[go: up one dir, main page]

NL1041703B1 - Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren. - Google Patents

Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren. Download PDF

Info

Publication number
NL1041703B1
NL1041703B1 NL1041703A NL1041703A NL1041703B1 NL 1041703 B1 NL1041703 B1 NL 1041703B1 NL 1041703 A NL1041703 A NL 1041703A NL 1041703 A NL1041703 A NL 1041703A NL 1041703 B1 NL1041703 B1 NL 1041703B1
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
chain
link
along
product
track
Prior art date
Application number
NL1041703A
Other languages
English (en)
Inventor
Henrikus Bernardus Blanckenborg Alexander
Original Assignee
Sfk Leblanc The Netherlands B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sfk Leblanc The Netherlands B V filed Critical Sfk Leblanc The Netherlands B V
Priority to NL1041703A priority Critical patent/NL1041703B1/nl
Priority to PCT/NL2017/000001 priority patent/WO2017135808A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1041703B1 publication Critical patent/NL1041703B1/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G19/00Conveyors comprising an impeller or a series of impellers carried by an endless traction element and arranged to move articles or materials over a supporting surface or underlying material, e.g. endless scraper conveyors
    • B65G19/18Details
    • B65G19/20Traction chains, ropes, or cables
    • B65G19/205Traction chains, ropes, or cables for article conveyors, e.g. for container conveyors
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G17/00Conveyors having an endless traction element, e.g. a chain, transmitting movement to a continuous or substantially-continuous load-carrying surface or to a series of individual load-carriers; Endless-chain conveyors in which the chains form the load-carrying surface
    • B65G17/20Conveyors having an endless traction element, e.g. a chain, transmitting movement to a continuous or substantially-continuous load-carrying surface or to a series of individual load-carriers; Endless-chain conveyors in which the chains form the load-carrying surface comprising load-carriers suspended from overhead traction chains
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65GTRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
    • B65G19/00Conveyors comprising an impeller or a series of impellers carried by an endless traction element and arranged to move articles or materials over a supporting surface or underlying material, e.g. endless scraper conveyors
    • B65G19/02Conveyors comprising an impeller or a series of impellers carried by an endless traction element and arranged to move articles or materials over a supporting surface or underlying material, e.g. endless scraper conveyors for articles, e.g. for containers
    • B65G19/025Conveyors comprising an impeller or a series of impellers carried by an endless traction element and arranged to move articles or materials over a supporting surface or underlying material, e.g. endless scraper conveyors for articles, e.g. for containers for suspended articles

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Chain Conveyers (AREA)

Abstract

Beschreven is een ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren, welk systeem geleidingsmiddelen omvat voor het langs een kettingbaan geleiden van de ketting, alsmede aandrijfmiddelen voor het aandrijven van de ketting om schakels van de ketting zich te laten verplaatsen langs de kettingbaan, alsmede middelen om een te transporteren product te doen voortbewegen langs de productbaan bij een verplaatsing van een kettingschakel langs de kettingbaan. De ketting omvat een veelvoud aan kettingeenheden die steeds door een buigzaam verbindingselement met elkaar zijn verbonden, waarbij een individuele kettingeenheid steeds een schakel omvat, die twee uiteinden van twee verbindingselementen vasthoudt, waarlangs de kettingeenheid steeds is verbonden met een naburige kettingeenheid, waarbij die twee uiteinden binnen die schakel op afstand van elkaar zijn gelegen, waarbij tussen de twee uiteinden door zich een verder onderdeel van de kettingeenheid uitstrekt.

Description

Titel: Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren, welk systeem geleidingsmiddelen omvat voor het langs een kettingbaan geleiden van de ketting, alsmede aandrijfmiddelen voor het aandrijven van de ketting om schakels van de ketting zich te laten verplaatsen langs de kettingbaan, en middelen om een te transporteren product te doen voortbewegen langs de productbaan bij een verplaatsing van een kettingschakel langs de kettingbaan.
Afhankelijk van de uitvoering omvat een dergelijk systeem één of meer productdragers die aan één of meer kettingschakels vastzitten om direct mee te kunnen bewegen met de ketting, of productdragers die worden ondersteund door een parallelgeleider, die dient om de productdragers te geleiden over een baan die parallel loopt aan de kettingbaan. In het laatste geval omvat het systeem meeneeminrichtingen die vastzitten aan, of in ieder geval samenwerken met schakels van de ketting, welke meeneeminrichtingen zijn ingericht om bij een verplaatsing van een kettingschakel langs de kettingbaan een productdrager te doen verplaatsen langs de parallelgeleider, om zodoende ook weer een te transporteren product dat wordt gedragen door die productdrager, te doen verplaatsen langs de productbaan.
Een systeem van het laatstgenoemde type wordt ook wel een "power and free"-systeem genoemd, naar de mogelijkheid dat een productdrager die door de parallelgeleider wordt ondersteund, vrij kan zijn van een gedwongen voortbeweging door de ketting, afhankelijk van of de productdrager langs de parallelgeleider wordt meegenomen door een meeneeminrichting.
Een voordeel van een "power and free" systeem bestaat daarin, dat de ketting kan worden aangedreven om zich continu te blijven verplaatsen voor het doen voortbewegen van één of meer productdragers langs de parallelgeleider, terwijl een gedwongen voortbeweging van een productdrager langs de parallelgeleider nog steeds individueel kan worden onderbroken.
Een verder voordeel van een "power and free"-systeem bestaat daarin, dat het gewicht van individuele getransporteerde producten wordt gedragen door de parallelgeleider, en niet door de ketting. De ketting, en de middelen voor hét geleiden en het aandrijven daarvan kunnen daardoor relatief licht worden uitgevoerd.
Een "power and free"-systeem biedt verder de mogelijkheid om met behulp van meerdere parallelgeleiders en meerdere kettingen producten over langere afstanden te verplaatsen, en om verschillende producten verschillende trajecten te laten afleggen, middels het vanaf een gemeenschappelijke eerste parallelgeleider naar verschillende tweede parallelgeleiders overgeven van verschillende productdragers.
Een transportsysteem van het "power and free"-type wordt onder andere in slachthuizen gebruikt om karkassen en andere slachtproducten langs een slachtlijn te verplaatsen.
Een systeem zoals dat in slachthuizen wordt toegepast, omvat een parallelgeleider in de vorm van een lange buis, strip, koker, of profiel, en productdragers in de vorm van haken waaraan steeds een slachtproduct kan worden opgehangen, welke haken kunnen worden opgelegd om te hangen aan, en te rijden of glijden over die buis, strip, koker, of dat profiel.
Een "power and free"-systeem dat in slachthuizen wordt toegepast, is ook bekend uit EP 0 451 581 BI
Bekende middelen voor het langs een kettingbaan geleiden van de ketting verschaffen steunvlakken waarover rollen kunnen rijden die aan schakels van de ketting zijn voorzien. Een voorbeeld van dergelijke middelen omvat twee profielen die zijn opgesteld aan weerszijden van de door schakels van de ketting te volgen baan, waarover rollen kunnen rijden die aan weerszijden van schakels van de ketting zijn opgesteld. Een ander voorbeeld omvat een profiel dat is opgesteld boven de kettingbaan, waarover een rol kan rijden die is gemonteerd op een arm die vanaf een schakel van de ketting in de kettingbaan naar boven reikt.
De ketting van een bekend systeem van het "power and free"-type omvat schakels die onderling scharnierend zijn verbonden. De scharnierende verbindingen worden daarbij gesmeerd, in verband met optredend glijdend metaal-op-metaal contact in de verbindingen, en ter voorkoming van vroegtijdige slijtage, alsmede om het risico van besmetting van getransporteerde producten met afgesleten metaaldeeltjes te verkleinen.
In de praktijk blijkt smeersel uit de scharnierende verbindingen van de ketting van het bekende systeem op zichzelf echter een besmettingshaard te vormen voor producten die worden getransporteerd. Zeker in het geval dat de ketting is opgesteld boven de parallel-geleider, waarbij getransporteerde producten vanaf de parallelgeleider naar beneden hangen en gebruikt smeersel vanaf de ketting naar beneden op de producten kan vallen, kan smeersel immers vanuit de ketting op getransporteerde producten terechtkomen.
Besmetting van getransporteerde producten is ongewenst, en kan in het geval dat de producten levensmiddelen betreffen, of bestemd zijn om in of tot een levensmiddel te worden verwerkt, zoals in het geval van slachtproducten, bovendien gezondheidsrisico's opleveren. In een productie- of slachtlijn brengt dit het risico van productuitval met zich mee, aangezien in ieder geval delen van getransporteerde producten na besmetting niet meer verder kunnen of mogen worden verwerkt.
Een doel van de onderhavige uitvinding is om een verbeterde ketting van het in de inleiding beschreven type te verschaffen. In het bijzonder is het een doel een dergelijke ketting te verschaffen, waarbij er een gereduceerd risico op besmetting van getransporteerde producten bestaat. Een verder doel is om een ketting te verschaffen die relatief compact kan worden uitgevoerd, mede om toepasbaarheid van de ketting in combinatie met bekende middelen voor het geleiden van een ketting te vergroten. Weer een verder doel is om een ketting te verschaffen die een relatief simpele constructie heeft.
Meerdere van bovenstaande doelen zijn bereikt met een ketting die een veelvoud aan kettingeenheden omvat die steeds door een buigzaam verbindingselement met elkaar zijn verbonden, waarbij een individuele kettingeenheid steeds een schakel omvat, die twee uiteinden van twee verbindingselementen vasthoudt, waarlangs de kettingeenheid steeds is verbonden met een naburige kettingeenheid, waarbij die twee uiteinden binnen die schakel op afstand van elkaar zijn gelegen, waarbij tussen de twee uiteinden door zich een verder onderdeel van de kettingeenheid uitstrekt.
Een ketting waarvan kettingeenheden steeds door een buigzaam verbindingselement met elkaar zijn verbonden, is als geheel voldoende flexibel om te kunnen omlopen binnen een systeem voor het aandrijven van de ketting, zonder dat daarbij in de ketting glijdend contact hoeft op te treden. Een ketting volgens de uitvinding behoeft daardoor ook niet, of althans in mindere mate te worden gesmeerd. Het ontbreken van, of althans verminderde aanwezigheid van glijdend contact en smeersel zorgen beide voor een verminderd risico op besmetting van getransporteerde producten met bepaalde deeltjes die afkomstig zijn van de ketting.
Dat tussen twee door een schakel in een individuele kettingeenheid vastgehouden uiteinden van twee verbindingselementen door zich een verder onderdeel van een kettingeenheid uitstrekt, brengt met zich mee, dat de ketting, of althans de schakels daarvan, relatief smal en/of plat kan worden uitgevoerd. Het verdere onderdeel, of een veelvoud aan verdere onderdelen, kan dan immers in één vlak liggen met de twee verbindingselementen. Een ketting met smalle en/of platte schakels maakt de ketting bovendien eenvoudiger toepasbaar in bestaande systemen, als vervanger van een ketting met scharnierend verbonden schakels, waarbij de hoogte en breedte die beschikbaar zijn voor de ketting, of althans de hoogte en breedte van de door schakels van de ketting te volgen kettingbaan, worden gedicteerd door reeds aanwezige middelen voor het geleiden van de ketting.
Genoemd verdere onderdeel kan een draagas zijn, waarop twee aan weerszijden van de schakel opgestelde rollen zijn opgelegd voor het over bepaalde steunvlakken laten rijden van de ketting. De draagas en de verbindingselementen kunnen daarbij op hetzelfde niveau liggen, om ongewenste kantelingen van de schakel ten gevolge van in de verbindingselementen optredende trekkrachten te voorkomen, en de op een individuele schakel werkende momenten te beperken tot een moment dat wordt uitgeoefend door een met die schakel verbonden productdrager of een met die schakel samenwerkende meeneeminrichting, en een moment dat eventueel wordt uitgeoefend door de rollen.De draagas kan zijn voorzien van een verdikt gedeelte dat in een in de schakel gevormde ruimte is opgenomen voor het in de schakel verankeren van de draagas.
Het verdikte gedeelte kan zijn opgenomen in een in de schakel gevormde ruimte waarin ook verdikkingen zijn opgenomen die aan elk van de door die schakel vastgehouden uiteinden van buigzame verbindingselementen zijn voorzien voor het in die schakel verankeren van die verbindingselementen.
Een schakel kan twee delen omvatten, waarbij het verdere onderdeel een element is, waardoor genoemde twee delen bij elkaar worden gehouden.
Bij een schakel met twee delen kan in een verdikt gedeelte dat aan een draagas is voorzien, ten minste één kanaal zijn gevormd voor het ontvangen van element voor het onderling verbinden van de twee delen.
In een voordelige uitvoeringsvorm zijn in het verdikte gedeelte twee kanalen zoals genoemd voorzien, die zijn gelegen aan weerszijden van de draagas.
Twee schakeldelen kunnen ten behoeve van eenvoudige vervaardiging van de ketting, of voor het gemakkelijk verwisselen van onderdelen, een onderling identieke vorm hebben.
Verdere voordelige uitvoeringsvormen zijn beschreven zoals in het hiernavolgende, en zoals gedefinieerd in de aangehangen conclusies.
De uitvinding wordt in meer detail uitgelegd onder verwijzing naar de tekeningen, waarin: Figuren la en lb respectievelijk in een doorsnedeaanzicht en in zijaanzicht een systeem voor het langs een productbaan transporteren van producten tonen, welk systeem een ketting volgens de uitvinding omvat, alsmede een parallelgeleider voor het parallel aan de ketting geleiden van productdragers;
Figuren 2a en 2b respectievelijk in zijaanzicht en in een doorsnedeaanzicht een gedeelte van een ketting volgens de uitvinding tonen;
Figuur 3 in bovenaanzicht een gedeelte van een ketting volgens de uitvinding toont, dat omloopt om een wiel voor het aandrijven van de ketting;
Figuren 4a en 4b respectievelijk in zijaanzicht en in vooraanzicht althans een deel van een kettingeenheid en twee verbindingselementen van een ketting volgens de uitvinding tonen in geëxplodeerde weergave;
Figuren 5a en 5b respectievelijk in een doorsnedeaanzicht en in zijaanzicht een systeem voor het langs een productbaan transporteren van producten toont, welk systeem een ketting volgens de uitvinding omvat, waarbij productdragers worden gedragen door de ketting, en de ketting rolt over twee aan weerszijden van de kettingbaan opgestelde profielen;
Figuren 6a en 6b respectievelijk in een doorsnedeaanzicht en in zijaanzicht een systeem voor het langs een productbaan transporteren van producten toont, welk systeem een ketting volgens de uitvinding omvat, waarbij productdragers worden gedragen door de ketting, en de ketting rolt over een profiel dat is opgesteld boven de kettingbaan.
Onder verwijzing naar Figuren la en lb omvat een "power and free"-systeem 1 om producten langs een productbaan 2 te transporteren een parallelgeleider 10, die is ingericht om een productdrager 20 te ondersteunen waaraan of waarop een te transporteren producten kan worden voorzien, en om die productdrager 20 te geleiden om een product, ondersteund door de productdrager 20, de productbaan 2 te laten volgen. De parallelgeleider 10 kan zoals getoond een lange stang omvatten, of een andersoortige geleidingsinrichting zoals die bekend zijn.
De productdrager 20 omvat in het getoonde voorbeeld een tot in de productbaan 2 reikende haak 20 die op de parallelgeleider 10 is opgelegd om vanaf de parallelgeleider 10 naar beneden te hangen, zodat aan een onderuiteinde daarvan een te transporteren product kan worden aangehaakt, en die in de getoonde uitvoeringsvorm is ingericht om relatief soepel over de parallelgeleider 10 te kunnen glijden. In een alternatieve uitvoeringsvorm zou een productdrager 20 ook kunnen zijn voorzien van een rol om over de parallelgeleider 10 te rijden, in plaats van te glijden.
Parallel aan, en meer in het bijzonder boven de parallelgeleider 10, is een ketting 30 opgesteld, die een veelvoud aan steeds op afstand van elkaar gelegen schakels 100 omvat, en die is bestemd om te worden aangedreven, zodat de schakels 100 van de ketting 30 zich langs de parallelgeleider 10 verplaatsen, met als uiteindelijke doel het doen voortbewegen van productdragers 20 langs de parallelgeleider 10.
Om de ketting 30 parallel aan de parallelgeleider 10 te laten lopen, zijn de schakels 100 van de ketting 30 elk voorzien van twee rollen 80a, 80b, die steeds aan weerszijden van een schakel 100 zijn opgesteld, en aldus elk zijn ingericht om over een door een parallel aan de ketting 30 opgesteld profiel 90a, 90b gedefinieerd steunvlak 91a, 91b te rijden, welke steunvlakken 91a, 91b samen, in combinatie met de rollen 80a, 80b de te volgen baan 3 van de ketting 30, of althans van de schakels 100 definiëren.
Voorts omvat het systeem 1 een met een schakel 100 verbonden meenemer 60 voor het langs de parallelgeleider 10 meenemen van een productdrager 20 bij een verplaatsing van een respectievelijke schakel 100 van de ketting 30 langs de kettingbaan 3. In het getoonde voorbeeld steekt deze meenemer 60 vanaf de ketting 30, tussen de steunvlakken 91a, 91b door, uit naar beneden, om aldus te kunnen aangrijpen op een productdrager 20 om deze te kunnen voortduwen langs de parallelgeleider 10.
Volgens een aspect van de uitvinding zijn de steeds door een schakel 100 en twee bijbehorende rollen 80a, 80b gevormde eenheden 40 van de ketting 30 steeds onderling verbonden door een buigzaam verbindingselement 70.
Onder verwijzing naar Figuur 2a zijn twee naburige eenheden 40a, 40b van de ketting 30 verbonden door een verbindingselement 70a dat een stuk kabel 73 omvat, bij voorkeur uit metaal, dat twee uiteinden 73a, 73b heeft waarlangs het steeds is vastgemaakt aan één van de twee naburige kettingeenheden 40a, 40b. Elk uiteinde 73a, 73b wordt daarbij vastgehouden door de schakel 100 die deel uitmaakt van een respectievelijke kettingeenheid 40a, 40b.
De verbinding van elk van de twee uiteinden 73a, 73b met een respectievelijke kettingeenheid 40a, 40b wordt in het getoonde voorbeeld verschaft doordat een verdikt gedeelte 74 aan het kabelstuk 73 is voorzien, dat is opgenomen in een in de schakel 100 van de respectievelijke kettingeenheid 40a, 40b gevormde ruimte 41, om aldus het kabelstuk 73 axiaal op te sluiten ten opzichte van de schakel 100. Het verdikte gedeelte 74 omvat in het getoonde voorbeeld steeds een huls 74a, 74b die op een respectievelijk uiteinde 73a, 73b van het kabelstuk 73 is aangebracht, bijvoorbeeld door daarop te zijn geklemd. Zoals getoond is een dergelijke huls 74a, 74b bij voorkeur onrond, om ongewenste rotatie van een kabelstuk 73 ten opzichte van een schakel 100 te voorkomen.
Onder verwijzing naar Figuur 2a liggen de vastgehouden uiteinden 73b, 73c van de twee verbindingselementen 70a, 70b die met een bepaalde kettingeenheid 40b zijn verbonden, binnen de schakel 100 van die kettingeenheid 40b op een afstand van elkaar. In het getoonde voorbeeld liggen hulzen 74b, 74c die ter verdikking op respectievelijke uiteinden 73b, 73c van de kabelstukken 73 zijn voorzien daartoe aan tegenoverliggende uiteinden van de in die schakel 100 gevormde ruimte 41.
Onder verwijzing naar Figuren 2a en 2b strekt zich dwars door de schakel 100 heen strekt tussen de twee uiteinden 73b, 73c van de twee verbindingselementen 70a, 70b door een draagas 81 uit, waarop de twee rollen 80a, 80b zoals eerder genoemd zijn opgelegd. De draagas 81 en de verbindingselementen 70a, 70b liggen binnen de schakel 100 op dezelfde hoogte, om te voorkomen dat de schakel 100 ten gevolge van optredende trekkrachten in de verbindingselementen 70a, 70b ongewenst kantelt.
De draagas 81 is klemmend opgenomen in een opsluitblok 82, dat midden op de draagas 81 een verdikt gedeelte vormt dat tussen de twee uiteinden 73b, 73c van de twee verbindingselementen 70a, 70b in, en in het getoonde voorbeeld nauw passend tussen genoemde hulzen 74b, 74c in, is opgenomen in de in de schakel 100 gevormde ruimte 41. Middels deze opsluiting is de draagas 81 zowel in zijn axiale richting als in zijn omtreksrichting verankerd in de schakel 100.
Onder verwijzing naar Figuur 2a zijn aan weerszijden van de draagas 81 zijn in het opsluitblok 82 twee zich dwars op de draagas 81 uitstrekkende kanalen 92a, 92b voorzien, waarin bouten 93a, 93b zijn aangebracht die twee schakelhelften 100a, 100b bij elkaar houden, die gezamenlijk de schakel 100 vormen.
De twee schakelhelften 100a, 100b zijn in het getoonde voorbeeld onderling identiek.
Onder verwijzing naar Figuur 3 omvatten aandrijfmiddelen voor het aandrijven van de beschreven ketting 30 een wiel 50, dat een aantal langs een omtrek daarvan opgestelde nokken 51 omvat, om aan te grijpen op schakels 100 van een ketting 30 die is opgelegd op het wiel 50.
Tussen verschillende nokken 51 is steeds een tussenruimte 52 gevormd, die is ingericht om niet alleen een deel van een schakel 100, maar ook een aan de zijde van het wiel 50 gelegen, binnenste geleidingsrol 80a van twee geleidingsrollen 80a, 80b te ontvangen, die zijn voorzien aan de schakel 100.
Om te voorkomen dat een opgelegde ketting 30 van het wiel 50 af loopt, zijn langs de buitenomtrek van het wiel 50 in de nokken 51 gleuven 53 voorzien voor het ontvangen van verbindingselementen 70 die zich uitstrekken tussen verschillende schakels 100 die worden ontvangen in de tussenruimten 52.
Onder verwijzing naar Figuren 4a en 4b omvatten de delen 100a, 100b die samen een schakel 100 vormen, elk een in wezen bakvormig element 200, dat een bodem 210, twee langswanden 220 en twee kopse wanden 230 heeft. In elk van de langswanden 220 is in het getoonde voorbeeld een opening 221 voorzien, voor het doorlaten van althans de helft van een draagas 81 zoals eerder omschreven. In elk van de kopse wanden 230 is een opening 231 voorzien, voor het doorlaten van althans de helft van een verbindingselement 70. In de bodem 210 zijn twee gaten 211 voorzien voor het doorlaten van twee bouten 93a, 93b zoals eerder omschreven, waarmee de twee delen 100a, 100b bij elkaar kunnen worden gehouden om één geheel te vormen.
Het door de bodem 210 en de wanden 220, 230 omgeven inwendige 240 van het bakvormige element 200 is ingericht om althans de helft te ontvangen van een verdikt gedeelte 82 dat is voorzien aan een draagas 81, met aan weerszijden daarvan een verdikt gedeelte 74 dat is voorzien aan een uiteinde van een verbindingselement 70.
In het verdikte gedeelte 82 aan de draagas 81 zoals getoond zijn aan weerszijden van de draagas 81 twee kanalen 83 voorzien voor het doorlaten van twee bouten 93a, 93b zoals genoemd.
Voor het bij elkaar houden van de twee schakeldelen 100a, 100b met doorgestoken bouten 93a, 93b is benodigd dat er ten minste één element aanwezig is, dat van inwendige schroefdraad is voorzien, om te kunnen samenwerken met elk van de bouten 93a, 93b.
In de uitvoeringsvorm getoond in Figuren 4a en 4b is een U-profiel 400 aanwezig, met een tegen een schakel 100 aan te leggen bovenplaat 410 met daarin twee schroefdraadgaten 411 voor samenwerking met bouten 93a, 93b zoals genoemd, om aldus twee schakeldelen 100a, 100b op elkaar te kunnen klemmen. Het getoonde U-profiel omvat twee tegen over elkaar liggende flenzen 420 met twee paar tegenover elkaar liggende doorsteekgaten 421, welke paren 421 elk bestemd zijn voor het ontvangen van een doorgestoken as waarmee aan het U-profiel 400 een tussen de flenzen 420 gestoken meenemer 60 kan worden vastgemaakt, zoals weergegeven in Figuren la en lb, of, onder verwijzing naar Figuren 5a en 5b, een tussen de flenzen 420 gestoken productdrager 20 die direct vast moet zitten aan een schakel 100, bijvoorbeeld in de vorm van een haak, of een oog.
Onder verwijzing naar Figuren 6a en 6b kunnen in plaats van een U-profiel 400 met schroefdraadgaten ook twee moeren 500 zijn voorzien, in een configuratie waarbij aan de desbetreffende schakel 100 geen productdrager of meenemer is vastgemaakt, en de schakel 100 alleen dient om mee te draaien als onderdeel van een grotere ketting 30.
Onder verdere verwijzing naar Figuren 6a en 6b kunnen twee bouten 93a, 93b voor het bij elkaar houden van twee schakeldelen 100a, 100b ook nog door een extra deel 600 gestoken zijn, dat een arm 610 heeft waarop een rol 620 is gemonteerd, die kan rijden over profiel 620 dat is opgesteld boven een kettingbaan 3. In een dergelijke situatie, bij afwezigheid van geleidingsprofielen aan beide langszijden van een kettingbaan 3, kan binnen in een schakel 100, tussen twee verdikte gedeelten 74 aan twee uiteinden van twee verbindingselementen 70 in een los opsluitblok 700 zijn opgenomen, in plaats van een verdikt gedeelte 82 aan een draagas 81 zoals eerder beschreven, aan welk opsluitblok 700 geen draagas 81 vastzit, maar dat verder net als een verdikt gedeelte 82 op een draagas 81 twee bouten 93a, 93b door kan laten, en de verdikte gedeelten 74 op de uiteinden van de verbindingselementen 70 kan opsluiten tegen kopse wanden 230 van de schakel 100.

Claims (17)

1. Ketting (30) voor gebruik in een systeem (1) om producten langs een productbaan (2) te transporteren, welk systeem (1) geleidingsmiddelen (90a, 90b) omvat voor het langs een kettingbaan (3) geleiden van de ketting (30), alsmede aandrijfmiddelen (50) voor het aandrijven van de ketting (30) om schakels (100) van de ketting (30) zich te laten verplaatsen langs de kettingbaan (3), alsmede middelen (20, 60) om een te transporteren product te doen voortbewegen langs de productbaan (2) bij een verplaatsing van een kettingschakel (100) langs de kettingbaan (3), welke ketting (30) een veelvoud aan kettingeenheden (40,40a, 40b) omvat die steeds door een buigzaam verbindingselement (70, 70a, 70b) met elkaar zijn verbonden, waarbij een individuele kettingeenheid (40b) steeds een schakel (100) omvat, die twee uiteinden (73b, 73c) van twee verbindingselementen (70a, 70b) vasthoudt, waarlangs de kettingeenheid (40b) steeds is verbonden met een naburige kettingeenheid (40a), waarbij die twee uiteinden (73b, 73c) binnen die schakel (100) op afstand van elkaar zijn gelegen, waarbij tussen de twee uiteinden (73b, 73c) door zich een verder onderdeel (81,93a, 93b) van de kettingeenheid (40b) uitstrekt.
2. Ketting (30) volgens conclusie 1, waarbij tussen genoemde twee uiteinden (73b, 73c) door zich een draagas (81) uitstrekt, waarop twee aan weerszijden van de schakel (100) opgestelde rollen (80a, 80b) zijn opgelegd voor het over bepaalde steunvlakken (91a, 91b) laten rijden van de ketting (30).
3. Ketting (30) volgens conclusie 2, waarbij de draagas (81) en de verbindingselementen (70a, 70b) binnen de schakel (100) op hetzelfde niveau liggen.
4. Ketting (30) volgens conclusie 2 of 3, waarbij de draagas (81) is voorzien van een verdikt gedeelte (82) dat in een in de schakel (100) gevormde ruimte (41) is opgenomen voor het in de schakel (100) verankeren van de draagas (81).
5. Ketting (30) volgens conclusie 4, waarbij het verdikte gedeelte (82) is opgenomen in een in de schakel (100) gevormd ruimte (41) waarin ook verdikte gedeelten (74b, 74c) zijn opgenomen, bijvoorbeeld in de vorm van onronde hulzen, die aan elk van de door die schakel (100) vastgehouden uiteinden (73b, 73c) van buigzame verbindingselementen (70a, 70b) zijn voorzien voor het in de schakel (100) verankeren van die verbindingselementen (70a, 70b).
6. Ketting (30) volgens één der voorgaande conclusies, waarbij de schakel (100) twee delen (100a, 100b) omvat, waarbij tussen genoemde twee uiteinden (73b, 73c) door zich ten minste één element (93a, 93b) uitstrekt, waardoor genoemde twee delen (100a, 100b) bij elkaar worden gehouden.
7. Ketting (30) volgens één der conclusies 2 tot en met 6, waarbij de schakel (100) twee delen (100a, 100b) omvat, waarbij tussen genoemde twee uiteinden (73b, 73c) door zich twee elementen (93a, 93b) uitstrekken, waardoor genoemde twee delen (100a, 100b) bij elkaar worden gehouden, welke twee elementen (93a, 93b) zijn opgesteld aan weerszijden van de draagas (81).
8. Ketting (30) volgens conclusie 6 of 7, waarbij er ten minste één element (400, 500) is voorzien dat een inwendige schroefdraad heeft voor samenwerking met genoemd element (93a, 93b) om de twee schakeldelen (100a, 100b) bij elkaar te houden.
9. Ketting (30) volgens conclusie 4 of 5, waarbij de schakel (100) twee delen (100a, 100b) omvat, waarbij in het verdikte gedeelte (82) ten minste één kanaal (92a, 92b) is gevormd voor het ontvangen van een element (93a, 93b) voor het bij elkaar houden van de twee delen (100a, 100b).
10. Ketting (30) volgens conclusie 9, waarbij in het verdikte gedeelte (82) twee kanalen (92a, 92b) zoals genoemd zijn voorzien, die zijn gelegen aan weerszijden van de draagas (81).
11. Ketting (30) volgens één der conclusies 6 tot en met 10, waarbij de twee delen (100a, 100b) een onderling identieke vorm hebben.
12. Systeem (1) om producten langs een productbaan (2) te transporteren, welk systeem (1) een ketting (30) volgens één der voorgaande conclusies omvat, alsmede: geleidingsmiddelen (90a, 90b) voor het langs een kettingbaan (3) geleiden van de ketting (30); aandrijfmiddelen (50) voor het aandrijven van de ketting (30) om schakels (100) van de ketting (30) zich te laten verplaatsen langs de kettingbaan (3), en middelen (20, 60) om een te transporteren product te doen voortbewegen langs de productbaan (2) bij een verplaatsing van een kettingschakel (100) langs de kettingbaan (3).
13. Systeem volgens conclusie 12, waarbij aandrijfmiddelen (50) voor het aandrijven van de ketting (30) een wiel (50) omvatten, dat nokken (51) omvat om aan te grijpen op schakels (100) van de ketting (30), tussen welke nokken (51) tussenruimten (52) zijn gevormd voor het ontvangen van althans een deel van de kettingeenheid (40) van een respectievelijke schakel, in welke nokken (51) gleuven (53) zijn voorzien voor het ontvangen van verbindingselementen (70) die zich uitstrekken tussen in verschillende tussenruimten (52) opgenomen kettingeenheden (40).
14. Schakel (100) voor gebruik in een ketting (30) volgens één der conclusies 1 tot en met 10, omvattende ten minste één deel (100a, 100b) dat een in wezen bakvormig element (200) omvat, dat een bodem (210), twee langswanden (220) en twee kopse wanden (230) heeft, waarbij in elk van de langswanden (220) een opening (221) is voorzien voor het doorlaten van een draagas (81) zoals genoemd, en in elk van de kopse wanden (230) een opening (231) is voorzien voor het doorlaten van een verbindingselement (70) zoals genoemd.
15. Schakel (100) volgens conclusie 14, waarbij in de bodem (210) ten minste één gat (211) is voorzien voor het doorlaten van een element (93a, 93b) om twee van genoemde schakeldelen (100a, 100b) bij elkaar te houden om één geheel te vormen.
16. Schakel (100) volgens conclusie 14 of 15, verder omvattende een opsluitblok (82, 700) om een aan een uiteinde (73b, 73c) van een verbindingselement (70) gevormd verdikt gedeelte (74b, 74c) axiaal op te sluiten tegen een kopse wand (230).
17. Gebruik van een systeem volgens conclusie 12 of 13 voor het transporteren van levensmiddelen of producten, zoals slachtproducten, die bestemd zijn om in of tot een levensmiddel te worden verwerkt.
NL1041703A 2016-02-01 2016-02-01 Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren. NL1041703B1 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1041703A NL1041703B1 (nl) 2016-02-01 2016-02-01 Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren.
PCT/NL2017/000001 WO2017135808A1 (en) 2016-02-01 2017-02-01 Conveying chain having links connected by a flexible element

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1041703A NL1041703B1 (nl) 2016-02-01 2016-02-01 Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1041703B1 true NL1041703B1 (nl) 2017-08-10

Family

ID=56084287

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1041703A NL1041703B1 (nl) 2016-02-01 2016-02-01 Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren.

Country Status (2)

Country Link
NL (1) NL1041703B1 (nl)
WO (1) WO2017135808A1 (nl)

Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2249531A (en) * 1940-10-28 1941-07-15 Eugene E Landahl Overhead conveyer
DE738491C (de) * 1941-04-22 1943-08-18 Stotz Ag A Laufrollensatz, insbesondere fuer Kreis- und Schaukelfoerderer
DE852527C (de) * 1949-02-18 1952-10-16 Paul Roemer Verbindungselement zwischen Laufrollengliedern fuer Kreisfoerderer
DE909438C (de) * 1941-08-21 1955-07-11 Lina Roemer Geb Sauerzapf Verbindungselement zwischen umlaufenden Laufrollengliedern mit und ohne Gehaenge fuer Kreisfoerderer
US2836286A (en) * 1955-08-12 1958-05-27 John M Delaney Conveyor trolley
US3744618A (en) * 1971-05-26 1973-07-10 M Monne Chain conveyors
GB2161442A (en) * 1984-06-15 1986-01-15 P V H Engineering Limited Conveyor

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US1377800A (en) * 1919-12-12 1921-05-10 Egbert S Brown Conveyer
US2624449A (en) * 1950-09-18 1953-01-06 Williams Edward Newton Trolley conveyer
US2855090A (en) * 1953-05-25 1958-10-07 Donald D Zebley Cable linked travelling conveyors
US2714442A (en) * 1954-07-21 1955-08-02 Mechanical Handling Sys Inc Trolley structure for conveyors

Patent Citations (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2249531A (en) * 1940-10-28 1941-07-15 Eugene E Landahl Overhead conveyer
DE738491C (de) * 1941-04-22 1943-08-18 Stotz Ag A Laufrollensatz, insbesondere fuer Kreis- und Schaukelfoerderer
DE909438C (de) * 1941-08-21 1955-07-11 Lina Roemer Geb Sauerzapf Verbindungselement zwischen umlaufenden Laufrollengliedern mit und ohne Gehaenge fuer Kreisfoerderer
DE852527C (de) * 1949-02-18 1952-10-16 Paul Roemer Verbindungselement zwischen Laufrollengliedern fuer Kreisfoerderer
US2836286A (en) * 1955-08-12 1958-05-27 John M Delaney Conveyor trolley
US3744618A (en) * 1971-05-26 1973-07-10 M Monne Chain conveyors
GB2161442A (en) * 1984-06-15 1986-01-15 P V H Engineering Limited Conveyor

Also Published As

Publication number Publication date
WO2017135808A1 (en) 2017-08-10

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US3949859A (en) Apparatus for grabbing, holding and transporting workpieces on a conveyor chain
EP2671823B1 (en) Chain conveyor with magnets
US5328020A (en) Conveyor frame with removable tracks
NL8702159A (nl) Sorteerinrichting met langs een transportbaan beweegbare transportorganen voor de te sorteren voorwerpen.
NL9200342A (nl) Inrichting voor het aan de poten ophangen van gevogelte.
EP2907774A1 (en) Guiding rail for a table-top chain
US5788056A (en) Conveyor frame with removable tracks retained by spring pins
NL2001774C2 (nl) Bandtransporteur.
NL1041703B1 (nl) Ketting voor gebruik in een systeem om producten langs een productbaan te transporteren.
NL8601179A (nl) Inrichting voor het uitwerpen van een gevogeltekarkas.
NL1028011C2 (nl) Transportband.
US6415906B2 (en) Method and apparatus for transferring pallets around an end terminal in a conveyor assembly
US2141876A (en) Conveyer
AT523665A1 (de) Transportträger, Hängefördervorrichtung und Verfahren zum Transport von Hängeware
US6062376A (en) Zero back-pressure conveyor system
CA2982690C (en) Transporter having a tiltable web
JP6439826B2 (ja) コンベヤチェーン
KR100258009B1 (ko) 행거상품 반송용 체인의 후크유지구조
US9856090B1 (en) Conveyor track assembly for a mechanical chain
DE19504879A1 (de) Förderer zum Transport von auf Bügeln hängenden Teilen, insbesondere Kleidungsstücken
ES2154934T3 (es) Dispositivo de transporte para canales de estantes de instalaciones de almacenado de estantes.
US20160021900A1 (en) Guide Device with a Separated Axial and Radial Support
EP3466265A1 (de) Hängeförderer für schlachttiere
EP1120365A1 (en) Chain links with antifriction elements for conveyor belt with cross bars and side chains for medium-light material handling
NL2021102B1 (en) Modular conveyor belt transfer system

Legal Events

Date Code Title Description
HC Change of name(s) of proprietor(s)

Owner name: FRONTMATEC B.V.; NL

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), CHANGE OF OWNER(S) NAME; FORMER OWNER NAME: SFK LEBLANC THE NETHERLANDS B.V.

Effective date: 20191230

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20230301