NL1031092C2 - Zelfreinigende schuimafgifteinrichting. - Google Patents
Zelfreinigende schuimafgifteinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1031092C2 NL1031092C2 NL1031092A NL1031092A NL1031092C2 NL 1031092 C2 NL1031092 C2 NL 1031092C2 NL 1031092 A NL1031092 A NL 1031092A NL 1031092 A NL1031092 A NL 1031092A NL 1031092 C2 NL1031092 C2 NL 1031092C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- pump
- liquid
- stroke
- foam
- air
- Prior art date
Links
- 239000006260 foam Substances 0.000 title claims description 61
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 title description 5
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 189
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 15
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 4
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 4
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 4
- 238000000034 method Methods 0.000 claims 4
- 238000004891 communication Methods 0.000 claims 2
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims 1
- 238000002156 mixing Methods 0.000 description 16
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 7
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 6
- 238000005086 pumping Methods 0.000 description 4
- 238000001035 drying Methods 0.000 description 3
- 238000007664 blowing Methods 0.000 description 2
- 230000000295 complement effect Effects 0.000 description 2
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 238000007670 refining Methods 0.000 description 2
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 230000000881 depressing effect Effects 0.000 description 1
- 238000004851 dishwashing Methods 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 239000013013 elastic material Substances 0.000 description 1
- 238000005187 foaming Methods 0.000 description 1
- 238000000265 homogenisation Methods 0.000 description 1
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 238000012216 screening Methods 0.000 description 1
- 239000002453 shampoo Substances 0.000 description 1
- 239000008257 shaving cream Substances 0.000 description 1
- 239000000344 soap Substances 0.000 description 1
- 238000003860 storage Methods 0.000 description 1
- 230000000475 sunscreen effect Effects 0.000 description 1
- 239000000516 sunscreening agent Substances 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B11/00—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use
- B05B11/01—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use characterised by the means producing the flow
- B05B11/10—Pump arrangements for transferring the contents from the container to a pump chamber by a sucking effect and forcing the contents out through the dispensing nozzle
- B05B11/1087—Combination of liquid and air pumps
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B7/00—Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas
- B05B7/0018—Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas with devices for making foam
- B05B7/0025—Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas with devices for making foam with a compressed gas supply
- B05B7/0031—Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas with devices for making foam with a compressed gas supply with disturbing means promoting mixing, e.g. balls, crowns
- B05B7/0037—Spraying apparatus for discharge of liquids or other fluent materials from two or more sources, e.g. of liquid and air, of powder and gas with devices for making foam with a compressed gas supply with disturbing means promoting mixing, e.g. balls, crowns including sieves, porous members or the like
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B11/00—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use
- B05B11/01—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use characterised by the means producing the flow
- B05B11/10—Pump arrangements for transferring the contents from the container to a pump chamber by a sucking effect and forcing the contents out through the dispensing nozzle
- B05B11/1028—Pumps having a pumping chamber with a deformable wall
Landscapes
- Containers And Packaging Bodies Having A Special Means To Remove Contents (AREA)
- Closures For Containers (AREA)
- Reciprocating Pumps (AREA)
Description
Korte aanduiding: Zelfreinigende schuimafgifteinrichting 5 De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een afgifte- inrichting voor het afgeven van een schuim. Meer in het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een met de hand te bedienen afgifteinrichting voor het afgeven van een schuim/ welke een vloeistofpomp en een luchtpomp omvat voor het pompen van schuimbare 10 vloeistof respectievelijk lucht.
Afgifteinrichtingen voor het afgeven van een schuim zijn op zich bekend. In US 5/271,530 en US 5,443,569 wordt bijvoorbeeld een afgifteinrichting geopenbaard die een pompsamenstel omvat voor het vormen van een schuim. Het pompsamenstel omvat een vloeistofpomp 15 voor het pompen van vloeistof en een luchtpomp voor het pompen van lucht naar een gemeenschappelijke afgiftedoorgang. De vloeistofpomp en luchtpomp kunnen gelijktijdig worden geactueerd door het indrukken van een gemeenschappelijke bedieningsknop, waarbij de verpompte vloeistof en lucht worden gemengd in een in de 20 afgiftedoorgang voorziene mengkamer tot een schuim, welk schuim vervolgens door een zeefelement met twee zeefjes wordt geleid voor het homogeniseren en het verfijnen van het schuim. Het gevormde schuim wordt via een afgifteopening die in de gemeenschappelijk bedieningsknop is aangebracht, afgegeven.
25 De bekende afgifteinrichting is zeer succesvol gebleken voor het vormen en afgeven'van een schuim voor een groot aantal verschillende toepassingen, zoals zeep, shampoo, zonnebrandmiddel, afwasmiddel, scheerschuim, huidverzorgingsmiddelen en dergelijke.
Een nadeel van de bekende afgifteinrichting is dat na het 30 vormen en afgeven van schuim door het indrukken van het bedieningselement, een bepaalde hoeveelheid schuim achterblijft in de afgiftedoorgang. Dit schuim zal eventueel nadat het weer een vloeistof is geworden, opdrogen.
Afhankelijk van de toepassing, waarvoor de afgifteinrichting 35 wordt toegepast, en de vloeistof die daarvoor benodigd is zal deze opgedroogde vloeistof meer of minder vastkoeken in de afgiftedoorgang. Dit kan met name nadelig zijn in de zeefjes van het 1 0 3 1 0 92 2 zeefelement aangèzien de opgedroogde en vastgekoekte vloeistof de zeefjes kan verstoppen en daarmee een volgend afgeven van schuim met de afgifteinrichting bemoeilijken of zelfs tegenhouden.
Een ander nadeel van de bekende afgifteinrichting is dat het 5 schuim dat in de afgiftedoorgang bijvoorbeeld nabij de afgifteopening achterblijft, uit de afgifteopening kan gaan druppen, in het bijzonder wanneer het schuim weer tot vloeistof terugkeert.
Het is mogelijk dat dit druppen met name optreedt tijdens het verplaatsen of opbergen van de afgifteinrichting in een niet 10 verticale stand. Ook treedt dit probleem op bij afgifteinrichtingen die zijn geplaatst of worden bediend met de afgifteopening ten minste gedeeltelijk naar beneden gekeerd, bijvoorbeeld bij een wand afgifteinrichting die vast op de muur is geplaatst met de afgifteopening naar beneden zoals deze in openbare toiletruimtes 15 worden gebruikt. Temeer omdat het mogelijk is dat dit druppen pas na enige tijd na het gebruik van de afgifteinrichting optreedt, namelijk nadat het schuim is teruggekeerd tot vloeistof, is een dergelijk druppen ongewenst.
Het is op zich bekend om tijdens de teruggaande slag van het 20 bedieningselement de lucht die in de luchtpomp wordt gezogen voor een nieuwe slag, door de afgiftedoorgang te laten lopen, zodat deze lucht het schuim uit de afgiftedoorgang terug zuigt, en met name de schuim uit de zeefjes zuigt. Het schuim wordt echter meegenomen in de luchtpompkarner en kan daar werking van de luchtpomp nadelig 25 beïnvloeden zoals hierboven is beschreven. Alhoewel dergelijke schuimpompen zelfreinigend worden genoemd, leveren zij niet het gewenste resultaat. Het schuim dat achterblijft in de afgiftedoorgang, wordt terug in de afgifteinrichting gezogen, maar kan daar omvormen tot een vloeistof en alsnog uit de afgifteopening 30 stromen.
Bovendien kan het teruggezogen schuim en/of de daaruit gevormde vloeistof in de afgifteinrichting opdrogen en vastkoeken en derhalve de werking van de afgifteinrichting negatief beïnvloeden. In het bijzonder kan in de bekende afgifteinrichting het schuim/de 35 vloeistof terechtkomen op de luchtzuiger of in de luchtkamer van de luchtpomp. Daar opgedroogde en vastgekoekte vloeistof kan met name 3 de geleiding tussen de luchtcilinder en de luchtzuiger verminderen en daarmee de werking van de luchtpomp.
Het is een doel van de uitvinding een afgifteinrichting voor het vormen van een schuim te verschaffen die het achterblijven van.
5 schuim in de afgiftedoorgang, in het bijzonder de mengkamer en/of de zeefelementen tegengaat.
Het doel is bereikt met een afgifteinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, die is gekenmerkt doordat de schuim-afgifteinrichting is ingericht om tijdens een eerste deel van de 10 slag zowel vloeistof uit de vloeistofpomp als lucht uit luchtpomp af te geven naar de afgiftedoorgang voor het vormen van een schuim, en tijdens een tweede deel van de slag alleen lucht uit de luchtpomp af te geven naar de afgiftedoorgang.
Deze lucht die tijdens het tweede deel van de slag zal worden 15 afgegeven, zal het reeds aanwezige schuim in de afgiftedoorgang voortduwen/blazen in de richting van de afgifteopening. Als gevolg zal er minder schuim achterblijven in de afgiftedoorgang, en er dus minder schuim/vloeistof opdrogen in deze afgiftedoorgang.
In het algemeen is het op drie verschillende wijzen mogelijk om 20 de slag van het gemeenschappelijke bedieningselement op te delen in een eerste deel waarin beide pompen worden bediend, en een tweede deel waarin alleen de luchtpomp lucht verpompt naar de afgiftedoorgang.
Een eerste mogelijkheid is het tijdens het tweede deel van de 25 slag volledig meebewegen van de vloeistofpomp. Door aan het eind van het eerste deel van de slag van het bedieningselement de volledige vloeistofpomp te koppelen met het bedieningselement zal de volledige vloeistofpomp meebewegen met het tweede deel van de slag van het bedieningselement. Door de volledige vloeistofpomp te laten 30 meebewegen met het bedieningselement zal de vloeistofpomp geen vloeistof meer verpompen.
Het laten meebewegen van de vloeistofpomp is in een uitvoeringsvorm mogelijk door deze in de bedieningsrichting van het bedieningselement beweegbaar te verbinden met een vast met de houder 35 verbonden deel van het pompsamenstel, bijvoorbeeld door middel van een buigzame verbinding of door middel van een veerelement, zoals een veer of een balg.
4
Een tweede mogelijkheid om het afgeven van vloeistof aan de afgiftedoorgang te voorkomen tijdens het tweede deel van de slag van het bedieningselement, is het terugleiden van de tijdens het tweede deel van de slag verpompte vloeistof naar de houder in plaats van 5 naar de afgiftedoorgang, bijvoorbeeld door het sluiten van de vloeistofuitlaatklep naar de afgiftedoorgang en het openen van een tweede vloeistofuitlaatklep die de vloeistof terug laat stromen naar de houder. De tweede vloeistofuitlaatklep kan bijvoorbeeld een overdrukklep zijn die opent zodra aan het eind van het eerste deel 10 van de slag van het bedieningselement het verder naar de afgifteopening verpompen van vloeistof wordt tegengegaan, als gevolg waarvan de druk in de pompkamer van de vloeistofpomp toeneemt.
Een derde mogelijkheid is het loskoppelen van de verbinding tussen het bedieningselement en de vloeistofpomp. In de bekende 15 afgifteinrichting is een beweegbaar deel van de vloeistofpomp, in het bijzonder de vloeistofzuiger, direct en stijf verbonden met het bedieningselement. Door het bedieningselement en een beweegbaar deel van de vloeistofpomp zodanig uit te voeren dat deze van elkaar los te koppelen te zijn of dat zij buigzaam of verend met elkaar zijn 20 verbonden, kan worden gerealiseerd dat de vloeistofpomp tijdens het tweede deel van de slag van het bedieningselement niet meer wordt bediend en als gevolg daarvan geen vloeistof meer afgeeft. Als gevolg zal alleen door de luchtpomp lucht worden verpompt naar de afgiftedoorgang.
25 In een uitvoeringsvorm volgens de eerste of derde mogelijkheid wordt er gebruik gemaakt van nokelementen op een eerste pompdeel en een tweede pompdeel van de vloeistofpomp, welk eerste deel en tweede deel ten opzichte van elkaar beweegbaar zijn tijdens het eerste deel van de slag, waarbij de nokelementen aan het einde van het eerste 30 deel van de slag tegen elkaar aan komen te liggen, zodat het eerste pompdeel en het tweede pompdeel met elkaar worden gekoppeld en tijdens het tweede deel van de slag niet ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.
Hiernavolgend zal in een gedetailleerde beschrijving van 35 verschillende uitvoeringsvormen van een afgifteinrichting volgens de uitvinding worden gegeven, waarbij verdere voordelen en kenmerken van een afgifteinrichting volgens de uitvinding verder zullen worden 5 toegelicht. Hierbij zal worden verwezen naar de bijgaande figuren, waarin:
Figuren la-lc een eerste uitvoeringsvorm van een afgifteinrichting volgens de uitvinding tonen; 5 Figuur 2 een tweede uitvoeringsvorm van een afgifteinrichting volgens de uitvinding toont;
Figuren 3a-3c een derde uitvoeringsvorm van een afgifteinrichting volgens de uitvinding tonen;
Figuren 4a-4c een derde uitvoeringsvorm van een 10 afgifteinrichting volgens de uitvinding tonen;
Figuren 5a-5c een derde uitvoeringsvorm van een afgifteinrichting volgens de uitvinding tonen;
Figuren 6a-6c een derde uitvoeringsvorm van een afgifteinrichting volgens de uitvinding tonen; en 15 Figuur 7 een vierde uitvoeringsvorm van een afgifteinrichting volgens de uitvinding toont.
In figuur la is een afgifteinrichting voor het afgeven van een schuim getoond in het geheel aangeduid met het verwijzingscijfer 1. De afgifteinrichting omvat een houder 2 voor het houden van een 20 schuimbare vloeistof. De getoonde houder 2 is een fles die moet worden belucht om het inklappen als gevolg van een onderdruk in de houder te voorkomen. Het is echter ook mogelijk om indrukbare houders, zoals luchtdichte zakken of indrukbare flessen te gebruiken.
25 Op een opening van de houder 2 is een pompsamenstel 3 gemonteerd. Het pompsamenstel omvat een bevestigingskraag voor het aan de houder 2 monteren van het pompsamenstel 3, een vloeistofpomp 4, een luchtpomp 5 en een gemeenschappelijke bedieningsknop 6 die dient als bedieningselement voor de vloeistofpomp en de luchtpomp. 30 Het bedieningselement kan in een alternatieve uitvoeringsvorm ook zijn uitgevoerd als een hendel van een zogenoemde "triggerpomp" of een knop van een wandhouder. De gemeenschappelijke bedieningsknop 6 kan een slag S maken ten opzichte van een vast deel van het pompsamenstel 3.
35 Met slag wordt in deze aanvraag bedoeld, de weg die door de bedieningsknop 6 van zijn rusttoestand naar de stand waarin de bedieningsknop 6 zover mogelijk in is geduwd (slag S in figuur la).
6
In de huidige aanvraag is deze slag onderverdeeld in een eerste deel SI van de slag en een tweede deel S2 van de slag. Met het eerste deel van de slag wordt bedoeld de weg die als eerste wordt afgelegd door de bedieningsknop 6, wanneer deze vanuit de rusttoestand wordt 5 bewogen. En het tweede deel van de slag is de weg die door de bedieningsknop 6 wordt afgelegd naar het einde van de slag nadat het eerste deel van de slag is voltooid. In de in figuur la getoonde uitvoeringsvorm is de rusttoestand de hoogste stand van de bedieningsknop 6, terwijl het einde van de slag wordt bereikt in de 10 zover mogelijk ingeduwde toestand van de bedieningsknop 6 (afstand S naar beneden).
De vloeistofpomp 4 omvat een vloeistofcilinder 7 en een vloeistofzuiger 8. De luchtpomp 5 omvat een luchtcilinder 9 en een luchtzuiger 10. De vloeistofcilinder 7 en de luchtcilinder 9 zijn 15 vervaardigd als een onderdeel, een zogenoemde dubbele cilinder, waarbij het element 11 dat de vloeistofcilinder 7 en de luchtcilinder 9 met elkaar verbindt uit een buigzaam materiaal, bij voorkeur elastisch materiaal, is vervaardigd. Een dergelijke dubbele cilinder met een relatief buigzaam element 11 die de 20 vloeistofcilinder 7 en de luchtcilinder 9 met elkaar verbindt kan bijvoorbeeld worden vervaardigd door twee-componenten spuitgieten. Het is ook mogelijk om eerst de vloeistofcilinder 7 en de luchtcilinder 9 afzonderlijk te vervaardigen en daarna met elkaar te verbinden door middel van het buigzame deel 11.
25 Indien de bedieningsknop 6 wordt ingedrukt, door een gebruiker, zullen de vloeistofzuiger 8 en de luchtzuiger 10 samen met de bedieningsknop 6 naar beneden bewegen. Tijdens het eerste deel van de slag van de bedieningsknop 6, zullen zowel de vloeistofcilinder 7 als de luchtcilinder 9 in hun respectieve posities blijven staan.
30 Als gevolg zal de ruimte in pompkamer 12 van de vloeistofpomp 4 als ook de ruimte in pompkamer 13 van de luchtpomp 5 kleiner worden en zal er vloeistof en lucht door de vloeistofpomp 4 respectievelijk de luchtpomp 5 worden afgegeven aan een mengkamer 14. In deze mengkamer 14 wordt eeh eerste schuim gevormd, dat door een afgiftedoorgang 15 35 die in hoofdzaak door de bedieningsknop 6 loopt, wordt afgegeven bij een afgifteopening 16. In de afgiftedoorgang 15 stroomt het schuim door een tweetal zeefjes van een zeefelement 17 voor het verfijnen 7 en homogeniseren van het schuim. De werking van de schuim-afifteinrichting tijdens het eerste deel van de slag is op zich algemeen bekend. Voor beschrijving van verdere details van deze bekende werking voor het vormen van schuim wordt bijvoorbeeld 5 verwezen naar US 5,271,530 en ÜS 5,443,569, welke documenten hierbij door verwijzing in deze aanvraag worden opgenomen. .
Aan het einde van het eerste deel van de slag van de bedieningsknop 6 zal een aan de vloeistofzuiger 8 aangebracht nokelement 18 aan komen te liggen tegen een complementair nokelement 10 19 dat is aangebracht op de vloeistofcilinder 7. Deze stand van de bedieningsknop 6, waarin het nokelement 18 tegen het complementaire nokelement 19 aanligt, is getoond in figuur lb. Doordat de nokelement 18 en 19 tegen elkaar aanliggen, zal bij een verder induwen van de bedieningsknop 6 de vloeistofzuiger 8 niet verder in 15 de vloeistofcilinder 7 kunnen bewegen.
Als gevolg zal bij het verder induwen van de bedieningsknop 6, dat wil zeggen in het tweede deel van de slag, de vloeistofcilinder 7 mee bewegen met de bedieningsknop 6 (en de vloeistofzuiger 8 en de luchtzuiger 10). De ruimte in de pompkamer 12 zal derhalve tijdens 20 het tweede deel van de slag niet kleiner worden, waardoor er ook geen vloeistof zal worden afgegeven aan de mengkamer 14 in dit tweede deel van de slag. Het mee bewegen van de vloeistofcilinder 7 met de bedieningsknop 6 tijdens het tweede deel van de slag, waarbij dus de gehele vloeistofpomp 4 meebeweegt met de bedieningsknop 6, is 25 mogelijk omdat de vloeistofcilinder 7 met het buigzame element 11 is verbonden met het vaste deel van het pompsamenstel 3, in het bijzonder de luchtcilinder 9. Tijdens het tweede deel van de slag van de bedieningsknop 6 zal het buigzame element 11 dus vervormen om het naar beneden bewegen van de vloeistofcilinder 7 mogelijk te 30 maken. In figuur lc is de afgifteinrichting aan het einde van de gehele slag getoond. Het is duidelijk te zien dat de vloeistofcilinder 7 naar beneden is bewogen ten opzichte van de luchtcilinder 9, waarbij het buigzame element 11 is vervormd om deze relatieve beweging van de vloeistofcilinder 7 ten opzichte van de 35 luchtcilinder 9 mogelijk te maken.
De luchtcilinder 9 zal niet mee bewegen met de bedieningsknop tijdens het tweede deel van de slag. De ruimte in de pompkamer 13.
8 van de luchtpomp 5 zal tijdens het tweede deel van de slag wel afnemen, en er zal een lucht worden afgegeven aan de mengkamer, welke lucht door de afgiftedoorgang 15 in de richting van de afgifteopening 16 zal worden geblazen. Deze lucht zal het nog in de 5 afgiftedoorgang 15 aanwezige schuim naar de afgifteopening 16 bewegen, waardoor er tenminste een deel van de afgiftedoorgang 15 vrij is van schuim. Het op deze wijze uit de afgiftedoorgang 15 verwijderde schuim zal dus niet meer in de afgiftedoorgang 15 kunnen opdrogen en daarmee de werking van de afgifteinrichting nadelig 10 kunnen beïnvloeden.
Met voordeel wordt de lucht die tijdens het tweede deel van de slag door de luchtpomp 5 worden verpompt, gebruikt voor het schoon blazen van de zeefjes van het zeefelement 17, omdat met name het indrogen van het schuim in deze zeefjes een nadelig effect kan 15 hebben op de werking van de afgifteinrichting.
Om te zorgen dat de vloeistofcilinder 7 tijdens het eerste deel van de slag in zijn positie blijft, is de kracht die benodigd is voor het vervormen van het buigzame element 11 groter dan de wrijvingskracht tussen de vloeistofcilinder 7 en de vloeistofzuiger 20 8.
De verhouding tussen de krachten die benodigd zijn voor het vervormen van het buigzame element 11 worden met name bepaald door de vorm van het buigzame element 11 en het materiaal waaruit het is vervaardigd.
25 Het wordt verder opgemerkt dat door het vervormen van het buigzame element 11 de ruimte in de luchtpompkamer aan de onderzijde relatief zal toenemen. Dit resulteert erin dat slechts een gedeelte van het volume waarmee de luchtcilinder 9 wordt verkleind door het naar beneden bewegen van de luchtzuiger 10 ook daadwerkelijk wordt 30 verpompt als lucht. Door de vervorming met name aan de binnenzijde, d.w.z. nabij de langshartlijn van de afgifteinrichting 1 te laten plaatsvinden is dit effect van het relatief toenemende volume van de luchtpompkamer 13 als gevolg van de vervorming van het buigzame element 11 relatief klein gehouden.
. 35 Bij het loslaten van de bedieningsknop 6, zal deze bedieningsknop 6 samen met de overige naar beneden bewogen onderdelen, in het bijzonder de vloeistofcilinder 7, vloeistofzuiger 9 8 en luchtzuiger 10, als gevolg van de veerkracht van de veer 20 weer terugkeren naar hun oorspronkelijke posities, waarbij het buigzame element 11 naar zijn oorspronkelijke toestand zal terugkeren. Tijdens deze terugkerende beweging zullen de pompkamer 5 12 van de vloeistofpomp en de pompkamer 13 van de luchtpomp zich weer vullen met vloeistof respectievelijk lucht> zodat bij een opnieuw induwen van de bedieningsknop 6 tijdens een eerste deel van de slag schuim wordt gevormd en afgegeven, en tijdens een tweede deel van de slag lucht door de afgiftedoorgang 15 wordt geblazen 10 voor het schoonmaken daarvan.
In de uitvoeringsvorm van de figuren la-lc is het eerste deel SI van de slag aanzienlijk kleiner dan hèt tweede deel S2 van de slag. In het bijzonder is het eerste deel van de slag ongeveer 20 procent en het tweede deel van de slag ongeveer 80 procent van de 15 totale slag van de bedieningsknop 6. Tijdens het bedienen van de afgifteinrichting 1 zal er tijdens het eerste deel van de slag relatief weinig schuim worden gevormd, terwijl tijdens het tweede deel van de slag relatief veel lucht door de afgiftedoorgang 15 . worden geblazen. Een dergelijke uitvoeringsvorm is in het bijzonder 20 voordelig bij het tot schuim vormen van vloeistoffen, welke vloeistoffen bij het indrogen in de afgiftedoorgang 15, in het bijzonder de zeefjes van het zeefelement 17 een groot nadelig effect op de werking van de afgifteinrichting kunnen hebben, aangezien er na het vormen van het schuim een relatief grote hoeveelheid lucht 25 door de afgiftedoorgang 15 wordt geblazen om deze afgiftedoorgang 15 schoon te maken.
In de uitvoeringsvorm van figuur 2 is daarentegen een uitvoeringsvorm getoond, waarbij het eerste deel SI van de slag juist groter is dan het tweede deel S2 van de slag. In het bijzonder 30 is in deze uitvoeringsvorm het eerste deel van dé slag ongeveer 80 procent en het tweede deel van de slag ongeveer 20 procent van de totale slag S van de bedieningsknop. Dit is in de uitvoering van figuur 2 tot stand gebracht door het nokelement 19 van de vloeistofcilinder 7 te voorzien op een lokatie die lager ligt dan 35 het nokelement 19 in de uitvoeringsvorm van figuren la-lc. Hierdoor is in rusttoestand van de afgifteinrichting volgens figuur 2 de afstand tussen de nokelementen 18 en 19 groter, waardoor de afstand 10 die tijdens het eerste deel van de slag van de bedieningsknop 6 moeten worden overbrugd ook groter is, terwijl het tweede deel van de slag overeenkomstig kleiner is.
Er zal bij het bedienen van deze uitvoeringsvorm van de 5 afgifteinrichting dus relatief veel schuim worden gevormd tijdens het eerste deel van de slag, terwijl er daarna tijdens het tweede deel van de slag relatief weinig lucht door de afgiftedoorgang 15 wordt geblazen voor het schoonmaken daarvan. Een dergelijke uitvoeringsvorm kan in het bijzonder van voordeel zijn bij 10 vloeistoffen waarvan het indrogen in de afgiftedoorgang 15 een relatief lage nadelig effect heeft op de werking van de afgifteinrichting en/of welke eenvoudig en snel uit de afgiftedoorgang 15 te blazen zijn met een relatief kleine hoeveelheid lucht.
15 Het zal voor de vakman duidelijk zijn dat voor de keuze voor de verhouding tussen de lengte van het eerste deel van de slag en de tweede slag afhankelijk zal zijn van de toepassing waarvoor de afgifteinrichting wordt gebruikt. In het algemeen geldt, hoe belangrijker en/of moeilijker het is om het schuim uit de 20 afgiftedoorgang te blazen hoe relatief groter het tweede deel van de slag zal zijn.
In de figuren 3a-3c is een alternatieve uitvoeringsvorm van de afgifteinrichting volgens de uitvinding getoond. Dezelfde of soortgelijke onderdelen zijn in deze figuren met dezelfde 25 verwijzingscijfers aangegeven. De afgifteinrichting werkt in hoofdzaak overeenkomstig aan de hierboven in verband met de figuren la-lc en 2 beschreven afgifteinrichtingen.
In figuur 3a is de afgifteinrichting in de rusttoestand getoond, d.w.z. aan het begin van de slag. De vloeistofcilinder 7 is 30 telescopisch beweegbaar in de luchtcilinder 9 aangebracht, waarbij een afdichting 23 de aansluiting tussen de vloeistofcilinder 7 en de luchtcilinder 9 afdicht. De vloeistofcilinder 7 wordt door een veer 24 in een bovenste stand gehouden.
Indien de bedieningsknop naar beneden wordt geduwd uit de 35 getoonde rusttoestand zullen de vloeistofzuiger 8 en de luchtzuiger 10 naar beneden bewegen, waardoor de volumes in de vloeistofpomp 4 respectievelijk luchtpomp 5 zullen afnemen. Als gevolg zal er door 11 de vloeistofpomp 4 vloeistof en door de luchtpomp 5 lucht naar de mengkamer 14 worden afgegeven. Daar zal schuim worden gevormd dat door de afgiftedoorgang 15 en het zeefelement 17 zal stromen om te worden afgegeven door de afgifteopening 16.
5 Zoals te zien is in figuur 3b zal aan het einde van het eerste deel SI van de slag S het nokelement 18 aanliggen tegen het nokelement 19, waardoor een verder bewegen van de vloeistofzuiger 8 in de vloeistofcilinder 7 niet meer mogelijk is. Wanneer nu de bedieningsknop 6 verder wordt ingeduwd zullen, tijdens het tweede 10 deel S2 van de slag S, de zuigers 8 en 10 van de vloeistofpomp 4 respectievelijk luchtpomp 5 verder naar beneden bewegen, waarbij door de tegen elkaar liggende nokelementen 18 en 19 tevens de vloeistofcilinder 7 tegelijk met de beide zuigers 8 en 10 zal meebewegen. Als gevolg zal de vloeistofpomp 4 geen vloeistof afgeven 15 naar de mengkamer 14, maar de luchtpomp zal wel lucht afgeven naar de mengkamer en vervolgens de afgiftedoorgang 15 waardoor de afgiftedoorgang tenminste gedeeltelijk zal worden schoongeblazen.
Tijdens het tweede deel S2 van de slag zal de vloeistofcilinder 7 verschuiven ten opzichte van de luchtcilinder 9, waarbij de veer 20 24 wordt ingeduwd. In figuur 3c is de afgifteinrichting aan het einde van het tweede deel S2 van de slag S getoond. Ook tijdens het tweede deel S2 van de slag zal de afdichting 23 de luchtpompkamer afdichten ten opzichte van het inwendige van de houder 1.
Opgemerkt wordt dat de veerkracht van de veer 24 bij voorkeur 25 groter is dan de wrijvingskracht die optreedt tussen de vloeistofzuiger 8 en de vloeistofcilinder 7, om ervoor zorg te dragen dat de veer 24 pas in het tweede deel van de slag kan worden ingedrukt.
Wanneer de bedieningsknop 6 in deze stand wordt losgelaten zal 30 door de veerkracht van de veren 20 en 24 de afgifteinrichting terugbewegen naar de rusttoestand zoals getoond in figuur 3a, waarbij de vloeistofcilinder 7 ook terugkeert naar zijn oorspronkelijke positie, zoals getoond in figuur 3a.
Het zal voor de vakman duidelijk zijn dat ook bij deze 35 uitvoeringsvorm het mogelijk is de verhouding tussen het eerste deel SI van de slag en het tweede deel S2 van de slag in te stellen op basis van de afstand tussen de nokelementen 18 en 19 in de 12 rusttoestand als deel van de gehele slag S. Deze afstand bepaalt immers het eerste deel SI van de slag.
Verder wordt er in deze uitvoeringsvorm geen gebruik gemaakt van een buigzame verbinding tussen de luchtcilinder 9 en de 5 vloeistofcilinder 7. Het genoemde effect van het relatief vergrotende volume van de luchtpompkamer als gevolg van het vervormen van het buigzame element treedt hier niet op.
In de figuren 4a-4c is een andere alternatieve uitvoeringsvorm van de afgifteinrichting volgens de uitvinding getoond. Ook in de 10 uitvoeringsvorm van de figuren 4a-4c zijn dezelfde of soortgelijke onderdelen met dezelfde verwijzingscijfers aangegeven. De afgifteinrichting werkt in hoofdzaak overeenkomstig aan de hierboven in verband met de figuren la-lc, 2 en 3a-3c beschreven afgifteinrichtingen.
15 In de uitvoeringsvorm van figuren 4a-4c is het buigzame element 11 van de uitvoeringsvormen van de figuren la-lc en 2 vervangen door een balgelement 11. Dit balgelement 11 heeft dezelfde functie als het buigzame element 11, namelijk het verschaffen van een buigzame, bij voorkeur elastische verbinding tussen de luchtcilinder 9 en de 20 vloeistofcilinder 7 om het bewegen van de vloeistofcilinder 7 ten opzicht van de luchtcilinder 9 tijdens het tweede deel S2 van de slag S mogelijk te maken.
Het balgelement 11 heeft echter niet het effect van een relatief vergrotende luchtkamer van de luchtpomp als gevolg van het 25 vervormen van het balgelement 11. Dus tijdens het tweede deel S2 van de slag zal een relatief grotere hoeveelheid lucht worden verpompt door de luchtpomp waardoor het schoonblaaseffect wordt vergroot.
In figuur 4a is de afgifteinrichting getoond in de rusttoestand. Tijdens het eerste deel SI van de slag zullen de 30 vloeistofpomp 4 en de luchtpomp 5 vloeistof respectievelijk lucht afgeven voor het vormen en afgeven van een schuim. Aan het einde van het eerste deel van de slag (zie figuur 4b) zullen de nokelementen 18 en 19 tegen elkaar komen te liggen, waardoor de vloeistofzuiger 8 niet verder in de vloeistofcilinder 7 kan bewegen.
35 Bij het verder indrukken van de bedieningsknop zal de vloeistofcilinder 7 met de bedieningsknop 6 en de zuigers 8 en 10 meebewegen, en zal er als gevolg geen vloeistof meer door de 13 vloeistofpomp worden afgegeven. Daarbij wordt de balg ingeduwd (zie bijvoorbeeld figuur 4c aan het einde van de slag S). Wel zal er lucht door de luchtpomp 5.worden afgegeven waarmee de afgiftedoorgang en de zeefjes van het zeefelement tenminste 5 gedeeltelijk worden schoongeblazen.
Na het loslaten van de bedieningsknop 6 zal de afgifteinrichting weer terugkeren naar de rusttoestand zoals getoond in figuur 4a. .
In de uitvoeringsvormen volgens figuren la-lc, 2, 3a-3c en 4a-10 4c wordt de overgang tussen het eerste deel van de slag van de bedieningsknop 6 en het tweede deel van de slag verkregen door het koppelen van de gehele vloeistofpomp met de bedieningsknop, zodat tijdens het tweede deel van de slag de gehele vloeistofpomp mee beweegt met de bedieningsknop. Dit is een eerste wijze waarop 15 volgens de uitvinding tot stand wordt gebracht dat tijdens het eerste deel van de slag schuim wordt gevormd, terwijl tijdens het tweede deel van de slag alleen lucht aan de mengkamer wordt afgegeven om de afgiftedoorgang schoon te blazen.
Volgens een tweede wijze het opdelen van de slag in een eerste 20 deel en een tweede deel tot stand wordt gebracht, waarbij in het tweede deel van de slag de vloeistof die wordt verpompt door de vloeistofpomp, wordt terug geleid naar de houder. Het is een dergelijke uitvoeringsvorm dus niet nodig de werking van de vloeistofpomp te onderbreken.
25 In een uitvoeringsvorm is het bijvoorbeeld mogelijk om een verdere vloeistofstroom door de vloeistofzuiger te voorkomen, door bijvoorbeeld het open uiteinde van de vloeistofzuiger aan het einde van het eerste deel van de slag met een afsluitelement af te sluiten, en door verder een overdrukklep te verschaffen nabij het 30 onderuiteinde van de vloeistofcilinder, welke zal openen door de toenemende druk in de vloeistofcilinder als gevolg van het afsluiten van vloeistofzuiger. Bijvoorbeeld is het mogelijk om de vloeistofinlaatklep tevens uit te voeren als overdrukklep. Bij het bedienen van de bedieningsknop zal nu tijdens het eerste deel van de 35 slag schuim worden gevormd en afgegeven. Tijdens het tweede deel van de slag zal lucht door de luchtpomp worden afgegeven aan de mengkamer, terwijl de vloeistof die door het afnemen van de ruimte 14 in de pompkamer van vloeistofpomp wordt verpompt terug zal stromen naar de vloeistof houder.
Een voorbeeld van een uitvoeringsvorm volgens de tweede wijze is getoond in Figuren 5a-5c, welk een gedeelte van een pompsamenstel 5 103 toont. Het pompsamenstel 103 omvat een vloeistofpomp 104 met een vloeistofcilinder 107 en een vloeistofzuiger 108 en een luchtpomp 105 met een luchtcilinder 109 en een luchtzuiger 110. Bij het naar beneden duwen van de gemeenschappelijke bedieningsknop 106 tijdens het eerste deel SI van de slag van de gehele slag S zal door het 10 naar beneden bewegen van de zuigers 108, 110 de ruimte in de vloeistofpompkamer 112 en de luchtpompkamer 113 afnemen, waardoor vloeistof en lucht in de mengkamer 114 tot een schuim worden gevormd.
. Aan het eind van het eerste deel SI van de slag, zoals getoond 15 in figuur 5b zal het afsluitelement.121 de onderzijde van de vloeistofzuiger 108 afsluiten waardoor er geen verdere vloeistof door de zuiger naar de mengkamer 114 zal kunnen stromen. Omdat daarbij de druk in het inwendige van de vloeistofzuiger 108 niet verder zal toenemen, zal er ook geen vloeistof meer aan de mengkamer 20 worden afgegeven. Verder zal in de vloeistofpompkamer 112 onder de vloeistofzuiger 108 de druk verder zal toenemen zal de overdrukklep 122 openen, waardoor de vloeistof die tijdens het tweede deel S2 van de slag verpompt wordt door het kleiner wordende gedeelte van de vloeistofpompkamer 112 onder de vloeistofzuiger 108, wordt 25 teruggeleid naar de houder.
Tijdens het tweede deel S2 van de slag zal de luchtpomp 105 lucht pompen naar de mengkamer 114 en het overige deel van de afgiftedoorgang met welke lucht deze schoon kan worden geblazen. In figuur 5c is de afgifteinrichting aan het einde van de slag S 30 getoond.
De overdrukklep 122 die ook dient als inlaatklep voor de vloeistof werkt als volgt. De kogel 123 ligt op de zitting 124. Bij afnemende druk in de vloeistofpompkamer (in de opgaande slag) zal de kogel 123 van de zitting 124 worden gelicht en vloeistof in de 35 vloeistofpompkamer worden gezogen.
Bij de neergaande slag S zal tijdens het eerste deel SI de kogel 123 op de zitting 124 worden gedrukt waardoor er geen 15 vloeistof door de klep 122 naar de houder kan lopen^ Aangezien tijdens het tweede deel van de slag de druk in de vloeistofpompkamer onder de zuiger snel zal toenemen zal de zitting tegen de veerspanning van veer 125 in naar beneden worden geduwd terwijl de 5 kogel 123 wordt tegengehouden door het nokelement 126. Als gevolg zal de zitting 124 loskomen van de kogel 123 waardoor vloeistof terug kan stromen naar de houder.
Volgens een derde wijze voor het opdelen van de slag in een eerste deel, waarin schuim wordt gevormd en een tweede deel waarin 10 alleen lucht naar de afgiftedoorgang wordt afgegeven, is de afgifteinrichting zodanig uitgevoerd dat aan het einde van het eerste deel van de slag het bedieningselement wordt losgekoppeld van de vloeistofpomp, zodat deze in het tweede deel van de slag niet meer wordt bediend.
15 Een uitvoeringsvorm volgens deze derde wijze is getoond in figuren 6a-6c. De afgifteinrichting volgens figuren 6a-6c is voor een groot deel overeenkomstig aan de hiervoor beschreven afgifteinrichtingen opgebouwd. Derhalve zijn voor overeenkomstige onderdelen overeenkomstige verwijzingcijfers gebruikt. Op de punten 20 waar de afgifteinrichting van figuur 4 afwijkt ten opzichte van de afgifteinrichting volgens de figuren la-lc, zal hiernavolgend worden ingegaan.
De werking van de afgifteinrichting .1 van figuur 4 komt tijdens het eerste deel SI van de slag van de gehele slag S van de 25 bedieningsknop in hoofdzaak overeen met de werking van de eerder beschreven afgifteinrichting volgens de figuren la-lc. Tijdens het bedienen van de bedieningsknop 6 worden de vloeistofpomp 4 en de luchtpomp 5 bediend om vloeistof en lucht af te. geven aan de mengkamer 14, waar een schuim wordt gevormd dat door de 30 afgiftedoorgang 15 wordt afgegeven bij de afgifteopening 16. In de afgiftedoorgang 15 wordt het schuim verfijnd en gehomogeniseerd door de zeefjes van het zeefelement 17.
Aan het einde van het eerste deel SI van de slag, zal het nokelement 18 van de vloeistofzuiger 8 aan komen te liggen tegen het 35 nokelement 19 van de vloeistofcilinder 7, zoals dit getoond is in figuur 6b. Bij het verder naar beneden duwen van de bedieningsknop 6, zal de vloeistofzuiger 8 dus niet meer kunnen bewegen ten 16 opzichte van de vloeistofcilinder 7. Echter in de uitvoeringsvorm van figuur 3 is het verbindingselement 11 dat de vloeistofcilinder 7 met de luchtcilinder 9 verbindt stijf uitgevoerd# zodat het niet mogelijk is dat de gehele vloeistofpomp 4 tijdens het tweede deel 5 van de slag mee beweegt met de bedieningsknop 6. In figuur 6c is de afgifteinrichting aan het einde van het tweede deel S2 van de slag getoond.
In tegenstelling daartoe is een veer 25 tussen de bedieningsknop 6 en de vloeistofzuiger 8 geplaatst. Voor de montage 10 van de veer 25 is een afsteunonderdeel 26 geplaatst. De luchtzuiger 10 is echter direct met de bedieningsknop 6 verbonden. De veer 21 kan dus tijdens het tweede deel S2 van de slag worden ingeduwd# zodat de vloeistofcilinder 7 en de vloeistofzuiger 8 die met de nokelementen 18 en 19 met elkaar zijn gekoppeld# niet ten opzichte 15 van elkaar behoeven te bewegen.
De luchtzuiger 10 zal dus tijdens het tweede deel van de slag ten opzichte van de luchtcilinder 9 bewegen en derhalve lucht verpompen naar de afgiftedoorgang voor het schoonblazen daarvan. De vloeistofzuiger 8 zal dan niet bewegen ten opzichte van de 20 vloeistofcilinder 7, zodat er geen vloeistof wordt afgegeven tijdens het tweede deel van de slag.
In figuur 7 is een alternatieve locatie voor de veer 25 getoond. De veer 25 is hier tussen de luchtzuiger 10 en het nokelement 19 geplaatst, zodat ook hier als gevolg van het indrukken 25 van de veer 25 de luchtzuiger 10 verder naar beneden kan bewegen terwijl de vloeistofzuiger is gekoppeld met de vloeistofcilinder 8 zodat deze niet verder ten opzichte van elkaar bewegen tijdens het tweede deell van de slag.
Als alternatief voor het veerelement 25 is het ook mogelijk een 30 balgachtig of op andere wijze buigzaam onderdeel te gebruiken dat tijdens het tweede deel van de slag van de bedieningsknop kan worden ingeduwd. Het is ook mogelijk het in te duwen gedeelte 25 te voorzien als onderdeel van de vloeistofzuiger 8 of de bedieningsknop, waarbij het wel moet zijn voorkomen dat bij het 35 induwen van het gedeelte 21 de ruimte in pompkamer 12 van de vloeistofpomp 4 niet kleiner wordt.
1031092
Claims (22)
1. Schuim-afgifteinrichting omvattende een pompsamenstel, welk pompsamenstel een vloeistofpomp en een luchtpomp omvat die te 5 bedienen zijn door middel van een ten opzichte van een vast deel van het pompsamenstel beweegbaar gemeenschappelijk bedieningselement voor het afgeven van een vloeistof respectievelijk lucht naar een gemeenschappelijke afgiftedoorgang waar de vloeistof en de lucht tot een schuim worden gevormd, waarbij het bedieningselement een slag 10 kan maken voor het bedienen van de vloeistofpomp en de luchtpomp, met het kenmerk, dat de schuim-afgifteinrichting is ingericht om tijdens een eerste deel van de slag zowel vloeistof uit de vloeistofpomp als lucht uit luchtpomp af te geven naar de afgiftedoorgang voor het vormen van een schuim, en tijdens een 15 tweede deel van de slag alleen lucht uit de luchtpomp af te geven naar de afgiftedoorgang.
2. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 1, waarbij tijdens het tweede deel van de slag van het bedieningselement de gehele 20 vloeistofpomp meebeweegt met het bedieningselement.
3. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 1, waarbij de vloeistofpomp beweegbaar is verbonden met het vaste deel van het pompsamenstel. 25
4. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 1, waarbij de vloeistofpomp een eerste pompdeel en een tweede pompdeel omvat, welk eerste pompdeel en tweede pompdeel tenminste gedeeltelijk een pompkamer begrenzen, waarbij het eerste pompdeel is verbonden met 30 het gemeenschappelijke bedieningselement en waarbij het tweede pompdeel is verbonden met het vaste deel van het pompsamenstel, waarbij het eerste pompdeel tijdens het eerste deel van de slag beweegbaar is ten opzichte van het tweede pompdeel, en waarbij de schuimafgifteinrichting een koppelinrichting omvat welke aan het 35 einde van het eerste deel van de slag het eerste pompdeel en het tweede pompdeel koppelt, zodanig dat tijdens het tweede deel van de 1 0 3 1 0 92 slag het eerste en het tweede pompdeel niet beweegbaar zijn ten opzichte van elkaar.
5. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 4, waarbij de 5 koppelinrichting een eerste nokelement voorzien op het eerste pompdeel en een tweede nokelement op het tweede pompdeel omvatten, welk eerste en tweede nokelement aan het einde van het eerste deel van de slag tegen elkaar aanliggen.
6. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 4, waarbij het tweede pompdeel via een buigzame verbinding is verbonden met het vaste deel van de pompsamenstel, zodanig dat tijdens het tweede deel van de slag onder vervorming van de buigzame verbinding de gehele vloeistofpomp is gekoppeld met het bedieningselement. 15
7. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 4, waarbij het eerste pompdeel een vloeistofzuiger en het tweede pompdeel een vloeistofcilinder is, en waarbij het vaste deel van het pompsamenstel wordt gevormd door een luchtcilinder van de luchtpomp. 20
8. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 7, waarbij de vloeistofcilinder en de luchtcilinder beweegbaar ten opzichte van elkaar zijn verbonden door middel van een buigzaam onderdeel.
9. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 7, waarbij de vloeistofcilinder telescopisch beweegbaar is ten opzichte van de luchtcilinder.
10. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 7, waarbij de 30 vloeistofcilinder concentrisch is .opgesteld ten opzichte van de luchtcilinder.
12. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 9 en 10, waarbij de vloeistofcilinder telescopisch schuifbaar beweegbaar is in een 35 afdichtende aansluiting van de luchtcilinder.
13. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 7, waarbij de afgifteinrichting een veerelement omvat welke veerelement de vloeistofcilinder onder voorspanning plaatst naar een rustuitgangspositie ten opzichte van de luchtcilinder. 5
14. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 4, waarbij het eerste pompdeel via een buigzame verbinding is verbonden met het bedieningselement, zodanig dat tijdens het tweede deel van de slag onder vervorming van de buigzame verbinding de vloeistofpomp is 10 losgekoppeld van het bedieningselement.
15. Schuim-afgifte-inrichting volgens conclusie 1, waarbij tijdens het tweede deel van de slag vloeistof die door de vloeistofpomp wordt verpompt wordt teruggevoerd naar de houder. 15
16. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 1, waarbij een pompkamer van de vloeistofpomp een eerste vloeistofuitlaatklep omvat die de pompkamer in communicatie kan brengen met de afgiftedoorgang, en een tweede vloeistofuitlaatklep die de pompkamer in communicatie 20 kan brengen met de houder, waarbij tijdens het eerste deel van de slag vloeistof die door de vloeistofpomp wordt verpompt wordt afgegeven via de eerste vloeistofuitlaatklep en tijdens het tweede deel van de slag via de tweede vloeistofuitlaatklep.
17. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 16, waarbij de vloeistofpomp een afsluitelement heeft voor het sluiten van de eerste vloeistofuitlaatklep.
18. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 16, waarbij de 30 vloeistofpomp een afsluitelement heeft voor het afsluiten van een gedeelte van de pompkamer, in welk gedeelte de eerste vloeistofuitlaatklep is gelegen.
19. Schuim-afgifteinrichting volgens conclusie 16, waarbij de 35 tweede vloeistofuitlaatklep een overdrukklep is die opent als gevolg van de druk die ontstaat in de pompkamer na het afsluiten van de eerste vloeistofuitlaatklep.
20. Werkwijze voor het afgeven van een schuim met een schuim-afgifteinrichting omvattende een pompsamenstel, welk pompsamenstel een vloeistofpomp en een luchtpomp omvat die te bedienen zijn door 5 middel van een gemeenschappelijk bedieningselement voor het afgeven van een vloeistof respectievelijk lucht naar een gemeenschappelijke afgiftedoorgang waar de vloeistof en de lucht tot een schuim worden gevormd, welk bedieningselement een slag kan maken voor het bedienen van de vloeistofpomp en de luchtpomp, gekenmerkt doordat tijdens een 10 eerste deel van de slag van het bedieningselement zowel de vloeistofpomp als de luchtpomp worden bediend om vloeistof respectievelijk lucht af te geven voor het vormen van een schuim, en dat tijdens een tweede deel van de slag van het bedieningselement alleen de luchtpomp wordt bediend om lucht af te geven in ten minste 15 een deel van de gemeenschappelijke afgiftedoorgang.
21. Werkwijze volgens conclusie 20, waarbij tijdens het tweede deel van de slag de gehele vloeistofpomp wordt meebewogen met het bedieningselement.
22. Werkwijze volgens conclusie 20, waarbij tijdens het tweede deel van de slag de gehele vloeistofpomp wordt losgekoppeld van het bedieningselement.
23. Werkwijze volgens conclusie 20, waarbij tijdens het tweede deel van de slag de vloeistof die wordt verpompt door de vloeistofpomp wordt teruggeleid naar de houder. 4 t\ Ί 1 ft 0 9
Priority Applications (11)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1031092A NL1031092C2 (nl) | 2006-02-07 | 2006-02-07 | Zelfreinigende schuimafgifteinrichting. |
TW096104285A TW200800409A (en) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | Self cleaning foam dispensing device |
RU2008135953/05A RU2424856C2 (ru) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | Самоочищающееся устройство для дозирования пены |
BRPI0706766-6A BRPI0706766B1 (pt) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | Dispositivo e método para distribuição de espuma |
EP07715834.3A EP1981646B1 (en) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | Self-cleaning foam-dispensing device |
CN2007800043946A CN101378840B (zh) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | 自清洁式泡沫分配装置 |
KR1020087021665A KR101307429B1 (ko) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | 자기 정화식 거품 분배 장치 |
CA2640084A CA2640084C (en) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | Self-cleaning foam-dispensing device |
PCT/NL2007/000035 WO2007091882A1 (en) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | Self-cleaning foam-dispensing device |
US12/162,815 US8292127B2 (en) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | Self-cleaning foam-dispensing device |
JP2008553189A JP5112337B2 (ja) | 2006-02-07 | 2007-02-06 | 自己浄化式泡吐出装置および泡吐出方法 |
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1031092 | 2006-02-07 | ||
NL1031092A NL1031092C2 (nl) | 2006-02-07 | 2006-02-07 | Zelfreinigende schuimafgifteinrichting. |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL1031092C2 true NL1031092C2 (nl) | 2007-08-08 |
Family
ID=36926343
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL1031092A NL1031092C2 (nl) | 2006-02-07 | 2006-02-07 | Zelfreinigende schuimafgifteinrichting. |
Country Status (11)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US8292127B2 (nl) |
EP (1) | EP1981646B1 (nl) |
JP (1) | JP5112337B2 (nl) |
KR (1) | KR101307429B1 (nl) |
CN (1) | CN101378840B (nl) |
BR (1) | BRPI0706766B1 (nl) |
CA (1) | CA2640084C (nl) |
NL (1) | NL1031092C2 (nl) |
RU (1) | RU2424856C2 (nl) |
TW (1) | TW200800409A (nl) |
WO (1) | WO2007091882A1 (nl) |
Families Citing this family (39)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
EP2040851B1 (en) * | 2006-07-11 | 2010-10-13 | Rexam Airspray N.V. | Foam dispenser |
EA014598B1 (ru) | 2007-01-16 | 2010-12-30 | Ойстершелл Н.В. | Пенящаяся композиция для уничтожения членистоногих и ее применение |
NZ585195A (en) * | 2007-11-01 | 2012-09-28 | Pibed Ltd | A pump and dispenser for dispensing foamed soap liquids |
US8205809B2 (en) * | 2008-01-30 | 2012-06-26 | Gojo Industries, Inc. | Atomizing foam pump |
JP5389557B2 (ja) * | 2009-07-21 | 2014-01-15 | 花王株式会社 | 泡吐出器 |
JP5389561B2 (ja) * | 2009-07-23 | 2014-01-15 | 花王株式会社 | 泡吐出器 |
DE102010001375A1 (de) | 2010-01-29 | 2011-08-04 | Henkel AG & Co. KGaA, 40589 | Schaumförmige Färbemittel II |
JP2011200766A (ja) * | 2010-03-24 | 2011-10-13 | Kao Corp | 噴霧器 |
US20110272488A1 (en) * | 2010-05-10 | 2011-11-10 | Baughman Gary M | Foam dispenser |
CN103370141B (zh) * | 2011-01-31 | 2016-11-09 | 株式会社吉野工业所 | 泡沫喷出器 |
JP5650027B2 (ja) * | 2011-03-23 | 2015-01-07 | 株式会社ライフプラテック | 泡ポンプの空気弁構造 |
DE102011079922A1 (de) | 2011-07-27 | 2013-01-31 | Henkel Ag & Co. Kgaa | Aufhellverfahren mit Blondiermousse |
US8360283B1 (en) * | 2011-08-17 | 2013-01-29 | Zhejiang JM Industry Co., Ltd | Liquid foaming pump |
CN104105645B (zh) | 2012-02-09 | 2016-08-17 | 大和制罐株式会社 | 泵式喷出容器 |
US8814005B2 (en) | 2012-04-27 | 2014-08-26 | Pibed Limited | Foam dispenser |
NL2009084C2 (en) * | 2012-06-29 | 2013-12-31 | Rexam Airspray Nv | Foam dispensing assembly. |
US9220377B2 (en) * | 2012-08-02 | 2015-12-29 | Rubbermaid Commercial Products, Llc | Foam dispensing pump with decompression feature |
KR101377602B1 (ko) * | 2012-10-09 | 2014-04-01 | 김태현 | 포밍펌프 |
CN104853995B (zh) | 2012-12-20 | 2017-06-09 | 里克公司 | 具有可逆阀的泡沫分配器 |
DE102013225585A1 (de) | 2013-12-11 | 2015-06-11 | Henkel Ag & Co. Kgaa | Schaumförmige Färbemittel mit verbesserten Applikationseigenschaften |
USD750961S1 (en) * | 2014-03-28 | 2016-03-08 | Canamerica, Llc | Dispenser |
USD750962S1 (en) * | 2014-03-28 | 2016-03-08 | Canamerica, Llc | Dispenser |
US10616954B2 (en) | 2014-04-17 | 2020-04-07 | S. C. Johnson & Son, Inc. | Electrical barrier for wax warmer |
US9655168B2 (en) | 2014-04-17 | 2017-05-16 | S.C. Johnson & Son, Inc. | Electrical barrier for wax warmer |
JP6789826B2 (ja) * | 2014-05-12 | 2020-11-25 | デブ アイピー リミティド | 改良された泡ポンプ |
US20160121351A1 (en) * | 2014-11-04 | 2016-05-05 | Gojo Industries, Inc. | Double acting bladder pump |
DE102014226752A1 (de) | 2014-12-22 | 2016-06-23 | Henkel Ag & Co. Kgaa | Schaumförmige direktziehende Färbemittel |
NL2015694B1 (en) * | 2015-10-30 | 2017-05-31 | Dispensing Tech Bv | System and method for dispensing a liquid foam, in particular a direct-foam cleaning product. |
USD816498S1 (en) | 2015-12-08 | 2018-05-01 | Galderma Research & Development | Foam pump dispenser |
US10058744B1 (en) * | 2016-04-28 | 2018-08-28 | Vincent G. Yost | Golf equipment washing mechanism for use on conventional golf ball washers |
US10286262B1 (en) * | 2016-04-28 | 2019-05-14 | Vincent G. Yost | Golf equipment washing mechanism for use on conventional golf ball washers |
DE102016108447A1 (de) * | 2016-05-06 | 2017-11-09 | S O L O Kleinmotoren Gesellschaft Mit Beschränkter Haftung | Verschäumungseinheit zum Erzeugen von Schaum aus einem Gemisch aus Gas und Flüssigkeit sowie Sprühgerät zum Erzeugen und Verteilen von Schaum |
JP6540723B2 (ja) * | 2017-01-27 | 2019-07-10 | 株式会社 徳武製作所 | ポンプディスペンサーとこれを装着してなる容器 |
FR3064471B1 (fr) | 2017-03-31 | 2020-11-06 | Oreal | Composition cosmetique biphase et traitement cosmetique des matieres keratiniques |
DE102017206087A1 (de) | 2017-04-10 | 2018-10-11 | Henkel Ag & Co. Kgaa | Verfahren und Kit zum Färben von Haaren mit Säurefarbstoffen |
CN111982429B (zh) * | 2020-08-20 | 2022-06-07 | 珠海市科进自动化设备有限公司 | 一种泡沫泵泵体检测设备 |
BE1028847A9 (nl) | 2020-12-01 | 2022-07-11 | Oystershell Nv | Samenstelling voor het doden van geleedpotigen en toepassingen daarvan |
US11330816B1 (en) | 2020-12-01 | 2022-05-17 | Oystershell Nv | Composition for killing arthropods and uses thereof |
EP4227006A1 (en) * | 2022-02-14 | 2023-08-16 | Kao Germany GmbH | Pump housing arrangement and use of a dispenser pump |
Citations (3)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US5443185A (en) * | 1990-11-09 | 1995-08-22 | Ing. Erich Pfeiffer Gmbh & Co. K.G. | Dispenser for media |
US5570840A (en) * | 1994-10-14 | 1996-11-05 | Fourth And Long, Inc. | Hand-held spraying apparatus |
DE19618318A1 (de) * | 1995-05-10 | 1996-11-14 | Guala Spa | Pumpvorrichtung für Flüssigkeitszerstäuber mit Luft als Zerstäubungsfluid |
Family Cites Families (11)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
DE3722470A1 (de) * | 1987-07-08 | 1989-01-19 | Pfeiffer Erich Gmbh & Co Kg | Handbetaetigbare austragvorrichtung fuer medien |
US5271530A (en) | 1990-11-07 | 1993-12-21 | Daiwa Can Company | Foam dispensing pump container |
JPH0669161U (ja) | 1993-03-05 | 1994-09-27 | 大和製罐株式会社 | ポンプ式泡出し容器 |
JPH07300150A (ja) | 1994-04-28 | 1995-11-14 | Mitani Valve:Kk | 泡噴出容器 |
JP3215641B2 (ja) | 1996-12-26 | 2001-10-09 | 株式会社吉野工業所 | 泡噴出ポンプ容器 |
AU3049599A (en) * | 1998-04-17 | 1999-11-08 | Keltub B.V. | Foam spraying device |
EP1147818A1 (de) | 2000-04-20 | 2001-10-24 | Supermatic Kunststoff Ag | Vorrichtung zur Erzeugung und Abgabe von Schaum. |
US6612468B2 (en) * | 2000-09-15 | 2003-09-02 | Rieke Corporation | Dispenser pumps |
DK1491124T3 (da) * | 2003-06-26 | 2005-12-19 | Qts Srl | Dispenser til skummende rengöringsmidler |
US7004356B1 (en) * | 2003-07-28 | 2006-02-28 | Joseph S. Kanfer | Foam producing pump with anti-drip feature |
JP4489568B2 (ja) * | 2004-11-30 | 2010-06-23 | 株式会社吉野工業所 | フォーマーディスペンサー |
-
2006
- 2006-02-07 NL NL1031092A patent/NL1031092C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2007
- 2007-02-06 US US12/162,815 patent/US8292127B2/en active Active
- 2007-02-06 RU RU2008135953/05A patent/RU2424856C2/ru not_active IP Right Cessation
- 2007-02-06 EP EP07715834.3A patent/EP1981646B1/en not_active Not-in-force
- 2007-02-06 BR BRPI0706766-6A patent/BRPI0706766B1/pt not_active IP Right Cessation
- 2007-02-06 WO PCT/NL2007/000035 patent/WO2007091882A1/en active Application Filing
- 2007-02-06 JP JP2008553189A patent/JP5112337B2/ja not_active Expired - Fee Related
- 2007-02-06 TW TW096104285A patent/TW200800409A/zh unknown
- 2007-02-06 CA CA2640084A patent/CA2640084C/en not_active Expired - Fee Related
- 2007-02-06 CN CN2007800043946A patent/CN101378840B/zh not_active Expired - Fee Related
- 2007-02-06 KR KR1020087021665A patent/KR101307429B1/ko not_active IP Right Cessation
Patent Citations (3)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US5443185A (en) * | 1990-11-09 | 1995-08-22 | Ing. Erich Pfeiffer Gmbh & Co. K.G. | Dispenser for media |
US5570840A (en) * | 1994-10-14 | 1996-11-05 | Fourth And Long, Inc. | Hand-held spraying apparatus |
DE19618318A1 (de) * | 1995-05-10 | 1996-11-14 | Guala Spa | Pumpvorrichtung für Flüssigkeitszerstäuber mit Luft als Zerstäubungsfluid |
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
WO2007091882A1 (en) | 2007-08-16 |
RU2008135953A (ru) | 2010-03-20 |
US8292127B2 (en) | 2012-10-23 |
KR101307429B1 (ko) | 2013-09-12 |
BRPI0706766A2 (pt) | 2011-04-05 |
CA2640084A1 (en) | 2007-08-16 |
CA2640084C (en) | 2014-04-01 |
KR20080108094A (ko) | 2008-12-11 |
JP2009525845A (ja) | 2009-07-16 |
US20090020552A1 (en) | 2009-01-22 |
RU2424856C2 (ru) | 2011-07-27 |
CN101378840B (zh) | 2012-05-09 |
JP5112337B2 (ja) | 2013-01-09 |
BRPI0706766B1 (pt) | 2020-09-08 |
CN101378840A (zh) | 2009-03-04 |
EP1981646B1 (en) | 2013-04-17 |
TW200800409A (en) | 2008-01-01 |
EP1981646A1 (en) | 2008-10-22 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL1031092C2 (nl) | Zelfreinigende schuimafgifteinrichting. | |
NL1016694C2 (nl) | Schuimvormingseenheid. | |
NL1030993C2 (nl) | Knijpschuimvormer. | |
AU2001268841B2 (en) | Pump for dispensing flowable material | |
JP5562852B2 (ja) | 発泡分配装置 | |
JP5587071B2 (ja) | ドローバックプッシュポンプ | |
NL1028827C2 (nl) | Afgifte-eenheid. | |
DK2582467T3 (en) | Foam pump | |
EP2446971B1 (en) | Telescopic piston for pump | |
CN108235727B (zh) | 测定剂量的分配器及其使用方法 | |
NL1033031C2 (nl) | Schuimvormsamenstel, knijpschuimvormer en afgifteinrichting. | |
EP1920694B1 (en) | Vacuum switch multi reservoir dispenser | |
AU2001268841A1 (en) | Pump for dispensing flowable material | |
CN104936497A (zh) | 双液分配系统、再充填器和双液泵 | |
JP4854731B2 (ja) | 段付きポンプ式泡ディスペンサー | |
US9730538B2 (en) | Surface tension condiment dispenser | |
JP2016539867A (ja) | 容器に適用されるように構成された流体を分配するための装置及び関連した分配システム | |
CN104755385A (zh) | 直立挤压发泡器 | |
NL1018609C2 (nl) | Pomp voor viskeuze vloeistoffen. | |
EP2785466B1 (en) | Pumping device for a fluid container | |
CN112867569A (zh) | 用于分配一般流体或液体的装置和使用该装置的系统 | |
WO2006013418A1 (en) | Device for dispensing fluids or mixtures |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
PD2B | A search report has been drawn up | ||
V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20150901 |