NL8902493A - Werkwijze en inrichting voor het ontbenen van een stuk vlees. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het ontbenen van een stuk vlees. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8902493A NL8902493A NL8902493A NL8902493A NL8902493A NL 8902493 A NL8902493 A NL 8902493A NL 8902493 A NL8902493 A NL 8902493A NL 8902493 A NL8902493 A NL 8902493A NL 8902493 A NL8902493 A NL 8902493A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bone
- meat
- screw
- screw rollers
- rollers
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A22—BUTCHERING; MEAT TREATMENT; PROCESSING POULTRY OR FISH
- A22C—PROCESSING MEAT, POULTRY, OR FISH
- A22C21/00—Processing poultry
- A22C21/0069—Deboning poultry or parts of poultry
- A22C21/0076—Deboning poultry legs and drumsticks
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Zoology (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Processing Of Meat And Fish (AREA)
- Meat, Egg Or Seafood Products (AREA)
Description
Korte aanduiding: Werkwijze en inrichting voor het ontbenen van een stuk vlees.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het uit een stuk vlees verwijderen van een langwerpig bot, in het bijzonder het uit een stuk dijbeenvlees van gevogelte verwijderen van het dijbeenbot. De uitvinding betreft voorts een inrichting voor het uitvoeren van voornoemde werkwijze.
Bij het slachten van dieren worden veelvuldig stukken vlees verkregen, waarin zich een bot bevindt dat door een consument niet gewenst wordt en derhalve verwijderd moet worden.
Afgezien van de mogelijkheid, het bot met de hand met behulp van een mes of schraper of dergelijke te verwijderen, zijn diverse andere werkwijzen bekend die geschikt zijn om toegepast te worden bij het gemechaniseerd verwijderen van een bot uit een stuk vlees, welke werkwijzen toegepast kunnen worden op grote aantallen noodzakelijkerwijs gelijkvormige stukken vlees.
Een dergelijke werkwijze behelst bijvoorbeeld het tussen twee van een uitsparing voor het bot voorziene oppervlakken persen van het stuk vlees. Het vlees wordt op deze wijze verdrongen van het bot naar een plaats, die buiten de persoppervlakken ligt, terwijl het bot achterblijft in de ruimte die wordt gevormd door de uitsparingen .
Volgens een andere werkwijze wordt het vlees van een bot afgestroopt door een uiteinde van het bot vast te grijpen en vervolgens het bot in de lengterichting daarvan door een opening in een wand te trekken, welke opening enigszins grotere afmetingen heeft dan de grootste dwars-afmeting van het bot.
Beide bekende werkwijzen bezitten een aantal nadelen.
Zowel bij het uitpersen van het bot als bij het uittrekken van het bot wordt het vlees tenminste plaatselijk blootgesteld aan grote krachten, waardoor het vlees op de betreffende plaatsen zijn vezelachtige structuur kan verliezen en/of beschadigd kan worden, hetgeen resulteert in een sterke waardedaling van het vlees.
Verder zullen de beide beschreven werkwijzen niet tot het gewenste resultaat, namelijk het zo volledig mogelijk scheiden van vlees en bot, leiden indien: - de vorm en afmetingen van het bot afwijken van de verwachte configuraties. Bij het uitpersen van het bot kan het bot dan tussen de persoppervlakken terechtkomen en versplinterd worden, waardoor een groot gedeelte van het vlees onbruikbaar wordt. Bij het uittrekken van het bot is het gevaar groot, dat het uiteinde van het bot niet vastgegrepen kan worden en het machinaal verwijderen van het bot mislukt; - het bot slecht is uitgesneden, dit wil zeggen dat zich, behalve het bot, delen van aangrenzende botten in het stuk vlees bevinden, of dat een gedeelte van het bot ontbreekt. In dit geval resulteren opnieuw de bovengenoemde nadelen bij het uitpersen resp. uittrekken van het bot, van welke nadelen de oorzaak gelegen is in de onvoorziene vorm van het te verwijderen bot; - het bot van slechte kwaliteit is, dit wil zeggen dat het bot broos is en gemakkelijk kan breken. Met name bij het uittrekken van het bot kunnen de heersende krachten een breuk in het te verwijderen bot teweegbrengen, waardoor slechts een gedeelte van het bot uit het vlees wordt getrokken; - het bot gebroken is. De nadelen hiervan zijn reeds hierboven besproken; of - een willekeurige combinatie van de voornoemde gevallen optreedt.
De uitvinding beoogt de voornoemde bezwaren te ondervangen door het verschaffen van een werkwijze met een kenmerk, zoals omschreven in conclusie 1. Voordelige uitvoeringsvormen van deze werkwijze worden beschreven in de conclusies 2-6.
Een inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding wordt gekenmerkt, zoals omschreven in conclusie 7. Voordelige uitvoeringsvormen van deze inrichting worden beschreven in de conclusies 8-20.
Uitgangspunt bij de uitvoering van de werkwijze en het bedrijven van de inrichting volgens de uitvinding voor het uit een stuk vlees verwijderen van een bot vormt het aanwezig zijn of het aanbrengen van een separatie in de lengterichting van het bot, reikend tot aan het bot. Deze separatie kan van nature aanwezig zijn tussen in de lengterichting van het bot verlopend spierweefsel of, indien dit niet het geval is, bewust aangebracht worden. In dit laatste geval wordt de voorkeur gegeven aan het aanbrengen van de separatie op die zijde van het stuk vlees, waar zich zo min mogelijk vlees op het bot bevindt.
Op deze wijze zal de separatie het gemakkelijkst uitgevoerd kunnen worden en het vlees zo min mogelijk beschadigen.
Het vlees wordt verder in de inrichting blootgesteld aan zeer kleine krachten, zodat de vezel-structuur daarvan zoveel mogelijk behouden blijft en de kans op beschadigingen zeer gering is.
Verder zijn de werkwijze en de inrichting volgens de uitvinding geschikt voor het verwerken van stukken vlees met een grote verscheidenheid aan langwerpige vormen en afmetingen, waarbij ten aanzien van het geheel en uitsluitend verwijderen van het bot onbelangrijk is, of het bot slechts is uitgesneden, of het bot van slechte kwaliteit is, of dat het bot gebroken is.
De uitvinding wordt toegelicht aan de hand van de tekening, waarin een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding wordt getoond.
Fig. 1 toont een zijaanzicht van een inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 2 toont een bovenaanzicht van een tweede be-werkingsstation van de inrichting van fig. 1.
Fig. 3 toont een gedeelte van een eerste transportinrichting met dragers van de inrichting van fig. 1.
Fig. 4 toont een schematische doorsnede, gezien in de transportrichting, van een stuk vlees dat zich in het tweede bewerkingsstation bevindt ter plaatse van de lijn IV in fig. 2.
Fig. 5 toont een bovenaanzicht van een derde bewerkingsstation van de inrichting van fig. 1.
Fig. 6 toont een schematische doorsnede, gezien in de transportrichting, van een stuk vlees dat zich in het derde bewerkingsstation bevindt ter plaatse van de lijn VI in fig. 5
In de figuren hebben gelijke verwijzingscijfers betrekking op gelijke onderdelen.
Fig. 1 toont een bevestigingslichaam 2, waaraan door middel van steunelementen, eventueel voorzien van geschikte legeringen, de diverse onderdelen van de inrichting zijn bevestigd, waaronder een eerste transportinrichting 4. Deze transportinrichting omvat een aantal tandwielen 6, waarover een eindloze ketting 8 gespannen is, welke ketting plaatselijk is voorzien van dragers 10 en een steunpen 12. In bedrijf wordt de ketting 8 door het aandrijven van een van de tandwielen 6 bewogen in de met een pijl 14 aangegeven richting en de dragers en de steunpen bewegen daardoor afwisselend langs het onderste gedeelte van de kettingbaan en langs het bovenste gedeelte daarvan. Aan het begin van het bovenste gedeelte van de kettingbaan wordt (zie fig. 3) op de dragers 10 een stuk vlees 16 geplaatst, waarin zich een langwerpig bot 18 be vindt. Het stuk vlees wordt zodanig gepositioneerd, dat het bot in de bewegingsrichting 14 van de ketting 8 is gericht, en dat het stuk vlees 16 aan de achterzijde wordt gesteund door de steunpen 12. Teneinde te voorkomen dat het vlees in aanraking komt met de schakels van de ketting 8 en de smeermiddelen die zich daarop bevinden, loopt de bovenzijde van de ketting in een sleuf van een plaat 20.
In bedrijf voert de eerste transportinrichting 4 het stuk vlees 16 achtereenvolgens langs een eerste be-werkingsstation 22, een tweede bewerkingsstation 24 en een derde bewerkingsstation 26.
In het eerste bewerkingsstation 22 kan over de lengte van het bot een separatie door het vlees tot aan het bot aangebracht worden, bijvoorbeeld met behulp van een in verticale richting snijdend roterend mes.
De opbouw en de werking van het tweede bewerkingsstation 24 zullen worden beschreven aan de hand van fig. 1 tot en met 4. Boven de baan van het stuk vlees 16 op de eerste transportinrichting 4 zijn twee van ribben met ten opzichte van elkaar tegengestelde spoed voorziene, ten opzichte van elkaar in tegengestelde richting draaiende eerste schroefrollen 28 en 30 opgesteld. Deze schroefrollen zijn evenwijdig aan en aan weerskanten van de baan van het bot na elkaar geplaatst en worden met behulp van een motor 32 via een tussenkast 34 aangedreven. De schroefrollen 28 en 30 draaien in de resp. met pijlen 34 en 36 in fig. 4 aangegeven richtingen, waarbij zij het bot bij het passeren nabij een aanwezige separatie raken. Bij de getekende draairichting en spoed van de schroefrollen verplaatst de schroefrolribbe zich tegen de transportrichting 14 in, en hebben de schroefrollen 28 en 30 een naar beneden en in de beide omtreksrichtingen gerichte schrapende werking op de verbinding tussen het bot 18 en het vlees 16.
Er zij opgemerkt, dat de genoemde verplaatsing van de schroefrolribbe tegen de transportrichting in niet essentieel is voor de goede werking van de inrichting volgens de uitvinding. Slechts een verschil tussen de snelheid van de transportinrichting en die van de schroef-rolribbe is van belang, waarbij de verplaatsingsrichting van de beide elementen zowel gelijk als tegengesteld kan zijn.
Door het na elkaar plaatsen van de schroefrollen 28 en 30 wordt ook bij relatief grote variaties qua vorm en afmetingen van het te verwijderen bot een korrekte schrapende werking verkregen, met name omdat een schroefrol en een bot tijdens het passeren voortdurend kontakt kunnen houden omdat het bot niet sterk is gefixeerd op de dragers, of anderszins in het kiezen van een bepaalde stand belemmerd wordt.
Boven de baan die het stuk vlees 16 op de eerste transportinrichting 4 volgt zijn verschillende geleidingen 40, 42, 44, 46 en 48 aangebracht voor het naar beneden leiden van het vlees, zodat enerzijds het vlees onder de schroefrollen 28 en 30 terechtkomt en anderzijds het bot boven de dragers 10 gehouden wordt.
De opbouw en de werking van het derde bewerkings-station 26 zullen worden beschreven aan de hand van fig.
1, 5 en 6. Het in het tweede bewerkingsstation 24 gedeeltelijk van het bot 18 losgeschraapte stuk vlees wordt met behulp van de eerste transportinrichting 4 vanaf de dragers 10 overgezet op een schroeftransporteur, die twee langwerpige, naast elkaar opgestelde, van ribben met tegengestelde spoed voorziene, in ten opzichte van elkaar tegengestelde richting draaiende schroefrollen 50 en 52 omvat. In de schroefrollen 50 en 52 zijn schroefrollen 54 en 56 met een grotere spoed en een grotere diameter na elkaar opgenomen. De opening tussen de schroefrollen 50 en 52 is zodanig, dat een bot daardoor niet passeren kan.
De beide schroefrollen 50 en 52 zijn aan het begin daarvan voorzien van conische gedeelten 58 en 60 die er tengevolge van hun verticale positie voor zorgen, dat van een door de transportinrichting 4 toegevoerd stuk vlees het bot aan de bovenzijde van de schroefrollen 50 en 52 terechtkomt en het vlees aan de onderzijde, een en ander zoals geïllustreerd in fig. 6. Het is overigens niet noodzakelijk beide conische gedeelten 58 en 60 van de schroefrollen 50 en 52 van een schroefvormige ribbe te voorzien; slechts een van beide gedeelten behoeft te zijn uitgevoerd als conische schroefrol. Het overbrengen van een stuk vlees van het tweede verwerkingsstation 24 naar het derde verwerkingsstation 26 in plaats van op de beschreven wijze ook plaatsvinden door middel van niet in detail te beschrijven transportinrichtingen, waarbij de conische gedeelten 58 en 60 van de schroefrollen 50 en 52 kunnen vallen.
De met elkaar gekoppelde tandwielen 66 en 68 zorgen ervoor, dat bij aandrijving van een van beide assen 62 of 64 de schroefrollen 50, 54 en 58 in een richting 70, tegengesteld aan de richting 72 van de schroefrollen 52, 56 en 60 draaien, waardoor het bot 18 en het stuk vlees 16 door de schroeftransporteur voortbewogen worden in de van het tweede bewerkingsstation afgekeerde richting..
De schroefrollen 54 en 56 vervullen dezelfde funktie als de schroefrollen 28 en 30 in het tweede bewerkingsstation 24: zij schrapen het vlees 16 van het bot 18 af in de beide omtreksrichtingen van het bot.
De schrapende schroefrollen 28, 30, 54 en 56 bezitten ten behoeve van een zekere flexibiliteit ten aanzien van de vorm en afmetingen van een te verwijderen bot, ribben van elastisch materiaal of ribben die verende schraapelementen omvatten.
Na het passeren van het derde bewerkingsstation bestaat nog slechts een smalle verbinding tussen het bot en het stuk vlees. Deze verbinding wordt verbroken door het vlees te voeren langs een onder de baan van het bot opgesteld draaibaar mes 74 dat via een as 76 wordt aangedreven door een motor 78.
Claims (20)
1. Werkwijze voor het uit een stuk vlees verwijderen van een langwerpig bot, in het bijzonder het uit een stuk dijbeenvlees van gevogelte verwijderen van het dijbeenbot, gekenmerkt door een bewerking die bestaat uit het, uitgaande van een in de lengterichting van het bot verlopende, tot het bot reikende separatie, in de omtreks-richting van het bot, hoofdzakelijk dwars op de lengterichting van het bot vanaf de separatie losmaken van de verbinding tussen het bot en het vlees.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat voorafgaand aan de voornoemde bewerking de voornoemde separatie wordt aangebracht, indien het bot geheel door vlees omsloten is en van nature een dergelijke separatie niet bezit.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de voornoemde bewerking zodanig wordt uitgevoerd, dat een langwerpige smalle verbinding tussen het vlees en het bot blijft bestaan, welke bewerking wordt gevolgd door een bewerking die bestaat uit het scheiden van het vlees en het bot.
4. Werkwijze volgens conclusie 2 of 3, met het kenmerk, dat de separatie wordt aangebracht aan die zijde van het stuk vlees, waar de afstand van de buitenzijde van het stuk vlees tot het bot over het geheel genomen het kleinst is.
5. Werkwijze volgens een van de conclusies 1-4, met het kenmerk, dat de eerstgenoemde bewerking in de omtreksrichting vanaf de separatie plaatsvindt in beide, ten opzichte van elkaar tegengestelde richtingen.
6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de eerstgenoemde bewerking eerst in de ene richting wordt uitgevoerd en vervolgens in de andere richting.
7. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens een van de conclusies 1-6, met het kenmerk, dat het stuk vlees met het te verwijderen bot in bedrijf achtereenvolgens wordt gevoerd langs: een of meer bewerkingsstations waar het vlees, dwars op de lengterichting van het bot, van het bot wordt losgeschraapt totdat een bepaald gedeelte van het bot-oppervlak blootligt, op een smalle verbinding tussen het vlees en het bot na, waarbij het vrijkomende vlees wordt weggeleid van het bot; een bewerkingsstation waar de genoemde smalle verbinding wordt verbroken.
8. Inrichting volgens conclusie 7, gekenmerkt door een aan de overige bewerkingsstations voorafgaand eerste bewerkingsstation waar over de lengte van het bot een separatie door het vlees tot aan het bot wordt aangebracht, indien het bot geheel door vlees omsloten is en van nature een dergelijke separatie niet bezit.
9. Inrichting volgens conclusie 7 of 8, gekenmerkt door een eerste transportinrichting met dragers, waarop het stuk vlees voorafgaand aan het passeren van de bewerkingsstations zodanig wordt aangebracht, dat het bot in hoofdzaak parallel aan de transportrichting ligt.
10. Inrichting volgens conclusie 8 of 9, gekenmerkt door een vast boven de baan van het bot op de eerste transportinrichting vast opgestelde, zich tot het bot uitstrekkende snij-inrichting.
11. Inrichting volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat een tweede bewerkingsstation twee van ribben met ten opzichte van elkaar tegengestelde spoed voorziene, ten opzichte van elkaar in tegengestelde richting draaiende eerste schroefrollen omvat, welke eerste schoefrollen evenwijdig aan en aan weerskanten van de baan van het bot zijn opgesteld en dit bij het passeren van het vlees op de eerste transportinrichting nabij de separatie raken, waarbij de spoed van deze eerste schroefrollen zodanig is dat de schijnbare verplaatsingssnelheid van de schroefrolribben bij rotatie van de schroefrollen verschilt van die van de eerste transportinrichting, en waarbij de draairichting van de eerste schroefrollen zodanig is, dat een oppervlak van de ribben daarvan over het bot beweegt in de richting van de drager.
12. Inrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de schijnbare verplaatsingsrichting van de schroefrolribben bij rotatie van de eerste schroefrollen tegengesteld is aan de bewegingsrichting van de eerste transportinrichting.
13. Inrichting volgens conclusie 11 of 12, met het kenmerk, dat de eerste schroefrollen in de transport-richting gezien na elkaar geplaatst zijn.
14. Inrichting volgens een van de conclusies 7-13, gekenmerkt door een tweede transportinrichting met dragers, waarop het stuk vlees na het passeren van het tweede bewerkingsstation wordt overgezet, waarbij het bot aan de bovenzijde van de drager terechtkomt en het vlees aan de onderzijde daarvan, welke tweede transportinrichting deel uitmaakt van een derde bewerkingsstation, dat voorts twee van ribben met ten opzichte van elkaar tegengestelde spoed voorziene, ten opzichte van elkaar in tegengestelde richting draaiende tweede schroefrollen omvat, welke tweede schroefrollen evenwijdig aan en aan weerskanten van de baan van het bot zijn opgesteld en dit bij het passeren van het vlees raken, waarbij de spoed van deze tweede schroefrollen zodanig is dat de schijnbare ver-plaatsingssnelheid van de schroefribben bij rotatie van de schroefrollen verschilt van die van de tweede transportinrichting, en waarbij de draairichting van de tweede schroefrollen zodanig is, dat een oppervlak van de ribben daarvan over het bot beweegt in de richting van de drager.
15. Inrichting volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat de tweede transportinrichting wordt gevormd door een schroeftransporteur, die twee langwerpige, naast elkaar opgestelde, van ribben met tegengestelde spoed voorziene, in ten opzichte van elkaar tegengestelde richting draaiende derde schroefrollen omvat, die evenwijdig aan en aan weerskanten van de baan van het bot zijn opgesteld, en dat de tweede schroefrollen deel uitmaken van de schroeftransporteur, waarbij de tweede schroefrollen een grotere diameter hebben dan de derde schroefrollen.
16. Inrichting volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat een van beide of beide derde schroefrollen aan het begin daarvan zijn voorzien van conische vierde schroefrollen met een ribbe en een draairichting overeenkomstig de derde schroefrol in het verlengde waarvan zij zich bevinden, waarbij de punt van een vierde schroefrol tegen de transportrichting van het vlees is gericht en zodanig is opgesteld, dat het bot aan de bovenzijde van de schroeftransporteur terechtkomt en het vlees aan de onderzijde daarvan.
17. Inrichting volgens conclusie 15 of 16, met het kenmerk, dat de spoed van de tweede schroefrollen groter is dan die van de derde schroefrollen.
18. Inrichting volgens een van de conclusies 14-17, met het kenmerk, dat de tweede schroefrollen in de transport-richting gezien na elkaar zijn geplaatst.
19. Inrichting volgens een van de conclusies 9-18, met het kenmerk, dat de ribbe van de eerste resp. de tweede schroefrollen vervormd kan worden door de door het bot daarop uitgeoefende krachten.
20. Inrichting volgens een van de conclusies 7-19, met het kenmerk, dat de genoemde smalle verbinding wordt verbroken door middel van een direkt onder de baan van het bot opgesteld roterend mes.
Priority Applications (7)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL8902493A NL8902493A (nl) | 1989-10-06 | 1989-10-06 | Werkwijze en inrichting voor het ontbenen van een stuk vlees. |
US07/591,836 US5104351A (en) | 1989-10-06 | 1990-10-02 | Device for boning a piece of meat |
DK90202649.1T DK0421551T3 (da) | 1989-10-06 | 1990-10-04 | Indretning til udbening af et kødstykke |
EP90202649A EP0421551B1 (en) | 1989-10-06 | 1990-10-04 | Device for boning a piece of meat |
ES90202649T ES2074526T3 (es) | 1989-10-06 | 1990-10-04 | Dispositivo para deshuesar una pieza de carne. |
JP2267511A JPH03244341A (ja) | 1989-10-06 | 1990-10-04 | 肉片から骨を除去する装置 |
DE69019660T DE69019660T2 (de) | 1989-10-06 | 1990-10-04 | Vorrichtung zum Ausbeinen von Fleischstücken. |
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL8902493 | 1989-10-06 | ||
NL8902493A NL8902493A (nl) | 1989-10-06 | 1989-10-06 | Werkwijze en inrichting voor het ontbenen van een stuk vlees. |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL8902493A true NL8902493A (nl) | 1991-05-01 |
Family
ID=19855417
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL8902493A NL8902493A (nl) | 1989-10-06 | 1989-10-06 | Werkwijze en inrichting voor het ontbenen van een stuk vlees. |
Country Status (7)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US5104351A (nl) |
EP (1) | EP0421551B1 (nl) |
JP (1) | JPH03244341A (nl) |
DE (1) | DE69019660T2 (nl) |
DK (1) | DK0421551T3 (nl) |
ES (1) | ES2074526T3 (nl) |
NL (1) | NL8902493A (nl) |
Families Citing this family (19)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US7666075B1 (en) | 2006-11-09 | 2010-02-23 | James Albert London Baker | Rib meat product and process for preparing same |
