[go: up one dir, main page]

NL8901082A - Klepsamenstel. - Google Patents

Klepsamenstel. Download PDF

Info

Publication number
NL8901082A
NL8901082A NL8901082A NL8901082A NL8901082A NL 8901082 A NL8901082 A NL 8901082A NL 8901082 A NL8901082 A NL 8901082A NL 8901082 A NL8901082 A NL 8901082A NL 8901082 A NL8901082 A NL 8901082A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
valve body
assembly according
ports
fluid delivery
delivery assembly
Prior art date
Application number
NL8901082A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Reseal Int Lp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Reseal Int Lp filed Critical Reseal Int Lp
Publication of NL8901082A publication Critical patent/NL8901082A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16KVALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
    • F16K15/00Check valves
    • F16K15/14Check valves with flexible valve members
    • F16K15/144Check valves with flexible valve members the closure elements being fixed along all or a part of their periphery
    • F16K15/145Check valves with flexible valve members the closure elements being fixed along all or a part of their periphery the closure elements being shaped as a solids of revolution, e.g. cylindrical or conical
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65DCONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
    • B65D1/00Rigid or semi-rigid containers having bodies formed in one piece, e.g. by casting metallic material, by moulding plastics, by blowing vitreous material, by throwing ceramic material, by moulding pulped fibrous material or by deep-drawing operations performed on sheet material
    • B65D1/32Containers adapted to be temporarily deformed by external pressure to expel contents
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65DCONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
    • B65D47/00Closures with filling and discharging, or with discharging, devices
    • B65D47/04Closures with discharging devices other than pumps
    • B65D47/20Closures with discharging devices other than pumps comprising hand-operated members for controlling discharge
    • B65D47/2018Closures with discharging devices other than pumps comprising hand-operated members for controlling discharge comprising a valve or like element which is opened or closed by deformation of the container or closure
    • B65D47/205Closures with discharging devices other than pumps comprising hand-operated members for controlling discharge comprising a valve or like element which is opened or closed by deformation of the container or closure the valve being formed by a tubular flexible sleeve surrounding a rod-like element provided with at least one radial passageway which is normally closed by the sleeve
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16KVALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
    • F16K15/00Check valves
    • F16K15/14Check valves with flexible valve members
    • F16K15/141Check valves with flexible valve members the closure elements not being fixed to the valve body
    • F16K15/142Check valves with flexible valve members the closure elements not being fixed to the valve body the closure elements being shaped as solids of revolution, e.g. toroidal or cylindrical rings
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T137/00Fluid handling
    • Y10T137/7722Line condition change responsive valves
    • Y10T137/7837Direct response valves [i.e., check valve type]
    • Y10T137/7879Resilient material valve
    • Y10T137/7888With valve member flexing about securement
    • Y10T137/7889Sleeve

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Ceramic Engineering (AREA)
  • Check Valves (AREA)
  • Containers And Packaging Bodies Having A Special Means To Remove Contents (AREA)
  • Closures For Containers (AREA)
  • Infusion, Injection, And Reservoir Apparatuses (AREA)
  • Coating Apparatus (AREA)
  • Feeding, Discharge, Calcimining, Fusing, And Gas-Generation Devices (AREA)
  • Bag Frames (AREA)
  • Devices For Dispensing Beverages (AREA)

Description

Korte aanduiding: Klepsamenstel
De uitvinding heeft betrekking op een klepsamenstel voor gebruik bij het afnemen van een fluidum uit een houder, zoals een flexibele houder en om een eventuele stroming van verontreinigingen door het klepsamenstel naar de houder te voorkomen. Het klepsamenstel omvat een langwerpig kleplichaam met een elastomere huls, die zijdelings het uitwendige oppervlak van het kleplichaam omsluit. Een stroming gaat door het kleplichaam in de ruimte tussen het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en de elastomere huls. Vervolgens keert de stroom inwendig terug door het kleplichaam en er uit via een uitlaat of afvoerkanaal.
Bij het toedienen van steriele fluida uit een houder, waar de houder een verlengde gebruiksduur heeft, is het belangrijk eventuele terugstroming van verontreinigingen in de houder gedurende en nadat de afgiftehandeling is uitgevoerd, te voorkomen. Verontreinigingen in de vorm van materie, die afkomstig is van buiten het klepsamenstel en houder, kan micro-organismen, atmosferische gassen, vocht, stof, en dergelijke omvatten. Indien het steriele fluidum verontreinigd wordt, kan het de kwaliteit, de potentie en zelfs de veiligheid van het produkt nadelig beïnvloeden.
Indien êen houder van een steriel fluidum een eenmalig gebruik heeft en niet bedoeld is om afgegeven te worden over een uitgebreide tijdsperiode, bestaat het probleem van verontreinigingen, die in de houder vloeien, gewoonlijk niet. In een bekende vloeistof behandelende houder, geopenbaard in 1 Amerikaanse octrooischrift 2.715.980 van Frick, bevat het klepmechanisme een klemlichaam met een centrale poort, die zich uitstrekt door het kleplichaam en met aftakpoorten, die zich uitstrekken vanaf de centrale poort naar het uitwendige oppervlak van het kleplichaam. Een uitzetbare omhulling, zoals een omhulling van een rubberachtig materiaal, omsluit het uitwendige oppervlak van het kleplichaam, zodat een stroming vanaf de aftak-poorten voorkomen wordt. Wanneer een fluidum dient te worden afgegeven, stroomt het door de centrale poort en vervolgens door de aftakpoortoen, hetgeen maakt dat de omhulling uitzet en het fluidum in staat gesteld wordt om te stromen rondom een einde van de omhulling. Gedurende een dergelijke stroming is het mogelijk voor verontreinigingen om te stromen in het uitgezette einde van de omhulling en dan door de aftakpoorten en centrale poort, terug naar de houder. Een doeltreffende blokkage van de stroom verontreinigingen naar de houder is niet beschikbaar.
Een andere klep, die een elastische buis of omhulling omvat, wordt geopenbaard in het Amerikaanse octrooischrift 4.346.704 aan Kulle. Een parenterale oplossing wordt afgegeven via een centrale buis of kanaal naar aftakpoorten, die het fluïdum aan het inwendige oppervlak van een elastische omhulling of buis afleveren. Wanneer het fluidum onder druk gebracht wordt, verplaatst het de elastische buis naar buiten, waardoor een stroming ontstaat vanaf de aftakpoorten naar buiten vanaf het einde van de omhulling. De Kulle-inrichting is in hoofdzaak bedoeld voor eenmalig gebruik, zoals bij het toedienen van een anesteticum. Er is geen bijzonder probleem met een terugstroming van verontreinigingen in een houder wegens dit eenmalige gebruik. De Kulle-inrichting is bedoeld anestetica af te leveren met hoge stroomsnelheden en lage drukken zodat een nauwkeurige toediening mogelijk is.
Derhalve is het voornaamste oogmerk van de onderhavige uitvinding het verschaffen van een klepsamenstel voor een houder, die een gemakkelijke toediening van het fluidum mogelijk maakt, terwijl een eventueel terugvloeien van verontreinigingen door het klepsamenstel naar de houder, die het overige fluidum bewaart, voorkomen wordt.
In overeenstemming met de onderhavige uitvinding omvat het klepsamenstel een axiaal, langwerpig kleplichaam met een inlaateinde en een uitlaateinde die van elkaar verwijderd zijn in de lengterichting. Het kleplichaam bezit een uitwendig oppervlak met een elastomere huls, die zijdelings het uitwendige oppervlak insluit en van binnenuit daartegen aandrukt. Een inlaatkanaal strekt zich uit vanaf het inlaateinde over een gedeelte van de langwerpige richting. Een of meer poorten of aftak-kanalen strekken zich uit vanaf het inlaatkanaal in radiale richting naar buiten ten opzichte van de langwerpige richting naar het uitwendige oppervlak van het kleplichaam. In de richting naar het uitlaateinde van het kleplichaam strekken een of meer poorten of aftakkanalen zich in het algemeen in radiale richting naar binnen vanaf het uitwendige oppervlak naar een einde van een uitlaatkanaal, dat zich uitstrekt in de langwerpige richting. Het andere einde van het uitlaatkanaal is gelegen bij het uitlaateinde van het kleplichaam.
Wanneer het klepsamenstel niet in gebruik is, rust de elastomere huls stevig tegen het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en blokkeert daardoor elke stroming door het uitlaatkanaal terug naar de houder. Indien druk wordt uitgeoefend op de houder, om het fluidum te drijven in het inlaatkanaal, stroomt het fluidum vanaf het inlaatkanaal naar de poorten naar buiten naar de elastomere huls. De druk van het fluidum doet de elastomere huls radiaal naar buiten uitzetten, waardoor een stroming ontstaat tussen het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en de huls naar de poorten verbonden met het uitlaatkanaal.
De druk uitgeoefend op het fluïdum en de reactie van de elastomere huls, drijft het fluidum naar buiten door het uitlaatkanaal. Wanneer eenmaal het fluidum in de met het uilaatkanaal verbonden poorten vloeit, keert de elastomere huls terug naar zijn oorspronkelijke vorm, en omsluit stevig het kleplichaam en blokkeert eventuele stroming afkomstig van de poorten verbonden met het uitlaatkanaal naar de ruimte tussen het kleplichaam en de huls. Dienovereenkomstig wordt terugstroming in de houder voorkomen, hetgeen waarborgt dat verontreinigingen niet de houder binnentreden en de kwaliteit, de potentie of steriliteit van het fluidum benadelen.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is het kleplichaam langwerpig in de richting van het uitstromen van een houder, aan het ene einde bezit het kleplichaam een inlaatkanaal, dat zich uitstrekt in de langwerpige richting en in het algemeen binnen het lichaam gecentreerd is. Ofschoon een enkelvoudig uitlaatkanaal in de meeste toepassingen doeltreffend is, afhankelijk van de eigenschappen van het toegediend wordende fluidum, zou een aantal inlaatkanalen kunnen worden gebruikt.
Aan het einde van het inlaatkanaal binnen het kleplichaam, d.w.z. verwijderd van het einde, dat het fluidum uit de houder ontvangt, zijn een of meer poorten aanwezig, die zich angulair ten opzichte van de langwerpige richting van het kleplichaam in radiale richting naar buiten uitstrekken naar het uitwendige oppervlak van het lichaam. Ofschoon een enkelvoudige poort zou kunnen worden gebruikt, verdient het de voorkeur angulair verspreide poorten te verschaffen voor een gelijkmatige verdeling van het fluidum naar buiten naar de binnenzijde van de elastomere huls voor het doen uitzetten van de huls.
In de lengterichting van het kleplichaam verwijderd van de poorten, die het fluidum geleiden naar de binnenzijde van de elastomere hulzen, zijn extra poorten aangebracht, gewoonlijk van hetzelfde aantal, voor het doen stromen van het fluidum naar binnen naar een uitlaatkanaal, dat zich uitstrekt in de langwerpige richting van het kleplichaam, en uitmondt door het einde van het lichaam, uitwendig verwijderd van de houder. Met andere woorden, het einde van het uitlaatkanaal verwijderd van de poorten, vormt het afvoereinde van het kleplichaam.
Voor vervaardigingsdoeleinden van het kleplichaam en voor de efficiency bij het stromen van het fluidum door het kleplichaam, verdient het de voorkeur de kanalen en de poorten te vormen met een in hoofdzaak ronde doorsnede. Deze stromingsdoorlaatwegen kunnen cirkelvormig of ovaal in doorsnede zijn.
Afhankelijk van het elastische karakter van de huls en de druk uitgeoefend door het afgegeven fluïdum naarmate dit door het kleplichaam stroomt, kan een starre cilindrische buisvormige sectie worden geplaatst rondom de elastomere huls om de mate, waarin dit naar buiten toe wordt verplaatst vanaf het uitwendige oppervlak van het kleplichaam, te begrenzen.
Het klepsamenstel kan worden gebruikt bij een verscheidenheid van vaten of houders. Bij voorkeur wordt een samendrukbare flexibele houder gebruikt in de vorm van een kunststofzak, een als harmonica gevouwen kunststofhouder, een houder van het blaasbalgtype of dergelijke. Een blaasbalgvormige houder wordt geopenbaard in het Amerikaanse octrooi-schrift 3506163 verleend aan Rauh, et al, en het Amerikaanse octrooi-schrift 4526296 verleend aan Berger, et al. De afgiftehouder is van belang met betrekking tot de onderhavige uitvinding enkel in de mate, dat druk kan worden uitgeoefend op het fluidum, waardoor het gedreven wordt door het kleplichaam om de elastomere huls te doen uitzetten zodanig dat het fluidum door het kleplichaam naar zijn uitlaateinde loopt.
Het klepsamenstel kan worden gebruikt bij het toedienen van materialen van verschillende consistentie, waaronder vloeistoffen, lotions, geilen, poeders, gassen en dergelijke. De afgifte-hóuder kan worden gebruikt voor het opslaan en leveren van een grote verscheidenheid van produkten, zoals voedsel, farmaceutische preparaten, cosmetica, industriële chemicaliën, fotografische oplossingen, hecht-middelen, verven en andere soortgelijke zaken.
Een belangrijke eigenschap van Aanvraagsters uitvinding is de afdichting aangebracht tussen de elastomere huls en het kleplichaam of onderdelen verbonden met het kleplichaam. De afdichting is vereist om te verzekeren dat de stroming uit het inlaatkanaal naar de poorten, die gericht is tussen het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en het inwendige oppervlak van de elastomere huls, naar de uitlaatpoorten in het uitlaatkanaal stroomt voor het bewerkstelligen van de afgifte. Indien de huls aan een of beide einden vrij is, zou het afgegeven wordende fluidum kunnen ontsnappen en zouden verontreinigingen kunnen intreden in de poorten en kanalen en uiteindelijk in de houder. De huls kan worden afgedicht aan zijn einden op diverse manieren, zoals met 0-ringen, hechtmiddelen of door het thermisch of chemisch binden van de omhulling aan het kleplichaam of aan een daarmee verbonden onderdeel. Wanneer de tegenover gelegen einden van de huls zijn afgedicht tegen het kleplichaam, kan de fluidumstroom gericht tussen het uitwendige oppervlak van het lichaam en het inwendige oppervlak van de huls enkel uitstromen door de uitlaatpoorten en het uitlaatkanaal. Dienovereenkomstig is er geen verlies aan fluïdum bij de afgiftehandeling. Voorts verzekert het elastische karakter van de huls dat het een blokkering zal verschaffen over de openingen vanaf de poorten gericht tegen het inwendige oppervlak van de huls, zodat de stroming van verontreinigingen niet kan gaan door de poorten verbonden met het inlaatkanaal en het inlaatkanaal in de houder.
Een verscheidenheid van materialen kan worden gebruikt voor het kleplichaam en de elastomere huls, waarbij de materialen gekozen zijn voor de compatabiliteit met het af te geven fluidum en een eventuele sterilisatiemethode gebruikt op het fluidum. Indien thermische sterilisatie wordt gebruikt, moet het gekozen materiaal zijn integriteit handhaven over het gehele temperatuurbereik van de sterilisatie en gedurende de tijdsperiode die voor sterilisatie vereist is. Sterilisatie kan ook op andere manieren worden verkregen, zoals door straling, ethyleenoxide en dergelijke .
Aangezien het klepsamenstel volgens de uitvinding elke stroming van verontreinigingen in de afgiftehouder belet, is er geen behoefte om bederfwerende middelen toe te voegen, die kostbaar kunnen zijn, de potentie van het produkt aantasten, of schadelijke neven-effecten potentieel bezitten.
Bij de ontwikkeling van de onderhavige uitvinding heeft men gemerkt, dat verontreinigingen, zoals micro-organismen, die in een afgiftehouder binnentreden, binnen een korte tijdsperiode tot weelderige groei zich zullen ontwikkelen. Proefronden zijn gedraaid op de uitvinding en men heeft vastgesteld, dat het klepsamenstel elke stroming van zulke verontreingingen in de houder voorkomt, zodat het toegediend wordende fluidum kan worden opgeslagen gedurende langdurige perioden nadat het eerst toegediend is zonder enige nadelige effecten doordat verontreinigingen de houder zouden betreden.
In een typerend uitvoeringsvoorbeeld is de dichtknijpbare houder uit polyalkeen, is het kleplichaam geconstrueerd uit Teflon met een uitwendige diameter van 1,28 cm, is de elastomere huls gemaakt uit een synthetische rubber met een Shore hardheid van 50, een inwendige diameter van 0,96 cm en een uitwendige diameter van 1,037 cm. Een starre huls is aangebracht rondom de elastomere huls en bezit een inwendige diameter van 1,357 cm. Wanneer de elastomere huls geplaatst wordt op het kleplichaam, wordt het gestrekt om te verzekeren, dat het het vereiste strakke contact handhaaft met het uitwendige oppervlak van het lichaam voor het blokkeren van de stroming van verontreinigingen, wanneer het klepsamenstel niet in gebruik is. Het is ook mogelijk de elastomere huls van natuurlijke rubber en gutta percha te maken.
De verschillende kenmerken van nieuwheid, die de uitvinding karakteriseren, worden vermeld in het bijzonder met betrekking tot bijgaande conclusies en vormen een deel van deze beschrijving. Voor een beter begrip van de uitvinding, haar voordelen en specifieke oogmerken verkregen door het gebruik ervan, wordt verwezen naar de bijgaande tekeningen en de beschrijvende materie, waarin voorkeursuitvoeringen van de uitvinding worden geïllustreerd en beschreven.
Fig. 1 is een vertikaal aanzicht van een klepsamenstel, waarin de onderhavige uitvinding is belichaamd, gemonteerd op een blaasbalgachtige flexibele houder; fig. 2 is een langsdoorsnede van een uitvoeringsvorm van het in fig. 1 getoonde klepsamenstel; fig. 3a is een doorsnede genomen over de lijn 3a-3a in fig. 2; fig. 3b is een doorsnede genomen over de lijn 3b-3b in fig. 2; fig. 3c is een doorsnede genomen over de lijn 3c-3c in fig. 2; fig. 3d is een dwarsdoorsnede genomen over de lijn 3d-3d in fig. 2; fig. 4 is een doorsnede soortgelijk aan die van fig. 2 met een starre buisvormige sectie gelegen rondom het klepsamenstel; fig. 5 is een langsdoorsnede van een andere uitvoeringsvorm volgens de uitvinding; fig. 6 is een dwarsdoorsnede genomen over de lijn VI-VI in fig. 5; fig. 7 is een langsdoorsnede soortgelijk aan die van fig. 5 van weer een andere uitvoeringsvorm volgens de uitvinding; fig. 8 is een dwarsdoorsnede genomen over de lijn VIII-VIII in fig. 7; fig. 9a is een vertikaal aanzicht van het klepsamenstel van de onderhavige uitvinding, gemonteerd op een flexibele houder van het blaasbalgtype; en fig. 9b is een vertikaal aanzicht van de in fig. 9a getoonde opstelling na rotatie over 90°.
In fig. 1 wordt een balgachtige flexibele houder 10 getoond met een klepsamenstel 12, gemonteerd aan het ene einde van de houder. Het klepsamenstel 12 is zodanig geconstrueerd, dat het fluidum binnen de houder 10 wordt afgegeven, wanneer de houder wordt samengedrukt.
In fig. 2 wordt een uitvoeringsvorm van een klepsamenstel 12 ge- toond, omvattende een kleplichaam 14, langwerpig in de richting, die zich uitstrekt tussen een inlaateinde 16 en een uitlaateinde 18. Wanneer het kleplichaam 14 geplaatst wordt op een afgiftehouder, is het inlaateinde 16 in communicatie met het inwendige van de houder.
Een inlaatkanaal 20 strekt zich uit van het inlaateinde 16 over een gedeelte van de lengte van het kleplichaam 14. Zoals te zien is in fig. 2, strekt het inlaatkanaal zich voor ongeveer 1/3 van de lengte uit. Het tegenover gelegen einde van het inlaatkanaal 20 vanaf het inlaateinde 16 vertakt zich tot vier afzonderlijke poorten 22, die over gelijke hoeken van elkaar verwijderd zijn en zich uitstrekken naar het uitwendige oppervlak 14a van het kleplichaam 14. Verwijderd naar het uitlaateinde 18 van het kleplichaam toe, zijn poorten 24, die zich naar bin-nin toe uitstrekken vanaf het uitwendige oppervlak 14a en zijn over gelijke hoeken van elkaar verwijderd en eindigen aan het binneneinde van een uitlaatkanaal 26. Het uitlaatkanaal 26 is in axiale richting uitgericht met inlaatkanaal 20, en de beide kanalen zijn van elkaar verwijderd in de lengterichting van het kleplichaam.
Een elastomere huls 28 omcirkelt het uitwendige oppervlak 14a en is in normaal stijf passend contact met het uitwendige oppervlak.
Zoals weergegeven in fig. 2 strekt de elastomere huls zich uit van nabij het inlaateinde 16 naar nabij het uitlaateinde 18 van het kleplichaam. Aan elk van deze einden, van elkaar verwijderd in de lengterichting van het kleplichaam, is de huls 28 afgedicht tegen het uitwendige oppervlak 14a van het kleplichaam. Zoals weergegeven in fig. 3a, 3b en 3d wordt de huls 28 gestrekt, wanneer hij wordt geplaatst op het kleplichaam, zodat het stevig past om het kleplichaam, vormende een sluiting van de openingen van de poorten 22, 24, die zich uitstrekken vanaf het uitwendige oppervlak van het kleplichaam 14.
Zoals te zien is in fig. 2 is de huls bevestigd aan het uitwendige oppervlak van het kleplichaam 14 door 0-ringachtige elementen 30, die zitting vinden in uitsparingen 32 in het uitwendige oppervlak van het kleplichaam. Het bijzondere middel, gebruikt voor het afdichten van de tegenover gelegen einden van de huls kunnen variëren, afhankelijk van het type gebruikte materialen en eigenschappen van het afgegeven wordende fluidum. Naast O-ringelementen 30 kan de huls worden afgedicht door thermische of chemische bindhandelingen of door het gebruik van hechtmiddelen.
Indien de houder 10 in fig. 1 toegeknepen en samengedrukt wordt in zijn lengterichting, zal de inhoud uitstromen door het klepsamenstel 12, waarbij het eerst loopt door het inlaatkanaal 20 naar het klep-lichaam 14. Naarmate het fluïdum uitstroomt van het inlaatkanaal 20, loopt het in een van de vier poorten 22 en stroomt in het algemeen radiaal naar buiten naar het uitwendige oppervlak 14a van het kleplichaam. De druk van het fluïdum maakt dat de elastomere huls 28 naar buiten uitzet, zodat het fluïdum stroomt tussen het uitwendige oppervlak 14a van het kleplichaam en het binnenoppervlak van de elastomere huls, totdat zij een van het andere stel poorten 24 bereikt voor radiaal naar binnen gerichte stroming. Het fluidum uit de poorten 24 vloeit in het binneneinde van het uitlaatkanaal 26 en gaat dan door het uitlaatkanaal voor afvoer uit het klepsamenstel.
Wanneer het fluidum niet stroomt door het klepsamenstel 12, vormt de elastomere huls 28 een blokkering of sluiting voor elk der poorten 22, 24 aan het uitwendige oppervlak van het kleplichaam 14.
Als gevolg daarvan kunnen verontreinigingen niet door het klepsamenstel stromen, terug naar de houder. Wanneer het fluidum maakt dat de huls 28 uitzet, zal de fluidum stroom alle verontreinigingen blokkeren, die zouden willen komen in de houder. Wanneer eenmaal het fluidum de poor.-ten 24 bereikt, zal de elastomere huls krimpen en de poorten 24 blokkeren aan het uitwendige oppervlak 14a van het kleplichaam 14, zodat terugstromen naar de houder via het uitlaatkanaal 26 samenstel wordt voorkomen.
In fig. 4 is de structuur van het klepsamenstel dezelfde als in fig. 2, maar een langwerpige starre buisvormige sectie 34 is gelegen rondom de elastomere huls 28 en iets buiten daarvan. De buisvormige sectie 34 verschaft een beteugeling van de radiaal naar buiten gerichte beweging van de huls 28. Indien er een neiging is voor de huls om op onbeheerste wijze uit te zetten, beperkt de buisvormige sectie 34 deze naar buiten gerichte beweging. De buisvormige sectie 34 is alleen nodig onder bijzondere omstandigheden en is niet een vereist element van het klepsamenstel.
In fig. 5 en 6 wordt een andere uitvoeringsvorm weergegeven van de uitvinding. Het klepsamenstel bezit een kleplichaam 114 met een inlaateinde 116 en een uitlaateinde 118. Het kleplichaam 114 is langwerpig in de inlaat-uitlaatrichting.
Het kleplichaam heeft een inlaatkanaal 120, dat zich uitstrekt vanaf het inlaateinde 116 over ongeveer een kwart van de lengte tussen de einden van het kleplichaam. Zoals ter onderscheiding van de in fig. 2, 3 en 4 geïllustreerde uitvoeringsvorm, strekt een enkele Doort 122 zich uit vanaf het einde van het inlaatkanaal 120, naar binnen toe van het inlaateinde 116 verwijderd, naar het uitwendige oppervlak 114a van het kleplichaam. Aan de diametraal tegenover gelegen zijde van het klep-lichaam strekt een andere poort 124 zich radiaal naar binnen toe uit vanaf het uitwendige oppervlak naar het binneneinde van een uitlaat-kanaal 126. De openingen naar de poorten 122, 124 in het uitwendige oppervlak van het kleplichaam zijn van elkaar verwijderd in de lengterichting. Deze speciale opstelling voorkomt het vormen van de kanalen voor de stroom tussen de elastomere huls 128 en het uitwendige oppervlak 114a van het kleplichaam 114. Dienovereenkomstig plant de stroom, die uittreedt uit de poort 122, zich voort rondom het kleplichaam tussen het uitwendige oppervlak 114a en het inwendig oppervlak van de huls 128 naar de inlaat in de poort 124.
Zoals men kan zien in fig. 5 worden de tegenover gelegen einden van de elastomere huls 128 afgedicht aan het uitwendige oppervlak 114a van het kleplichaam 114 door middel van 0-ringen 130.
In fig. 6 wordt de poort 122 weergegeven, gelegen tussen het inlaateinde en het uitlaateinde. Daarenboven past de elastomere huls 128 stijf tegen het uitwendige oppervlak 114a van het kleplichaam 114, waardoor sluitingen verschaft worden voor de poorten 122, 124. Het klep-samenstel 112 werkt op dezelfde algemene wijze als het klepsamenstel 12 waarbij de elastomere huls 128 naar buiten toe wordt uitgezet slechts wanneer fluïdum wordt gedreven uit een houder in het inlaatkanaal 120 om te stromen door en om het kleplichaam naar het uitlaatkanaal 126.
In fig. 7 en 8 wordt weer een andere uitvoeringsvorm van het klepsamenstel weergegeven. Ter onderscheiding van de eerdergenoemde uitvoeringsvormen bezit deze uitvoeringsvorm een klepsamenstel 212, waaronder een langwerpig kleplichaam 214. Het kleplichaam strekt zich uit in de langwerpige richting tussen een inlaateinde 216 en een uitlaateinde 218. Ter onderscheiding van de uitvoeringsvorm in fig. 5 en 6, bezit het klepsamenstel 212 twee poorten 222, afgetakt naar buiten vanuit het benedenstroomse einde van een inlaatkanaal 220. De poorten 222 zijn over 180° van elkaar verwijderd, waarbij elk zich uitstrekt naar het uitwendige oppervlak 214a van het kleplichaam. Een ander paar poorten 224, die langs het uitwendige oppervlak 214a verwijderd zijn van de poorten 222, strekt zich naar binnen toe uit vanaf het uitwendige oppervlak en eindigt bij het binnenste of bovenstroomse einde van een uitlaatkanaal 226. Ofschoon in fig. 7 de poorten 222 en 224 blijken te liggen in hetzelfde vlak, worden de poorten 224 in werkelijkheid over 90° gero- teerd ten opzichte van de poorten 222 door hetzelfde effect als in de uitvoeringsvorm van fig. 5 en 6, dat wil zeggen om kanaalvorming van het fluidum, dat stroomt door het klepsamenstel, te voorkomen.
Een elastomere huls 228 omsluit in zijdelingse richting het uitwendige oppervlak van het kleplichaam vanaf een plaats nabij het inlaat-einde 216 naar een plaats nabij het uitlaateinde 218, zodat de huls de openingen van de poorten 222, 224 in het uitwendige oppervlak van het kleplichaam bedekt. Zoals in de eerdere uitvoeringsvorm, worden de einden van de elastomere huls 228 afgedicht naar het uitwendige oppervlak van het kleplichaam 214 door middel van O-ringen 230. De 0-ringen vinden zitting binnen uitsparingen 232. Zoals hierboven vermeld is het eveneens mogelijk andere afdichtmiddelen te gebruiken om de tegenover gelegen einden van de huls zodanig te bevestigen, dat het afgegeven worden fluidum via het klepsamenstel, niet wordt omgeleid rondom de poorten 224, die zich uitstrekken naar het uitlaatkanaal 226.
Zoals men kan zien in fig. 8, zijn de poorten diametraal tegenover elkaar gelegen. De andere poorten 224 zouden verwijderd zijn van de geïllustreerde poorten over 90°.
In fig. 9a en 9b is een andere houder 310 geïllustreerd met een klepsamenstel 312, dat uitstrekt vanaf de bovenzijde van de houder dwars van de hoogte ervan. De wanden van de houder zijn in de vorm van een balg, zie fig. 9a, zodat door de zijden naar binnen, naar elkaar te drukken, wordt het fluidum door het klepsamenstel 312 afgegeven.
Ofschoon de houders 10 en 310 beide flexibele houders zijn, zal het mogelijk zijn een houdersamenstel te verschaffen niet van flexibele constructie, maar van een inklapbare constructie, waar een gedeelte van de houder telescopisch beweegbaar is in een ander gedeelte voor het afgeven van het fluidum. Een deskundige op dit vakgebied zal het duidelijk zijn dat een verscheidenheid van houderconstructies zou kunnen worden gebruikt bij het klepsamenstel volgens de onderhavige uitvinding.
Ofschoon specifieke uitvoeringsvormen van de uitvinding zijn weergegeven en beschreven in detail om de aanpassing van de inventieve principes te illustreren, zal het duidelijk zijn, dat de uitvinding op andere wijze kan worden gerealiseerd zonder van zulke principes af te wijken.

Claims (24)

1. Samenstel voor het toedienen van fluïdum omvattende een houder en een afgifte- of doseringsklep voor het toedienen van fluidum uit de houder en het voorkomen van eventueel terugstromen van onzuiverheden in de houder tijdens en volgende op het toedienen van het fluidum, welke houder een uitlaat bezit en in staat is fluidum af te voeren uit de houder, wanneer een samendrukkende kracht wordt toegepast op het fluidum binnen de houder, welke afgifteklep een langwerpig kleplichaam omvat voorzien van een inlaateinde en een uitlaateinde, die van elkaar verwijderd zijn in de lengterichting en een uitwendig oppervlak, dat zich uitstrekt in de lengterichting tussen het inlaateinde en het uitlaateinde, welk inlaateinde verbonden is met de houder-uitlaat voor het daaruit ontvangen van een fluidumstroming; een inlaatkanaal, dat gelegen is binnen het kleplichaam en voorzien is van een eerste einde bij het inlaateinde van het kleplichaam en een tweede einde, dat verwijderd is van het eerste einde naar het uitlaateinde van het kleplichaam, waarbij het inlaatkanaal ingericht is voor het ontvangen van fluidum uit de houder, waarbij tenminste een eerste poort in het kleplichaam zich uitstrekt van het tweede einde van het inlaatkanaal via het kleplichaam naar het uitwendige oppervlak, zodat de eerste poort opent via het uitwendige oppervlak; waarbij een uitlaatkanaal gelegen is binnen het kleplichaam en een eerste einde heeft gelegen nabij het uitlaateinde van het kleplichaam en een tweede einde, verwijderd van het eerste einde gericht naar het inlaateinde van het kleplichaam, en tenminste een tweede poort in het kleplichaam, dat zich uitstrekt vanaf het tweede einde van het uitlaatkanaal naar het uitwendige oppervlak van het kleplichaam, zodat de tweede poort opent via het uitwendige oppervlak en van de eerste poort verwijderd is, waar de eerste poort opent via het uitwendige oppervlak, terwijl een elastomere huls zijdelings het uitwendige oppervlak van het kleplichaam omsluit en zich uitstrekt over de eerste en de tweede poort en sluitingen vormt voor de eerste en tweede poort, welke elastomere huls vóór plaatsing rondom het kleplichaam een inwendige diameter heeft, kleiner dan de diameter van het uitwendige oppervlak van het kleplichaam, zodat de huls gestrekt is en stijk past om het kleplichaam, waarbij de elastische huls elastisch deformeerbaar is tussen een eerste positie, die de sluiting vormt van de eerste en tweede poort aan het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en een tweede positie uitwendig verwijderd van de eerste en tweede poort, zodat stroming door het inlaatkanaal in de eerste poort intreedt tussen het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en de huls en daartussen stroomt naar de tweede poort en dan door de tweede poort naar het uitlaatkanaal voor afvoer uit het eerste einde van het uitlaat-kanaal, en terwijl de elastomere huls in afdichtende aangrijping is met het kleplichaam in de stromingsrichting door het kleplichaam bovenstrooms van de tweede poort en benedenstrooms van de eerste poort ten opzichte van de stromingsrichting door het kleplichaam, zodat stroming, die intreedt tussen het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en de huls slechts door de eerste en tweede poort passeert.
2. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het kleplichaam een centrale as bezit, die zich uitstrekt in de langs-richting, en een aantal van de eerste poorten en de tweede poorten, waarbij deze eerste en tweede poorten onder een hoek van elkaar verwijderd zijn rondom de centrale as.
3. Fluidumafgifte-samenstel, volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat er een gelijk aantal van de eerste poorten en de tweede poorten is, en dat de eerste en tweede poorten over gelijke hoeken van elkaar verwijderd zijn rondom de centrale as.
4. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het inlaatkanaal, uitlaatkanaal, eerste en tweede poorten elk gedefinieerd worden door een dwars uitstrekkend kromlijnig oppervlak.
5. Fluidumafgifte-samenstel, volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het inlaatkanaal, uitlaatkanaal, eerste en tweede poorten cirkel-vorming in dwarsdoorsnede zijn.
6. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de elastomere huls gevormd is uit synthetische rubber.
7. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de elastomere huls gevormd is uit natuurlijke rubber.
8. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de elastomere huls gevormd is uit gutta percha.
9. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de elastomere huls gevormd is uit een flexibel kunststofmateriaal.
10. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een 0-ring gelegen is bij elk van de tegenover gelegen einden van de elastomere huls, verwijderd van elkaar in de langwerpige richting en de elastomere huls bevestigd in afdichtende aangrijping met het uitwendige oppervlak van het kleplichaam.
11. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de tegenover gelegen einden van de elastomere huls van elkaar verwijderd in de lengterichting, thermisch afgedicht zijn op het uitwendige oppervlak van het kleplichaam.
12. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de tegenover gelegen einden van de elastomere huls, van elkaar verwijderd in de langwerpige richting, chemisch verbonden zijn met het uitwendige oppervlak van het kleplichaam.
13. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de tegenover elkaar gelegen einden van de elastomere huls, van elkaar verwijderd in de langsrichting, hechtend bevestigd zijn aan het uitwendige oppervlak van het kleplichaam.
14. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de ene eerste poort zich uitstrekt vanaf het inlaatkanaal naar het uitwendige oppervlak van het kleplichaam en de ene tweede poort zich uitstrekt vanaf het uitwendige oppervlak van het kleplichaam naar het uitlaatkanaal en de eerste poort en de tweede poort gelegen zijn aan diametraal tegenover gelegen zijden van het kleplichaam.
15. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat twee eerste poorten zich diametraal tegenover elkaar uitstrekken, uitwendig van het inlaatkanaal, en twee tweede poorten zich diametraal tegenover elkaar uitstrekken vanaf het uitlaatkanalen de eerste poorten van elkaar verwijderd zijn over 90° ten opzichte van de tweede poort.
16. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een starre buisvormige sectie in zijdelingse richting de elastomere huls omsluit en een radiaal naar buitengaande richting daarvan verwijderd is in de eerste positie ervan en de radiaal naar buitengaande verplaatsing van de elastomere huls in de tweede positie ervan beperkt.
17. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de houder flexibel is.
18. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat de houder een lichaam van het balgachtige type is.
19. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat de houder een flexibele houder van het balgtype is.
20. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de houder samenknijpbaar is voor het toevoeren van fluidum aan het kleplichaam, wanneer de houder samengeknepen is.
21. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de eerste poort zich uitstrekt naar het uitwendige oppervlak op een plaats dichterbij het inlaateinde van het kleplichaam dan de tweede poort.
22. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het kleplichaam gevormd is uit een kunststofmateriaal.
23. Fluidumafgifte-samenstel volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat het kleplichaam gevormd is uit Teflon.
24. Fluidumafgifte-samenstel volgens conlcusie 1, met het kenmerk, dat het inlaatkanaal en het uitlaatkanaal uitgericht zijn in de langwerpige richting van het kleplichaam, waarbij het tweede einde van het inlaatkanaal en het tweede einde van het uitlaatkanaal van elkaar verwijderd zijn in de langwerpige richting.
NL8901082A 1987-07-13 1989-04-28 Klepsamenstel. NL8901082A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US07/072,534 US4846810A (en) 1987-07-13 1987-07-13 Valve assembly
US7253487 1987-07-13

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8901082A true NL8901082A (nl) 1990-11-16

Family

ID=22108216

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8901082A NL8901082A (nl) 1987-07-13 1989-04-28 Klepsamenstel.

Country Status (12)

Country Link
US (1) US4846810A (nl)
JP (1) JP2665974B2 (nl)
AU (1) AU626056B2 (nl)
BE (1) BE1003023A5 (nl)
CA (1) CA1292210C (nl)
CH (1) CH680281A5 (nl)
DE (1) DE3913373A1 (nl)
FR (1) FR2644867B1 (nl)
GB (1) GB2228554B (nl)
NL (1) NL8901082A (nl)
SA (1) SA89100018B1 (nl)
SE (1) SE467170B (nl)

Families Citing this family (59)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5092855A (en) * 1990-01-22 1992-03-03 Reseal International Limited Partnership Enclosing sleeve for one-way valve
US5178300A (en) * 1990-06-06 1993-01-12 Shlomo Haviv Fluid dispensing unit with one-way valve outflow
WO1991018798A1 (en) * 1990-06-06 1991-12-12 Reseal International Limited Partnership Fluid dispensing unit with one-way valve and metered outflow
US5080139A (en) * 1990-10-31 1992-01-14 Reseal International Limited Partnership Valve assembly with disk-like valve body
DE4106839C2 (de) * 1991-03-04 1994-06-30 Suspa Spannbeton Gmbh Ventil, insbesondere zur Nachinjektion eines Verpreßankers im Baugrund
CA2588574A1 (en) 1991-12-18 1993-06-24 Icu Medical, Inc. Medical valve
US5305783A (en) * 1991-12-31 1994-04-26 Reseal International Limited Partnership Elastomeric sleeve and method for assembling the sleeve on a one-way valve body
US5279447A (en) * 1992-08-12 1994-01-18 Reseal International Limited Partnership Fluid dispensing unit with metered outflow
WO1994015849A1 (en) * 1993-01-12 1994-07-21 Reseal International Limited Partnership Flowable material dispensing system
US5279330A (en) * 1993-01-14 1994-01-18 Reseal International Limited Partnership One-way disc valve
US5305786A (en) * 1993-01-14 1994-04-26 Reseal International Limited Partnership One-way valve assembly
US5467961A (en) * 1993-05-06 1995-11-21 Firma Carl Freudenberg Electromagnetically actuated valve
EP0631770B1 (en) * 1993-06-25 1998-07-22 Alcon Cusi, S.A. New use of polymeric membranes in the dispensing of pharmaceutical solutions that contain quaternary ammonium compounds as preservatives and corresponding dose dispensor
US5405063A (en) * 1993-12-09 1995-04-11 Her Majesty The Queen In Right Of Canada, As Represented By The Minister Of Energy Mines And Resources Nozzle for fluidizing particulate material
US5613517A (en) * 1994-10-24 1997-03-25 Reseal International Limited Partnership Sheath valve
FR2736623B1 (fr) * 1995-07-10 1997-08-22 Oreal Dispositif de conditionnement et de distribution d'un produit liquide, gelifie ou pateux avec applicateur en forme de dome
US5738663A (en) 1995-12-15 1998-04-14 Icu Medical, Inc. Medical valve with fluid escape space
US5794822A (en) * 1996-04-17 1998-08-18 Contico International, Inc. Reciprocating fluid pump with improved bottle seal
US5740782A (en) * 1996-05-20 1998-04-21 Lowi, Jr.; Alvin Positive-displacement-metering, electro-hydraulic fuel injection system
FR2749830B1 (fr) * 1996-06-13 1998-09-11 Bouzaglo Gabriel Bouchon avec clapet pour recipient
FR2752608B1 (fr) * 1996-08-20 1998-10-02 Kerplas Snc Clapet anti-retour pour organe de distribution de produit, capuchon-poussoir pour recipient de distribution equipe d'un tel clapet et procede de fabrication correspondant
US5836484A (en) * 1996-10-03 1998-11-17 Gerber; Bernard R. Contamination-safe multiple-dose dispensing cartridge for flowable materials
USD411745S (en) 1997-09-09 1999-06-29 Johnson & Johnson Consumer Products, Inc. Angled cap
AU5638298A (en) 1997-09-09 1999-03-25 Johnson & Johnson Consumer Companies, Inc. Dispensing container
USD426464S (en) * 1997-09-09 2000-06-13 Johnson & Johnson Consumer Companies, Inc. Combined bottle and cap
USD404307S (en) 1997-09-09 1999-01-19 Johnson & Johnson Consumer Products, Inc. Bottle
USD438801S1 (en) 1997-09-09 2001-03-13 Johnson&Johnson Consumer Products, Inc. Combined bottle and cap
USD441292S1 (en) 1997-09-09 2001-05-01 Johnson & Johnson Consumer Products, Inc. Bottle
AU718713B2 (en) 1997-09-09 2000-04-20 Johnson & Johnson Consumer Companies, Inc. Closure
USD424944S (en) * 1998-01-06 2000-05-16 Johnson & Johnson Consumer Companies, Inc. Combined bottle and cap
FR2778173B1 (fr) * 1998-04-29 2000-06-30 Jean Charles Nickels Dispositif hermetique de distribution de fluide
DE19831957A1 (de) * 1998-07-16 2000-01-20 Rpc Bramlage Gmbh Spender zur Ausgabe pastöser Massen
WO2001062618A1 (en) 1999-02-01 2001-08-30 Waterfall Company, Inc. A modular contamination-avoiding cap delivery system for attachment to neck of a container
US6079449A (en) * 1999-02-01 2000-06-27 Waterfall Company, Inc. System for delivering and maintaining the sterility and integrity of flowable materials
DE10125958A1 (de) * 2000-06-10 2001-12-13 Wella Ag Behälter
GB2403776B (en) * 2000-06-10 2005-03-16 Wella Ag Dispensing device
US6325253B1 (en) 2001-02-02 2001-12-04 Owens-Illinois Closure Inc. Self-closing fluid dispensing closure
GB0107858D0 (en) * 2001-03-29 2001-05-23 Reckitt Benckiser Uk Ltd Device
WO2004014778A2 (en) * 2002-08-13 2004-02-19 Medical Instill Technologies, Inc. Container and valve assembly for storing and dispensing substances, and related method
JP4037792B2 (ja) * 2002-09-06 2008-01-23 住友ゴム工業株式会社 容器の逆流防止口栓および容器ならびに注出装置
US6848471B2 (en) 2002-09-09 2005-02-01 Hercules Valve Inc. In-line check valve
US6783522B2 (en) * 2002-09-09 2004-08-31 Angel Medical Systems, Inc. Implantable catheter having an improved check valve
US6820652B2 (en) * 2002-12-24 2004-11-23 Ventaira Pharmaceuticals, Inc. Multi-channel valve
US6945435B2 (en) * 2003-04-17 2005-09-20 Helen Of Troy Limited User-refillable liquid dispensing container with vacuum actuated piston
US7243682B2 (en) * 2003-10-02 2007-07-17 Brandes Raymond V Annular one-way valve
US7306129B2 (en) * 2005-11-03 2007-12-11 Stewart Swiss One way valve assembly
TW200735906A (en) * 2005-11-03 2007-10-01 Rseal Internat Ltd Partnership Continuously sealing one way valve assembly and fluid delivery system and formulations for use therein
TW200733993A (en) * 2005-11-03 2007-09-16 Reseal Internat Ltd Partnership Continuously sealing one way valve assembly and fluid delivery system and formulations for use therein
US7874467B2 (en) * 2005-11-03 2011-01-25 Reseal International Limited Partnership Metered drop push button dispenser system
JP2008029681A (ja) * 2006-07-31 2008-02-14 Nipro Corp 薬剤充填容器
US8307847B2 (en) 2006-10-26 2012-11-13 Enviro Valve, Inc. Ejector valve with glands
US20080099713A1 (en) * 2006-10-26 2008-05-01 Donald Keith Fritts Ejector valve machine
US8016263B2 (en) * 2006-10-26 2011-09-13 Enviro Valve, Inc. Ejector valve machine
BRPI0721382B1 (pt) * 2007-02-17 2019-04-16 Yaowu Ding Bomba de loção
AU2011100301B4 (en) * 2010-03-19 2011-08-11 Kambouris Shares Pty Ltd Valve Assembly
RU2624389C2 (ru) * 2015-05-05 2017-07-03 Федеральное государственное унитарное предприятие "Научно-исследовательский институт машиностроения" (ФГУП "НИИМаш") Клапанное устройство из эластичного материала
CN107762441B (zh) * 2017-11-03 2020-03-17 西南石油大学 一种扩张式封隔器
US10980981B2 (en) * 2018-05-01 2021-04-20 Abbott Cardiovascular Systems, Inc Procedural sheath
DE102019114670A1 (de) * 2019-05-31 2020-12-03 Fraunhofer-Gesellschaft zur Förderung der angewandten Forschung e.V. Dosierventil, Mischeinrichtung und Verfahren zur Vermischung von reaktiven Komponenten sowie Verwendung eines Dosierventils

Family Cites Families (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE433081A (nl) *
FR386123A (fr) * 1908-01-11 1908-06-04 Wilhelm Loebinger Cone de soupape pour soupapes de bandages pneumatiques
GB251595A (en) * 1925-04-29 1926-08-12 Anders Christian Emil Andersen Improvements in or relating to relief valves for pneumatic tyres and other containers
BE407837A (nl) * 1934-06-12 1900-01-01
US2141507A (en) * 1935-11-06 1938-12-27 Michelin & Cie Device for automatically controlling the inflation of tires
US2679336A (en) * 1950-10-09 1954-05-25 Leo M Harvey Sealed fluid container
US2715980A (en) * 1950-10-09 1955-08-23 Leo M Harvey Liquid handling dispenser
US2988103A (en) * 1957-09-30 1961-06-13 Canvasser Darwin Device for preventing back syphoning in water pipes
US2974835A (en) * 1959-02-12 1961-03-14 Milton B Herbrick Self-sealing receptacle closure
US3506163A (en) * 1968-05-22 1970-04-14 James A Rauh Article for holding and dispensing flowable materials
US3739952A (en) * 1971-07-09 1973-06-19 Gillette Co Intermittent dispensing device
US3991768A (en) * 1973-03-16 1976-11-16 Portnoy Harold D Shunt system resistant to overdrainage and siphoning and valve therefor
US3902664A (en) * 1974-11-18 1975-09-02 Teledyne Ind Inc Teledyne Aqua Fluid pulsator with sprayer
FR2419873A1 (fr) * 1978-03-16 1979-10-12 Normos Norbert Tete d'evacuation - sans bouchon - de type nouveau, adaptable notamment sur des tubes souples en plastique ou metal
US4657536A (en) * 1979-04-13 1987-04-14 Regents Of The University Of Minnesota Check valve catheter
US4346704A (en) * 1980-09-09 1982-08-31 Baxter Travenol Laboratories, Inc. Sleeve valve for parenteral solution device
DE3118985A1 (de) * 1981-05-13 1982-12-02 Wippermann, Gerhard, 4057 Brüggen Behaelter fuer fluessigkeiten
US4568333A (en) * 1983-04-12 1986-02-04 Sawyer Philip Nicholas Valve arrangement especially suitable for preventing introduction of air into vascular systems
US4657530A (en) * 1984-04-09 1987-04-14 Henry Buchwald Compression pump-catheter

Also Published As

Publication number Publication date
BE1003023A5 (fr) 1991-10-29
JPH02298379A (ja) 1990-12-10
GB2228554A (en) 1990-08-29
AU626056B2 (en) 1992-07-23
GB2228554B (en) 1993-06-30
AU3095289A (en) 1990-09-06
US4846810A (en) 1989-07-11
FR2644867B1 (fr) 1992-08-07
GB8904437D0 (en) 1989-04-12
FR2644867A1 (fr) 1990-09-28
JP2665974B2 (ja) 1997-10-22
CA1292210C (en) 1991-11-19
SA89100018B1 (ar) 1998-05-06
CH680281A5 (nl) 1992-07-31
DE3913373A1 (de) 1990-10-31
SE8900588D0 (sv) 1989-02-21
SE467170B (sv) 1992-06-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8901082A (nl) Klepsamenstel.
KR100566775B1 (ko) 오염으로부터 안전한 유동성 물질용 다중-투여 분배 및 송출 시스템
TW410210B (en) Contamination-safe multiple-dose dispensing cartridge for flowable materials
JP5047183B2 (ja) 一方向バルブアセンブリ
BRPI0313452B1 (pt) Conjunto de válvula e recipiente para armazenar e distribuir substâncias, e método relacionado
USRE34243E (en) Valve assembly
US20120018455A1 (en) Dispenser with Variable-Volume Storage Chamber, One-Way Valve, and Manually-Depressible Actuator
US20070261761A1 (en) Coupling seal docking device comprising two of said coupling seals and container comprising at least one of said coupling seals
US3977409A (en) Tube valve
US5080138A (en) Valve assembly with multi-part valve body
US5551599A (en) Dispensing device for flawing substances having a pressure controlled pump arrangement
US5080139A (en) Valve assembly with disk-like valve body
NZ228461A (en) Fluid dispensing valve: sleeve surrounding body acts as anti-backflow feature
PH26031A (en) Valve assembly
KR920001351B1 (ko) 밸브조립체
HU206764B (en) Fluid-feeding device
PL161350B1 (pl) Zawór do dozowania plynu PL
JP4398982B2 (ja) 可変容積蓄蔵室及び押下可能型一方向弁アセンブリを有しクリーム等の物質の吐出に使用される吐出器
NO174843B (no) Ventil som kan tilkobles et utlöp på en beholder
AU2019101296A4 (en) Infusion Pump
RO103974B1 (ro) Ansamblu de supapă
JP5253307B2 (ja) 可変容積蓄蔵室及び押下可能型一方向弁アセンブリを有しクリーム等の物質の吐出に使用される吐出器
JPS62191680A (ja) ポンプ装置
AU2020260385A1 (en) Infusion Pump
CN118076820A (zh) 用于容器的封闭装置以及具有这种装置的容器

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed