NL9302161A - Tape cassette - Google Patents
Tape cassette Download PDFInfo
- Publication number
- NL9302161A NL9302161A NL9302161A NL9302161A NL9302161A NL 9302161 A NL9302161 A NL 9302161A NL 9302161 A NL9302161 A NL 9302161A NL 9302161 A NL9302161 A NL 9302161A NL 9302161 A NL9302161 A NL 9302161A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- tape
- magnetic tape
- flexible element
- resilient
- free end
- Prior art date
Links
- 239000000463 material Substances 0.000 claims abstract description 23
- OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N Carbon Chemical compound [C] OKTJSMMVPCPJKN-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims abstract description 22
- 229910002804 graphite Inorganic materials 0.000 claims abstract description 11
- 239000010439 graphite Substances 0.000 claims abstract description 11
- 229910052799 carbon Inorganic materials 0.000 claims abstract description 10
- 230000001154 acute effect Effects 0.000 claims 1
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 abstract description 2
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 5
- 229920001343 polytetrafluoroethylene Polymers 0.000 description 4
- 239000004810 polytetrafluoroethylene Substances 0.000 description 4
- 230000009471 action Effects 0.000 description 3
- 239000010410 layer Substances 0.000 description 3
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 3
- ORQBXQOJMQIAOY-UHFFFAOYSA-N nobelium Chemical compound [No] ORQBXQOJMQIAOY-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 3
- 238000003825 pressing Methods 0.000 description 3
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 2
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 2
- 238000007600 charging Methods 0.000 description 2
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 2
- 238000007786 electrostatic charging Methods 0.000 description 2
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 2
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 2
- 238000000034 method Methods 0.000 description 2
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 2
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 2
- -1 polytetrafluoroethylene Polymers 0.000 description 2
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 2
- 239000004809 Teflon Substances 0.000 description 1
- 229920006362 Teflon® Polymers 0.000 description 1
- 238000004026 adhesive bonding Methods 0.000 description 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 1
- 239000011247 coating layer Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000005336 cracking Methods 0.000 description 1
- 230000005611 electricity Effects 0.000 description 1
- 239000002783 friction material Substances 0.000 description 1
- 230000013011 mating Effects 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 238000010137 moulding (plastic) Methods 0.000 description 1
- 229920001225 polyester resin Polymers 0.000 description 1
- 239000004645 polyester resin Substances 0.000 description 1
- 239000012858 resilient material Substances 0.000 description 1
- 230000004044 response Effects 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 239000000565 sealant Substances 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 230000003068 static effect Effects 0.000 description 1
- 229920001169 thermoplastic Polymers 0.000 description 1
- 239000004416 thermosoftening plastic Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B15/00—Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
- G11B15/18—Driving; Starting; Stopping; Arrangements for control or regulation thereof
- G11B15/22—Stopping means
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B23/00—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
- G11B23/02—Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
- G11B23/04—Magazines; Cassettes for webs or filaments
- G11B23/08—Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends
- G11B23/087—Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends using two different reels or cores
- G11B23/08707—Details
- G11B23/08721—Brakes for tapes or tape reels
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B23/00—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
- G11B23/02—Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
- G11B23/04—Magazines; Cassettes for webs or filaments
- G11B23/08—Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends
- G11B23/087—Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends using two different reels or cores
- G11B23/08707—Details
- G11B23/08735—Covers
- G11B23/08742—Covers in combination with brake means
Landscapes
- Packaging Of Annular Or Rod-Shaped Articles, Wearing Apparel, Cassettes, Or The Like (AREA)
Abstract
Description
BANDCASSETTETIRE CASSETTE
De uitvinding heeft betrekking op een magneetbandcassette, omvattende een huis met daarin roteerbaar aangebrachte haspels waarop een magneetband is gewikkeld, waarbij een zich tussen de haspels uitstrekkend bandgedeelte langs een toegangsopening van het huis wordt geleid, tenminste één nabij één van de haspels vast binnen het huis aangebracht steunorgaan waarmee het zich tussen de nabijliggende haspel en de toegangsopening uitstrekkende bandgedeelte in glijdende aanraking kan verkeren, en tenminste één aan één einde met het huis verbonden, veerkrachtig buigzaam element, waarvan het vrije eindgedeelte middelen vertoont voor het verlagen van de wrijvingsweerstand, waarbij het veerkrachtig buigzame element het bandgedeelte zodanig tegen het steunorgaan aandrukt, dat het bandgedeelte nagenoeg geen speling vertoont.The invention relates to a magnetic tape cassette, comprising a housing with reels rotatably mounted thereon on which a magnetic tape is wound, wherein a tape section extending between the reels is guided past an access opening of the housing, at least one adjacent one of the reels fixed within the housing mounted support means for slidingly engaging the band portion extending between the adjacent reel and the access opening and at least one resilient flexible member connected to the housing at one end, the free end portion of which exhibits means of reducing the frictional resistance, the resiliently flexible element presses the strap portion against the support member such that the strap portion has substantially no play.
Een dergelijke magneetbandcassette is bekend uit het Duitse "Offenlegungsschrift" 2.234.765. In deze aanvrage wordt een magneetbandcassette beschreven, waarbij bandslapte in het zich langs de opening van het cassettehuis uitstrekkende bandgedeelte als gevolg van vrije rotatie van de bandhaspels binnen het cassettehuis, in die situaties, waarin de cassette zich buiten een magnetisch opneem- en/of weergeefapparaat bevindt, verhinderd wordt door middel van veerkrachtig buigzame elementen, die ieder aan één einde binnen het cassettehuis zijn bevestigd, bijvoorbeeld gelijmd of gekit.Such a magnetic tape cassette is known from German "Offenlegungsschrift" 2,234,765. In this application, a magnetic tape cassette is described, tape taping in the tape portion extending along the opening of the cassette housing due to free rotation of the tape reels within the cassette housing, in those situations where the cassette is outside of a magnetic recording and / or reproducing device is prevented by means of resiliently flexible elements, each of which is fixed at one end within the cassette housing, for example glued or glued.
