[go: up one dir, main page]

NL8802508A - Aansteker met vloeibaar gas. - Google Patents

Aansteker met vloeibaar gas. Download PDF

Info

Publication number
NL8802508A
NL8802508A NL8802508A NL8802508A NL8802508A NL 8802508 A NL8802508 A NL 8802508A NL 8802508 A NL8802508 A NL 8802508A NL 8802508 A NL8802508 A NL 8802508A NL 8802508 A NL8802508 A NL 8802508A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
flow
tube
lighter
gas
section
Prior art date
Application number
NL8802508A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Sandaco Sa
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sandaco Sa filed Critical Sandaco Sa
Publication of NL8802508A publication Critical patent/NL8802508A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F23COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
    • F23QIGNITION; EXTINGUISHING-DEVICES
    • F23Q2/00Lighters containing fuel, e.g. for cigarettes
    • F23Q2/16Lighters with gaseous fuel, e.g. the gas being stored in liquid phase
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F23COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
    • F23QIGNITION; EXTINGUISHING-DEVICES
    • F23Q2/00Lighters containing fuel, e.g. for cigarettes
    • F23Q2/16Lighters with gaseous fuel, e.g. the gas being stored in liquid phase
    • F23Q2/162Lighters with gaseous fuel, e.g. the gas being stored in liquid phase with non-adjustable gas flame
    • F23Q2/163Burners (gas valves)

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Lighters Containing Fuel (AREA)
  • Filling Or Discharging Of Gas Storage Vessels (AREA)
  • Feeding, Discharge, Calcimining, Fusing, And Gas-Generation Devices (AREA)

Description

jC
N035419 1
Aansteker met vloeibaar gas.
De uitvinding heeft betrekking op een aansteker met vloeibaar gas bevattende: een frame of lichaam voorzien van een reservoir voor vloei-5 baar gas, een gasafvoerkanaal, waarbij het voor een gasstroom mogelijk is om te stijgen tussen het reservoir en het afvoerkanaal, stroomaf-sluitmiddel en bestaande uit een deksel, een niet variabele stroomsnel-heidsbeperker en middelen voor het geleiden van de stroom vanaf het inwendige van het reservoir naar het stroomafsluitmiddel.
10 Bij gebruikelijke aanstekers leiden de zeer ingewikkelde werkwijze voor het samenstellen en de spreiding van eigenschappen van de ruwe materialen tot variaties in de snelheid van de gasstroom en daarom tot afwijkingen van de vereiste vlamhoogte. Temperatuur heeft ook een uitwerking omdat door variatie van de druk in het gas in het reservoir 15 temperatuurveranderingen de vlamhoogte doet wijzigen ten opzichte van de fabriekswaarden, vaak met als gevolg dat de veiligheidslimieten voor de gebruiker worden overschreden of de rationele limieten voor de werking van de aansteker. Vele landen hebben een wettelijke beperking met betrekking tot de vlamhoogte waarbij de ASTM RECOMMENDATION IN Standard 20 F-400-85 (november 1985) gewoonlijk wordt gebruikt.
De laatste ontwikkeling van aanstekers (zonder stroomsnelheidsre-gelmiddel en) beperken de stroom door het gebruik van microscopische membranen (bijna uitsluitend in aanstekers van het "Celgard"-fabrikaat, types 2400 en 2500), lijden aan de hier juist vermelde gebreken en ge-25 ven ook hanteringsmoeilijkheden bij de montage ten gevolge van breekbaarheid van het microscopische membraan en het feit dat dit ontstabiel wordt bij gebruik ten gevolge van de inconsistentie daarvan (dikte van 0,025 mm en scheursterkte van 1,4 kg/mm^) en ten gevolge van het feit dat de eigenschappen daarvan variëren met de temperatuur. Het ver-30 schijnsel van hoge vlammen die gevaarlijk zijn voor de gebruiker nadat de aansteker is gevallen is kenmerkend en is het gevolg van het feit dat het membraan scheurt door een waterhamerslag vanuit de massa van vloeibaar gas op het moment van de stoot.
Een gebruikelijke oplossing van het probleem is aanstekers te ver-35 schaffen met verschillende middelen voor het beperken van de snelheid van de gasstroom; ongelukkerigwijs doet deze oplossing de prijs van het produkt verhogen terwijl in elk geval de vlamhoogte alleen maar kan worden versteld nadat de ongewenste effecten daarvan zijn opgemerkt.
Het is bekend dat sommige gasaanstekers de gasstroom beperken door 140 middel van de instelbare samendrukking van vezelachtige vellen of .8802508 2 sponsen (US-P-1.737.037) of door het gebruik van microscopische membranen (FR-P-2.613.638 en US-P-4.496.309) en door het gebruik van materialen die via speciale werkwijzen zijn gesinterd of samengeperst (FR-P-2.450418). Alle deze stappen spruiten voort uit een gemeenschap-5 pelijke basis. Omdat het vroeger onmogelijk was om via een industriële werkwijze een maat of standaard te verkrijgen in de vorm van een enkel gecalibreerde opening met een zeer geringe dwarsdoorsnede en met afmetingen welke deze industrieel geschikt zou maken, nemen de verschillende vermelde technologiën een toevlucht tot het plaatsen van 10 een groot aantal stromingskanalen op elkaar waarvan de afzonderlijke hydrodynamische eigenschappen niet bekend zijn maar waarvan de eigenschappen in het totaal - dat wil zeggen geïntegreerd over een bepaalde stromingsoppervlakte of -oppervlak - zijn aangepast (met een onvermijdelijke spreiding inherent aan het zeer statistisch concept van het 15 systeem) - aan gemiddelde waarden die geschikt zijn voor het gebruik in aanstekers. Het concept van de stromingsdwarsdoorsnede heeft daardoor een nieuwe variatiefactor gebracht in de stroomsnelheid omdat een dergelijke doorsnede tot stand moet worden gebracht en daarom onderworpen is aan de variaties en afwijkingen die inherent zijn aan de werkwijze 20 voor het vervaardigen ervan.
Alle technologiën voor het vervaardigen van de vermelde stroom-beperkingselementen zijn ingewikkeld terwijl de produkten verkregen uit de werkwijze vaak buiten de tolerantiegrenzen liggen, waarbij slechts een zeer eng randgebied van de gehele produktie bruikbaar is. De mi-25 croscopische membranen ondergaan microscopisch kleine scheidingen door een trekken in twee richtingen bij een walsproces met gecontroleerde temperatuur, waarbij een zeer dunne foelie het wezenlijke eindprodukt is ter verzekering van een goede porositeit, waarbij moeilijkheden met betrekking tot het behandelen en het nabehandelen die men zich makke-30 lijk kan voorstellen. Na enig gebruik bevindt de porositeit van de gesinterde stroombeperkingselementen zich ver onder de waarde die normaal is voor onderdelen die op dit terrein van de techniek worden gebruikt, zoals filters en afschelders, terwijl de werkwijze voor het vervaardigen daarvan zeer ingewikkeld en moeilijk is.
35 Doel van de uitvinding is een aansteker te verschaffen waarmede de genoemde nadelen worden vermeden en waarmede een stroomsnelheid met een verbeterde constantheid wordt verschaft.
Verrassenderwijs wordt dit bereikt bij een aansteker van de hierboven genoemde soort, waarin de stroombeperker en het stroomafsluitmid-40 del zijn uitgevoerd in de vorm van een enkele buis met een lengte gro- .8802508 3 ter dan 5 mm en welke ten minste een in lengterichting lopend kanaal bezit met een totale stromingsdwarsdoorsnede, met inbegrip van de som van de stromingsdwarsdoorsnede van alle dergelijke kanalen, van tussen 0,03 en 0,002 mm2, waarbij de buis hermetisch past in het lichaam van 5 de aansteker, hetzij direkt of met tussenplaats!ng van een ondersteu-ningsorgaan.
De beperkerbuis maakt de aansteker betrouwbaarder en praktischer dan de gebruikelijke aanstekers omdat de aanstekers volgens de uitvinding robuuster is en een minder verdeelde gasstroming bezit, die ook 10 stabieler is met betrekking tot temperatuurvariaties. De kosten zijn ook aanzienlijk lager omdat de onderdelen goedkoper zijn en het monteren eenvoudiger is.