NL1033604C2 (nl) * | 2007-03-27 | 2008-09-30 | Stork Pmt | Systeem en werkwijze voor het bewerken van een karkasdeel van geslacht gevogelte. |
US8157625B2 (en) * | 2010-01-26 | 2012-04-17 | Foodmate Bv | Method and apparatus for collecting meat from an animal part |
US8632380B2 (en) * | 2010-01-26 | 2014-01-21 | Foodmate B.V. | Method and apparatus for removing a sleeve of meat from an animal part having bone with knuckles on each of its opposite ends |
NL2004574C2 (en) | 2010-04-19 | 2011-10-20 | Foodmate B V | Rotatable article support for a conveyor. |
NL2004573C2 (en) | 2010-04-19 | 2011-10-20 | Foodmate B V | Turning block alignment. |
NL2006075C2 (en) | 2011-01-26 | 2012-07-30 | Foodmate B V | Rotationally indexed article support for a conveyor system having an alignment station. |
US8789684B2 (en) | 2010-04-19 | 2014-07-29 | Foodmate Bv | Rotatable article support for a conveyor |
US8757354B2 (en) | 2010-04-19 | 2014-06-24 | Foodmate Bv | Turning block alignment |
US8727839B2 (en) | 2011-01-21 | 2014-05-20 | Foodmate Bv | Poultry wing cutter for narrow pitch poultry lines |
US8882571B2 (en) | 2011-01-26 | 2014-11-11 | Foodmate Bv | Method of deboning animal thighs for separating and collecting meat therefrom and apparatus for performing the method |
KR101966469B1 (ko) | 2011-01-26 | 2019-04-05 | 푸드메이트 비.브이. | 동물의 대퇴부들로부터 고기를 분리하고 수집하기 위한 동물의 대퇴부들을 발골하는 방법 및 이를 수행하기 위한 장치 |
US8267241B2 (en) | 2011-01-26 | 2012-09-18 | Foodmate Bv | Rotationally indexed article support for a conveyor system having an alignment station |
US8430728B2 (en) | 2011-02-14 | 2013-04-30 | Foodmate Bv | Special cut poultry wing cutter |
NL2009033C2 (en) | 2012-06-19 | 2013-12-23 | Foodmate B V | Weighing method and apparatus. |
US8808068B2 (en) | 2012-10-29 | 2014-08-19 | Foodmate Bv | Method of and system for automatically removing meat from an animal extremity |
NL2009718C2 (en) | 2012-10-29 | 2014-05-01 | Foodmate B V | Method of mechanically removing skin from animal parts. |
US9078453B2 (en) | 2013-11-01 | 2015-07-14 | Foodmate B.V. | Method and system for automatically deboning poultry breast caps containing meat and a skeletal structure to obtain breast fillets therefrom |
US8961274B1 (en) | 2013-12-18 | 2015-02-24 | Foodmate Bv | Selective tendon cutter and method |
Family Cites Families (14)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US3570050A (en) * | 1968-03-26 | 1971-03-16 | Pillsbury Co | Process for removing meat from bones |
FR2244404A1 (en) * | 1973-09-20 | 1975-04-18 | Fradin Maurice | Automatic de-boning machine for poultry legs - having shears with rotating, toothed discs and incurved deflectors to push the meat away |
US3930282A (en) * | 1974-09-19 | 1976-01-06 | Victor F. Weaver, Inc. | Machine for processing the backs of poultry |
CA1062539A (en) * | 1975-11-28 | 1979-09-18 | Chemetron Corporation | Process and apparatus for the mechanical separation of a combination of meats and bone |
US4077089A (en) * | 1976-03-30 | 1978-03-07 | Theodore Gregoire Dutaud | Process and apparatus for meat deboning |
US4402112A (en) * | 1981-04-02 | 1983-09-06 | Gasbarro Geno N | Automatic poultry deboning apparatus |
US4385421A (en) * | 1981-05-20 | 1983-05-31 | Victor F. Weaver, Inc. | Poultry leg/back processor |
NL8202240A (nl) * | 1982-06-03 | 1984-01-02 | Meyn Pieter | Gecombineerde inrichting voor het van de ingewanden afscheiden en verder verwerken van de spiermagen van geslachte vogels. |
US4557017A (en) * | 1982-09-23 | 1985-12-10 | Gasbarro Geno N | Apparatus for filleting meat from poultry breast sections |
US4644608A (en) * | 1984-01-16 | 1987-02-24 | Foodcraft Equipment Company, Inc. | Thigh deboner |
DK485784A (da) * | 1984-10-11 | 1986-04-12 | Lindholst & Co As | Kraaseseparator |
DK151601C (da) * | 1984-10-11 | 1988-05-30 | Lindholst & Co As | Kraaseskrabeapparat |
US4639972A (en) * | 1985-06-24 | 1987-02-03 | Favorite Manufacturing, Inc. | Thigh deboner |
US4610051A (en) * | 1985-07-24 | 1986-09-09 | Favorite Manufacturing, Inc. | Turkey thigh skinner |
-
1989
- 1989-10-06 NL NL8902493A patent/NL8902493A/nl not_active Application Discontinuation
-
1990
- 1990-10-02 US US07/591,836 patent/US5104351A/en not_active Expired - Lifetime
- 1990-10-04 EP EP90202649A patent/EP0421551B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1990-10-04 DE DE69019660T patent/DE69019660T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1990-10-04 JP JP2267511A patent/JPH03244341A/ja active Pending
- 1990-10-04 ES ES90202649T patent/ES2074526T3/es not_active Expired - Lifetime
- 1990-10-04 DK DK90202649.1T patent/DK0421551T3/da active
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
US5104351A (en) | 1992-04-14 |
EP0421551A1 (en) | 1991-04-10 |
DK0421551T3 (da) | 1995-09-18 |
DE69019660D1 (de) | 1995-06-29 |
DE69019660T2 (de) | 1996-01-18 |
ES2074526T3 (es) | 1995-09-16 |
EP0421551B1 (en) | 1995-05-24 |
JPH03244341A (ja) | 1991-10-31 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL8902493A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het ontbenen van een stuk vlees. | |
US4377884A (en) | Apparatus for deboning poultry legs | |
US5173076A (en) | Thigh deboner with tray conveyor | |
EP0786206B1 (en) | Expandable poultry thigh deboner | |
JP5930488B2 (ja) | 解体処理した家禽の死骸部分を処理するためのシステム及び方法 | |
US4567624A (en) | Device for removing pieces of meat from breast of slaughtered poultry | |
NL8402165A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het verwijderen van borstvlees van een gevogeltekarkas. | |
US4073040A (en) | Machine for process of poultry gizzards | |
US4637094A (en) | Apparatus for collecting flesh of fish | |
NL2011369C2 (en) | Skinning installation and method for removing skin from slaughtered poultry parts. | |
NL1003102C2 (nl) | Inrichting voor het bewerken van een uit geslacht gevogelte verwijderd ingewandenpakket. | |
US20140120815A1 (en) | Method of and System for Automatically Removing Meat from an Animal Extremity | |
US3947921A (en) | Apparatus for cleaning marine animals of the mollusk type | |
EP2724618A1 (en) | Method of and system for automatically removing meat from an animal extremity | |
NL8101055A (nl) | Inrichting voor het afscheiden van de spiermaag van geslacht gevogelte. | |
US4088070A (en) | Apparatus for extracting juice from citrus fruits | |
US4220080A (en) | Machine for pitting and stuffing olives | |
KR930010224B1 (ko) | 어류 내장 제거용 방법 및 장치 | |
DE69617523T2 (de) | Verfahren und Vorrichtung zum Schälen von Garnelen | |
US3482615A (en) | Apparatus for and method of removing pulp from a banana | |
EP0570344A1 (en) | Cube making and peeling machine | |
US4848221A (en) | Apparatus for processing fava bean seeds | |
US4332057A (en) | Apparatus for mechanically extracting fish roe | |
US4027400A (en) | Fluid removal in food processing, method and apparatus | |
EP1508011B1 (de) | Teigwarentrockner |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
A1B | A search report has been drawn up | ||
BV | The patent application has lapsed |