenheid. Uiteraard zouden indien de starter en condensator op geschikte wijze met de lampleidingen waren verbonden 15 er slechts twee pencontacten in plaats van vier nodig zijn.
Zoals ook uit fig. 8 blijkt, is het ballast-element 15b ondergebracht in een cilindrisch uitstekend deel 48b van de voetconstructie B^, zodat zij een per-20 manent integraal deel van de voetconstructie vormt.
Ventilatieopeningen 42b en 49b in de voetconstructie B^ maken een vrije luchtcirculatie rondom het ballastele-ment 15b mogelijk door de cilindrische mantel voorbij de drievoudig U-vormig gebogen lamp en door het 25 open einde van de mantel. De voetconstructie B^ is af gesloten door een schroefdraadvoetdeel 20b, dat voorzien is van een opengelegde contacten zodat de lampeenheid 12b weer een constructie met enkel aansluiteinde heeft en geschikt is om te worden geschroefd in een 30 gloeilamphouder.
De compacte ontladingslampeenheden volgens de uitvinding kunnen worden voorzien van verschillende soorten beschermingsmantels in aanvulling op de bovengenoemde. De licht-doorlatende mantel kan bijvoorbeeld 35 aan één uiteinde zijn afgesloten door een holle kop, die. voorzien is van geschikte ventilatieopeningen voor het vrij doorlaten van lucht. Een mantel C met deze c kenmerken is weergegeven in fig. 9 en bestaat uit een licht-doorlatende huls van buisvormige of cilindrische 8000839 i » - 19 - vorm, die is afgesloten met een bolkop 58, die voorzien is van een aantal cirkelvormige openingen 59, die volgens een tevoren bepaald ruimtelijk patroon verdeeld zijn.
5 Een gewijzigde beschermingskap met bolkop- einde, die specifiek bestemd is voor een compacte lampeenheid met een opstaand langwerpig ballastelement, dat aansluitend geplaatst is in de benen van de drievoudig U-vormig gebogen lamp, is weergegeven in fig. 10.
10 Opgemerkt wordt, dat deze kap bestaat uit een cilindri sche huls, die eveneens is afgesloten door een bolkopvormig einddeel 60, dat behalve het aantal verwijderd van elkaar gelegen openingen 61 een middenopening 62 bevat, die in verbinding staat met een in de langsrich-15 ting lopend doorgangskanaal 63, dat gevormd wordt door een coaxiaal geplaatste buis 64, die verenigd is met en binnendringt in het bolkopvormige einddeel 60. Het axiale doorgangskanaal 62 dient voor het onderbreken van het langwerpige ballastelement van de lampeenheid 20 en is zodanig gedimensioneerd, dat zij past tussen de U-bochtdelen van het drievoudig U-vormig gebogen omhulsel wanneer de kap is bevestigd aan de voetconstruc-tie van de lampeenheid. Het doorgangskanaal 62 is verder iets groter dan het ballastelement en dient dus als 25 "schoorsteen", waarmede lucht vrij kan circuleren door de lampeenheid vanuit de ventilatieopeningen in de voet-constructie rondom en langs het ballastelement en vervolgens door de centrale opening 42 in het bolkopvormige einddeel 60 van de kap C^. De U-bochtdelen van het 30 gewonden omhulsel zijn geplaatst in de ringvormige ruimte tussen de coaxiale buis 64 en de cilindrische wand van de kap en zijn aldus blootgesteld aan de lucht, die vanuit de voetconstructie van de lampeenheid door deze ruimte circuleert en door de bolkopeningen 61.
35 Fig. 11 toont een verdere, uitvoeringsvorm van een bolkopmantel C&, die bestaat uit een licht-doorlatende huls van een buisvormige of cilindrische configuratie met een bolkopvormige eindwand 65, die voorzien is van een aantal verwijderd over de omtrek liggende ventilatie- 8000839 - 20 - openingen 66 van sleufvormige configuratie. De overliggende delen van de mantel zijn naar buiten gebogen en vormen vensteropeningen 67, die dienen als bescher-mingslijsten voor de ventilatieopeningen.
5 De compactheid en energieverhoudende eigen schappen van de luminescentielampeenheid volgens de uitvinding worden in het bijzonder tot uitdrukking gebracht in de onderstaande specifieke voorbeelden van twee prototype eenheden, die zijn vervaardigd en ge-10 test.
Een compacte luminescentielampeenheid van het type zoals weergegeven in fig. 1-4 is voorzien van een nauwsluitende smoorspoelballast van het "vinger"type en een voet van middenmaatse schroefdraad werd gevormd 15 door de buisvormige luminescentielamp 20 met een lengte van 50,8 cm en een buitendiameter van 17,5 mm drievoudig te buigen tot een U-bochtconfiguratie zodat de totale lengte van de gewonden lamp ca. 14 cm en haar breedte ca. 5,7 cm bedroeg. De ruimte tussen het middel-2Q ste U-bochtdeel en de afgesloten eindbenen van het omhulsel bedroeg ca. 22,2 mm, terwijl de ruimte tussen de benen ca. 12,7 mm bedroeg. Een langwerpige "vinger" smoorspoelballast met afmetingen van ca. 19 x 19 x 101,6 mm werd nauwsluitend in de drie U-bochtdelen aan de 25 luminescentielamp ingebracht en verbonden met de toe- voerdraden en een conventionele starter van het gloei-lamptype en een wafelcondensator zoals gebruikt voor standaard verwarmingsluminescentielampen.
Het aldus gevormde constructiesamenstel werd 30 gemonteerd op een draagdeel van 7,14 mm van het type zoals weergegeven in fig. 1 en 3, dat voorzien is van ventilatieopeningen van 6,4 mm en van een middenmaatse inschroefvoet. Een beschermingsmantel, bestaande uit een matglascilinder met een lengte van ca. 14 cm en 35 een diameter van 7 cm en een middenopening van 4,44 cm werd geschoven over de gewonden luminescentielamp en geplaatst in het komvormige draagdeel van de voetcon-structie.