Andere voordelen en kenmerken van de aansteker volgens de uitvinding zullen hierna worden beschreven aan de hand van voorkeursuit-15 voeringsvormen. De beschrijving is niet limitatief en verwijst naar de bijgaande tekeningen.
Figuur 1 geeft een axiale doorsnede weer door de klep van een aansteker met vloeibaar gas, waarbij de doorsnede is genomen door het lijf van de aansteker en de beperkerbuis.
20 Figuur 2 geeft dezelfde aanzicht als figuur 1 van een andere uit voeringsvorm.
Figuren 3a - 3f geven voorbeelden weer van dwarsdoorsneden van de buis.
De aansteker omvat een lichaam 2, waarvan alleen die delen daarvan 25 zijn weergegeven die aangrenzen aan de klep. Met betrekking tot figuren 1 en 2 moeten deze zodanig worden opgevat dat het lichaam 2 zich naar beneden toe uitstrekt en is gedompeld in een reservoir 4 voor vloeibaar gas.
Het lichaam 2 omvat ook een buisvormig deel 6 met een uitstekend 30 deel 8 en een deel 10, waarvan het laatstgenoemde is gebracht in het reservoir 4. Het buisvormige deel 6 is bij voorkeur cilindrisch en is voorzien van een ononderbroken zich in lengterichting uitstrekkend kanaal 12 welke al dan niet delen met verschillende diameters kan bezitten. Het buisvormige deel 6 ontvangt de klep; als deze wordt geopend 35 stroomt brandbaar gas vanuit het reservoir 4 waarbij de uitdrukkingen "stroomopwaarts" en "stroomafwaarts" hierna zullen worden gebruikt voor het aangeven van de richting naar het reservoir 4 toe respectievelijk de tegengestelde richting.
Bij voorkeur grijpt een ondersteun!ngsorgaan 14 hermetisch ten 40 minste in het deel 10 van het buisvormig deel 6 terwijl dit bij voor- . 6802508 4 keur een zijdelingse verwijding 16 bezit die direkt boven het deel 10 is geplaatst.
Het ondersteuningsorgaan 14 is voorzien van een kanaal 18 waarin de buis 20 hermetisch wordt ontvangen door middel van een voetstuk dat 5 is gebaseerd op zeer kleine verschillen tussen de kanaal diameter en de buisdiameter of door middel van elk ander systeem welke zorgt voor de onbeweegbaarheid en hermetische afsluiting van de verbinding, zoals door middel van flenzen, lijmen met kleefstof of dergelijke. Bij voorkeur grijpt de buis 20 in het kanaal 18 over een lengte van 3 tot 5 10 mm.
Volgens een ander kenmerk van de uitvinding is de buis 20 direkt in het lichaam 2 gestoken, in welk geval deze is voorzien van een kanaal dat gelijk is aan het kanaal 18.
De buis 20 vormt een middel voor het geleiden van de stroom van 15 gas die zich in het reservoir 4 bevindt terwijl deze ook werkt als een middel voor het beperken van de snelheid van een dergelijke stroom.
De buis 20 is langer dan 5 mm en strekt zich bij voorkeur uit tot in de nabijheid van de basis (niet weergegeven) van het reservoir 40. Bij voorkeur is de buis voorzien van een enkele zich in lengterichting 20 uitstrekkend kanaal 22; een aantal onafhankelijke kanalen 22a, 22b, 22c kan echter zijn aangebracht waarbij de totale doorgang of de stroom-dwarsdoorsnede (voorzover van toepassing verkregen uit de som van de stroomdoorsneden van elk onafhankelijk kanaal) zeer verkleind is, waarbij deze 0,003 en 0,002 m2 draagt, afhankelijk van de vorm van de geko-25 zen dwarsdoorsnede en andere parameters. De buis is voor wat zijn uitwendige vorm betreft in hoofdzaak cilindrisch terwijl de uitwendige diameter bij voorkeur tussen 0,5 en 1 mm bedraagt. De stroomdwarsdoorsne-de van elk van de kanalen 22 is in hoofdzaak constant over de buis-1 engte en bezit een bekende en voorafbepaalde afmeting afhankelijk van 30 de vereiste stroombeperking.
De buis 20 is vervaardigd uit een materiaal met bevredigende chemische, thermische en maatstabiliteit en dat geschikt is voor de werkwijze voor het vervaardigen van de buis. Een acetal-homopolymeer voldoet aan deze eisen.
35 Bij voorkeur bezitten de kanalen 20 vormen met een grote omtrek- oppervlakteverharding in de dwarsdoorsnede. Kanalen worden daarom verschaft met in lengterichting lopende oppervlakken 24 die zodanig in hoofdzaak tegenover elkaar zijn geplaatst dat deze zeer nauwe spleten begrenzen tussen de tegenover elkaar geplaatste oppervlakken 24, waar-40 bij kleine scheurtjes of spleetjes overblijven die in sommige gevallen © 68 0 Jt 5 0 8 5 een labyrinthachtige vorm bezitten. De dwarsdoorsnede weergegeven in figuur 3a en 3f zijn voorbeelden van verschillende vormen en afmetingen van de dwarsdoorsnede van de kanalen die bruikbaar zijn voor stroombe-perking. Hierna zal naar deze speciale vórmen worden verwezen als be-5 lastingsverliezen worden besproken.
De buizen 20 worden vervaardigd door extrusie met afmetingen die verscheidene keren groter zijn dan die van het eindprodukt, waarbij de moeilijkheid van de werkwijze gelijk is aan de moeilijkheid bij het vervaardigen van elke buis. Bij verlaten van de extrusieinrichting, 10 waarbij het materiaal zich nog in de plastische toestand bevindt en bij een werkwijze die gelijk is aan de werkwijze voor het vervaardigen van textiel vezels, wordt de geëxtrudeerde buis getrokken, waarbij de buitendiameter en de inwendige stroomdwarsdoorsnede beide worden verkleind. Na afkoeling is alles wat overblijft deze ononderbroken ver-15 vaardigde buis in delen met de vereiste lengte te verdelen. De variaties in de stroomsnelheid tussen buizen met dezelfde inwendige vorm en dezelfde lengte en die zijn vervaardigd via deze werkwijze en die zijn beproefd met de brandstoffen voor de vermelde aanstekers is onder normale omstandigheden minder dan + 4% van de gemiddelde waarde zonder dat 20 het nodig is om verder in te stellen.
In het uitstekende deel 8 van het buisvormige deel 6 is een afvoerkanaal 30 geplaatst welke een speling bezit van ongeveer 0,1 mm ten opzichte van het orgaan dat zich daarom heen uitstrekt. Het afvoerkanaal 30 kan in lengterichting worden bewogen tussen een eerste maximale 25 ingestoken positie, overeenkomend met de klep in gesloten toestand en de tweede positie (niet weergegeven) waarin het kan worden bewogen bij gebruik van bedieningsmiddelen welke de neiging hebben om het afvoerkanaal in zijn eerste stand te houden. Dergelijke middelen zijn normaal en daarom niet weergegeven.
