NL9300236A - Meervoudig folie- en messensamenstel voor elektrische droogscheerapparaten. - Google Patents
Meervoudig folie- en messensamenstel voor elektrische droogscheerapparaten. Download PDFInfo
- Publication number
- NL9300236A NL9300236A NL9300236A NL9300236A NL9300236A NL 9300236 A NL9300236 A NL 9300236A NL 9300236 A NL9300236 A NL 9300236A NL 9300236 A NL9300236 A NL 9300236A NL 9300236 A NL9300236 A NL 9300236A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- foil
- foil element
- blade
- electric dry
- elements
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B26—HAND CUTTING TOOLS; CUTTING; SEVERING
- B26B—HAND-HELD CUTTING TOOLS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- B26B19/00—Clippers or shavers operating with a plurality of cutting edges, e.g. hair clippers, dry shavers
- B26B19/02—Clippers or shavers operating with a plurality of cutting edges, e.g. hair clippers, dry shavers of the reciprocating-cutter type
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B26—HAND CUTTING TOOLS; CUTTING; SEVERING
- B26B—HAND-HELD CUTTING TOOLS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- B26B19/00—Clippers or shavers operating with a plurality of cutting edges, e.g. hair clippers, dry shavers
- B26B19/02—Clippers or shavers operating with a plurality of cutting edges, e.g. hair clippers, dry shavers of the reciprocating-cutter type
- B26B19/04—Cutting heads therefor; Cutters therefor; Securing equipment thereof
- B26B19/046—Cutters being movable in the cutting head
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Forests & Forestry (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Dry Shavers And Clippers (AREA)
- Knives (AREA)
Description
MEERVOUDIG FOLIE- EN MESSENSAMENSTEL VOOR ELEKTRISCHE DROOG-SCHEERAPPARATEN
GEBIED VAN DE TECHNIEK
De uitvinding heeft betrekking op elektrische droogscheer-apparaten en meer in het bijzonder op verbeterde snijsystemen voor scheerapparaten met tenminste drie afzonderlijke en onafhankelijke snijsamenstellen.
ACHTERGROND VAN DE TECHNIEK
De laatste jaren hebben de voordelen die elektrische droog-scheerapparaten bieden, een toenemende aantrekkingskracht uitgeoefend op zovel mannen als vrouwen. Algemeen gesteld is de consument tot de conclusie gekomen dat het verwijderen of afscheren van korte haren of stoppels, zoals deze algemeen voorkomen in de baard van mannen en op vrouwenbenen, bepaald oncomfortabel verloopt wanneer men hiervoor scheermessen of andere scheersystemen gebruikt. Bovendien is het, doordat de mensen het steeds drukker krijgen en steeds minder tijd ter beschikking hebben, gewenst te kunnen beschikken over een snel en doelmatig scheersysteem.
Wanneer men bij het scheren met een scheermes als hulpmiddel scheercrème, zeep- en gelsoorten gebruikt, kost dit meer tijd en brengt dit meer ongemak met zich mee dan waartoe de meeste mensen bereid zijn. Daarbij komen nog de kosten die gemoeid zijn met het bijhouden van een voldoende grote voorraad van deze produkten. Dientengevolge zijn elektrische droogscheer-apparaten steeds populairder geworden, evenals op batterijen werkende elektrische droogscheerapparaten, die bestand zijn tegen blootstelling aan vocht, waardoor mensen tijdens het douchen hun baardharen of de haren op hun benen kunnen afscheren .
Met het toenemen van de populariteit van elektrische droog-scheerapparaten zijn velerlei uitvoeringen van produkten en alternatieve constructies verschenen, waarbij getracht werd . het comfort en de doelmatigheid van snijden van dergelijke scheerapparaten te verhogen. Ondanks deze produktwijzigingen echter blijft het moeilijk om tot optimale resultaten en een optimaal comfort te komen.
Een uitvoering in het bijzonder is doeltreffend gebleken bij het bereiken van goede scheerresultaten, terwijl tevens een grote mate van comfort wordt bereikt. Deze uitvoering betreft de diverse modellen elektrische droogscheerapparaten met een beweegbaar mes, dat samenwerkt met een dun, flexibel mazen-scherm of een van openingen voorziene folie (het scheerblad) .
Tijdens bedrijf worden de messen snel en ononderbroken langs één zijde van het mazenscherm of de van openingen voorziene folie heen en weer bewogen, waardoor de messen herhaaldelijk het grote aantal openingen kruisen en voorzien in een vrijwel ononderbroken snijwerking ter plaatse van elke opening. Wanneer vervolgens de andere zijde van het mazenscherm of de van openingen voorziene folie over het te scheren huidoppervlak wordt verschoven, dringen de afzonderlijke haartjes binnen in de gaten in het mazenscherm of de folie en worden als gevolg van de verplaatsing van de messen afgesneden.
Ofschoon dit droogscheersysteem in vergelijking met andere droogscheerprodukten bijzonder effectief is gebleken, is er een aspect dat problemen blijft opleveren. In bepaalde gevallen, bij het over de huid verplaatsen van het mazenscherm of de van openingen voorziene folie met het oog op het bereiken van de gewenste snijwerking, oefenen de contouren van de huid invloed uit op de van openingen voorziene folie, waardoor de folie in diverse richtingen gaat uitwijken. Aangezien de messen in nauw contact staan met de tegenoverliggende zijde van de van openingen voorziene folie, zullen als gevolg van het uitwijken van de folie de messen eveneens tegelijk met de folie uitwijken.
Helaas wijken de van openingen voorziene folie en de messen in sommige gevallen niet tegelijkertijd in precies dezelfde richting uit, waardoor het nauwe snijcontact tussen het mes en althans een gedeelte van het oppervlak van de van openingen voorziene folie verloren gaat. Wanneer dit het geval is, kan het mes niet de vereiste snijwerking tegen het oppervlak van de van openingen voorziene folie uitvoeren, waardoor hinder ontstaat voor de gebruiker.
In een poging dit probleem op te heffen is bij de meeste elektrische droogscheerapparaten volgens de stand der techniek het messensamenstel (de meskop) gemonteerd in combinatie met veermiddelen, teneinde het messensamenstel constant op het oppervlak van de van openingen voorziene folie te doen aangrijpen. Het concept van deze constructie was erop gericht het mes constant op de van openingen voorziene folie te doen aangrijpen, ongeacht het uitwijken van de van openingen voorziene folie en het messensamenstel tijdens bedrijf.
Helaas is gebleken dat deze constructie volgens de stand der techniek geen oplossing biedt voor het probleem. In de meeste gevallen is het messensamenstel uitgevoerd als één geheel en blijft als één geheel bewegen. Daardoor komen onder bepaalde omstandigheden gedeelten van het oppervlak van de van openingen voorziene folie tijdens bedrijf los van de messen. Hierdoor blijft het voorkomen dat bepaalde delen niet geschoren worden.
Bovendien wordt bij scheerapparaten volgens de stand der techniek meestal slechts één type folie gebruikt, dat in de meeste gevallen het best voldoet aan de behoeften van de gebruikers. Bij systemen volgens de stand der techniek echter is het niet mogelijk bij een en hetzelfde scheerapparaat verschillende gatenpatronen of folieconstructies te gebruiken. Daardoor slaagt men er niet in een groter comfort'en verbeterde scheereigen- schappen te verkrijgen, terwijl de werking niet goed is bij omstandigheden die minder vaak voorkomen, zoals bij langere haartjes of bij een combinatie van zowel lange als korte haren.
Het is dan ook een hoofddoel van de onderhavige uitvinding te voorzien in een verbeterd snij systeem voor elektrische droog-scheerapparaten, waarbij voorkomen wordt dat het mes ongewenst vrij komt van het mazenscherm of de van openingen voorziene folie.
Een verdere doelstelling van de onderhavige uitvinding is te voorzien in een verbeterd snij systeem voor elektrische droog-scheerapparaten met de hierboven beschreven kenmerkende eigenschappen, waarbij het mogelijk is een aantal verschillende gatenpatronen bij een en hetzelfde scheerapparaat te gebruiken, waardoor het comfort en de doelmatigheid van scheren aanzienlijk verbeterd worden, terwijl tevens betere resultaten verkregen worden.
Een verdere doelstelling van de onderhavige uitvinding is te voorzien in een verbeterd snijsysteem voor elektrische droog-scheerapparaten met de hierboven beschreven kenmerkende eigenschappen, waarmee vrijwel voorkomen kan worden dat het scheerapparaat in bepaalde delen de gewenste haren niet af kan snijden als gevolg van de contouren van het te scheren oppervlak of van de samenstelling of de lengte van de haren.
Een verdere doelstelling van de onderhavige uitvinding is te voorzien in een verbeterd snij systeem voor elektrische droog-scheerapparaten met de hierboven beschreven kenmerkende eigenschappen, waarmee vrijwel voorkomen wordt dat bepaalde delen ongewild niet geschoren worden.
Verdere en meer specifieke doelstellingen zullen deels voor de hand liggen en deels blijken uit het hiernavolgende.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
Door toepassing van de onderhavige uitvinding worden alle moeilijkheden en bezwaren van de stand der techniek volledig opgeheven en wordt een aanzienlijk verbeterd, diep scherend en comfortabel scheersamenstel verkregen. Verder worden bij toepassing van de onderhavige uitvinding een aantal alternatieve folieconstructies bij een en hetzelfde scheerapparaat gebruikt, waardoor de gebruiker een snijsamenstel krijgt dat specifiek ontworpen is voor meer uiteenlopende scheeromstan-digheden. Bovendien zorgt de onderhavige uitvinding voor een ononderbroken nauw contact tussen de messen en de van ope-ningen voorziene folie.
Bij de onderhavige uitvinding wordt een aantal onafhankelijke of apart uitgevoerde messensamenstellen en van openingen voorziene folies toegepast om één enkel snijsamenstel voor het elektrische scheerapparaat te realiseren. In de voorkeursuitvoering worden tenminste drie afzonderlijke en onafhankelijke messensamenstellen en drie afzonderlijke folies gebruikt voor het bereiken van de aanzienlijk betere scheerresultaten. Zodoende kunnen de in één enkel scheerapparaat gebruikte fo-lie-elementen verschillende openingen bevatten, teneinde betere scheeresultaten onder verschillende omstandigheden mogelijk te maken. Derhalve wordt één enkel scheerapparaat gerealiseerd, waarmee alle scheerproblemen op eenvoudige en doelmatige wijze opgelost kunnen worden.
Bovendien kan door toepassing van de onderhavige uitvinding de van openingen voorziene folie onder verschillende krom-mingsstralen in het scheerapparaat aangebracht worden, waarbij de messensamenstellen een hiermee overeenkomende aangepaste diameter hebben, teneinde de gewenste samenwerking en verbeterde snijwerking te realiseren. Op deze wijze kan het gehele scheeroppervlak nu uitgevoerd worden met speciale vlakken die specifiek ontworpen zijn voor één bepaald scheerprobleem, waardoor een scheerapparaat met een optimale constructie en een aanzienlijk verbeterd snijsysteem wordt verkregen.
In de voorkeursuitvoering omvatten de meervoudige folie- en messensamenstellen volgens de onderhavige uitvinding tevens een constructie waarbij elk van de afzonderlijke en van elkaar onafhankelijke messensamenstellen zodanig zijn aangebracht dat ze scharnierend kunnen bewegen in vrijwel iedere richting, terwijl ze tevens onder voorspanning op elk folie-element aangrijpen. De messensamenstellen zijn zodanig uitgevoerd dat ze met behulp van conventionele aandrijfmiddelen langs hun hartlijn heen en weer bewogen kunnen worden, terwijl ze tevens kunnen scharnieren om een as die zich loodrecht uitstrekt op de hartlijn van de meskopaandrijving. Bij voorkeur kan elk messensamenstel om deze scharnieras bewegen over een boog variërend van 15° tot 70°.
Voorts wordt in de voorkeursuitvoering elk messensamenstel onafhankelijk onder voorspanning in de bovenste stand gehouden, waardoor de snijranden van de messen rechtstreeks in wrijvingscontact worden gehouden met het binnenoppervlak van het folie-element waarmee het mes samenwerkt. Daarnaast kan elk afzonderlijk en onafhankelijk messensamenstel langs een zich loodrecht op de scharnieras uitstrekkende as bewegen. Op deze wijze wordt elk messensamenstel onder voorspanning in aangrijping met het daarbij horende folie-element gehouden, terwijl het messensamenstel tevens met elke beweging van het folie-element mee kan uitwijken.
Door toepassing van deze constructie wordt een uniek meervoudig folie- en messensamenstel verkregen. Bij deze uitvinding is er sprake van een onderlinge samenwerking tussen elk afzonderlijk folie-element en·een afzonderlijk en onafhankelijk langwerpig messensamenstel, dat middels veervoorspanning met het folie-element in wrijvingscontact staat, terwijl het messensamenstel tevens rechtlijnig en boogvormig kan scharnieren ten opzichte van het folie-element. Hierdoor kunnen tijdens bedrijf van het elektrische scheerapparaat, wanneer de oppervlakken van de folie-elementen langs het te scheren oppervlak worden bewogen, de deel van het scheerapparaat uitmakende folie- en messensamenstellen onderling in contact met elkaar blijven, ongeacht de contouren waarlangs de folieoppervlakken worden bewogen. Bovendien worden als gevolg van de constructie met veervoorspanning de messen van elk van de onafhankelijke messensamenstellen constant in onderling wrijvingscontact gehouden met het hiermee samenwerkende folie-element, waardoor gewaarborgd wordt dat het mes niet vrijkomt van het folie-element en een glad, zuiver en comfortabel scheerresultaat wordt bereikt.
Dientengevolge omvat de uitvinding de constructiekenmerken, combinaties van elementen en inrichting van onderdelen die nader zullen worden uiteengezet in de hieronder beschreven constructies, waarbij in de conclusies de strekking van de uitvinding zal worden aangegeven.
DE TEKENINGEN
Voor een beter begrip van de aard en de doelstellingen van de onderhavige uitvinding wordt verwezen naar de onderstaande nadere beschrijving aan de hand van de bijgaande tekeningen, waarin:
Figuur 1 een vooraanzicht toont van een uitvoeringsvorm van een scheerapparaat in volledig gemonteerde toestand met de meervoudige folie- en messensamenstellen volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 2 een gedeeltelijk afgebroken zijaanzicht, deels in dwarsdoorsnede, toont van het scheerapparaat van figuur 1;
Figuur 3 een bovenaanzicht toont van een alternatieve uitvoeringsvorm van een elektrisch scheerapparaat in volledig gemonteerde toestand met de meervoudige folie- en messensamenstellen volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 4 een gedeeltelijk afgebroken zijaanzicht toont van het scheerapparaat van figuur 3;
Figuur 5 een zijaanzicht toont van het scheerapparaat van figuur 3;
Figuur 6 een sterk vergroot en gedeeltelijk afgebroken onderaanzicht toont van het van het scheerapparaat afgenomen, foliedragende huis van het scheerapparaat volgens figuur 3, waarbij de folie-elementen gedeeltelijk afgebroken worden weergegeven, en waarbij de folie-elementen zowel onderlinge gekoppeld met het huis als in gedemonteerde toestand zijn afgebeeld;
Figuur 7 een zijaanzicht in dwarsdoorsnede toont van de foliehouder volgens figuur 6, waarbij de folie-elementen in gemonteerde toestand bevestigd zijn weergegeven;
Figuur 8 een zijaanzicht in dwarsdoorsnede toont van de foliehouder volgens figuur 6, waarbij de folie-elementen in volledig gedemonteerde toestand zijn weergegeven;
Figuur 9 een perspectivisch uiteengewerkt aanzicht toont, waarin de montage- en constructiedetails van de folie-elementen en de messensamenstellen volgens de onderhavige uitvinding worden weergegeven;
Figuur 10 een zijaanzicht toont van de messensamenstellen volgens de onderhavige uitvinding, gemonteerd op het scheerapparaat van figuur 3;
Figuur 11 een zijaanzicht toont van de messensamenstellen in volledig gemonteerde toestand zoals afgebeeld in figuur 10;
Figuur 12 een zijaanzicht, deels in dwarsdoorsnede, toont van een compleet messensamenstel in gemonteerde toestand op de dragerkolom, waarbij de scharnier-mogelijkheden van het samenstel worden weergegeven ;
Figuur 13 een zijaanzicht toont van een messensamenstel in gemonteerde toestand zoals weergegeven in figuur 12, waarbij voorts de beweegbaarheid van het messensamenstel is weergegeven;
Figuur 14 toont een zijaanzicht van een alternatieve uitvoeringsvorm van een messensamenstel volgens de onderhavige uitvinding;
Figuur 15 een perspectivisch aanzicht toont van een alternatieve constructie voor een folie-element overeenkomstig de uitvinding;
Figuur 16 een perspectivisch aanzicht toont van nog een verdere uitvoeringsvorm van de folie-elementen en de bevestigingssystemen daarvoor overeenkomstig de uitvinding;
Figuur 17 een perspectivisch aanzicht toont van een verdere alternatieve uitvoeringsvorm voor de montage van de meerdere folie-elementen volgens de onderhavige uitvinding; en
Figuur 18 een zijaanzicht in dwarsdoorsnede toont van een montagesysteem voor de vervaardiging van de in figuur 17 weergegeven constructie met meerdere folie-elementen.
NADERE BESCHRIJVING
In figuur 1 is een elektrisch droogscheerapparaat met de folie-elementen en de onafhankelijke messensamenstellen volgens de onderhavige uitvinding weergegeven. Teneinde een volledige, gedetailleerde uiteenzetting te geven wordt de onderhavige uitvinding in de tekeningen en in de hiernavolgende nadere beschrijving toegelicht aan de hand van een elektrisch droog-scheerapparaat voor het afscheren van baardgroei, zonder dat dit een beperking van de uitvinding inhoudt. Zoals voor de gemiddelde vakman echter duidelijk zal zijn, is het systeem met meerdere folie-elementen en messensamenstellen volgens de uitvinding net zo goed toepasbaar bij ieder ander droogscheerapparaat, ongeacht of het om een apparaat voor mannen of voor vrouwen gaat. De beoogde beschermingsomvang van het verbeterde snij systeem volgens deze uitvinding is derhalve niet beperkt tot het specifieke type scheerapparaat dat afgebeeld is, de uitvinding kan eveneens toegepast worden bij ieder ander type droogscheerapparaat.
In de figuren 1 en 2 is een elektrisch droogscheerapparaat 20 weergegeven, waarin een uitvoeringsvorm van het verbeterde snij systeem 21 volgens de onderhavige uitvinding is opgenomen. In deze uitvoeringsvorm omvat het snij systeem 21 drie afzonderlijke en onafhankelijke folie-elementen 22, 23 en 24. Bovendien hoort bij elk van de drie folie-elementen een afzonderlijk en onafhankelijk messensamenstel, wat resulteert in het aanzienlijk verbeterde scheergedrag.
Zoals in figuren 1 en 2 weergegeven omvat het elektrisch droogscheerapparaat 20 een huis 27, waarop een kap/steunvoet 28 afneembaar is bevestigd. In het huis 21 is op conventionele wijze een (niet nader weergegeven) motor opgenomen met een (niet nader weergegeven) bedieningsas, die gekoppeld is met het messensysteem 25. Door deze constructie zal elk van de drie onafhankelijke messensamenstellen op de gewenste manier van de ene naar de andere zijde pendelen, waarbij er sprake is van aangrijping op het binnenoppervlak van een van de folie-elementen. Bij voorkeur is de kap/steunvoet 28 zodanig uitgevoerd dat deze uitschuifbaar op het huis bevestigd kan worden, zodat toegang verkregen kan worden tot de haaropvang-ruimte, teneinde deze te reinigen naken, en indien gewenst toegang te verkrijgen tot de messen en de folie-elementen 22, 23 en 24.
Bij de in figuur 2 afgeheelde uitvoeringsvorm van de uitvinding is elk van de folie-elementen 22, 23 en 24 afzonderlijk en onafhankelijk op de kap/steunvoet 28 geplaatst. Op deze wijze kan, zoals hieronder nader is uiteengezet, een combinatie van alternatieve folieconstructies toegepast worden, teneinde een nauwkeurig bepaald of een meer universeel scheergedrag te verkrijgen, in dit opzicht kunnen folie-elementen met verschillende dikten en folie-elementen met in verschillende patronen aangebrachte openingen snel en eenvoudig op elke gewenste plaats op de kap/steunvoet 28 aangebracht worden. Hierdoor kan een nauwkeurig bepaald snijgedrag verschaft worden of op maat gesneden worden ter verkrijging van een bepaald gewenst resultaat.
Zoals in figuur 2 is weergegeven en hieronder nader is uiteengezet, bevat het messensysteem 25 in deze uitvoeringsvorm drie afzonderlijke en onafhankelijke messensamenstellen 30, 31 en 32. Zoals weergegeven staat het messensamenstel 30 in onderling wrijvingscontact met het folie-element 22, terwijl het messensamenstel 31 onder het uitoefenen van wrijving op het folie-element 23 aangrijpt en het messensamenstel 32 onder het uitoefenen van wrijving langs het folie-element 24 heen en weer beweegt. Door toepassing van deze constructie blijven de afzonderlijke en onafhankelijke messensamenstellen onder wrijving langs het binnenoppervlak van de folie-elementen 22, resp. 23 resp. 24 pendelen, hierbij een snijwerking uitoefenend. Dit leidt tot het aanzienlijk verbeterde scheergedrag en het aanzienlijk verhoogde comfort volgens de onderhavige uitvinding.
In figuren 3 - 8 is een voorkeursuitvoering weergegeven voor het vasthouden en verwijderbaar aanbrengen van de folie-elementen 22, 23 en 24 in de kap/steunvoet 28. Terwille van de duidelijkheid wordt in de figuren 3-7 een verticaal op het huis geplaatste kap/steunvoet 28 weergegeven, en niet een drager die onder een hoek op het huis van het scheerapparaat is aangebracht, zoals dit in de figuren 1 en 2 het geval is.
Zoals het duidelijkst te zien is in figuren 6 en 7, monden in deze uitvoeringsvorm elk van de folie-elementen 22, 23 en 24 aan het ene uiteinde uit in een langwerpige eindplaat 38 en aan het tegenoverliggende uiteinde in een eindplaat 39. Deze constructie wordt meestal toegepast bij folie-elementen volgens de stand der techniek, teneinde te voorzien in een versterkte rand en een montagevlak voor het op een nauwkeurig bepaalde plaats aanbrengen van het folie-element. Zoals in figuur 6 is weergegeven, strekken bovendien de aan elk van de folie-elementen 22, 23 en 24 bevestigde eindplaten 38 en 39 zich uit tot voorbij de zijrand van het folie-element, teneinde te voorzien in een verlengd oppervlak, waarmee de folie-elementen op de nauwkeurig bepaalde plaats kunnen worden vastgezet.
Zoals in de figuren 6 en 8 is weergegeven, zijn in de kap/-steunvoet 28 een aantal sleuven aangebracht voor het opnemen en in de gewenste stand vasthouden van de eindplaten 38 en 39 van elk van de folie-elementen. Zoals is weergegeven bevat de kap/-steunvoet 28 langwerpige sleuven 45, 46, 47 en 48, die op afstand naast elkaar en naar elkaar toegericht zijn aangebracht langs de binnenrandvlakken van de kap/steunvoet 28.
Door toepassing van deze uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding wordt elk folie-element 22, 23 en 24 afzonderlijk snel en op eenvoudige wijze op de kap/steunvoet 28 bevestigd door de eindplaten 38 en 39 van elk folie-element te plaatsen in de sleuven die horen bij de exact gewenste plaats voor het betreffende folie-element. Zoals in de figuren 6 en 7 is weergegeven, wordt het folie-element 22 op de kap/steunvoet 28 bevestigd door de eindplaat 38 in de langwerpige sleuf 45 van de drager 28 te plaatsen, terwijl de tegenoverliggende eindplaat 39 in de sleuf 46 van de drager 28 wordt geplaatst.
Vervolgens wordt bij deze uitvoeringsvorm het folie-element 23 op de drager 28 bevestigd door de eindplaat 38 van dit folie-element in de sleuf 46 aan te brengen, grenzend aan de plaat 39 van het folie-element 22, terwijl de tegenoverliggende eindplaat 39 in de sleuf 47 van de drager 38 wordt aangebracht. Tenslotte wordt het folie-element 24 op zijn plaats bevestigd door de eindplaat 38 van het folie-element 24 in de sleuf 47 aan te brengen, naast de plaat 39 van het folie-element 34, waarbij de tegenoverliggende eindplaat 39 van het folie-element 24 in de sleuf 48 van de drager 28 wordt aangebracht. Wanneer de folie-elementen 22, 23 en 24 eenmaal precies zoals gewenst zijn aangebracht, nemen al deze folie-elementen precies de gewenste stand in om op het scheerappa-raat te worden aangebracht, teneinde onderling samen te werken met de respectieve bijbehorende messensamenstellen.
In de voorkeursuitvoering zijn de langwerpige sleuven 45, 46, 47 en 48 allen zodanig bemeten dat deze overeenkomen met de dikte van de daarin aangebrachte eindplaten. De sleuven 46 en 47 zijn dan ook aanzienlijk breder uitgevoerd dan de sleuven 45 en 46, aangezien in de sleuven 46 en 47 twee eindplaten worden bevestigd.
Zoals uit deze nadere beschrijving blijkt, kunnen de folie-elementen 22, 23 en 24 elke gewenste dikte of elk gewenst gatenpatroon hebben, zodat een uiteindelijk samenstel verkregen wordt dat speciaal uitgevoerd is voor het bereiken van een bepaald scheereffect. Op deze manier kan op eenvoudige wijze een snelle aanpassing aan alle uiteenlopende baardtypes en haarlengtes bereikt worden, hiervoor hoeft alleen een folie-element waarmee het gewenste resultaat bereikt kan worden in de drager 28 geplaatst te worden. Zodoende is het elektrische scheerapparaat volgens de onderhavige uitvinding aanzienlijk veelzijdiger dan het geval is.bij conventionele constructies volgens de stand der techniek en worden een grotere flexibiliteit en een verhoogd comfort gerealiseerd.
Bovendien kunnen door toepassing van deze uitvinding folie-elementen met verschillende lengtes en folie-elementen met verschillende krommingsstralen eenvoudig met elkaar gecombineerd worden. Zoals in figuur 7 is weergegeven, is de totale lengte van het folie-element 23 groter dan die van de folie-elementen 22 en 24, zodat het middelste folie-element en messensamenstel een niveau hoger liggen dan de overige twee scheeroppervlakken. Voorts wordt voor de folie-elementen 22 en 24 een andere krommingsstraal toegepast dan voor het folie-element 23, waarbij de krommingsstraal van het folie-element 23 kleiner is dan die van de andere twee folie-elementen. Op deze manier worden onderling verschillende scheerkenmerken en een nauwkeuriger, grondige snijwerking gerealiseerd.
In de figuren 9 - 13 is een voorkeursuitvoering van het verbeterde snijsysteem 21 volgens de onderhavige uitvinding gedetailleerd weergegeven. Zoals in de figuren is weergegeven, bevat het verbeterde snijsysteem folie-elementen 22, 23 en 24, alsmede een messendragersysteem 25 met pendelbeweging.
In deze uitvoeringsvorm omvat het meskopdragersysteem 25 drie afzonderlijke en onafhankelijke messensamenstellen 31, 32 en 33. Elk van de messensamenstellen is bevestigd op een ópstaande aandrijf pen 40 met drie afzonderlijke en onafhankelijke opstaande dragerconsoles 41, 42 en 43. De aandrijfpen 40 is op een in de techniek bekende manier rechtstreeks gekoppeld met de aandrijfmotor, teneinde de aandrijfpen 40 constant heen en weer te doen pendelen, waardoor het meskopdragersysteem 25 met de aandrijfpen mee beweegt en het gewenste onderlinge wrij-vingscontact tussen het meervoudige messendrager systeem 25 en de folie-elementen 22, 23 en 24 verkregen wordt.
In deze voorkeursuitvoering omvat het messensamenstel 31 een aantal onafhankelijke, identiek gevormde messen 50, die evenwijdig in lijn met elkaar, op afstand naast elkaar zijn geplaatst. Teneinde de messen 50 op hun gewenste plaats in lijn met elkaar en op afstand van elkaar te houden zijn de messen 50 aan elkaar bevestigd met behulp van een langwerpige houder-stang 51, die zich door de messen 50 uitstrekt en zodoende het messensamenstel 31 vormt. Op deze wijze zijn de messen 50 aan elkaar bevestigd en worden ze precies op hun gewenste plaats in lijn met elkaar gehouden.
In de voorkeursuitvoering is elk mes 50 nagenoeg cirkelvormig uitgevoerd, waarbij de buitenomtreksrand van de messen een snijrand 52 vormt. Zoals hierboven nader uiteengezet, zijn de snijranden 52 van het messensamenstel 31 zodanig aangebracht dat er een onderling wrijvingscontact bestaat tussen de snij-randen en het folie-element 22, waardoor de gewenste snijwer-king wordt verkregen.
Op eenzelfde manier omvat het messensamenstel 32 een aantal messen 53, die evenwijdig in lijn met elkaar, op afstand naast elkaar zijn geplaatst, waarbij de messen 53 op hun gewenste plaats in lijn met elkaar en op afstand van elkaar gehouden worden door de messen 53 op de houderstang 54 te monteren. Bovendien omvatten de messen 53 een buitenomtreksrand die een snijrand 55 vormt, welke in volledig gemonteerde toestand in onderling wrijvingscontact met het folie-element 23 wordt gehouden .
Het messensamenstel 33 in deze uitvoeringsvorm tenslotte omvat een aantal messen 56, die evenwijdig in lijn met elkaar, op afstand naast elkaar op een langwerpige houderstang 57 zijn geplaatst. Daarnaast bevatten de messen 56 een snijrand 58, die in volledig gemonteerde toestand onder het uitoefenen van wrijving langs het folie-element 24 beweegt.
Om het messensamenstel 31 in de gewenste stand ten opzichte van het folie-element 22 te houden en te ondersteunen, wordt het messensamenstel 31 op de meskopdrager 60 bevestigd. In de voorkeursuitvoering omvat de meskopdrager 60 een langwerpige voet 61, waarbij op het ene uiteinde van deze voet een eerste stel opstaande vingers 62-62 op afstand naast elkaar is aangebracht, en waarbij op het tegenoverliggende uiteinde van de dragervoet 61 een tweede stel klemvingers 63-63 is aangebracht.
In de voorkeursuitvoering zijn de opstaande vingers 62-62 en 63-63 zodanig aangebracht dat de vingers om de langwerpige houderstang 51 van het messensamenstel 31 grijpen. Zodoende wordt het messensamenstel 31 vastgehouden in een stand waarbij het messensamenstel langs de door de houderstang 51 bepaalde as kan pendelen.
Teneinde te zorgen voor de gewenste doelmatigheid van snijden en van een ononderbroken nauw contact tussen het messensamenstel 31 en het folie-element 22, is de meskopdrager 60 zodanig uitgevoerd dat deze in de vorm van een boog om de drager-console 41 kan bewegen, terwijl de meskopdrager tevens veer-voorspanmiddelen omvat, die het messensamenstel constant in aangrijping met de binnenkant van het folie-element 22 houden. Op deze wijze zal tijdens de verplaatsing van het bovenvlak van het folie-element 22 over het te scheren oppervlak het messensamenstel 31 niet vrijkomen van het folie-element 22 of het snijcontact hiermee verliezen als gevolg van de onregelmatigheden in het betreffende oppervlak en het uitwijken van het folie-element 22.
Door de meskopdrager 60 op de hier beschreven wijze uit te voeren, wordt een inherente flexibiliteit, scharnierbaarheid en een onder veervoorspanning staande onderlinge aangrijping verkregen. Voorts werkt het messensamenstel 31 volledig onafhankelijk van de messensamenstellen 32 en 33, waarbij het messensamenstel 31 uitsluitend op de bewegingen van het folie- element 22 reageert. Zodoende wordt gewaarborgd dat het messensamenstel 31 volledig onafhankelijk werkt van enige beweging veroorzaakt door de andere folie-elementen of door de andere messensamenstellen.
Teneinde te voorzien in de gewenste onafhankelijke flexibiliteit van de messensamenstellen, bevat de meskopdrager 60 een langwerpig veerorgaan 70, bij voorkeur een langwerpige blad-veerconstructie. In deze voorkeursuitvoering bevat de drager 60 tevens een holte 71, die is aangebracht in het midden van de dragervoet 61, in welke holte het grootste gedeelte van de bladveer 70 is opgenomen.
Zoals het meest duidelijk te zien is in figuur 12, is in de voorkeursconstructie van deze uitvoeringsvorm het ene uiteinde van de bladveer 70 vastgezet in de opneemopening 72 in de voet van de drager 60, terwijl het tegenoverliggende uiteinde van de bladveer 70 vrij langs het bodemvlak van de dragervoet 61 kan bewegen. Als gevolg van de toepassing van deze constructie drukt het langwerpige veerorgaan 70 de tegenover elkaar liggende, vrijdragende uiteinden van de dragervoet 61 onder een zekere voorspanning omhoog, terwijl hierdoor tevens de voet 61 van de drager 60 de gewenste flexibiliteit en beweegbaarheid krijgen.
De constructie van de meskopdrager 60 wordt gecompleteerd doordat een langwerpige penopneemsleuf 72 wordt opgenomen, welke zich aan weerszijden van de holte 71 door de dragervoet 61 uitstrekt. Hierdoor kan de drager 60 bewegen ten opzichte van de as van de console 41.
De meskopdrager 60 wordt op de dragerconsole aangebracht, teneinde te voorzien in de gewenste pendelbeweging, door de dragerconsole 41 in de holte 71 te plaatsen en de drager 60 op de console 41 te bevestigen, doordat een langwerpige borgpen 73 door de pen-opneemsleuf 72 van de drager 60 wordt gestoken, waarbij de borgpen 73 in de console 41 is vastgezet.
Zodoende zal de drager 60 mee bewegen met de pendelbeweging van de aandrijf pen 40 en de dragerconsole 41, waardoor het messensamenstel 31 op de gewenste wijze heen en weer zal gaan bewegen.
Zoals het meest duidelijk te zien is in de figuren 12 en 13, kan door de hierboven beschreven constructie het messensamen-stel 31 een volledige en onafhankelijke beweging in een aantal richtingen uitvoeren. Met name de langwerpige bladveer 70 zorgt ervoor dat er constant een naar boven gerichte voorspankracht wordt uitgeoefend op de vrij dragende armen van de voet 61 van de drager 60. Hierdoor wordt het messensamenstel 31 constant onder voorspanning naar boven tegen het folie-element 22 gedrukt.
Bovendien kunnen het messensamenstel 31 en de drager 60 over een boog om de door de pen 73 gevormde as scharnieren, waarbij het langwerpige veerorgaan 70 er middels de voorspanning voor zorgt dat de drager 60 en het messensamenstel steeds naar de normale stand terugkeren. In figuur 12 is de boogvormige beweging van het messensamenstel en de drager 60 om de hartlijn van de pen 73 duidelijk weergegeven, waarbij zoals getoond het messensamenstel 31 over een boog van ongeveer 15® tot 70° kan scharnieren.
Bovendien kunnen, aangezien de pen-opneemsleuf 72 langwerpig is uitgevoerd, de meskopdrager 60 en het daarop gemonteerde messensamenstel 31 in hoogterichting bewegen langs de as van de opstaande dragerconsole 41, nagenoeg loodrecht op de as van de borgpen 73. Deze beweging in hoogterichting van het messensamenstel en de drager 60 langs de hartlijn van de dragercon-soles 41 is weergegeven in de figuren 12 en 13. Net zoals het geval is bij de boogverdraaiing, oefent de langwerpige veer 70 constant een voorspanning uit op de drager 60 en het messensamenstel 31, waardoor deze steeds in hun oorspronkelijke stand teruggebracht worden, zoals deze in figuur 10 is weergegeven.
Zoals blijkt uit deze nadere beschrijving, zorgt deze constructie voor een unieke, onafhankelijke aangrijping onder voorspanning van de messen van het messensamenstel op het van openingen voorziene folie-element 22, waardoor gewaarborgd wordt dat de messen 50 van het messensamenstel constant in onderling wrijvingscontact zijn met het folie-element 22, ongeacht de mate waarin het folie-element 22 tijdens gebruik uitwijkt. Teneinde te waarborgen dat de beide andere messensamenstellen 32 en 33 eveneens op dezelfde manier kunnen scharnieren en in hoogterichting kunnen bewegen als het messensamenstel 31, zijn de meskopdragers 80 en 90 op dezelfde manier uitgevoerd en op hun respectievelijke dragerconsoles bevestigd als hierboven uiteengezet met betrekking tot de drager 60 en de console 41.
Bij het completeren van het samenstel volgens deze uitvoeringsvorm van het verbeterde snijsysteem 21 wordt voor het goed op hun plaats houden van de messensamenstellen 32 en 33 gebruik gemaakt van afzonderlijke en onafhankelijke dragers. Zoals in de figuren 9 en ll is weergegeven, wordt het messensamenstel 32 door de meskopdrager precies op de gewenste plaats gehouden om onder het uitoefenen van wrijving langs het folie-element 23 heen en weer te kunnen bewegen.
Zoals hierboven uiteengezet met betrekking tot de meskopdrager 60, omvat de meskopdrager 80 een voet 81, op aan de tegenover elkaar gelegen uiteinden waarvan vingers 83-83 en 84-84 zijn aangebracht. De opstaande vingers 83-83 en 84-84 zijn rondom de houderstang 54 van het messensamenstel 32 aangebracht, waarbij de houderstang tussen de vingers wordt vastgehouden. Op deze manier worden de messen 53 van het messensamenstel goed op hun gewenste plaats gehouden.
Teneinde te waarborgen dat de messen 53 van het messensamenstel 32 precies op de gewenste plaats, in onderling wrijvingscontact met het binnenoppervlak van het folie-element 23 worden gehouden, is in de meskopdrager 80 een langwerpige bladveer 85 aangebracht, die in aangrijping is met de onderkant van de langwerpige, vrij dragende armen daarvan. Hierdoor wordt gewaarborgd dat op de vingers 83-83 en 84-84, en ook op de gehele drager 80, constant een naar boven gerichte voor-spanning wordt uitgeoefend.
Voor het opnemen en in de gewenste stand brengen van de blad-veer 85 is in de drager 80 een holte 86 opgenomen, waarin de veer 85 is opgesloten. Daarnaast is in de voet 81 van de drager 80 een pen-opneemsleuf 87 aangebracht, die zich aan weerszijden van de holte 86 uitstrekt. Hierdoor kan de borgpen 88 van de dragerconsole 42 de meskopdrager 80 op precies de gewenste plaats positioneren en scharnier baar bevestigen, zodat de meskopdrager met de dragerconsole 42 van de aandrijfpen 40 kan meebewegen. Door gebruik te maken van deze constructie zorgen de meskopdrager 80 en het messensamenstel 32 voor de gewenste pendelbeweging in onderlinge samenwerking met het folie-element 23, terwijl eveneens gezorgd wordt voor de flexibiliteit van scharnieren en de rechtlijnige beweging zoals hierboven uiteengezet met betrekking tot de meskopdrager 60.
Ter completering van de constructie volgens deze uitvoeringsvorm en teneinde te voorzien in een flexibele en beweegbare ondersteuning voor de het messensamenstel 32, omvat het meervoudige messendragersysteem 25 volgens deze uitvinding een meskopdrager 90, die op nagenoeg dezelfde manier is opgebouwd als de hierboven beschreven dragers 60 en 80. Zoals in de figuren 9 en 11 is weergegeven, omvat de meskopdrager 90 een voet 91, op de uiteinden waarvan opstaande, vrijdragende, op afstand van elkaar geplaatste vingers zijn aangebracht.
In deze uitvoeringsvorm zijn op het ene uiteinde van de dra-gervoet 91 vingers 92-92 aangebracht, terwijl op het tegenoverliggende uiteinde van de dragervoet 91 vingers 93-93 zijn aangebracht. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de houderstang 57 van het messensamenstel 33 op zijn gewenste plaats wordt gehouden en wordt precies de gewenste stand en beweging van het messensamenstel 33 bereikt.
Teneinde de meskopdrager 90 in de gewenste stand te houden is in combinatie met de drager een langwerpige bladveer 95 aangebracht, welke veer is opgesloten in de holte 96 die in de dragervoet 91 is aangebracht. Tevens bevat de dragervoet 91 een pen-opneemsleuf 97, die zich door de dragervoet 91 aan weerszijden van de holte 96 uitstrekt. Tenslotte wordt de dragervoet op de consoles 43 bevestigd door gebruik te maken van de borgpen 98. Hierdoor bezit de drager 90 precies de gewenste flexibiliteit van scharnieren om de as van de pen 98, alsmede de gewenste rechtlijnige beweegbaarheid, zoals hierboven uiteengezet met betrekking tot de meskopdrager 60.
Door gebruik te maken van het hierboven beschreven meervoudige messendragersysteem 25 wordt de gewenste inherente flexibiliteit en een constant, onder voorspanning staand wrijvingscon-tact tussen de messensamenstellen 31, 32 en 33 en de folie-elementen 22, 23 en 24 bereikt en wordt een aanzienlijk verbeterd scheersysteem gerealiseerd.
Naast de hierboven beschreven uitvoeringsvormen kunnen nog verschillende alternatieve constructies toegepast worden voor het realiseren van de gewenste scharnierbaarheid en rechtlijnige beweegbaarheid. Een dergelijke alternatieve constructie voor de messendragers is weergegeven in figuur 14. Ofschoon in de figuur slechts één meskopdrager gedetailleerd is weergegeven, zullen de beide andere meskopdragers van het messendragersysteem 25 volgens deze uitvinding op nagenoeg dezelfde wijze zijn uitgevoerd.
Zoals in figuur 4 is weergegeven, omvat de meskopdrager 100 een langwerpige voet 101 met een nagenoeg U-vormige constructie voor het opnemen en vasthouden van het messensamenstel 102. Het messensamenstel 102 in deze constructie omvat een aantal messen 103, die met het oog op onderlinge samenwer- king op afstand naast elkaar zijn aangebracht, waarbij de messen worden ondersteund door de steunvoet 101. De steunvoet in deze uitvoering is zodanig uitgevoerd dat deze het aantal messen 103 kan opnemen en vasthouden in sleuven of klemzones, die in de steunvoet 101 zijn aangebracht, waardoor gewaarborgd wordt dat het gehele langwerpige messensamenstel 102 precies in de gewenste stand wordt gehouden voor aangrijping met het folie-element waarmee het messensamenstel samenwerkt.
Bovendien is een langwerpige bladveer 105 aangebracht langs het bodemvlak van de steunvoet 101, zodat de bladveer de drager 100 en het messensamenstel 102 onder voorspanning in aangrijping houdt met het folie-element waarmee het messensamenstel samenwerkt. Voorts houdt de bladveer 105 de vrijdragende armen van de steunvoet 101 in een naar boven gerichte stand en zorgt er zodoende verder voor dat de gewenste constante aangrijping tussen het messensamenstel 102 en het hiermee samenwerkende folie-element gehandhaafd blijft.
Zoals in figuur 14 is weergegeven, wordt de bladveer 105 op zijn plaats gehouden met behulp van grendelvingers 106, die zijn aangebracht op de tegenover elkaar liggende uiteinden van de steunvoet 101. Voorts bevat de steunvoet 101 tevens een langwerpige sleuf 108 met een open uiteinde, die is aangebracht op de uitschuifconsole 109 van de steunvoet 101.
In deze uitvoeringsvorm is de uitschuifconsole 109 zodanig uitgevoerd dat deze kan samenwerken met een (niet nader weergegeven) beweegbare aandrijfpen of steunkolom, waarin een borgpen 110 is bevestigd. Door de sleuf 108 met het open uiteinde over de pen 110 te schuiven, teneinde de pen 110 in de sleuf 108 vast te zetten, wordt een onderlinge koppeling tussen de drager 100 en de aandrijfpen van het scheerapparaat bewerkstelligd. Zodoende kunnen de meskopdrager 100 en het messensamenstel op de gewenste manier heen en weer bewegen.
Voorts wordt door toepassing van deze alternatieve constructie de meskopdrager 100 beweegbaar aangebracht op de aandrijfpen, terwijl de drager tevens een axiale scharnierbeweging boven de console 109 kan uitvoeren, alsmede een rechtlijnige beweging loodrecht op de as van de borgpen 110. Deze rechtlijnige beweging wordt slechts begrensd door de lengte van de langwerpige open sleuf 108. Zodoende voorziet deze alternatieve constructie exact in de gewenste axiale scharnierbaarheid en rechtlijnige beweging in hoogterichting welke gewenst zijn om een constante, flexibele aangrijping en samenwerking tussen het messensamenstel 102 en het daarbij horende folie-element te waarborgen.
Zoals uit de beschrijving duidelijk is, kunnen een aantal verschillende alternatieve constructies toegepast worden om een messensamenstel constant in aangrijping te houden met het daarmee samenwerkende folie-element. Ofschoon het bij de hierboven beschreven uitvoeringsvormen gaat om voorkeursuitvoeringen, kunnen eveneens alternatieve constructies toegepast worden, zonder dat hierbij wordt afgeweken van het kader van de onderhavige uitvinding.
Het is gebleken dat bij toepassing van het meervoudige snij-systeem volgens de uitvinding het wenselijk kan zijn een of alle folie-elementen te verankeren, teneinde overmatige slijtage of lawaai te voorkomen. In bepaalde omstandigheden echter, afhankelijk van de toegepaste maattoleranties, kan volstaan worden zonder verankering, aangezien de wrijving waarmee de folie-elementen op de gewenste plaats worden vastgehouden voldoende kan zijn om verschuiving of verplaatsing van de folie-elementen na langdurig gebruik te voorkomen. Indien echter een verankering gewenst is, kan deze verkregen worden met behulp van een aantal alternatieve constructies.
Eén zo'n constructie is weergegeven in figuur 9, waarin het afgeheelde folie-element 22 een aantal inkepingen 120 bevat, die zijn aangebracht in de eindplaat 38 van het folie-element 22. Elk van de inkepingen 120 is zodanig uitgevoerd dat deze om een naar buiten uitstekend lipje kan grijpen, dat is aangebracht op het binnenoppervlak van de kap/steunvoet. Op deze manier wordt verplaatsing in lengterichting van het folie-element voorkomen.
Bij voorkeur zijn in de eindplaat 39 van het folie-element 24 soortgelijke inkepingen aangebracht, teneinde verplaatsing van het folie-element 24 op eenzelfde wijze als bij het folie-element 22 te voorkomen. Bovendien kunnen, indien gewenst, verticale uitsparingen zijn aangebracht in de eindplaat 39 van het folie-element 22, alsmede in de eindplaat 38 van het folie-element 24, die dan in ingrijping komen met hiermee samenwerkende ruggen aangebracht op de kap/steunvoet. Op eenzelfde manier zullen de eindplaten 38 en 39 van het folie-element 23 soortgelijke verticale uitsparingen bevatten, teneinde axiale verschuiving van het folie-element 23 te voorkomen.
Ofschoon men gebruik kan maken van inkepingen 120 of soortgelijke verticale uitsparingen in de eindplaten 38 en 39 om verschuiving in axiale of lengterichting van de folie-elementen te voorkomen, kunnen ook alternatieve constructies toegepast worden om te waarborgen dat de folie-elementen 22, 23 en 24 in het geheel geen ongewenste verplaatsing in lengterichting kunnen uitvoeren. Een alternatieve uitvoeringsvorm voor het voorkomen van een dergelijke verschuiving is weergegeven in figuur 9, waarin de eindplaat 39 van het folie-element 22 is afgebeeld als zijnde bevestigd aan de eindplaat 38 van het folie-element 23, terwijl de eindplaat 39 van het folie-element 23 op soortgelijke wijze is bevestigd aan de eindplaat 38 van het folie-element 24. Door toepassing van deze constructie met onderling verbonden folie-elementen wordt een verbeterde bevestiging van de folie-elementen 22, 23 en 24 verkregen en wordt ongewenste verschuiving van het folie-element 23 voorkomen door alleen maar inkepingen 120 op te nemen in de eindplaat 38 van het folie-element 22 en in de eindplaat 39 van het folie-element 24. Wanneer deze twee folie-elementen niet kunnen verschuiven, kan het folie-element 23 eveneens niet bewegen in lengterichting, als gevolg van de vaste onderlinge verbinding van dit folie-element met de twee aangrenzende, verankerde folie-elementen.
Een verdere alternatieve constructie voor het voorkomen van ongewenste verschuiving in lengterichting van de folie-elementen blijkt uit figuur 15 en in de hiernavolgende beschrijving. In deze uitvoeringsvorm zijn aan de beide uiteinden van het folie-element 22 eindplaten 121 en 122 aangebracht, waarbij elk van de platen 121 en 122 aan zijn tegenover elkaar gelegen uiteinden een haakconstructie 123 bevat.
Door de eindplaten 121 en 122 uit te voeren met een haakorgaan 123, dat een geheel vormt met het uiteinde van de eindplaat, kunnen de haakorganen 123 een onderlinge verbinding aangaan met in de kap/steunvoet aangebrachte vasthoudorganen. Op deze wijze wordt verschuiving in lengterichting van het folie-element 22 voorkomen en wordt gewaarborgd dat het folie-element 22, nadat het eenmaal op de kap/steunvoet is bevestigd, positief in precies de gewenste geborgde stand blijft zitten. Door de folie-elementen 23 en 24 op soortgelijke wijze uit te voeren met nagenoeg dezelfde eindplaten, wordt elk van de folie-elementen onafhankelijk bevestigd op de kap/steunvoet, waarbij volledig gewaarborgd wordt dat verschuiving in lengterichting geheel wordt voorkomen.
In figuur 16 is nog een verdere uitvoeringsvorm volgens deze uitvinding voor het voorkomen van ongewenste verschuiving in lengterichting van de folie-elementen 22, 23 en 24 in zijn geheel weergegeven. In deze uitvoeringsvorm zijn de folie-elementen 22, 23 en 24 bevestigd aan een houder 125, die afneembaar bevestigd kan worden op een kap/steunvoet. Zoals in figuur 16 is weergegeven, bevat de houder 125 een grendel-lip 126, die in een hiermee samenwerkende uitsparing in de hierbij horende kap/steunvoet grijpt, teneinde de houdervoet 125 en de folie-elementen 22, 23 en 24 precies op de gewenste plaats te houden, terwijl tevens de houdervoet 125 snel en · eenvoudig afgenomen kan worden telkens wanneer de folie-elementen 22, 23 en 24 vervangen moeten worden.
Door te voorzien in een houder 125, waarop de folie-elementen 22, 23 en 24 ieder afzonderlijk bevestigd worden, wordt het optreden van ongewenste verschuiving in lengterichting van de folie-elementen uitgesloten en wordt de gewenste onbeweegbare bevestiging van de folie-elementen 22, 23 en 24 gerealiseerd.
De figuren 17 en 18 tenslotte tonen een alternatieve constructie voor het aan elkaar bevestigen van de folie-elementen 22, 23 en 24 voor het vormen van een één geheel vormende constructie. Behalve dat voorzien wordt in een één geheel vormende constructie, waarin de zijranden van de folie-elementen 22 en 24 met behulp van inkepingen tegen verplaatsing geborgd kunnen worden, wordt een unieke werkwijze verschaft voor het vervaardigen van een uit meerdere folie-elementen bestaande constructie.
In deze uitvoeringsvorm is een uiteinde van elk folie-element 22 en 24 bevestigd op tegenover elkaar gelegen zijden van een houder 128, op een wijze die het mogelijk maakt dat het andere uiteinde van het folie-element 22 en het folie-element 24 zich van daaruit uitstrekt teneinde in ingrijping te worden gebracht met de daar tegenover gelegen uiteinden van het folie-element 23. Zoals in figuur 18 is weergegeven, wordt, nadat de folie-elementen 22 en 24 in de gewenste positie zijn gebracht, met de folie-elementen 22 en 24 op het folie-element 23 liggend, de eindplaat 130 op de randen van de folie-elementen 22 en 23 geklemd, terwijl de eindplaat 131 op de randen van het folie-element 24 en het folie-element 23 wordt geklemd.
Zodoende wordt, zoals in figuur 17 is weergegeven, na ver- vaardiging een één geheel vormende constructie verkregen, waarin de folie-elementen 22, 23 en 24 samen één geheel vormend met elkaar verbonden zijn, waardoor een één geheel vormende constructie verschaft wordt, die gemakkelijker op de gewenste plaats op de kap/steunvoet kan worden aangebracht. Voorts kan, door het opnemen van sleuven in de eindplaten aan de vrije uiteinden van het folie-element 22 en het folie-element 24, het gehele samenstel goed vastgezet worden in de bijbehorende kap/steunvoet, zoals hierboven nader beschreven, teneinde te waarborgen dat verschuiving in lengterichting van de folie-elementen afzonderlijk of gezamenlijk niet mogelijk is.
Het zal zodoende duidelijk zijn dat de hierboven omschreven doelstellingen, waaronder de doelstellingen die gebleken zijn uit de voorgaande beschrijving, op een doelmatige wijze bereikt worden, en aangezien bepaalde wijzigingen in het hierboven beschreven product mogelijk zijn zonder dat hierbij af-geweken wordt van het kader van de uitvinding, is het de bedoeling dat hetgeen in het bovenstaande beschreven is of in de bijgaande tekeningen weergegeven is ter illustratie van de uitvinding dient en geen beperking hiervan inhoudt.
Tevens dient duidelijk te zijn dat beoogd wordt in de hiernavolgende conclusies alle algemene en specifieke kenmerken van de in de onderhavige aanvrage beschreven uitvinding te omschrijven, alsmede al hetgeen gesteld is ten aanzien van het kader van de uitvinding en dat, taalkundig gezien, tussen de begrippen algemeen en specifiek zou kunnen vallen.
Claims (20)
1. Een verbeterd snijsysteem, dat gekoppeld kan worden met en gemonteerd kan worden op een elektrisch droog-scheerapparaat, omvattende: A. een van gaten voorzien, op het elektrisch droog-scheerapparaat aangebracht folie-element, met ten minste drie afzonderlijke en onafhankelijke boogvormige zones, waarbij elk van de boogvormige zones onafhankelijk van aangrenzende boogvormige zones op flexibele wijze kan bewegen; B. ten minste drie afzonderlijke en onafhankelijke messensamenstellen, die ieder heen en weer beweegbaar zijn aangebracht en die in onderling wrijvingscontact worden gehouden met een oppervlak van een van de boogvormige zones van het van gaten voorziene f olie-element, teneinde in samenwerking daarmee te voorzien in de gewenste snijwerking; en C. ten minste drie afzonderlijke en onafhankelijke meskopdragers, die zodanig zijn aangebracht dat ze van de ene zijde naar de andere heen en weer kunnen bewegen, waarbij elke meskopdrager omvat: a. meskophouders voor het ondersteunend vasthouden van een van de messensamenstellen en het in onderling wrijvingscontact met een van de boogvormige zones van het folie-element houden van het messensamenstel; b. voorspanmiddelen om het messensamenstel constant tegen de boogvormige zone van het folie-element gedrukt te houden; en c. bevestigingsmiddelen om de houder op het scheerapparaat te bevestigen en om de houder in staat te stellen boogvormig te scharnieren om een eerste as en in zijn geheel rechtlijnig langs een zich loodrecht op de eerste as uitstrekkende tweede as te bewegen.
2. Een elektrisch droogscheerapparaat, omvattende: A. een huis; B. ten minste drie afzonderlijke, boogvormige, van gaten voorziene folie-elementen, die afneembaar op het huis zijn aangebracht; C. ten minste drie messensamenstellen, die elk op zodanige wijze op het huis zijn bevestigd dat ze een pendelbeweging (Eng.: "reciprocating movement") ten opzichte van het huis kunnen uitvoeren, en die een combinatie vormen met een van de boogvormige folie-elementen, teneinde aan te grijpen op één oppervlak van deze folie-elementen; en D. ten minste drie afzonderlijke en onafhankelijke meskopdragers, die elk op zodanige wijze op het huis zijn bevestigd dat ze ten opzichte van dit huis kunnen bewegen, en die omvatten: a. meskophouders die met een van de messensamenstellen gekoppeld zijn, hiermee samenwerken en deze ondersteunen, teneinde het messensamenstel in onderling wrijvingscontact met een van de folie-elementen te houden; b. voorspanmiddelen om het messensamenstel constant tegen de boogvormige zone van het folie-element gedrukt te houden; en c. bevestigingsmiddelen, waarmee de houder op het scheerapparaat is bevestigd, terwijl ze de houder in staat stellen een boogvormige schar-nierbeweging uit te voeren om een eerste as, terwijl deze tevens in zijn geheel rechtlijnig kan bewegen langs een zich loodrecht op de eerste as uitstrekkende tweede as; waardoor een verbeterd snijsysteem voor elektrische droogscheerapparaten is verkregen, waarmee aanzienlijk verbeterde snij eigenschappen worden verkregen, terwijl tevens voorzien wordt in een constructie die bij vrijwel alle scheeromstandigheden een goede oplossing biedt.
3. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 2, waarbij ten minste één van de folie-elementen een andere dikte heeft dan de andere folie-elementen.
4. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 2, waarbij ten minste één van de afzonderlijke en onafhankelijke folie-elementen een gatenconfiguratie heeft die afwijkt van de gatenconfiguratie van de andere folie-elementen.
5. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 2, waarbij ten minste één van de folie-elementen een krommingsstraal heeft die afwijkt van de krommings-straal van de andere folie-elementen.
6. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 2, waarbij elk van de folie-elementen afzonderlijk eri onafhankelijk op het scheerapparaat is bevestigd, teneinde op volledig onafhankelijke wijze aangebracht en verwijderd te kunnen worden.
7. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 6, waarbij elk van een van de afzonderlijke en onafhankelijke folie-elementen een montageplaat omvat, die bevestigd is op de tegenover elkaar gelegen randen van het folie-element, waarbij de montageplaat zodanig uitgevoerd is dat deze onder wrijving in het huis kan worden geplaatst, teneinde het folie-element op de gewenste plaats op het huis te bevestigen.
8. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 7, waarbij op elke langsrand van elk folie-element een afzonderlijke en onafhankelijke montageplaat is aangebracht, en waarbij elke montageplaat aan de tegenover elkaar gelegen uiteinden nagenoeg vlakke verlengarmen bezit, die zodanig zijn uitgevoerd dat ze onder wrijving in het huis kunnen worden aangebracht, teneinde elk folie-element in het huis te bevestigen.
9. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 7, waarbij de montageplaat haken bevat, die zijn aangebracht aan de tegenover elkaar gelegen uiteinden van de montageplaat, waarbij de haken zodanig zijn uitgevoerd dat ze gekoppeld kunnen worden met haak-opneem-middelen in het huis, teneinde elk van de folie-elementen op het huis vast te zetten.
10. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 7, waarbij de montageplaten van de folie-elementen met aangrenzende folie-elementen verbonden zijn, teneinde een nagenoeg doorlopend, één geheel vormend folie-element met een aantal boogvormige zones te vormen.
11. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 2, waarbij de afzonderlijke, boogvormige, van gaten voorziene folie-elementen een in één lijn liggende, doorlopende, langwerpige, zich van de ene zijkant tot de andere uitstrekkende constructie vormen, waarin elk folie-element langs ten minste één van zijn langs-randen in aangrijping is met een aangrenzend folie-element, en waarin op elk van de langsranden een enkele montageplaat is bevestigd, waardoor aangrenzende folie-elementen langs ten minste één rand aan elkaar bevestigd worden, waarbij een nagenoeg doorlopende rij onafhankelijke, boogvormige, van gaten voorziene folie-elementen wordt verkregen, die allen langs ten minste één van de langsranden met elkaar zijn verbonden, zodoende één geheel vormend.
12. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 2, waarbij elk van de messensamenstellen een aantal onafhankelijke messen omvat, die op afstand naast elkaar en evenwijdig aan elkaar worden ondersteund en vastgehouden, waarbij elk van de meskopdragers een tweetal vrijdragende armen omvat, die zich vanaf de meskopdrager uitstrekken, daarbij het messensamenstel ondersteunend en vasthoudend, en die de messen van het messensamenstel in de gewenste stand houden, zodat deze kunnen samenwerken met een van de boogvormige folie-elementen.
13. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 12, waarbij elk van de meskopdragers daarmee samenwerkende veermiddelen omvat, die onder voorspanning aangrijpen op de vrijdragende armen van de meskopdragers en die de vrijdragende armen en het gehele messensamenstel constant in een zodanige richting drukken, dat het door de drager ondersteunde messensamenstel onder voorspanning in aangrijping met het oppervlak van een van de folie-elementen wordt gehouden.
14. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 13, waarbij het scheerapparaat ten minste drie afzonderlijke opstaande dragerconsoles omvat, die zodanig zijn uitgevoerd dat ze een pendelbeweging (Eng.: "recipro-cating movement") ten opzichte van het huis kunnen uitvoeren, en waarbij elk van de afzonderlijke en onafhankelijke meskopdragers is aangebracht op een van de opstaande dragerconsoles, om door deze dragerconso-le gestuurd mee heen en weer te bewegen.
15. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 14, waarbij elk van de messensamenstellen op de drager-console is aangebracht met behulp van een enkele, langwerpige, zich door de meskopdrager en de console uitstrekkende borgpen, waardoor de meskopdrager om de door de borgpen gevormde as kan scharnieren.
16. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 15, waarbij elk van de meskopdragers een langwerpige montagesleuf omvat, waarbinnen de borgpen is bevestigd, waardoor elk van de meskopdragers zowel om de hartlijn van de borgpen kan scharnieren als in zijn geheel langs een zich loodrecht op de hartlijn van de borgpen uitstrekkende as kan verschuiven.
17. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 16, waarbij de langwerpige sleuf tenminste één vernauwd open uiteinde heeft, waardoor de meskopdrager gemakkelijk met de borgpen in ingrijping gebracht en van de borgpen verwijderd kan worden, teneinde montage en demontage te vergemakkelijken.
18. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 2, waarbij de afzonderlijke, boogvormige folie-elementen langs elk van hun langseinden zijn bevestigd op een enkele foliehouder, die op het huis bevestigd kan worden, waardoor voorzien wordt in een foliesamenstel dat rechtstreeks op het huis bevestigd kan worden, waardoor ongewenste verschuiving van de folie-elementen voorkomen wordt.
19. Elektrisch droogscheerapparaat volgens conclusie 18, waarbij het folie-element verwijderbaar en vervangbaar op het huis aangebracht kan worden, waardoor de montage wordt vergemakkelijkt en het folie-element telkens wanneer dit noodzakelijk is vervangen kan worden.
20. Werkwijze voor het vervaardigen van een van gaten voorzien folie-element met drie afzonderlijke en onafhankelijke boogvormige zones, waarbij elk van de zones onafhankelijk van de aangrenzende boogvormige zone op flexibele wijze kan bewegen, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: A. het in een nagenoeg vlakke stand plaatsen van een eerste folie-element; B. het langs een langsrand van elk van de folie-elementen in een houder bevestigen van een tweede en een derde folie-element, waarbij de daar tegenover gelegen rand van elk van de folie-elementen zich vrij in een daarvan afgekeerde richting uitstrekt; C. het boven, naast en op afstand van het eerste folie-element plaatsen van het steunelement en het tweede en het derde folie-element, waarbij de vrije rand van het tweede folie-element, in één lijn daarmee liggend, op een vrije rand van het eerste folie-element wordt geplaatst, en waarbij de vrije rand van het derde folie-element, in één lijn daarmee liggend, wordt verbonden met de daar tegenover gelegen rand van het eerste folie-element; D. het langs de bovenliggende rand van het eerste folie-element en de vrije rand van het tweede folie-element aanbrengen van een eerste langwerpige montage-plaat; E. het langs de tegenoverliggende rand van het eerste folie-element en de vrije rand van het derde folie-element aanbrengen van de tweede montageplaat; en F. het op hun plaats vastklemmen van de eerste en de tweede montageplaat, het tussen het tweede en het derde folie-element vastzetten van het eerste folie-element, waarbij deze folie-elementen een gezamenlijke montageplaat hebben en vast met elkaar verbonden worden gehouden.
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
US07/832,419 US5185926A (en) | 1992-02-07 | 1992-02-07 | Multiple foil and cutting blade assembly for electric dry shavers |
US83241992 | 1992-02-07 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL9300236A true NL9300236A (nl) | 1993-09-01 |
Family
ID=25261587
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL9300236A NL9300236A (nl) | 1992-02-07 | 1993-02-05 | Meervoudig folie- en messensamenstel voor elektrische droogscheerapparaten. |
Country Status (21)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US5185926A (nl) |
JP (1) | JP2841310B2 (nl) |
KR (1) | KR100272416B1 (nl) |
CN (1) | CN1040402C (nl) |
AT (1) | AT405035B (nl) |
AU (1) | AU661880B2 (nl) |
BE (1) | BE1006772A3 (nl) |
BR (1) | BR9300485A (nl) |
CA (1) | CA2086580C (nl) |
CH (1) | CH692843A5 (nl) |
ES (1) | ES2099657B1 (nl) |
FR (1) | FR2687089B1 (nl) |
GB (1) | GB2263880B (nl) |
HK (1) | HK1006434A1 (nl) |
IL (1) | IL104379A (nl) |
IT (1) | IT1261175B (nl) |
MX (1) | MX9300582A (nl) |
NL (1) | NL9300236A (nl) |
RU (1) | RU2122491C1 (nl) |
TW (1) | TW221681B (nl) |
ZA (1) | ZA93112B (nl) |
Families Citing this family (37)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US5611145A (en) * | 1991-12-20 | 1997-03-18 | Wetzel; Matthias | Dry-shaving apparatus |
US5398412A (en) * | 1992-04-23 | 1995-03-21 | Matsushita Electric Works, Ltd. | Reciprocatory dry shaver |
DE4244164C2 (de) * | 1992-12-24 | 1995-09-07 | Braun Ag | Trockenrasierapparat mit einem schwenkbar gelagerten Langhaarschneider |
DE19539539C2 (de) * | 1994-10-31 | 1998-10-01 | Sanyo Electric Co | Rasierapparat mit drei Klingen |
CN1065808C (zh) * | 1995-02-23 | 2001-05-16 | 松下电工株式会社 | 带有皮肤绷紧器的干式剃须刀 |
GB9614160D0 (en) * | 1996-07-05 | 1996-09-04 | Gillette Co | Dry shaving apparatus |
GB9614159D0 (en) | 1996-07-05 | 1996-09-04 | Gillette Co | Dry shaving apparatus |
WO1998048983A1 (en) * | 1997-04-30 | 1998-11-05 | Braun Gmbh | Shaving systems and foils |
USD408585S (en) * | 1997-10-20 | 1999-04-20 | Matsushita Electric Works, Ltd. | Electric shaver |
USD421154S (en) * | 1999-01-28 | 2000-02-22 | Braun Gmbh | Depilation head |
US7404815B2 (en) * | 2000-05-01 | 2008-07-29 | Lifescan, Inc. | Tissue ablation by shear force for sampling biological fluids and delivering active agents |
DE60209976T2 (de) * | 2002-10-08 | 2006-09-14 | The Gillette Co., Boston | Rasiersystem zum Ausführen mehrfacher Rasieraktionen |
DE602004013782D1 (de) * | 2003-07-04 | 2008-06-26 | Koninkl Philips Electronics Nv | Rasierapparat mit einem schwenkbar montiertem scherkopf |
EP1685931B1 (en) * | 2003-11-11 | 2009-08-26 | Panasonic Electric Works Co., Ltd. | Electric razor |
US20050198827A1 (en) * | 2004-03-15 | 2005-09-15 | Michael Andrew | Cutting system construction for electric dry foil shavers |
JP4148199B2 (ja) * | 2004-07-30 | 2008-09-10 | 松下電工株式会社 | 電気かみそり |
US20060143924A1 (en) * | 2004-12-30 | 2006-07-06 | Rovcal, Inc. | Electric shaver |
CN100445052C (zh) * | 2005-05-25 | 2008-12-24 | 超人集团有限公司 | 可浮动的多刀组往复式剃须刀 |
US7845079B2 (en) * | 2005-07-29 | 2010-12-07 | The Gillette Company | Shaving foil |
DE102006030947A1 (de) * | 2006-07-05 | 2008-01-10 | Braun Gmbh | Elektrischer Trockenrasierapparat |
DE102006030946A1 (de) * | 2006-07-05 | 2008-01-10 | Braun Gmbh | Schereinheit für einen Trockenrasierer |
JP4462261B2 (ja) * | 2006-12-08 | 2010-05-12 | パナソニック電工株式会社 | 電気かみそり |
JP4207080B2 (ja) * | 2006-12-08 | 2009-01-14 | パナソニック電工株式会社 | 電気かみそり |
JP4396695B2 (ja) * | 2006-12-08 | 2010-01-13 | パナソニック電工株式会社 | 電気かみそり |
JP4595967B2 (ja) | 2007-07-12 | 2010-12-08 | パナソニック電工株式会社 | 往復式電気かみそりの刃 |
JP4462344B2 (ja) * | 2007-12-25 | 2010-05-12 | パナソニック電工株式会社 | 電動除毛器 |
US7823530B2 (en) * | 2007-12-27 | 2010-11-02 | Chung Yuan Christian University | Adjustable film applicator |
JP5615911B2 (ja) * | 2009-05-28 | 2014-10-29 | コーニンクレッカ フィリップス エヌ ヴェ | 枢動装置 |
JP4893818B2 (ja) * | 2009-12-28 | 2012-03-07 | パナソニック電工株式会社 | 電気かみそり |
JP5453126B2 (ja) * | 2010-01-22 | 2014-03-26 | パナソニック株式会社 | 電気かみそり |
JP5453188B2 (ja) * | 2010-07-08 | 2014-03-26 | パナソニック株式会社 | 往復式電気かみそり |
JP2012016495A (ja) * | 2010-07-08 | 2012-01-26 | Panasonic Electric Works Co Ltd | 往復式電気かみそり |
EP2857158B1 (en) * | 2013-10-01 | 2017-05-10 | Koninklijke Philips N.V. | Blade set and hair cutting appliance |
EP2857155A1 (en) * | 2013-10-01 | 2015-04-08 | Koninklijke Philips N.V. | Blade set and hair cutting appliance |
US20150314461A1 (en) * | 2014-05-02 | 2015-11-05 | Raymond Industrial Ltd. | Hybrid Shaving System |
US20240278442A1 (en) * | 2021-06-13 | 2024-08-22 | Hybrid Razor Ltd. | Multi-cutting element shaving devices |
EP4484084A1 (en) * | 2023-06-29 | 2025-01-01 | Braun GmbH | Hair cutter |
Family Cites Families (28)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US2734266A (en) * | 1956-02-14 | schreyer | ||
GB537749A (en) * | 1939-10-28 | 1941-07-04 | Martin Brothers Electric Co | Improvements in or relating to shaving devices |
US2601720A (en) * | 1947-06-03 | 1952-07-01 | Remington Rand Inc | Shaver head mounting |
US2643453A (en) * | 1949-07-29 | 1953-06-30 | Remington Rand Inc | Electric dry shaver |
BE500525A (nl) * | 1950-01-18 | |||
US2696665A (en) * | 1950-04-13 | 1954-12-14 | Angst Paul | Power-driven razor |
US2908074A (en) * | 1955-03-02 | 1959-10-13 | Jacob L Kleinman | Shaving implement having an assembled hingeable shearing section |
US3056198A (en) * | 1960-02-11 | 1962-10-02 | Schick Inc | Adjustable multiple shaving head assembly for electric shavers |
GB950426A (en) * | 1961-09-12 | 1964-02-26 | Sunbeam Corp | Electric shaver comb and method of making same |
FR1435809A (fr) * | 1964-10-10 | 1966-04-22 | élément de coupe pour rasoir électrique | |
NL6615194A (nl) * | 1966-10-27 | 1968-04-29 | ||
CH466081A (fr) * | 1966-11-02 | 1968-11-30 | Electrical Quality Products Es | Rasoir électrique |
GB1279327A (en) * | 1969-03-03 | 1972-06-28 | Schick Electric Inc | A shaver head assembly having a variable thickness outer cutter |
DE2137294A1 (de) * | 1970-11-25 | 1972-06-08 | Kombinat VEB Elektrogerätewerk Suhl, χ 6000 Suhl | Schneidkopf für Trockenrasiergerät mit durch einen elektromotorischen Antrieb hin- und herbewegbarem Untermesser |
JPS5169828A (nl) * | 1974-11-11 | 1976-06-16 | Yuasa Battery Co Ltd | |
US4009518A (en) * | 1975-06-04 | 1977-03-01 | Sperry Rand Corporation | Electric dry shaver having flexible foil type outer cutter |
GB1570462A (en) * | 1977-01-17 | 1980-07-02 | Remington Products | Electric dry shavers |
JPS542542A (en) * | 1977-06-08 | 1979-01-10 | Hitachi Heating Appliance Co Ltd | High frequency heating device |
JPS5431358A (en) * | 1977-08-13 | 1979-03-08 | Matsushita Electric Works Ltd | Reciprocating electric razor |
US4292737A (en) * | 1978-12-11 | 1981-10-06 | The Gillette Company | Dry shaver with differentially biased inner cutter and base members |
JPS5596191A (en) * | 1979-01-16 | 1980-07-22 | Suwa Seikosha Kk | Structure of outer edge of electric razor |
AT385705B (de) * | 1981-10-09 | 1988-05-10 | Philips Nv | Scherkopf fuer einen trockenrasierapparat und obermessereinheit fuer denselben |
US4643900A (en) * | 1984-10-17 | 1987-02-17 | Basic American Foods | Method for making bakery products |
GB8626631D0 (en) * | 1986-11-07 | 1986-12-10 | Gillette Co | Dry shavers |
DE3926894C1 (nl) * | 1989-08-16 | 1990-12-06 | Braun Ag, 6000 Frankfurt, De | |
DE4003578C1 (en) * | 1990-02-07 | 1991-07-18 | Braun Ag, 6000 Frankfurt, De | Dry shaver with spring-loaded blade assembly - comprising two blocks in parallel with intermediate and edge support webs |
JP2823319B2 (ja) * | 1990-05-15 | 1998-11-11 | 松下電工株式会社 | 往復式電気かみそり |
US5131148A (en) * | 1990-11-23 | 1992-07-21 | Wahl Clipper Corporation | Electric shaver with flexible cutter holder |
-
1992
- 1992-02-07 US US07/832,419 patent/US5185926A/en not_active Expired - Lifetime
- 1992-12-31 CA CA002086580A patent/CA2086580C/en not_active Expired - Fee Related
- 1992-12-31 AU AU30490/92A patent/AU661880B2/en not_active Ceased
-
1993
- 1993-01-07 ZA ZA93112A patent/ZA93112B/xx unknown
- 1993-01-09 TW TW082100104A patent/TW221681B/zh active
- 1993-01-13 IL IL10437993A patent/IL104379A/en not_active IP Right Cessation
- 1993-01-27 FR FR9300809A patent/FR2687089B1/fr not_active Expired - Fee Related
- 1993-01-30 KR KR1019930001218A patent/KR100272416B1/ko not_active IP Right Cessation
- 1993-02-01 AT AT0015993A patent/AT405035B/de not_active IP Right Cessation
- 1993-02-02 BE BE9300103A patent/BE1006772A3/fr not_active IP Right Cessation
- 1993-02-02 ES ES09300186A patent/ES2099657B1/es not_active Expired - Fee Related
- 1993-02-03 IT ITRM930058A patent/IT1261175B/it active IP Right Grant
- 1993-02-03 GB GB9302117A patent/GB2263880B/en not_active Expired - Lifetime
- 1993-02-03 MX MX9300582A patent/MX9300582A/es not_active IP Right Cessation
- 1993-02-04 JP JP5017284A patent/JP2841310B2/ja not_active Expired - Fee Related
- 1993-02-04 BR BR9300485A patent/BR9300485A/pt not_active IP Right Cessation
- 1993-02-05 CH CH00357/93A patent/CH692843A5/de not_active IP Right Cessation
- 1993-02-05 NL NL9300236A patent/NL9300236A/nl not_active Application Discontinuation
- 1993-02-05 RU RU93004459A patent/RU2122491C1/ru active
- 1993-02-06 CN CN93101216A patent/CN1040402C/zh not_active Expired - Fee Related
-
1998
- 1998-06-19 HK HK98105727A patent/HK1006434A1/xx not_active IP Right Cessation
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
CN1076397A (zh) | 1993-09-22 |
AT405035B (de) | 1999-04-26 |
KR930017683A (ko) | 1993-09-20 |
CA2086580C (en) | 2002-06-11 |
ES2099657B1 (es) | 1998-02-16 |
IL104379A0 (en) | 1993-05-13 |
US5185926A (en) | 1993-02-16 |
AU661880B2 (en) | 1995-08-10 |
GB2263880B (en) | 1995-07-19 |
ZA93112B (en) | 1993-10-13 |
TW221681B (nl) | 1994-03-11 |
HK1006434A1 (en) | 1999-02-26 |
ES2099657A2 (es) | 1997-05-16 |
ITRM930058A0 (it) | 1993-02-03 |
ES2099657R (nl) | 1997-06-16 |
KR100272416B1 (ko) | 2000-11-15 |
JPH05269263A (ja) | 1993-10-19 |
JP2841310B2 (ja) | 1998-12-24 |
AU3049092A (en) | 1993-08-12 |
BE1006772A3 (fr) | 1994-12-06 |
CA2086580A1 (en) | 1993-08-08 |
IT1261175B (it) | 1996-05-09 |
CN1040402C (zh) | 1998-10-28 |
RU2122491C1 (ru) | 1998-11-27 |
FR2687089B1 (fr) | 1995-05-05 |
IL104379A (en) | 1995-12-08 |
MX9300582A (es) | 1993-12-01 |
GB2263880A (en) | 1993-08-11 |
CH692843A5 (de) | 2002-11-29 |
GB9302117D0 (en) | 1993-03-24 |
BR9300485A (pt) | 1993-09-08 |
ATA15993A (de) | 1998-09-15 |
FR2687089A1 (fr) | 1993-08-13 |
ITRM930058A1 (it) | 1994-08-03 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL9300236A (nl) | Meervoudig folie- en messensamenstel voor elektrische droogscheerapparaten. | |
US6035535A (en) | Flexible safety razor head with intrinsically fenced cantilevered cutting edges | |
US6317982B1 (en) | Shaving system and adjustable trimmers therefor | |
US7131203B2 (en) | Safety razors | |
AU2004261452B2 (en) | Safety razors | |
EP1597028B1 (en) | Multiple blade razor cartridge | |
EP2180985B1 (en) | Razor with blade unit biasing member | |
US5590468A (en) | Movable blade shaving cartridge with conditioning bar | |
AU2005289904B2 (en) | Shaving implement employing discrete cartridge sections | |
CN113618789B (zh) | 电动胡须修剪器 | |
NL7908841A (nl) | Droogscheerapparaat. | |
US5901446A (en) | Long hair cutting and beard lifting foil construction | |
US20020046465A1 (en) | Razor blade cartridge with guard ribs | |
WO1999052688A1 (en) | Razor blade cartridge with guard ribs | |
US2381046A (en) | Comb attachment for hair clippers | |
EP1140438B1 (en) | Disposable cutting head for clippers | |
CN216399716U (zh) | 毛发修剪器 | |
JP3609553B2 (ja) | 電気かみそり | |
GB2608828A (en) | A scissor device | |
CN101237968A (zh) | 电动剃刀 | |
JPS6148388B2 (nl) |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
BB | A search report has been drawn up | ||
BC | A request for examination has been filed | ||
BV | The patent application has lapsed |