De afgewerkte luminescentielampeenheid had 8000839 - 21 - een totale breedte-afmeting van 7,14 cm en een totale hoogte h^ van ca. 17,8 cm. Het drievoudig U-vormig gebogen omhulsel werd bekleed met een "koel wif'luminofoor van het halofosfaattype en de lampeenheid 5 had bij een voedingsspanning van 120 Volt en een stroom van 3,55 mA een uitgang van 1000 lumen, terwijl het rendement van het systeem (dit is de luminescentielamp in combinatie met de smoorspoelballast) ca. 37 lumen per Watt bedroeg. Het totale energieverbruik van de 10 lampeenheid was ca. 27 Watt (ca, 20 Watt in de lumines centielamp zelf en ca. 7‘Watt in de ballast).
Een tweede prototype luminescentielampeenheid overeenkomstig de uitvoeringsvorm volgens fig. 5-7 bevatte een drievoudig ü-vormig gebogen luminescentie-15 lamp, die gevormd werd uit een omhulsel met een diameter van 20 mm en een lengte van 43,1 cm. Het gewonden lamp-element had een totale lengte van 13 cm, een breedte van 5,1 cm en de benen van elke van de U-bochtdelen lagen op een afstand van 11 mm van elkaar verwijderd.
20 De lamp werd gemonteerd op een voetconstructie, voorzien van een cilindrisch uitstekend deel, waarin een cilindrische smoorspoelballast, de "glimlamp" starter en de wafelcondensator waren ondergrbracht. De voetconstructie was voorzien van een cilindervormig einddeel 25 met een di-ameter van ca. 7,3 cm, en van een cilindri sche mantel van matglas met elk een einde en een diameter van ca. 7 cm en een totale lengte van 14 cm, die bevestigd werd aan de voetconstructie. De resulterende lampeenheid had een totale breedteafmeting W2 30 van ca. 7,3 cm en een totale hoogte-afmeting h2 van ca. 20,6 cm. Wanneer de lampeenheid in werking werd gesteld bij een voedingsspanning van 120 Volt en met een stroom van 345 mA, had zij een lichtuitgang van ca. 960 lumen en een systeemrendement van 40 lumen per 35 Watt.
Hoewel onderzoekingen met betrekking tot de levensduur van de drievoudig U-vormig gebogen luminescentielamp van het type, gebruikt in de compacte lampeenheden volgens de uitvinding, nog niet voltooid zijn, 8000839 - 22 - moete n zij een bruikbare levensduur in de grootte-orde van 9000 uren hebben, daar bij serievervaardiging zij moeten worden voorzien van standaard kneep- en elektrode-constructies en gebruik maken van bekende luminofoor 5 bekledingstechnieken en andere technieken, gebruikt bij het vervaardigen van conventionele luminescentielampen van gelijkwaardige afmeting (15-20 Watt nominaal vermogen) , die de nominale levensduur van soortgelijke waarden hebben.
10 Een standaard gloeilamp van 75 Watt en van het type A19 levert daarentegen ca. 1210 lumen bij een rendement van ca. 16 lumen per Watt en heeft een gemiddelde levensduur (gepubliceerd) van slechts 850 uren.
Het zal voor de vakman duidelijk zijn, dat de 15 compacte luminescentielampeenheid volgens de uitvinding gebruik kan maken van een drievoudig U-vormige gebogen luminescentielamp, gevormd uit glasbuis van verschillende diameters en lengten teneinde lampeenheden met verschillende nominale vermogens en lichtuitgangen te 20 verschaffen. De start- en/of bedieningsketens kunnen ook zijn vervaardigd in de vorm van kristalmoduuls of elementen, die zijn ingebouwd in de voetconstructie of gemonteerd tussen de benen van de ü-bochtsegmenten van het onhuLsel teneinde een nieuwe groep compacte 25 lage druk ontladingslampeenheden te verschaffen, die op gunstige wijze kunnen worden gebruikt als kostenbesparende en energiebehoudende vervanging voor gloeilampen zoals thans gebruikt voor algemene verlichtings-doeleinden in woningen en kantoren. Het gebruik van 30 kristalketenmiddelen zou in het bijzonder gunstig zijn bij het vervaardigen van inschroeflampeenheden met lichtuitgangen van 2000 lumen of een dergelijke waarde, daar de geminiaturiseerde ketens het nog altijd mogelijk maken om de totale afmetingen van dergelijke hoge 35 uitgang-larapeenheden binnen de grenzen te houden, die vereist zijn om de eenheden te kunnen monteren in tafellamp- en dergelijke verlichtingsarmaturen, bestemd voor gloeilampen.
Uiteraard kunnen indien de ballast- en andere 8000839 - 23 - ketenelementen mechanisch gescheiden waren van de luminescentielamp en deel uitmaakten van een speciaal uitgevoerde lichtarmatuur (bijvoorbeeld indien zij waren ondergebracht in de voet van een tafellamp of 5 gloeilamp) verhogingstransformatoren, hoog frequent omzetters en dergelijke bekrachtigingsorganen worden gebruikt teneinde het rendement van het systeem te verhogen en de lampeenheden op zichzelf meer compact en economisch te maken. Bovendien kan het ballastelement 10 mechanisch gescheiden zijn van zowel de ontladings- eenheid als het verlichtingsarmatuur door de ballast uit te voeren als "doorgangs"type, dat kan zijn verbonden met een voedingskabel en hiervan deel kan uitmaken. Ook kan een dergelijk "doorgangs "ballastelement 15 zijn uitgevoerd in de vorm van een eenheid, die direct in de wandhouder wordt ingestoken en verbonden is met het verlichtingsarmatuur door middel van een voedingskabel.
* ^ Λ Conclusies.
8000839
Claims (31)
1. Elektrische lampeenheid, geschikt om te worden gebruikt in verlichtingsinrichtingen, die een compacte lichtbron vereisen en een houder bevatten, met het kenmerk, dat de lampeenheid in 5 combinatie met een elektrische ontladingslamp bestaat uit een afgedicht buisvormig omhulsel van licht-door-latend glasmateriaal en met een gewonden configuratie, welk omhulsel een ioniseerbaar medium en een paar elektroden bevat en voorzien is van een aantal aan elkaar 10 grenzende, in het algemeen ΐΐ-vormige delen, die een enkelvoudig ontladingskanaal vormen, welke in het algemeen U-vormige delen geplaatst zijn in verschillende vlakken en zodanig gericht zijn, dat de in hoofdzaak rechte beensegmenten van de in het algemeen U-vormige 15 delen in dezelfde algemene richting lopen en in een driedimensionale kolomopstelling zijn geplaatst en twee van de beensegmenten in eikaars nabijheid zijn geplaatst en het ontladingskanaal afsluiten, welke elektroden geplaatst zijn in de kanaal-afsluitende 20 beensegmenten van het gewonden buisvormige omhulsel en verbonden zijn met invoergeleiders, die hierin uitsteken, uit een voetconstructie met aansluitmiddelen voor het elektrisch contact maken met de houder van de verlich-tingsinrichting, welke voetconstructie gekoppeld is 25 met de kanaal-afsluitende beensegmenten van het ge wonden buisvormige omhulsel en tezamen met dit omhul^El.een compacte eenheidsconstructie vormt, en uit ketenmiddelen verbonden met de invoergeleiders teneinde de lamp te bekrachtigen wanneer de voetconstructie wordt aangeslo-30 ten op een elektrische voedingsbron, welke ketenmiddelen geplaatst zijn binnen de grenzen van de eenheidsconstructie en verbonden zijn met de aansluitmiddelen van de voetconstructie, zodat de resulterende lampeenheid van een constructie met enkelvoudig aansluiteinde is en 35 van zodanige fysische afmeting, dat zij geschikt is om te worden gebruikt in de verlichtingsinrichting en de 8000839 - 25 - houder hiervan.
2. TEenheid volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het gewonden buisvormige omhulsel 5 geplaatst is in een licht-doorlatend huis en tot één geheel is gevormd met de lampeenheid.
3. Eenheid volgens conclusie 2, m e t het kenmerk, dat het licht-doorlatende huis constructief verbonden wordt gehouden met het gewonden omhulsel 10 door tussenkomst van de voetconstructie.
4. Eenheid volgens een der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat het ketenmiddel van het kristaltype is.
5. Eenheid volgens conclusie 4,met het 15 kenmerk, dat de kristalketen geplaatst is in de voetconstructie.
6. Eenheid volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de voetconstructie een eerste elektrisch verbindingsmiddel bevat, dat ge-20 plaatst is in de nabijheid van de in hoofdzaak rechte beensegmenten van het gewonden lampomhulsel, die het ontladingskanaal afsluiten, en dat de kanaal-afsluitende beensegmenten van het gewonden lampomhulsel een tweede elektrisch aansluitmiddel bevatten, dat verbonden is met 25 de invoergeleiders en losneembaar gekoppeld en verbonden is met het eerste elektrische aansluitmiddel, zodat de ontladingslamp kan worden ontkoppeld en verwijderd uit de lampeenheid en aldus een gemakkelijk vervangbaar deel hiervan vormt.
7. Eenheid volgens conclusie 6,met het kenmerk, dat eerste en tweede elektrische middelen zodanig zijn uitgevoerd, dat zij insteekverbinding verschaffen.
8. Eenheid volgens conclusie 7, m e t het 35 kenmerk, dat het eerste elektrische aansluitmiddel 8000839 - 26 - bestaat uit een aantal stijve contactelementen, die verbonden zijn met de invoergeleiders en bevestigd zijn aan de bijbehorende beensegmenten van het gewonden lampomhulsel en dat het tweede elektrische 5 aansluitmiddel bestaat uit een houdervormig element, dat bevestigd is in de voetconstructie en voorzien is van opneemdelen voor het opnemen en bewerkstelligen van een elektrische verbinding met de contactelementen aan de beensegmenten van het lampomhulsel.
9. Eeenheid volgens een der voorgaande conclu sies, met het kenmerk, dat het gewonden lampomhulsel voorzien is van vier in hoofdzaak rechte beensegmenten, die onderling verbonden zijn door tussenkomst van drie U-bochtsegmenten en tezamen hiermede 15 drie in het algemeen U-vormige delen vormen, die een langwerpige ontladingskanaal met slankvormige configuratie afbakenen, waarbij twee beensegmenten het ontladingskanaal afsluiten en de elektroden bevatten, die paarsgewijze naast elkaar zijn geplaatst in de nabijheid 20 van het U-bochtsegment, dat het middendeel van het gewonden omhulsel vormt.
10. Eenheid volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het ketenmiddel een ballastelement bevat, waarmede de gewonden ontla- . 25 dingslamp in werking kan worden gesteld op een wissel- stroomvoedingsbron.
11. Eenheid volgens conclusie 10, m e t het kenmerk, dat de in hoofdzaak rechte, in een kolomopstelling geplaatste beensegmenten van het ge- 30 wonden lampomhulsel zodanig geplaatst zijn, dat een open ruimte wordt gevormd, die zich uitstrekt vanaf de voetconstructie, en dat het ballastelement een langwerpige configuratie heeft en geplaatst is in de open ruimte tussen de respectieve beensegmenten van het 35 gewonden omhulsel.
12. Eenheid volgens conclusie 10, m e t het kenmerk, dat de voetconstructie een holle kamer 8000839 » ί - 27 - afbakent en het ballastelement in deze kamer is geplaatst.
13. Eenheid volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het ioniseerbare 5 medium bestaat uit een gasvulling onder een druk van minder dan 10 Torr en dat de gewonden ontladingslamp aldus van het lage druktype is.
14. Eenheid volgens conclusie 13,met het kenmerk, dat de ketenmiddelen bestaan uit een 10 starterelement en een ballastelement, die elektrisch zodanig gerangschikt zijn, dat de gewonden lage druk ontladingslamp in werking kan worden gesteld op een wisseistroomvoedingsbron.
15. Eenheid volgens conclusie 14, m e t het 15 kenmerk, dat het starterelement geplaatst is binnen de grenzen van de voetconstructie.
16. Eenheid volgens conclusie 13, 14 of 15, met het kenmerk, dat de gewonden ontladingslamp in een rechtop staande stand ten opzichte van de 20 voetconstructie wordt gehouden, dat een huis van licht- doorlatend materiaal omsluitend ten opzichte van de ontladingslamp is geplaatst en in deze stand wordt gehouden door de voetconstructie, en dat het huis en de voetconstructie elk voorzien zijn van ten minste één 25 opening hierin, via welke lucht kan worden gevoerd in de lamp en warmte kan worden gedissipieerd, die wordt voortgebracht door het ballastelement en de ontladingslamp wanneer de lampeenheid is bekrachtigd en in gebruik is.
17. Eenheid volgens conclusie 13, 14, 15 of 16, met het kenmerk, dat de lage druk ontladingslamp bestaat uit een luminescentielamp, waarvan het ronde glasomhulsel bestaat uit vier in hoofdzaak rechte beensegmenten, die verenigd zijn door drie U-bochtseg-35 menten en tezamen hiermede drie aaneen gevoegde U-vor- mige delen vormen, die een slankvormige ontladings- 8000839 - 28 - kanaal afbakenen, en dat het aansluitmiddel van de voetconstructie bestaat uit een van schroefdraad voorzien voetdeel met een paar verwijderd van elkaar gelegen contacten en aldus een in de langsrichting lopend aan-5 sluitdeel van het inschroeftype voor de luminescentie- . lampeenheid vormt.
18. Eenheid volgens conclusie 17,met het kenmerk, dat één van de U-bochtsegmenten bestaat uit een middendeel van het gewonden omhulsel en voorzien 10 is van een uitstekend, afgedicht bovendeel van glasma teriaal, dat een holte afbakent in het omhulsel, dat ‘ het ioniseerbare medium een tevoren bepaalde hoeveelheid kwik bevat, en dat de luminescentielamp zodanig gericht is ten opzichte van het van schroefdraad voorziene voet-15 deel, dat het afgedichte glas bovendeel een gebied ver schaft in de werkzame lamp, die dient als reservoir voor gecondenseerd kwik en aldus de kwikdampdruk bij het in werking zijn van de lamp regelt.
19. Eenheid volgens conclusie 17 of 18, m e t 20 het kenmerk, dat de voetconstructie met een houderelement van het insteektype bevat, dat geplaatst is in de nabijheid van het uiteinde van de drievoudig U-vormige gebogen luminescentielamp, en dat de elektrode-bevattende beensegmenten, die het drievoudig U-vormig 25 gebogen omhulsel afsluiten, en aansluitmiddelen dragen, die een schuifkoppeling en een elektrisch contact hebben met het insteekhoudeieLement en aldus een elektrische verbinding verschaffen, waarmede het mogelijk is om de gewonden luminescentielamp gemakkelijk te verwijderen 30 uit de inschroeflampeenheid en te vervangen.
20. Eenheid volgens conclusie 17, 18 of 19, met het kenmerk, dat de U-bochtsegmenten van het drievoud U-vormig gebogen omhulsel een zodanige kromming en oriëntatie hebben, dat de in hoofdzaak 35 rechte beensegmenten geplaatst zijn in een in hoofdzaak vierhoekige kolomopstelling en dat de beensegmenten, die het ontladingskanaal afsluiten, paarsgewijze naast elkaar 8000839 ' t - 29 - zijn geplaatst aan dezelfde zijde van het U-bochtseg-ment, dat het middendeel het omhulsel vormt, welk drievoudig U-vormig gebogen omhulsel in een recht opstaande stand ten opzichte van de voetconstructie wordt gehouden, 5 en dat de lampeenheid een licht-doorlatende mantel be vat, die rondom de gewonden luminescentielamp heenloopt en hiervoor een beschermingsmantel vormt.
21. Eenheid volgens conclusie 20, m e t het kenmerk, dat de voetconstructie voorzien is van 10 een komvormig deel, dat de uiteinden van de paarsgewijze geplaatste beensegmenten van het drievoudig U-vormige omhulsel opneemt en zijdelings uitsteekt voorbij het middelste ü-bochtsegment hiervan, dat de beschermingsmantel geplaatst op en gedragen wordt door het kom-15 vormige deel van de voetconstructie, dat het ketenmiddel bestaat uit een ballastelement, waarmede de gewonden luminescentielamp in werking kan worden gesteld op een wisselstroomvoedingsbron, en dat de beschermingsmantel en voetconstructie voorzien zijn van ventilatieopeningen, 20 waardoor lucht kan worden gevoerd door de werkzame lampeenheid en hierdoor warmte, voortgebracht door het ballastelement en de gewonden luminescentielamp, kan worden gedissipieerd.
22. Eenheid volgens conclusie 21, m e t het 25 kenmerk, dat de vier in hoofdzaak rechte beenseg menten in de vierhoekige kolomopstelling van het drievoudig U-vormig gebogen lampomhulsel verwijderd van elkaar zijn opgesteld en aldus een centrale opening afbakenen, en dat het ballastelement van het smoorspoel- 30 type is van een langwerpige configuratie met zodanige afmetingen, dat zij geplaatst is in de centrale opening, die zich in de langsrichting uitstrekt tussen de respectieve beensegmenten van het gewonden omhulsel.
23. Eenheid volgens conclusie 21,met het 35 kenmerk, dat het deel van de voetconstructie tussen het komvormige deel hiervan en het van schroefdraad voorziene voetdeel een kamer afbakent, waarin 8000839 - 30 - het ballastelement is geplaatst.
24. Eenheid volgens conclusie 23, m e t het kenmerk, dat het de kamer afbakenende deel van de voetconstructie, die het ballastelement bevat, voor-5 zien is van ventilatieopeningen voor het verschaffen van een luchtcirculatie door de kamer.
25. Eenheid volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de elektrische lage druk ontladings-lamp bestaat uit een luminescentielamp, waarvan het 10 gewonden buisvormige omhulsel in een rechtop staande stand geplaatst is ten opzichte van de voetconstructie, en dat een licht-diffunderende bescherraingsmantel op een het gewonden lampomhulsel omsluitende wijze is opgesteld en door de voetconstructie in deze stand wordt 15 gehouden, en dat de mantel en voetconstructie elk voor zien zijn van ten minste één ventilatieopening voor het laten circuleren van de lucht door de lampeenheid wanneer deze bekrachtigd en in gebruik is.
26. Eenheid volgens conclusie 25, m e t het 20 kenmerk, dat de beschermingsmantel bestaat uit een buisvormige huls met een bol kopvormig einddeel, waarin een centrale ventilatieopening is gevormd.
27. Eenheid volgens conclusie 25, m e t het kenmerk, dat de beschermingsmantel bestaat uit 25 een buisvormige huls met een eindwanddeel, waarin een aantal verwijderd van elkaar gelegen openingen zijn gevormd, die dienen als ventilatiemiddelen.
28. Eenheid volgens conclusie 27, m e t het kenmerk, dat de openingen een sleufvormige con- 30 figuratie hebben en over de omtrek verwijderd van elkaar zijn opgesteld rondom het eindwanddeel van de huls, en dat de delen van de huls zich uitstrekken langs de bovenranden van de openingen, die naar buiten zijn gebogen teneinde een venster te verschaffen voor de respec-35 tieve openingen. 8000839 * * - 31 -
29. Eenheid volgens conclusie 25, m e t het kenmerk, dat de beschermingsmantel bestaat uit een buisvormige huls met een eindwandddeel, dat voorzien is van een aantal ventilatieopeningen en overgaat in 5 een in de langsrichting lopend buisvormig deel van kleinere afmeting, dat een schoorsteenachtig doorgangs-kanaal verschaft, dat zich door het eindwanddeel uitstrekt naar het tegenover liggende uiteinde van de mantel, en dat het ketenmiddel bestaat uit een lang-10 werpige onderste element, dat vanuit de voetconstructie naar boven loopt in het schoorsteenachtige doorgangs-kanaal. van de beschermingsmantel, en dat de U-bocht-delen. van de gewonden luminescentielamp geplaatst zijn in de ruimte tussen het binnenste en buitenste buisdeel 15 van de mantel.
30. Elektrische lampeenheid, geschikt om te worden gebruikt in een verlichtingsinrichting, die een compacte lichtbron vereist en een houderorgaan bevat, dat verbonden is met ketenmiddelen, die deel uitmaken 20 van de verlichtingsinrichting, met het ken merk, dat de lampeenheid in combinatie met een elektrische ontladingslamp bestaat uit een afgedicht buisvormig omhulsel van licht-doorlatend glasmateriaal en met een gewonden configuratie, welk omhulsel een ioni-25 seerbaar medium en een paar elektroden bevat en voorzien is van een aantal onderling verbonden, in het algemeen U-vormige delen, die een enkelvoudig ontladingskanaal afbakenen, welke in het algemeen U-vorraige delen geplaatst zijn in verschillende vlakken en zodanig gericht zijn, 30 dat de in hoofdzaak recht beensegmenten van de in het algemeen U-vormige delen een driedimensionale opstelling hebben en twee van de beensegmenten in eikaars nabijheid zijn geplaatst en het ontladingskanaal afsluiten, welke in polen geplaatst zijn in de kanaal-afsluitende been-35 segmenten van het gewonden buisvormige omhulsel en ver bonden zijn met invoergeleiders, die hieraan uitsteken, en uit een voetconstructie, voorzien van aansluitmid-delen voor het bewerkstelligen van een elektrisch contact 8000839 - 32 - met het houderorgaan van de verlichtingsinrichting, welke voetconstructie gekoppeld is met de kanaal-afsluitende beensegmenten van het gewonden buisomhulsel en tezamen met de ontladingsmantel een compacte lamp-5 eenheid vormen van zodanige afmeting, dat geschikt is om te worden gebruikt in de verlichtingsinrichting en het houderorgaan hiervan, waarbij de ketenmiddelen van een type zijn, waarmede de ontladingslamp in werking kan worden gesteld op een wisseistroomvoedingsbron. 10
31. Elektrische lampeenheid, geschikt om te . worden gebruikt in een verlichtingsinrichting, die een compacte lichtbron vereist en een houderorgaan bevat, welke lampeenheid in combinatie met een elektrische ontladingslamp bestaat uit een afgedicht buisvormig om-15 hulsel, van licht-doorlatend glasmateriaal en met een gewonden configuratie, welk omhulsel een ioniseerbaar medium en een paar elektroden bevat en voorzien is van een aantal onderling verbonden, in het algemeen U-vormige delen, die een enkelvoudig ontladingsknaal afbaken, 20 welke in het algemeen in het algemeen U-vormige delen geplaatst zijn in verschillende vlakken en zodanig gericht zijn, dat het gewonden omhulsel een compacte driedimensionale configuratie heeft, en dat twee van de beensegmenten in eikaars nabijheid zijn geplaatst 25 en het ontladingskanaal afsluiten, welke elektroden geplaatst zijn in de kanaal-afsluitend beensegmenten van het gewonden buisvormige omhulsel en verbonden zijn met de invoergeleiders, die hieraan uitsteken, en dat de ontladingslamp van een type is, dat inherent een 30 vermindering van lichtuitgang vertoont wanneer zij in werking is gesteld in een omgeving, die leidt tot een oververhitting van de lamp, uit een voetconstructie, voorzien van aansluitmiddelen voor het bewerkstelligen van een elektrisch contact met het houderorgaan van de 35 verlichtingsinrichting, welke voetconstructie gekoppeld is met de kanaal-afsluitende beensegmenten van het gewonden buisvormige omhulsel en tezamen met het omhulsel een compacte eenheidconstructie vormt, en uit een 8000839 - 33 - licht-doorlatende mantel, die op een beschermende omsluitende wijze ten opzichte van de ontladingslamp is geplaatst en voorzien is ventilatieopeningen, waarmede lucht kan worden gevoerd door de lampeenheid en 5 een convectiekoeling voor de ontladingslamp kan worden verschaft. 8000839
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
US1183279 | 1979-02-13 | ||
US06/011,832 US4300073A (en) | 1979-02-13 | 1979-02-13 | Screw-in type lighting unit having a convoluted tridimensional fluorescent lamp |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL8000839A true NL8000839A (nl) | 1980-08-15 |
Family
ID=21752160
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL8000839A NL8000839A (nl) | 1979-02-13 | 1980-02-11 | Elektrische lampeenheden. |
Country Status (5)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US4300073A (nl) |
JP (1) | JPS6021465B2 (nl) |
DE (1) | DE3005017A1 (nl) |
GB (1) | GB2048559B (nl) |
NL (1) | NL8000839A (nl) |
Families Citing this family (77)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US4857806A (en) * | 1980-08-14 | 1989-08-15 | Nilssen Ole K | Self-ballasted screw-in fluorescent lamp |
US4871944A (en) * | 1979-02-13 | 1989-10-03 | North American Philips Corp. | Compact lighting unit having a convoluted fluorescent lamp with integral mercury-vapor pressure-regulating means, and method of phosphor-coating the convoluted envelope for such a lamp |
JPS5638765A (en) * | 1979-09-04 | 1981-04-14 | Toshiba Electric Equip Corp | Electric discharge lamp device |
AU529323B2 (en) * | 1979-09-29 | 1983-06-02 | K.K. Toshiba | Fluorescent lamp |
JPS5665451A (en) * | 1979-10-31 | 1981-06-03 | Toshiba Corp | Curved fluorescent lamp and its manufacture |
US4337414A (en) * | 1979-11-26 | 1982-06-29 | Westinghouse Electric Corp. | Compact fluorescent lamp having convoluted tubular envelope of tridimensional configuration, method of making such envelope, and lighting unit incorporating such lamp |
US4347460A (en) * | 1980-03-03 | 1982-08-31 | Gte Products Corporation | Compact fluorescent lamp assembly |
NL8001833A (nl) * | 1980-03-28 | 1981-10-16 | Philips Nv | Lagedrukkwikdampontladingslamp. |
US4456854A (en) * | 1980-07-15 | 1984-06-26 | Tokyo Shibaura Denki Kabushiki Kaisha | Compact fluorescent lamp |
JPS5727557A (en) * | 1980-07-28 | 1982-02-13 | Toshiba Corp | Fluorescent lamp device |
US6198228B1 (en) * | 1980-08-14 | 2001-03-06 | Ole K. Nilssen | Plug-in fluorescent lighting system |
US6172464B1 (en) * | 1980-08-14 | 2001-01-09 | Ole K. Nilssen | Compact screw-in fluorescent lamp |
US5343124A (en) * | 1980-08-14 | 1994-08-30 | Nilssen Ole K | Shock-hazard-free lighting means |
JPS5738551A (en) * | 1980-08-20 | 1982-03-03 | Toshiba Corp | Fluorescent lamp device |
JPS5750762A (en) * | 1980-09-10 | 1982-03-25 | Toshiba Corp | Fluorescent lamp |
NL8005112A (nl) * | 1980-09-11 | 1982-04-01 | Philips Nv | Lagedrukkwikdampontladingslamp. |
NL185639C (nl) * | 1980-10-29 | 1990-06-01 | Philips Nv | Lagedrukkwikdampontladingslamp. |
US4375607A (en) * | 1981-03-23 | 1983-03-01 | Westinghouse Electric Corp. | Compact lamp unit having plug-in fluorescent lamp and module components |
DE3112878A1 (de) * | 1981-03-31 | 1982-10-14 | Patent-Treuhand-Gesellschaft für elektrische Glühlampen mbH, 8000 München | Quecksilberdampf-niederdruckentladungslampe und verfahren zur herstellung |
JPS57202056A (en) * | 1981-06-05 | 1982-12-10 | Toshiba Corp | Fluorescent lamp unit |
JPS58178952A (ja) * | 1982-04-14 | 1983-10-20 | Toshiba Corp | けい光ランプ装置 |
US4503360A (en) * | 1982-07-26 | 1985-03-05 | North American Philips Lighting Corporation | Compact fluorescent lamp unit having segregated air-cooling means |
DE3230192A1 (de) * | 1982-08-13 | 1984-02-16 | Patent-Treuhand-Gesellschaft für elektrische Glühlampen mbH, 8000 München | Einseitig gesockelte kompakt-leuchstofflampe |
US4922393A (en) * | 1983-03-25 | 1990-05-01 | Scientific Component Systems, Inc. | Lamp apparatus |
US4704664A (en) * | 1983-03-25 | 1987-11-03 | Scientific Component System, Inc. | Lamp apparatus |
US4520436A (en) * | 1983-03-25 | 1985-05-28 | Nrg Inc. Mn | Lamp apparatus |
JPS59170368U (ja) * | 1983-04-28 | 1984-11-14 | 日本電気ホームエレクトロニクス株式会社 | 電球型螢光ランプ |
JPS5984759U (ja) * | 1983-09-12 | 1984-06-08 | 東芝ライテック株式会社 | けい光ランプ装置 |
JPS5984758U (ja) * | 1983-09-12 | 1984-06-08 | 東芝ライテック株式会社 | けい光ランプ装置 |
JPS6095828A (ja) * | 1983-10-31 | 1985-05-29 | Toshiba Corp | けい光ランプの製造方法 |
EP0172911A4 (en) * | 1984-03-02 | 1988-08-17 | Mitsubishi Electric Corp | LOW PRESSURE ELECTRIC DISCHARGE LAMP. |
EP0181398B1 (en) * | 1984-03-02 | 1990-11-14 | Mitsubishi Denki Kabushiki Kaisha | Low-pressure discharge lamp |
WO1985004769A1 (en) * | 1984-04-09 | 1985-10-24 | Nigg Juerg | Process for releasibly connecting electric lighting apparatuses, adapter respectively ballast and circuit with a high frequency generator |
US4521837A (en) * | 1984-06-20 | 1985-06-04 | Gte Products Corporation | Compact fluorescent lamp having increased light output |
US4587462A (en) * | 1984-08-10 | 1986-05-06 | Gte Laboratories Incorporated | Fluorescent light source with parallel DC discharges |
DE3432675A1 (de) * | 1984-09-05 | 1986-03-13 | Patent-Treuhand-Gesellschaft für elektrische Glühlampen mbH, 8000 München | Kompakte niederdruckentladungslampe |
JPS6178043A (ja) * | 1984-09-25 | 1986-04-21 | Matsushita Electric Works Ltd | 螢光ランプ |
GB8523509D0 (en) * | 1985-09-24 | 1985-10-30 | Linolite Ltd | Luminaire |
US4855635A (en) * | 1986-02-18 | 1989-08-08 | Gte Products Corporation | Fluorescent lamp unit with magnetic field generating means |
JPH0350043Y2 (nl) * | 1986-09-02 | 1991-10-25 | ||
GB2209431A (en) * | 1987-09-02 | 1989-05-10 | Fook Tin Plastic Factory Limit | A discharge lamp provided with a removable ballast unit |
US4934768A (en) * | 1988-06-27 | 1990-06-19 | Gte Products Corporation | Picture element lamp assembly for information display system |
US4990821A (en) * | 1988-06-27 | 1991-02-05 | Gte Products Corporation | Multicolor picture element with merged colors |
JPH0313928Y2 (nl) * | 1989-02-01 | 1991-03-28 | ||
DE4011213A1 (de) * | 1990-03-19 | 1991-09-26 | Holzer Walter | Compact-leuchtstofflampe |
DE4037947A1 (de) * | 1990-04-09 | 1992-06-04 | Holzer Walter | Compact-leuchtstofflampe |
US5672932A (en) * | 1992-05-04 | 1997-09-30 | Goldman; Dennis | Compact lamp assembly with tubular portions arranged in V-shaped configuration |
DE29500790U1 (de) * | 1995-01-19 | 1995-04-06 | Piruzram, Mansur, 95180 Berg | Energiesparlampe |
US5834889A (en) | 1995-09-22 | 1998-11-10 | Gl Displays, Inc. | Cold cathode fluorescent display |
US5720548A (en) * | 1995-11-14 | 1998-02-24 | Progressive Technology In Lighting, Inc. | High luminance fluorescent lamp assembly |
US5811937A (en) * | 1996-04-10 | 1998-09-22 | Link Usa International, Inc. | Bulb-type electronic energy-saving lamp |
DE29602733U1 (de) * | 1996-02-20 | 1996-04-04 | Holzer, Walter, Prof. Dr.h.c. Ing., 88709 Meersburg | Energiesparlampe mit gewendeltem Gasentladungsgefäß und trennbarem Vorschaltgerät |
DE19908750B4 (de) * | 1999-02-19 | 2006-02-02 | High-Lux Lichttechnik Gmbh & Co. Vertriebs Kg | Verfahren und Vorrichtung zur Herstellung von Entladungsgefäßen |
US7126450B2 (en) | 1999-06-21 | 2006-10-24 | Access Business Group International Llc | Inductively powered apparatus |
US7385357B2 (en) | 1999-06-21 | 2008-06-10 | Access Business Group International Llc | Inductively coupled ballast circuit |
US7612528B2 (en) | 1999-06-21 | 2009-11-03 | Access Business Group International Llc | Vehicle interface |
US6825620B2 (en) | 1999-06-21 | 2004-11-30 | Access Business Group International Llc | Inductively coupled ballast circuit |
US20020145378A1 (en) * | 2001-04-04 | 2002-10-10 | Hui Ron Shu Yuen | Novel structures for electronically-controlled compact fluorescent lamps |
US7042147B2 (en) * | 2002-08-27 | 2006-05-09 | Lcd Lighting, Inc. | Serpentine fluorescent lamp with shaped corners providing uniform backlight illumination for displays |
US6791272B2 (en) * | 2002-08-27 | 2004-09-14 | Lcd Lighting, Inc. | Fluorescent lamp providing uniform backlight illumination for displays |
CN2594965Y (zh) * | 2002-11-19 | 2003-12-24 | 上海翔山实业有限责任公司 | 改进型全螺旋荧光灯 |
EP1714303A2 (en) * | 2004-02-10 | 2006-10-25 | TBT Asset Management International Limited | Gas discharge fluorescent device with lamp support |
CN2722428Y (zh) * | 2004-07-21 | 2005-08-31 | 上海正贝照明电器有限公司 | 镇流器内藏式一体化节能灯 |
US7462951B1 (en) | 2004-08-11 | 2008-12-09 | Access Business Group International Llc | Portable inductive power station |
US7408324B2 (en) | 2004-10-27 | 2008-08-05 | Access Business Group International Llc | Implement rack and system for energizing implements |
US20060273731A1 (en) * | 2005-06-06 | 2006-12-07 | Tbt Asset Management International Limited | High Power Cold Cathode Tubular Fluorescent Lamp |
ES2376350T3 (es) * | 2005-07-20 | 2012-03-13 | Tbt Asset Management International Limited | Unidad de iluminación con l�?mpara fluorescente de c�?todo fr�?o de forma serpentina. |
CN100453892C (zh) * | 2006-05-23 | 2009-01-21 | 陈卫 | 一种电子节能灯罩壳的压合装置 |
US7517235B2 (en) | 2006-12-28 | 2009-04-14 | General Electric Company | Press fit connection for mounting electrical plug-in outlet insulator to a busway aluminum housing |
US7484861B2 (en) * | 2007-04-04 | 2009-02-03 | Ti-Hsien Wu | Assembly structure for an energy-saving lamp |
US7973489B2 (en) | 2007-11-02 | 2011-07-05 | Tbt Asset Management International Limited | Lighting system for illumination using cold cathode fluorescent lamps |
US8492991B2 (en) | 2007-11-02 | 2013-07-23 | Tbt Asset Management International Limited | Lighting fixture system for illumination using cold cathode fluorescent lamps |
KR200439972Y1 (ko) * | 2007-12-18 | 2008-05-19 | 조헌구 | 방전등 냉각장치 |
RU2396092C1 (ru) * | 2009-05-20 | 2010-08-10 | Яков Абраммерович Гольдштейн | Установка для обеззараживания воздуха |
US8974095B2 (en) | 2009-09-23 | 2015-03-10 | Osram Ag | Coupling component for lighting devices |
DE102010013427B4 (de) * | 2010-03-30 | 2016-02-25 | Uv-Technik Speziallampen Gmbh | Lampe mit Öffnungen im Sockel und Spalt zwischen Hüllelement und Sockel |
DE102010063483B4 (de) * | 2010-12-20 | 2012-09-27 | Osram Ag | Niederdruck-Gasentladungslampen-Körper, Niederdruck-Gasentladungslampe und Verfahren zum Herstellen eines Niederdruck-Gasentladungslampen-Körpers |
Family Cites Families (28)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US1898615A (en) * | 1928-08-13 | 1933-02-21 | Electron Lights Inc | Luminous tube |
FR765813A (fr) * | 1932-12-21 | 1934-06-16 | Patent Treuhand Ges Fuer Elektrische Gluehlampen Mbh | Dispositif électrique destiné à l'émission lumineuse |
DE620831C (de) * | 1933-04-03 | 1935-10-28 | Philips Nv | Elektrische, Dampf schwerfluechtiger Metalle enthaltende Entladungsroehre, insbesondere zur Lichtausstrahlung |
NL38910C (nl) * | 1934-04-19 | |||
BE433935A (nl) * | 1938-05-19 | |||
GB645346A (en) * | 1944-02-26 | 1950-11-01 | Philips Nv | Improvements in or relating to sodium-vapour dark-room lamps |
US2561868A (en) * | 1946-12-20 | 1951-07-24 | Gen Electric | Gaseous electric discharge lamp |
BE488439A (nl) * | 1948-04-19 | |||
DE837892C (de) * | 1950-06-14 | 1952-05-02 | Dominitwerke | Leuchtstoff- beziehungsweise Quecksilberdampflampe in Form einer gewoehnlichen Gluehlampe |
US2831152A (en) * | 1952-05-31 | 1958-04-15 | Patent Treuhand Ges Fuer Elektrische Gluehlampen Mbh | Electronic flash lamps |
NL98672C (nl) * | 1958-09-05 | |||
US3501662A (en) * | 1967-12-29 | 1970-03-17 | Westinghouse Electric Corp | Planar or three-dimensional fluorescent lamp and method of manufacture |
US3521120A (en) * | 1968-03-20 | 1970-07-21 | Gen Electric | High frequency electrodeless fluorescent lamp assembly |
US3551736A (en) * | 1968-04-02 | 1970-12-29 | Gunther Anthony Doehner | Fluorescent lamps constructed for use in conventional light fixtures |
DE2125638A1 (de) * | 1971-05-24 | 1972-12-07 | Doehner G | Fluoreszierender Beleuchtungskörper |
JPS4928295A (nl) * | 1972-07-08 | 1974-03-13 | ||
JPS4928293A (nl) * | 1972-07-10 | 1974-03-13 | ||
JPS535038B2 (nl) * | 1972-07-11 | 1978-02-23 | ||
US3833828A (en) * | 1972-08-16 | 1974-09-03 | J Vivari | Illumination array structure |
US3815080A (en) * | 1973-04-12 | 1974-06-04 | F Summa | Fluorescent lamp adapter assembly |
US3953761A (en) * | 1974-04-03 | 1976-04-27 | Thomas Lo Giudice | Fluorescent light bulb for use in conventional incandescent bulb fixture |
US3899712A (en) * | 1974-05-01 | 1975-08-12 | Gen Electric | Tapered helical compact fluorescent lamp |
US4093893A (en) * | 1976-11-22 | 1978-06-06 | General Electric Company | Short arc fluorescent lamp |
NL174104C (nl) * | 1977-08-23 | 1984-04-16 | Philips Nv | Lampeenheid. |
NL179854C (nl) * | 1977-08-23 | 1986-11-17 | Philips Nv | Lagedrukkwikdampontladingslamp. |
NL7709266A (nl) * | 1977-08-23 | 1979-02-27 | Koninkl Philips Electronics Nv | Lagedrukkwikdampontladingslamp. |
NL7810672A (nl) * | 1978-10-26 | 1980-04-29 | Philips Nv | Lagedrukkwikdampontladingslamp. |
JPS6318118Y2 (nl) * | 1978-12-15 | 1988-05-23 |
-
1979
- 1979-02-13 US US06/011,832 patent/US4300073A/en not_active Expired - Lifetime
-
1980
- 1980-02-08 GB GB8004223A patent/GB2048559B/en not_active Expired
- 1980-02-11 DE DE19803005017 patent/DE3005017A1/de active Granted
- 1980-02-11 NL NL8000839A patent/NL8000839A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-02-13 JP JP55015587A patent/JPS6021465B2/ja not_active Expired
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
JPS55108163A (en) | 1980-08-19 |
DE3005017C2 (nl) | 1988-10-27 |
GB2048559B (en) | 1983-05-18 |
US4300073A (en) | 1981-11-10 |
JPS6021465B2 (ja) | 1985-05-28 |
DE3005017A1 (de) | 1980-08-21 |
GB2048559A (en) | 1980-12-10 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL8000839A (nl) | Elektrische lampeenheden. | |
US4871944A (en) | Compact lighting unit having a convoluted fluorescent lamp with integral mercury-vapor pressure-regulating means, and method of phosphor-coating the convoluted envelope for such a lamp | |
US4270071A (en) | Composite base and ballast member for compact single-ended fluorescent lamp | |
KR100844538B1 (ko) | 안정기를 갖는 형광등 소켓에 사용할 수 있는 led조명등 | |
US5720548A (en) | High luminance fluorescent lamp assembly | |
NL8006420A (nl) | Elektrische ontladingslamp en werkwijze voor het vervaardigen hiervan. | |
US7390106B2 (en) | Lighting apparatus | |
NL8200947A (nl) | Elektrische lampeenheid. | |
WO2009035203A1 (en) | Led lighting of fluorescent lamp with ballaster | |
JPH10208702A (ja) | コンパクト蛍光ランプ | |
US5541477A (en) | Self ballasted compact fluorescent lamp | |
JP2001035239A (ja) | 照明器具 | |
US7178944B2 (en) | Lighting apparatus | |
JP5325788B2 (ja) | 高い色温度を有する放電ランプ | |
US7053540B2 (en) | Energy efficient compact fluorescent reflector lamp | |
JP2004516621A (ja) | 水銀が減少したカラートーン蛍光灯 | |
JP3075996U (ja) | チューブ型ledランプ | |
US6838837B2 (en) | Ultraviolet fluorescent lamp with unique drive circuit | |
WO2009087736A1 (ja) | 放電ランプ及び照明装置 | |
US4317069A (en) | Means and method for controlling lumen output and power consumption of phosphor excitable lamps | |
US7298088B2 (en) | Arc tube and low-pressure mercury lamp | |
CN101903700A (zh) | 放电灯以及照明装置 | |
US7334916B2 (en) | Illumination device | |
KR101101958B1 (ko) | 소형 형광등 | |
JP2003100258A (ja) | 蛍光ランプおよび電球形蛍光ランプ |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
CNR | Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection) |
Free format text: NORTH AMERICAN PHILIPS LIGHTING CORPORATION |
|
BV | The patent application has lapsed |