Nadat de veerkrachtig buigzame elementen aan de respectieve scheidingswanden zijn bevestigd, grijpen de vrije einden van deze elementen op respectievelijk bijbehorende bandgedeelten tussen een bandhaspel enerzijds en het bandgedeelte zelf anderzijds aan om dit bandgedeelte te vervormen tot een slingerende baan, waarin de band wordt aangegrepen door een vast oppervlak, dat zich aan in de cassette aanwezige, dan als leiorganen dienende organen kan bevinden. De slingerende banen, volgens welke de bandgedeel-ten zich dan uitstrekken, vormen een vergrote weerstand tegen een verplaatsing van het bandgedeelte. In reactie op de spanning in het aangegrepen bandgedeelte wordt ieder veerkrachtig buigzaam element zodanig gebogen, dat het bandgedeelte een minder slingerende baan gaat volgen, waarin de weerstand tegen bandverplaatsing kleiner is, zodat de band ten slotte wordt vrijgegeven voor transport tussen de beide bandhaspels. Ter verlaging van de wrijvings-weerstand van het relatief grote contactvlak van het veerkrachtig buigzame element en de magneetband is het vrije einddeel van het element bekleed met een laag polytetrafluoretheen (PTFE of "Teflon"). Hierdoor wordt tevens de opwekking van statische elektriciteit als gevolg van het langs elkaar wrijven van de band en het element verminderd.After the resiliently flexible elements have been attached to the respective partition walls, the free ends of these elements engage respective associated tape portions between a tape reel on the one hand and the tape portion itself on the other to deform this tape portion into a winding web in which the tape is engaged by a solid surface, which may be on members present in the cassette, then serving as guide members. The winding webs, along which the belt portions then extend, form an increased resistance to displacement of the belt portion. In response to the tension in the engaged tape portion, each resilient flexible member is bent so that the tape portion follows a less swinging path, in which the resistance to tape displacement is less, so that the tape is finally released for transport between the two tape reels. To reduce the frictional resistance of the relatively large contact area of the resiliently flexible element and the magnetic tape, the free end portion of the element is coated with a layer of polytetrafluoroethylene (PTFE or "Teflon"). This also reduces the generation of static electricity as a result of rubbing the belt and element together.
De bekende magneetbandcassette heeft echter als nadeel, dat PTFE zich niet gedraagt als normale thermoplast, en zich derhalve niet leent voor de gebruikelijke kunststof-vormgevingstechnieken. Daardoor wordt de vervaardiging van de veerkrachtig buigzame elementen met de PTFE-bekledings-laag bemoeilijkt.The known magnetic tape cassette has the drawback, however, that PTFE does not behave like normal thermoplastic and therefore does not lend itself to the usual plastic molding techniques. This makes the production of the resiliently flexible elements with the PTFE coating layer more difficult.
In de Franse octrooiaanvrage 2.194.017 is een vergelijkbaar mechanisme beschreven, waarbij echter i.p.v. een dun, plaatvormig veerkrachtig buigzaam element een veerkrachtig buigzaam element in de vorm van een gebogen, staaf-vormig lichaam wordt toegepast. Dit staafvormig lichaam wordt aan het cassettehuis bevestigd door een eindgedeelte van het lichaam op te sluiten in een spleet, welke afgesloten wordt door het daarin vastkitten of op een andere geschikte wijze, bijvoorbeeld met kleefstof, bevestigen van een afsluitelement.French patent application No. 2,194,017 describes a similar mechanism, however, instead of a thin, plate-shaped resilient flexible element, a resilient flexible element in the form of a curved, rod-shaped body is used. This rod-shaped body is attached to the cassette housing by enclosing an end portion of the body in a slit, which is closed by gluing therein or attaching a closure element in another suitable manner, for example with adhesive.
Het element strekt zich evenwijdig aan de bovenzijde over de gehele breedte van de cassette uit tot nabij de toegangsopening, waar het vrije eindgedeelte van het element over een rechte hoek omgebogen is ter vorming van een aandrukdeel.The element extends parallel to the top across the entire width of the cassette to near the access opening, where the free end portion of the element is bent at a right angle to form a pressing part.
Doordat het veerkrachtig buigzame element staal-vormig is, is het contactvlak tussen de band en het aandruk- deel van het element relatief klein, en de optredende wrijving dus relatief gering.Since the resiliently flexible element is steel-shaped, the contact surface between the belt and the pressing part of the element is relatively small, and the friction thus occurring is relatively small.
Deze bekende constructie van het veerkrachtig buigzaam element heeft echter als nadeel dat onder invloed van de bandspanning het aandrukdeel om het buigpunt zal roteren, en derhalve de band ongelijkmatig zal aandrukken.This known construction of the resilient flexible element has the drawback, however, that under the influence of the belt tension the pressing part will rotate around the inflection point, and therefore the belt will press unevenly.
De uitvinding beoogt een magneetbandcassette van de hiervoor beschreven soort te verschaffen, waarbij de genoemde nadelen zich niet voordoen. Dit wordt volgens de uitvinding bereikt, doordat de wrijvingsweerstand-verla-gingsmiddelen vervaardigd zijn van een veerkrachtig buigzaam materiaal, dat koolstof, in het bijzonder grafiet bevat. Hierdoor zijn de wrijvingsweerstand-verlagingsmiddelen eenvoudig en derhalve relatief goedkoop te vervaardigen.The object of the invention is to provide a magnetic tape cassette of the type described above, wherein the drawbacks mentioned do not arise. This is achieved according to the invention in that the frictional resistance-lowering means are made of a resilient flexible material, which contains carbon, in particular graphite. The frictional resistance lowering means are hereby simple and therefore relatively cheap to manufacture.
Voorkeursuitvoeringen van de bandcassette volgens de uitvinding worden beschreven in de volgconclusies.Preferred embodiments of the tape cassette according to the invention are described in the subclaims.
De uitvinding wordt nu toegelicht aan de hand van een aantal voorbeelden, waarbij wordt verwezen naar de bijgevoegde tekening, waarin overeenkomstige onderdelen met gelijke verwijzingscijfers aangeduid zijn, en waarin:The invention will now be elucidated on the basis of a number of examples, reference being made to the annexed drawing, in which like parts are indicated with like reference numerals, and in which:
Figuur 1 een perspectivisch aanzicht is van een cassette volgens de uitvinding tijdens gebruik; figuur 2 een bovenaanzicht is op de onderhelft van een cassette met daarin aangebrachte veerkrachtig buigzame elementen volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding ; figuur 3 en 4 respectievelijk een zijaanzicht en een bovenaanzicht tonen van de eerste uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element; figuur 5 een bovenaanzicht is van het in figuur 3 en 4 getoonde element in gemonteerde toestand; figuur 6,7 en 8 zijaanzichten tonen van andere versies van de eerste uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element; figuur 9 een met figuur 5 overeenkomend aanzicht is van het veerkrachtig buigzaam element, gemonteerd in een alternatieve houder; figuur 10 een perspectivisch aanzicht is van een tweede uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element ? figuur 11 een met figuur 10 overeenkomend aanzicht is van een derde uitvoeringsvorm van het element; figuur 12 een met figuur 10 en 11 overeenkomend aanzicht toont van een vierde uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzaam element? figuur 13 een dwarsdoorsnede is door een detail, waaruit de relatie tussen de bovenwand van de cassette en het bovenrandoppervlak van het verschuifbaar in een houder opgenomen, veerkrachtig buigzame element blijkt, figuur 14, in perspectief, een cassetteonderhelft met veerkrachtig buigzame elementen volgens de tweede, derde of vierde uitvoeringsvorm toont, en figuur 15 een detail toont van een gedeelte van de cassette-onderhelft met een schematisch aangegeven veerkrachtig buigzaam element volgens een vijfde uitvoeringsvorm van de uitvinding.Figure 1 is a perspective view of a cassette according to the invention during use; Figure 2 is a top view of the lower half of a cassette with resiliently flexible elements arranged therein according to a first embodiment of the invention; Figures 3 and 4 show respectively a side view and a top view of the first embodiment of the resilient flexible element; Figure 5 is a plan view of the element shown in Figures 3 and 4 in assembled condition; Figures 6,7 and 8 show side views of other versions of the first embodiment of the resilient flexible element; Figure 9 is a view corresponding to Figure 5 of the resilient flexible element mounted in an alternative container; Figure 10 is a perspective view of a second embodiment of the resiliently flexible element? Figure 11 is a view corresponding to Figure 10 of a third embodiment of the element; figure 12 shows a view corresponding with figures 10 and 11 of a fourth embodiment of the resilient flexible element? Figure 13 is a cross-sectional view through a detail showing the relationship between the top wall of the cassette and the top edge surface of the resiliently flexible resiliently contained in a container; Figure 14, in perspective, a cassette half with resiliently flexible elements according to the second, third or fourth embodiment, and Figure 15 shows a detail of a portion of the cassette lower half with a schematically shown resilient flexible element according to a fifth embodiment of the invention.
Een magneetbandcassette 10 volgens de uitvinding omvat een huis 11 (fig. 1) met daarin roteerbaar aangebrachte haspels (hier niet getoond) waarop een magneetband is gewikkeld, waarbij een zich tussen de haspels uitstrekkend bandgedeelte T' langs een toegangsopening 15 van het huis 11 wordt geleid. Bij het opnemen of weergeven van signalen op of van de magneetband wordt het langs de toegangsopening 15 geleide bandgedeelte T' door een pen 22 van een opname- of weergave-apparaat in de richting van de pijl 23 uit het cassettehuis 11 getrokken.A magnetic tape cassette 10 according to the invention comprises a housing 11 (Fig. 1) with rotatably mounted reels (not shown here) on which a magnetic tape is wound, a tape portion T 'extending between the reels being passed along an access opening 15 of the housing 11 led. When recording or reproducing signals on or from the magnetic tape, the tape portion T 'guided along the access opening 15 is pulled out of the cassette housing 11 in the direction of the arrow 23 by a pin 22 of a recording or reproducing apparatus.
Het huis 11 is verdeeld in een bovenhelft 11' en een onderhelft 11" (fig. 2), en heeft een bij voorkeur platte, hoofdzakelijk rechthoekige vorm en kan zijn vervaardigd van een geschikte kunststof; het huis bestaat uit een niet in figuur 2 getekende bovenwand, een onderwand 13 en een, de beide zojuist genoemde wanden langs hun randen met elkaar verbindende omtrekswand 14. De omtrekswand 14 en aangrenzende gedeelten van de beide wanden 12 en 13 zijn langs een lange zijkant van het rechthoekige huis 11 weggesneden, waardoor een langwerpige opening 15 wordt verkregen. Binnen het cassettehuis 11 zijn op geschikte wijze vrij roteerbaar naast elkaar twee haspels 16 en 17 aangebracht, waarop een magneetband T is gewikkeld, waarvan een gedeelte T' zich uitstrekt tussen twee leipennen 18 en 19, die zich respectievelijk nabij de tegenover gelegen einden van de opening 15 bevinden. Het zich langs de opening 15 uitstrekkende bandgedeelte T' kan via de opening worden aangegrepen en uit het cassettehuis worden getrokken. Voorts kan het cassettehuis 11 een scheidingwand 21 bevatten, die zich tussen de onderwand 12 en de bovenwand 13 tussen de leipennen 18 en 19 en langs de rand van de opening 15 uitstrekt; deze scheidingswand bevindt zich aan de binnenzijde of aan de voorzijde van het zich tussen de leipennen 18 en 19 uitstrekkende bandgedeelte T'.The housing 11 is divided into an upper half 11 'and a lower half 11 "(fig. 2), and has a preferably flat, mainly rectangular shape and can be made of a suitable plastic; the housing consists of a not shown in fig. 2 top wall, a bottom wall 13 and a circumferential wall 14 connecting the two just-mentioned walls along their edges. The circumferential wall 14 and adjacent parts of both walls 12 and 13 are cut away along a long side of the rectangular housing 11, so that an elongated opening 15 is suitably arranged within the cassette housing 11 in a freely rotatable manner next to each other two reels 16 and 17, on which a magnetic tape T is wound, a portion T 'of which extends between two guide pins 18 and 19, which respectively extend near the opposite ends of the opening 15. The tape portion T 'extending along the opening 15 may be engaged through the opening and out of the cassette. be drawn. Furthermore, the cassette housing 11 may comprise a partition wall 21 extending between the bottom wall 12 and the top wall 13 between the guide pins 18 and 19 and along the edge of the opening 15; this dividing wall is located on the inside or at the front of the belt section T 'extending between the guide pins 18 and 19.
Een overmatige slapte van het bandgedeelte T' als gevolg van vrije rotatie van de haspels 16, 17 wordt verhinderd door middel van veerkrachtig buigzame elementen 100, 102 die respectievelijk zijn toegevoegd aan een zich tussen de leipen 19 en een steunorgaan 104, zoals een rol, uitstrekkend bandgedeelte XI en een zich tussen de leipen 18 en een steunorgaan 106, zoals een rol, uistrekkend bandgedeelte X2. Het vrije einde 100' van het veerkrachtig buigzame element 100 werkt gewoonlijk zodanig op het bandgedeelte XI in, dat dit in drukaanraking verkeert met een gedeelte van het buitenoppervlak van het steunorgaan 104; dit wil zeggen, dat het vrije einde 100' van het element 100 gewoonlijk een remwerking op het zich vanaf de haspel 16 uitstrekkende bandgedeelte uitoefent. Op soortgelijke wijze werkt het vrije einde 102’van het veerkrachtig buigzame element 102 gewoonlijk zodanig op het bandgedeelte X2 in, dat dit bandgedeelte in drukaanraking verkeert met een gedeelte van het buitenoppervlak van het steunorgaan 106, zodat gewoonlijk een remwerking op het zich vanaf de haspel 17 uitstrekkende bandgedeelte resulteert. Wanneer echter op het bandgedeelte T' een spanning wordt uitgeoefend, bijvoorbeeld tijdens in-brenging van het bandgedeelte in het bandapparaat, tijdens signaalopname of tijdens signaalweergave, waarbij het band- gedeelte T' uit de opening 15 wordt of is getrokken, zal het bandgedeelte XI het vrije einde 100' buiten drukaanraking met het steunorgaan 104 trekken, terwijl het bandgedeelte X2 onder die omstandigheden het vrije einde 102 buiten drukaanraking met het steunorgaan 106 trekt. Het naar buiten trekken van het bandgedeelte T' via de opening 15 brengt derhalve automatisch met zich mede, dat de vrije einden 100', 102' niet langer in drukaanraking met hun respectievelijk bijbehorende steunorganen 104, 106 verkeren; dit wil zeggen, dat het bandgedeelte T' vrij uit de opening 15 kan worden getrokken. De vrije einden 100', 102' verhinderen derhalve te zamen met respectievelijk de steunorganen 104, 106 een overmatige bandslapte in het bandgedeelte T' wanneer de cassette 10 zich buiten het bijbehorende bandapparaat bevindt, terwijl dezelfde organen of elementen de magneetband T voor vrij transport tussen de haspels 16, 17 automatisch vrijgeven wanneer het bandgedeelte T' tijdens bandinbrenging signaalopname of signaalweergave uit de opening 15 wordt getrokken.Excessive slack in the tape portion T 'due to free rotation of the reels 16, 17 is prevented by resiliently flexible members 100, 102 respectively added to one located between the guides 19 and a support member 104, such as a roller, extending belt portion XI and a belt portion X2 extending between the guide pin 18 and a support member 106, such as a roll. The free end 100 'of the resiliently flexible element 100 usually acts on the strap portion XI to be in pressure contact with a portion of the outer surface of the support member 104; that is, the free end 100 'of the element 100 usually exerts a braking action on the belt portion extending from the reel 16. Similarly, the free end 102 'of the resiliently flexible element 102 usually acts on the tape portion X2 such that this tape portion is in pressure contact with a portion of the outer surface of the support member 106, so that usually a braking action upon the reel 17 extending belt portion results. However, when a tension is applied to the tape portion T ', for example during insertion of the tape portion into the tape apparatus, during signal recording or during signal reproduction, with the tape portion T' being pulled out of the opening 15, the tape portion XI pulling the free end 100 'out of pressure contact with the support member 104, while the strap portion X2 under those conditions pulls the free end 102 out of pressure contact with the support member 106. Pulling out the band portion T 'through the opening 15 therefore automatically implies that the free ends 100', 102 'are no longer in pressure contact with their respective associated support members 104, 106; that is, the tape portion T 'can be freely pulled out of the opening 15. Thus, the free ends 100 ', 102' together with the support members 104, 106, respectively, prevent excessive tape slack in the tape portion T 'when the cassette 10 is outside the associated tape device, while the same members or elements allow the magnetic tape T for free transport between the reels 16, 17 automatically release when the tape portion T 'is withdrawn from the opening 15 during tape insertion signal recording or signal reproduction.
Een eerste uitvoeringsvorm van de veerkrachtig buigzame elementen 100, 102, die in de in de figuur 2 weergegeven houders 110,112 worden aangebracht, is in figuur 3 in zijaanzicht en in figuur 4 in bovenaanzicht weergegeven. Aangezien de beide elementen 100 en 102 bij deze eerste uitvoeringsvorm geheel identiek zijn uitgevoerd, wordt slechts het veerkrachtig buigzame element 100 in details beschreven. Zoals de figuren 3 en 4 laten zien, is het veerkrachtig buigzame element 100 aan zijn bovenzijde, nabij het eindge-deelte van zijn vaste einde 100” voorzien van een inkeping 135' en aan zijn onderzijde, nabij het eindgedeelte van zijn vaste einde 100", van een inkeping 135" voor aangrijping met een in de houder 110 aangebrachte ribbe.A first embodiment of the resiliently flexible elements 100, 102, which are mounted in the holders 110, 112 shown in Figure 2, is shown in side view in Figure 3 and in top view in Figure 4. Since the two elements 100 and 102 are completely identical in this first embodiment, only the resiliently flexible element 100 is described in detail. As Figs. 3 and 4 show, the resiliently flexible element 100 is provided on its top, near the end portion of its fixed end 100 "with a notch 135 'and on its bottom, near the end portion of its fixed end 100" of a notch 135 "for engagement with a rib disposed in the container 110.
Het veerkrachtig buigzame element 100 kan worden gevormd uit een strook geschikt veerkrachtige kunststof, zoals een polyesterhars, of van een veermetaal met hoge buigzaamheid. Op de beide zijoppervlakken van het vrije einde 100' van het veerkrachtig buigzame element 100 is een geschikt materiaal 138 met een lage wrijvingscoëfficient aangebracht. Een dergelijk geschikt materiaal 138 wordt volgens de uitvinding gevormd door een materiaal dat grafiet of een andere vorm van koolstof bevat. Dit materiaal 138 is op geschikte wijze aan het vrije einde 100' bevestigd of daarop geperst, waarbij gebruik gemaakt is van een kleefstof, een kit of van een met warmte of mechanische kracht werkende bindtechniek.The resiliently flexible element 100 may be formed from a strip of a suitable resilient plastic, such as a polyester resin, or from a high flexibility spring metal. A suitable material 138 with a low coefficient of friction is applied to both side surfaces of the free end 100 'of the resiliently flexible element 100. According to the invention, such a suitable material 138 is formed by a material containing graphite or another form of carbon. This material 138 is suitably attached or pressed to the free end 100 'using an adhesive, a sealant or a bonding technique operating with heat or mechanical force.
Als gevolg van de toepassing van een materiaal 138 met een lage wrijvingscoëfficient vindt geen elektrostatische oplading van de magneetband aan het eindgedeelte van het veerkrachtige element plaats, dat wil zeggen wordt een dergelijk ladingsverschijnsel op doeltreffende wijze verhinderd. Het grote belang hiervan is, dat geen "vastkleven" van de band aan het vrije einde 100' van het veerkrachtige buigzame element 100 optreedt, zodat een ongehinderd, glad verlopend bandtransport langs het element 100 wordt verkregen. Dit is een belangrijk voordeel van de uitvinding.Due to the use of a material 138 with a low coefficient of friction, no electrostatic charging of the magnetic tape to the end portion of the resilient element takes place, that is, such a charging phenomenon is effectively prevented. The great importance of this is that no "sticking" of the belt to the free end 100 'of the resilient flexible element 100 occurs, so that an unimpeded, smoothly running belt transport along the element 100 is obtained. This is an important advantage of the invention.
Zoals figuur 2 laat zien, is de houder 110 met zijn onderwand aan de onderwand 13 van het cassettehuis 11 bevestigd op een nabij het steunorgaan 104 gelegen plaats, zodat, wanneer het veerkrachtig buigzame element 100 verschuifbaar met zijn vaste einde 100' , in de houder 110 is aangebracht, het vrije einde 100' van het element gewoonlijk op het bandgedeelte XI zodanig inwerkt, dat dit bandgedeelte in drukaanraking met een gedeelte van het buitenoppervlak van het steunorgaan 104 verkeert. Aangezien het vrije einde 100' met het hiervoor beschreven materiaal 138 is bedekt en daarmede in fysieke aanraking met het bandgedeelte XI verkeert, zal, wanneer het bandgedeelte T' uit de opening 15 wordt getrokken, zeer weinig wrijving optreden tussen het bandgedeelte XI en het materiaal 138, zodat het bandgedeelte reeds bij een laag spanningsniveau automatisch voor transport wordt vrijgegeven.As shown in Figure 2, the container 110 is attached with its bottom wall to the bottom wall 13 of the cassette housing 11 at a location adjacent the support member 104 so that, when the resiliently flexible element 100 is slidable with its fixed end 100 ', in the container 110, the free end 100 'of the element usually acts on the strap portion XI such that this strap portion is in pressure contact with a portion of the outer surface of the support member 104. Since the free end 100 'is covered with the above-described material 138 and is therewith in physical contact with the tape portion XI, when the tape portion T' is pulled out of the opening 15, very little friction will occur between the tape portion XI and the material 138, so that the belt section is automatically released for transport even at a low tension level.
Naast de bevestiging van het veerkrachtig buigzaam element 100 in de houder 110 door ingrijping van de ribbe 132 van de houder 110 in de inkeping 135'' van het veerkrachtig buigzaam element 100, kan het element 100 ook nog in de houder 110 ingeklemd zijn door middel van uit de binnenoppervlakken van de zijwanden 120, 122 van de houder 110 uitstekende ribben 128, 130 (fig.5). Bij het aanbrengen van het vaste elementeinde 100'' in de houder 110 wordt het einde derhalve ter plaatse van en door de uitsteeksels 128, 130 gebogen. Deze meervoudige buiging van het vaste einde 100'' heeft tot gevolg, dat het element 100 goed door de houder 110 wordt vastgehouden. Indien gewenst, kan bovendien ook aan het binnenoppervlak van de bovenwand 12 van de houder een ribbe 132' worden toegepast, zoals figuur 20 laat zien; deze ribbe kan dan verschuifbaar ingrijpen in de inkeping 135' van het element 100 wanneer de bovenwand 12 en de onderwand 13 van het cassettehuis 11 aan elkaar worden bevestigd. In dat geval wordt het vaste einde 100'' volgens de eerste uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element 100 na de bevestiging van de bovenwand 12 op de onderwand 13 van het cassettehuis 11 stevig in de houder 110 verankerd door de fysieke aanraking van de randen van het vaste elementeinde 100'' aan de aangrenzende wanden, de buiging van het vaste elementeinde 100'' door en ter plaatse van de uitsteeksels 128, 130 en door de schuivende ingrij-ping van zowel de ribbe 132 in de inkeping 135'' als de ribbe 132' in de inkeping 135'. Opgemerkt dient te worden, dat de ruimte tussen de houderwanden 120, 122 aanzienlijk wijder is dan de door de uitsteeksels 128, 138 met hun respectievelijk tegenover gelegen houderwanden gevormde, nauwe spleten; dit maakt het mogelijk, dat het vrije einde 100' van het veerkrachtig buigzame element 100 tussen zijn normale remstand en zijn bij automatische vrijgave van de magneetband behorende stand een aanzienlijke buigbeweging uitvoert, zoals meer in het bijzonder in figuur 5 is te zien.In addition to fixing the resilient flexible element 100 in the holder 110 by engaging the rib 132 of the holder 110 in the notch 135 '' of the resilient flexible element 100, the element 100 may also be clamped in the holder 110 by means of ribs 128, 130 protruding from the inner surfaces of the side walls 120, 122 of the container 110 (Fig. 5). Therefore, when the fixed element end 100 '' is mounted in the holder 110, the end is bent at and through the protrusions 128, 130. This multiple bending of the fixed end 100 '' results in the element 100 being properly held by the holder 110. If desired, a rib 132 'can also be used on the inner surface of the top wall 12 of the container, as shown in figure 20; this rib can then slidably engage the notch 135 'of the element 100 when the top wall 12 and the bottom wall 13 of the cassette housing 11 are attached together. In that case, the fixed end 100 '' according to the first embodiment of the resiliently flexible element 100, after the attachment of the top wall 12 to the bottom wall 13 of the cassette housing 11, is firmly anchored in the holder 110 by the physical contact of the edges of the fixed element end 100 '' on the adjacent walls, the bending of the fixed element end 100 '' through and at the location of the protrusions 128, 130 and through the sliding engagement of both the rib 132 into the notch 135 '' and the rib 132 'in notch 135'. It should be noted that the space between the container walls 120, 122 is considerably wider than the narrow gaps formed by the protrusions 128, 138 with their respective container walls; this allows the free end 100 'of the resiliently flexible element 100 to perform a significant bending movement between its normal braking position and its position associated with automatic release of the magnetic tape, as can be seen more particularly in Figure 5.
Figuren 6,7 en 8 tonen een drietal andere versies van de eerste uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element 100. Aangezien de elementen 100 en 102 identiek zijn uitgevoerd, zal ook bij deze andere versies telkens slechts het element 100 worden beschreven. Bij de figuren 6 en 8 getoonde versies zijn de inkepingen 135', 135'' vervangen door één of meer uitsteeksels 140, 140'. In de houder 110 en/of de bovenwand 12 van de cassette 11 dient dan uiteraard de ribbe 132 (fig. 13) vervangen te worden door een uitsparing. Bij de versie van figuur 7 zijn de inkepingen 135', 135'' vervangen door een enkele, boogvormige inkeping 150. Door de boogvorm wordt het gevaar van scheurvorming in het veerkrachtig buigzaam element 100 ter plaatse van het inkeping verkleind. Verder is bij deze versie van de eerste uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzaam element 100 tussen het vrije einde 100' en het vaste einde 100'' tenminste één inkeping 152 gevormd. In het getoonde voorbeeld is overigens niet alleen een dergelijke inkeping 152 aan de onderrand, doch bovendien een inkeping 152'aan de bovenrand van het veerkrachtig buigzame element 100 gevormd. Deze inkepingen 152, 152' maken wijziging of voorafgaande instelling mogelijk van de grootte van de op het magneetbandge-deelte T' uitgeoefende spanning, waardoor het element 100 vanuit zijn normale remstand naar zijn stand van automatische bandvrijgave wordt verplaatst.Figures 6,7 and 8 show three other versions of the first embodiment of the resiliently flexible element 100. Since the elements 100 and 102 are identical, only the element 100 will be described in each of these other versions. In the versions shown in Figures 6 and 8, the notches 135 ', 135' 'have been replaced by one or more protrusions 140, 140'. In the holder 110 and / or the top wall 12 of the cassette 11, the rib 132 (fig. 13) must, of course, be replaced by a recess. In the version of Figure 7, the notches 135 ', 135' 'are replaced by a single, arcuate notch 150. The arc shape reduces the risk of cracking in the resilient flexible element 100 at the notch. Furthermore, in this version of the first embodiment of the resilient flexible element 100, at least one notch 152 is formed between the free end 100 'and the fixed end 100' '. Incidentally, in the example shown, not only is such a notch 152 formed at the bottom edge, but also a notch 152 'at the top edge of the resiliently flexible element 100. These notches 152, 152 'allow modification or pre-adjustment of the magnitude of the tension applied to the magnetic tape portion T', thereby displacing the element 100 from its normal braking position to its automatic tape release position.
Alle getoonde versies van de eerste uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzaam element 100 volgens de vinding hebben gemeen, dat zij aan hun vrije eindgedeelte 100' voorzien zijn van een laag 138 van een materiaal met lage wrijvingsweerstand, in het bijzonder een materiaal dat een vorm van koolstof, bijvoorbeeld grafiet bevat.All shown versions of the first embodiment of the resilient flexible element 100 according to the invention have in common that they are provided at their free end part 100 'with a layer 138 of a material with low frictional resistance, in particular a material which is a form of carbon , for example, graphite.
Figuur 10 toont een tweede uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element 100. Ook in dit geval geldt, dat het element 100 identiek met het element 102 is uitgevoerd en als enige wordt beschreven. Bij deze derde uitvoeringsvorm is het element 100 aan zijn vrije einde 100' met een gedeelte 192 voorgebogen over een hoek α < 45°. Aan de onderzijde van het achtergedeelte van het vaste einde 100" is in dit geval een inkeping 190 gevormd.Figure 10 shows a second embodiment of the resiliently flexible element 100. Also in this case, it holds that element 100 is identical to element 102 and is the only one described. In this third embodiment, the element 100 is pre-bent at its free end 100 'by a portion 192 over an angle α <45 °. In this case, a notch 190 is formed on the underside of the rear part of the fixed end 100 ".
Terwijl bij de tot nog toe beschreven eerste uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element 100 op het vrije einde 100· daarvan een laag koolstof-, bij voorkeur grafiet-houdend materiaal 138 met lage wrijvingscoëffi-cient was aangebracht, is de in figuur 17 weergegeven, derde uitvoeringsvorm van het buigzame element 100 zelf vervaar digd van een veerkrachtig materiaal, dat grafiet, een andere vorm van koolstof of nog een ander materiaal met een lage wrijvingscoëfficient bevat. Bij deze derde uitvoeringsvorm van het element 100 is het derhalve onnodig om afzonderlijk materiaal 138 aan te brengen, daar de geringe wrijving die optreedt het gevolg is van de toepassing van materiaal met een lage wrijvingscoëfficient voor de vervaardiging van het element 100 zelf. Ook in dit geval geldt, dat de toepassing van een materiaal met lage wrijvingscoëfficient tot gevolg heeft, dat geen electrostatische oplading van de magneetband aan het eindgedeelte 100' van het veerkrachtige element 100 plaatsvindt, respectievelijk een dergelijk ladingsverschijn-sel wordt verhinderd. Daardoor wordt "vastkleven" van de magneetband aan het vrije einde 100' vermeden, zodat een ongehinderd, glad verlopend bandtransport langs het element 100 wordt verkregen.While in the first embodiment of the resiliently flexible element 100 described so far, a low carbon coefficient of carbon, preferably graphite-containing material 138 having a low friction coefficient was applied to the free end 100 · thereof, the third shown in FIG. The embodiment of the flexible element 100 itself is made of a resilient material containing graphite, another form of carbon, or yet another material with a low coefficient of friction. Therefore, in this third embodiment of the element 100, it is unnecessary to apply separate material 138, since the low friction that occurs is due to the use of low friction material for the manufacture of the element 100 itself. In this case, too, the use of a material with a low friction coefficient means that no electrostatic charging of the magnetic tape at the end portion 100 'of the resilient element 100 takes place, or such a charging phenomenon is prevented. This prevents "sticking" of the magnetic tape to the free end 100 ', so that an unhindered, smoothly running tape transport along the element 100 is obtained.
Figuur 11 toont een derde uitvoeringsvorm van het veerkrachtig buigzame element 100. Daar het element 102 identiek met het element 100 is uitgevoerd, wordt slechts het element 100 meer in details beschreven. Evenals bij de tweede uitvoeringsvorm vertoont een buigzaam element 100 volgens de derde uitvoeringsvorm aan zijn vrije einde 100 een over een hoek α < 45° omgebogen gedeelte 192, terwijl aan de onderzijde van het achterste gedeelte van het vaste einde 100" weer een inkeping 190 is gevormd. Het verschil tussen de elementen 100 volgens respectievelijk de tweede en de derde uitvoeringsvorm is, dat het materiaal, waaruit het element 100 is vervaardigd, bij de derde uitvoeringsvorm niet een voldoende lage wrijvingscoëfficient heeft. In verband daarmede moet over tenminste het gehele buitenoppervlak van het vrije einde 100' en van het omgebogen gedeelte 192 een laag materiaal 138 worden aangebracht, zoals figuur 18 laat zien.Figure 11 shows a third embodiment of the resiliently flexible element 100. Since the element 102 is designed identically to the element 100, only the element 100 is described in more detail. As in the second embodiment, a flexible element 100 of the third embodiment has at its free end 100 a portion 192 bent at an angle α <45 °, while at the bottom of the rear portion of the fixed end 100 "there is another notch 190 The difference between the elements 100 according to the second and third embodiments, respectively, is that in the third embodiment, the material from which the element 100 is made does not have a sufficiently low friction coefficient. the free end 100 'and of the bent portion 192 a layer of material 138 is applied, as shown in figure 18.
Bij een vierde uitvoeringsvorm van de veerkrachtig buigzame elementen 100,102, zoals weergegeven in figuur 12, strekt het koolstofhoudend, in het bijzonder grafiethoudend materiaal 138 met lage wrijvingsweerstand zich over het gehele buitenoppervlak van het element 100 en van het omgebogen gedeelte 192 uit.In a fourth embodiment of the resiliently flexible members 100, 102, as shown in Figure 12, the low friction carbonaceous, especially graphite containing, material 138 extends over the entire outer surface of the member 100 and of the bent portion 192.
Een tweede uitvoeringsvorm van de houder 110 is weergegeven in figuur 9. Aangezien de houder 112 een exact spiegelbeeld van de houder 110 vormt, wordt slechts de laatstgenoemde beschreven. Bij deze tweede uitvoeringsvorm heeft de houder 110 de vorm van een blok 160 met een boogvormig verlopende spleet; deze spleet heeft een grotere breedte dan de dikte van het veerkrachtig buigzame element 100, dat verschuifbaar in de spleet is aangebracht. De spleet is open aan zijn bovenzijde en aan zijn ene einde, doch aan zijn andere einde gesloten.A second embodiment of the holder 110 is shown in Figure 9. Since the holder 112 is an exact mirror image of the holder 110, only the latter is described. In this second embodiment, container 110 is in the form of a block 160 with an arcuate slit; this slit has a width greater than the thickness of the resiliently flexible element 100 slidably mounted in the slit. The slit is open at its top and at one end, but closed at its other end.
Zoals in het voorgaande reeds is opgemerkt, probeert het veerkrachtig buigzame element 100 steeds een vlakke vorm aan te nemen. Als gevolg van de gebogen vorm van de spleet zal het element 100 in gebogen stand binnen de spleet worden vastgehouden; het element kan niet uit de spleet worden getrokken, daar een ribbe van de houder in een bijbehorende inkeping in het buigzame orgaan 100 ingrijpt.As has already been noted above, the resilient flexible element 100 always tries to assume a flat shape. Due to the curved shape of the slit, the element 100 will be retained within the slit in a curved position; the element cannot be pulled out of the slit, since a rib of the container engages in a corresponding notch in the flexible member 100.
Figuur 15 toont een andere versie van deze tweede uitvoeringsvorm van de houder 110; deze vormt in dit geval één geheel met de onderwand 13 van het cassettehuis 11 en heeft een gebogen verlopende wand 170. Het van de haspel 16 afgekeerde buitenoppervlak van deze wand 170 komt overeen met een wand van de spleet in figuur 9. Het andere, gebogen verlopende oppervlak van deze andere versie van de tweede uitvoeringsvorm van de houder 110 wordt bepaald door het eindvlak van een orgaan 172, het eindvlak van een orgaan 174 en een afgeplat oppervlakgedeelte van een bevestigingsorgaan 176. Tussen het orgaan 174 en het aangrenzende, gebogen oppervlak van de wand 170 strekt zich een ribbe 178 uit, terwijl het bevestigingsorgaan 176 bovendien nabij het einde van de wand 170 een uitsteeksel 180 vertoont.Figure 15 shows another version of this second embodiment of the container 110; in this case it forms one piece with the bottom wall 13 of the cassette housing 11 and has a curved wall 170. The outer surface of this wall 170 remote from the reel 16 corresponds to a wall of the slit in figure 9. The other, curved tapered surface of this other version of the second embodiment of the container 110 is defined by the end face of a member 172, the end face of a member 174, and a flattened surface portion of an attachment member 176. Between the member 174 and the adjacent curved surface of the the wall 170 extends a rib 178, while the fastening member 176 also has a projection 180 near the end of the wall 170.
Wanneer het veerkrachtig buigzame element 100 in de houder 110 volgens deze andere versie van de tweede uitvoeringsvorm wordt aangebracht, respectievelijk is aangebracht, zoals met gebogen lijnen in figuur 15 is weergegeven, dan wordt het orgaan 100 aan buiging onderworpen door de gebogen vorm van de genoemde spleet en door het uitsteeksel 180, terwijl door de aangrijping van de ribbe 178 in een bijbehorende inkeping in het orgaan 10 verhinderd wordt, dat het orgaan 100 uit de houder 110 wordt getrokken. De daarbij optredende buiging van het element 100 heeft tot gevolg, dat het vrije elementeinde 100' het bandgedeelte XI gewoonlijk in drukaanraking met het steunorgaan 104 houdt, hetgeen de beoogde remwerking veroorzaakt. Wanneer het bandgedeelte T' daarentegen via de opening 15 in het cassettehuis naar buiten wordt getrokken, zal de in dit bandgedeelte XI optredende spanning daarentegen het orgaan 100 via zijn vrije einde 100' van het steunorgaan 104 wegbuigen, waarbij het bandgedeelte XI zich in glijdende aanraking bij geringe wrijving met het op het vrije einde 100' van het element 100 aanwezige materiaal 138 bevindt, zoals figuur 15 laat zien.When the resiliently flexible element 100 is placed in the holder 110 according to this other version of the second embodiment, or is arranged as shown by curved lines in Figure 15, the member 100 is subjected to bending by the curved shape of the said slit and through the protrusion 180, while the engagement of the rib 178 in an associated notch in the member 10 prevents the member 100 from being pulled out of the container 110. The resulting bending of the element 100 results in the free element end 100 'usually keeping the tire portion XI in pressure contact with the support member 104, causing the intended braking action. On the other hand, when the tape portion T 'is pulled out through the opening 15 in the cassette housing, the tension occurring in this tape portion XI will deflect the member 100 through its free end 100' away from the support member 104, the tape portion XI in sliding contact at low friction with material 138 present on the free end 100 'of element 100, as shown in Figure 15.
Figuur 14 toont weer een andere versie van de tweede uitvoeringsvorm van de houder 110; deze vormt één geheel met de onderwand 13 van het cassettehuis 11.Figure 14 shows yet another version of the second embodiment of the container 110; it is integral with the bottom wall 13 of the cassette housing 11.
Figuur 13 toont de onderbrenging van de derde of vierde uitvoeringsvorm van de veerkrachtig buigzame elementen 100, 102 in bijbehorende, passende houders 110.Figure 13 shows the arrangement of the third or fourth embodiment of the resiliently flexible members 100, 102 in associated mating containers 110.
Claims (5)
Applications Claiming Priority (4)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
JP1977097064U JPS5756381Y2 (en) | 1977-07-22 | 1977-07-22 | |
JP9706477 | 1977-07-22 | ||
NLAANVRAGE7807848,A NL190531C (en) | 1977-07-22 | 1978-07-24 | Magnetic tape cassette. |
NL7807848 | 1978-07-24 |
Publications (3)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL9302161A true NL9302161A (en) | 1994-04-05 |
NL192154B NL192154B (en) | 1996-10-01 |
NL192154C NL192154C (en) | 1997-02-04 |
Family
ID=26438268
Family Applications (2)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL9100196A NL192587C (en) | 1977-07-22 | 1991-02-04 | Magnetic tape cassette. |
NL9302161A NL192154C (en) | 1977-07-22 | 1993-12-10 | Tape cassette. |
Family Applications Before (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL9100196A NL192587C (en) | 1977-07-22 | 1991-02-04 | Magnetic tape cassette. |
Country Status (1)
Country | Link |
---|---|
NL (2) | NL192587C (en) |
Families Citing this family (2)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
CA3155694A1 (en) * | 2019-09-24 | 2021-04-01 | Genetec Inc. | Intermediary device for daisy chain and tree configuration in hybrid data/power connection |
US11770155B2 (en) | 2020-05-19 | 2023-09-26 | Genetec Inc. | Power distribution and data routing in a network of devices interconnected by hybrid data/power links |
-
1991
- 1991-02-04 NL NL9100196A patent/NL192587C/en not_active IP Right Cessation
-
1993
- 1993-12-10 NL NL9302161A patent/NL192154C/en not_active IP Right Cessation
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
NL192154B (en) | 1996-10-01 |
NL9100196A (en) | 1991-08-01 |
NL192587C (en) | 1997-10-03 |
NL192587B (en) | 1997-06-02 |
NL192154C (en) | 1997-02-04 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
US4290567A (en) | Tape cassette brake assembly | |
US4101096A (en) | Magnetic tape cassette | |
US4533969A (en) | Tape cassette anti-static member | |
US4621779A (en) | Video tape cassette | |
US4757957A (en) | Tape cartridge | |
NL8003719A (en) | TIRE CASSETTE. | |
NL192154C (en) | Tape cassette. | |
US4773615A (en) | Magnetic tape cassettes | |
US4405096A (en) | Magnetic tape cassette | |
JPS6043282A (en) | Cassette | |
EP0086625B1 (en) | Tape cassette | |
EP0646919B1 (en) | Magnetic tape cassette | |
JPH06124568A (en) | Tape cassette | |
US5177838A (en) | Fastener for magnetic tape cartridge and method of use thereof | |
CA1150707A (en) | Endless type tape cassette | |
US3208688A (en) | Tape reel | |
US4205809A (en) | Tape cassette | |
CA1146270A (en) | Endless type tape cassette | |
US5438472A (en) | Magnetic tape cassette with an improved reel spring | |
JPS6230223Y2 (en) | ||
JP2526907Y2 (en) | Magnetic tape cassette | |
JPS6230229Y2 (en) | ||
JPH057794B2 (en) | ||
JPS5813503Y2 (en) | tape cassette | |
KR850000363B1 (en) | Magnetic tape cassette |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
BB | A search report has been drawn up | ||
BC | A request for examination has been filed | ||
V4 | Lapsed because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Free format text: 980724 |