NL9400078A - Strapping device. - Google Patents
Strapping device. Download PDFInfo
- Publication number
- NL9400078A NL9400078A NL9400078A NL9400078A NL9400078A NL 9400078 A NL9400078 A NL 9400078A NL 9400078 A NL9400078 A NL 9400078A NL 9400078 A NL9400078 A NL 9400078A NL 9400078 A NL9400078 A NL 9400078A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- beak
- counter plate
- strapping device
- strapping
- binding material
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65B—MACHINES, APPARATUS OR DEVICES FOR, OR METHODS OF, PACKAGING ARTICLES OR MATERIALS; UNPACKING
- B65B13/00—Bundling articles
- B65B13/18—Details of, or auxiliary devices used in, bundling machines or bundling tools
- B65B13/24—Securing ends of binding material
- B65B13/26—Securing ends of binding material by knotting
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Basic Packing Technique (AREA)
Description
OmsnoerinrichtingStrapping device
De uitvinding heeft betrekking op een omsnoerin¬richting voor het rond één of meerdere produkten knopen vanbindmateriaal, omvattende een toevoernaald voor het bindma-teriaal, een draaibare snavel, een ten minste dubbele klem-inrichting, snijmiddelen en aandrijfmiddelen voor het aan¬drijven van die elementen.The invention relates to a strapping device for knotting the binding material around one or more products, comprising a supply needle for the binding material, a rotatable beak, an at least double clamping device, cutting means and driving means for driving said material. elements.
Een dergelijke omsnoerinrichting wordt toegepastvoor het omsnoeren van bijv. bossen bloemen, etiketten enandere losse objecten. Als bindmateriaal wordt meestalelastisch koord gebruikt, maar ook het gebruik van touw,lint etc. behoort tot de mogelijkheden. Bestaande omsnoerin¬richtingen omsnoeren losse objecten met bindmateriaal datvan een rol of kluwen wordt afgewikkeld en aan het losseuiteinde is ingeklemd in de kleminrichting. Het bindmateri¬aal wordt geslagen om de objecten en vervolgens wordt het optwee plaatsen doorgesneden. Op deze wijze wordt er iederekeer dat er een omsnoerbewerking plaatsvindt een klein deelvan het bindmateriaal losgesneden wat als afval afgevoerddient te worden. Deze losse delen bindmateriaal kunnen hetomsnoerproces verstoren indien ze op ongewenste posities inde omsnoerinrichting terecht komen. Een ander nadeel van debestaande omsnoerinrichtingen is het probleem de spanning ophet bindmateriaal te beheersen tijdens de omsnoerbewerking.Door het niet volledig beheersen van deze spanning is hetproces qua snelheid begrensd en storingsgevoelig.Such a strapping device is used for strapping, for example, bunches of flowers, labels and other loose objects. Elastic cord is usually used as binding material, but the use of rope, ribbon, etc. is also an option. Existing strapping devices strapping loose objects with binding material that is unwound from a roll or ball of yarn and clamped at the loose end in the clamping device. The binding material is wrapped around the objects and then cut in two places. In this way, every time a strapping operation takes place, a small part of the binding material is cut loose, which must be disposed of as waste. These loose parts of binding material can interfere with the strapping process if they end up in the strapping device at undesired positions. Another drawback of the existing strapping devices is the problem of controlling the tension on the bonding material during the strapping operation. By not fully controlling this tension, the process is speed limited and prone to failure.
De onderhavige uitvinding heeft tot doel eenverbeterde omsnoerinrichting te verschaffen waarmee bijhogere snelheden dan bij de bestaande inrichting op betrouw¬bare wijze omsnoerd kan worden. Een dergelijke verbeterdeinrichting zal minder storingsgevoelig en onderhoudsgevoeligzijn.The object of the present invention is to provide an improved strapping device with which strapping at higher speeds than with the existing device can be reliably strapped. Such an improved device will be less susceptible to failure and maintenance-prone.
De uitvinding verschaft daartoe een omsnoerinrich¬ting van het in de aanhef genoemde type met het kenmerk datde kleminrichting bestaat uit een roteerbare schijf (rotor)met uitsparingen die onder voorspanning tegen een contra- plaat (stator) aanligt, welke contraplaat over ten minsteéén cirkelsegment de uitsparingen in de roteerbare schijfvrijlaat en over ten minste één ander cirkelsegment deuitsparingen in de roteerbare schijf afdekt. Door het rote¬ren van de schijf ten opzichte van de contraplaat kan hetuiteinde van het bindmateriaal vastgeklemd en vervolgensweer losgelaten worden. Door deze maatregel is het onnodighet uiteinde af te snijden, waardoor geen losse uiteinden inde omsnoerinrichting voor zullen komen. Dit bevordert debetrouwbaarheid van de omsnoerinrichting. Een ander voordeelvan deze constructie is dat het uiteinde van het om deprodukten gesnoerde materiaal langer zal zijn waardoor demogelijkheid bestaat een knoop te vervaardigen met één lus.Door te trekken aan het uiteinde dat direkt verbonden is metde lus kan het om de produkten geknoopte bindmateriaaleenvoudig verwijderd worden.The invention provides for this purpose a strapping device of the type mentioned in the preamble, characterized in that the clamping device consists of a rotatable disc (rotor) with recesses which abuts against a counter plate (stator) under pretension, which counter plate extends over at least one circle segment. recesses in the rotatable disc release and cover the recesses in the rotatable disc over at least one other circle segment. The end of the binding material can be clamped and then released again by rotating the disc relative to the counter plate. As a result of this measure, the unnecessary end can be cut off, so that no loose ends will occur in the strapping device. This improves the reliability of the strapping device. Another advantage of this construction is that the end of the material tied around the products will be longer, making it possible to make a knot with one loop. By pulling on the end directly connected to the loop, the binding material tied around the products can be easily removed. .
Een voorkeursuitvoering van de omsnoerinrichtingwordt gekenmerkt doordat de contraplaat middelen omvat voorhet tijdens een bindcyclus maken van een naar de snavelgerichte gedwongen beweging. Bij het vervaardigen van deknoop draait het koord rond de snavel waardoor er extrabindmateriaal benodigd is in de nabijheid van de snavel, omdit extra bindmateriaal te verschaffen dient de kleminrich-ting een beweging naar de snavel te maken. De middelen voorhet genereren van een gedwongen naar de snavel gerichtebeweging van de kleminrichting maken de spanning op hetbindmateriaal onafhankelijk van bijv. de massatraagheid vande kleminrichting.A preferred embodiment of the strapping device is characterized in that the counter plate comprises means for making a forced movement towards the beak during a binding cycle. When making the knot, the cord rotates around the beak, requiring extra binding material in the vicinity of the beak, in order to provide this additional binding material, the clamping device must move towards the beak. The means for generating a forced beak-like movement of the clamping device makes the tension on the binding material independent of, for example, the inertia of the clamping device.
Een andere voorkeursuitvoering van de uitvindingwordt gekenmerkt doordat de contraplaat middelen omvat voorhet aan het einde van een een bindcyclus maken van een vande snavel af gerichte gedwongen beweging. De gedwongen vande snavel af gerichte beweging van de kleminrichting ver¬hoogt de spanning in het bindmateriaal en vereenvoudigthierdoor het afsnijden, waardoor de omsnoerbewerking beterbeheersbaar en dus minder storingsgevoelig is.Another preferred embodiment of the invention is characterized in that the counter plate comprises means for making forced movement directed away from the beak at the end of a binding cycle. The forced movement of the clamping device away from the beak increases the tension in the binding material and simplifies this by cutting off, making the strapping operation more manageable and therefore less susceptible to failure.
De contraplaat staat bij voorkeur onder een van desnavel af gerichte voorspanning. Deze voorspanning klemt de roteerbare schijf tegen de contraplaat en is bij voorkeurinstelbaar. De voorspanning klemt het uiteinde van hetbindmateriaal tussen de contraplaat en de roteerbare schijf.Door het instelbaar zijn van de voorspanning is ook deklemkracht waarmee het uiteinde van het bindmateriaal wordtingeklemd instelbaar.The counter plate is preferably under a bias directed away from the beak. This bias clamps the rotatable disc against the counter plate and is preferably adjustable. The preload clamps the end of the binding material between the counter plate and the rotatable disc. By adjusting the preload, the clamping force with which the end of the binding material is clamped is also adjustable.
De naald is bij voorkeur voorzien van een sleufvoor het geleiden van het bindmateriaal en het uiteinde isbij voorkeur voorzien van een doorvoeropening voor bindmate¬riaal en vervaardigd van een slijtvast materiaal. Een derge¬lijke toevoernaald geeft weinig onbeheersbare weerstand bijhet afwikkelen van een klos of kluwen bindmateriaal. Hetbindmateriaal is goed afgeschermd van de omgeving waardoorde kans dat het ergens aan blijft haken gering is.The needle is preferably provided with a slot for guiding the binding material, and the end is preferably provided with a through hole for binding material and made of a wear-resistant material. Such a supply needle gives little uncontrollable resistance when unwinding a bobbin or ball of binding material. The binding material is well protected from the environment so that the chance that it will catch on something is small.
Weer een andere voorkeursuitvoering van de om-snoerinrichting wordt gekenmerkt doordat de omsnoerinrich-ting een toevoerinrichting omvat voor bindmateriaal waarineen klos bindmateriaal in hoofdzaak horizontaal geplaatstis, welke toevoerinrichting omvat: een axiaal ten opzichtevan de klos geplaatste geleiding voor bindmateriaal en eenonder voorspanning tegen het op de klos gewonden bindmateri¬aal aanliggend flexibel aandrukorgaan. Door deze maatregelenkan het bindmateriaal met gelijkblijvende weerstand van deklos afgewikkeld worden waardoor het proces beter beheers¬baar geworden is.Yet another preferred embodiment of the strapping device is characterized in that the strapping device comprises a binder feeder in which a bobbin of binder material is disposed substantially horizontally, the feeder comprising: a guide for binder material placed axially relative to the bobbin and a bias against the bobbin-wound binding material adjacent flexible pressing member. Due to these measures, the binding material can be unwound from the reel with constant resistance, so that the process has become more manageable.
De uitvinding zal verder worden verduidelijkt aande hand van de in de figuren weergegeven niet limitatieveuitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: fig. 1 een gedeeltelijk opengewerkt perspectivischaanzicht op een omsnoerinrichting; fig. 2 een perspectivisch aanzicht op een openge¬werkte omsnoerinrichting; fig. 3 een perspectivisch aanzicht op een alterna¬tief uitgevoerd deel van de in de fig. 1 en 2 getoondeinrichting? en fig. 4 t/m 8 verschillende stadia voor het ver¬vaardigen van een knoop.The invention will be further elucidated on the basis of the non-limitative exemplary embodiments shown in the figures. Herein: fig. 1 shows a partly cut-away perspective view of a strapping device; fig. 2 shows a perspective view of a cut-away strapping device; FIG. 3 is a perspective view of an alternatively constructed part of the device shown in FIGS. 1 and 2? and FIGS. 4 to 8 are different stages for making a knot.
Fig. 1 toont een ontsnoer inrichting 1 waarop eenbos bloemen 2 ligt die omsnoerd is met elastisch koord 3.Fig. 1 shows a release device 1 on which there is a bunch of flowers 2 which is strapped with elastic cord 3.
Het elastisch koord 3 is afkomstig van een rol 4 elastischkoord 3 die horizontaal is opgehangen aan een gestel 5.Axiaal ten opzichte van de rol 4 is een geleiding 6 aange¬bracht voor het gelijkmatig afwikkelen van de rol 4. Voortsis over de rol 4 een flexibele laag 7 aangebracht waaraanéén vrij gewicht 8 hangt. De flexibele laag 7 voorkomt dater spontaan elastisch koord van de rol 4 afloopt. Een in¬stelbare weerstand 9 bepaalt de weerstand waarmee een be¬weegbare naald 10 het elastische koord 3 aangeboden krijgt.De naald is aan de bovenzijde voorzien van een groef 11 voorhet geleiden van het koord 3. Een uiteinde 12 van de naald10 is vervaardigd van een slijtvast materiaal, bijvoorbeeldhardmetaal. Uit een mantel 13 steekt een aanslag 14 waarmeede inrichting 1 geactiveerd kan worden. Binnen de mantel 13bevindt zich een aandrijving 15 waarmee o.a. een roteerbaresnavel 16, een kleminrichting 17 en snijmiddelen 18 aange¬dreven worden.The elastic cord 3 comes from a roll 4 of elastic cord 3 which is horizontally suspended from a frame 5. A guide 6 is arranged axially relative to the roll 4 for uniform unwinding of the roll 4. Furthermore, a roll 4 flexible layer 7 on which one free weight 8 hangs. The flexible layer 7 prevents spontaneous elastic cord from falling off the roll 4. An adjustable resistor 9 determines the resistance with which a movable needle 10 is presented to the elastic cord 3. The needle is provided at the top with a groove 11 for guiding the cord 3. One end 12 of the needle 10 is made of a wear-resistant material, such as carbide. A stop 14 protrudes from a jacket 13 with which device 1 can be activated. Inside the jacket 13 there is a drive 15 with which, among other things, a rotatable beak 16, a clamping device 17 and cutting means 18 are driven.
Fig. 2 toont een deel van de omsnoerinrichting 1uit fig. 1 in een andere positie. De naald 10 is bezig meteen naar boven gerichte beweging overeenkomstig pijl P nadatom een tegen het elastisch koord 3 gedrukte bos bloemen 2een lus 38 is gelegd. Het koord 3 wordt daarbij voor eentweede maal in de kleminrichting 17 vastgezet. Het koord 3was voor het vervaardigen van de lus 38 slechts met eeneinddeel in de kleminrichting 17 vastgezet zoals weergegevenin fig. 1. De werking van de kleminrichting 17 zal in defiguurbeschrijving van fig. 3 worden verduidelijkt. Desnavel 16 zal vervolgens een hoofdzakelijk roterende bewe¬ging maken waardoor een hier nog niet aangebrachte knoop inhet koord 3 wordt aangebracht. Tussen de snavel 16 en dekleminrichting 17 bevindt zich een beugel 19 voor het gelei¬den van het koord 3. Nadat het koord 3 rond de bos bloemen 2geknoopt is zal het uiteinde van het koord 3 door de klemin¬richting 17 losgelaten worden en zal het koord 3 door desnijmiddelen 18 zo worden doorgesneden dat de bos bloemen 2met een daaromheen geknoopt deel van het koord 3 loskomt van de kleminrichting 17. De snijmiddelen 18 worden geactiveerddoor een op een roteerbaar wiel 20 aangebrachte nok. Eenhier niet weergegeven aandrijving drijft een as 22 aanwaarmee vervolgens door conische tandwielen 23 een dwarsas24 wordt aangedreven. De dwarsas 24 is verbonden met hetroteerbare wiel 20. Het roteerbare wiel 20 is voorzien vaneen vertand cirkelsegement 25 waarmee de snavel 16 wordtaangedreven. De dwarsas is door middel van een tandriem 26verbonden met een kleminrichtingas 27 voor het doen bewegenvan de kleminrichting 17. Bij het vervaardigen van een knoopin het koord 3 is er in de omgeving van de snavel 16 extrakoord 3 benodigd. Om dit extra koord 3 te verschaffen maaktde kleminrichting 17 een naar de snavel 16 gerichte bewegingbij het vervaardigen van de knoop. De naar de snavel 16gerichte beweging van de kleminrichting 17 wordt veroorzaaktdoor een met de kleminrichtingas 27 verbonden curve 28 diesamenwerkt met een op het gestel 5 bevestigde pen 29. Deteruggaande, van de snavel 16 afgerichte, beweging van dekleminrichting 17 wordt veroorzaakt door een veer 30.Fig. 2 shows part of the strapping device 1 of FIG. 1 in a different position. The needle 10 is in a direct upward movement in accordance with arrow P after a bunch of flowers 2 and a loop 38 have been pressed against the elastic cord 3. The cord 3 is thereby secured a second time in the clamping device 17. The cord 3 for making the loop 38 was only secured with one end portion in the clamping device 17 as shown in Fig. 1. The operation of the clamping device 17 will be explained in the figure description of Fig. 3. The beak 16 will then make a mainly rotary movement, whereby a knot not yet made here is made in the cord 3. Between the beak 16 and the clamping device 17 there is a bracket 19 for guiding the cord 3. After the cord 3 has been knotted around the bunch of flowers 2, the end of the cord 3 will be released by the clamping device 17 and the cord 3 is cut by the cutting means 18 such that the bunch of flowers 2 with a part of the cord 3 knotted around it releases from the clamping device 17. The cutting means 18 are activated by a cam mounted on a rotatable wheel 20. A drive not shown here drives a shaft 22, with which a transverse shaft 24 is subsequently driven by bevel gears 23. The transverse axis 24 is connected to the rotatable wheel 20. The rotatable wheel 20 is provided with a toothed circle segment 25 with which the beak 16 is driven. The transverse axis is connected by means of a toothed belt 26 to a clamping device shaft 27 for moving the clamping device 17. When making a knot in the cord 3, extra cord 3 is required in the vicinity of the beak 16. In order to provide this extra cord 3, the clamping device 17 makes a movement towards the beak 16 during the production of the knot. The movement of the clamping device 17 directed towards the beak 16 is caused by a curve 28 connected to the clamping device shaft 27 which cooperates with a pin 29 fixed on the frame 5. The movement of the clamping device 17 away from the beak 16 is caused by a spring 30.
Fig. 3 toont een alternatief uitgevoerde klemin¬richtingas 31 voorzien van een sleuf 32 waarin de pen 29opgenomen is. De sleuf 32 vormt een dubbele geleiding voorhet gedwongen naar de snavel 16 toe en van de snavel 16 afbewegen van de kleminrichting 17. De kleminrichting 17bestaat uit een van vier uitsparingen 33 voorziene schijf 34die onder voorspanning tegen een contraplaat 35 aanligt. Devoorspanning wordt opgewekt door een instelbare klemveer 36.De voorspanning bepaalt de klemkracht van de kleminrichting17. De naar de snavel 16 gerichte en van de snavel 16 afgerichte beweging wordt door zowel de schijf 34 als decontraplaat 35 uitgevoerd. De schijf 34 maakt daarnaast eenroterende beweging terwijl de contraplaat 35 niet meero¬teert. De contraschijf 35 omvat daartoe een niet duidelijkzichtbaar gat 42 dat heen en weer beweegt over een in hetgestel 5 opgenomen pen 41. Hierdoor kan contraplaat 35 nietroteren. De contraschijf 35 dekt de uitsparingen 34 over eendeel van een cirkelsegment af. Daar waar de contraplaat 35de uitsparingen 33 in de schijf 34 niet afdekt, kan het koord 3 in de kleminrichting 17 bevestigd worden of kan eenuiteinde van het koord 3 losgelaten worden. Het in dezefiguur zichtbare teruggetrokken deel 37 in de contraplaat 35laat de uitsparingen 33 vrij voor het opnemen van het koordin de kleminrichting 17. Het is ook mogelijk de schijf 34van meer dan vier uitsparingen 33 te voorzien.Fig. 3 shows an alternatively designed clamping device shaft 31 provided with a slot 32 in which the pin 29 is received. The slot 32 forms a double guide for forcibly moving towards the beak 16 and away from the beak 16 the clamping device 17. The clamping device 17 consists of a disc 34 provided with four recesses 33 which abuts against a counter plate 35 under tension. The preload is generated by an adjustable clamping spring 36. The preload determines the clamping force of the clamping device 17. The movement directed towards the beak 16 and directed away from the beak 16 is performed by both the disc 34 and the counter plate 35. The disc 34 also makes a rotating movement while the counter plate 35 no longer rotates. To this end, the counter disc 35 comprises a not clearly visible hole 42 which moves back and forth over a pin 41 received in the frame 5. As a result, counter plate 35 cannot rotate. The counter disc 35 covers the recesses 34 over part of a circle segment. Where the counter plate 35 does not cover the recesses 33 in the disc 34, the cord 3 can be attached in the clamping device 17 or one end of the cord 3 can be released. The retracted part 37 visible in this figure in the counter plate 35 leaves the recesses 33 free for receiving the cord in the clamping device 17. It is also possible to provide the disc 34 with more than four recesses 33.
De fig. 4 t/m 8 tonen schematisch de stadia voorhet vervaardigen van een knoop 39 in het koord 3. In fig. 4laat de contraschijf 35 twee uitsparingen 33 in de schijf 34vrij zodat een lus 38 rond een produkt gelegd kan worden enhet koord 3 in de kleminrichting 17 vastgezet kan worden. Desituatie komt overeen met die uit fig. 2. In fig. 5 heeft desnavel 16 een volledige rotatie gemaakt, waarbij de snavel16 tijdens rotatie geopend is. Er is nu extra koord 3 in denabijheid van de snavel 16 benodigd. De kleminrichting 17heeft daartoe een naar de snavel 16 gerichte beweging ge¬maakt. In fig. 6 is de snavel 16 weer gesloten en in fig. 7wordt de knoop 39 van de snavel getrokken. In fig. 7 nadertmet ingeklemde uiteinde van het koord 3 een inkeping 40 inde contraplaat 35 waardoor de kleminrichting 17 het uiteindevan het koord 3 zal loslaten. Kleminrichting 17 beweegt zichtijdens dit snijproces van snavel 16 af, waardoor de span¬ning in koord 3 verhoogd wordt en dit dus eenvoudiger tesnijden is. Fig. 8 tenslotte toont het reeds losgelatenuiteinde van het koord 3. De snijmiddelen 18 kunnen de knoop39 nu lossnijden en de inrichting is gereed voor een volgen¬de cyclus.Figures 4 to 8 schematically show the stages for making a knot 39 in the cord 3. In Fig. 4, the counter disc 35 leaves two recesses 33 in the disc 34 so that a loop 38 can be placed around a product and the cord 3 can be secured in the clamping device 17. The situation corresponds to that of Fig. 2. In Fig. 5, the beak 16 has made a full rotation, the beak 16 being opened during rotation. Extra cord 3 in the vicinity of the beak 16 is now required. The clamping device 17 has made a movement directed towards the beak 16 for this purpose. In fig. 6 the beak 16 is closed again and in fig. 7 the knot 39 is pulled off the beak. In Fig. 7, with the clamped end of the cord 3 approaching a notch 40 in the counter plate 35, whereby the clamping device 17 will release the end of the cord 3. Clamping device 17 moves away from beak 16 during this cutting process, whereby the tension in cord 3 is increased and this is therefore easier to cut. Fig. 8 finally shows the already released end of the cord 3. The cutting means 18 can now cut the knot 39 and the device is ready for a next cycle.
Claims (7)
Priority Applications (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL9400078A NL9400078A (en) | 1993-11-17 | 1994-01-17 | Strapping device. |
PCT/NL1994/000292 WO1995013966A1 (en) | 1993-11-17 | 1994-11-17 | Girding device |
Applications Claiming Priority (4)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL9301991 | 1993-11-17 | ||
NL9301991 | 1993-11-17 | ||
NL9400078A NL9400078A (en) | 1993-11-17 | 1994-01-17 | Strapping device. |
NL9400078 | 1994-01-17 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL9400078A true NL9400078A (en) | 1995-06-16 |
Family
ID=26647149
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL9400078A NL9400078A (en) | 1993-11-17 | 1994-01-17 | Strapping device. |
Country Status (2)
Country | Link |
---|---|
NL (1) | NL9400078A (en) |
WO (1) | WO1995013966A1 (en) |
Cited By (2)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
NL1030314C2 (en) * | 2005-10-31 | 2007-05-03 | Baggermans Holding B V | Binding device for tying together bunches of e.g. flowers, includes displacement mechanism for moving tying mechanism away from knotted binder |
EP1816076A1 (en) | 2006-02-01 | 2007-08-08 | Van der Laan, Paulus Maria | Device for automatically attaching food bags to bunches of flowers |
Families Citing this family (7)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
NL1000753C2 (en) * | 1995-07-07 | 1997-01-08 | Berg Blokker V D Expl Mij Bv | Device for making a knot in a binder wrapped around a product. |
CN102951308B (en) * | 2011-08-31 | 2014-12-24 | 青岛欧勃亚金属制品有限公司 | Flower binding machine |
CN103010507A (en) * | 2011-09-23 | 2013-04-03 | 邓社文 | Knotting machine |
CN105644861A (en) * | 2016-03-18 | 2016-06-08 | 伍崇德 | Binding device |
CN105612925A (en) * | 2016-03-18 | 2016-06-01 | 伍崇德 | Vertical sugarcane harvester |
CN109229481B (en) * | 2018-08-01 | 2020-09-25 | 江西和翼智能设备有限公司 | Binding machine |
US11174051B2 (en) | 2019-02-15 | 2021-11-16 | Samuel, Son & Co. (Usa) Inc. | Hand held strapping tool |
Citations (1)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US4262944A (en) * | 1979-01-30 | 1981-04-21 | Johnson Associates, Inc. | Broccoli bunching and tying machine |
-
1994
- 1994-01-17 NL NL9400078A patent/NL9400078A/en not_active Application Discontinuation
- 1994-11-17 WO PCT/NL1994/000292 patent/WO1995013966A1/en active Application Filing
Patent Citations (1)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US4262944A (en) * | 1979-01-30 | 1981-04-21 | Johnson Associates, Inc. | Broccoli bunching and tying machine |
Cited By (2)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
NL1030314C2 (en) * | 2005-10-31 | 2007-05-03 | Baggermans Holding B V | Binding device for tying together bunches of e.g. flowers, includes displacement mechanism for moving tying mechanism away from knotted binder |
EP1816076A1 (en) | 2006-02-01 | 2007-08-08 | Van der Laan, Paulus Maria | Device for automatically attaching food bags to bunches of flowers |
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
WO1995013966A1 (en) | 1995-05-26 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
BE1021102B1 (en) | KNOTER SYSTEM WITH AN IMPROVED TWO WIRE OPNER | |
NL9400078A (en) | Strapping device. | |
EP1734806B1 (en) | A device for wrapping a bale of pasture or the like | |
CA1094876A (en) | Knotting mechanism | |
RU2658696C2 (en) | Apparatus for processing bales for agricultural machines | |
RU2419279C1 (en) | Banding device of agricultural press to make large bales | |
CN114056688B (en) | Rope tying device and baler with same | |
US5070779A (en) | Tying mechanism | |
US4420177A (en) | Knotters | |
CN112455760B (en) | Twine knotter and method for knotting a twine | |
GB2051889A (en) | Knotters | |
US3489077A (en) | Twine tensioning attachment | |
CA1113780A (en) | Knot tying mechanism | |
US4234219A (en) | Knotter with improved billhook and actuation mechanism | |
NL1030314C2 (en) | Binding device for tying together bunches of e.g. flowers, includes displacement mechanism for moving tying mechanism away from knotted binder | |
GB2041416A (en) | Knotter mechanisms for crop baling machines | |
US2731909A (en) | Rudeen | |
JPH0724970Y2 (en) | Bundling yarn cutting detection mechanism of seeding tape making machine | |
SU351756A1 (en) | DEVICE FOR BINDING NODES | |
FR2579862A1 (en) | ||
KR20250017714A (en) | How to tie a round veil | |
WO2022058808A1 (en) | Billhook for baler knotter | |
GB823656A (en) | Improvements in or relating to wire-twisting mechanism for balers | |
GB2079329A (en) | Knotters | |
JPH11263314A (en) | General-purpose binder |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
A1B | A search report has been drawn up | ||
BV | The patent application has lapsed |