30 Het afvoerkanaal 30 heeft een axiale binnenste leiding 30 waar doorheen gas kan ontsnappen naar de atmosfeer waarbij het gas de leiding 32 bereikt via spleten 36. Met het afvoerkanaal 30 is een afsluit-inrichting verbonden bestaande uit een deksel 34, bij voorkeur in de vorm van een schijf welke kan zijn vervaardigd uit een elastomeer met 35 lage hardheid (een Shore-hardheid van ongeveer 70) en welke een beproefde chemiche en thermiche stabiliteit bezit, zoals een acryloni-trilbutadieen. Het boveneinde van de buis 20 en het deksel 34 werken samen voor het afgrenzen van een kamer 38.
Bij een eerste uitvoeringsvorm weergegeven in figuur 1 is het on-40 dersteuningsorgaan niet onderhevig aan beperkingen met betrekking tot «ÊSD2508 6 warmtegeleidbaarheid of specifieke warmte omdat de brandstof die aankomt door de stroombeperkersbuis 20 zich in gasvorm bevindt en, nadat deze is verdampt in het vloei stoflichaam van het reservoir 40, geen verdere toevoeging van verhitten nodig heeft. Het ondersteun!ngsorgaan 5 14 kan daarom zijn vervaardigd uit koper of aluminium of uit zinkle-geringen en bij voorkeur uit kunststoffen, zoals een acetaalhomopoly-meer, die het meest geschikt is, omdat deze dezelfde warmteuitzettings-coëfficiënt bezit als de buis 20. Bij deze uitvoeringvorm werkt de aansteker in de gasfase waarbij niets anders dan verdampte brandstof 10 door de buis 20 stroomt. Hiertoe moeten enige wijzigingen worden aangebracht aan de moleculaire structuur van het oppervlak van het materiaal dat wordt gebruikt voor de buis 20, op kenmerkende wijze een silani-serig (bijvoorbeeld met 1,1,1,3,3,3-hexamethylsilazaan) of een behandeling met siliconen of gefluorineerde verbindingen die plakken aan het 15 materiaal van de buis 20 zodat deze een lipofobisch gedrag vertoont - dat wil zeggen dat deze voorkomt dat de kolom vloeibaar gas stijgt en het daarom nodig maakt om de brandstof in het vloei stoflichaam te verdampen.
In de uitvoeringsvorm weergegeven in figuur 2 bezit het ondersteu-20 ningsorgaan 14 een verlenging 40 die coaxiaal loopt met een in lengterichting lopend deel van het afvoerkanaal 30, waarbij een verkleinde radiale spleet aanwezig is tussen de verlenging 40 en dat deel met afvoerkanaal 30. De verlenging 40 heeft een schotel vormige vorm en strekt zich uit rondom de buitenzijde van het overeenkomstige deel an het af-25 voerkanaal 30.
Bij deze uitvoeringsvorm is het ondersteun!ngsorgaan 40 bij voorkeur vervaardigd uit metaal, zoals koper of aluminium of een zinkle-gering, of elk ander materiaal welke een goede geleider en accumulator voor warmte is zodat dit zorgt voor een gemakkelijke verdamping van de 30 vloeibare brandstof, die zich omhoog beweegt door de buis 20. De warmte wordt afgegeven in de tijd direkt na het openen van de afsluitinrich-ting uit de specifieke warmte die is geaccumuleerd in massavorm in het ondersteuningsorgaan 14 en vervolgens uit de warmte die wordt afgeleverd door de vlam en die door straling en geleiding wordt getranspor-35 teerd door het afvoerkanaal 30 en de verlenging 40 van het ondersteu-ningsorgaan. Het ondersteun!ngsorgaan 40 kan worden vervaardigd door machinale bewerking of persen of injectie en moet een minimale massa hebben zodanig dat een specifieke warmtebeschikbaarheid wordt verschaft van 0,15 joules/°C.
40 Ook de kamer 38 moet kleine afmetingen bezitten om wervelingen te .8802508 7 versterken, hetgeen de warmteuitwisseling versterkt en overmatige verzadiging van brandstof die direkt na de start van de ontsteking kortstondig wordt verbruikt voorkomt. Dit zorgt ervoor dat vorming van te grote vlammen ten gevolge van verzameling bij het begin van een ont-5 steking niet merkbaar plaatsvindt. Bij deze uitvoeringsvorm werkt de aansteker in de vloeistoffase waarbij de beperkerbuis 20 vloeibaar gas toevoert.
Bij deze uitvoeringsvorm met vloeibare fase moet het afvoerkanaal 30 vervaardigd zijn uit een materiaal welke een goede warmtegeleider 10 is, zoals een zinklegering.
Zoals hiervoor gesteld, staat het ondersteuningsorgaan 14 stevig in afdichtende aangrijping met het buisvormige deel 6, waartoe het buitenoppervlak van het orgaan 14 geschikt is om verankering daarvan in het buisvormige deel 6 met een volledige afdichtende stevigheid en met 15 het vermogen om de inwendige druk van het vloeibare gas zonder beweging te verzekeren. In de uitvoeringsvorm volgens figuur 2 heeft het buitenoppervlak van de verlenging 40 soortgelijke eigenschappen als het buitenoppervlak van het ondersteuningsorgaan 14 om een geschikte passing in het binnenoppervlak van het uitstekend deel 8 van het buisvormige 20 deel 6 te verzekeren.
Het vloeibare gas dat gewoonlijk wordt gebruikt als aansteker-brandstof is isobutaan of als vervanging daarvan een mengsel van lineaire koolwaterstoffen (n-propaan, n-butaan en isobutaan) die vluchtig zijn bij omgevingstemperatuur en die dezelfde eigenschappen hebben als 25 die van isobutaan. Bij 23°C bezit isobutaan een relatieve dampdruk van 3,25 bar (0,325 MPa). Bij temperaturen boven of onder 23°C, die ook omgevingstemperaturen kunnen zijn, is de dampdruk respectievelijk boven of onder 3,25 bar terwijl de aansteker toch nog een funktionele vlam moet leveren. Omdat de druk aan het stroomafwaartse einde van de kamer 30 38 slechts iets groter moet zijn dan de atmosferische druk (om te zorgen voor een normale vlamhoogte) moet de drukval tussen het stroomop-waartse einde en het stroomafwaartse einde van de beperkerbuis 20 in hoofdzaak het drukverschil bedragen tussen de druk in het reservoir 4 en de atmosferische druk. Dientengevolge moet, voor het voortbrengen 35 van een in hoofdzaak constante vlamhoogte onafhankelijk van de ge-bruikstemperatuur, de snelheid van de gasstroming door de buis 20 zo onafhankelijk mogelijk zijn van de druk in het reservoir 4, die de druk is van de damp van het vloeibare gas bij elke temperatuur.
Het drukdalingsproces in het in lengterichting lopend kanaal 22 40 van de buis 20 is complex en hangt af van de geometrie van de stroom- t88¢2508 8 dwarsdoorsnede van het of elk in lengterichting lopend kanaal 22.
