[go: up one dir, main page]

NL1032893C2 - Container voor het afgeven van drank. - Google Patents

Container voor het afgeven van drank. Download PDF

Info

Publication number
NL1032893C2
NL1032893C2 NL1032893A NL1032893A NL1032893C2 NL 1032893 C2 NL1032893 C2 NL 1032893C2 NL 1032893 A NL1032893 A NL 1032893A NL 1032893 A NL1032893 A NL 1032893A NL 1032893 C2 NL1032893 C2 NL 1032893C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
pressure
compartment
valve
container
housing
Prior art date
Application number
NL1032893A
Other languages
English (en)
Inventor
Arie Maarten Paauwe
Antonius Maurits Willemen
Original Assignee
Heineken Supply Chain Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Heineken Supply Chain Bv filed Critical Heineken Supply Chain Bv
Priority to NL1032893A priority Critical patent/NL1032893C2/nl
Priority to EP07834701A priority patent/EP2086870A1/en
Priority to PCT/NL2007/050573 priority patent/WO2008060157A1/en
Priority to AU2007320177A priority patent/AU2007320177B2/en
Priority to US12/514,994 priority patent/US20100059543A1/en
Priority to BRPI0718900-1A priority patent/BRPI0718900A2/pt
Priority to RU2009122973/12A priority patent/RU2449935C2/ru
Priority to CN200780049763A priority patent/CN101616861A/zh
Priority to JP2009537104A priority patent/JP5455635B2/ja
Application granted granted Critical
Publication of NL1032893C2 publication Critical patent/NL1032893C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B67OPENING, CLOSING OR CLEANING BOTTLES, JARS OR SIMILAR CONTAINERS; LIQUID HANDLING
    • B67DDISPENSING, DELIVERING OR TRANSFERRING LIQUIDS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B67D1/00Apparatus or devices for dispensing beverages on draught
    • B67D1/04Apparatus utilising compressed air or other gas acting directly or indirectly on beverages in storage containers
    • B67D1/0412Apparatus utilising compressed air or other gas acting directly or indirectly on beverages in storage containers the whole dispensing unit being fixed to the container
    • B67D1/0418Apparatus utilising compressed air or other gas acting directly or indirectly on beverages in storage containers the whole dispensing unit being fixed to the container comprising a CO2 cartridge for dispensing and carbonating the beverage

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Devices For Dispensing Beverages (AREA)

Description

Titel: Container voor het afgeven van drank.
De uitvinding heeft betrekking op een container voor het afgeven van drank.
Containers voor het afgeven van drank, waarbij een drukregelaar is voorzien die de drank in de binnenruimte van de container relatief 5 constant houdt zijn bekend uit bijvoorbeeld EP 1064221. Daarin is een drankcontainer geopenbaard met in de binnenruimte een drukregelinrichting die een compartiment met een drukmedium omvat alsmede een stuurinrichting voor het op basis van de in de binnenruimte van de container heersende druk regelen van toevoer van drukmedium uit 10 genoemd compartiment in de binnenruimte. Daarmee kan steeds wanneer de druk in de binnenruimte lager wordt dan een gewenste druk een hoeveelheid drukmedium worden toegevoerd, zodat de druk terug op de gewenste waarde wordt gebracht.
Bij deze bekende container wordt door de stuurinrichting een klep 15 afwisselend geopend en gesloten, voor het vrijgeven van genoemd drukmedium. De druk in het eerste compartiment is relatief laag doordat daarin een het drukmedium absorberend en/of adsorberend materiaal is opgenomen.
De uitvinding beoogt een container voor het afgeven van drank te . 20 verschaffen van de in de inleiding beschreven soort.
In een eerste aspect wordt een container volgens de uitvinding gekenmerkt doordat deze is voorzien van een binnenruimte voor opname van de af te geven drank, waarbij een drukregelaar is voorzien met een eerste compartiment en een naar de omgeving afgesloten 25 drukregelcompartiment, waarbij het eerste compartiment is voorzien van een uitlaatopening met een afsluiter en aan het drukregelcompartiment stuurmiddelen zijn voorzien voor het openen van de afsluiter. Een kanaal is 1032893 2 voorzien dat bij geopende stand in open verbinding is met het eerste compartiment, waarbij het drukregelcompartiment een relatief ten opzichte van het eerste compartiment in een bedieningsrichting beweegbaar wanddeel heeft dat een bedieningselement draagt dat in, tegen of over 5 genoemd kanaal schuifbaar is en een uitlaatopening van het kanaal kan vrijgeven en afsluiten, waarbij de uitlaatopening direct of indirect uitmondt in de binnenruimte van de container. Bij een dergelijke container kan het drukmedium worden afgegeven indien het kanaal, in het bijzonder de uitlaatopening wordt vrijgegeven door het bedieningselement, terwijl afgifte 10 kan worden gestopt doordat het kanaal, in het bijzonder de uitlaatopening wordt afgesloten door het bedieningselement. Invloed van de druk van het drukmedium in het eerste compartiment op de afsluiter kan daardoor ten minste gedeeltelijk worden weggenomen.
In een tweede aspect wordt een container gekenmerkt doordat het 15 drukregelcompartiment is voorzien van middelen voor het fixeren van de afsluiter in een geopende stand. Daardoor wordt de invloed van de druk van het drukmedium in het eerste compartiment op de opening van de afsluiter tijdens gebruik uitgeschakeld.
Bij voorkeur heeft het kanaal een uitstroomrichting, ter hoogte van 20 de uitlaatopening, die een hoek insluit met de bedieningsrichting, welke hoek afwijkt van 180 graden en bijvoorkeur tussen 30 en 150 graden is, meer in het bijzonder tussen 60 en 120 graden en bij voorkeur ongeveer 90 graden. Daardoor neemt de invloed van de druk en uitstroming van het drukmedium op de beweging van het beweegbare wanddeel af.
25 In een verder aspect wordt een container volgens de uitvinding gekenmerkt doordat het drukregelcompartiment is opgenomen in een eerste behuizing die in de bedieningsrichting verschuifbaar is en ten minste gedeeltelijk is opgenomen in een tweede behuizing, welke tweede behuizing is bevestigd aan het eerste compartiment, waarbij fixeermiddelen zijn 30 voorzien voor het fixeren van de eerste behuizing relatief ten opzichte van 3 de tweede behuizing. De eerste behuizing kan dan bijvoorbeeld vanuit een niet-operatieve stand naar een operatieve stand worden bewogen, waarbij in de niet operatieve stand de afsluiter is gesloten en het beweegbare wanddeel en het bedieningselement de afsluiter niet kunnen openen, terwijl in de 5 operatieve stand de afsluiter is geopend en geopend wordt gehouden door de eerste behuizing, gefixeerd ten opzichte van de tweede behuizing.
In een alternatieve uitvoeringsvorm wordt een container volgens de uitvinding gekenmerkt doordat de afsluiter een stam omvat die het kanaal omvat, waarbij de afgifteopening van het kanaal uitmondt in een 10 drukvereveningsruimte van het bedieningselement en daardoor afsluitbaar is. Bij geopende uitlaatopening treedt drukverevening op tussen de drukvereveningsruimte en het eerste compartiment, terwijl wanneer genoemde uitlaatopening is gesloten de afsluiter door het betreffende beweegbare wanddeel beweegbaar is tussen een geopende en een gesloten 15 stand. Daardoor kan de invloed van de druk van het drukmedium in het eerste compartiment worden gecompenseerd, zodanig dat deze nagenoeg geen invloed heeft op het openen en sluiten van de afsluiter.
In een verder aspect wordt de uitvinding gekenmerkt doordat de container is voorzien van een binnenruimte voor opname van de af te geven 20 drank, waarbij een drukregelaar is voorzien met een eerste compartiment en een naar de omgeving afgesloten drukregelcompartiment, waarbij het eerste compartiment is voorzien van een afgifteopening met een afsluiter en aan het drukregelcompartiment stuurmiddelen zijn voorzien voor het openen van de afsluiter door verplaatsing van ten minste een deel daarvan 25 in een bedieningsrichting, waarbij de afsluiter en de stuurmiddelen zijn ingericht voor het aan twee in bedieningsrichting gezien tegenover elkaar gelegen zijden van de afsluiter instellen van ongeveer dezelfde druk. Daardoor is voor de verplaatsing van de afsluiter in de bedieningsrichting slechts een minimale kracht nodig die bovendien nagenoeg niet afhankelijk 30 is van de druk van het drukmedium in het eerste compartuiment.
4
In een nog verder aspect wordt de uitvinding gekenmerkt door een drukregelinrichting voor gebruik in een container volgens de uitvinding.
Een dergelijke drukregelinrichting kan buiten de container worden klaargemaakt en in of aan de container worden bevestigd, voorafgaand aan 5 gebruik.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin uitvoeringsvoorbeelden van een container en drukregelinrichting nader zullen worden beschreven. Daarin toont: fig. 1 schematisch in gedeeltelijk doorgesneden zijaanzicht een 10 eerste uitvoeringsvorm van een container volgens de uitvinding; fig. IA schematisch in gedeeltehjk doorgesneden zijaanzicht een alternatieve uitvoeringsvorm van een container volgens fig. 1; fig. 2 schematisch in gedeeltehjk doorgesneden zijaanzicht een tweede uitvoeringsvorm van een container volgens de uitvinding; 15 fig. 3A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een drukregelinrichting volgens de uitvinding in een eerste uitvoeringsvorm, in respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in operatieve, open toestand; fig. 4A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een 20 drukregelinrichting volgens de uitvinding in een tweede uitvoeringsvorm, in respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in operatieve, open toestand; fig. 5A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een drukregelinrichting volgens de uitvinding in een derde uitvoeringsvorm, in 25 respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in operatieve, open toestand; fig. 6A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een drukregelinrichting volgens de uitvinding in een vierde uitvoeringsvorm, in respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in 30 operatieve, open toestand; 5 fig. 7A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een drukregelinrichting volgens de uitvinding in een vijfde uitvoeringsvorm, in respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in operatieve, open toestand; 5 fig. 8A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een drukregelinrichting volgens de uitvinding in een zesde uitvoeringsvorm, in respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in operatieve, open toestand; fig. 9A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een 10 drukregelinrichting volgens de uitvinding in een zevende uitvoeringsvorm, in respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in operatieve, open toestand; fig. 10A - C in doorgesneden zijaanzicht een gedeelte van een drukregelinrichting volgens de uitvinding in een achtste uitvoeringsvorm, in 15 respectievelijk in-operatieve toestand, in operatieve, gesloten toestand en in operatieve, open toestand; en fig. 11 in gedeeltelijk doorgesneden zijaanzicht een verdere alternatieve uitvoeringvorm van een container volgens de uitvinding
In deze beschrijving hebben gelijke of corresponderende delen 20 gelijke of corresponderende verwijzingscijfers. De getoonde uitvoeringsvormen zijn slechts ter illustratie van de algemene uitvindingsgedachten gepresenteerd en dienen geenszins beperkend te worden uitgelegd. In de beschrijving zal worden uitgegaan van een container voor de afgifte van koolzuurhoudende drank zoals bier. Evenwel 25 kunnen ook andere dranken worden afgegeven, zoals frisdranken of wijn.
In fig. 1 is een schematische weergave van een inrichting 1 volgens de uitvinding, belichaamd in een container 2 waarin een hoeveelheid af te geven drank 3 is opgenomen. Als drank 3 wordt bier beschreven, doch daartoe is de uitvinding niet beperkt. De drank 3 is in de binnenruimte 4 30 van de container 2 opgenomen. De container 2 is als een relatief dunwandig 6 blik weergegeven met bijvoorbeeld een inhoud van enkele liters, doch kan feitelijk elke gewenste vorm, afmeting en opbouw hebben. In de getoonde uitvoering is de inhoud bijvoorbeeld tussen 3 en 6 liter, maar kan ook voor een kleinere inhoud of voor meer dan 10 liter, bijvoorbeeld 25, 30 of 50 liter 5 worden toegepast. Zoals gebruikelijk bij dergelijke containers is de binnenruimte 4 afgedicht naar de omgeving, teneinde contact tussen de drank 3 en de omgeving te verhinderen. Nog nader te bespreken afgiftemiddelen 7 zijn voorzien voor het afgeven van de drank 3. In fig. 1 zijn deze voorzien in een opening 6 in het bovenvlak 5 doch die kunnen ook 10 op een andere positie of in een ander vlak zijn voorzien, bijvoorbeeld een zijwand. Voorts is in de binnenruimte 4 een drukregelaar 8 voorzien, in deze uitvoering opgehangen aan de afgiftemiddelen 7 doch die kan ook bijvoorbeeld op de bodem 11 van de container 2 zijn bevestigd, zoals getoond in fig. IA, of op andere wijze zijn voorzien. In beginsel kan deze zelfs los in 15 de drank 4 zijn voorzien of als vast onderdeel van de container 2. Een stijgbuis 10 is voorzien die zich vanaf de afgiftemiddelen 7 tot bij een rand van de bodem 11 uitstrekt, zodat alle drank 3 kan worden afgegeven.
In de getoonde uitvoeringsvorm omvatten de afgiftemiddelen 7 een afgifteleiding 13 die zich vanaf een ventiel of andere klep 12 uitstrekt tot 20 buiten de buitenomtrek van het bovenvlak 5, en zodanig is gevormd dat een glas of andere houder 20 onder een uitlaatopening daarvan kan worden gehouden. De stijgbuis 10 is aangesloten op de klepl2. Een bedieningsknop 14 is aangebracht waarmee de leiding 13 omlaag kan worden bewogen, zodanig dat de klep 12 wordt geopend en drank onder druk uit de 25 binnenruimte 4 kan worden afgegeven in het glas 20. Een dergelijke opbouw van een container is bijvoorbeeld bekend uit EP 1064221 en wordt door aanvraagster op de markt gebracht onder de benaming Draftkeg.
In genoemd Draftkeg is de drukregelaar voorzien in de vorm van een met een actief kool gevuld eerste compartiment, dat verder een 30 hoeveelheid C02 gas omvat, dat grotendeels wordt geabsorbeerd en 7 geadsorbeerd door genoemd actief kool. Daardoor is de druk van het C02 gas relatief laag, terwijl toch voldoende gas kan zijn opgenomen om alle drank 3 uit de binnenruimte 4 te verdringen. De drukregelaar is voorzien van stuurmiddelen waarmee automatisch de druk in de binnenruimte op 5 een gewenste stuurdruk wordt gehouden terwijl drank wordt afgegeven. Deze bekende inrichting heeft daarmee het voordeel dat geen externe drukmiddelen noodzakelijk zijn. Evenwel kan het opnemen van actief kool in voorkomende gevallen minder aantrekkelijk zijn. Zo kan het bijvoorbeeld kostbaar zijn, technisch ingewikkeld, kan het actief kool tot vervuiling en 10 afval problemen leiden en kan bovendien de release van het gas door het actief kool te gevoelig zijn voor de temperatuur van de drukregelaar in het algemeen en van het gas en het kool in het bijzonder. Een verder nadeel kan zijn dat de drukregelaar, in het bijzonder het eerste compartiment waarin het gas is opgenomen nog altijd relatief groot zal zijn. Verder is een nadeel 15 van deze bekende drukregelaar dat deze minder geschikt is voor hoge drukken in het eerste compartiment omdat dan het stuurgedrag ongewenst zal worden beïnvloed door de druk in het eerste compartiment en met name in veranderingen daarin, als gevolg van het feit dat de gasdruk op de stuurmiddelen inwerkt.
20 Bij een inrichting volgens de uitvinding is een drukregelaar 8 toegepast die aanmerkelijk minder gevoelig is voor hoge drukken en in het bijzonder drukveranderingen tijdens gebruik. Bovendien hoeft daarin geen actief kool of dergelijk gas absorberend en/of adsorberend middel gebruikt te worden, hoewel dat wel mogelijk is, met de eerder beschreven voordelen van 25 lagere druk bij eenzelfde volume gas in een compartiment met hetzelfde volume. Uitvoeringsvormen van een drukregelaar volgens de uitvinding zullen nader worden beschreven aan de hand van de fïg. 2 - 11 en hebben elk bijvoorbeeld een huis 15 met een eerste compartiment 16 en drukregelmiddelen 17 die de functie van stuurmiddelen vervullen voor het 30 gestuurd afgeven van gas uit het eerste compartiment 16, zoals nog nader 8 zal worden beschreven. In fig. 1 is het huisl5 opgehangen aan de afgiftemiddelen 7 met behulp van ophangmiddelen 18. Bij voorkeur kunnen de afgiftemiddelen 7 met de drukregelaar 8 door de opening 6 worden ingebracht, waarna de opening 6 door de afgiftemiddelen 7 wordt afgesloten, 5 of bijvoorbeeld op de bodem 11 worden geplaatst voordat de container wordt gesloten.
In fig. 2 is schematisch een alternatieve uitvoeringsvorm van een inrichting 1 volgens de uitvinding getoond, wederom uitgevoerd als een container 2, bijvoorbeeld een stalen of kunststof container, waarbij de 10 afgiftemiddelen 7 een tap 21 omvatten, bijvoorbeeld zoals bekend uit W099 31010, W00007927 of W02006/000437 of zoals in de praktijk toegepast in bierblikken voor het afgeven van drank onder invloed van zwaartekracht. Vele variaties daarop zijn mogelijk binnen de uitvinding, terwijl een tap 21 op elke gewenste positie kan worden aangebracht. Voor 15 gebruik kan de tap 21 nagenoeg geheel in de binnenruimte 4 van de container 2 zijn opgenomen, zoals aangegeven door de onderbroken lijnen in fig. 2. Door aan de lip 22 te trekken wordt het binnengedeelte 23 van de tap 21 uitgetrokken uit de behuizing 24 en komt een afgifteopening 25 vrij, terwijl bovendien de stijgbuis 10 in open verbinding komt met de 20 afgifteopening 25, waardoor drank kan worden afgegeven.
In de in fig. 2 getoonde uitvoeringsvorm is de drukregelaar 8 opgehangen in een opening 6 in het bovenvlak 5 van de container 2, zodanig dat de opening 6 daardoor geheel wordt afgesloten. De verwijzingscijfers in fig. 1 en 2 zijn, voorzover hierboven niet genoemd en besproken, worden 25 verder besproken aan de hand van de fig. 3 - 10. Getoond is een uitvoeringsvorm waarbij de drukregelaar 8 een huis 15 omvat waarin het eerste compartiment 16 is opgenomen, alsmede een eerste behuizing 26 en een tweede behuizing 27. De tweede behuizing 27 omgeeft ten minste gedeeltelijk de eerste behuizing 26 en is bevestigd aan het huis 15. De 30 tweede behuizing 27 is nabij de van het huis 15 afgekeerde zijde voorzien 9 van een ril 28. De opening 6 omvat een rand 29 die in de binnenruimte 4 reikt en waarin de ril 28 passend en bijvoorkeur klemmend en meer bij voorkeur afdichtend kan worden opgenomen, zodat de opening 6 wordt afgesloten. Eventueel kan nog een pakking 30, bijvoorbeeld een kunststof of 5 rubberen ring, een seal zoals een lijmverbinding of andere afdichting zijn voorzien tussen de tweede behuizing en de rand 29, teneinde een gasdichte verbinding te krijgen. In de tweede behuizing 27 is een tweetal openingen 31 voorzien, onder de pakking 30, op het doel waarvan nog wordt teruggekomen. De eerste behuizing 26 is vanaf de buitenzijde van de 10 container 2 bereikbaar, bijvoorbeeld met de hand of een instrument, teneinde de drukregelaar in werking te kunnen zetten, zoals nog nader zal worden toe gelicht.
Opgemerkt wordt dat elk van de in de fig. 2-10 getoonde drukinrichtingen 8 en varianten daarop in een inrichting volgens de 15 uitvinding, waarvan voorbeelden zijn getoond in fig. 1, IA, 2 en 11 zijn gegeven, kan worden toegepast. In de fig. 3 — 10 is steeds schematisch een gedeelte van een drukregelaar in doorgesneden zijaanzicht getoond, waarbij steeds een toestand voorafgaand aan een eerste gebruik (A), een toestand direct na in bedrijf stelling of in rust na in bedrijfstelling (B) en een toestand 20 bij het toevoeren van gas uit het eerste compartiment (C) weergegeven, respectievelijk aangeduid als "in-operatieve toestand", "operatieve, gesloten toestand" en "operatieve, open toestand". Bij elke getoonde uitvoeringsvorm is het eerste compartiment 16 ten minste bij aanvang van gebruik gevuld met gas onder druk, in het bijzonder C02, bij voorkeur onder relatief hoge 25 druk, dat wil zeggen samengeperst, bijvoorbeeld bij aanvang met een druk van meer dan 5 bar in gasfase, meer in het bijzonder tussen 10 en 20 bar in gasfase, of bij voorbeeld meer dan 30 bar, bijvoorbeeld ongeveer 50 bar in vloeibare toestand, bij een temperatuur van 20 °C. Wordt een gas ad- en/of absorberend materiaal zoals actief kool, zeoliet of dergelijke toegepast in de 30 drukcontainer dan kan de druk lager zijn of meet gas worden ingebracht. In 10 de beschrijving zal daarvan worden uitgegaan, tenzij nadrukkelijk anders is vermeld. Daar waar in deze beschrijving een ventiel wordt beschreven dient begrepen te worden dat elk type klep kan worden toegepast die door de stuurinrichting kan worden bediend tussen een geopende en een gesloten 5 stand. Het ventiel is bij voorkeur in gesloten stand voorgespannen.
In fig. 3A - C is een gedeelte van een drukregelaar 8 getoond, voorzien van het huis 15 met eerste compartiment 16. Een afgifteopening 32 is voorzien in het huis 15, waarin een ventiel 33 is aangebracht dat de afgifteopening 32 afsluit. In de getoonde uitvoeringsvorm is het ventiel 33 10 uitgevoerd als een mannelijk ventiel, hetgeen betekent dat een stam 34 van het ventiel 33 reikt tot buiten het huis 15. Een eerste kanaaldeel 35 strekt zich vanaf een open eerste einde 36 door de stam 34 uit en is aan het tegenovergelegen tweede einde 37 omgebogen, zodanig dat een inlaatopening 38 is voorzien in een zijkant van de stam 34. Rond de stam 34 15 is, in het eerste compartiment 16, een afdichting 39 voorzien die bij de in fig. 3A getoonde, gesloten stand van het ventiel 33 de inlaatopening 38 afdicht. Niet getoonde veermiddelen zorgen voor een voorspanning op het ventiel in deze gesloten toestand. Een dergelijk ventiel 33 is op zichzelf genoegzaam bekend en wordt algemeen toegepast in bijvoorbeeld aërosol containers.
20 Door de stam 34 tegen de voorspanning in te bewegen, in een bedieningsrichting F, in de richting van het eerste compartiment 16, komt de inlaatopening 38 vrij onder de afdichting 39, zodat een open verbinding is verkregen tussen het eerste compartiment. Deze geopende toestand is getoond in fig. 3B en C. Op de buitenzijde van de stam 34 is nabij het eerste 25 einde 36 een pakking 40 voorzien, bijvoorbeeld een O-ring.
De tweede behuizing 27 is in hoofdzaak cilindrisch met een axiale eerste lengte LI en is met een ondereinde 41 vastgezet op het huis 15, bijvoorbeeld onder een kraalrand 42 waarmee het ventiel 33 op gebruikelijke wijze op het huis is vastgezet. Daardoor kan de tweede 30 behuizing niet bewegen ten opzichte van het huis 15. Nabij een tegenover 11 het ondereinde gelegen langsrand 43 is een tweetal openingen 31 voorzien, bijvoorbeeld diametraal tegenover elkaar. De eerste behuizing 26 is eveneens in hoofdzaak cilindrisch, met een axiale lengte L2, doch is aan twee tegenover elkaar gelegen einden 45, 46 gesloten. In de langswand 47 5 van de eerste behuizing is een aantal, bij voorkeur relatief kleine openingen 48 voorzien, bijvoorbeeld in fig. 3A ter hoogte van de openingen 31. Een wanddeel 49 verdeelt de binnenruimte van de eerste behuizing 26 in hoofdzaak dwars op de axiale richting in twee gescheiden ruimten. Aan de van het huis 15 afgekeerde zijde van het wanddeel 49 is een 10 drukregelcompartiment 50 voorzien, aan de tegenovergelegen zijde een verbindingsruimte 51, waarin de openingen 48 uitmonden. Het wanddeel 49 is in deze uitvoeringsvorm uitgevoerd als een membraan, bijvoorbeeld vervaardigd uit kunststof of metaal, en vervormbaar. Tussen het wanddeel 49 en de van het huis afgekeerde eindwand 45 is een veerelement 52 15 aangebracht in de vorm van een drukveer, welke het wanddeel in de richting van het ventiel 33 voorspant.
Het naar het ventiel 33 gekeerde einde 46 van de eerste behuizing 26 wordt gevormd door een tussenelement 53, hetwelk eendelig met de eerste behuizing 26 kan zijn vervaardigd of als deksel kan zijn voorzien.
20 Aan de naar het ventiel 33 gekeerde zijde is aan het tussenelement 53 een element 55 aangebracht in de vorm van een in hoofdzaak cilindrische bus die past over de stam 34 en de afdichting 41, voor het verkrijgen van een gasdichte verbinding. Aan de tegenovergelegen zijde is op het tussenelement een tweede stam 56 voorzien. Deze strekt zich bij voorkeur coaxiaal uit met 25 de eerder genoemde stam 34. Een tweede kanaaldeel 57 strekt zich door de tweede stam 56 uit, vanaf een naar het ventiel 33 gekeerde einde 58 in de richting van het tegenovergelegen einde 59, alwaar een bocht is voorzien in het kanaaldeel 57, waardoor een uitlaatopening 60 in een zijde van de tweede stam 56 is voorzien, enigszins onder het nabijgelegen einde 59. Rond 30 de buitenzijde van de tweede stam 56 zijn twee pakkingen 61A, 61B
12 aangebracht, bijvoorbeeld twee O-ringen, aan weerszijden van de uitlaatopening één. Het eerste kanaaldeel 35 en het tweede kanaaldeel 57 strekken zich in eikaars verlengde uit, zodanig dat in operatieve toestand (fig. 3B en 3C) zij een doorlopend kanaal 62 vormen.
5 Op de naar het ventiel 33 gekeerde zijde van het wanddeel 49 is een bedieningselement 68 van de bedieningsmiddelen 69 aangebracht, in de vorm van een in hoofdzaak cilindrische bus 63 die past over de tweede stam 56 en de beide pakkingen 61A, 61B, door deze daaroverheen te schuiven, in axiale bewegings- of bedieningsrichting F. In de wand 64 van de bus 63 is 10 een opening 65 aangebracht in een positie dat deze zich bij de operatieve, open stand (fig. 3C) en eventueel in de in-operatieve stand (fig. 3A) ter hoogte van de uitlaatopening 60 bevindt, waaronder dient te worden begrepen zodanig gepositioneerd dat in die toestand een ononderbroken stromingsbaan bestaat tussen het kanaal 62 en de verbindingsruimte 51, 15 terwijl in de operatieve, gesloten toestand (fig. 3B) de opening 65 zich verder van het ventiel bevindt dan de verst van het ventiel 33 afgelegen van de twee pakkingen 61A, 61B. De ruimte in de bus 63 tussen het wanddeel 49 en het einde 59 van de tweede stam 56 komt daarmee bij voorkeur in open verbinding met de verbindingsruimte 51, waarbij drukverevening optreedt. 20 De eerste behuizing 26 is aan de buitenzijde voorzien van uitstulpingen 66 die in de in-operatieve stand (fig. 3A) liggen op of boven de bovenste langsrand van de tweede behuizing 27 doch in de operatieve stand zijn opgenomen in de openingen 31, zodanig dat zij daarin haken en verdere axiale beweging van de eerste behuizing 26 ten opzichte van de tweede 25 behuizing 27 verhinderen. Tussen de buitenzijde van de eerste behuizing 26 en de binnenzijde van de tweede behuizing 27 is, nabij of rond het tussengedeelte een glijdende afdichting 67 aangebracht, waardoor de ruimte 70 tussen de tweede behuizing 27 en het huis 15 is afgedicht in de richting van de openingen 31. Een vergelijkbare pakking kan worden aangebracht 30 nabij de bovenste langsrand van de tweede behuizing, voorbij de openingen 13 31. Dit is met name van belang bij een uitvoering volgens fig. 2, omdat daarmee wegstromen van gas naar de omgeving wordt verhinderd.
Een drukregelaar 8 volgens fig. 3 kan als volgt worden gebruikt.
In het drukregelcompartiment 50 heerst een regeldruk Po, welke 5 tezamen met de veerdruk van de veer 52 een druk Pregei uitoefent op het wanddeel 49, in de richting van het ventiel 33 ofwel de bedieningsrichting F. In het eerste compartiment 16 heerst bij aanvang van gebruik een maximale gasdruk P2, bijvoorbeeld 12 tot 16 bar, als gevolg van een daarin samengeperste hoeveelheid gas zoals zuiver CO2. In de verbindingsruimte 10 51 heerst een druk PI die bijvoorbeeld gelijk is aan de druk Po in het drukregelcompartiment 50. De eerste behuizing 26 bevindt zich in de in-operatieve stand als getoond in fig. 3A, waarbij het tussendeel 53 en in het bijzonder de bus 55 zich op afstand van de eerste stam 34 bevindt en dus het ventiel 33 gesloten is en gesloten blijft.
15 Vanuit de in fig. 3A getoonde in-operatieve stand wordt vervolgens de eerste behuizing 26 in de bedieningsrichting F in axiale richting gedrukt in de richting van het ventiel 33, zover tot de uitsteeksels 66, bijvoorbeeld uitgevoerd als klikvingers, in de openingen 31 ingrijpen en terugbewegen van de eerste behuizing 26 verhinderen. Daarbij wordt het busvormige 20 element 55 over de eerste stam 34 en de pakking 40 geschoven, daarmee het kanaal 62 vormend. Als gevolg van deze beweging wordt het ventiel geopend, terwijl de axiale opsluiting van de eerste behuizing binnen de tweede behuizing voor het geopend houden van het ventiel 33 zorgt.
In de in fig. 1 getoonde uitvoeringsvorm kan vanuit de in-25 operatieve stand (fig. 3A) bewegen van de eerste behuizing naar de operatieve stand (fig. 3B en 3C) geschieden door de druk in de binnenruimte 4 van de container 2 op te voeren, zover dat de eerste behuizing binnen de tweede behuizing wordt gedrukt en de vingers 66 in de openingen 31 grijpen. Dit kan bijvoorbeeld geschieden door een kleine hoeveelheid C02 30 gas in de binnenruimte te spuiten, via de opening 6. In de in fig. 2 getoonde 14 uitvoeringsvorm kan dit geschieden door bijvoorbeeld met een vinger of een stuk gereedschap de eerste behuizing 26 omlaag te drukken tot de vingers 66 in de openingen 31 grijpen. Eventueel kunnen ook andere middelen zijn voorzien voor het in de operatieve stand bewegen van de eerste behuizing, 5 bijvoorbeeld samenwerkende schroefdraad op de buitenzijde van de eerste behuizing en de binnenzijde van de tweede behuizing.
In de operatieve stand als getoond in fig. 3B en 3C strekt het kanaal 62 zich uit tussen de opening 38 die steeds geopend is en dus in open verbinding staat met de hoge gasdruk P2 en de uitlaatopening 60, die in de 10 gesloten stand (fig. 3B) wordt afgesloten door de wand 64 van de bus 63 en de twee pakkingen 61A, B. De druk Pi in de verbindingsruimte 51 is steeds gelijk aan de druk in de binnenruimte 4 van de container 2. In een evenwichtstand zal die druk Pi ongeveer gelijk zijn aan de gewenste regeldruk, voor lager type bier bijvoorbeeld tussen 1.7 en 2.1 bara, bij 15 ongeveer 6 °C, waarbij bij voorkeur wordt geregeld op de evenwichtsdruk voor CO2 in de drank. De druk Pregei die vanuit het drukregelcompartiment 50 op het wanddeel 49 wordt uitgeoefend zal daarbij in evenwicht zijn met de druk die vanuit de verbindingsruimte 51 (de daarin heersende druk Pi) op het wanddeel 49 wordt uitgeoefend, waardoor het wanddeel in een 20 middenstand wordt gebracht, als getoond in fig. 3B, zodat de uitlaatopening 60 wordt afgesloten, op eerder beschreven wijze. Wordt uit de binnenruimte 4 van de container drank 3 afgetapt, die door de druk PI wordt verdrongen bij openen van de afsluiter 12 dan wel de tap 21, dan zal de druk PI in de binnenruimte afnemen, waardoor het beweegbare wanddeel 49 in de 25 richting van het ventiel wordt gedwongen, in de bedieningsrichting F, daarbij de bus 63 verschuivend over de tweede stam 56, zover tot de uitlaatopening 60 vrijkomt te liggen ter hoogte van de opening 65, zoals getoond in fig. 3C, waardoor gas onder hoge druk P2 kan uitstromen, in de verbindingsruimte 51 en van daaruit in de binnenruimte 4. Daardoor neemt 30 de druk in de binnenruimte 4 en de verbindingsruimte 51 weer toe, daarbij 15 het wanddeel 49 terug dwingend naar de evenwichtspositie als getoond in fig. 3B, waardoor de toevoer van gas onder hoge druk wordt gestopt. Zo wordt automatisch de druk in de binnenruimte 4 in stand gehouden op ongeveer de regeldruk.
5 De hoge gasdruk P2 en/of de sluitdruk van het ventiel 33 hebben nagenoeg tot geheel geen invloed op de bewegingen van het wanddeel 49 of de opening van het ventiel 33. Bij de getoonde uitvoering wordt dit ten minste bereikt doordat de uitstroomrichting G van het gas vanuit de uitlaatopening een hoek α insluit met de bedieningsrichting F en/of de 10 lengteas van het kanaal en/of de axiale richting van de eerste en tweede behuizing 26, 27. Daardoor kan hoge druk worden gebruikt en heeft verandering in de druk P2 in het eerste compartiment 16, bijvoorbeeld door afname van de hoeveelheid beschikbaar gas gedurende de afgifteduur van de drank, geen invloed op het tapgedrag of op het eventuele CO2 gehalte van 15 de drank.
In fig. 4A - C is een uitvoeringsvorm getoond van een drukregelaar die vergelijkbaar is met die volgens fig. 3. In hoofdzaak zullen slechts de verschillen worden besproken. Een vrouwelijk ventiel 33 is toegepast in plaats van een mannelijk ventiel. Bij een vrouwelijk ventiel is de (eerste) 20 stam 34 niet aan het ventiel 33 verbonden maar aan een bedieningsinrichting, zoals het tussenelement 53. Het ventiel 33 omvat een bakvormig deel 71 onder de opening 32, dat door bijvoorbeeld een (niet getoonde) veer en/of de gasdruk P2 met een langsrand tegen een afdichting 39 wordt gedrukt en met behulp van genoemde stam 34 daar vanaf kan 25 worden gedrukt, zodat een open verbinding tussen het kanaal 62 in de stam 34 en het eerste compartiment is verkregen. Dergelijke vrouwelijke ventielen zijn algemeen bekend. Bij deze uitvoeringsvorm strekt de eerste stam 34 zich uit vanaf de naar het ventiel 33 gekeerde zijde van het tussenelement 53, in het verlengde van het tweede stam 56, zodat een 30 doorlopend kanaal 62 is verkregen, met inlaatopening 38 en uitlaatopening 16 60 zoals eerder beschreven, waarbij de bocht in het kanaal aan de inlaatzijde van de eerste stam 34 is weggelaten. Bij deze uitvoering wordt de eerste stam 34 door de opening 32 en in het deel 71 gedrukt, waardoor dit deel van de afdichting 39 wordt gedrukt en gehouden. Vervolgens kan op 5 eerder beschreven wijze de druk in de binnenruimte worden geregeld.
In fig. 5A - C en fig. 6A - C is een drukregelaar 8 met respectievelijk een mannelijk en een vrouwelijk ventiel 33 getoond die met name verschilt van de in fig. 3 respectievelijk 4 getoonde uitvoeringsvormen doordat in plaats van het wanddeel 49 dat als membraan was uitgevoerd 10 hier de vorm heeft van een zuiger 72, terwijl het tussenelement 53 hier als los onderdeel in de onderzijde van de eerste behuizing is aangebracht, hoewel dit ook een vast onderdeel kan zijn, bijvoorbeeld een vastgelaste of gelijmde deksel. De zuiger 72 heeft een bodemwand 73 en een omtrekswand 74 die zich in de van het ventiel 33 afgekeerde zijde uitstrekt en aan de 15 buitenzijde is voorzien van een afdichting 76 die glijdend kan afdichten tegen de binnenzijde van de eerste behuizing 26. Tussen de zuiger 72 en de eerste behuizing 26 is wederom een drukregelcompartiment 50 ingesloten. De slag van de zuiger 72 wordt bij voorkeur in de van het ventiel afgekeerde richting begrensd door het boveneinde 45 van de behuizing 26 en omlaag 20 door het tussendeel 53 en/of de tweede stam 63.
In fig. 7A - C en fig. 8A - C zijn verdere varianten van een drukregelaar volgens de uitvinding getoond, wederom voor respectievelijk een mannelijk en een vrouwelijk ventiel 33. Bij deze uitvoeringsvorm is de tweede behuizing 27 voorzien van een wand 74 die zich ongeveer dwars op 25 de lengteas van de behuizing 27 uitstrekt, nabij het ventiel 33, en is voorzien van een bus 55 die over de stam 34 en pakking 41 van het mannelijke ventiel 33 past (fig. 7) of is voorzien van de eerste stam 34 die zich omlaag uitstrekt en door de opening 32 in het deel 71 reikt. Bij deze uitvoeringsvorm wordt het ventiel 33 derhalve door de tweede behuizing 30 geopend en geopend gehouden. De tweede stam 56 strekt zich in 17 tegengestelde richting over een ten opzichte van de axiale lengte Li van de tweede behuizing en L2 van de eerste behuizing 26 relatief grote lengte uit en omvat het kanaal 62. Het kanaal 62 heeft ongeveer dezelfde vorm als dat volgens fig. 3 en 5 respectievelijk 4 en 6. Rond de tweede stam 56 zijn nabij 5 het vrije einde 59 wederom twee pakkingen 6IA, 61B aangebracht, aan weerszijden van de uitlaatopening 60.
De eerste behuizing 26 heeft in deze uitvoeringsvorm een omtrekswand 47 met een dwarswand 49 die een bewegend wanddeel vormt. De dwarswand 49 is in het midden voorzien van een bus 63 met een in 10 hoofdzaak cilindrische vorm, open aan twee einden, welke zich coaxiaal met de eerste stam uitstrekt. Nabij een van het ventiel 33 afgekeerd einde 63A is de bus 63 aan de binnenzijde voorzien van een verwijding 75, en past zodanig over de tweede stam 56 en de pakkingen 61 dat een glijdende afdichting wordt verkregen, behalve wanneer een van de pakkingen 61, in 15 het bijzonder de verst van het ventiel 33 gelegen pakking 61A zich in de verwijding 75 bevindt. De eerste behuizing dicht met behulp van een pakking 76 glijdend af tegen de binnenzijde van de tweede behuizing 27 en vormt effectief een zuiger.
Tussen de dwarswand 49 en de als zuiger fungerende eerste 20 behuizing 26 is een drukregelcompartiment 50 opgenomen. Daarin heerst tijdens gebruik in een evenwichtstoestand een regeldruk P3 terwijl in de in-operatieve stand (fig. 7A respectievelijk 8A) de daarin heersende druk ongeveer atmosferisch is, of ten minste lager dan de regeldruk. Bij het naar de operatieve stand brengen van de drukregelaar wordt in het 25 drukregelcompartiment 50 aanwezig gas samengeperst, waardoor de regeldruk tot stand komt. Zoals duidelijk blijkt uit fig. 7B en 8B is in de operatieve, gesloten stand de verwijding 75 ter hoogte van de uitlaatopening 60 gebracht, tussen de beide pakkingen 61A, 61B, waardoor geen gas uit de uitlaatopening naar de omgeving, in het bijzonder naar de binnenruimte 4 30 van de container 2 kan stromen.
18
Nabij de bovenste langsrand 45 is de tweede behuizing voorzien van holten 3 IA die een functie vervullen vergelijkbaar met de openingen 31 in de eerdere figuren, doch wel een geringe axiale verschuiving toelaten, zoals nog nader zal worden toegelicht. Bovendien zijn tussen de langsrand 5 45 en de holten 31A openingen 31B voorzien, waarin de uitstulpingen zoals vingers 66 van de eerste behuizing 26 kunnen aangrijpen in de in-operatieve stand van de drukregelaar, zoals getond in fig. 7A en 8A. In de operatieve, gesloten stand, zoals getoond in fig. 7B en 8B wordt door de in de container 2 heersende druk Pi die ten minste gelijk is aan ongeveer de gewenste 10 regeldruk (bijvoorbeeld ongeveer 1.4 - 2.3 bar voor een lager bier) druk uitgeoefend op het wanddeel 49, welke druk de druk in het drukregelcompartiment 50 ten minste evenaart. Daardoor wordt de eerste behuizing 26 maximaal in de richting van het ventiel gedrukt, in welke toestand de uitlaatopening 60 als beschreven van de omgeving wordt 15 afgeschermd. Wanneer uit de binnenruimte 4 drank wordt afgevoerd of de druk daarin om andere reden wordt verlaagd, bijvoorbeeld bij koeling, zal de druk op het wanddeel 49 vanaf de van het ventiel afgekeerde zijde verminderen, waardoor de eerste behuizing 26 van het ventiel wordt weggedrukt, maximaal totdat de uitstulpingen 66 vastlopen tegen een 20 langsrand van de openingen, althans holten 3 IA, zoals getoond in fig. 7C en 8C. Daardoor wordt de doorgang X door het kanaal 62 vanuit het eerste compartiment naar de binnenruimte van de container 2 vrijgegeven, via de verwijding en het einde van de bus.
Het zal duidelijk zijn dat in plaats van een ventiel 33 ook een ander 25 type afsluiter kan worden toegepast, bijvoorbeeld een eenmalig te openen stop die in het eerste compartiment kan worden gedrukt en door de gasdruk gesloten blijft tot dat de regelaar in de operatieve stand wordt gebracht, of een doorboorbaar afsluiting, bijvoorbeeld een zegel, stop of membraan. Als huis met eerste compartiment kan ook een commercieel beschikbaar C02 30 patroon worden gebruikt zoals bijvoorbeeld toegepast in slagroomspuiten, 19 spuitwaterflessen en dergelijke, welk patroon eenvoudig in de tweede behuizing zou kunnen worden geschroefd, bijvoorbeeld vanaf onder tegen een stam 34 en op eerder beschreven wijze kan worden gepierced.
Bij een regelaar als getoond in fig. 7 en 8 kan het eerste 5 compartiment reeds worden geopend in de brouwerij, bijvoorbeeld door indrukken van een ventiel, piercen of dergelijke, terwijl de regelkamer pas bij gebruik op druk wordt gebracht, als gevolg van de ligging van de regelkamer en de zuiger.
Fig. 9A - C tonen een verdere uitvoering van een drukregelaar 8 10 volgens de uitvinding, enigszins vergelijkbaar met die volgens fig. 5A - C, waarbij evenwel het tussenelement 53 is weggelaten. Bij deze uitvoeringsvorm is het kanaal 62 in de eerste stam 34 voorafgaand aan gebruik afgesloten aan het tweede einde 36, bijvoorbeeld door een doorboorbaar zegel 77. Het kanaal strekt zich tot in het eerste 15 compartiment 16 uit. In de bus 63 die op het wanddeel 49 is voorzien, welk wanddeel 49 wederom als een deel van een zuiger is uitgevoerd, is een naald 78 of dergelijk scherp element aangebracht, dat zich in de in-operatieve stand (fig. 9A) van de stuurinrichting op afstand van het zegel 77 bevindt. Wanneer de eerste behuizing 26 als eerder beschreven in de operatieve 20 stand wordt gebracht (fig. 9B en C) wordt de naald 78 door het zegel 77 gedrukt. In de operatieve, gesloten stand (fig. 9B) is de naald enigszins teruggetrokken ten opzichte van de operatieve, open stand (fig. 9C) waardoor in de gesloten stand gas onder hoge druk P2 vanuit het eerste compartiment 16 via het kanaal 62 in de ruimte 79 die in de bus 63 wordt 25 ingesloten kan stromen. Daardoor ontstaat een drukverevening en drukt het gas aan beide einden van de stam 34 ongeveer even sterk. Dat betekent dat wanneer de druk Pi in de verbindingsruimte 51 (en dus in de binnenruimte 4 van de container 2) lager wordt dan de stuurdruk P3 in het drukregelcompartiment 50, het beweegbare wanddeel 49 in de 30 bedieningsrichting F zal worden bewogen, waarbij de stam 34 omlaag wordt 20 gedrukt, dat wil zeggen in de richting van het eerste compartiment. Bij deze uitvoeringsvorm is de stam 34 aan de buitenzijde voorzien van een vernauwing 80, welke bij de operatieve, gesloten stand ligt boven de afdichting 39, zodat de opening 32 is gesloten. Bij het genoemde 5 neerdrukken van de stam 34 komt de verwijding 80 ten minste gedeeltelijk ter hoogte van de afdichting, waardoor gas onder hoge druk P2 daarlangs kan ontsnappen naar de verbindingsruimte 51 en via de openingen 48 naar de binnenruimte 3 van de container 2. Doordat aan beide einden van de stam nagenoeg dezelfde druk heerst heeft deze druk nagenoeg geen invloed 10 op de kracht die noodzakelijk is voor het openen van de stromingsweg voor het gas. Indien de stam 34 door bijvoorbeeld een veer (niet getoond) in de gesloten stand is voorgespannen, kan bijvoorbeeld door een geschikte keuze van oppervlakken van de einden van de stam 34 daarvoor worden gecompenseerd, zodat ook de veerkracht nagenoeg geen invloed heeft op de 15 kracht die nodig is voor het openen van genoemde stromingsbaan. Tijdens gebruik worden derhalve de krachten die op tegenovergelegen einden van de stam aangrijpen, in tegengestelde richtingen, ongeveer door elkaar gecompenseerd, ongeacht de in de container of het eerste compartiment heersende drukken.
20 Fig. 10A — C toont een verdere alternatieve uitvoeringsvorm van een drukregelaar 8 volgens de uitvinding, welke in hoofdzaak een opbouw heeft die vergelijkbaar is met die volgens fïg. 3. Hierbij is de tweede behuizing 27 nabij het eerste, naar het eerste compartiment toegekeerde einde 41 voorzien van openingen 81 waardoorheen een deel van de eerste 25 behuizing 26 reikt, zodanig dat de eerste behuizing direct aan het huis 15 is bevestigd en is gefixeerd, ten minste in axiale richting F. De eerste behuizing is, ongeveer ter hoogte van het als membraan uitgevoerde beweegbare wanddeel 49 voorzien van een schouder 82, waarboven een aantal holten 31A is voorzien. De tweede behuizing 27 is direct boven de 30 openingen 81 voorzien van klikvingers 66 die kunnen ingrijpen in de holten 21 3 IA. In de in-operatieve stand (fig. 10A) bevinden de klikvingers 66 zich enigszins boven de openingen. Rond het deel van de eerste behuizing 26 boven de schouder 82 is een pakking 67 voorzien die een glijdende afdichting vormt tegen de binnenzijde van de tweede behuizing 27, welke 5 aan de bovenzijde is afgesloten door een eindwand 83. Daardoor is tussen de eerste en tweede behuizing 26, 27 een gesloten, in volume variabel drukregelcompartiment 50 verkregen, waarin in de in-operatieve stand (fig. 10A) een relatief lage druk Po heerst, bijvoorbeeld atmosferisch. Op de eerste stam 34 is een drukelement 84, bijvoorbeeld een schotel vastgezet, 10 zodanig dat een axiale verschuiving van het drukelement 84 een axiale verplaatsing van de stam 34 en daarmee een openen of sluiten van het ventiel 33 tot gevolg heeft. Het drukelement 84 ligt met ten minste een gedeelte van een langsrand 85 onder het eerste einde 41 van de tweede behuizing 27. Een bus 63 die is bevestigd op het wanddeel 49 kan wederom 15 schuiven over de stam 34 en de pakkingen 6IA, 61B, en is voorzien van een opening 65 voor het afsluiten en vrijgeven van de stromingsbaan voor gas, vanuit het eerste compartiment 16, via het kanaal 62 en de uitlaatopening 60, door de opening 65 naar de verbindingsruimte 51 en de binnenruimte 3 van de container 2. Tussen de bus 63 en het wanddeel 49 is een doorgang 86 20 voorzien, die zich uitstrekt tot in de ruimte 79 binnen de bus 63, zodat steeds druk verevening tussen die ruimte 79 en de verbindingsruimte 51 kan optreden.
Wanneer bij deze uitvoeringsvorm de tweede behuizing 27 in axiale bedieningsrichting F wordt verplaatst, zodanig dat de klikvingers 66 in de 25 holten 31A grijpen, wordt de inrichting vanuit de in-operatieve stand (fig. 10A) naar de operatieve stand gebracht (fig. 10B en C) Daarbij wordt de druk in het drukregelcompartiment 50 verhoogt tot een gewenste regeldruk Pregel, ten minste in de operatieve gesloten stand (fig. 10B), terwijl het drukelement 84 axiaal verplaatst wordt en daarmee het ventiel 33 wordt 30 geopend en geopend wordt gehouden. De bus 63 ligt bij deze operatieve, 22 gesloten stand zodanig ten opzichte van de stam 34 dat de stromingsbaan voor het gas onder hoge druk P2 daardoor wordt onderbroken. Neemt de druk Pi in de binnenruimte 3 en daarmee in de verbindingsruimte 51 af dan wordt het wanddeel 49 met de bus 63 in bedieningsrichting F verplaatst, 5 richting het huis 15 en wordt de stromingsbaan vrijgegeven, waardoor de druk Pi in de binnenruimte 3 terug op het gewenste niveau kan worden gebracht.
In de in de fig. 3-10 getoonde uitvoeringsvormen is steeds een in-operatieve stand getoond, naast de twee operatieve standen. Het is evenwel 10 ook mogelijk een drukregelaar 8, in het bijzonder een stuur- of drukregelinrichting daarvoor uit te voeren zonder een dergelijke in-operatieve stand. Bijvoorbeeld wanneer de drukregelaar direct na of zelfs tijdens assemblage zich in een omgeving bevindt waarin de gewenste gasdruk heerst of kan worden ingesteld, zonder dat ongewenst veel gas 15 wegstroomt. Bijvoorbeeld wanneer de drukregelaar in-line met een drank vulinrichting wordt geassembleerd, althans ingesteld en in de container wordt gebracht. In een dergelijke uitvoeringsvorm kunnen de eerste en tweede behuizing direct aan elkaar worden gekoppeld, in een vaste positie, of zelfs worden geïntegreerd. Plaatsing van de stuur- of drukregelinrichting 20 90 op het huis 15 zal dan het openen van het ventiel en/of het in werking stellen van de regelaar tot gevolg hebben. De in-operatieve stand kan evenwel het voordeel hebben dat de drukregelaar bij bijvoorbeeld atmosferische druk gedurende langere tijd kan worden opgeslagen en dus off-line van de vulinrichting kan worden vervaardigd en in de container kan 25 worden aangebracht.
Bij de getoonde uitvoeringsvormen kan, wanneer de drukregelaar zodanig is gemonteerd dat ten minste een deel daarvan vanaf de buitenzijde van de container 2 bereikbaar is, zoals in de in fig. 2 getoonde stand, de drukregelaar mechanisch, bijvoorbeeld met de hand door een gebruiker 30 worden geactiveerd (uit een in-operatieve stand worden gebracht) Indien de 23 drukregelaar geheel of gedeeltelijk in de binnenruimte 3 van de container is opgenomen kan dit ook geschieden door de druk in de container tijdelijk relatief hoog op te voeren, ten minste boven de regeldruk, waardoor de regelaar direct als gevolg van die druk in de operatieve stand wordt 5 gedwongen. Een dergelijke overdruk kan bijvoorbeeld worden verkregen door in een headspace van een met drank gevulde container een hoeveelheid extra C02 gas in te brengen. Dit zal de gewenste drukverhoging opleveren en daarna bijvoorbeeld door de drank worden opgenomen en/of worden afgegeven met de eerste keer openen van de tapmiddelen 7. Doordat de 10 headspace relatief klein zal zijn ten opzichte van de hoeveelheid drank is slechts weinig gas nodig.
Fig. 11 toont een alternatieve uitvoeringsvorm van een inrichting 1 volgens de uitvinding, waarbij op de bovenzijde van de container 2 een topring 90 is bevestigd, welke topring 90 enigszins boven het bovenvlak 5 15 reikt. Bij deze uitvoeringsvorm is een tapinrichting 91 toegepast zoals bijvoorbeeld beschreven in WO02/42197, waarbij een bedieningsknop 14 in de vorm van een hefboom is voorzien waarmee de afgiftebuis 13 omlaag kan worden bewogen, voor het openen van het ventiel 12. Voor een nadere beschrijving wordt verwezen naar WO02/42197, welke publicatie hierin door 20 referentie wordt geacht te zijn opgenomen. In het bovenvlak 5 is een drukregelaar 8 bevestigd. In deze uitvoeringsvorm is de tweede behuizing 27 gefixeerd in een opening in het bovenvlak 5, bijvoorbeeld door toepassing van een felsverbinding, verlijming, klemming of een andere geschikte techniek. De opening is daardoor gasdicht afgesloten, terwijl de openingen 25 31 zich binnen binnenruimte 4 bevinden. De eerste behuizing 26 is in de in- operatieve stand gebracht en het huis met het eerste compartiment 16, in de getoonde uitvoeringsvorm bijvoorbeeld een bekend gaspatroon, kan los met de container worden meegeleverd of kan reeds op de eerste behuizing zijn gemonteerd. Bij deze uitvoeringsvorm is de eerste behuizing in de in-30 operatieve stand aan de naar het eerste einde 41 gekeerde zijde van de 24 openingen 31 geplaatst, zoals schematisch getond in fig. 11A, ter linker zijde. De klikvingers 66 zijn tegengesteld gericht ten opzichte van de eerdere uitvoeringsvormen. Teneinde de drukregelaar 8 in de operatieve stand te brengen wordt het huis 15 met het eerste compartiment in de bus 63 5 geplaatst, bijvoorbeeld door een schroefdraadverbinding, klemverbinding, bajonetsluiting of andere wijze, wanneer deze niet is voorgemonteerd in bijvoorbeeld de brouwerij of bottelarij. Vervolgens wordt het huis 15 tezamen met de eerste behuizing 26 in de richting van het ten minste gedeeltelijk gesloten tweede einde 43 van de tweede behuizing gedrukt, 10 zodanig dat de klikvingers 66 in de openingen 31 grijpen en het boveneinde 45 van de eerste behuizing komt aan te liggen tegen de binnenzijde van de tweede behuizing. Daarbij verdient het de voorkeur dat het tweede einde 45 van de eerste behuizing enigszins bol en flexibel is in de in-operatieve stand (fig. 11A ter linker zijde). Dat betekent dat bij het naar de operatieve stand 15 bewegen de boiling geheel of gedeeltelijk wordt weggedrukt (fig. HA ter rechter zijde), waardoor het volume van het drukregelcompartiment in de eerste behuizing wordt verkleind en de regeldruk Pregei wordt ingesteld.
Bij een inrichting volgens de uitvinding kan het ventiel van de 33 van de drukregelaar in beginsel permanent worden geopend. De veer van dit 20 ventiel 33 heeft dan geen effect op de kracht die benodigd is voor het afgeven van gas uit het compartiment 16, waardoor een nog beter regelgedrag wordt verkregen. Als alternatief kan in plaats van een ventiel 33 zijn vervangen door een andere afsluiting die al dan niet permanent geopend kan worden, zoals bijvoorbeeld een pierceable afsluiting, 25 bijvoorbeeld een membraan of stop, of een wegdrukbare afsluiter, zoals bijvoorbeeld een stop, een klep of ander voor de vakman direct duidelijk alternatief.
De uitvinding is geenszins beperkt tot de in de beschrijving en tekeningen getoonde uitvoeringsvormen, deze zijn slechts ter illustratie 30 getoond, vele variaties daarop zijn moegelijk binnen het door de conclusies 25 geschetste raam van de uitvinding, waaronder met name ook combinaties van delen van de getoonde uitvoeringsvormen. Een drukregelaar volgens de uitvinding kan geheel of gedeeltelijk in een binnenruimte van een container worden opgenomen, maar kan ook bijvoorbeeld op een tapstang van een 5 bekend fust worden aangesloten of op een vulopening van een "zwaartekracht" blik vergelijkbaar met dat volgens fig. 2 en zoals uit de praktijk bekend. Deze en vergelijkbare variaties worden geacht binnen de uitvinding te vallen.
1032893

Claims (22)

1. Container voor het afgeven van drank onder druk, welke is voorzien van een binnenruimte voor opname van de af te geven drank, waarbij een drukregelaar is voorzien met een eerste compartiment en een naar de omgeving afgesloten drukregelcompartiment, waarbij het eerste 5 compartiment is voorzien van een afgifteopening met een afsluiter en aan het drukregelcompartiment stuurmiddelen zijn voorzien voor het openen van de afsluiter, waarbij een kanaal is voorzien dat bij geopende stand in open verbinding is met het eerste compartiment, waarbij het drukregelcompartiment een relatief ten opzichte van het eerste 10 compartiment in een bedieningsrichting beweegbaar wanddeel heeft dat een bedieningselement draagt dat in, tegen of over genoemd kanaal schuifbaar is en een gasdoorvoerbaan tussen het eerste compartiment en de omgeving kan vrijgeven en afsluiten, in het bijzonder door vrijgeven of afdekken van een uitlaatopening van het kanaal.
2. Container volgens conclusie 1, waarbij het drukregelcompartiment is voorzien van middelen voor het fixeren van de afsluiter in een geopende stand, waarbij de uitlaatopening direct of indirect uitmondt in de binnenruimte van de container.
3. Container volgens conclusie 1 of 2, waarbij de drukregelinrichting 20 een tussenelement omvat dat ten minste een deel van genoemd kanaal omvat en beweegbaar is tussen een eerste stand en een tweede stand, waarbij het in de eerste stand verder van het eerste compartiment is afgelegen dan in de tweede stand.
4. Container volgens conclusie 3, waarbij het tussenelement een bus 25 omvat die op een stam van de afsluiter kan aansluiten, zodanig dat een eerste deel van het kanaal, dat zich in de stam bevindt, aansluit op een tweede deel van het kanaal, dat zich in het tussenelement bevindt. 1032893!
5. Container volgens conclusie 3, waarbij het tussenelement een stam omvat waardoorheen zich het kanaal uitstrekt en welke in een deel van de afsluiter steekbaar is.
6. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de 5 uitlaatopening van het kanaal een uitstroomrichting bepaalt die een hoek insluit met de bedieningsrichting, bij voorkeur een hoek tussen 30 en 150 graden, meer in het bijzonder tussen 60 en 120 graden en bij voorkeur ongeveer 90 graden.
7. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het 10 drukregelcompartiment is opgenomen in een eerste behuizing die in de bedieningsrichting verschuifbaar ten minste gedeeltelijk is opgenomen in een tweede behuizing, welke tweede behuizing is bevestigd aan het eerste compartiment, waarbij fixeermiddelen zijn voorzien voor het fixeren van de eerste behuizing relatief ten opzichte van de tweede behuizing.
8. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het drukregelcompartiment is opgenomen in een eerste behuizing en een flexibel of verschuifbaar wanddeel omvat dat ten minste gedeeltelijk genoemde beweegbare wand vormt.
9. Container volgens conclusie 2 of 3 en een der conclusies 7 of 8, 20 waarbij het tussenelement aanligt tegen of onderdeel uitmaakt van de eerste behuizing.
10. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij in het drukregelcompartiment ten minste één veerelement is opgenomen voor het in de richting van de afsluiter voospannen van het beweegbare wanddeel.
11. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij in de binnenruimte een eerste druk heerst en in het eerste compartiment een tweede druk, waarbij de tweede druk aanmerkelijk hoger is dan de eerste druk.
12. Container volgens conclusie 11, waarbij in het drukregelcompartiment bij de container in rust een regeldruk heerst die ongeveer gelijk is aan de eerste druk.
13. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de 5 drukregelinrichting voorafgaand aan een eerste maal afgeven van drank uit de binnenruimte zodanig is ingesteld dat drukverandering in het drukregelcompartiment geen invloed heeft op de afsluiter van het eerste compartiment.
14. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de druk 10 in het eerste compartiment voorafgaand aan een eerste maal afgeven van drank uit de binnenruimte hoger is dan 10 bar, meer in het bijzonder hoger dan 50 bar.
15. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het volume van het eerste compartiment kleiner is dan l/25ste van de 15 binnenruimte, meer in het bijzonder kleiner dan l/50ste en bij voorkeur kleiner dan l/100ste.
16. Container volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de drank een koolzuurhoudende drank is, in het bijzonder bier, en de drukregelinrichting is ingesteld voor het regelen van de druk in de 20 binnenruimte op een equilibriumdruk.
17. Container volgens conclusie 1, waarbij de afsluiter een stam omvat die het kanaal omvat, waarbij de afgifteopening van het kanaal uitmondt in een drukvereveningsruimte van het bedieningselement en daardoor afsluitbaar is, zodanig dat bij geopende uitlaatopening drukverevening 25 optreedt tussen de drukvereveningsruimte en het eerste compartiment en wanneer genoemde uitlaatopening is gesloten de afsluiter door het betreffende beweegbare wanddeel beweegbaar is tussen een geopende en een gesloten stand.
18. Container volgens conclusie 17, waarbij het kanaal, in het 30 bijzonder de uitlaatopening voorafgaand aan de eerste keer afgeven van drank uit de binnenruimte is afgesloten door een membraan, waarbij de bedieningsmiddelen zijn voorzien van piercing middelen voor het doorboren van genoemd membraan.
19. Container voor het afgeven van drank onder druk, in het bijzonder 5 volgens een der voorgaande conclusies, welke container is voorzien van een binnenruimte voor opname van de af te geven drank, waarbij een drukregelaar is voorzien met een eerste compartiment en een naar de omgeving afgesloten drukregelcompartiment, waarbij het eerste compartiment is voorzien van een afgifteopening met een afsluiter en aan 10 het drukregelcompartiment stuurmiddelen zijn voorzien voor het openen van de afsluiter door verplaatsing van ten minste een deel daarvan in een bedieningsrichting, waarbij de afsluiter en de stuurmiddelen zijn ingericht voor het aan twee in bedieningsrichting gezien tegenover elkaar gelegen zijden van de afsluiter instellen van ongeveer dezelfde druk.
20. Drukregelinrichting voor een container volgens een der voorgaande conclusies.
21. Drukregelinrichting volgens conclusie 17, waarbij het ten minste ene beweegbare wanddeel ten minste gedeeltelijk is uitgevoerd als een membraan, in het bijzonder een metalen membraan.
22. Werkwijze voor het regelen van de druk in een container voor afgifte van drank, waarbij een drukregelaar wordt toegepast met een afsluiter van een hoge druk gas compartiment, welke afsluiter in een bedieningsrichting wordt bewogen tussen een gesloten stand en een geopende stand, waarbij tijdens gebruik ten minste bij de afsluiter in 25 gesloten stand of in geopende stand aan twee in de bedieningsrichting tegenover elkaar gelegen zijden van de afsluiter een druk wordt ingesteld, in het bijzonder ongeveer genoemde hoge druk, zodanig dat de kracht die op een eerste van genoemde zijden van de afsluiter aangrijpt, in de bedieningsrichting, voor het sluiten van de afsluiter, ongeveer gelijk is aan 30 de kracht die op de andere van genoemde zijden van de afsluiter aangrijpt, in de bedieningsrichting, voor het openen van de afsluiter, waarbij voorts de afsluiter wordt geopend door een in de container heersende druk gestuurd stuurmiddel. 1 03 2 8 93
NL1032893A 2006-11-17 2006-11-17 Container voor het afgeven van drank. NL1032893C2 (nl)

Priority Applications (9)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1032893A NL1032893C2 (nl) 2006-11-17 2006-11-17 Container voor het afgeven van drank.
EP07834701A EP2086870A1 (en) 2006-11-17 2007-11-19 Container for dispensing beverage
PCT/NL2007/050573 WO2008060157A1 (en) 2006-11-17 2007-11-19 Container for dispensing beverage
AU2007320177A AU2007320177B2 (en) 2006-11-17 2007-11-19 Container for dispensing beverage
US12/514,994 US20100059543A1 (en) 2006-11-17 2007-11-19 Container for dispensing beverage
BRPI0718900-1A BRPI0718900A2 (pt) 2006-11-17 2007-11-19 Recipiente para dispensar bebida sob pressão, dispositivo de controle de pressão, e, método para controlar a pressão em um recipiente para dispensar bebida
RU2009122973/12A RU2449935C2 (ru) 2006-11-17 2007-11-19 Контейнер для дозирования напитка
CN200780049763A CN101616861A (zh) 2006-11-17 2007-11-19 用于分配饮料的容器
JP2009537104A JP5455635B2 (ja) 2006-11-17 2007-11-19 飲料分配のための容器

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1032893 2006-11-17
NL1032893A NL1032893C2 (nl) 2006-11-17 2006-11-17 Container voor het afgeven van drank.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1032893C2 true NL1032893C2 (nl) 2008-05-20

Family

ID=38171189

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1032893A NL1032893C2 (nl) 2006-11-17 2006-11-17 Container voor het afgeven van drank.

Country Status (9)

Country Link
US (1) US20100059543A1 (nl)
EP (1) EP2086870A1 (nl)
JP (1) JP5455635B2 (nl)
CN (1) CN101616861A (nl)
AU (1) AU2007320177B2 (nl)
BR (1) BRPI0718900A2 (nl)
NL (1) NL1032893C2 (nl)
RU (1) RU2449935C2 (nl)
WO (1) WO2008060157A1 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN110002095A (zh) * 2019-01-13 2019-07-12 中山市华宝勒生活用品实业有限公司 一种新型打气盖

Families Citing this family (21)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
HUP1000286A2 (en) * 2010-06-02 2011-12-28 Mayex Canada Kft Dispensing unit and method for dispensing a liquid under pressure
US9248457B2 (en) 2011-07-29 2016-02-02 Homax Products, Inc. Systems and methods for dispensing texture material using dual flow adjustment
US9156042B2 (en) 2011-07-29 2015-10-13 Homax Products, Inc. Systems and methods for dispensing texture material using dual flow adjustment
US9156602B1 (en) 2012-05-17 2015-10-13 Homax Products, Inc. Actuators for dispensers for texture material
US9423051B2 (en) 2012-08-17 2016-08-23 The Coca-Cola Company Dispensing carbonated beverages from a closed package
US9435120B2 (en) 2013-03-13 2016-09-06 Homax Products, Inc. Acoustic ceiling popcorn texture materials, systems, and methods
US20140263417A1 (en) * 2013-03-15 2014-09-18 Homax Products, Inc. Adapter Systems and Methods for Aerosol Dispensing Systems
USD718624S1 (en) 2013-06-14 2014-12-02 Homax Products, Inc. Actuator assembly
US9776785B2 (en) 2013-08-19 2017-10-03 Ppg Architectural Finishes, Inc. Ceiling texture materials, systems, and methods
NL2012981B1 (en) * 2014-06-11 2017-01-17 Heineken Supply Chain Bv Beverage dispensing system, beverage container and pressurizing system for use in a beverage dispensing system or container.
USD787326S1 (en) 2014-12-09 2017-05-23 Ppg Architectural Finishes, Inc. Cap with actuator
NL2015939B1 (en) * 2015-12-10 2017-06-26 Heineken Supply Chain Bv Beverage dispensing system, beverage container and pressurizing system for use in a beverage dispensing system or container.
ES2939370T3 (es) * 2016-01-12 2023-04-21 Freezio Ag Sistema de dispensador con soporte para cartucho
EP3284713A1 (de) * 2016-08-20 2018-02-21 Ardagh MP Group Netherlands B.V. Fass mit druckventil zum aufbewahren von bier und regelverfahren fuer den druck im fass
DE102017210949A1 (de) * 2017-06-28 2019-01-03 Krones Ag Verfahren zur Dichtheitskontrolle einer Füll-Verschließ-Einheit für Behälter und Füll-Verschließmaschine
JP6445625B1 (ja) * 2017-07-11 2018-12-26 アサヒビール株式会社 飲料注出装置
CN108357807A (zh) * 2018-03-13 2018-08-03 河北华安天泰防爆科技有限公司 一种带压缩空气源的容器
NL2020756B1 (en) * 2018-04-12 2019-10-23 Heineken Supply Chain Bv Pressure regulating system for a beverage container and beverage container provided therewith
CN112368216A (zh) * 2018-07-03 2021-02-12 R·伊普 容器
WO2020246884A1 (en) 2019-06-04 2020-12-10 Heineken Supply Chain B.V. Pressure control device for a beverage container
NL2023563B1 (en) * 2019-07-24 2021-02-10 Heineken Supply Chain Bv Pressure regulating system for a beverage container and beverage container provided therewith

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3228559A (en) * 1963-09-17 1966-01-11 Dole Valve Co Pressurized beverage dispenser development
BE1004019A3 (nl) * 1989-05-31 1992-09-08 S Mc D Murphy & Partners Ltd Inrichting voor het leveren van druk in spuitbussen en spuitbussen die zulke inrichting toepassen.
US5368207A (en) * 1992-04-30 1994-11-29 Cruysberghs; Rudiger J. C. Pressure generator and dispensing apparatus utilizing same

Family Cites Families (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3460555A (en) * 1965-01-21 1969-08-12 Reynolds Metals Co Pressure regulator construction
US3322304A (en) * 1965-08-11 1967-05-30 Reynolds Metals Co Beverage dispenser with central charging gas connector and laterally spaced liquid filling opening
US4310108A (en) * 1978-06-08 1982-01-12 Freund Industrial Co., Ltd. Aerosol sprayer with pressure reservoir
US4441632A (en) * 1981-12-03 1984-04-10 Stoody William R Soft shell aerosol dispenser unit
RU2089285C1 (ru) * 1994-02-14 1997-09-10 Центр комплексного развития технологии и энерготехнологических систем "Кортэс" Способ обогащения газом окружающей среды и устройства для его осуществления
GB2324121A (en) * 1997-04-07 1998-10-14 Bespak Plc Seal arrangements for pressurised dispensing containers
NL1008601C2 (nl) * 1998-03-16 1999-09-17 Heineken Tech Services Inrichting voor het afgeven van een fluïdum.
DE19835569C2 (de) * 1998-08-06 2000-06-08 Guenter Grittmann Versenkbarer Zapfhahn
CA2355267C (en) * 1998-12-16 2008-07-29 Heineken Technical Services B.V. Container with pressure control device for dispensing fluid
CA2355262C (en) * 1998-12-16 2007-06-12 Heineken Technical Services B.V. Container for dispensing fluid, comprising a pressure control device with activation step
NL1016688C2 (nl) * 2000-11-23 2002-05-24 Heineken Tech Services Drankcontainer voorzien van afgifteventiel met verbeterd bedieningsmiddel.
DK1763486T3 (da) * 2004-06-25 2009-05-18 Impress Group Bv Engangstaphane til en væskebeholder, som står under tryk
NL1027998C2 (nl) * 2005-01-11 2006-07-12 Heineken Tech Services Drukregelinrichting voor een container en container voorzien van een dergelijke drukregelinrichting.
DE102005022446B3 (de) * 2005-05-14 2006-10-19 Grittmann, Günter Partyfass

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3228559A (en) * 1963-09-17 1966-01-11 Dole Valve Co Pressurized beverage dispenser development
BE1004019A3 (nl) * 1989-05-31 1992-09-08 S Mc D Murphy & Partners Ltd Inrichting voor het leveren van druk in spuitbussen en spuitbussen die zulke inrichting toepassen.
US5368207A (en) * 1992-04-30 1994-11-29 Cruysberghs; Rudiger J. C. Pressure generator and dispensing apparatus utilizing same

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN110002095A (zh) * 2019-01-13 2019-07-12 中山市华宝勒生活用品实业有限公司 一种新型打气盖

Also Published As

Publication number Publication date
BRPI0718900A2 (pt) 2013-12-10
CN101616861A (zh) 2009-12-30
RU2449935C2 (ru) 2012-05-10
EP2086870A1 (en) 2009-08-12
AU2007320177B2 (en) 2012-02-02
JP2010510138A (ja) 2010-04-02
AU2007320177A1 (en) 2008-05-22
US20100059543A1 (en) 2010-03-11
WO2008060157A1 (en) 2008-05-22
RU2009122973A (ru) 2010-12-27
JP5455635B2 (ja) 2014-03-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1032893C2 (nl) Container voor het afgeven van drank.
US8851340B2 (en) Container for beverage
US8444011B2 (en) Tapping apparatus with pressure control means
NL1035233C2 (nl) Drukregelaar en tapinrichting voorzien daarvan.
EP1651558B1 (en) Assembly for drink dispenser and container provided with a pressure medium reservoir
DK2001790T3 (en) BEVERAGE CONTAINER AND COLLECTION OF SUCH A CONTAINER AND A DRAFT DEVICE
RS20060118A (sr) Regulator pritiska za kontejner za gazirano piće
JP2008545931A (ja) Co2圧縮ガス源を有する容器
NL2000941C2 (nl) Inrichting voor het afgeven van een vloeistof.
MXPA06000738A (en) Assembly for drink dispenser and container provided with a pressure medium reservoir
HK1128674A (en) Beverage container and assembly of such a container and a tapping device
HK1090346B (en) Assembly for drink dispenser and container provided with a pressure medium reservoir

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20150601