NL1022236C1 - Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1022236C1 NL1022236C1 NL1022236A NL1022236A NL1022236C1 NL 1022236 C1 NL1022236 C1 NL 1022236C1 NL 1022236 A NL1022236 A NL 1022236A NL 1022236 A NL1022236 A NL 1022236A NL 1022236 C1 NL1022236 C1 NL 1022236C1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- carcass part
- leg
- wing
- carcass
- product carrier
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C21/00—Processing poultry
- A22C21/0053—Transferring or conveying devices for poultry
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C21/00—Processing poultry
- A22C21/0092—Skinning poultry or parts of poultry
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Processing Of Meat And Fish (AREA)
Description
Korte aanduiding: Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en een 5 inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben en een deel van het daarop van nature aanwezige vlees omvat.
De huidige consument van van gevogelte afkomstige vleesproducten 10 is gewend geraakt aan een ruime keuze tussen een veelvoud aan hoogwaardige producten, zoals binnenfilets, buitenfilets (enkel, dubbel), drumsticks, bouten en op diverse wijzen gesneden vleugels. Om aan de vraag van de consument te kunnen voldoen is bij de verwerkers van geslacht gevogelte de vraag ontstaan naar 15 een flexibele werkwijze en een inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte waarmee op een efficiënte wijze aan de vraag van de consument naar producten van hoge kwaliteit kan worden voldaan.
20 Voor het opdelen van geslacht gevogelte in voor de consument aantrekkelijke delen wordt traditioneel het gevogelte toegevoerd aan een opdeellijn. Hierbij wordt het gevogelte aan de poten opgehangen in een daartoe geschikte haak, die door middel van een transportsysteem langs een aantal bewerkingsstations wordt • 25 gevoerd.
De bekende opdeellijn omvat veelal een station waarin de voorhelft van het karkas (dat de borst en het daar direct aan grenzende deel van de rug omvat) en de achterhelft van het 30 karkas (dat de poten en het de poten verbindende deel van de rug omvat) van elkaar gescheiden worden. De achterhelft van het karkas wordt al hangende aan de poten verder bewerkt in de opdeellijn, terwijl de voorhelften naar een aparte fileerlijn worden gebracht om daar verder bewerkt te worden.
35
1 02.22 1 R
I Traditioneel worden de nek en het nekvel reeds in de opdeellijn I van het karka.s gescheiden. Waar de vleugels van het karkasdeel I worden losgemaakt hangt af van hoe het borstvlees geoogst wordt.
I 5 Wordt het borstvlees van het karkasdeel afgeschraapt, dan worden I de vleugels in de opdeellijn verwijderd. Bij een andere methodiek voor het oogsten van borstvlees wordt kracht uitgeoefend op de vleugels om zo het borstvlees los te trekken van het karkasdeel. De vleugels worden daarna losgesneden of 10 losgetrokken van het borstvlees. Bij deze methodiek worden vleugels en borstvlees dus van elkaar gescheiden in de fileerlijn.
I Uit oogpunt van efficiency en flexibiliteit is het wenselijk om 15 bewerkingen als vleugelsnijden (in verschillende varianten) en het verwijderen van de nek en/of het nekvel ook in de fileerlijn te kunnen uitvoeren.
NL 1014845 beschrijft een inrichting voor het bewerken van een 20 slachtproduct, die productdragers omvat, die bevestigd zijn aan I een transporthangbaan. Op een dergelijke productdrager kunnen zowel voorhelften als borstkappen, al dan niet met vleugels, I delen van vleugels, de nek, het nekvel en/of de ruggengraat, worden aangebracht. De bekende productdrager voert het erop 25 gefixeerde karkasdeel langs een aantal bewerkingsstations, waarbij het ook mogelijk is het karkasdeel ten opzichte van de bewerkingsstations in een positie te brengen alsof het karkasdeel in een haak van een opdeellijn zou hangen. Dit heeft het voordeel dat bewerkingsinrichtingen die voorheen alleen in 30 de opdeellijn geplaatst konden worden, nu ook in de fileerlijn kunnen worden toegepast.
In de praktijk is gebleken dat de mogelijkheid van het in de fileerlijn uitvoeren van bewerkingen die tot nu toe uitsluitend 35 of bij sterke voorkeur in de opdeellijn moesten worden uitgevoerd mogelijkheden biedt voor het optimaliseren van het H bewerken van een karkasdeel, dat ten minste een deel van de 3 ribben en een deel van het daarop van nature aanwezige vlees omvat.
Niet alle gevonden optimalisaties vereisen echter de toepassing 5 van een productdrager volgens NL1014845. Ook eenvoudiger productdragers, die bijvoorbeeld slechts in een enkel vlak zwenkbaar zijn, kunnen toereikend zijn. Daarnaast is ook voorzien dat werkwijzen en inrichtingen volgens de uitvinding kunnen worden toegepast zonder de uitdrukkelijke combinatie met 10 een productdrager, die zich langs een baan beweegt. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan toepassing in een stand-alonemachine of een inrichting waarbij het te bewerken product met de hand langs de inrichting wordt bewogen.
15 Het doel van de uitvinding is de mogelijkheden voor het optimaliseren van het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte te benutten. Hierdoor kunnen hoge productiesnelheden, een hoge opbrengst en een hoge kwaliteit van de producten bereikt worden. Tevens is men flexibeler ten aanzien van de 20 vorm, de afmetingen en het gewicht van het te bewerken karkasdeel, alsmede flexibeler ten aanzien van het te bereiken eindproduct.
In een eerste aspect van de uitvinding wordt dit doel bereikt 25 met een werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, een nekopening, een deel van ten minste een van de vleugels en eventueel ten minste een deel van het V-been omvat, die de 30 volgende stappen omvat: - het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van 35 deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, I - het in het karkasdeel brengen van een eerste V-beenmes I waarbij het eventueel aanwezige V-been of het deel daarvan I dat aanwezig is, dit ten minste gedeeltelijk wordt I losgesneden van het karkasdeel, 5 waarbij het eerste V-beenmes voorzien is van een of meer I gewrichtspositioneervlakken, I die zodanig zijn aangebracht dat zij in een gedefinieerde I positie van het eerste V-beenmes ten opzichte van het karkasdeel ten minste een vleugelgewricht vanuit de H 10 binnenzijde van het karkasdeel ten minste in hoofdzaak in een vooraf bepaalde, reproduceerbare positie brengen, I - het vanaf de buitenzijde aandrukken van het karkasdeel, zodanig dat ten minste een vleugelgewricht op een reproduceerbare wijze ondersteund wordt door de een of meer 15 positioneervlakken van het eerste V-beenmes waardoor de aanwezige vleugelgewrichten nauwkeurig in de vooraf bepaalde I positie gebracht worden.
In veel gevallen is in het te bewerken karkasdeel nog een V-been 20 of een deel daarvan aanwezig. Om het kwetsbare V-been op een H betrouwbare wijze te verwijderen wordt het eerst ten minste gedeeltelijk losgesneden van het karkasdeel met een eerste V- beenmes. Het is gebleken dat het lossnijden van het V-been (of een deel daarvan) goed te combineren is met het uitvoeren van 25 een nauwkeurige bewerking aan het vleugelgewricht, zoals het I maken van een snede door het vleugelgewricht zonder daarbij de botten van het gewricht te raken.
Bij nader onderzoek is gebleken dat de positioneringmethode voor 30 de vleugelgewrichten ook goed is toe te passen op karkasdelen zonder V-been. Het eerste V-beenmes kan voor die gevallen ook uitgevoerd zijn zonder snijkanten, en een vorm hebben die I afwijkt van een eerste V-beenmes dat wel een V-been moet kunnen I lossnijden. In gevallen waarbij het V-been wel aanwezig is, maar 35 niet losgesneden hoeft te worden, kan het eerste V-beenmes I afwijkende vorm hebben, bij voorkeur zonder snijvlakken, en 5 fungeert het in feite puur als drager van de gewrichtspositioneervlakken.
Het te bewerken karkasdeel wordt voor de bewerking op een 5 productdrager aangebracht en gefixeerd. Hiervoor is in het bijzonder de uit NL 1014845 bekende productdrager geschikt. Deze productdrager brengt het te bewerken karkasdeel in de juiste positie ten opzichte van een eerste bewerkingsinrichting. In deze eerste bewerkingsinrichting een nauwkeurige bewerking aan 10 het vleugelgewricht uitgevoerd, en eventueel wordt tevens het V-been of het deel dat daarvan aanwezig is uit het karkasdeel verwijderd.
Het eerste V-beenmes wordt via de nekopening in het karkasdeel 15 gebracht. Indien producten met een nek of nekvel worden verwerkt, is het voordelig eerst de nek en/of het nekvel weg te bewegen van de nekopening, zodat deze goed vrij komt te liggen en het eerste V-beenmes zonder problemen ingebracht kan worden. Op het eerste V-beenmes zijn een of meer 20 gewrichtspositioneervlakken aangebracht. Als het eerste V-beenmes een gedefinieerde positie ten opzichte van het karkasdeel inneemt, brengen de een of meer positioneervlakken de aanwezige vleugelgewrichten in hoofdzaak in een vooraf bepaalde, reproduceerbare positie, bijvoorbeeld door de vleugelgewrichten 25 enigszins naar buiten te drukken. De globale positionering van de vleugelgewrichten wordt op deze manier gerealiseerd vanaf de binnenzijde van het karkas.
Teneinde een nauwkeurige positionering van de aanwezige 30 vleugelgewrichten te realiseren wordt nadat de aanwezige vleugelgewrichten vanuit de binnenzijde van het karkasdeel op hun plaats zijn gebracht, het karkasdeel van buitenaf aangedrukt door externe aandrukmiddelen. Deze externe aandrukmiddelen zorgen ervoor dat de aanwezige vleugelgewrichten stevig tegen de 35 een of meer gewrichtpositioneervlakken komen aan te liggen, zodanig dat ze ook daadwerkelijk precies in de vooraf bepaalde positie komen te liggen.
:: Π ? 9 9 O O
I De combinatie van een positionering van de aanwezige I vleugelgewrichten van binnenuit en van buitenaf heeft het I voordeel dat de positie van de aanwezige vleugelgewrichten ten I 5 opzichte van de bewerkingsinrichting betrouwbaar, nauwkeurig en eenduidig bepaald is, en ook dat de positie van de aanwezige I vleugelgewrichten ten opzichte van de bewerkingsinrichting I onafhankelijk is van de grootte, het gewicht en de vorm van het I te bewerken karkasdeel.
I Bij een relatief klein of middelgroot, ideaal gevormd I karkasdeel, waarbij elk aanwezig vleugelgewricht op relatief korte afstand van de plaats van de ruggengraat ligt, zal elk aanwezig vleugelgewricht door de een of meer 15 gewrichtspositioneervlakken naar buiten, naar de vooraf bepaalde I positie worden gedrukt. In deze gevallen zullen de aanwezige vleugelgewrichten al stevig tegen de een of meer gewrichtspositoneervlakken aanliggen, en de door deze vlakken voorgeschreven positie innemen. In deze gevallen is het 20 aandrukken van het karkasdeel van buiten af vooral een extra waarborg dat tijdens de bewerking de aanwezige vleugelgewrichten hun ideale positie met voldoende nauwkeurigheid behouden.
Bij een relatief groot of minder ideaal gevormd karkasdeel is 25 het niet gegarandeerd dat de aanwezige vleugelgewrichten meteen zoals beoogd gepositioneerd worden vanaf de binnenzijde van het karkasdeel door de een of meer gewrichtspositioneervlakken van het eerste V-beenmes. In dergelijke gevallen zullen de vleugelgewrichten niet altijd meteen mooi tegen de een of meer 30 gewrichtspositioneringsvlakken aan komen te liggen. De een of meer gewrichtspositioneervlakken zorgen dan slechts voor een globale voorpositionering van de aanwezige vleugelgewrichten. De externe aandrukmiddelen brengen vervolgens een gerichte druk van buitenaf aan op het karkasdeel, waardoor de aanwezige 35 vleugelgewrichten alsnog mooi tegen de gewrichtspositioneervlakken aan komen te liggen en de 7 vleugelgewrichten de vooraf bepaalde positie met een grote nauwkeurigheid bereiken.
Doordat de positie van de aanwezige vleugelgewrichten nauwkeurig 5 bekend is en onafhankelijk is van de grootte en de vorm van het karkasdeel, is het mogelijk nauwkeurige bewerkingen aan de vleugelgewrichten uit te voeren.
Een dergelijke nauwkeurige bewerking is bijvoorbeeld het 10 doorsnijden van een deel van de peesverbindingen tussen vleugel (of vleugeldeel) en de rest van het karkasdeel, zodanig dat een peesverbinding tussen een buitenfilet en een vleugel of vleugeldeel blijft bestaan. Ook het op betrouwbare en reproduceerbare doorsnijden van het vleugelgewricht zonder 15 daarbij de botten van het gewricht te raken is een voorbeeld van zo'n bewerking die een nauwkeurige positionering van het vleugelgewricht vereist.
Deze twee bewerkingen kunnen worden gecombineerd door het 20 toepassen van speciale vleugelsnijmessen, die in hoofdzaak sikkelvormig zijn. Deze messen zijn voorzien van een facet, dat voorkomt dat tijdens het snijden de pezen van het vleugelsnijmes afglijden.
25 In een voorkeursuitvoeringsvorm, waarin het vleugelsnijden met de hierboven genoemde speciale vleugelsnijmessen wordt uitgevoerd en een peesverbinding tussen buitenfilet en vleugel(deel) blijft bestaan, is het mogelijk om zowel het borstfilet, de eye meat als de binnenfilets op een voordelige 30 wijze te oogsten.
Op deze manier kan de werkwijze van het haasjes oogsten volgens eP 0 695 506 worden uitgevoerd.
35 De uitvinding omvat tevens een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding. Bij voorkeur zijn meerdere van deze inrichtingen ondergebracht in '*022236 I een carrouselmachine. In een dergelijke carrouselmachine kunnen de inrichtingen zowel in hoofdzaak horizontaal als in hoofdzaak I verticaal zijn geplaatst.
5 Het tweede aspect van de uitvinding behelst een optimalisatie I van het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van I het daarop van nature aanwezige vlees, een nekopening, en een I deel van het V-been omvat, 10 die de volgende stappen omvat: - het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een H productdrager, H welke productdrager beweegbaar is langs een baan en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het 15 karkasdeel, - het in het karkasdeel brengen van een voorgevormd blok door de nekopening van het karkasdeel, welk voorgevormd blok een uitsparing heeft voor het opnemen van het V-been of het deel dat daarvan aanwezig is, en welk voorgevormd blok aangebracht 20 wordt tussen de twee benen van het V-been of tussen de plaatsen waar deze benen zich zouden bevinden als het V-been in zijn geheel aanwezig zou zijn, - het aan de naar de rugzijde van het karkasdeel toegewende zijde lossnijden van het V-been of het aanwezige deel daarvan 25 van het karkasdeel door het inbrengen van een eerste V- beenmes langs een vlakke kant van het voorgevormde blok, waarbij het eerste V-beenmes een snijkant heeft waarvan de contour in hoofdzaak overeenkomt met de buitencontour van het gehele V-been, 30 - het in het karkasdeel brengen van twee tweede V-beenmessen aan weerszijden langs het voorgevormde blok, in hoofdzaak loodrecht op het eerste V-beenmes, waarbij de tweede V- beenmessen in hoofdzaak de buitencontour van het gehele V- been volgen, en het V-been of het aanwezige deel daarvan 35 lossnijden van het karkasdeel, zodanig dat het V-been of het aanwezige deel daarvan opgesloten is tussen het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen, 9 het gezamenlijk uit het karkasdeel terugtrekken van het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen,,zodanig dat het V-been of het aanwezige deel daarvan opgesloten blijft tussen het voorgevormde blok, het 5 eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen, en zo uit het karkasdeel verwijderd wordt.
Na het uitvoeren van de bewerking aan de aanwezige vleugelgewrichten wordt bij voorkeur het V-been of het nog 10 aanwezige deel daarvan verwijderd uit het karkasdeel. Volgens een tweede aspect van de uitvinding geschiedt dit door voorafgaand aan het inbrengen van het eerste V-beenmes een voorgevormd blok in het karkasdeel te brengen tussen de twee benen van het V-been. Is nog slechts een deel van het V-been 15 aanwezig, dan wordt het voorgevormde blok op een zodanige plaats is het karkasdeel gebracht dat indien het V-been nog in zijn geheel aanwezig zou zijn, het blok tussen de beide benen van het V-been zou komen te liggen. In de het voorgevormde blok is een uitsparing aanwezig die het V-been of het nog aanwezige deel 20 daarvan opneemt. Een voorgevormd blok voor het opnemen van ten minste een deel van het V-been is bekend uit EP 0 336 162.
Het eerste V-beenmes heeft een vlak snijdeel. De buitencontour van dit snijdeel heeft een vorm die in hoofdzaak overeenkomt met 25 de vorm van de buitencontour van het V-been, dat wil zeggen dat het snijdeel een in hoofdzaak pijlvormige contour heeft. Het snijdeel is voorzien van ten minste een snijkant.
In een voordelige uitvoeringsvorm heeft het snijdeel van het 30 eerste V-beenmes in hoofdzaak een pijlvorm, waarbij de brede zijde van de pijlpunt breder is dan het V-been. Hierdoor wordt niet alleen het V-been losgesneden van het karkasdeel, maar ook het omliggende vlees. Dit komt niet alleen de vleesopbrengst ten goede, maar maakt het ook zekerder dat dit additionele vlees 35 daadwerkelijk meegeoogst wordt.
1 0222.16 ι H De brede zijde van de pijlpunt van het eerste V-beenmes is in H een voorkeursuitvoeringsvorm zo breed dat het vlees tot in de H directe nabijheid van het vleugelgewricht wordt losgesneden van I het karkasdeel. Hierdoor wordt het vlees tussen het V-been en I 5 het vleugelgewricht meegeoogst, terwijl dat voorheen op het karkasdeel bleef zitten.
Het eerste V-beenmes wordt langs een vlakke kant van het voorgevormde blok in het karkasdeel aangebracht. Hierdoor wordt 10 het V-been (of het deel ervan dat nog in het karkasdeel aanwezig is) aan de naar de rugzijde van het karkasdeel toegewende zijde losgesneden.
Vervolgens worden aan weerszijden langs het voorgevormde blok, 15 in hoofdzaak loodrecht op het eerste V-beenmes twee tweede V- beenmessen in het karkasdeel gestoken. Deze tweede V-beenmessen volgen in hoofdzaak de buitencontour van het V-been, en snijden het V-been los van het karkasdeel.
20 Als het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V- beenmessen in het karkasdeel aangebracht zijn, is het V-been door hen ingesloten. Door het gelijktijdig terugtrekken van het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V- beenmessen wordt het V-been uit het karkasdeel verwijderd.
In een voordelige uitvoeringsvorm wordt het voorgevormde blok en de eerste en tweede V-beenmessen uit elkaar bewogen, en wordt het V-been van het voorgevormde blok verwijderd door de toepassing van perslucht.
H
H Indien producten met een nek of nekvel worden verwerkt, is het H voordelig eerst de nek en/of het nekvel weg te bewegen van de nekopening, zodat deze goed vrij komt te liggen en het eerste V- H beenmes zonder problemen ingebracht kan worden.
H In een verdere voordelige uitvoeringsvorm wordt de bewerking H volgens het tweede aspect van de uitvinding uitgevoerd in een 11 carrouselmachine. Op deze manier kan de productiesnelheid aanzienlijk worden verhoogd, omdat meerdere producten tegelijk en continu bewerkt worden. In een traditioneel systeem kunnen zo'n 2300 producten per uur verwerkt worden, met de werkwijze 5 volgens de uitvinding ligt de productiesnelheid nu al op 3000 producten per uur of meer, terwijl bij toepassing van de werkwijze volgens de uitvinding in een carrouselmachine, productiesnelheden van 5000 producten per uur mogelijk zijn.
10 In sommige streken komt het voor dat producten gevraagd worden waarin het V-been nog aanwezig is, zij het deels losgesneden van het vlees. Ook dergelijke producten kunnen met behulp van de werkwijze en inrichting volgens het tweede aspect worden geproduceerd. In een dergelijk geval snijdt het eerste V-beenmes 15 het V-been deels los, en blijft het inkomen van de tweede V-beenmessen achterwege. Ook wordt het V-been dus niet uit het karkasdeel verwijderd.
De uitvinding omvat tevens een inrichting voor het uitvoeren van 20 de werkwijze volgens het tweede aspect van de uitvinding. Bij voorkeur zijn meerdere van deze inrichtingen ondergebracht in een carrouselmachine. In een dergelijke carrouselmachine kunnen de inrichtingen zowel in hoofdzaak horizontaal als in hoofdzaak verticaal zijn geplaatst.
25
In een derde aspect van de uitvinding wordt een optimalisatie van het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, en een deel van het vel van 30 omvat, gerealiseerd door een werkwijze die de volgende stappen omvat: - het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij 35 voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, i; r< r· ·' · i / / ,,
' - - KJ
en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het I karkasdeel, I - het positioneren van het karkasdeel ten opzichte van een I eerste bewerkingseenheid, I 5 het verwijderen van het vel door het karkasdeel langs ten I minste twee paar samenwerkende, verend opgestelde ontvelrollen te bewegen, waarbij het te ontvellen deel van I het karkasdeel tegen de ontvelrollen wordt gedrukt, zodanig I dat de ontvelrollen het te verwijderen vel grijpen en I 10 lostrekken van het karkasdeel, waarbij de positionering van H de ontvelrollen ten opzichte van elkaar is aangepast aan de I te verwachten contour van het karkasdeel.
Uit W001/03509 is een inrichting bekend voor het verwijderen van 15 vel van karkasdelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van een paar van ontvelrollen. De ontvelrollen uit de uit WO 01/03509 bekende inrichting hebben een additionele vrijheidsgraad zodat ze optimaal gepositioneerd kunnen worden ten opzichte van het karkasdeel.
Een nadeel van de bekende inrichting is de mechanische complexiteit ten gevolge van het toevoegen van de additionele vrijheidsgraad van de ontvelrollen. De constructie wordt hierdoor ook gevoelig voor storingen.
De uit NL 1014845 bekende productdrager is ingericht om de positie van het karkasdeel tijdens het bewegen ervan langs de baan te veranderen. Het is dan ook mogelijk om de positie van het karkasdeel tijdens het passeren van de ontvelrollen aan te 30 passen. Hierdoor kan steeds de meest optimale positie van het te ontvellen karkasdeel worden gerealiseerd.
Om het ontvellen van de karkasdelen verder te optimaliseren H worden in de werkwijzen volgens het derde aspect van de · 35 uitvinding twee paren van ontvelrollen toegepast, die verend zijn opgesteld. Daarnaast nemen de ontvelrollen een zodanige positie ten opzichte van elkaar in dat ze, gezien in de 13 transportrichting van het karkasdeel, in hoofdzaak de te verwachten contour van het te ontvellen karkasdeel (of ten minste een deel daarvan) volgen.
5 Tijdens het passeren van de ontvelrollen wordt het karkasdeel enigszins tegen de verend opgestelde ontvelrollen gedrukt. Doordat de ontvelrollen zodanig ten opzichte van elkaar zijn opgesteld dat ze in hoofdzaak de contour van het karkasdeel volgen, is de druk over de omtrek van het karkasdeel 10 vergelijkbaar, hetgeen een soepel verloop van het ontvelproces ten goede komt.
Bij voorkeur wordt ten minste een deel van het te verwijderen vel enigszins opgestroopt voordat het karkasdeel over de 15 ontvelrollen wordt geleid. Het voordeel van het opstropen is dat de ontvelrollen 54 een beter grip krijgen op het los te trekken vel. Met name bij natte producten levert dit een veel betrouwbaarder ontvelproces op.
20 De toepassing van dit principe is toepasbaar het ontvellen van allerlei soorten karkasdelen (zoals pootdelen, rugstukken, borstkappen etc.) en beperkt zich uitdrukkelijk niet tot het ontvellen van karkasdelen van het hierboven beschreven type. Ook kunnen in plaats van de gangbare ontvelrollen ontzwoerdrollen 25 worden toegepast, al dan niet in combinatie met schraapelementen.
De uitvinding omvat tevens een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens het derde aspect van de uitvinding.
30
Volgens een vierde aspect van de uitvinding wordt het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, een deel van ten minste een van de 35 vleugels en een deel van het rugvel, het borstvel en het vleugelvel omvat, verder geoptimaliseerd. Deze optimalisatie H wordt bereikt met een werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel, die de volgende stappen omvat: - het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, 5 welke productdrager in een transportrichting beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, H 10 het nauwkeurig en reproduceerbaar positioneren van het I karkasdeel ten opzichte van een eerste bewerkingseenheid, I - het maken van een nauwkeurige, reproduceerbare eerste H snede in het vel in het gebied van de verbinding tussen romp en vleugel, aan de zijde van de borst, zodanig dat de I 15 eerste snede bij ieder product op nagenoeg dezelfde plaats I op het karkasdeel komt te liggen, onafhankelijk van de I afmetingen van het product, - het verwijderen van het borstvel door het karkasdeel langs ten minste een paar samenwerkende ontvelrollen te bewegen, I 20 zodanig dat de ontvelrollen het borstvel grijpen en lostrekken van het karkasdeel waarbij het borstvel afscheurt bij de in het vel gemaakte eerste snede, waardoor het rugvel en het vleugelvel verbonden blijven I met het karkasdeel, I 25 - het nauwkeurig en reproduceerbaar positioneren van het I karkasdeel ten opzichte van een tweede bewerkingseenheid, waarbij het karkasdeel zich in een eerste oriëntatie ten I opzichte van de transportrichting bevindt, I - het nauwkeurig en reproduceerbaar insnijden van het vel in I 30 het gebied van de verbinding tussen romp en vleugel, aan de zijde van de rug, waarbij tijdens het snijden het I karkasdeel van de eerste oriëntatie naar een tweede I oriëntatie ten opzichte van de transportrichting bewogen I wordt, zodat een gekromde tweede snede ontstaat, 35 - het verwijderen van het rugvel door het karkasdeel langs I ten minste een paar samenwerkende ontvelrollen te bewegen, I zodanig dat de ontvelrollen het rugvel grijpen en 15 lostrekken van het karkasdeel waarbij het rugvel afscheurt bij de tweede snede tussen romp en vleugel, waardoor een vooral bepaald deel van het vleugelvel verbonden blijft met het karkasdeel.
5
In de meeste gevallen is het wenselijk dat de producten van de vleugels van het geslachte gevogelte nog voorzien zijn van vel, terwijl de producten van het borst- en of rugvlees bij voorkeur ontveld worden aangeboden. Tot nu toe werd dat bereikt door in 10 de fileerlijn het vel bij de overgang tussen romp en vleugel aan zowel de borstzijde als aan de rugzijde in te snijden. Dit gebeurt in de bekende werkwijzen met vast opgestelde messen of handmatig.
15 Vervolgens wordt het vel van borst en rug in de bekende werkwijzen losgetrokken door ten minste een paar samenwerkende ontvelrollen. De sneden in het vel zorgen ervoor dat het vel afscheurt daar waar de sneden zich bevinden.
20 Met name vanwege de variatie is vorm en afmetingen van de te bewerken karkasdelen was het met de bekende werkwijzen niet mogelijk om de sneden op een nauwkeurige, reproduceerbare, van tevoren bepaalde plaats in het vel van het karkasdeel aan te brengen. Hierdoor was de plaats waarop het vel zou scheuren 25 vooraf niet nauwkeurig te bepalen.
Met het vierde aspect van de uitvinding is dat vanaf nu wel mogelijk. Ten eerste biedt de toepassing van een in meerdere vlakken zwenkbare productdrager mogelijkheden om het karkasdeel 30 nauwkeurig te positioneren ten opzichte van de messen die de sneden maken.
Belangrijker is echter nog dat de productdrager een beweging uitvoert terwijl de tweede snede wordt gemaakt. Hierdoor kan de 35 vorm van de snede afwijken van de gebruikelijke rechte snede van een statisch mes of van de enigszins gekromde snede van een roterend mes. Hierdoor wordt de vorm van de snede 1022236 16 geoptimaliseerd. Omdat het door de flexibiliteit van de productdrager mogelijk is om te bewerken karkasdelen reproduceerbaar te positioneren ten opzichte van de bewerkingseenheiden wordt de snede tevens op de meest optimale 5 plaats in het karkasdeel gemaakt.
Bij voorkeur wordt de snedediepte van de messen zo nauwkeurig afgesteld dat alleen het vel ingesneden wordt, en het daar onder gelegen vlees niet geraakt wordt. Dit geldt zowel voor de eerste 10 als voor de tweede snede.
In een verdere voordelige uitvoeringsvorm wordt het borstvlees voorafgaand aan het maken ven de eerste snede enigszins weggedrukt van het gebied waar de eerste snede zal worden 15 gemaakt. Hiermee wordt bereikt dat het vel op de betreffende plaats strak staat, waardoor de snede gemakkelijker en nauwkeuriger kan worden gemaakt. Ook wordt zo het risico dat er tijdens het insnijden van het vel borstvlees geraakt wordt beperkt.
20
Bij voorkeur bevindt het karkasdeel zich voor de inloop in de tweede bewerkinginrichting in een oriëntatie ten opzichte van de transportrichting waarbij het karkasdeel met zijn lengteas in hoofdzaak verticaal en loodrecht op de transportrichting is 25 gericht, en met zijn rugzijde in stroomafwaartse richting gekeerd is. Tijdens het snijden wordt het karkasdeel bij voorkeur geroteerd naar een oriëntatie waarbij de lengteas van het karkasdeel in hoofdzaak horizontaal, evenwijdig met de transportrichting komt te liggen, en de nekopening van het 30 karkasdeel stroomopwaarts wijst. Hierdoor is het mogelijk om de tweede snede ten minste deels rond de vleugelaanzet te laten verlopen.
Bij voorkeur wordt ten minste een deel van het te verwijderen 35 vel enigszins opgestroopt voordat het karkasdeel over de ontvelrollen wordt geleid. Het voordeel van het opstropen is dat de ontvelrollen 54 een beter grip krijgen op het los te trekken 17 vel. Met name bij natte producten levert dit een veel betrouwbaarder ontvelproces op.
De uitvinding omvat tevens een inrichting voor het uitvoeren van 5 de werkwijze volgens het vierde aspect van de uitvinding.
Volgens een vijfde aspect van de uitvinding wordt het bewerken van een karkasdeel,welk karkasdeel ten minste ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige 10 vlees aan zowel de borstzijde als de rugzijde omvat, verder geoptimaliseerd door een werkwijze die de volgende stappen omvat: - het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, 15 welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, 20 - het maken van twee sneden in het vlees aan de rugzijde van het karkasdeel, die zich aan weerszijden van de ruggengraat of de plaats in het karkasdeel waar deze zich voor het verwijderen bevond uitstrekken, en daar in hoofdzaak evenwijdig aan verlopen, 25 - het losmaken van het rug- en schoudervlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel, zodanig dat een verbinding tussen het rug- en schoudervlees enerzijds en het borstvlees -dat nog verbonden is met de botdelen van de romp van het karkasdeel- anderzijds blijft bestaan, waarbij het rug- en 30 schoudervlees wordt losgemaakt door het toepassen van schraapmiddelen, die het schrapen initiëren vanuit de reeds gemaakte sneden aan weerszijden van de ruggengraat, - het losmaken van het borstvlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel, zodanig dat het borst-, rug- en 35 schoudervlees nog met elkaar verbonden is als het in zijn geheel verwijderd wordt van de botdelen van de romp van het karkasdeel.
·· - ·) O' ~ H Met de bekende werkwijzen werd tot nu toe in hoofdzaak het I borstvlees als filet geoogst. Het veel moeilijker te verwijderen I rug- en schoudervlees bleef achter op de botdelen van de romp I 5 van het karkasdeel en werd vaak later, in stukken, separaat van het borstvlees geoogst. Het rug- en schoudervlees moest daardoor I voor een veel lagere prijs worden verkocht dan het borstvlees, B terwijl het kwalitatief net zo goed is.
I 10 Daarnaast blijft bij het lostrekken van de filet volgens de tot nu toe bekende werkwijze er vaak vlees achter op de botdelen van de romp van het karkas, terwijl ook vaak botdelen met het losgetrokken vlees meekomen. Het vijfde aspect van de uitvinding I verbetert deze situatie aanzienlijk.
Volgens het vijfde aspect van de uitvinding wordt nu het rug- en schoudervlees zodanig geoogst dat het verbonden blijft met het B borstvlees, zodat het geheel van borst-, rug- en schoudervlees B als filet kan worden verkocht. Bij voorkeur wordt het vijfde B 20 aspect van de uitvinding gecombineerd met een B voorkeursuitvoering van het tweede aspect van de uitvinding, B waarbij ook het eye meat wordt meegeoogst. Hierdoor ontstaat een B grote filet die borstvlees, rugvlees, schoudervlees en eye meat B omvat.
B Om dergelijke grote filets te kunnen oogsten worden eerst twee B lange sneden in het rugvlees gemaakt, in hoofdzaak evenwijdig B aan en aan weerszijden van de ruggengraat. Deze sneden kunnen B bijvoorbeeld met roterende messen worden gemaakt. Bij het maken B 30 van deze sneden wordt bij voorkeur voorkomen dat botdelen van de B romp van het karkasdeel door de messen geraakt worden.
B Aan beide zijden van het karkasdeel zijn verend opgestelde B · schraapmiddelen aangebracht. Deze beginnen het schrapen bij de B 35 sneden langs de ruggengraat, zodra de vleugelgewrichten zijn B gepasseerd. Terwijl het karkasdeel de schraapinrichting B passeert, volgen de verend opgestelde schraapmiddelen de contour 19 van het karkasdeel en ploegen ze zo het rug- en schoudervlees los van de botdelen van de romp van het karkasdeel. De verbinding tussen borstvlees enerzijds en rug- en schoudervlees anderzijds blijft hierbij gehandhaafd.
5
De schraapmiddelen hebben bij voorkeur een zodanige vorm dat ze het losgeschraapte vlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel weghouden. Op deze manier ontstaat ruimte tussen de botdelen van de romp van het karkasdeel en het rug- en 10 schoudervlees. Deze ruimte wordt benut om met een, bij voorkeur verend opgesteld, mesje, dat bij voorkeur bevestigd is op een geleider, een snede te maken onder het schouderblad. Bij het in een later stadium verwijderen van het filet, dat borstvlees, rugvlees, schoudervlees en bij voorkeur ook eye meat omvat, van 15 de botdelen van de romp van het karkasdeel fungeert deze snede als initiatiepunt voor de separatie van filet en botdelen van de romp.
Bij toepassing van de werkwijze volgens het vijfde aspect van de 20 uitvinding is het ook mogelijk filets te oogsten waarop het vel nog aanwezig is. Dit vergroot het totale rendement dat met de werkwijze te behalen is.
De uitvinding omvat tevens een inrichting voor het uitvoeren van 25 de werkwijze volgens het vijfde aspect van de uitvinding.
Volgens een zesde aspect van de uitvinding wordt het bewerken van een karkasdeel, dat ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, en een deel van 30 ten minste een van de vleugels omvat verder geoptimaliseerd door een werkwijze die de volgende stappen omvat: het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij 35 voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, 1 0 222 3 6 - 20 en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, het zodanig positioneren van het karkasdeel dat de lengteas van het karkasdeel zich in hoofdzaak verticaal en in 5 hoofdzaak loodrecht op de transportrichting van de productdrager bevindt, en de aanwezige vleugels of vleugeldelen naar beneden, in hoofdzaak in de richting van de lengteas van het karkasdeel, afhangen, het invoeren van de afhangende vleugels of vleugeldelen 10 tussen horizontale geleiders, die zich in hoofdzaak in de transportrichting van de productdragers uitstrekken, het tegenhouden van de aanwezige vleugels of vleugeldelen, terwijl de productdrager de botdelen van de romp van het karkasdeel verder transporteert, waarbij tegelijkertijd een 15 eerste snede wordt gemaakt bij de vleugelaanzet, zodanig dat de aanwezige vleugels of vleugeldelen verbonden blijven met het op het karkasdeel aanwezige borstvlees, het vergroten van de afstand tussen de aanwezige vleugels of vleugeldelen en de botdelen van de romp van het karkasdeel 20 door een kracht uit te oefenen op de aanwezige vleugels of vleugeldelen, zodanig dat de filet, die borstvlees, rugvlees, schoudervlees en eventueel eyemeat omvat, en de aanwezige vleugels of vleugeldelen samen worden losgetrokken van de botdelen van de romp van het karkas, 25 - het in neerwaartse richting transporteren van het samenstel van filet en de aanwezige vleugels of vleugeldelen, het separeren van de filets en de aanwezige vleugels of vleugeldelen op een locatie onder het niveau waarop de bewerking van de producten begint, 30 - het afvoeren van filets en vleugels, op een locatie onder het niveau waarop de bewerking van de producten begint.
Een voordelige wijze van het oogsten van filets vanaf karkasdelen van geslacht gevogelte is bekend uit EP 0 551 156.
35 De hierin beschreven wijze van filets oogsten is geschikt voor karkasdelen die ten minste een deel van een van de vleugels omvatten.
21
Bij het op de bekende wijze oogsten van de filets worden de aanwezige vleugels of vleugeldelen tegengehouden terwijl de botdelen van de romp van het karkasdeel verder wordt 5 getransporteerd. Tevens wordt hierbij een eerste snede bij het vleugelgewricht gemaakt. Door het uitoefenen van een kracht op de aanwezige vleugels of vleugeldelen, welke kracht van het karkasdeel af gericht is, en het vergroten van de afstand tussen de botdelen van de romp van het karkas en de vleugels of 10 vleugeldelen wordt de filet losgetrokken van de botdelen van de romp van het karkas. Als laatste stap worden de vleugels van de borstfilets gescheiden.
Bij de bekende inrichting worden de karkasdelen in de 15 bewerkingsinrichting ingevoerd in een positie die tot op heden gebruikelijk was in fileerlijnen, namelijk met de lengteas van het karkasdeel in hoofdzaak verticaal georiënteerd en de nekopening naar boven gericht. Dit heeft echter als nadeel dat in de bewerkingsinrichting voor het uitvoeren van deze werkwijze 20 de plaats waar de vleugels tegengehouden en ingesneden worden, de plaats waar de vleugels van de filets gescheiden worden en de plaats waar de vleugels en de filets uit de bewerkingsinrichting afegvoerd worden relatief dicht bij elkaar moeten liggen. Dit leidt in constructief opzicht tot de nodige compromissen.
25
Bij toepassing van een productdrager volgens NL1014845 is het mogelijk het product "op zijn kop" in de bewerkingsinrichting in te voeren. Hierdoor is het mogelijke de vleugels naar beneden weg te trekken van de botdelen van de romp van het karkasdeel, 30 in plaats van dat dit wegtrekken in opwaartse richting moet gebeuren zoals bekend uit EP 0 551 156.
Het afvoeren van de filets en de vleugels of vleugeldelen geschiedt door de filets en de vleugels of vleugeldelen op een 35 transportband te laten vallen. Deze transportband moet dus zijn aangebracht onder het punt waar de filets en de vleugels of vleugeldelen van elkaar gescheiden worden. In de bekende 1 .· I 22 I inrichting moest dit punt zich boven het punt bevinden waar de producten de bewerkingsinrichting binnenkomen. Hierdoor ontstaan I constructieve problemen door gebrek aan bouwruimte.
5 Bij de werkwijze volgens het zesde aspect van de uitvinding is I het mogelijk de transportband onder de gehele I bewerkingsinrichting te plaatsen. Als bijkomend voordeel kan ook I de afstand waarover de filet van de botdelen van de romp van het I karkasdeel losgetrokken wordt, aanzienlijk worden vergroot.
De uitvinding omvat tevens een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens het zesde aspect van de uitvinding.
Inrichtingen en werkwijzen volgens de uitvinding zullen hierna nader worden toegelicht aan de hand van de bijgevoegde tekening, I 15 waarin op niet beperkende wijze uitvoeringsvoorbeelden zijn I getoond.
I In de tekening toont: fig. 1 - een voorbeeld van een productdrager, die geschikt is I 20 om te worden toegepast in de uitvinding, fig. 2 - het aanbrengen van een karkasdeel op de productdrager I uit fig. 1, I fig. 3 - het strekken van de vleugels van een karkasdeel, I fig. 4 - een deel van een voorbeeld van een inrichting volgens I 25 het eerste aspect van de uitvinding, I fig. 5 - vleugelsnijmessen volgens het eerste aspect van de I uitvinding, I fig. 6 - inrichtingen volgens het eerste of tweede aspect van de uitvinding, ondergebracht in een carrouselmachine, 30 fig. 7 - inrichtingen volgens het eerste of tweede aspect van de uitvinding, ondergebracht in een carrouselmachine, fig. 8 - een voorbeeld van een deel van de inrichting volgens I het tweede aspect van de uitvinding, fig. 9 - een voorbeeld van een deel van de inrichting volgens 35 het tweede aspect van de uitvinding, fig. 10 - een voorbeeld van de inrichting volgens het derde aspect van de uitvinding, 23 fig- 11 - een schematisch vooraanzicht van de inrichting volgens fig. 10, fig. 12 - een mogelijke uitvoering van de werkwijze volgens het derde of vierde aspect van de uitvinding, 5 fig. 13 - een mogelijke uitvoering van de werkwijze volgens het eerste deel van het vierde aspect van de uitvinding, fig. 14 - enkele details van fig. 13, fig. 15 - schematisch een mogelijke uitvoering van de werkwijze volgens het tweede deel van het vierde aspect van de uitvinding 10 in zijaanzicht, fig. 16 - een mogelijke uitvoering van de werkwijze volgens het eerste deel van het vierde aspect van de uitvinding, fig. 17 - schematisch een mogelijke uitvoering van de werkwijze volgens het eerste deel van het vierde aspect van de uitvinding 15 in vooraanzicht, fig. 18 - schematisch een mogelijke uitvoering van de werkwijze volgens het vijfde aspect van de uitvinding, fig. 19 - een mogelijke uitvoering van de inrichting volgens het vijfde aspect van de uitvinding, 20 fig. 20 - een mogelijke uitvoering van de inrichting volgens het zesde aspect van de uitvinding, fig. 21 - een detail van fig. 21, fig. 22 - een mogelijke uitvoering van een inrichting voor het verwijderen van kropvet en/of nekvel, 25 fig. 23 - een mogelijke uitvoering van een inrichting voor het voorbereiden van het oogsten van haasjes, fig. 24 - het handmatig oogsten van haasjes, fig. 25 - het automatisch oogsten van haasjes, fig. 26 - een mogelijke uitvoeringsvorm van het lossnijden van 30 delen van het karkasdeel.
Fig. 1 toont een voorbeeld van een productdrager 2, die geschikt is om te worden gebruikt in alle aspecten van de uitvinding.
Deze productdrager 2 is ingericht voor het dragen en vasthouden 35 van het karkasdeel 1 dat bewerkt wordt. De productdrager 2 is ingericht om langs een baan te bewegen. Dit wordt bijvoorbeeld gerealiseerd door de productdrager 2 te bevestigen aan een 'I Λ ': -
? L /.. ƒ rV
H transporthangbaan.
I De productdrager 2 uit fig. 1 is in meerdere vlakken zwenkbaar, bijvoorbeeld volgens pijl A en pijl B. De productdrager 2 kan 5 deze bewegingen, zowel afzonderlijk als gecombineerd, uitvoeren tijdens het transport langs de baan. De productdrager 2 omvat verder een aangrijpvlak 4, waarmee de productdrager 2 aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel 1, dat wil zeggen aan de I binnenzijde van de ribbenkast (of het deel dat daarvan aanwezig 10 is in het karkasdeel 1). Ook heeft de productdrager 2 een fixatiemiddel 3, dat het karkasdeel 1 vasthoudt op de productdrager 2, ongeacht de positie die deze inneemt.
Fig.2 toont het aanbrengen van een karkasdeel 1 op de 15 productdrager 2. In dit geval gaat het om een borstkap, maar ook andere typen karkasdelen kunnen worden bewerkt. Hierbij valt bijvoorbeeld ook te denken aan voorhelften (met hele vleugels, met vleugels zonder tip, met vleugels met tweede-lid-snede, zonder vleugels, met nek, met netvel, etc), karkasdelen zonder 20 ruggengraat, enzovoorts. De te bewerken karkasdelen omvatten voor de bewerking telkens ten minste een deel van de ribben, en een deel van het daarop van nature aanwezige vlees.
Zodra het karkasdeel 1 op de productdrager 2 is aangebracht en 25 gefixeerd, kan het achtereenvolgens verschillende bewerkingen ondergaan, waarbij uiteindelijk een scheiding tussen verschillende delen van het karkasdeel 1 wordt gerealiseerd.
Voorafgaand aan de bewerkingen kan de productdrager 2 het te 30 bewerken karkasdeel 1 door een vleugelstrekmodule leiden. Dit heeft het voordeel dat na het passeren van deze module alle H aanwezige vleugels of vleugeldelen in een min of meer H reproduceerbare positie ten opzichte van het karkasdeel 1 komen te hangen. Karkasdelen zonder vleugeldelen worden bij voorkeur 35 om deze module heen geleid.
Fig.3 toont een voorbeeld van een vleugelstrekmodule. Deze omvat 25 in dit geval twee roterende elementen 11, die op enige afstand van elkaar zijn geplaatst. Het karkasdeel 1 wordt tussen de roterende elementen 11 door geleid, waarbij verende elementen 12 die op de roterende elementen 11 zijn geplaatst de vleugels of 5 vleugeldelen strekken. Deze verende elementen 12 kunnen bijvoorbeeld worden gevormd door rubberen plukvingers. Fig. 3b toont verder de draairichting van de beide roterende elementen 11; in fig. 3a is T de transportrichting van het karkasdeel 1 bij het volgen van de baan.
10
Een karkasdeel 1 dat naast ten minste een deel van de ribben, en een deel van het daarop van nature aanwezige vlees ook nog een nekopening, en een deel van ten minste een van de vleugels omvat, kan bewerkt worden met een inrichting en een werkwijze 15 volgens het eerste aspect van de uitvinding.
De inrichting volgens het eerste aspect van de uitvinding omvat een eerste V-beenmes 21, dat ingericht is om in het karkasdeel 1 te worden ingebracht. Dit eerste V-beenmes 21 is voorzien van 20 een of meer gewrichtspositioneervlakken 22. In het in fig. 4 getoonde uitvoeringsvoorbeeld zijn er twee van deze vlakken aanwezig.
De gewrichtspositioneervlakken 22 zijn zodanig aangebracht dat 25 zij in een gedefinieerde positie van het eerste V-beenmes 21 ten opzichte van het karkasdeel 1 (bijvoorbeeld de laagste stand van het eerste V-beenmes 21 ten opzicht van het karkasdeel 1) elk een vleugelgewricht vanuit de binnenzijde van het karkasdeel 1 ten minste in hoofdzaak in een vooraf bepaalde, reproduceerbare 30 positie brengen.
Verder omvat de inrichting externe aandrukmiddelen 23 voor het vanaf de buitenzijde aandrukken van het karkasdeel 1. Op deze manier wordt ieder aanwezig vleugelgewricht op een 35 reproduceerbare wijze ondersteund door de een gewrichtspositioneervlak 22 van het eerste V-beenmes 21.
Hierdoor worden de aanwezige vleugelgewrichten op een bijzonder I 26 H betrouwbare wijze nauwkeurig in de vooraf bepaalde positie H gebracht.
H Indien het karkasdeel 1 ook ten minste een deel van het V-been 5 omvat, is het voordelig als het eerste V-beenmes 21 tevens is H ingericht om het aanwezige deel van het V-been ten minste deels I los te snijden van het karkasdeel 1. Ook kunnen verdere middelen I aanwezig zijn voor het lossnijden en uit het karkasdeel 1 I verwijderen van het (aanwezige deel van het) V-been. Hierbij kan I 10 bijvoorbeeld worden gedacht aan een combinatie met het tweede I aspect van de uitvinding.
I Het nauwkeurig positioneren van de vleugelgewrichten is van I belang als het wenselijk is om nauwkeurige bewerkingen aan de I 15 vleugelgewrichten uit te voeren.
I Zo'n geval doet zich voor als het karkasdeel 1 tevens een of I twee binnenfilets (ook wel "haasjes" genoemd) omvat. In dat I geval is het wenselijk om een deel van de peesverbindingen I 20 tussen vleugel of vleugeldeel en de rest van het karkasdeel 1 I door te snijden, zodanig dat bij een peesverbinding tussen het I buitenfilet met een vleugel of vleugeldeel blijft bestaan.
Hierdoor blijven bij het oogsten van de buitenfilets de binnenfilets achter op de botdelen van de romp van het I 25 karkasdeel 1, en kunnen de binnenfilets daarna op bekende wijze I (bij voorkeur volgens EP 0 695 506) handmatig of automatisch I geoogst worden. Een voordeel van het handmatig oogsten is dat er I dan meteen een eindinspectie van het karkasdeel 1 kan I plaatsvinden.
I 30 I Een ander voorbeeld van een bewerking aan het vleugelgewricht I die een nauwkeurige positionering vereist is het doorsnijden van I het vleugelgewricht, waarbij het vleugelsnijmes waarmee de snede I gemaakt wordt zich in hoofdzaak tussen de botdelen van elk I 35 vleugelgewricht door beweegt, en waarbij er na het snijden een verbinding tussen elk van de vleugels of vleugeldelen en de rest van het karkasdeel 1 blijft bestaan.
27
Deze twee nauwkeurige bewerkingen worden volgens het eerste aspect van de uitvinding bij voorkeur uitgevoerd met speciale, sikkelvormige vleugelsnijmessen 24, die een facet 25 omvatten 5 dat voorkomt dat tijdens het snijden de door te snijden pezen van het mes afglijden. De messen werken tevens als een wig, die de botdelen van het vleugelgewricht uit elkaar drukt. Fig. 5 toont het inkomen van de vleugelsnijmessen 24.
10 Om hoge productiesnelheden te kunnen realiseren worden bij voorkeur een aantal inrichtingen volgens het eerste aspect van de uitvinding ondergebracht in een carrouselmachine, zoals getoond in de figuren 6 en 7.
15 Bij het bewerken van producten met een nek of nekvel, kan de nek of het nekvel het inbrengen van het eerste V-beenmes 21 belemmeren. Om dit te voorkomen is de inrichting volgens de uitvinding bij voorkeur voorzien van middelen die de nek of het nekvel weghouden bij de nekopening, bijvoorbeeld geleidingen.
20
Bij voorkeur worden inrichting en werkwijze volgens het eerste aspect van de uitvinding gecombineerd het de inrichting en werkwijze volgens het tweede aspect van de uitvinding.
25 Het tweede aspect van de uitvinding betreft een werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel 1 van geslacht gevogelte. De karkasdelen die volgens de betreffende werkwijze en met de betreffende inrichting kunnen worden bewerkt omvatten ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van 30 nature aanwezige vlees, een nekopening, en een deel van het V-been. In de hieronder beschreven voorbeeld is het gehele V-been aanwezig.
Ook bij het tweede aspect van de uitvinding wordt het te 35 bewerken karkasdeel 1 aangebracht en gefixeerd op een productdrager 2 van het eerder beschreven type.
I 28 H Om het V-been te kunnen verwijderen wordt een voorgevormd blok door de nekopening in het karkasdeel 1 gebracht. Het I voorgevormde blok heeft een uitsparing voor het opnemen van het I V-been en wordt aangebracht tussen de twee benen van het V-been.
Vervolgens wordt een eerste V-beenmes 21 via de nekopening in I het karkasdeel 1 gebracht, zodanig dat het naast een vlakke kant I van het voorgevormde blok in het karkasdeel 1 komt te liggen.
10 Het eerste V-beenmes 21 heeft een snijkant waarvan de contour in I hoofdzaak overeenkomt met de buitencontour van het gehele V- I been, zodat het bij het inbrengen het aan de naar de rugzijde I van het karkasdeel 1 toegewende zijde van het V-been lossnijdt.
I Het eerste V-beenmes 21 heeft in dit voorbeeld in hoofdzaak een I 15 pijlvorm.
I Vervolgens worden twee tweede V-beenmessen 31 aan weerszijden langs het voorgevormde blok, in hoofdzaak loodrecht op het eerste V-beenmes 21 in het karkasdeel 1 gebracht. De tweede V- 20 beenmessen 31 volgen in hoofdzaak de buitencontour van het V- been, en snijden het V-been los van het karkasdeel 1. Het losgesneden V-been ligt nu opgesloten tussen het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes 21 eh de tweede V-beenmessen 31.
25 Om het V-been uit het karkasdeel 1 te verwijderen worden het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes 21 en de tweede V- I beenmessen 31 gezamenlijk uit het karkasdeel 1 teruggetrokken, I terwijl het V-been opgesloten blijft tussen het voorgevormde I blok, het eerste V-beenmes 21 en de tweede V-beenmessen 31. Zo 30 wordt het V-been uit het karkasdeel 1 verwijderd.
Om het eerste en het tweede aspect van de uitvinding te I combineren, is het eerste V-beenmes 21 bij voorkeur voorzien van I gewrichtspositioneervlakken 22.
I Fig. 8 en 9 tonen additionele snijvlakken 32, die aan het eerste I V-beenmes 21 zijn toegevoegd. Door de toevoeging van deze 29 additionele snijvlakken 32 wordt het eerste V-beenmes 21 aan de brede zijde van de pijlpunt nog verder verbreed. Hierdoor wordt het eerste V-beenmes 21 aan de brede zijde duidelijk breder dan het V-been daar ter plaatse.
5
Door de lokale verbreding van het eerste V-beenmes 21 kan tot in de directe nabijheid van het vleugelvlak het vlees van de onderliggende botdelen worden losgesneden. Op deze manier is het gewaarborgd dat het vlees tussen het V-been en het 10 vleugelgewricht met het filet wordt meegeoogst.
Als het V-been uit het karkasdeel 1 verwijderd is, worden het eerste V-beenmes 21 en de tweede V-beenmessen 31 weer op een grotere afstand van het voorgevormde blok gebracht. Het V-been 15 bevindt zich in eerste instantie dan nog op het voorgevormde blok. Om het V-been van het voorgevormde blok af te halen, wordt bij voorkeur perslucht toegepast. Bij voorkeur omvat de inrichting persluchtmiddelen voor het verwijderen van het V-been of het aanwezige deel daarvan van het voorgevormde blok.
20
Bij het bewerken van producten met een nek of nekvel, kan de nek of het nekvel het inbrengen van het voorgevormde blok en/of het eerste V-beenmes 21 belemmeren. Om dit te voorkomen is de inrichting volgens de uitvinding bij voorkeur voorzien van 25 middelen die de nek of het nekvel weghouden bij de nekopening, bijvoorbeeld geleidingen.
Om hoge productiesnelheden te kunnen realiseren worden bij voorkeur een aantal inrichtingen volgens het tweede aspect van 30 de uitvinding ondergebracht in een carrouselmachine, zoals getoond in de figuren 6 en 7.
Het derde aspect van de uitvinding heeft betrekking op een optimalisatie van het bewerken van karkasdelen, die ten minste 35 een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, en een deel van het vel omvatten.
Ook bij het derde aspect van de uitvinding wordt het te bewerken karkasdeel 1 aangebracht en gefixeerd op een productdrager 2 van het eerder beschreven type.
5 In het beschreven uitvoeringsvoorbeeld wordt voor het feitelijke ontvellen ten minste een deel van het te verwijderen vel opgestroopt met een opstroopmiddel 51, zoals bijvoorbeeld het getande blok op een verende arm 52 in fig. 12a. Het opstroopmiddel 51 kan echter ook geheel anders gerealiseerd 10 zijn, bijvoorbeeld door een ruwe borstel of een schroefvormige I opstroper.
Het karkasdeel 1 wordt vervolgens langs ten minste twee paar samenwerkende, verend opgestelde ontvelrollen 41ab, 42ab 15 bewogen. Het te ontvellen deel van het karkasdeel 1 wordt tegen de ontvelrollen 4lab, 42ab gedrukt, zodanig dat de ontvelrollen 41ab, 42ab het te verwijderen vel grijpen en lostrekken van het karkasdeel 1.
20 Volgens het derde aspect van de uitvinding is de plaatsing van de ontvelrollen 41ab, 42ab ten opzichte van elkaar is aangepast H aan de te verwachten contour van het karkasdeel 1. Dat wil zeggen dat de contour van het karkasdeel 1, kijkend tegen de transportrichting T in, globaal overeenkomt met de vorm van de 25 ruimte tussen de ontvelrollen 41ab, 42ab.
Voor een verdere optimalisatie van het ontvellen wordt de oriëntatie van het karkasdeel 1 ten opzichte van de ontvelrollen I 41ab, 42ab tijdens het passeren van die ontvelrollen 41ab, 42ab 30 aangepast, zodat voortdurend een zo optimaal mogelijke positionering van het karkasdeel 1 ten opzichte van de ontvelrollen 41ab, 42ab bereikt wordt.
H Bij voorkeur zijn de ontvelrollen 41ab, 42ab voorzien van een 35 schroeflijnvormig profiel. Ook andere profielen, bijvoorbeeld met tanden, zijn echter mogelijk.
31
In plaats van de gangbare ontvelrollen kunnen ook ontzwoerdrollen worden toegepast, al dan niet in combinatie met schraapelementen.
5 Als op het karkasdeel 1 zowel rugvel als borstvel aanwezig is, dan wordt bij voorkeur het rugvel verwijderd voordat het borstvel verwijderd wordt.
Het vierde aspect van de uitvinding betreft een bewerking van 10 karkasdelen die ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, een deel van ten minste een van de vleugels en een deel van het rugvel, het borstvel en het vleugelvel omvatten.
15 Ook bij het vierde aspect van de uitvinding wordt het te bewerken karkasdeel 1 aangebracht en gefixeerd op een productdrager 2 van het eerder beschreven type.
Vervolgens wordt het karkasdeel 1 nauwkeurig en reproduceerbaar 20 gepositioneerd ten opzichte van een eerste bewerkingseenheid, die ingericht is om een eerste snede 56 in het vel te maken. In het beschreven voorbeeld wordt deze positionering ten minste deels gerealiseerd door een actieve rol van de productdrager 2.
25 Ook wordt er in het in fig. 13 getoonde voorbeeld gebruikt gemaakt van twee beweegbare borstpositioneerplaten 53. Bij voorkeur zijn er ook middelen aanwezig die het borstvlees enigszins wegdrukken van de plaats waar de snede moet worden gemaakt.
30
In deze eerste bewerkingseenheid, die deel uit maakt van de inrichting volgens het vierde aspect van de uitvinding, wordt een nauwkeurige, reproduceerbare eerste snede 56 gemaakt in het vel in het gebied van de verbinding tussen romp en vleugel, aan 35 de zijde van de borst, zodanig dat de eerste snede 56 bij ieder product op nagenoeg dezelfde plaats op het karkasdeel 1 komt te liggen, onafhankelijk van de afmetingen van het product. Dit I 32 I wordt mogelijk gemaakt door de nauwkeurige positionering van de I productdrager 2 ten opzichte van de eerste bewerkingseenheid.
I Hierbij is het bijzonder voordelig dat de gebruikte productdrager 2 aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel I 51, waardoor de te corrigeren afwijkingen ten opzichte van een I gemiddeld product relatief klein zijn.
I Voor het maken van de eerste snede 56 zijn eerste snijmiddelen 55 voorzien, dat in het getoonde uitvoeringsvoorbeeld is I 10 uitgevoerd als twee statische messen.
Fig. 14a en 14b tonen de eerste snijmiddelen 55 en de I borstpositioneerplaten 53 in meer detail.
I 15 Conform fig. 12a en fig. 13 wordt na het positioneren ten minste I een deel van het borstvel opgestroopt. Dit kan bijvoorbeeld met I het getande blok op een verende arm 52 in fig. 12a. Het H opstroopmiddel 51 kan echter ook geheel anders gerealiseerd H zijn, bijvoorbeeld door een ruwe borstel of een schroefvormige 20 opstroper. Het voordeel van het opstropen is dat de ontvelrollen I 54 een beter grip krijgen op het los te trekken vel. Met name bij natte producten levert dit een veel betrouwbaarder ontvelproces op.
25 Na het opstropen wordt het borstvel verwijderd. Dit geschiedt door het karkasdeel 1 langs ten minste een paar samenwerkende ontvelrollen 54 te bewegen, zodanig dat de ontvelrollen 54 het I borstvel grijpen en lostrekken van het karkasdeel 1. Hierbij I scheurt het borstvel af bij de in het vel gemaakte eerste snede 30 56, waardoor het rugvel en het vleugelvel verbonden blijven met het karkasdeel 1.
Vervolgens wordt het karkasdeel 1 nauwkeurig en reproduceerbaar gepositioneerd ten opzichte van een tweede bewerkingseenheid, 35 die ingericht is om een tweede snede 62 in het vel te maken. In het beschreven voorbeeld wordt deze positionering ten minste deels gerealiseerd door een actieve rol van de productdrager 2.
33
Belangrijk is dat de het karkasdeel 1 bij het inlopen in de tweede bewerkingseenheid een bepaalde eerste oriëntatie heeft ten opzichte van de transportrichting. In het voorbeeld van fig.
5 15a is dit met de lengteas het karkasdeel 1 in hoofdzaak verticaal en loodrecht op de transportrichting gericht, en met de rugzijde het karkasdeel 1 in stroomafwaartse richting gekeerd.
10 Tweede snijmiddelen 61 maken vervolgens een nauwkeurige en reproduceerbare snede in het vel in het gebied van de verbinding tussen romp en vleugel, aan de zijde van de rug. Tijdens het maken van de tweede snede 62 wordt het karkasdeel 1 van de eerste oriëntatie naar een tweede oriëntatie ten opzichte van de 15 transportrichting bewogen, zodat een gekromde tweede snede 62 ontstaat. In het in de figuren 15, 16 en 17 getoonde voorbeeld zijn de tweede snijmiddelen 61 uitgevoerd als twee roterende messen.
20 Een voorbeeld van een tweede oriëntatie is getoond in fig. 15b, waarbij bij de tweede oriëntatie de lengteas van het karkasdeel 1 in hoofdzaak horizontaal, evenwijdig met de transportrichting komt te liggen, en de nekopening van het karkasdeel 1 stroomopwaarts wijst.
25
De overgang van de eerste naar de tweede oriëntatie is geïllustreerd in de figuren 15a en 15b. Fig. 15b toont tevens de gekromde tweede snede 62 62.
30 Na het opstropen van het rugvel, aanloog aan het opstropen van het borstvel, wordt het rugvel verwijderd door het karkasdeel 1 langs ten minste een paar samenwerkende ontvelrollen 54 te bewegen, zodanig dat de ontvelrollen 54 het rugvel grijpen en lostrekken van het karkasdeel 1. Het rugvel scheurt af bij de 35 tweede snede 62 tussen romp en vleugel, waardoor een vooraf bepaald deel van het vleugelvel verbonden blijft met het karkasdeel 1.
1022236 I 34 I Zowel de eerste als de tweede snijmiddelen 61 zijn bij voorkeur zo af te stellen dat ze alleen het vel insnijden en het H daaronder liggende vlees niet raken. Hierdoor blijven de filets 5 een gaaf oppervlak houden.
H Het vijfde aspect van de uitvinding betreft een bewerking van H karkasdelen die ten minste een deel van de ribben, en een deel van het daarop van nature aanwezige vlees aan zowel de I 10 borstzijde als de rugzijde omvatten.
Ook bij het vijfde aspect van de uitvinding wordt het te bewerken karkasdeel 1 aangebracht en gefixeerd op een productdrager 2 van het eerder beschreven type.
Rugsnijmiddelen 71 maken van twee sneden in het vlees aan de rugzijde van het karkasdeel 1. Deze sneden strekken zich aan weerszijden van de ruggengraat (of de plaats in het karkasdeel 1 waar de ruggengraat zich voor het verwijderen bevond), en 20 verlopen daar in hoofdzaak evenwijdig aan. Dit is getoond in fig. 18 en 19. De rugsnijmiddelen 71 zijn in dit voorbeeld uitgevoerd als roterende messen.
Schraapmiddelen 72 maken het rug- en schoudervlees los van de 25 botdelen van de romp van het karkasdeel 1, zodanig dat een verbinding tussen het rug- en schoudervlees enerzijds en het borstvlees -dat nog verbonden is met de botdelen van de romp van het karkasdeel 1- anderzijds blijft bestaan. De schraapmiddelen 72 beginnen het schrapen vanuit de reeds door de rugsnijmiddelen 30 71 gemaakte sneden aan weerszijden van de ruggengraat. Bij voorkeur zijn de schraapmiddelen 72 verend opgesteld.
De in fig. 19 getoonde schraapmiddelen 72 en de daarop volgende geleideplaten 73 hebben een zodanige vorm dat ze het 35 losgeschraapte vlees op enige afstand van de botdelen van de romp van het karkasdeel 1 houden. Hierdoor ontstaat ruimte tussen de genoemde botdelen en het rug- en schoudervlees. Deze 35 ruimte wordt in het in fig. 19 getoonde voorbeeld benut om met verend opgestelde mesjes 74 een snede te maken onder het schouderblad.
5 Vervolgens wordt het borstvlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel 1 losgemaakt, zodanig dat het borst-, rug- en schoudervlees nog met elkaar verbonden is als het in zijn geheel verwijderd wordt van de botdelen van de romp van het karkasdeel 1, bijvoorbeeld met de werkwijze en inrichting volgens het zesde 10 aspect van de uitvinding.
Het zesde aspect van de uitvinding betreft een bewerking van karkasdelen die ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, en een deel van ten 15 minste een van de vleugels omvatten.
Ook bij het zesde aspect van de uitvinding wordt het te bewerken karkasdeel 1 aangebracht en gefixeerd op een productdrager 2 van het eerder beschreven type.
20
Het karkasdeel 1 wordt in een positie gebracht waarin zijn lengteas zich in hoofdzaak verticaal en in hoofdzaak loodrecht op de transportrichting van de productdrager 2 bevindt, en de aanwezige vleugels of vleugeldelen 91 naar beneden, in hoofdzaak 25 in de richting van de lengteas van het karkasdeel 1, afhangen, zoals getoond in fig. 20. In deze positie wordt het karkasdeel 1 toegevoerd aan een inrichting volgens het zesde aspect van de uitvinding.
30 Bij het inlopen in de inrichting worden de afhangende vleugels of vleugeldelen 91 ingevoerd tussen horizontale vleugelgeleiders 81, die zich in hoofdzaak in de transportrichting van de productdrager 2s uitstrekken.
35 De vleugels of vleugeldelen 91 worden vervolgens tegengehouden door nokken 82, terwijl de productdrager 2 de botdelen van de romp van het karkasdeel 1 verder transporteert. De nokken 82 i u2 ' 1 β ~ I 36 maken tegelijkertijd een voorsnede bij de vleugelaanzet, zodanig dat de aanwezige vleugels of vleugeldelen 91 verbonden blijven I met het op het karkasdeel 1 aanwezige vlees.
I 5 Doordat de nokken 82 de vleugels of vleugeldelen 91 tegenhouden I en de productdrager 2 de botdelen van de romp van het karkasdeel I 1 verder in de transportrichting T transporteert, wordt de I afstand tussen de aanwezige vleugels of vleugeldelen 91 en de botdelen van de romp van het karkasdeel 1 vergroot. Tevens wordt I 10 de productdrager 2 verdraaid, zodanig dat de genoemde afstand I verder vergroot wordt.
Door het vergroten van de genoemde afstand wordt een kracht op de vleugels of vleugeldelen 91 uitgeoefend. Hierdoor worden de 15 filet 90, die borstvlees, rugvlees, schoudervlees en eventueel eye meat omvat, en de aanwezige vleugels of vleugeldelen 91 samen worden losgetrokken van de botdelen van de romp van het karkas. De binnenfilets ("haasjes") blijven achter op de botdelen van de romp van het karkasdeel 1, in een.zodanige 20 toestand dat ze eenvoudig handmatig of automatische kunnen worden geoogst.
Een meenemer 83 transporteert het losgescheurde samenstel van filet 90 en de aanwezige vleugels of vleugeldelen 91 in 25 neerwaartse richting naar separatiemiddelen 84, die zijn H aangebracht onder het niveau waarop de bewerking van de karkasdelen in de inrichting volgens het zesde aspect va de uitvinding begint (in fig. 20 aangeduid met X).
H 30 De separatiemiddelen 84 scheiden de aanwezige vleugels of H vleugeldelen 91 van de filets 90, waarna vleugels of vleugeldelen 91 en filets 90 uit de inrichting worden afgevoerd H door een afvoerband 85.
H 35 Bij voorkeur zijn de inrichtingen volgens de verschillende aspecten van de uitvinding opgesteld langs de baan waarlangs de productdragers zich bewegen. Het is niet noodzakelijk dat alle 37 beschreven inrichtingen gecombineerd gebruikt worden. Ook kan een voorziening zijn aangebracht dat een of meer bewerkingsinrichtingen bypassbar zijn.
5 Het is mogelijk de beschreven inrichtingen als stand- alonemachines, dus niet in combinatie met een transporthangbaan of andersoortige transportbaan die de karkasdelen langs verschillende bewerkingsinrichtingen leidt, uit te voeren.
10 Niet voor alle beschreven bewerkingen is het noodzakelijk dat de productdrager in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van de baan. Soms is het voldoende dat de productdrager in een vlak kan zwenken, of is zelfs een starre productdrager toe te passen.
15 Het is voorzien dat langs de baan die de karkasdelen afleggen een bewerkingsinrichting is opgenomen die de karkasdelen in lengterichting (dat is: in hoofdzaak de richting van ruggengraat en/of borstbeen) doormidden deelt. Er is in voorzien dat de bewerkingsinrichtingen zoals hierboven beschreven de bewerkingen 20 ook kunnen uitvoeren aan aldus gecreëerde halve karkasdelen. Er is tevens in voorzien dat de bewerkingsinrichtingen volledig zijn ingericht op het verwerken van dergelijke halve karkasdelen, en dus maar aan een zijde van de productdrager de bewerkingen uitvoeren.
25
Het is voorzien dat langs de baan die de karkasdelen afleggen een bewerkingsinrichting is opgenomen die eventuele resten van het nekvel en/of het kropvet verwijdert. Een dergelijke inrichting is getoond in fig. 22.
30
Het is voorzien dat langs de baan die de karkasdelen afleggen een bewerkingsinrichting is opgenomen die delen van het karkasdeel 1 (zoals bijvoorbeeld rugstukken, bestemd voor soeppakketten) lossnijden. Bij voorkeur is de vorm van de 35 productdrager 2 daarop aangepast zodat de messen die het deel van het karkasdeel 1 lossnijden geen schade aan de productdrager 2 kunnen toebrengen. Een dergelijke inrichting is getoond in 1022236 I 38 I fig. 26.
I Het is voorzien dat langs de baan die de karkasdelen afleggen I een bewerkingsinrichting is opgenomen die de haasjes oogst die I 5 na het passeren van de inrichting volgens het zesde aspect zijn I achtergebleven op de botdelen van de romp van het karkasdeel 1.
I Bij voorkeur geschiedt dit op de wijze die in EP 0 695 506 wordt I beschreven, en in de figuren 23, 24 en 25. Deze werkwijze omvat I het lossnijden van de haasjes en het bijbehorende vlies, het I 10 splitsen langs het borstbeen en het lospellen van de haasjes I (zie fig. 23, resp. stap I, II en III). De haasjes kunnen I vervolgens handmatig (zie fig. 24) worden geoogst, of automatisch (fig. 25). Handmatig oogsten heeft het voordeel dat I tijdens het oogsten tevens een finale inspectie ten aanzien van I 15 eventueel op het karkasdeel 1 achtergebleven vlees kan H geschieden.
Bij voorkeur wordt de productdrager 2 langs zijn baan I voortbewogen door een kettingtransporteur, waarbij de 20 productdrager 2 zich steeds onder de kettingtransporteur bevindt.
I Bij voorkeur wordt de productdrager 2 per bewerkingsstap in de voor de betreffende bewerkingsstap optimale oriëntatie ten 25 opzichte van de inrichting waarmee de bewerkingsstap wordt uitgevoerd, gezwenkt wordt.
Claims (51)
1. Werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, 5 welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, een nekopening, een deel van ten minste een van de vleugels en eventueel ten minste een deel van het V-been omvat, die de volgende stappen omvat: 10. het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, 15 en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, het in het karkasdeel brengen van een eerste V-beenmes waarbij het eventueel aanwezige V-been of het deel daarvan dat aanwezig is, dit ten minste gedeeltelijk wordt 20 losgesneden van het karkasdeel, waarbij het eerste V-beenmes voorzien is van een of meer gewrichtspositioneervlakken, die zodanig zijn aangebracht dat zij in een gedefinieerde positie van het eerste V-beenmes ten opzichte van het 25 karkasdeel ten minste een vleugelgewricht vanuit de binnenzijde van het karkasdeel ten minste in hoofdzaak in een vooraf bepaalde, reproduceerbare positie brengen, het vanaf de buitenzijde aandrukken van het karkasdeel, zodanig dat ten minste een vleugelgewricht op een 30 reproduceerbare wijze ondersteund wordt door de een of meer gewrichtspositioneervlakken van het eerste V-beenmes waardoor de aanwezige vleugelgewrichten nauwkeurig in de vooraf bepaalde positie gebracht worden.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het karkasdeel tevens een of twee binnenfilets omvat, ij I en dat de werkwijze verder omvat: I het doorsnijden van een deel van de peesverbindingen tussen I vleugel of vleugeldeel en de rest van het karkasdeel, zodanig H dat een peesverbinding tussen buitenfilet en een vleugel of H 5 vleugeldeel blijft bestaan.
3. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, I dat de werkwijze verder omvat: I 10 het doorsnijden van ten minste een vleugelgewricht met een I vleugelsnijmes, waarbij elk vleugelsnijmes zich in hoofdzaak I tussen de botdelen van elk vleugelgewricht door beweegt, en H waarbij er een verbinding tussen elk van de vleugels of vleugeldelen en de rest van het karkasdeel blijft bestaan.
4. Werkwijze volgens conclusie 2 of 3, met het kenmerk, dat de snede wordt gemaakt met een sikkelvormig mes, dat een H facet omvat dat voorkomt dat tijdens het snijden de door te 20 snijden pezen van het mes afglijden.
5. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het V-been of het aanwezige deel daarvan uit het I 25 karkasdeel verwijderd wordt.
6. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, I met het kenmerk, I dat voorafgaand aan het inbrengen van het eerste V-beenmes de I 30 nekopening wordt vrijgemaakt.
7. Werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel 35 van het daarop van nature aanwezige vlees, een nekopening, en een deel van het V-been omvat, I die de volgende stappen omvat: het aahbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, welke productdrager beweegbaar is langs een baan en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het 5 karkasdeel, het in het karkasdeel brengen van een voorgevormd blok door de nekopening van het karkasdeel, welk voorgevormd blok een uitsparing heeft voor het opnemen van het V-been of het deel dat daarvan aanwezig is, en welk voorgevormd blok aangebracht 10 wordt tussen de twee benen van het V-been of tussen de plaatsen waar deze benen zich zouden bevinden als het V-been in zijn geheel aanwezig zou zijn, het aan de naar de rugzijde van het karkasdeel toegewende zijde lossnijden van het V-been of het aanwezige deel daarvan 15 van het karkasdeel door het inbrengen van een eerste V- beenmes langs een vlakke kant van het voorgevormde blok, waarbij het eerste V-beenmes een snijkant heeft waarvan de contour in hoofdzaak overeenkomt met de buitencontour van het gehele V-been, 20. het in het karkasdeel brengen van twee tweede V-beenmessen aan weerszijden langs het voorgevormde blok, in hoofdzaak loodrecht op het eerste V-beenmes, waarbij de tweede V-beenmessen in hoofdzaak de buitencontour van het gehele V-been volgen, en het V-been of het aanwezige deel daarvan 25 lossnijden van het karkasdeel, zodanig dat het V-been of het aanwezige deel daarvan opgesloten is tussen het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen, het gezamenlijk uit het karkasdeel terugtrekken van het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-30 beenmessen, zodanig dat het V-been of het aanwezige deel daarvan opgesloten blijft tussen het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen, en zo uit het karkasdeel verwijderd wordt.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat een eerste V-beenmes wordt toegepast dat voorzien is van - — v_i: gewrichtspositioneervlakken volgens conclusie 1.
9. Werkwijze volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, 5 dat een eerste V-beenmes wordt toegepast dat ten minste voor een deel breder is dan de buitencontour van het gehele V-been.
10. Werkwijze volgens een van de conclusies 7-9 10 met het kenmerk, dat een eerste V-beenmes wordt toegepast dat is ingericht om tot in de directe nabijheid van het vleugelvlak te snijden.
11. Werkwijze volgens een van de conclusies 7-10, 15 met het kenmerk, dat na het verwijderen van het V-been of het aanwezige deel daarvan uit het karkasdeel, perslucht wordt toegepast om het V-been of het aanwezige deel daarvan van het voorgevormde blok te verwijderen. 20
12. Werkwijze volgens een van de conclusies 7-11, met het kenmerk, dat voorafgaand aan het inbrengen van het eerste V-beenmes de nekopening wordt vrijgemaakt. 25
13. Werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, en een deel van 30 het vel van omvat, die de volgende stappen omvat: het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een productdrager, welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van 35 deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, het positioneren van het karkasdeel ten opzichte van een eerste bewerkingseenheid, het verwijderen van het vel door het karkasdeel langs ten minste twee paar samenwerkende, verend opgestelde 5 ontvelrollen te bewegen, waarbij het te ontvellen deel van het karkasdeel tegen de ontvelrollen wordt gedrukt, zodanig dat de ontvelrollen het te verwijderen vel grijpen en lostrekken van het karkasdeel, waarbij de positionering van de ontvelrollen ten opzichte van elkaar is aangepast aan de 10 te verwachten contour van het karkasdeel.
14. Werkwijze volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat op het karkasdeel zowel rugvel als borstvel aanwezig is 15 en dat het rugvel verwijderd wordt voordat het borstvel verwijderd wordt.
15. Werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, 20 een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, een deel van ten minste een van de vleugels en een deel van het rugvel, het borstvel en het vleugelvel omvat, die de volgende stappen omvat: het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een 25 productdrager, welke productdrager in een transportrichting beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het 30 karkasdeel, het nauwkeurig en reproduceerbaar positioneren van het karkasdeel ten opzichte van een eerste bewerkingseenheid, het maken van een nauwkeurige, reproduceerbare eerste snede in het vel in het gebied van de verbinding tussen romp en 35 vleugel, aan de zijde van de borst, zodanig dat de eerste snede bij ieder product op nagenoeg dezelfde plaats op het karkasdeel komt te liggen, onafhankelijk van de afmetingen van het product, I - het verwijderen van het borstvel door het karkasdeel langs I ten minste een paar samenwerkende ontvelrollen te bewegen, I zodanig dat de ontvelrollen het borstvel grijpen en 5 lostrekken van het karkasdeel waarbij het borstvel afscheurt bij de in het vel gemaakte eerste snede, waardoor het rugvel I en het vleugelvel verbonden blijven met het karkasdeel, H - het nauwkeurig en reproduceerbaar positioneren van het karkasdeel ten opzichte van een tweede bewerkingseenheid, 10 waarbij het karkasdeel zich in een eerste oriëntatie ten opzichte van de transportrichting bevindt, - het nauwkeurig en reproduceerbaar insnijden van het vel in het gebied van de verbinding tussen romp en vleugel, aan de zijde van de rug, waarbij tijdens het snijden het karkasdeel 15 van de eerste oriëntatie naar een tweede oriëntatie ten opzichte van de transportrichting bewogen wordt, zodat een gekromde tweede snede ontstaat, - het verwijderen van het rugvel door het karkasdeel langs ten minste een paar samenwerkende ontvelrollen te bewegen, 20 zodanig dat de ontvelrollen het rugvel grijpen en lostrekken van het karkasdeel waarbij het rugvel afscheurt bij de tweede snede tussen romp en vleugel, waardoor een vooraf bepaald deel van het vleugelvel verbonden blijft met het karkasdeel. H 25
16. Werkwijze volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat bij de eerste oriëntatie het karkasdeel met zijn lengteas in hoofdzaak verticaal en loodrecht op de transportrichting is gericht, en met zijn rugzijde in stroomafwaartse richting 30 gekeerd is.
17. Werkwijze volgens conclusie 15 of 16, met het kenmerk, dat bij de tweede oriëntatie de lengteas van het karkasdeel 35 in hoofdzaak horizontaal, evenwijdig met de transportrichting komt te liggen, en de nekopening van het karkasdeel stroomopwaarts wijst.
18. Werkwijze volgens een van de conclusies 15-17, met het kenmerk, dat het vlees onder het vel gaaf blijft bij het insnijden van 5 het vel.
19. Werkwijze volgens een van de conclusies 15-18, met het kenmerk, dat voorafgaand aan het maken van de eerste snede het 10 borstvlees weggedrukt wordt van de plaats in het karkasdeel waar de eerste snede wordt gemaakt.
20. Werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, 15 welk karkasdeel ten minste ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees aan zowel de borstzijde als de rugzijde omvat, die de volgende stappen omvat: het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een 2 0 productdrager, welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het 25 karkasdeel, het maken van twee sneden in het vlees aan de rugzijde van het karkasdeel, die zich aan weerszijden van de ruggengraat of de plaats in het karkasdeel waar deze zich voor het verwijderen bevond uitstrekken, en daar in hoofdzaak 30 evenwijdig aan verlopen, het losmaken van het rug- en schoudervlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel, zodanig dat een verbinding tussen het rug- en schoudervlees enerzijds en het borstvlees -dat nog verbonden is met de botdelen van de romp van het 35 karkasdeel- anderzijds blijft bestaan, waarbij het rug- en schoudervlees wordt losgemaakt door het toepassen van schraapmiddelen, die het schrapen initiëren vanuit de reeds I 46 H gemaakte sneden aan weerszijden van de ruggengraat, - het losmaken van het borstvlees van de botdelen van de romp I van het karkasdeel, zodanig dat het borst-, rug- en I schoudervlees nog met elkaar verbonden is als het in zijn H 5 geheel verwijderd wordt van de botdelen van de romp van het karkasdeel.
21. Werkwijze volgens conclusie 20, met het kenmerk, 10 dat de schraapmiddelen verend zijn opgesteld.
22. Werkwijze volgens conclusie 20 of 21, met het kenmerk, dat de sneden langs de ruggengraat worden gemaakt met 15 roterende messen.
23. Werkwijze volgens een van de conclusies 20-22, met het kenmerk, dat na het losmaken van het rug- en schoudervlees van de 20 botdelen van de romp van het karkasdeel een snede wordt gemaakt onder het schouderblad, zodat in hoofdzaak al het vlees dat zich op de ribben bevindt geoogst wordt.
24. Werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht 25 gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, en een deel van ten minste een van de vleugels omvat, die de volgende stappen omvat: - het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op een H 30 productdrager, - welke productdrager beweegbaar is langs een baan, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, - en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het 35 karkasdeel, - het zodanig positioneren van het karkasdeel dat de lengteas van het karkasdeel zich in hoofdzaak verticaal en in K /"> hoofdzaak loodrecht op de transportrichting van de productdrager bevindt, en de aanwezige vleugels of vleugeldelen naar beneden, in hoofdzaak in de richting van de lengteas van het karkasdeel, afhangen, 5. het invoeren van de afhangende vleugels of vleugeldelen tussen horizontale geleiders, die zich in hoofdzaak in de transportrichting van de productdragers uitstrekken, het tegenhouden van de aanwezige vleugels of vleugeldelen, terwijl de productdrager de botdelen van de romp van het 10 karkasdeel verder transporteert, waarbij tegelijkertijd een eerste snede wordt gemaakt bij de vleugelaanzet, zodanig dat de aanwezige vleugels of vleugeldelen verbonden blijven met het op het karkasdeel aanwezige borstvlees, het vergroten van de afstand tussen de aanwezige vleugels of 15 vleugeldelen en de botdelen van de romp van het karkasdeel door een kracht uit te oefenen op de aanwezige vleugels of vleugeldelen, zodanig dat de filet, die borstvlees, rugvlees, schoudervlees en eventueel eye meat omvat, en de aanwezige vleugels of vleugeldelen samen worden losgetrokken van de 20 botdelen van de romp van het karkas, het in neerwaartse richting transporteren van het samenstel van filet en de aanwezige vleugels of vleugeldelen, het separeren van de filets en de aanwezige vleugels of vleugeldelen op een locatie onder het niveau waarop de 25 bewerking van de producten begint, het afvoeren van filets en vleugels, op een locatie onder het niveau waarop de bewerking van de producten begint.
25. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, 30 met het kenmerk, dat na het aanbrengen en fixeren van het karkasdeel op de productdrager, de aanwezige vleugeldelen gestrekt worden.
26. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, 35 met het kenmerk, dat eventuele resten van het nekvel en/of het kropvet verwijderd worden. - - 2 / 3 ~ Η
27. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, I met het kermierk, H dat de productdrager langs zijn baan wordt voortbewogen door 5 een kettingtransporteur, waarbij de productdrager zich steeds onder de kettingtransporteur bevindt.
28. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, H met het kenmerk, 10 dat de productdrager per bewerkingsstap in de voor de betreffende bewerkingsstap optimale oriëntatie ten opzichte van de inrichting waarmee de bewerkingsstap wordt uitgevoerd, gezwenkt wordt.
29. Inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van H geslacht gevogelte, I welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel I van het daarop van nature aanwezige vlees, een nekopening, en I een deel van ten minste een van de vleugels omvat, I 20 die omvat: I - een productdrager, voor het dragen en vasthouden van het I karkasdeel, welke productdrager ingericht is om langs een baan te bewegen, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, 25. en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, H - een eerste V-beenmes, dat ingericht is om in het karkasdeel te worden ingebracht, met het kenmerk, H - dat het eerste V-beenmes voorzien is van een of meer H 30 gewrichtspositioneervlakken, die zodanig zijn aangebracht dat I zij in een gedefinieerde positie van het eerste V-beenmes ten I opzichte van het karkasdeel ten minste een vleugelgewricht I vanuit de binnenzijde van het karkasdeel ten minste in I hoofdzaak in een vooraf bepaalde, reproduceerbare positie 35 brengen, en dat de inrichting verder externe aandrukmiddelen omvat I voor het vanaf de buitenzijde aandrukken van het karkasdeel, zodanig dat ten minste een vleugelgewricht op een reproduceerbare wijze ondersteund wordt door de een of meer gewrichtspositioneervlakken van het eerste V-beenmes waardoor de aanwezige vleugelgewrichten nauwkeurig in de vooraf 5 bepaalde positie gebracht worden.
30. Inrichting volgens conclusie 29, met het kenmerk, dat het karkasdeel ten minste een deel van het V-been omvat 10 en het eerste V-beenmes tevens is ingericht om het aanwezige deel van het V-been ten minste deels los te snijden van het karkasdeel.
31. Inrichting volgens conclusie 30, 15 met het kenmerk, dat de inrichting middelen omvat voor het uit het karkasdeel verwijderen van het aanwezige deel van het V-been.
32. Inrichting volgens een van de conclusies 29-31, 20 met het kenmerk, dat het karkasdeel tevens een of twee binnenfilets omvat, en dat de inrichting verder een of meer vleugelsnijmessen omvat voor het doorsnijden van een deel van de peesverbindingen tussen vleugel of vleugeldeel en de rest van 25 het karkasdeel, zodanig dat een peesverbinding tussen buitenfilet en een vleugel of vleugeldeel blijft bestaan.
33. Inrichting volgens een van de conclusies 29-32, met het kenmerk, 30 dat de inrichting verder een of meer vleugelsnijmessen omvat voor het doorsnijden van ten minste een vleugelgewricht, waarbij elk vleugelsnijmes zich in hoofdzaak tussen de botdelen van elk vleugelgewricht door beweegt, en waarbij er na het snijden een verbinding tussen elk van de vleugels of 35 vleugeldelen en de rest van het karkasdeel blijft bestaan.
34. Inrichting volgens conclusie 32 of 33, '< i ï ‘ ? '> ' v .·. ··,··. V fv I 50 I met het kenmerk, I dat de vleugelsnijmessen sikkelvormige messen zijn, die een I facet omvatten dat voorkomt dat tijdens het snijden de door te snijden pezen van het mes afglijden.
35. Inrichting volgens een van de conclusies 30-34, I met het kenmerk, H dat de inrichting is ondergebracht in een carrouselmachine. I 10
36. Inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, een nekopening, en een deel van het V-been omvat, 15 die omvat: - een productdrager, voor het dragen en vasthouden van het karkasdeel, welke productdrager ingericht is om langs een baan te bewegen, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, 20. en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, - een voorgevormd blok, dat is ingericht om door de nekopening in het karkasdeel te worden gebracht tot tussen de twee benen van het V-been of tussen de plaatsen waar 25 deze benen zich zouden bevinden als het V-been in zijn geheel aanwezig zou zijn, welk voorgevormd blok een uitsparing heeft voor het opnemen van het V-been of het deel dat daarvan aanwezig is, met het kenmerk, H 30 dat de inrichting verder omvat: H - een eerste V-beenmes, dat een snijkant heeft waarvan de contour in hoofdzaak overeenkomt met de buitencontour van het gehele V-been voor het aan de naar de rugzijde van het H karkasdeel toegewende zijde lossnijden van het V-been of H 35 het aanwezige deel daarvan van het karkasdeel, welk eerste H V-beenmes ingericht is om in het karkasdeel te worden H ingebracht langs een vlakke kant van het voorgevormde blok, ten minste twee tweede V-beenmessen, die ingericht zijn om aan weerszijden langs het voorgevormde blok in het karkasdeel te worden gebracht, in hoofdzaak loodrecht op 5 het eerste V-beenmes, waarbij de tweede V-beenmessen in hoofdzaak de buitencontour van het gehele V-been volgen, en ingericht zijn om het V-been of het aanwezige deel daarvan los te snijden van het karkasdeel, zodanig dat het V-been of het aanwezige deel daarvan opgesloten is tussen 10 het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen, en met het kenmerk, dat het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen ingericht zijn om gezamenlijk uit het 15 karkasdeel te worden teruggetrokken, zodanig dat het V- been of het aanwezige deel daarvan opgesloten blijft tussen het voorgevormde blok, het eerste V-beenmes en de tweede V-beenmessen, zodat het V-been of het aanwezige deel daarvan met het voorgevormde blok, het eerste V-20 beenmes en de tweede V-beenmessen uit het karkasdeel verwijderd wordt.
37. Inrichting volgens conclusie 36, met het kenmerk, 25 dat het eerste V-beenmes gewrichtspositioneervlakken volgens conclusie 1 omvat.
38. Inrichting volgens conclusie 36 of 37, met het kenmerk, 30 dat het eerste V-beenmes ten minste voor een deel breder is dan de buitencontour van het gehele V-been.
39. Inrichting volgens een van de conclusies 36-38, met het kenmerk, 35 dat het eerste V-beenmes ingericht is om tot in de directe nabijheid van het vleugelvlak te snijden. 1 0 2 2 2 3 6 I 52
40. Inrichting volgens een van de conclusies 36-39, met het kenmerk, I dat de inrichting persluchtmiddelen omvat voor het I verwijderen van het V-been of het aanwezige deel daarvan van H 5 het voorgevormde blok.
41. Inrichting volgens een van de conclusies 36-40, I met het kenmerk, dat de inrichting middelen omvat voor het vrijmaken van de 10 nekopening voorafgaand aan het inbrengen van het eerste V- beenmes.
42. Inrichting volgens een van de conclusies 36-41, met het kenmerk, 15 dat de inrichting is ondergebracht in een carrouselmachine.
43. Inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van de ribben, een deel 20 van het daarop van nature aanwezige vlees, en een deel van het vel van omvat, die omvat: - een productdrager, voor het dragen en vasthouden van het I karkasdeel, welke productdrager ingericht is om langs een I baan te bewegen, en bij voorkeur in meerdere vlakken 25 zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, en waarbij de productdrager is ingericht om het karkasdeel nauwkeurig te positioneren, - ten minste twee paar samenwerkende ontvelrollen, waarbij 30 tijdens het passeren van het zicht op de productdrager bevindende karkasdeel het te ontvellen deel van het karkasdeel tegen de ontvelrollen wordt gedrukt, zodanig dat de ontvelrollen het te verwijderen vel grijpen en lostrekken van het karkasdeel, 35 met het kenmerk, dat de ontvelrollen verend zijn opgesteld en dat de positionering van de ontvelrollen ten opzichte van elkaar is aangepast aan de te verwachten contour van het karkasdeel.
44. Inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van 5 de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees, een deel van ten minste een van de vleugels en een deel van het rugvel, het borstvel en het vleugelvel omvat, die omvat: een productdrager, voor het dragen en vasthouden van het 10 karkasdeel, welke productdrager ingericht is om langs een baan te bewegen, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, en waarbij de productdrager is ingericht om het 15 karkasdeel nauwkeurig te positioneren, eerste snijmiddelen voor het maken van een eerste snede in het vel in het gebied van de verbinding tussen romp en vleugel, aan de zijde van de borst, ten minste een eerste paar samenwerkende ontvelrollen, 20 zodanig dat de ontvelrollen bij het passeren van het zich op de productdrager bevindende karkasdeel, het borstvel grijpen en lostrekken van het karkasdeel waarbij het borstvel afscheurt bij de in het vel gemaakte eerste snede, waardoor het rugvel en het vleugelvel verbonden blijven met het 25 karkasdeel, tweede snijmiddelen voor het maken van een tweede snede in het vel in het gebied van de verbinding tussen romp en vleugel, aan de zijde van de rug, ten minste een tweede paar samenwerkende ontvelrollen, 30 zodanig dat de ontvelrollen bij het passeren van het zich op de productdrager bevindende karkasdeel, het rugvel grijpen en lostrekken van het karkasdeel waarbij het rugvel afscheurt bij de in het vel gemaakte tweede snede, waardoor een vooraf bepaald deel van het vleugelvel op de een of meer vleugels of 35 aanwezige vleugeldelen aanwezig blijft, met het kenmerk, dat, ' ' ' ' / , V-* ' » ^ o C de productdrager en de eerste snijmiddelen zodanig samenwerken dat de eerste snede bij ieder product op nagenoeg dezelfde plaats op het karkasdeel komt te liggen, onafhankelijk van de afmetingen van het product, 5. en dat de productdrager en de tweede snijmiddelen zodanig samenwerken dat de tweede snede bij ieder product op nagenoeg dezelfde plaats op het karkasdeel komt te liggen, onafhankelijk van de afmetingen van het product, waarbij de productdrager tijdens het passeren van de tweede snijmiddelen 10 een zodanige beweging uitvoert dat een nauwkeurig gevormde, gekromde tweede snede ontstaat.
45. Inrichting volgens conclusie 44, met het kenmerk, 15 dat de snijdiepte van de eerste en/of tweede snijmiddelen zodanig af te stellen is dat het vlees onder het vel gaaf blijft bij het insnijden van het vel.
46. Inrichting volgens conclusie 44 of 45, 20 met het kenmerk, dat de inrichting middelen omvat om voorafgaand aan het maken van de eerste snede het borstvlees weg te drukken van de plaats in het karkasdeel waar de eerste snede wordt gemaakt.
47. Inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste ten minste een deel van de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige vlees aan zowel de borstzijde als de rugzijde omvat, 30 die omvat: een productdrager, voor het dragen en vasthouden van het karkasdeel, welke productdrager ingericht is om langs een baan te bewegen, en bij voorkeur in meerdere vlakken zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, 35. en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het karkasdeel, en waarbij de productdrager is ingericht om het karkasdeel nauwkeurig te positioneren, 4 Λ Λ ^ snijmiddelen voor het maken van twee sneden in het vlees aan de rugzijde van het karkasdeel, die zich aan weerszijden van de ruggengraat of de plaats in het karkasdeel waar deze zich voor het verwijderen bevond uitstrekken, en daar in hoofdzaak 5 evenwijdig aan verlopen, schraapmiddelen voor het losmaken van het rug- en schoudervlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel, die het losschrapen van het rug- en schoudervlees initiëren vanuit de reeds gemaakte sneden aan weerszijden van de 10 ruggengraat, middelen voor het losmaken van het borstvlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel, met het kenmerk, dat de schraapmiddelen zodanig zijn ingericht dat tijdens het 15 losmaken van het rug- en schoudervlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel een verbinding tussen het rug- en schoudervlees enerzijds en het borstvlees -dat nog verbonden is met de botdelen van de romp van het karkasdeel- anderzijds blijft bestaan, 20. en dat de middelen voor het losmaken van het borstvlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel, zodanig zijn ingericht dat het borst-, rug- en schoudervlees nog met elkaar verbonden is als het in zijn geheel verwijderd wordt van de botdelen van de romp van het karkasdeel. 25
48. Inrichting volgens conclusie 47, met het kenmerk, dat de schraapmiddelen verend zijn opgesteld.
49. Inrichting volgens conclusie 47 of 48, met het kenmerk, dat de snijmiddelen roterende messen zijn.
50. Inrichting volgens een van de conclusies 47-49, 35 met het kenmerk, dat na het losmaken van het rug- en schoudervlees van de botdelen van de romp van het karkasdeel een snede wordt 1- f' O - . - ·- · ,J'") H gemaakt onder het schouderblad, zodat in hoofdzaak al het vlees dat zich op de ribben bevindt geoogst wordt.
51. Inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van H 5 geslacht gevogelte, welk karkasdeel ten minste een deel van I de ribben, een deel van het daarop van nature aanwezige I vlees, en een deel van ten minste een van de vleugels omvat, I die de volgende stappen omvat: I - een productdrager, voor het dragen en vasthouden van het I 10 karkasdeel, welke productdrager ingericht is om langs een I baan te bewegen, en bij voorkeur in meerdere vlakken I zwenkbaar is ten opzichte van deze baan, I - en welke productdrager aangrijpt op de binnenzijde van het I karkasdeel, 15. horizontale geleiders, die zich in hoofdzaak in de I transportrichting van de productdragers uitstrekken, voor I het geleiden van de aanwezige vleugels of vleugeldelen I - een tegenhouder voor het tegenhouden van de aanwezige vleugels of vleugeldelen, terwijl de productdrager de I 20 botdelen van de romp van het karkasdeel verder I transporteert, I - eerste snijmiddelen die tegelijk met het tegenhouden van de I vleugels of vleugeldelen een eerste snede maken bij de I vleugelaanzet, zodanig dat de aanwezige vleugels of I 25 vleugeldelen verbonden blijven met het op het karkasdeel I aanwezige borstvlees, I - een meenemer voor het vergroten van de afstand tussen de I aanwezige vleugels of vleugeldelen en de botdelen van de I romp van het karkasdeel door een kracht uit te oefenen op I 30 de aanwezige vleugels of vleugeldelen, zodanig dat de I filet, die borstvlees, rugvlees, schoudervlees en I eventueel eye meat omvat, en de aanwezige vleugels of I vleugeldelen samen worden losgetrokken van de botdelen van de romp van het karkas, 35. en voor het transporteren van het samenstel van filet en de I aanwezige vleugels of vleugeldelen, I - separatiemiddelen voor het van elkaar scheiden van de filets en de aanwezige vleugels of vleugeldelen, afvoermiddelen voor het afvoeren van de filets en de vleugels of vleugeldelen uit de inrichting, met het kenmerk, 5. dat de productdrager bij het invoeren het karkasdeel zodanig positioneert van dat de lengteas van het karkasdeel zich in hoofdzaak verticaal en in hoofdzaak loodrecht op de transportrichting van de productdrager bevindt, en de aanwezige vleugels of vleugeldelen naar 10 beneden, in hoofdzaak in de richting van de lengteas van het karkasdeel, afhangen, en dat zowel de separatiemiddelen als de afvoermiddelen zich op een lager niveau bevinden dan het niveau waarop de productdrager zich bij het inlopen bevindt. 15 < 0 2 2 2 3 6
Priority Applications (39)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1022236A NL1022236C1 (nl) | 2002-12-20 | 2002-12-20 | Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. |
ES03078943T ES2261875T5 (es) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Procedimiento y dispositivo para el procesamiento de una parte del cadaver de las aves de corral sacrificadas. |
DK05077504T DK1627567T3 (da) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Fremgangsmåde og anordning til bearbejdning af en del af kroppen i slagtet fjerkræ |
EP10180292.4A EP2258204B1 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
AT05077504T ATE404063T1 (de) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Verfahren und vorrichtung zum behandeln eines geflügelkörperteiles von geschlachtetem geflügel |
EP10180296.5A EP2347657B1 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
EP08075117A EP1917859B9 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
DK03078943.2T DK1430780T4 (da) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Fremgangsmåde og apparat til behandling af en kødkrop-del fra slagtet fjerkræ |
AT03078943T ATE321456T1 (de) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Verfahren und vorrichtung zum behandeln eines geflügelkörperteiles von geschlachtetem geflügel |
ES10180296.5T ES2550387T3 (es) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Procedimiento y dispositivo de tratamiento de una pieza de carcasa de aves de corral sacrificadas |
ES10180284.1T ES2535463T3 (es) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Procedimiento y dispositivo de tratamiento de una pieza de carcasa de ave de corral sacrificada |
ES05077504T ES2311926T3 (es) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Procedimiento y dispositivo para procesar una pieza de carcasa de un pollo sacrificado. |
DK10180284T DK2258202T3 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for working a body part of slaughtered poultry |
ES08075117T ES2376372T3 (es) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Procedimiento y dispositivo de tratamiento de una pieza de carcasa de ave de corral sacrificada. |
DK10180292.4T DK2258204T3 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | A method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
DE60322972T DE60322972D1 (de) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Verfahren und Vorrichtung zum Behandeln eines Geflügelkörperteiles von geschlachtetem Geflügel |
DE60304280T DE60304280T3 (de) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Verfahren und Vorrichtung zum Behandeln eines Geflügelkörperteiles von geschlachtetem Geflügel |
DK08075117.5T DK1917859T3 (da) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Fremgangsmåde og indretning til behandling af en del af en slagtekrop af slagtet fjerkræ |
EP10180284.1A EP2258202B1 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
EP05077504A EP1627567B1 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
AT08075117T ATE534300T1 (de) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Verfahren und vorrichtung zur verarbeitung von körperteilen geschlachteten geflügels |
EP03078943A EP1430780B2 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
DK10180296.5T DK2347657T3 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and apparatus for treating a carcass portion of slaughtered poultry |
DK10180290.8T DK2258203T3 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and apparatus for processing a body part of slaughtered poultry |
ES10180292.4T ES2610405T3 (es) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Procedimiento y dispositivo de tratamiento de una pieza de carcasa de ave de corral sacrificada |
EP10180290.8A EP2258203B1 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-12 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
JP2003419066A JP4447298B2 (ja) | 2002-12-20 | 2003-12-17 | 屠殺された家禽の胴体部を処理する方法および装置 |
US10/741,282 US6986707B2 (en) | 2002-12-20 | 2003-12-19 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
BRPI0305962-6A BRPI0305962B1 (pt) | 2002-12-20 | 2003-12-22 | Method for processing a fastened carrying housing part, device for processing a fastened carrying housing part, asa joint positioning element and asa cutting slide |
US11/292,142 US7232366B2 (en) | 2002-12-20 | 2005-12-01 | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry |
US11/790,915 US7344437B2 (en) | 2002-12-20 | 2007-04-27 | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry |
US11/931,617 US7614941B2 (en) | 2002-12-20 | 2007-10-31 | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
JP2009164445A JP5081201B2 (ja) | 2002-12-20 | 2009-07-13 | 屠殺された家禽の胴体部を処理する方法および装置 |
US12/572,280 US7824251B2 (en) | 2002-12-20 | 2009-10-02 | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry |
JP2012108206A JP5433724B2 (ja) | 2002-12-20 | 2012-05-10 | 屠殺された家禽の胴体部を処理する方法および装置 |
JP2012108204A JP5433723B2 (ja) | 2002-12-20 | 2012-05-10 | 屠殺された家禽の胴体部を処理する方法および装置 |
JP2012108205A JP5499075B2 (ja) | 2002-12-20 | 2012-05-10 | 屠殺された家禽の胴体部を処理する方法および装置 |
JP2012108207A JP5538473B2 (ja) | 2002-12-20 | 2012-05-10 | 屠殺された家禽の胴体部を処理する方法および装置 |
JP2012108203A JP2012161335A (ja) | 2002-12-20 | 2012-05-10 | 屠殺された家禽の胴体部を処理する方法および装置 |
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1022236A NL1022236C1 (nl) | 2002-12-20 | 2002-12-20 | Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. |
NL1022236 | 2002-12-20 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL1022236C1 true NL1022236C1 (nl) | 2004-06-22 |
Family
ID=32822927
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL1022236A NL1022236C1 (nl) | 2002-12-20 | 2002-12-20 | Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. |
Country Status (1)
Country | Link |
---|---|
NL (1) | NL1022236C1 (nl) |
Cited By (1)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US7232366B2 (en) | 2002-12-20 | 2007-06-19 | Stork Pmt B.V. | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry |
-
2002
- 2002-12-20 NL NL1022236A patent/NL1022236C1/nl active
Cited By (4)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US7232366B2 (en) | 2002-12-20 | 2007-06-19 | Stork Pmt B.V. | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry |
US7344437B2 (en) | 2002-12-20 | 2008-03-18 | Stork Pmt B.V. | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry |
US7614941B2 (en) | 2002-12-20 | 2009-11-10 | Stork Pmt B.V. | Method and device for processing a carcass part of slaughtered poultry |
US7824251B2 (en) | 2002-12-20 | 2010-11-02 | Stork Pmt B.V. | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
US7232366B2 (en) | Method and device for processing a carcass part of a slaughtered poultry | |
EP1868443B1 (en) | Processing of carcass parts of slaughtered poultry | |
NL1033122C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het gescheiden oogsten van rugvel en rugvlees van een karkasdeel van geslacht gevogelte. | |
NL1000935C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het bewerken van een slachtdier. | |
NL1012683C2 (nl) | Werkwijze voor het winnen van een binnenfilet van een gevogeltekarkasdeel, en inrichting voor het bewerken van het gevogeltekarkasdeel. | |
US5697837A (en) | Poultry breast filleting apparatus | |
JP6266003B2 (ja) | 屠殺された家禽の枝肉部から鞍下肉を採取するためのシステムおよび方法 | |
NL1022236C1 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. | |
AU4273093A (en) | Device for detaching meat from animal heads | |
NL1022418C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. | |
NL1030671C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. |