Als regel en onafhankelijk van de vorm van de dwarsdoorsnede, verdient een turbulentestroom de voorkeur boven een laminaire stroom omdat in dit geval van de turbulentestroom de drukverliezen exponent!oneel 5 toenemen met de gemiddelde stroomsnelheid (die voor een bepaalde dwarsdoorsnede gelijkwaardig is met de snelheid van de stroom en ook met de vlamhoogte) terwijl in het geval van een laminaire stroom deze toeneming slechts lineair is. Als de aansteker werkt in de gasfase en de stromingsbeperker wordt gevoed met de normale stroom, op kenmerkende 10 wijze 1,2 mg/sec, bevindt de werking zich altijd onder turbulente omstandigheden, onafhankelijk van de geometrie van de stroomdwarsdoorsne-de, met een stroomsnelheid van ongeveer 75 m/s en een Reynoldsgetal dat altijd groter is dan dat van een laminaire stroom. Als de aansteker werkt in de vloeistoffase zijn speciale stappen nodig om de turbulente 15 stroom op te wekken. Bij werking in de vloeibare fase zijn de viskeuze weerstanden van het vloeibare gas veel groter (tengevolge van vergrote interne cohesie van de moleculen van het fluïdum) en dit verschijnsel kan worden versterkt door de omtrek van de stroomdwarsdoorsnede te vergroten (bij geen wijziging van de afmeting van de dwarsdoorsnede), zo-20 dat een grenslaagsituatie wordt ingébracht en er een wijziging komt vanaf een parabolische snelheidsverdeling naar een verdeling van de beweging van vlakke platen in het lichaam van het fluïdum, met veel grotere belastingsverliezen ten gevolge van viscositeit.
Zo is hiervoor gesteld zijn de voorkeursstroomdwarsdoorsneden die 25 welke overeenkomen met de geometrische vormen zoals weergegeven in figuur 3a - 3f. Als de inwendige dwarsdoorsnede van het in lengterichting lopend kanaal van de buis 20 cirkel vormig is, is de betrekking van mas-sastromen tussen enerzijds de werking van de aansteker in de vloeibare fase en onder dezelfde omstandigheden van de druk en temperatuur, an-30 derzijds in de gasfase 15 maal.
Al daarentegen de in lengterichting lopende kanalen in lengterichting lopende oppervlakken 24 bezitten die tegenover elkaar zijn geplaatst met een zeer nauwe spleten tussen de oppervlakken - dat wil zeggen als de kanalen de weergegeven vorm bezitten - kunnen de stroom-35 snelheden in beide vormen van werking - dat wil zeggen vloeibare fase en gasfase - in hoofdzaak gelijk wordt gemaakt.
Ook zijn onder de omstandigheden zoals uiteengezet in de hiervoor-gaande alinea variaties in de stroomsnelheid in afhankelijkheid van drukvariaties klein. Voor einddruksituaties zoals 2 bar en 5 bar, ver-40 schillen de basissnelheden van de stroom en daarom de vlamhoogten min- i : S3 0 250 3 % 9 der dan 20¾ van de stroomsnelheid bij 325 bar, in vergelijking met het getal van meer dan 100¾ bij de gebruikelijke bekende aanstekers.
De keuze van deze optimale geometrie voor de stroomdwarsdoorsnede houdt, behalve met de hiervoor uiteengezette overwegingen rekening met 5 stabiliteitsverschijnselen van de grenslaag (L. Prandtl Results Aerodynamic Tests Institue, Göttingen, III Lieferung, 1927 en J.L. Langhaar, Steady Flow in the transition length of a straight tube, J. Appl. Mech. deel 9, biz. 55 - 58, 1942) en thermodynamische verschijnselen ten gevolge van uitzetting van het fluïdum en fase-verandering, 10 waarbij deze verschijnselen ingewikkeld zijn om te beschrijven en het onmogelijk maken om een algemeen bepalende parameter te geven voor de optimale geometrie zoals de verhouding tussen omtrek en stroomdoorsne-de-oppervlakken.
Met het oog op het in hoofdzaak zijdelingse gebied van de in leng-15 terichting lopend kanaal van de stroombeperkerbuis 20 in vergelijking met de bekende inrichtingen en omdat een dergelijke buis bijna volledig is ondergedompeld in het reservoir van vloeibaar gas (dat een relatief zeer grote thermische massa is), kan, bij een normale configuratie (bijvoorbeeld buitendiameter van de buis van 0,8 mm, buislengte van 15 20 mm en dikte van de zijwand van 0,25 mm) voldoende hitte (0,1 cal/sec) worden toegevoerd om de stroom van vloeibaar gas (bij een kenmerkende snelheid van 1,2 mg/sec) volledig te verdampen, voor een werking bij vloeibare fase in de beperkerbuis, door convectie en geleiding vanaf de vloeibare massa naar de beperken'nrichting (0,2 cal/sec voor een warm-25 tesprong van 15°C) en de resthoeveelheden voor de specifieke warmte of de omzetting in de warmte van de energie die voorkomt uit belastingver-liezen van de fluïdumstroom. Dientengevolge bereikt het fluïdum, zelfs als de buis 20 wordt gevoed in de vloeibare fase en de verdamping plaatsvindt terwijl het fluïdum door de buis stroomt, het stroomsaf-30 waartse einde van de verdampingskamer 38 in dampvorm en omdat geen verdere toevoer van warmte nodig is kunnen een ondersteuningsorgaan 14 en een afvoerkanaal 13, die geen goede warmtegeleiders zijn, worden gebruikt.
Zoals hiervoor gesteld, ligt de spreiding van de massastroming bij 35 bepaalde omstandigheden van toevoer binnen + 4¾ van de gemiddelde waarde. Deze variaties geven verwaarloosbare wijzingingen in de vlamhoogte (+ 1 mm voor een normale vlam van 20 mm). Als een gelijkmatige stroomsnelheid nodig is, wordt een eerste afscheiding bij het afleveren uit de extrusie-inrichting verschaft met een lengte die iets groter is dan '40 de theoretische lengte waarna (voor of na het insteken van de beperker- .8802508 10 buis 20 in het ondersteun!ngsorgaan 14) en voordat het samenstel in de aansteker wordt geplaatst een stroomsnelheidsregistratie wordt gemaakt op de basis van de toevoer van lucht of een of ander bekend fluïdum bij een bekende druk, waarna in afhankelijk van het resultaat van de 5 registratie een tweede gewijzigde snede wordt gemaakt zodat de stroomsnel hei dssprei ding wordt verkleind tot die welke behoren bij de meet-en snijelementen. Dit maakt het ook mogelijk om foutief vervaardigde voorwerpen te ontdekken die uit het produktiecircuit kunnen worden verwijderd voordat zij worden gestoken in de aansteker, omdat anders de 10 kosten van de produkten die zouden moeten worden weggeworpen zouden worden vergroot.
.8$$2508

Claims (6)

1. Aansteker met vloeibaar gas welke bezit: een frame of lichaam (2) voorzien van een reservoir (4) voor vloeibaargas, een gasafvoerka- 5 naai (30), waarbij een gasstroom kan stijgen tussen het reservoir (4) en het afvoerkanaal (30), een stroomafsluitmiddel welke een deksel (34) bevat, een niet variabele stroomsnelheidsbeperker; en middelen voor het leiden van de stroom vanuit het inwendige van het reservoir (4) naar het stroomafsluitmiddel (34), waarbij de stroombeperker en het stroom- 10 afsluitmiddel zijn gerealiseerd door een enkele buis (20) welke meer dan 5 mm lang is en die ten minste een in lengterichting lopend kanaal (22) bezit met een totale stroomdwarsdoorsnede, met inbegrip van de som van de stroomdwarsdoorsnede van al dergelijke kanalen, van tussen 0,03 en 0,002 mm^, waarbij de buis (20) hermetisch past in het lichaam (2) 15 van de aansteker, hetzij direkt hetzij met tussenplaatsing van een on-dersteuningsorgaan (14).
2. Aansteker volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de stroomdwarsdoorsnede van elk in lengterichting lopend kanaal (22) in hoofdzaak constant is en bekend over de lengte van de buis (20).
3. Aansteker volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat ten minste een van de in lengterichting lopende kanalen (22) in lengterichting lopende oppervlakken (24) bezit die in hoofdzaak tegenover elkaar liggen en die zeer nauwe spleten tussen elkaar begrenzen.
4. Aansteker volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de buis 25 (20) een in hoofdzaak cilindrisch buitenoppervlak bezit en een buitendiameter van 0,5 tot 1 mm.
5. Aansteker volgens ten minste een der conclusies 1 tot en met 4, met het kenmerk, dat het ondersteuningsorgaan (14) is vervaardigd uit een materiaal dat een goede warmtegeleider is, waarbij het ondersteu- 30 ningsorgaan (14) een in hoofdzaak schotel vormige verlenging (40) bezit, die zich uitstrekt rondom de buitenzijde van het in lengterichting lopende deel van het gasafvoerkanaal (30) met een kleine radiale speling tussen de verlenging (40) en het deel van het gasafvoerkanaal.
6. Aansteker volgens een der conclusies 1 tot en met 4, met het 35 kenmerk, dat de buis (20) is vervaardigd van een materiaal met een li- pofobisch gedrag. .8802508
NL8802508A 1987-10-15 1988-10-12 Aansteker met vloeibaar gas. NL8802508A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
ES8702942 1987-10-15
ES8702942A ES2005639A6 (es) 1987-10-15 1987-10-15 Encendedor de gas licuado.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8802508A true NL8802508A (nl) 1989-05-01

Family

ID=8252866

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8802508A NL8802508A (nl) 1987-10-15 1988-10-12 Aansteker met vloeibaar gas.

Country Status (22)

Country Link
US (1) US5071343A (nl)
JP (1) JPH01163523A (nl)
KR (1) KR890007026A (nl)
CN (1) CN1019411B (nl)
AR (1) AR240097A1 (nl)
BE (1) BE1002195A5 (nl)
BR (1) BR8805338A (nl)
CA (1) CA1314401C (nl)
CH (1) CH677524A5 (nl)
DE (1) DE3834216C2 (nl)
ES (1) ES2005639A6 (nl)
FR (1) FR2621982B1 (nl)
GB (1) GB2210960B (nl)
GR (1) GR880100683A (nl)
HK (1) HK18793A (nl)
IT (1) IT1230521B (nl)
MA (1) MA21403A1 (nl)
MX (1) MX170796B (nl)
NL (1) NL8802508A (nl)
PT (1) PT88764B (nl)
TR (1) TR24803A (nl)
ZA (1) ZA887532B (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2247940B (en) * 1990-08-17 1994-10-26 Masayuki Iwahori Device for the gasification and flow control of liquefied petroleum gas
JPH07167431A (ja) * 1993-08-19 1995-07-04 Masayuki Iwabori 燃焼装置

Family Cites Families (20)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2423155A (en) * 1943-11-11 1947-07-01 Philip H Phillips Pressure restricting device
US2418671A (en) * 1944-12-26 1947-04-08 Gen Motors Corp Restrictor device for refrigerating apparatus
US2652707A (en) * 1950-10-07 1953-09-22 Evans Case Co Mechanism for controlling emission of gas from lighters
US2774235A (en) * 1955-06-27 1956-12-18 Ruetz Theodor Burner for cigarette-lighters and cigarette-lighters provided therewith
BE585806A (nl) * 1958-12-20
NL280490A (nl) * 1961-07-04
DE1854214U (de) * 1962-02-02 1962-06-28 Hans-Hubert Quandt Vorrichtung zur verhinderung des gasaustritts an der brennstelle von gasfeuerzeugen.
DE1294083B (de) * 1962-05-26 1969-04-30 Kitabayashi Seiichi Flammeneinstellventil fuer Gasfeuerzeuge
US3292396A (en) * 1962-07-27 1966-12-20 Nationale Sa Fingerpiece controlled gas lighters
US3152460A (en) * 1962-08-29 1964-10-13 Firefly Lighter Inc Butane fueled lighter having throwaway plastic canister
US3286491A (en) * 1964-04-27 1966-11-22 Ronson Corp Fuel metering device
US3280598A (en) * 1964-07-16 1966-10-25 Grop Olof Sune Cigarette lighters
FR2313639A1 (fr) * 1975-06-05 1976-12-31 Genoud & Cie Ets Valve pour briquet a gaz
FR2425034A1 (fr) * 1978-05-02 1979-11-30 Dupont S T Dispositif pour limiter le debit de gaz dans un briquet a gaz liquefie
FR2444891A1 (fr) * 1978-12-20 1980-07-18 Rosenthal Claude Valve a flamme fixe, pour allumoirs
US4235589A (en) * 1979-02-27 1980-11-25 The Gillette Company Flame-limiting device for a gas lighter
FR2468837A1 (fr) * 1979-11-05 1981-05-08 Rosenthal Claude Tube plongeur auto-detendeur constituant une valve de briquet a gaz
US4506423A (en) * 1980-12-24 1985-03-26 Hitachi, Ltd. Method of producing a fluid pressure reducing device
AT372773B (de) * 1981-03-19 1983-11-10 Schaechter Friedrich Mit fluessiggas betriebenes feuerzeug, insbesondere taschenfeuerzeug
IT210105Z2 (it) * 1987-04-07 1988-11-14 Stam Di Maraglio Decio Testa erogatrice per doccia regolabile per l'emissione di cinque diversi getti.

Also Published As

Publication number Publication date
ZA887532B (en) 1989-06-28
PT88764B (pt) 1993-12-31
JPH01163523A (ja) 1989-06-27
GR880100683A (el) 1994-03-31
US5071343A (en) 1991-12-10
FR2621982B1 (fr) 1991-09-20
AR240097A1 (es) 1990-01-31
PT88764A (pt) 1989-07-31
GB8822371D0 (en) 1988-10-26
CH677524A5 (nl) 1991-05-31
GB2210960A (en) 1989-06-21
FR2621982A1 (fr) 1989-04-21
HK18793A (en) 1993-03-19
DE3834216C2 (de) 1994-12-01
DE3834216A1 (de) 1989-04-27
GB2210960B (en) 1991-07-03
CN1019411B (zh) 1992-12-09
IT8822292A0 (it) 1988-10-13
TR24803A (tr) 1992-03-24
BR8805338A (pt) 1989-05-30
BE1002195A5 (fr) 1990-10-09
CN1032856A (zh) 1989-05-10
MX170796B (es) 1993-09-15
MA21403A1 (fr) 1989-07-01
CA1314401C (en) 1993-03-16
IT1230521B (it) 1991-10-25
KR890007026A (ko) 1989-06-17
ES2005639A6 (es) 1989-03-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4496309A (en) Liquid gas-operated lighter, particularly pocket lighter
US4560345A (en) Liquid gas-operated lighter
KR930702178A (ko) 하이브리드 팽창기
NL8802508A (nl) Aansteker met vloeibaar gas.
JPS62502630A (ja) ライタ
FR3108139B1 (fr) Procédé de contrôle d’une turbomachine comportant une machine électrique
US1063933A (en) Gas-regulating device.
FR2695705A1 (fr) Vanne automatique de purge pour réservoir sous pression.
US797847A (en) Heating fluids mechanically.
EP2048346B1 (en) Fluid heating apparatus
SE532578C2 (sv) Brandsäkerhetsventil
FR3054635A1 (fr) Detendeur pour la detente d’un gaz liquefie a compensation de pression integree
US4865689A (en) Method and apparatus for evaporating the volatile components of a polymer
KR20040091097A (ko) 열역학적으로 개선된 라이터
KR20220029730A (ko) 다이어프램 밸브
US190879A (en) Improvement in safety-collars for lamps
US626603A (en) Michael p
US43215A (en) Improvement in vapor-stoves
US47680A (en) Improvement in lamps
FR3067559A1 (fr) Procede de coupage plasma et torche pour la mise en oeuvre de ce procede
JPH1163400A (ja) 液化材料ガスの流路閉塞防止方法およびその装置
US768816A (en) Burner.
US994990A (en) Apparatus for producing a constant gas-supply for calorimetric and other purposes.
US863304A (en) Oil-burner.
US713849A (en) Vapor-burner.

Legal Events

Date Code Title Description
BT A notification was added to the application dossier and made available to the public
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed