[go: up one dir, main page]

NL8500276A - N-gesubstitueerde aminopropaansulfonzuurderivaten. - Google Patents

N-gesubstitueerde aminopropaansulfonzuurderivaten. Download PDF

Info

Publication number
NL8500276A
NL8500276A NL8500276A NL8500276A NL8500276A NL 8500276 A NL8500276 A NL 8500276A NL 8500276 A NL8500276 A NL 8500276A NL 8500276 A NL8500276 A NL 8500276A NL 8500276 A NL8500276 A NL 8500276A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
formula
phenyl
general formula
lower alkyl
compound
Prior art date
Application number
NL8500276A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Egyt Gyogyszervegyeszeti Gyar
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Egyt Gyogyszervegyeszeti Gyar filed Critical Egyt Gyogyszervegyeszeti Gyar
Publication of NL8500276A publication Critical patent/NL8500276A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N41/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing organic compounds containing a sulfur atom bound to a hetero atom
    • A01N41/02Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing organic compounds containing a sulfur atom bound to a hetero atom containing a sulfur-to-oxygen double bond
    • A01N41/04Sulfonic acids; Derivatives thereof
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N43/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds
    • A01N43/02Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds having rings with one or more oxygen or sulfur atoms as the only ring hetero atoms
    • A01N43/04Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds having rings with one or more oxygen or sulfur atoms as the only ring hetero atoms with one hetero atom
    • A01N43/06Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds having rings with one or more oxygen or sulfur atoms as the only ring hetero atoms with one hetero atom five-membered rings
    • A01N43/08Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds having rings with one or more oxygen or sulfur atoms as the only ring hetero atoms with one hetero atom five-membered rings with oxygen as the ring hetero atom

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Agronomy & Crop Science (AREA)
  • Plant Pathology (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Dentistry (AREA)
  • Pest Control & Pesticides (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Agricultural Chemicals And Associated Chemicals (AREA)
  • Organic Low-Molecular-Weight Compounds And Preparation Thereof (AREA)
  • Hydroponics (AREA)
  • Cultivation Of Plants (AREA)
  • Furan Compounds (AREA)

Description

NL 32629-Kp/cs * I * ! j
N-gesubstitueerde aminopropaansulfonzuurderivaten. J
De uitvinding heeft betrekking op nieuwe N-gesubsti- i i tueerde aminopropaansulfonzuurderivaten, op een werkwijze j voor de bereiding ervan alsmede op preparaten met dergelijke derivaten erin.
5 De nieuwe verbindingen volgens de uitvinding bezit ten geschikte plantengroei regulerende eigenschappen.
Volgens een aspect van de uitvinding gaat het om het verschaffen van nieuwe verbindingen met de algemene formule 1 van het formuleblad, waarin 1 2 10 R en R gelijk of verschillend zijn en waterstof, halogeen, lager alkyl of lager alkoxy voorstellen, terwijl R furyl; of lager alkyl of fenyl, welke laatste twee groepen eventueel gesubstitueerd zijn door een of meer halogeenatoom(-atomen), voorstelt, 15 alsmede hydraten en zouten ervan.
De in de beschrijving gebruikte term "lager alkyl" heeft betrekking op rechte of vertakte alkylgroepen met 1-4 koolstofatomen (bijvoorbeeld methyl, ethyl, n-propyl, isopropyl, n-butyl, enzovoorts). Onder de term "lager alkoxy" 20 dienen rechte of vertakte alkylethergroepen met 1-4 koolstof-atomen te worden verstaan (bijvoorbeeld methoxy, ethoxy). De term "halogeen" omvat de fluor-, chloor-, broom- en jood-atomen.
1 2
De R en R substituenten bevinden zich bij voorkeur 25 in de 2-, 3-, 2,5-, 3,5- en 2,6-posities.
R als halogeenalkylgroep kan een chloormethyl, broommethyl, joodmethyl, 2-chloor-ethyl, enzovoorts zijn.
R als een halogeenfenylgroep kan bijvoorbeeld een 2-, 3- of 4-chloorfenyl, 2-, 3- of 4-broomfenyl, 2,6-, 2,4- 30 of 3,5-dichloorfenyl, enzovoorts zijn.
In een voorkeurssub-groep van de verbindingen met 1 2 de algemene formule 1 van het formuleblad stellen R en R lager alkyl voor, terwijl R een halogeen gesubstitueerd lager alkyl is.
35 Verbindingen met de algemene formule 1 van het for muleblad, die in het bijzonder de voorkeur verdienen, zijn de volgende derivaten: 85 0 0 2 7 6 - 2 - N—(2',61-dimethyl-fenyl)-N-chlooracety1-3-amino--propaan-(1)-sulfonzuur; N- (2'-ethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan-- (1)-sulfonzuur 5 en hun zouten.
De zouten van de verbindingen met de algemene formule 1 van het formuleblad kunnen gevormd zijn met anorganische of organische basen. Derhalve kunnen bij voorkeur alkali of aardalkalimetaalhydroxiden of carbonaten (bijvoor-10 beeld natriumhydroxide, calciumcarbonaat, magnesiumcarbonaat, kaliumhydroxide, enzovoorts) of organische basen (bijvoorbeeld triethylamine) worden gebruikt voor de zoutvorming.
Volgens een ander aspect van de uitvinding gaat het om een werkwijze voor de bereiding van verbindingen met 15 de algemene formule 1 van het formuleblad alsmede hydraten en zouten ervan, waartoe een verbinding met de algemene for- 1 2 mule 2 van het formuleblad (waarin R en R de bovenvermelde betekenissen hebben en X waterstof of een vertrekkende groep is) wordt omgezet met een carbonzuur met de algemene formule 20 3 van het formuleblad (waarin R de bovenvermelde betekenis heeft) of een reactief derivaat ervan en, wanneer een verbinding met de algemene formule 2 van het formuleblad wordt gebruikt, waarin X een vertrekkende groep is, wordt het aldus verkregen product gehydrolyseerd en desgewenst wordt een ver-25 binding met de algemene formule 1 van het formuleblad, die op die manier is verkregen, omgezet in een zout of wordt een verbinding met de algemene formule 1 van het formuleblad uit een zout vrijgemaakt.
X als vertrekkende groep kandij voorkeur een fenyl, 30 benzyl of benzhydrylgroep zijn.
Het reactieve derivaat van het carbonzuur met de algemene formule 3 van het formuleblad kan bij voorkeur een zuurhalogenide (bijvoorbeeld zuurchloride), amide, ester of anhydride zijn. Het vrije zuur met de algemene formule 3 van 35 het formuleblad kan ook worden gebruikt? in dit geval wordt de reactie uitgevoerd in aanwezigheid van een dehydratatie-middel (bijvoorbeeld dicyclohexylcarbodiimide).
De omzetting van de verbinding met de algemene formule 2 van het formuleblad en het zuur met de algemene for-40 mule 3 van het formuleblad of een reactief derivaat ervan 8500276 - 3 - · kan worden uitgevoerd onder toepassing van op zichzelf bekende methoden. De reactie kan worden uitgevoerd bij een temperatuur tussen 20°C en het kookpunt van het reactiemengsel, \
bij voorkeur onder verhitting, in het bijzonder bij het kook-5 punt van het reactiemengsel. Indien een amide van het zuur met de algemene formule 3 van het formuleblad wordt gebruikt, verdient het de voorkeur bij een temperatuur van ca. 110-120°C
i te werken. Indien de acylering wordt uitgevoerd onder gebruikmaking van een ester kan de reactietemperatuur liggen tussen 10 60-150°C. Acylering met zuuranhydriden kan plaatsvinden bij een temperatuur, die 70°C niet overschrijdt.
De reactie kan worden uitgevoerd in afwezigheid of in aanwezigheid van een inert organisch oplosmiddel. Als or- I
ganisch oplosmiddel kunnen bijvoorkeeld aromatische kool- j 15 waterstoffen (bijvoorbeeld benzeen of xyleen), alifatische ! koolwaterstoffen of ethers worden gebruikt. i j
Het aldus verkregen product kan worden geïsoleerd ! uit het reactiemengsel onder toepassing van op zichzelf bekende methoden (bijvoorbeeld kristallisatie, filtratie, ver-20 damping, etc.).
Indien verbindingen met de algemene formule 2 van het formuleblad worden gebruikt, waarin X een vertrekkende groep (bijvoorbeeld fenyl, benzyl of benzhydryl) is, wordt de vertrekkende groep afgesplitst door het onderwerpen van 25 het verkregen product aan hydrolyse.
De uitgangsmaterialen met de algemene formule 2 van het formuleblad zijn bekende verbindingen en kunnen worden bereid onder toepassing van bekende methoden (bijvoorbeeld C.A. 52, 10918a? C.A. 95, 150152b).
30 Het carbonzuur met de algemene formule 3 van het formuleblad en reactieve derivaten ervan zijn eveneens bekend.
De N-gesubstitueerde aminopropaansulfonzuurderivaten met de algemene formule 1 van het formuleblad, welke aldus 35 zijn verkregen, kunnen worden omgezet in hun zouten met behulp van op zichzelf bekende methoden door de verbinding met de algemene formule 1 van het formuleblad om te zetten met de overeenkomstige base.
Overeenkomstig een ander aspect van de uitvinding 40 gaat het om het verschaffen van plantengroei regulerende mid- 8500276 - 4 - delen, die tenminste een verbinding met de algemene formule 1 1 2 van het formuleblad (waarin R, R en R de bovenvermelde betekenissen hebben) of een hydraat of een zout ervan als werkzaam bestanddeel vermengd met een geschikte inerte vaste of 5 vloeibare drager of verdunningsmiddel en eventueel andere toevoegsels bevatten.
De plantengroeiregulatoren volgens de uitvinding kunnen 0,001-95 gew.% van de verbinding met de algemene formule 1 van het formuleblad of een hydraat of een zout ervan 10 bevatten, terwijl de uitvinding tevens betrekking heeft zowel op de concentraten als de kant en klare preparaten.
De preparaten volgens de uitvinding kunnen worden geformuleerd bijvoorbeeld in de vorm van emulgeerbare concentraten, korrels, microkorrels, folies (zaad-dressing midde-15 len), bevochtigbare poeders, sproeisels, etc. of in elke- andere geschikte of gebruikelijke vorm. De genoemde preparaten kunnen naast het werkzame bestanddeel vaste of vloeibare dragers, verdunningsmiddelen, oplosmiddelen, toevoegsels, hulpmiddelen etc. bevatten.
20 De hulpstoffen kunnen oppervlakteactieve stoffen zijn (bijvoorbeeld bevochtigingsmiddelen, emulgeer- en disper-geermiddelen, desintegreermiddelen, smeermiddelen, kleurstoffen, kleefstoffen, anticorrosiemiddelen en toevoegsels voor de verbetering van adhesie of absorptie, etc.).
25 De vaste dragers of verdunningsmiddelen kunnen inerte minerale materialen (bijvoorbeeld aluminiumsilicaat, talk, gecalcineerd magnesiumoxide, diatomeeënaarde, tricalciumfos-faat, kurk-houtpoeder, gepoederd cokes, klei, kaoline, per-liet, bentoniet, montmorriloniet, attapulgiet klei, pyro-30 filiet, dolomiet, gips, calciumfosfaat, calciumcarbonaat, micaschilfers, colloïdaal siliciumdioxide, Fuller's aarde, Hewitt's aarde, porseleinaarde, enzovoorts) zijn.
De geschikte vloeibare dragers en verdunningsmiddelen kunnen waterige, organische of waterige organische oplos-35 middelen, bijvoorbeeld water, ketonen (bijvoorbeeld aceto-fenon, cyclohexanon, isoforon), aromatische koolwaterstoffen (bijvoorbeeld benzeen, tolueen, xyleen), alkylnaftalenen, (tetrahydronaftaleen), gechloreerde koolwaterstoffen (bijvoorbeeld chloorbenzeen, ethyleendichloride, trichloorethyleen, 40 tetrachloorethaan), alcoholen (bijvoorbeeld methanol, ethanol, 8500276 • · - 5 - isopropanol, butanol, propyleenglycol, diacetonalcohol, enzovoorts) , kerosine; dierlijke, plantaardige en minerale oliën (alifatische minerale oliefracties, minerale oliefracties met een hoog aromatengehalte, bijvoorbeeld kerosine), po-5 laire organische oplosmiddelen (bijvoorbeeld dimethylsulf- j oxide, dimethylformamide) en mengsels ervan. j i
De bevochtigings-, dispergeer- en emulgeermiddelen : kunnen van het ionogene of niet-ionogene type zijn. :
De niet-ionogene oppervlakteactieve stof kan bij- ! 10 voorbeeld een condensatieproduct van ethyleenoxide, gevormd j
met C^0_2q vetzuuralcoholen (bijvoorbeeld oleylalcohol, J
cetylalcohol, octadecylalcohol, enzovoorts), alkylfenolen I
(bijvoorbeeld octylfenol, nonylfenol, octylcresol), aminen (bijvoorbeeld oleylamine, enzovoorts), mercaptanen (bijvoor-15 beeld dodecylmercaptan, enzovoorts), of carbonzuren; partiële esters van vetzuren met lange keten en hexitolanhydriden; condensatieproducten van de genoemde partiële esters en ethyleenoxide; lecitinen en vetzuuresters van polyalcoholen zijn.
20 Als geschikte kationogene oppervlakteactieve stoffen kunnen ammoniunverbindingen (bijvoorbeeld cetyltrimethylammo-niumbromide, enzovoorts) worden gebruikt.
De geschikte anionogene oppervlakteactieve stoffen kunnen zepen; zouten van alifatische monoesters van zwavel-25 zuur (bijvoorbeeld natriumlaurylsulfaat, natriumzout van het sulfaat van dodecylalcohol); zouten van gesulfoneerde aromatische verbindingen (bijvoorbeeld natriumlauryldodecylbenzeen-sulfonaat, natrium, calcium of ammoniumlignosulfonaat, butyl-naftaleensulfonaat en een mengsel van de natriumzouten van 30 diisopropyl en triisopropyinaftalsulfonzuur); natriumzout van een petroleumsulfonzuur; het kalium of triethanolaminezout van oleïnezuur en abiëtinezuur zijn.
Als geschikte suspendeermiddelen kunnen bijvoorbeeld hydrofiele colloïden (bijvoorbeeld polyvinylpyrrolidon, na-35 triumcarboxymethylcellulose) en plantaardige gommen (bijvoorbeeld tragacantgom) worden gebruikt.
Geschikte adhesie verbeterende middelen zijn calcium-of magnesiumstearaat, klevende stoffen (bijvoorbeeld poly-vinylalcohol) of cellulosederivaten.
8500276 - 6 -
Als dispergeermiddel kunnen bijvoorbeeld methylcellu-lose, ligninesulfonaten en alkylnaftaleensulfonaten worden gebruikt.
Als middelen voor het verbeteren van verdeling, ad-5 hesie, regenbestendigheid en penetratie kunnen bijvoorbeeld vetzuren, harsen," caseïne en alginaten worden gebruikt.
Het werkzame bestanddeel kan worden vermengd met bovengenoemde dragers, verdunningsmiddelen en hulpstoffen onder oplevering van diverse vaste of vloeibare preparaten, 10 geschikt voor toepassing in de landbouw of tuinbouw.
De vaste preparaten kunnen bijvoorbeeld stofachtige poeders, korrels, bij voorkeur microkorrels, beklede zaadkorrels (waarbij de deklaag op het oppervlak van het zaad is aangebracht in de vorm van een dunne film of een dikkere laag) 15 alsmede zaad-folies voor toepassing in de tuinbouw zijn.
De vloeibare preparaten kunnen oplóssingen, ver-sproeibare waterige oplossingen, oplossingen, gevormd met organische oplosmiddelen waaronder olieachtige oplossingen en mengbare oliën - dispersies, suspensies - bij voorkeur 20 waterige suspensies -, waterige of olieachtige emulsies, inverse emulsies zijn.
De gegranuleerde preparaten kunnen worden bereid door het oplossen van een verbinding met de algemene formule 1 van het formuleblad in een oplosmiddel, gevolgd door het 25 aanbrengen van de oplossing in aanwezigheid van een geschikt bindmiddel op het oppervlak van een korrelvormige stof (bijvoorbeeld puimsteen of attaklei; minerale niet-poreuze korrels, bijvoorbeeld zand of kleiaarde; organische korrels, bijvoorbeeld zwarte aarde of gesneden tabaksstelen, enzovoorts) 30 en eventueel drogen. De korrelvormige preparaten kunnen ook worden bereid door samenpersen van het werkzame bestanddeel met poedervormige minerale stoffen in aanwezigheid van een smeermiddel en een bindmiddel, gevolgd door het malen van het samengeperste materiaal en desgewenst zeven ervan tot de ge-35 wenste deeltjesgrootte. Korrelvormige preparaten kunnen bij voorkeur worden bereid door middel van droog of vochtig granuleren .
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding gaat het om zaad-korrelfolies. Bekend is, dat in de 40 tuinbouw en andere landbouwprocedures voor het vergemakke- 8500276 - 7 - lijken van het zaaien van de zaden en voor het waarborgen van een uniforme zaad- en rijafstand zaaien met de hand (planten) vaak vervangen wordt door het opnemen van de zaden in een wateroplosbaar folie en het inbrengen van deze folie-strips 5 - die de zaden in diverse rijen kunnen bevatten - in de grond.
Het folie kan worden bereid uit elk wateroplosbaar materiaal, dat inert is ten opzichte van het zaad (bijvoorbeeld poly-vinylalcohol). De enige eisen, die aan het foliemateriaal dienen te worden gesteld, zijn dat deze de zaden niet be-10 schadigen en in de grond desintegreren onder invloed van vocht of dat zij daarin oplossen. Het zaadfolie volgens de uitvinding kan het werkzame bestanddeel, dat in het folie dient te worden opgenomen, bevatten dan wel de zaden, die zijn behandeld met het werkzame bestanddeel. Het bijzondere 15 voordeel van de zaad-korrelfolies berust op het feit, dat het j kiemvermogen van de zaden toeneemt, de groei van de gekweekte planten wordt bevorderd en een effectieve bescherming wordt verkregen tegen insectenplagen in het begin van de groeiperiode van de planten. ; 20 Dispersies, suspensies en emulsies worden bereid j door het oplossen van het werkzame bestanddeel met de alge- j mene formule 1 van het formuleblad in een oplosmiddel, dat j desgewenst een of meer bevochtigingsmiddelen, dispergeermid-delen, suspendeermiddelen of emulgeermiddelen bevat, gevolgd 25 door toevoegen van het aldus verkregen mengsel aan water, dat op zijn beurt een of meer bevochtigingsmiddelen, disper-geermiddelen of emulgeermiddelen kan bevatten. !
Emulgeerbare oliën kunnen worden bereid door het oplossen of fijn verdelen van het werkzame bestanddeel met de 30 algemene formule 1 van het formuleblad in een geschikt enigszins watermengbaar oplosmiddel in aanwezigheid van een emul-geermiddel.
Sproeisels, geschikt voor directe toepassing, kunnen worden bereid door oplossen van een werkzaam bestanddeel met 35 de algemene formule 1 van het formuleblad in een oplosmiddel met een hoog of middelmatig kookpunt, terwijl het oplosmiddel bij voorkeur een kookpunt heeft boven 100°C.
Een inverse emulsie kan worden bereid door emulgeren van een emulsie van een verbinding met de algemene formule 1 8500276 - 8 - van het formuleblad voor of tijdens het versproeien in water in een sproei-inrichting.
Waterige preparaten kunnen bij voorkeur worden bereid door uit emulsieconcentraten, pasta's en bevochtigbare 5 poeders met een hoog werkzaam bestanddeelgehalte, dat voorafgaande aan de toepassing kan worden verdund tot de gewenste concentratie met water.
De genoemde concentraten kunnen gedurende een lange periode worden opgeslagen en vormen na opslag bij verdunning 10 met water waterige preparaten, die voldoende homogeen zijn teneinde de toepassing van gebruikelijke sproeiapparaten mogelijk te maken. Het werkzaam bestanddeelgehalte van de concentraten bedraagt in het algemeen 10-85 gew.% en bij voorkeur 25-60 gew.%. Het werkzaam bestanddeelgehalte van de kant 15 en klare sproeisels bedragen in het algemeen 0,001-3,0 gew.%, maar kan hoger of lager zijn dan het genoemde gebied, afhankelijk van het gegeven toepassingsgebied.
Het werkzaam bestanddeelgehalte van de plantengroei regulerende middelen volgens de uitvinding kan tussen ruime 20 grenzen variëren en is afhankelijk van diverse factoren (bijvoorbeeld de wijze van bereiding, het toepassingsgebied en de wijze van toepassing, etc.) en ligt in de orde van grootte van 0,001 en 95 gew.%. Bij toepassing volgens de "ultra lage volume"-methode is het geschikt een preparaat te gebruiken 25 met een zeer hoog werkzaam bestanddeelgehalte van 90-95 gew.% en slechts een zeer kleine hoeveelheid toevoegsels. De genoemde preparaten kunnen worden aangebracht op planten of op de grond in de vorm van een zeer fijn poeder, bij voorkeur uit een vliegtuig. Het werkzaam bestanddeelgehalte van de 30 verdunde preparaten kan 0,01-20 gew.% bedragen en dat van een meer geconcentreerd preparaat 20-95 gew.%
Het werkzaam bestanddeelgehalte van de emulgeerbare concentraten bedraagt 5-70 gew.% - bij voorkeur 10-50 gew.% -en dat van poedervormige mengsel 0,5-10 gew.% en bij voorkeur 35 1-5 gew.%.
De preparaten volgens de uitvinding kunnen worden bereid onder toepassing van elke op zichzelf bekende geschikte methode.
De preparaten volgens de uitvinding kunnen worden •85 0 0 2 7 6 - 9 -
gebruikt in de vorm van een sproeisel, stoffig poeder, zaad-dressingmiddel, zaad-folie, grondbewateringsvloeistof, dompelbad, etc. De specifieke samenstelling is afhankelijk van het desbetreffende toepassingsgebied en wordt gekozen reke-5 ning houdend met alle betrokken factoren. I
Zaad-dressing kan worden uitgevoerd door de zaden ! te voorzien van een bekleding van een mengsel van het werk-. zame bestanddeel met de algemene formule 1 van het formuleblad en dragers onder roeren. Er kan ook zo te werk worden 10 gegaan, dat het werkzame bestanddeel, een bovengenoemde opper- i vlakteactieve stof en eventueel een drager worden aangebracht | op het oppervlak van de zaden. In het laatste geval wordt het ! mengsel van werkzaam bestanddeel, oppervlakteactieve stof en i drager eerst bevochtigd met een kleine hoeveelheid water, 15 waarna de zaden worden vermengd met de suspensie. ,
Zaad-dressing kan ook worden verkregen met behulp van een dragee-vorming door de zaden over te brengen in een dragee-pan, gevolgd door bevochtiging van de zaden in de roterende pan met een waterige oplossing van een bindmiddel 20 (bijvoorbeeld carboxymethylcellulosenatrium). Het poedervor- ' mige mengsel van de bekledingscomponenten wordt dan vervolgens versproeid over het oppervlak van de natte zaden. Het bekledingsmengsel wordt zo lang toegevoegd totdat de gewenste laagdikte is bereikt.
25 Er kan ook zo te werk worden gegaan, dat het werk zame bestanddeel wordt vermengd met zand, aarde of een bovengenoemde gepoederde vaste drager en eventueel met een of meer van de bovengenoemde oppervlakteactieve stoffen, gevolgd door het inbrengen van het aldus vervormde poedervormige mengsel 30 in de zaaimachine tijdens het zaaien.
Het werkzame bestanddeel kan op de zaden worden aangebracht in de vorm van een waterige sproeivloeistof met daarin een of meer van de bovengenoemde oppervlakteactieve stoffen en/of poedervormige dragers voor, tijdens of na het 35 zaaien.
Er kan ook zo te werk worden gegaan, dat het plantengroei regulerende middel volgens de uitvinding wordt aangebracht in de omgeving van de plant, op de plant of op bepaalde delen van de plant (bijvoorbeeld bladeren) door versproei-40 ing, door poederverstuiving of door elke andere geschikte 8500276 - 10 - methode of door het aanbrengen ervan op de grond (bijvoorbeeld door middel van waterige oplossing of irrigatie) of door het opnemen van het preparaat in de grond, waarbij de zaden worden gezaaid in de rijen van de grond, die is behan-5 deld met het preparaat.
De plantengroei regulerende preparaten kunnen worden gebruikt zowel op een- als tweezaadlobbige planten. De preparaten volgens de uitvinding zijn geschikt voor het voorzaaien, voorplanten, voorkiem- of nakiembehandeling of kunnen in de 10 grond worden opgenomen.
Volgens de voorzaai- en voorplantbehandeling wordt het preparaat aangebracht op de grond voorafgaande aan het zaaien van de zaden, terwijl het zaaien of planten wordt uitgevoerd na de behandeling van de grond.
15 Volgens de voorkiembehandeling worden de preparaten volgens de uitvinding op de grond aangebracht voorafgaande aan het ontkiemen van de plant, bijvoorbeeld wordt de grond besproeid met het preparaat op een moment wanneer de zaden nog niet het oppervlak van de grond hebben doorbroken.
20 Volgens de nakiembehandeling wordt het preparaat volgens de uitvinding aangebracht op het te behandelen oppervlak (bijvoorbeeld delen van de planten of de grond) na het uitkiemen van de plant.
Gebleken is, dat de preparaten volgens de uitvinding 25 bijzonder geschikte plantengroeiregulatoren zijn bij maïs, zonnebloemen, sla, komkommer, tomaten, snijbonen en mosterd-cultures. Na bevordering van de groei van de planten in de groeiperiode bevorderen de preparaten volgens de uitvinding de toename van de opbrengst in de generatieve fase.
30 De effectieve dosis van de verbindingen met de alge mene formule 1 van het formuleblad is van diverse factoren afhankelijk, bijvoorbeeld het type en de toestand van de te behandelen gekweekte plant, het groeistadium van de plant (bijvoorbeeld zaad,zaailing, een-driebladige toestand, enzo-35 voorts), de andere planten, die in de omgeving van de^Ëehan-delen plant groeien, het seizoen, klimatologische omstandigheden en de toegepaste behandelingsmethode (voorzaaien, voorplanten, voorkiemen, nakiemen, enzovoorts). De meest effectieve dosis wordt in elk geval bepaald door middel van proe- 8500276 ' -li ven. Als algemene richtlijn kan worden gesteld, dat de dosis zich kan bevinden in het gebied van 0,1-25 kg werkzaam be-standdeel/ha, bij voorkeur 0,1-15 kg werkzaam bestanddeel/ha. !
Voor het bevorderen van het ontkiemen en zaad-dressing kunnen 5 een dosis van 5-500 g/100 kg zaden en voor bevordering van de plantengroei, toename van de opbrengst en grondbehandeling een dosis van 0,1-15 kg/ha bij voorkeur worden gebruikt.
De preparaten volgens de uitvinding kunnen worden gebruikt in diverse verdunningen afhankelijk van het toepas-10 singsgebied (bijvoorbeeld zaad-dressing, de behandeling van bladeren of grond etc.). Dus voor zaad-dressing, het bevorderen van het kiemvermogen en behandeling van de bladeren kunnen verdunde preparaten met een werkzaam bestanddeelgehalte van 0,5-10.000 dpm - bij voorkeur 1-1000 dpm - worden ge-15 bruikt. Voor het versproeien voor het kiemen of na het kiemen kunnen verdunde preparaten (sproeisels) met een werkzaam bestanddeelgehalte van 0,1-3,0 gew.% - bij voorkeur 0,3-1 gew.% - worden gebruikt.
De plantengroei bevorderende werking van de verbin-20 dingen met algemene formule 1 van het formuleblad kan door middel van de volgende proeven worden geïllustreerd. % I. Kasproeven 1) Behandeling van geforceerde sla in een folietent voorzien van een water-bescherming.
25 In een folietent, voorzien van een water-bescherming wordt sla (Lucia) geforceerd op een 2 m2 stuk grond, dat is behandeld met een sproeisel, bereid volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel de verbinding van voorbeeld I en III, resp. (500 1/ha). Bewatering wordt een keer uitgevoerd tijdens 30 de groeiperiode, terwijl vijf behandelingen worden uitgevoerd.
De eerste behandeling wordt uitgevoerd twee weken na het planten, terwijl de verdere behandelingen elke tweede week plaatsvinden. Vier herhalingsproeven zijn uitgevoerd en de resultaten zijn uitgedrukt als gemiddelde van de experimenten. De 35 resultaten zijn vermeld in tabel A, waarin het gemiddelde gewicht van de kroppen van de sla is aangegeven voor elk stuk grond bij diverse doses (kg/sla).
8500276 - 12 -
TABEL A
Proefver- Dosis kg/ha Onbehandelde binding controle
Voorbeeld No. 1 3 5 I 0,1775 0,2075* 0,2125* 0,1750 5 III 0,1600 . 0,1800 0,1975* 0,1650 * = De resultaten verschillen aanzienlijk (>5%) van de con trole .
In tabel B is de werking van een preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel het product van 10 voorbeeld I op de oogstopbrengst per stuk land beschreven.
TABEL B
Dosis Oogstopbrengst per stuk land (kg/stuk) 1 8,875 3 10,375* 15 5 10,628*
Onbehandelde controle 8,250 * = Deze resultaten verschillen aanzienlijk van de controle.
2) Behandeling van komkommer in een verhitte folie-tent onder geforceerde omstandigheden.
20 De planten zijn geplant in een folietent bij een vier weken oude zaailing-stadium. Rijafstand: 50 cm; steel-afstand: 20 cm; de grond is los en humeus. Bewatering is continu (10 1/m2). Als voedingsmedium werd 3 kg rundermest/m2 gebruikt. Er werden vijf planten grootgebracht op een drager 25 bij elke m2. De behandeling werd uitgevoerd onder gebruikmaking van drie verschillende doses van een sproeivloeistof, bereid volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel een verbinding van resp. voorbeeld I en III. Aantal herhalingen: ' 4.
30 De verkregen oogstopbrengsten zijn in tabel C ver meld.
8500275
- 13 -TABEL C
Proefver- Dosis Oogstopbrengst Oogstopbrengst binding (kg/ha) (dkg) (ais % van de
Voorbeeld No. controle) 51 1 357 128 3 449 160 5 485 1.73 III 1 301,8 107 3 376,6 135 10' 5 436,5 155
Onbehandelde controle 280 100
- I
i 3) Bepaling van het ontkiemen van mosterd.
500 zaden zijn uitgezaaid in een uitzaaibak. De grond werd behandeld alvorens daarin diverse doses van een preparaat 15 volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel een verbinding resp. van.voorbeelden I en III te verspreiden. Bewatering werd uitgevoerd na het zaaien. De gemiddelde temperatuur bedroeg 19,5®C.
Het kiemen werd onderzocht op de 5de en 9de dag na 20 het zaaien. De resultaten zijn beschreven in tabel D.
TABEL D
Proefver- Dosis Ontkiemen, % binding (kg/ha)
Voorbeeld No. 5e dag 9e dag 25 I 1 72 90 3 81 86 5 91 91 III 1 77 89 3 80 85 30 5 91 91
Controle - 79 80 8500276 - 14 - 4) Bepaling van het groene gewicht en droog gewicht van mais.
Vijf korrels mais (type: Coll. 440) per pot werden gezaaid in rivierzand. Het preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel een verbinding van resp. voorbeelden 5 I, II en III werd overgebracht in de grond voorafgaande aan het zaaien. De gemiddelde temperatuur bedroeg 21°C. Het aantal herhalingen was 4. De resultaten zijn in tabel E opgenomen.
TABEL E
Proefver- Dosis Groen gewicht Droog gewicht 10 binding (kg/ha) (g) (% van de (g) (% van de
Voorbeeld No. controle) controle) I 1 69 172 9 180 2 89 222 9 180 5 56 140 5 100 15 II 1 86 215 10 200 2 71 177 8 160 5 43 107 6 120 III 1 97 242 10 200 2 90 225 10 200 20 5 67 167 7 140
Onbehandelde controle - 40 100 5 100 1 8500275
Bepaling van de hoogte van zonnebloem
De proefomstandigheden zijn dezelfde als beschreven in de voorgaande paragraaf. Stam: GK-70. De gemiddelde tempe-25 ratuur bedroeg 22°C. De hoogte werd gemeten op de achtste dag na het zaaien. De resultaten zijn vermeld in tabel F.
- 15 - '
TABEL· F
Proefver- Dosis Hoogte binding (kg/ha) cm % v.d. controle
Voorbeeld No.
i 5 1 1 8 228 j 2 10,5 300 5 8 228 f i II 1 6 171 j 2 7 200 10 5 3,5 100
3,5 100 J
III 1 7 200 I
2 8 228 I
5 8 228 j
Onbehandelde 15 controle 3,5 100 6) Bepaling van de hoogte van Hongaarse gierst (Setaria italica).
20 g Hongaarse gierstkorrels werden gezaaid in een vat met een diameter van 170 mm. Als grond werd gewassen 20 rivierzand gebruikt. De gemiddelde temperatuur bedroeg 22°C. Voorontkiemingsbehandeling werd uitgevoerd onder gebruikmaking van een preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel de verbinding van voorbeeld I. De dosering was 1 kg/ha. Op de 20ste dag was de hoogte van de plan-25 ten 33% meer dan die van de onbehandelde controle.
II. Vrij land-proeven Proefplanten: mais MUTC 596 zonnebloem GK-70 tomaten K-3 F-j 30 komkommer "budai félhosszu" snijbonen CHEROKEE Type grond: halfgebonden grond
Behandeling: Van der Wei sproeisels met logarithmische dosisverandering.
35 Afmeting van de stukken grond: 2 x 20 m, 40 m2 .
8510276 * * - 16 - 1) Meting van de hoogte van mais
De behandeling werd uitgevoerd onder gebruikmaking van het preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel een verbinding van resp. voorbeelden I en III. Re-5 sultaten zijn geregistreerd vijf weken na de voorkiembehande-ling en 20 dagen na de nakiembehandeling. De resultaten zijn vermeld in tabel G.
TABEL G
Proefver- Methode van Dosis Hoogte van planten 10 binding behandeling (kg/ha) (% van onbehandelde
Voorbeeld No. controle) I voorontkieming 3,6 142,3 2.8 135,0 2.25 129,1 15 1 ,8 130,5 naontkieming 2,8 120,9 2.25 112,7 1.8 116,9 III voorontkieming 3,6 130,7 20 2,8 134,5 2.25 141,8 1.8 102,1 naontkieming 7,2 121,6 5,7 119,7 20 2) Meting van de hoogte van zonnebloem
Het preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel een verbinding volgens resp. voorbeelden I en III werd gebruikt. De hoogte van de planten werd gemeten 5 dagen na voorontkiemingsbehandeling. De resultaten zijn in tabel H 25 vermeld.
8500276 - 17 - TABEL Η
Proefver- Dosis Hoogte van de plant binding (kg/ha) (in % van de onbehandel-
Vporbeeld No. de controle) 5 I 3,6 145,6 2.8 170,5 2,25 158,9 1.8 138,7 III 5,7 140,8 10 4,5 136,5 2.8 139,7 3) Effect op het oogstgewicht van tomaten.
Behandeling werd uitgevoerd onder gebruikmaking van een preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestand- i 15 deel een verbinding volgens resp. voorbeelden I, II en III. |
Het oogstgewicht werd aan het eind van de groeiperiode be- j paald. De resultaten zijn in tabel I vermeld.
TABEL I
Proefver- Methode van Dosis Oogstopbrengst 20 binding behandeling (kg/ha) (% van controle)
Voorbeeld No.
I voorontkieming 5,7 134,0 4.5 124,6 2.8 123,3 25 2,25 · 115,3 naontkieming 5,7 108,0 4.5 120,0 II voorontkieming 5,7 118,8 4.5 107,3 30 3,6 110,0 naontkieming 2,25 109,1 1.8 106,8 8500276 - 18 - TABEL I (vervolg)
Proefver- Methode van Dosis Oogstopbrengst binding behandeling (kg/ha) (% van controle)
Voorbeeld No.
5 III voorontkieming 5,7 123,3 4.5 133,3 3.6 116,6 naontkieming 5,7 106,6 4.5 196,6 10 4) Effect op het oogstgewicht van snijbonen
De behandeling werd uitgevoerd onder gebruikmaking van het preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel een verbinding . van resp. voorbeelden I en III. Oogstgewicht werd bepaald aan het einde van de groeiperiode. 15 De resultaten zijn in tabel J vermeld.
« TABEL J
Proefver- Methode van Dosis Oogstopbrengst binding behandeling (kg/ha) (% van controle)
Voorbeeld No.
20 I voorontkieming 3,6 126,3 2,8 121,0 2.25 121,0 1.8 115,0 naontkieming 3,6 116,3 25 2,8 117,3 2.25 121,0 1.8 117,3 III voorontkieming 4,5 132,6 3.6 123,1 30 2,8 137,3 naontkieming 3,6 115,7 2.8 110,5 \ 8500276 - 19 - 5) Invloed op de aar van mais.
Behandeling werd uitgevoerd onder gebruikmaking van het preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel een verbinding van resp. voorbeelden I en III. Het ge-5 wicht van de aar van mais werd gewogen aan het eind van de
groeiperiode. De resultaten zijn opgenomen in tabel K. I
j
TABEL K
j
Proefver- Methode van Dosis Gewicht v.aar v.mais binding behandeling (kg/ha) (% van controle) 10 Voorbeeld No.
I voorontkieming 4,5 128,5 3.6 114,2 2,8 112,8 naontkieming 4,5 137,1 15 3,6 142,8 2.8 115,0 III voorontkieming 4,5 128,5 3.6 114,2 2.8 127,1 20 2,25 128,5 6) Invloed op het oogstgewicht van zonnebloem
Voorkiemingsbehandeling werd uitgevoerd onder gebruikmaking van het preparaat volgens voorbeeld IX met als werkzaam bestanddeel de verbinding volgens resp. voorbeelden 25 I, II en III. De resultaten zijn in tabel L vermeld.
85 0 9 276 - 20 -
TABEL· L
Proefver- Dosis Oogstopbrengst binding (kg/ha) (in % van controle)
Voorbeeld No.
51 1,4 112,9 1,1 . 112,9 II 2,8 121,4 2,25 112,8 1,8 111,4 10 III 1,1 161,2
Verdere bijzonderheden van de onderhavige uitvinding zijn te vinden in de volgende voorbeelden zonder de omvang van de bescherming daartoe te beperken.
VOORBEELD I
15 N- (2 ',6'-dimethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan-(1) --sulfonzuur
Een mengsel van 24,3 g (0,1 mol) N-(2',6'-dimethyl--fenyl)-3-amino-propaan-(1)-sulfonzuur en 60 ml chlooracetyl-chloride werd gedurende een uur tot koken verhit. De overmaat 20 chlooracetylchloride werd afgedestilleerd onder vacuum. Het residu werd opgelost in 60 ml ethylacetaat, en vervolgens met behulp van geactiveerde houtskool helder gemaakt, waarna 3,6 g (0,2 mol) water werd toegevoegd en waarna men de oplossing gedurende de nacht liet uitkristalliseren. Van de ge-25 wenste verbinding werd 29,35 g verkregen in de vorm van kleurloze kristallen. Opbrengst 82,5%. Het dihydraat smolt bij 146-148°C.
Analyse: voor de formule C13H^gClNO^S . 2 H20 (355,833) Berekend: C:43,88% H: 6,23% Cl: 9,96% N: 3,93% S: 9,01% 30 Gevonden: C:43,86% H: 6,20% Cl: 9,95% N: 3,96% S: 9,95%
Het calciumzout - dat wil zeggen calcium-bis-/72', 6 ' --dimethyl-fenyl)-N-(chlooracetyl)-3-amino-propyl-sulfaat7 -smolt bij 195-200°C (onder ontleding).
Analyse: voor de formule (C1gH^7C1N04S)2Ca (677,670) 35 Berekend: C: 46,08% H: 5,05% Cl: 10,46% N: 4,12% S: 9,46%
Gevonden: C: 46,12% H: 5,10% Cl: 11,37% N: 4,05% S: 9,50% 8500276 - 21 -
VOORBEELD II
N-(3',51-dimethyl-fenyl)-N-(chlooracetyl)-3-amino-propaan-- (1 )-sulf onzuur 24,3 g (0,1 mol) N-(3’,51-dimethyl-fenyl)-3-amino-5 -propaan-(1)-sulfonzuur en 60 ml chlooracetylchloride werden tot reactie gebracht op een soortgelijke wijze als in voorbeeld I. Hierbij werd 27,14 g van de gewenste verbinding verkregen in een opbrengst van 76,3%. Het dihydraat smolt bij 72-73°C.
10 Analyse: voor de formule C^H^gClNO^S . 2 H20 (355,833)
Berekend: C: 43,-88% H: 6,23% Cl: 9,96% N: 3,93% S: 9,01% j i
Gevonden: C: 43,90% H: 6,25% Cl: 9,82% N: 3,92% S: 9,14% i
Het calcium-bis-/73',5'-dimethyl-fenyl)-N-chloor-acetyl-3-amino-propyl-sulfaat7 smolt bij 330°C.
i 15 Analyse: voor de formule(C^H^ yClNO^S) 2Ca (677,670) j
Berekend: C: 46,08% H: 5,05% Cl: 10,46% N: 4,12% S: 9,46%
Gevonden: C: 45,98% H: 5,07% Cl: 10,42% N: 4,05% S: 9,50%
Het magnesium-bis-/N-(3',5’-dimethyl-fenyl)-N-chloor-acetyl-3-amino-propyl-sulfaat7 smolt bij 96-98°C.
20 Analyse: voor de formule (C^H^ClNO^S^Mg . 4 H20 (733,974)
Berekend: C: 42,54% H: 5,76% Cl: 9,66% N: 3,81% S: 8,73%
Gevonden: C: 42,38% H: 5,80% Cl: 9,38% N: 3,78% S: 8,68%
VOORBEELD III
N-(2'-ethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan-(1)-sulfon-25 zuur
Er werd te werk gegaan zoals in voorbeeld I, behalve dat als uitgangsmateriaal 24,3 g (0,1 mol) N-(2'-ethyl-fenyl)-' -3-amino-propaan-(1)-sulfonzuur en 60 ml chlooracetylchloride werden gebruikt en dat aan de ethylacetaatoplossing van het 30 product 1,8 g (0,1 mol) water werd toegevoegd. Hierbij werd 24,6 g van de gewenste verbinding verkregen in de vorm van kleurloze kristallen, opbrengst 78,4%. Het monohydraat smolt bij 87-90°C.
Analyse: voor de formule C^H-jgClNO^S (337,817) 35 Berekend: C: 46,22% H:5,96% Cl: 10,49% N: 4,14% S: 9,49%
Gevonden: C: 46,29% H: 5,96% Cl: 10,46% N: 4,09% S: 9,55% 8500276 - 22 -
VOORBEELD IV
N- (2 '-eth'yl-6 '-methyl-fenyl) -N-chlooracetyl-3-amino-propaan--(1)-sulfonzuur
Er werd te werk gegaan zoals in voorbeeld I, behalve 5 dat 25,7 g (0,1 mol) N-(2'-eth'yl-6'-methyl-fenyl)-3-amino--propaan-(1)-sulfonzuur en 75 ml chlooracetylchloride werden gebruikt als uitgangsmateriaal. Hierbij werd 27,87 g van de gewenste verbinding verkregen, opbrengst 83,5%. De kleurloze kristallen smolten bij 155-157°C.
10 Analyse: voor de formule ci4H20C1NO4S (333,831)
Berekend: C: 50,36% H: 6,03% Cl: 10,62% N: 4,19% S: 9,60% Gevonden: C: 50,25% H: 6,02% Cl: 10,66% N: 4,16% S: 9,54%
VOORBEELD V
N-(21-ethyl-6'-methyl-fenyl)-N-dichlooracetyl-3-amino-(1)-15 -propaan-sulfonzuur
Een mengsel van 25,7 g (0,1 mol) N-(2'-ethyl-6- -methyl-fenyl)-3-amino-(1)-propaan-sulfonzuur en 75 ml di- chlooracetylchloride werd tot koken verhit gedurende 2 uren.
De overmaat dichlooracetylchloride werd onde'r vacuum afgedes- 20 tilleerd. Van de gewenste verbinding werd 32,22 g verkregen 25 in de vorm van een kleurloze olie, opbrengst 87,5%; n^ = 1,531. Analyse: voor de formule C14HigCl2SN04 (368,274)
Berekend: C: 45,65% H: 5,20% Cl: 19,25% N: 3,80% S: 8,70%
Gevonden: C: 45,57% H: 5,18% Cl: 19,15% N: 3,82% S: 8,90% 25 Het triethylamino-/N-(2'-ethyl-6'-methyl-fenyl)-N- -dichlooracetyl-3-amino-propyl-sulfaat/ smolt bij 130°C. Analyse: voor de formule C20H34C^2N2°4S (469,466)
Berekend: C: 51,16% Η: 7,29% Cl: 15,10% N: 5,96% S: 6,82%
Gevonden: C: 51,20% Η: 7,32% Cl: 15,12% N; 5,92% S: 6,79%
30 VOORBEELD VI
N- (2',6'-dimethyl-fenyl)-N-dichlooracetyl-3-amino-propaan-(1)--sulfonzuur
Er werd te werk gegaan zoals in voorbeeld V, behalve dat 24,3 g (0,1 mol) N-(2',6'-dimethyl-fenyl)-3-amino-propaan-35 -(1)-sulfonzuur en 75 ml dichlooracetylchloride werden gebruikt. Van de gewenste verbinding werd 28,16 g verkregen in 25 een opbrengst van 79,5%, n^ = 1,514.
8500276 - 23 -
Analyse: voor de formule C13H17C12N04S (354,254)
Berekend: C: 44,07% H: 3,99% Cl: 20,01% N: 3,95% S: 9,05% Gevonden: C: 44,12% H: 3,91% Cl: 20,15% N: 3,90% S: 9,10%
VOORBEELD VII
5 N- (2'-ethyl-6'-methyl-fenyl)-N-(3'1,5''-dichloor-benzoyl)--3-amino-propaan-(1)-sulfonzuur
Aan een suspensie van 25,7 g (0,1 mol) N-(2'-ethyl-6'-methyl-fenyl)-3-amino-propaan-(1)-sulfonzuur en 200 ml watervrij benzeen werd bij 0°C 20,2 g (0,2 mol) triethyl-10 amine toegevoegd. Na roeren gedurende een half uur werd druppelsgewijs een oplossing van 21 g (0,1 mol) 3,5-dichloor--benzoylchloride en 20 ml watervrij benzeen toegevoegd. Het reactiemengsel werd bij kamertemperatuur gedurende een half j uur geroerd, waarna de benzeenoplossingen werden aangezuurd ; 15 met alcohol bevattend zoutzuur en het neergeslagen triethyl-aminehydrochloride werd afgefiltreerd. De benzeenoplossing werd gewassen met water, gedroogd en ingedampt. Het residu werd uit ethylacetaat omgekristalliseerd. Hierbij werd van de j
gewenste verbinding 28,45 g verkregen, opbrengst 65,4%. De J
20 kleurloze kristallen smolten bij 210-215°C. i
Analyse: voor de formule C^H^C^NO^S (434,374)
Berekend; C: 52,53% H: 5,80% Cl: 16,33% N: 3,23% S: 7,38% Gevonden: C: 52,70% H: 5,75% Cl: 16,17% N: 3,32% S: 7,30%
VOORBEELD VIII
25 N-(2'-ethyl-6'-methyl-fenyl)-N-/furan-(2)-carbonyl7“3-amino--propaan-(1)-sulfonzuur
Er werd te werk gegaan zoals in voorbeeld VII, behalve dat 25,7 g (0,1 mol) N-(2'-ethyl-6'-methyl-fenyl)-3--amino-propaan-(1)-sulfonzuur, 20,2 g (0,2 mol) triethyl-30 amine en 13,05 g (0,1 mol) furan-(2)-carbonylchloride werden gebruikt. Hierbij werd 22,0 g van de gewenste verbinding verkregen, opbrengst 62,6%. De kleurloze kristallen smolten bij 84-86°C.
Analyse: voor de formule C^^^NO^S (351,414) 35 Berekend: C: 58,10% H: 6,02% N: 3,98% S: 9,12%
Gevonden: C: 58,15% H: 6,10% N: 4,00% S: 9,20% 85 0 02 76 ·* ' - 24 -
VOORBEELD IX
Bevochtigbaar poeder (77 WP) 85 gew.% N-(2,-ethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino--propaan-(1)-sulfonzuurdihydraat en 15 gew.% actief silicium-5 zuur (Aerosil 250, Degussa AG) werden gehomogeniseerd. Het homogene poedervormige mengsel werd in een molen gemalen, waarna 10 gew.% Arkopon T (Hoechst AG) bevochtigingsmiddel werd toegevoegd. Het mengsel werd opnieuw gehomogeniseerd.
Het aldus verkregen bevochtigbare poeder bevat 77 gew.% van 10 het werkzame bestanddeel en kan met water worden verdund onder oplevering van een sproeisel van variërende concentratie.
De bovengenoemde methode kan ook worden uitgevoerd onder gebruikmaking van de verbindingen, zoals bereid volgens de voorbeelden I, II, IV, Va, VII en VIII.
15 VOORBEELD X
Emulgeerbaar concentraat 50 gew.% van de verbinding van voorbeeld V werd opgelost in 45 gew.% xyleen. Aan de oplossing werden 2 gew.% Atlox 3368B emulgeermiddel en 3 gew.% Atlox 4851B emulgeer-20 middel (Atlas Co. België) toegevoegd. Het aldus verkregen emulgeerbare concentraat bevat 50 gew.% van het werkzame bestanddeel en kan met water worden verdund onder oplevering van een emulsie van variërende concentratie.
De bovengenoemde methode kan ook worden uitgevoerd 25 onder gebruikmaking van de verbinding, bereid volgens voorbeeld VI, als werkzaam bestanddeel.
Zaad-dressingmiddelen werden bereid als volgt: 500 g van het bovengenoemde preparaat werd toegevoegd aan 3 1 van een 2% waterige Bermocoll E (Berol Kemi AG 30 Zweden) oplossing onder krachtig roeren. De aldus verkregen emulsie werd versproeid over 100 g maiszaadkorrels in een dragee-pan, welk systeem gedurende 30 min werd geroerd. Aan het eind van deze bewerking werd een uniforme film verkregen op het oppervlak van de zaadkorrels met 250 g van het werk-35 zame bestanddeel per 100 kg zaadkorrels.
8500276 - 25 - '
VOORBEELD XI
Poedervormig mengsel met een werkzaam bestanddeelgehalte van 5% 5 gew.% van de verbinding volgens voorbeeld V werd 5 gekneed met 10 gew.% Aerosil 250 in een kneedinrichting met een Z-vormige arm. Het kneden werd voortgezet tot het mengsel desintegreerde onder oplevering van een poeder (ca. 10-30 min i waren vereist afhankelijk van het type van de kneedinrichting).
Aan het aldus verkregen poedervormige mengsel werd 1 gew.deel j 10 Arkopon T-poeder toegevoegd, waarna het roeren werd voortgezet tot een volledig uniform mengsel was verkregen. Het gehomogeniseerde mengsel werd vervolgens gehomogeniseerd met 84 gew.% neergeslagen kalkpoeder in een kneedinrichting. Het poedervormige mengsel werd tenslotte in een molen gemalen.
15 Hierbij werd een bevochtigbaar poeder met een werkzaam bestanddeelgehalte van 5 gew.% verkregen, dat door verdunning met water kan worden omgezet in een stabiel sproeisel, geschikt voor de behandeling van planten.
De bovengenoemde methode kan ook worden uitgevoerd 20 door gebruikmaking van een verbinding volgens voorbeeld VI als werkzaam bestanddeel.
VOORBEELD XII
Microkorrels
Uit het bij het voorgaande voorbeeld verkregen pre-25 paraat met een werkzaam bestanddeelgehalte van 5% werden microkorrels bereid volgens de volgende methode:
Van het poedervormige mengsel van voorbeeld XI werd 80 gew.% gehomogeniseerd met 20 gew.% van een 1% waterige Berol E-oplossing in een kneedinrichting. Het aldus verkregen 30 zachte materiaal werd door een extrusie-inrichting met gewenste opening geperst. De aldus verkregen filamenten werden gedroogd bij 50°C en vervolgens tot de gewenste grootte gemalen. De microkorrels met de gewenste deeltjesgrootte werden door zeven afgezonderd. De te grote deeltjes werden opnieuw 35 gemalen. De gewenste poedervormige korrels werden toegevoegd aan de volgende charge. De aldus verkregen microkorrels zijn geschikt voor toepassing in de landbouw door ze te verspreiden over de grond.
8500276 - 26 -
Men kan ook te werk gaan door uit het gehomogeniseerde mengsel tabletten te persen door middel van een kleefoplossing en drogen van de tabletten. Hierbij werd een plantengroei regulerend preparaat met vertraagde afgifte verkregen, dat 5 in de grond kan worden overgebracht.
VOORBEELD XIII
Mierokorreis 10 gew.% van de verbinding volgens voorbeeld III werd opgelost in 30 gew.% watervrij ethanol. 200 gew.% diato- 10 meeënkorrels (gemiddelde deeltjesgrootte 2-3 mm) werden ge-fluïdiseerd in een charge-gewijze Glatt-type fluïdiserings-granulator, waarna de alcoholische oplossing van het werkzame bestanddeel werd versproeid over de vloeistoflaag. Na verwijdering van het oplosmiddel werden microkorrels verkregen met / 15 een werkzaam bestanddeelgehalte van 5 gew.% geschikt voor grondbehandeling.
8500276

Claims (22)

1. Verbindingen met de algemene formule 1 van het formuleblad, waarin 1 2 R en R gelijk of verschillend zijn en waterstof, halogeen, lager alkyl of lager alkoxy voorstellen/ terwijl 5 R furyl is; of lager alkyl of fenyl voorstelt, waarvan de laatste twee groepen eventueel gesubstitueerd zijn door een of meer halogeenatoom(-atomen), en hydraten en zouten ervan. | i
2. Verbindingen volgens conclusie 1, met het j 1 2 10 kenmerk, dat R en R lager alkyl zijn en R halogeen i gesubstitueerd lager alkyl is.
3. N-{2'-ethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan- i -(1)-sulfonzuur en zouten ervan.
4. N-(2',6'-dimethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-15 -propaan-(1)-sulfonzuur en zouten ervan.
5. Zouten van verbindingen volgens een der voorgaande conclusies 1-3, gevormd met alkalimetalen, aardalkalimetalen of organische basen.
6. Plantengroei regulerende middelen met als werkzaam 20 bestanddeel ten minste een verbinding met de algemene formule 1 van het formuleblad, waarin 1 2 R en R gelijk of verschillend zijn en waterstof, halogeen, lager alkyl of lager alkoxy voorstellen, terwijl R furyl is, of lager alkyl of fenyl voorstelt, waar- 25 bij de laatste twee groepen eventueel gesubstitueerd zijn door een of meer halogeenatoom(-atomen), of een hydraat of een zout ervan vermengd met geschikte inerte vaste of vloeibare dragers of verdunningsmiddelen en eventueel verdere toevoegsels.
7. Plantengroei regulerende middelen volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat als werkzaam bestanddeel een verbinding met de algemene formule 1 van het formuleblad is 1 2 gebruikt, waarin R en R lager alkyl en R halogeen gesubstitueerd lager alkyl is.
8. Plantengroei regulerende middelen volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat als werkzaam bestanddeel N-(2’-ethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan-(1)-sulfonzuur of een zout ervan is gebruikt. 8 '5 0 0 2 7 6 » - 28 -
9. Plantengroei regulerend middel volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat als werkzaam bestanddeel N-(2',6'-dimethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan- (1) --sulfonzuur of een zout ervan is gebruikt.
10. Plantengroei regulerende middelen volgens een der voorgaande conclusies 6-9, met het kenmerk, dat deze een inerte minerale stof of organisch oplosmiddel als drager of verdunningsmiddel bevatten.
11. Plantengroei regulerende middelen volgens een der 10 voorgaande conclusies 6-10, met het kenmerk, dat deze een anionogene, kationogene en/of niet-ionogene opper-vlakteactieve stof en eventueel een kleefmiddel als verder toevoegsel bevatten.
12. Plantengroei regulerend middel in de vorm van een 15 sproei-microkorrel, zaad-dressingmiddel, zaad-korrelfolie, sproeibevochtigingspoeder of emulgeerbaar concentraat.
13. Plantengroei regulerend middel volgens een der voorgaande conclusies 1-12, met het kenmerk, dat dit 0,001-95 gew.% van het werkzame bestanddeel bevat,
14. Werkwijze voor de bereiding van verbindingen met de algemene formule 1 van het formuleblad, waarin 1 2 R en R gelijk of verschillend zijn en waterstof, halogeen, lager alkyl of lager alkoxy voorstellen, terwijl R furyl voorstelt of lager alkyl of fenyl, waarbij de 25 twee laatste groepen eventueel gesubstitueerd zijn door een of meer halogeenatoom(-atomen), of een hydraat of een zout ervan, met het kenmerk, dat een verbinding met de algemene formule 2 van het formule-1 2 blad (waarin R en R de bovenvermelde betekenissen hebben 30 en X waterstof of een vertrekkende groep is) wordt omgezet met een carbonzuur met de algemene formule 3 van het formuleblad (waarin R de bovenvermelde betekenis heeft) of een reactief derivaat ervan en, wanneer een verbinding met de algemene formule 2 van het formuleblad wordt gebruikt, waarin X een 35 vertrekkende groep is, het aldus verkregen product wordt ge-hydrolyseerd en desgewenst een aldus verkregen verbinding met formule 1 wordt omgezet in een zout of wordt een verbinding met formule 1 vrijgemaakt uit eén zout ervan.
15. Werkwijze volgens conclusie 14, met het ken- 40. e r k, dat als uitgangsmateriaal een verbinding met de alge- 8500276 - 29 - ' mene formule 2 van het formuleblad wordt gebruikt, waarin X ! fenyl, benzyl of benzhydryl is. |
16. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 14 j en 15, met het kenmerk, dat een halogenide, 5 amide, ester, of anhydride van een carbonzuur met de algemene formule 3 van het formuleblad wordt gebruikt.
17. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 14-16, met het kenmerk, dat de reactie wordt uitgevoerd in aanwezigheid van een inert organisch oplosmiddel, bij voor- 10 keur een alifatischeof aromatische koolwaterstof of ether. I
18. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 14-17, met het kenmerk, dat als uitgangsmaterialen ver- j bindingen met de algemene formules 2 en 3 van het formuleblad ! 12 i worden gebruikt, waarin R en R lager alkyl en R halogeen j 15 gesubstitueerd lager alkyl zijn. !
19. Werkwijze volgens conclusie 14 voor de bereiding van ! N-(2'-ethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan-(1-sulfonzuur en zouten ervan, met het kenmerk, dat de overeenkomstige uitgangsmaterialen worden gebruikt.
20 20. ' Werkwijze volgens conclusie 14 voor de bereiding van N-(21,6'-dimethyl-fenyl)-N-chlooracetyl-3-amino-propaan-(1)-sulf onzuur en zouten ervan, met het kenmerk, dat de overeenkomstige uitgangsmaterialen worden gebruikt.
21. Werkwijze voor de bereiding van plantengroei regu- 25 lerende middelen, met het kenmerk, dat een verbinding met de algemene formule 1 van het formuleblad of een zout of hydraat ervan wordt vermengd met geschikte inerte vaste of vloeibare dragers, verdunningsmiddelen en eventueel met andere toevoegsels.
22. Toepassing van verbindingen met de algemene formule 1 van het formuleblad of een hydraat of zout ervan als plan-tengroeiregulator. 8500276
NL8500276A 1984-02-03 1985-02-01 N-gesubstitueerde aminopropaansulfonzuurderivaten. NL8500276A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
HU84448A HU193197B (en) 1984-02-03 1984-02-03 Preparatives regulating the growth of plants containing as reagent derivatives of n-substituated amin-prophansulphonic acid and process for production of the reagent
HU44884 1984-02-03

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8500276A true NL8500276A (nl) 1985-09-02

Family

ID=10949644

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8500276A NL8500276A (nl) 1984-02-03 1985-02-01 N-gesubstitueerde aminopropaansulfonzuurderivaten.

Country Status (25)

Country Link
US (1) US4588435A (nl)
JP (1) JPS60248655A (nl)
AU (1) AU571050B2 (nl)
BE (1) BE901612A (nl)
BG (2) BG43689A3 (nl)
CH (1) CH663612A5 (nl)
CS (1) CS259524B2 (nl)
DD (2) DD233372A5 (nl)
DE (1) DE3503684A1 (nl)
DK (1) DK48385A (nl)
ES (1) ES8605793A1 (nl)
FI (1) FI80257C (nl)
FR (1) FR2559148B1 (nl)
GB (1) GB2153822B (nl)
GR (1) GR850291B (nl)
HU (1) HU193197B (nl)
IT (1) IT1184310B (nl)
NL (1) NL8500276A (nl)
NO (1) NO160710C (nl)
PH (1) PH20214A (nl)
PL (2) PL145843B1 (nl)
PT (1) PT79921B (nl)
SE (1) SE8500451L (nl)
SU (2) SU1375126A3 (nl)
YU (1) YU15385A (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH02274612A (ja) * 1989-04-17 1990-11-08 Sanden Corp 自動車用空調装置の制御装置
EP2654433B1 (en) 2010-12-21 2017-08-30 Bayer Cropscience LP Sandpaper mutants of bacillus and methods of their use to enhance plant growth, promote plant health and control diseases and pests
EP2755485A1 (en) 2011-09-12 2014-07-23 Bayer Cropscience LP Methods of enhancing health and/or promoting growth of a plant and/or of improving fruit ripening

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH155446A (de) * 1931-06-18 1932-06-30 Ig Farbenindustrie Ag Verfahren zur Herstellung eines Netz-, Emulgier-, Egalisier-, Disglomerier- und Waschmittels.
US4046911A (en) * 1974-04-02 1977-09-06 Ciba-Geigy Corporation N-(substituted phenyl)-n-furanoyl-alanine methyl esters and their use in fungicidal composition and methods
FR2457281A1 (fr) * 1979-05-23 1980-12-19 Meram Lab Nouveaux derives de l'acide 3-aminopropanesulfonique ayant une activite membranaire renforcee
MA19111A1 (fr) * 1979-10-26 1981-12-31 Ciba Geigy Ag Derives de l'homoserine,procede pour leur preparation et leur utilisation en tant que microbicides
DE3123731A1 (de) * 1981-06-15 1982-12-30 Basf Ag, 6700 Ludwigshafen Chloressigsaeurecyclohexylamide, ihre herstellung, ihre verwendung zur herbizidbekaempfung und mittel dafuer

Also Published As

Publication number Publication date
PH20214A (en) 1986-10-21
FI80257C (fi) 1990-05-10
SE8500451L (sv) 1985-08-04
IT8519335A0 (it) 1985-02-01
DE3503684A1 (de) 1985-08-08
JPS60248655A (ja) 1985-12-09
SU1505426A3 (ru) 1989-08-30
US4588435A (en) 1986-05-13
CH663612A5 (de) 1987-12-31
GB8502543D0 (en) 1985-03-06
GB2153822A (en) 1985-08-29
ES540302A0 (es) 1986-04-16
DD231277A5 (de) 1985-12-24
DD233372A5 (de) 1986-02-26
HUT37916A (en) 1986-03-28
FI80257B (fi) 1990-01-31
IT1184310B (it) 1987-10-28
FI850426L (fi) 1985-08-04
NO160710C (no) 1989-05-24
BG43689A3 (en) 1988-07-15
GB2153822B (en) 1987-07-22
DK48385A (da) 1985-08-04
PT79921A (en) 1985-03-01
HU193197B (en) 1987-08-28
FI850426A0 (fi) 1985-02-01
AU571050B2 (en) 1988-03-31
PL145843B1 (en) 1988-11-30
BE901612A (fr) 1985-07-31
YU15385A (en) 1987-12-31
PL256017A1 (en) 1986-12-30
GR850291B (nl) 1985-06-05
PL251805A1 (en) 1985-12-17
PT79921B (en) 1986-11-10
CS259524B2 (en) 1988-10-14
SE8500451D0 (sv) 1985-02-01
ES8605793A1 (es) 1986-04-16
BG45381A3 (bg) 1989-05-15
AU3828385A (en) 1985-08-08
SU1375126A3 (ru) 1988-02-15
NO160710B (no) 1989-02-13
CS70285A2 (en) 1988-03-15
DK48385D0 (da) 1985-02-01
NO850386L (no) 1985-08-05
FR2559148B1 (fr) 1988-06-03
PL139979B1 (en) 1987-03-31
FR2559148A1 (fr) 1985-08-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JPH0725725B2 (ja) ベンズアミド誘導体
SE469585B (sv) Komposition foer att hos cerealieplantor reglera tillvaexten genom att aastadkomma selektiv hanlig sterilitet innehaallande som aktiv bestaandsdel vissa 1-aryl-1,4-dihydro-4-oxopyridaziner
HU184615B (en) Compositions with antidote activity and process for preparing oxime derivatives applied as active substances thereof
HU181873B (en) Plant growth regulating and/or insecticide composition containing 2-/propagyl-oxy-imino/-1,7,7-trimethyl-byciclo/2.2.1/heptane further process for preparing the active suastance
JPH0655708B2 (ja) スルホンアミド系化合物及び農業用殺菌剤
NL8500276A (nl) N-gesubstitueerde aminopropaansulfonzuurderivaten.
HU181943B (en) Gametocide compositions and process for producing the active agents
JPS5984860A (ja) シクロヘキサン―ジオン化合物および除草用組成物
US5176735A (en) Method of desiccating plants employing 3-carbonylphenyl uracil derivatives
KR870000676B1 (ko) 티오시아노피리미딘 유도체의 제조방법
SE447377B (sv) Nya bicyklo/2.2.1/heptanderivat och kompositioner innehallande dem och avsedda for reglering av vexters tillvext
EP0021692A1 (en) Novel substituted nitrodiphenyl ethers, herbicidal compositions containing them and the use thereof for combating weeds
EP0199658A1 (en) New cyclohexane derivatives having plant growth regulating activities and applications thereof
PT92617B (pt) Processo de preparacao de derivados substituidos de dionas e de composicoes herbicidas que os contem
JPS6054954B2 (ja) ジフエニルエ−テル誘導体,およびジフエニルエ−テル誘導体を含有する除草剤
EP0002932B1 (en) The use of n-substituted oxobenzothiazolines as plant growth regulators and plant growth regulating compositions containing n-substituted oxobenzothiazolines
US4314845A (en) N4 -Phenoxyalkanoylsulfanilamides and herbicidal composition containing the same
EP0174680B1 (en) Substituted 4-fluorothiocarbanilide herbicidal compounds and methods of use
US4282028A (en) Herbicidal and plant-growth-regulating N-substituted-N-(2,5-dialkylpyrrol-1-yl) haloacetamides
CA1302423C (en) Isoxazoline derivatives and plant growth regulators
JPH0564145B2 (nl)
CS196426B2 (en) Agents for treatment of plants to influence growth and method of producing the active constituent
US4362548A (en) Herbicidal and plant-growth-regulating N-substituted-N-(2,5-dialkylpyrrol-1-yl) haloacetamides
JPH0742259B2 (ja) ベンズアミド誘導体
KR840000194B1 (ko) 피라졸 유도체의 제조방법

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed