[go: up one dir, main page]

NL9401805A - Inrichting voor het door middel van perslucht afvuren van een starre drager. - Google Patents

Inrichting voor het door middel van perslucht afvuren van een starre drager. Download PDF

Info

Publication number
NL9401805A
NL9401805A NL9401805A NL9401805A NL9401805A NL 9401805 A NL9401805 A NL 9401805A NL 9401805 A NL9401805 A NL 9401805A NL 9401805 A NL9401805 A NL 9401805A NL 9401805 A NL9401805 A NL 9401805A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
carrier
barrel
firing
security
carriers
Prior art date
Application number
NL9401805A
Other languages
English (en)
Inventor
Gijsbertus Gerardus P Wijdeven
Original Assignee
Gijsbertus Gerardus Petrus Van
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Gijsbertus Gerardus Petrus Van filed Critical Gijsbertus Gerardus Petrus Van
Priority to NL9401805A priority Critical patent/NL9401805A/nl
Priority to AT95936796T priority patent/ATE212240T1/de
Priority to EP95936796A priority patent/EP0789601B1/en
Priority to PCT/NL1995/000375 priority patent/WO1996013300A1/en
Priority to DK95936796T priority patent/DK0789601T3/da
Priority to ES95936796T priority patent/ES2168390T3/es
Priority to PT95936796T priority patent/PT789601E/pt
Priority to AU38572/95A priority patent/AU710331C/en
Priority to JP8514472A priority patent/JPH10508228A/ja
Priority to CA 2203778 priority patent/CA2203778A1/en
Priority to US08/817,698 priority patent/US5989214A/en
Priority to DE69525172T priority patent/DE69525172T2/de
Publication of NL9401805A publication Critical patent/NL9401805A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61MDEVICES FOR INTRODUCING MEDIA INTO, OR ONTO, THE BODY; DEVICES FOR TRANSDUCING BODY MEDIA OR FOR TAKING MEDIA FROM THE BODY; DEVICES FOR PRODUCING OR ENDING SLEEP OR STUPOR
    • A61M37/00Other apparatus for introducing media into the body; Percutany, i.e. introducing medicines into the body by diffusion through the skin
    • A61M37/0069Devices for implanting pellets, e.g. markers or solid medicaments

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Anesthesiology (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Hematology (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Dermatology (AREA)
  • Medical Informatics (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Media Introduction/Drainage Providing Device (AREA)
  • Infusion, Injection, And Reservoir Apparatuses (AREA)
  • Paper (AREA)
  • Surgical Instruments (AREA)
  • Consolidation Of Soil By Introduction Of Solidifying Substances Into Soil (AREA)
  • Particle Accelerators (AREA)
  • Impact Printers (AREA)
  • Casting Or Compression Moulding Of Plastics Or The Like (AREA)

Description

INRICHTING VOOR HET DOOR MIDDEL VAN PERSLUCHT AFVUREN VAN EEN STARRE DRAGER
De uitvinding hee£t betrekking op een inrichting voor het injecteren van het lichaam van mensen of dieren met een pharmaceutisch preparaat, waarbij het preparaat is opgenomen in een starre drager, waarbij de inrichting omvat: een kamer, waarin de drager kan worden gevoerd; middelen voor het tot in de kamer voeren van de drager; een op de kamer aansluitende loop; afvuurmiddelen voor het toevoeren van persgas aan de kamer voor het door de loop heen uitdrijven van de drager; en een beveiligingsinrich-ting voor het slechts vrijgeven van de afvuurmiddelen, wanneer het einde van de loop tegen een lichaam aan is gedrukt.
Een dergelijke inrichting is bekend uit de internationale octrooiaanvrage met publikatienummer WO-93/23110.
Bij deze bekende inrichting moet de desbetreffende inrichting tegen het lichaam aan worden geduwd, waarna de trekker kan worden overgehaald, en de drager met het pharmaceutische preparaat tot in het lichaam kan worden geïnjecteerd.
Dit betekent dat de gebruiker van de inrichting voor het afvuren van de drager bewust een handeling moet verrichten, waardoor de mogelijkheid bestaat dat een gunstige positie voor het afvuren van een drager verloren gaat. Dit is in het bijzonder, doch niet uitsluitend van toepassing bij het injecteren van grote hoeveelheden dieren, waarbij de dieren in het algemeen snel bewegen en een snelle actie noodzakelijk is. In een dergelijke, vaak slecht gedefinieerde situatie is het voor de gebruiker moeilijk te bepalen, wanneer de trekker moet worden overgehaald en de drager moet worden afgevoerd.
De onderhavige uitvinding poogt deze nadelen te vermijden, doordat de beveiligingsinrichting is ingericht voor het initiëren van de afvuurmiddelen.
Volgens een voorkeursuitvoeringvorm omvat de inrichting een trekker, en is de beveiligingsinrichting ingericht voor het slechts vrijgeven van de afvuurmiddelen, wanneer de trekker is overgehaald.
Volgens een tweede voorkeursuitvoeringsvorm omvat de inrichting een vat voor persgas en is de beveiligingsinrichting ingericht voor het slechts vrijgeven van de afvuurmiddelen, wanneer de in het vat heersende druk groter is dan een voorafbepaalde waarde.
Dit voorkomt het uitvoeren van een afvuurhandeling bij een te lage druk, waardoor mogelijkerwijs de kinetische energie van de drager te gering is om volledig door de huid van het te injecteren lichaam heen te dringen.
Andere aantrekkelijke voorkeursuitvoeringsvorm blijken uit de overige onderconclusies.
Vervolgens zal de onderhavige uitvinding worden toegelicht aan de hand van bijgaande tekeningen, waarin voorstellen: figuur 1: een perspectivisch aanzicht van een inrichting volgens de uitvinding? figuur 2: een perspectivisch aanzicht van een bij de inrichting volgens de uitvinding te gebruiken houder voor dragers; figuur 3: een gedeeltelijk weggebroken perspectivisch detailaanzicht volgens de pijl III van figuur 1; figuur 4: een gedeeltelijk weggebroken perspectivisch detailaanzicht volgens de pijl IV in figuur 1; figuur 5: een gedeeltelijk weggebroken perspectivisch detailaanzicht van het in figuur 4 afgebeelde gedeelte vanaf de andere zijde; figuur 6: een gedeeltelijk weggebroken perspectivisch detailaanzicht van een variant van het in figuur 3 afgebeelde mondstuk; figuren 7-9: doorsnede-aanzichten van een tweede variant van het in figuur 1 afgebeelde mondstuk gedurende verschillende tijdstippen van het injecteren; en figuren 10-13: doorsnede-aanzichten van de inrichting volgens de uitvinding tijdens de werkelijke injectiehan-deling.
In figuur 1 is een injectie-inrichting 1 afgebeeld die gevormd wordt door een huis 2, waaraan een loop 3 bevestigd is, aan het einde waarvan een mondstuk 4 is aangebracht. Aan het huis is verder een beugel 5 bevestigd, evenals een persgasreservoir 6 en een handgreep 7, waarbij de inrichting verder een trekker 8 omvat. Het mondstuk 4 en het huis 2 zijn verder verbonden door een verbindingsbuis 9.
De inrichting is geschikt voor het afvuren van dragers 10 die in figuur 2 zijn weergegeven, waarbij de dragers 10 opgenomen zijn in een band 11. De band 11 is opgenomen in een cassette 12. De cassette heeft een ringvormige constructie, waarbij één deel verdikt is voor het opnemen van de opgevouwen band 11.
Wanneer de cassette 12 verbonden wordt met de injectie-inrichting 1, wordt een afneembaar deel 13 van de cassette weggenomen, waarna de cassette 12 aangebracht kan worden met één einde in een hiertoe aangebrachte opening 14. Het andere einde sluit dan aan op een aan de bovenzijde van de injectie-inrichting aangebrachte, niet in figuur 1 weergegeven opening.
In figuur 3 is het mondstuk 4 meer in detail aangegeven. Het mondstuk 4 is op de loop 3 bevestigd door middel van een schroefverbinding. Hierbij zij opgemerkt dat de eigenlijke loop, dat wil zeggen de geleider van de dragers 10, zich binnen de uitwendige loop 3 bevindt die in de figuren 1 en 3 is afgebeeld.
Wanneer het mondstuk 4 tegen het te injecteren lichaam wordt aangeduwd, kan het mondstuk 4 in axiale richting ten opzichte van de eigenlijke, niet in figuur 3 weergegeven loop bewegen, waarbij het mondstuk 4 ten opzichte van de desbetreffende loop naar achteren kan worden bewogen, en het afvuurmechanisme in werking wordt gesteld.
Voor het afvuren van de voor de drager 10 uit geduwde lucht is de rand 15 van het mondstuk voorzien van luchtaf-voeropeningen 16. Deze dragen uiteraard eveneens zorg voor het afvoeren van het op de drager 10 volgende drijfgas.
Verder is in het mondstuk 4 een verstuivinginrichting 17 aangebracht die gevormd wordt door een spuitmond 18 die verbonden is met een in de verbindingsbuis 9 opgenomen niet in de tekening weergegeven reservoir. Voor het bedienen hiervan wordt wederom gebruik gemaakt van de relatieve beweging van het mondstuk, wanneer het tegen een te injecteren lichaam wordt aangedrukt, respectievelijk hiervan los wordt gemaakt. Hiertoe is de spuitmond 18 voorzien van een concentrische ring 19 en een veer 20. Het is aldus mogelijk de in het reservoir aanwezige vloeistof te verstuiven, wanneer het mondstuk 4 tegen het te injecteren lichaam wordt aangedrukt, doch evenzeer om een verstuiving te laten plaatsvinden, wanneer het mondstuk 4 van het lichaam af wordt bewogen. De spuitmond 18 is zodanig gevormd, dat een bijvoorbeeld stervormige markering op de huid wordt aangebracht. Het is uiteraard eveneens mogelijk, dat andere figuren worden gevormd, bijvoorbeeld cirkels, vierkanten, driehoeken enz. Het is tevens mogelijk door middel van de rand 15 met de uitsparing 16 of een ander tussen de huid en de spuitmond te plaatsen lichaam de vorm van de markering aan te passen.
Vervolgens zal de constructie van het afvuur- en beveiligingsmechanisme worden toegelicht aan de hand van figuur 4. In het huis 2 is een van metaal vervaardigd frame 21 aangebracht, waarin de desbetreffende onderdelen zijn bevestigd.
De inwendige loop 22, waar de dragers doorheen worden afgevuurd, is vast met het frame 21 verbonden. De uitwendige, in de voorgaande figuren zichtbare loop 3, die axiaal beweegbaar is ten opzichte van de loop 22 is met een brugstuk 23 verbonden dat verbonden is met twee stangen 24,25 die zich door het frame 21 heen uitstrekken en die geleid worden door de tot het frame 21 behorende dwarswanden. In plaats van een concentrische loop is het mogelijk gebruik te maken van andere verbindingselementen. Bij het in axiale richting bewegen van de uitwendige loop 3 bewegen de stangen 24,25 mee. Op de stangen 24,25 zijn twee rollen 26,27 gelagerd. In de rollen zijn inkepingen 28 gemaakt die met een hoofdzakelijk half-cilindervormige doorsnede hebben waarbij de rollén zodanig ten opzichte van elkaar geplaatst zijn, dat zij elkaar bijna raken, en de beide half-cilindervormige openingen 28 tezamen een cilindervormige opening vormen die de kamer van de afvuur-inrichting vormt.
In figuur 5 is dezelfde inrichting afgebeeld, doch vanaf de andere zijde. De stangen 24,25 zijn elk verbonden met een L-vormig lichaam 29, respectievelijk 30 die onderling verbonden zijn door middel van een as 31. Op de as 31 is een haak 32 gelagerd die bij het in figuur 4 naar achteren bewegen van de stangen door middel van de hoekstukken 29,30 en de as 31 naar achteren wordt meegenomen.
De haak 32 grijpt aan op een borst van een torpedovormig lichaam 32 dat gelagerd is op een zich parallel aan de stangen 24,25 uitstrekkende as 33. Door middel van een om de as 33 gewikkelde schroefveer 34 wordt het torpedovormige lichaam 32 naar voren gedrongen. Binnen de as 33 is een stootasje 35 aangebracht dat, wanneer het torpedovormige lichaam 32 naar voren beweegt in de richting die door de pijl 36 het stootasje 35 treft.
Het stootasje 35 is op zijn beurt ingericht om de kogel 37 van een kogelklep 38 te lichten. De kogelklep 38 is opgenomen tussen een persluchtleiding 39 die verbonden is met het reservoir 9 en een persluchtleiding 40 die naar de door twee half-cilindervormige openingen 28 gevormde kamer 41 leidt. Wanneer aldus de loop 3 naar achteren wordt bewogen, wanneer het mondstuk 4 een te injecteren lichaam raakt, worden hiermee het brugstuk 23, de staven 24,25 de L-vormige lichamen 29,30, het asje 31, de haak 32 en daarmee het torpedovormige lichaam 32 naar achteren bewogen tot aan een aanslag die gevormd wordt door de achterwand van het frame 21.
Aan de bovenzijde van de haak 32 is een kogeltje 42 aangebracht dat bij het naderen van de aanslag oploopt tegen een schuine wand 43, waardoor de haak gelicht wordt en het torpedo-vormige lichaam 32 als gevolg van de door de veer 34 opgewekte veerdruk naar voren schiet, het stootasje 35 treft en de klep 37 wordt gelicht tegen de veer van de daarin opgenomen veer 42 in.
Aldus wordt een bepaalde hoeveelheid perslucht afkomstig vanaf de persgascilinder 9 toegevoerd aan de kamer 41, waardoor de drager 10 door de inwendige loop 22 heen wordt uitgedreven. Hierna wordt als gevolg van de werking van op de stangen 24,25 aangebrachte schroefveren 45,46 de stangen en de loopveer naar hun oorsponkelijke positie teruggedrongen. Aldus is duidelijk dat door het tegen een te injecteren lichaam aan drukken van het mondstuk een in de kamer 41 aanwezige drager wordt geïnjecteerd.
Door middel van een niet in de tekening weergegven wormwiel- en vrijloopmechanisme vindt, wanneer de inrichting van het te injecteren lichaam af wordt bewogen, transport plaats van de band 11 door middel van het aandrijven van rol 27. Het is uiteraard ook mogeljk dit te laten plaatsvinden bij de beweging in de omgekeerde richting.
Vervolgens zullen enige tot de beveiligingsinrichting behorende beveiligingsmechanismen worden toegelicht.
Een eerste beveiligingsmechanisme wordt gevormd door de trekker 8 die verbonden is met de hefboom 9. Wanneer de trekker niet bediend is, en de hefboom 9 zich in de in figuur 4 weergegeven positie bevindt, wordt de beweging naar achteren van de stangen 24,25 en de daarmee verbonden onderdelen geblokkeerd door een verbindingsblok 47 dat met beide stangen verbonden is, en waarvan de beweging naar achteren verhinderd wordt door de hefboom 46. Alleen wanneer de trekker 8 bediend is, kan de brug 47 naar achteren bewegen, en kan een drager 10 worden afgevuurd.
Een verder beveiligingsmechanisme wordt gevormd door een drukmeetelement. Zoals in figuur 5 het duidelijkste is weergegeven, heerst aan de rechterzijde van de tot het frame 41 behorende wand 48, dat wil zeggen in de daar aangebrachte ruimte 49, de druk van het in de persgascilinder 9 aanwezige persgas. Deze druk duwt een in de desbetreffende wand 48 aangebrachte pen 50 naar buiten toe.
Aan de desbetreffende zijde van de wand 48 is een as 51 gelagerd, waarop een U-vormige hefboom 52 is bevestigd. De U-vormige hefboom omvat een L-vormige hefboom 53 die door middel van op de as 51 aangebrachte veren 54 tegen de wand 48 aan wordt gedrukt. Slechts wanneer de druk binnen de kamer 49, dat wil zeggen de druk van het persgas binnen de persgascilinder 9, een bepaalde waarde bereikt, is de door de pen 50 uitgeoefende kracht zodanig, dat deze de U-vormige hefboom 52 tegen de veerdruk van de veren 54 in naar beneden beweegt, waardoor beweging van het torpedovormige lichaam 32 wordt vrijgegeven. Wanneer deze druk echter te laag is, bevindt de U-vormige hefboom 52 zich in zijn bovenste stand, waardoor de beweging van het torpedovormige lichaam 32 wordt voorkomen, evenals het afvuren van een drager.
Verder toont figuur 6 een alternatieve uitvoeringsvorm van het mondstuk. Dit alternatieve mondstuk 56 is geheel concentrisch rondom de loop 22 opgebouwd. Ook hier is de rand 57 van het mondstuk van zes uitsparingen 58 voorzien die in het onderhavige geval gelijkmatig langs de ronde rand 57 zijn verdeeld. Verder zijn hier twee reservoirs 58,59 aangebracht die elk voorzien zijn van een vloeistof die bij het tegen een te injecteren lichaam aandrukken van het mondstuk 56 worden geactiveerd. Hierbij is het bijvoorbeeld mogelijk dat het ene reservoir 58 een markeringsvloeistof bevat, waarbij de markeringsvloeistof door de daarmee verbonden verstuiver 60 wordt verstoven om aan te geven dat het desbetreffende lichaam geïnjecteerd is, terwijl bijvoorbeeld het andere vloeistofreservoir 59 een desinfecterende vloeistof kan bevatten die hetzij voor, hetzij na het injecteren kan worden verstoven voor het desinfecteren van de door het injecteren van de drager gevormde wond.
Hierbij zij opgemerkt dat het mogelijk is zowel voor het afvuren van de drager, dat wil zeggen voor de eigenlijke injectiehandeling te ontsmetten of te markeren, of na het injecteren te ontsmetten of te markeren. Het is zelfs mogelijk voor het injecteren te markeren en nadien te ontsmetten of omgekeerd. Het zal duidelijk zijn dat nog diverse andere mogelijke constructies voor mondstukken mogelijk zijn.
Dit wordt toegelicht aan de hand van de figuren 7-9, waarin een tweede alternatieve uitvoeringsvorm van een mondstuk is afgebeeld. Dit wordt gevormd door een mondstuk 63, waarbinnen een reservoir 64 voor te verstuiven vloeistof is opgenomen dat door middel van een beugel 65 met de inwendige loop 22 is verbonden, en dat door middel van een drukschijf 66 en een schroefveer 67 bediend kan worden. In figuur 7 is de rusttoestand weergegeven, waarbij in figuur 8 is weergegeven hoe door het tegen een lichaam 68 aandrukken van het mondstuk 63 het afvuren van een drager 10 geïnitieerd wordt, waarbij in figuur 8 is weergegeven dat de drager 10 uit de loop 22 treedt. Bij het nog verder doordrukken wordt een in de beugel 65 opgenomen verstuiver 69 geactiveerd die een desbetreffende hoeveelheid in het reservoir 64 opgenomen vloeistof verstuift.
De ruwheid van het mondstuk is bij voorkeur zodanig gekozen, dat het mogelijk is onder een hoek van maximaal circa 30 * ten opzichte van de normaal van het vlak, waarin de huis van het te injecteren lichaam is gelegen, te injecteren. Bij een grotere hoek "glijdt het mondstuk af", en is het niet meer mogelijk het mondstuk zo ver in te drukken dat een drager kan worden afgevuurd.
In de figuren 10-13 is op schematische wijze afgebeeld hoe de drager 10 tot in het te injecteren lichaam treedt. Het mondstuk en de loop zijn hierbij slechts schematisch weergegeven. Het te injecteren lichaam 68 is voorzien van een huis 69, waarop zich beharing 70 bevindt.
Zoals in figuur 10 is weergegeven, treedt de drager 10 uit de monding van de loop 3 en snijdt vervolgens door de huid 69 heen, waarbij de drager 10 tot in het onderliggende weefsel 68 terechtkomt. In het weefsel 68 zal de drager 10 zijn beweging voortzetten, totdat deze door de dichtheid van het weefsel 68 wordt gedempt en tot stilstand komt.
Een dergelijke situatie is in figuur 12 weergegeven. Uit deze figuur blijkt eveneens dat als gevolg van de dynamische verschijnselen in het onderliggende weefsel zich achter de drager 10 een holte 70 vormt die zich na het uitdempen van de bewegingsverschijnselen sluit, waarna de in figuur 13 afgebeelde situatie wordt verkregen. Hieruit blijkt dat slechts een zeer kleine wond resulteert die gemakkelijk geneest. Vervolgens wordt de drager in het lichaam afgebroken, waarna de in de drager opgenomen aanwezige pharmaceutische stof zijn heilzame functie kan verrichten. Een en ander is verder beschreven in de internationale octrooiaanvrage met publikatienummer WO-93/23110.
Er wordt op gewezen dat, zoals uit figuur 10 zichtbaar is, de voor de drager 10 uit bewegende luchtstroom de haren 70 op de plaats, waar de drager 10 het lichaam binnen zal treden, wegblaast, zodat de haren het binnentreden van de drager niet bemoeilijken. Bovendien wordt door het wegblazen van de haren voorkomen, dat de haren door de droger mee de wond in worden gevoerd, hetgeen genezing van de wond zou bemoeilijken. Tevens worden eventueel op de desbetreffende plaats aanwezige verontreinigingen afgevoerd.
Dit biedt namelijk de mogelijkheid de desinfecterende spuithandeling pas na het binnentreden van de drager uit te voeren, hetgeen in tegenstelling is met hetgeen in de medische en veterinaire technieken gebruikelijk is.
Het zal duidelijk zijn dat de constructie van de inrichting volgens de uitvinding op diverse wijzen kan worden veranderd zonder van de uitvindingsgedachte af te wijken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk het vat voor persgas op een andere wijze aan de inrichting te bevestigen en hieraan een dubbele functie toe te kennen, bijvoorbeeld de extra functie van een handgreep. Tevens zijn er uiteraard talloze mogelijkheden voor het maken van een constructie, zoals beschreven is aan de hand van de figuren 4 en 5, in het bijzonder voor wat betreft de beveili-gingsmechanismen.

Claims (15)

1. Inrichting voor het injecteren van het lichaam van mensen of dieren met een pharmaceutisch preparaat, waarbij het preparaat is opgenomen in een starre drager, waarbij de inrichting omvat: - een kamer, waarin de drager kan worden gevoerd; - middelen voor het tot in de jcamer voeren van de drager; - een op de kamer aansluitende loop; - afvuurmiddelen voor het toevoeren van persgas aan de kamer voor het door de loop heen uitdrijven van de drager; en - een beveligingsinrichting voor het slechts vrijgeven van de afvuurmiddelen, wanneer het einde van de loop tegen een lichaam aan is gedrukt, met het kenmerk, dat de beveiligingsinrichting is ingericht voor het initiëren van de afvuurmiddelen.
2. Inrichting volgens conclusie 1, omvattende een trekker, met het kenmerk, dat de beveiligingsinrichting is ingericht voor het slechts vrijgeven van de afvuurmiddelen, wanneer de trekker is overgehaald.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, omvattende een vat voor persgas, met het kenmerk, dat de beveiligingsinrichting is ingericht voor het slechts vrijgeven van de afvuurmiddelen, wanneer de in het vat heersende druk groter is dan een voorafbepaalde waarde.
4. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de beveiligingsinrichting een stangenstelsel omvat dat door middel van een verbindingselement met een op de monding van de loop bevestigd taste-lement is verbonden.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het verbindingselement concentrisch ten opzichte van de loop is aangebracht.
6. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat het tastelement in axiale richting ten opzichte van de loop beweegbaar is.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat het tastelement zich rondom de loop en in de rusttoestand tot voorbij de monding van de loop uitstrekt, en dat het tastelement van uitsparingen is voorzien.
8. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat'het tastelement verbonden is met een verstuiver.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de verstuiver zodanig met het tastelement is verbonden, dat de de verstuiver na het afvuren van de drager een hoeveelheid vloeistof verstuift.
10. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat het beveiligingselement is verbonden met transportmiddelen voor het transporteren van de dragers bij het afvuren van een drager.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de transportmiddelen zijn ingericht voor het transporteren van de dragers tijdens de teruggaande slag van de beveiligingsmiddelen.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de transportmiddelen gevormd worden door op het stan-genstelsel gelagerde, van inkepingen voorziene rollen, waarbij de vorm van de inkepingen overeenkomt met de vorm van in de een verpakking opgenomen dragers.
13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de rollen door middel van een wormwiel worden aangedreven .
14. Inrichting volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat tenminste een van de dragers in radiale richting verend op de as is aangebracht.
15. Inrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ruwheid van het op het te injecteren lichaam te plaatsen deel van het mondstuk zodanig is gekozen, dat het slechts mogelijk is een drager af te vuren onder een hoek ten opzichte van de normaal van de huid van het lichaam, welk normaal kleiner is dan 30
NL9401805A 1994-10-31 1994-10-31 Inrichting voor het door middel van perslucht afvuren van een starre drager. NL9401805A (nl)

Priority Applications (12)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9401805A NL9401805A (nl) 1994-10-31 1994-10-31 Inrichting voor het door middel van perslucht afvuren van een starre drager.
AT95936796T ATE212240T1 (de) 1994-10-31 1995-10-31 Vorrichtung zum einbringen eines steifen trägers
EP95936796A EP0789601B1 (en) 1994-10-31 1995-10-31 Apparatus for injecting a rigid carrier
PCT/NL1995/000375 WO1996013300A1 (en) 1994-10-31 1995-10-31 Apparatus for injecting a rigid carrier
DK95936796T DK0789601T3 (da) 1994-10-31 1995-10-31 Apparat til injektion af en stiv bærer
ES95936796T ES2168390T3 (es) 1994-10-31 1995-10-31 Aparato para inyectar un portador rigido.
PT95936796T PT789601E (pt) 1994-10-31 1995-10-31 Aparelho para injectar um suporte rigido
AU38572/95A AU710331C (en) 1994-10-31 1995-10-31 Apparatus for injecting a rigid carrier
JP8514472A JPH10508228A (ja) 1994-10-31 1995-10-31 剛体キャリア注入装置
CA 2203778 CA2203778A1 (en) 1994-10-31 1995-10-31 Apparatus for injecting a rigid carrier
US08/817,698 US5989214A (en) 1994-10-31 1995-10-31 Apparatus for injecting a rigid carrier
DE69525172T DE69525172T2 (de) 1994-10-31 1995-10-31 Vorrichtung zum einbringen eines steifen trägers

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9401805A NL9401805A (nl) 1994-10-31 1994-10-31 Inrichting voor het door middel van perslucht afvuren van een starre drager.
NL9401805 1994-10-31

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9401805A true NL9401805A (nl) 1996-06-03

Family

ID=19864845

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9401805A NL9401805A (nl) 1994-10-31 1994-10-31 Inrichting voor het door middel van perslucht afvuren van een starre drager.

Country Status (10)

Country Link
US (1) US5989214A (nl)
EP (1) EP0789601B1 (nl)
JP (1) JPH10508228A (nl)
AT (1) ATE212240T1 (nl)
DE (1) DE69525172T2 (nl)
DK (1) DK0789601T3 (nl)
ES (1) ES2168390T3 (nl)
NL (1) NL9401805A (nl)
PT (1) PT789601E (nl)
WO (1) WO1996013300A1 (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7641688B2 (en) 2004-09-16 2010-01-05 Evera Medical, Inc. Tissue augmentation device
US7244270B2 (en) 2004-09-16 2007-07-17 Evera Medical Systems and devices for soft tissue augmentation
US8486439B2 (en) * 2007-03-01 2013-07-16 Bioneedle Technologies Group B.V. Parenteral formulation
US8383134B2 (en) * 2007-03-01 2013-02-26 Bioneedle Technologies Group B.V. Biodegradable material based on opened starch
US20090198329A1 (en) 2008-02-01 2009-08-06 Kesten Randy J Breast implant with internal flow dampening
CN102448389B (zh) 2009-05-26 2014-10-15 捷迈公司 用于将骨钉驱动到断骨中的手持式工具
WO2014011841A1 (en) 2012-07-11 2014-01-16 Zimmer, Inc. Bone fixation tool
JP6491230B2 (ja) 2014-04-03 2019-03-27 ジンマー,インコーポレイティド 骨固定のための整形外科用ツール
US10966704B2 (en) 2016-11-09 2021-04-06 Biomet Sports Medicine, Llc Methods and systems for stitching soft tissue to bone

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3859996A (en) * 1973-07-18 1975-01-14 Mizzy Inc Multi-dose injector
US4342310A (en) * 1980-07-08 1982-08-03 Istvan Lindmayer Hydro-pneumatic jet injector
WO1993023110A1 (en) * 1992-05-13 1993-11-25 Wijdeven Gijsbertus G P Van De Apparatus and method for injecting a pharmaceutical preparation in solid form
WO1994007554A1 (en) * 1992-09-28 1994-04-14 Equidyne Systems, Incorporated Hypodermic jet injector

Family Cites Families (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3815605A (en) * 1971-05-19 1974-06-11 Philips Corp Device and holder therefor for inserting a hollow coupling member into bone marrow
US4909250A (en) * 1988-11-14 1990-03-20 Smith Joseph R Implant system for animal identification
GB9007207D0 (en) * 1990-03-30 1990-05-30 Alexander Nicholas J Device for injecting a fluid or inserting an object beneath the skin of an animal

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3859996A (en) * 1973-07-18 1975-01-14 Mizzy Inc Multi-dose injector
US4342310A (en) * 1980-07-08 1982-08-03 Istvan Lindmayer Hydro-pneumatic jet injector
WO1993023110A1 (en) * 1992-05-13 1993-11-25 Wijdeven Gijsbertus G P Van De Apparatus and method for injecting a pharmaceutical preparation in solid form
WO1994007554A1 (en) * 1992-09-28 1994-04-14 Equidyne Systems, Incorporated Hypodermic jet injector

Also Published As

Publication number Publication date
PT789601E (pt) 2002-07-31
AU710331B2 (en) 1999-09-16
DE69525172D1 (de) 2002-03-14
EP0789601B1 (en) 2002-01-23
EP0789601A1 (en) 1997-08-20
ATE212240T1 (de) 2002-02-15
ES2168390T3 (es) 2002-06-16
WO1996013300A1 (en) 1996-05-09
JPH10508228A (ja) 1998-08-18
AU3857295A (en) 1996-05-23
DK0789601T3 (da) 2002-10-07
US5989214A (en) 1999-11-23
DE69525172T2 (de) 2002-09-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL9200844A (nl) Inrichting en werkwijze voor het injecteren met een vaste stof.
NL9401805A (nl) Inrichting voor het door middel van perslucht afvuren van een starre drager.
JP6016260B2 (ja) 自動注射装置に関する改良
DE69223793T2 (de) Nadelloser injektor
DE60221695T2 (de) Durch inhalation aktivierte vorrichtung
DE60205093T2 (de) Vernebler mit kühlkammer
EP1536894B1 (de) Apparat zum ausbringen von fluessigkeiten, hierzu geeignete behaelterpatrone, und system aus dem apparat zum ausbringen von fluessigkeiten und der behaelterpatrone
EP1539368B1 (de) Gerät mit Blockiervorrichtung für ein Sperrspannwerk mit federbetätigtem Antrieb
JP4004544B2 (ja) 単位服用量投薬装置
US5964416A (en) Device for producing high pressure in a fluid in miniature
DE10010123A1 (de) Nadelloser Injektor in Miniaturausführung
DE69635167T2 (de) Subkutaner druckstrahlinjektor
ES2109943T3 (es) Dispositivos y metodos de atomizacion.
JP2008539862A (ja) 無針注射器
LV11833B (en) Needleless syringe using supersonic gas flow for particle deliwery
NL8103581A (nl) Hulpstuk voor een injectie-inrichting.
DE2434474A1 (de) Injektionspistole
GB0214452D0 (en) Medical needle assemblies
JPH03503968A (ja) 無針の皮下注射用器具
CA2079008C (en) Device for injecting a fluid or inserting an object beneath the skin of an animal
EP0385077A3 (de) Vorrichtung zum Zerstäuben einer kosmetischen, medizinischen, od. dgl. Flüssigkeit
AU710331C (en) Apparatus for injecting a rigid carrier
CA2203778A1 (en) Apparatus for injecting a rigid carrier
EP0497220B1 (en) Device for retractable needles
SU685283A1 (ru) Инъектор дл массовых прививок сельскохоз йственных животных

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed