NL8901885A - Bewegende detectiekring. - Google Patents
Bewegende detectiekring. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8901885A NL8901885A NL8901885A NL8901885A NL8901885A NL 8901885 A NL8901885 A NL 8901885A NL 8901885 A NL8901885 A NL 8901885A NL 8901885 A NL8901885 A NL 8901885A NL 8901885 A NL8901885 A NL 8901885A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- signal
- circuit
- output
- moving
- image
- Prior art date
Links
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04N—PICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
- H04N7/00—Television systems
- H04N7/18—Closed-circuit television [CCTV] systems, i.e. systems in which the video signal is not broadcast
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04N—PICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
- H04N5/00—Details of television systems
- H04N5/14—Picture signal circuitry for video frequency region
- H04N5/144—Movement detection
-
- H—ELECTRICITY
- H04—ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
- H04N—PICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
- H04N9/00—Details of colour television systems
- H04N9/77—Circuits for processing the brightness signal and the chrominance signal relative to each other, e.g. adjusting the phase of the brightness signal relative to the colour signal, correcting differential gain or differential phase
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Multimedia (AREA)
- Signal Processing (AREA)
- Television Systems (AREA)
- Processing Of Color Television Signals (AREA)
Description
BEWEGENDE DETECTIEKRING
De uitvinding betreft een bewegende detectiekring en in het bijzonder een bewegende detectiekring voor het genereren van een bewegend detectiesignaal dat gebruikt wordt in een televisie-ontvanger, zoals een zogenoemde verbeterde i definitie televisie-ontvanger IDTV voor het verschaffen van een verbeterde beeldkwaliteit door gebruik te maken van bewe-ging-adaptieve aftastlijninterpolatie.
Beschrijving van de stand van de techniek i Fig. 1 is een blokschema van een voorbeeld van een televisie-ontvanger volgens de stand van de techniek.
Zoals fig. 1 toont wordt het videosignaal geleid naar een ingang 62 en gevoed naar een analoog-digitaal A/D omzetter 63, waar het in een digitaal videosignaal omgezet i wordt. Het digitale videosignaal wordt dan geleid naar een Y/C scheidingskring 64, waar het afgescheiden wordt om een luminantiesignaal Y en een chrominantiesignaal C te verkrijgen.
Het luminantiesignaal Y uit de Y/C scheidingskring 64 gaat naar een aftastlijn-interpolatiekring 65Y. Het chrominantiesignaal C uit de Y/C scheidingskring 64 wordt geleid naar een chromadecodeerder 66, waar het gedecodeerd wordt voor het verkrijgen van een tijdgedeeld signaal van R-Y/B-Y van rode en blauwe kleurverschilsignalen R-Y en B-Y. Het tijdgedeelde signaal R-Y/B-Y uit de chromadecodeerder 66 wordt geleid naar een aftastende lijn interpolerende kring 65C. De aftastlijn-interpolatiekringen 65Y en 65C genereren tegelijk hoofdaftastlijnsignalen Ym en Rm-Ym/Bm-Ym in aanvulling aan de interpolerende af tastlijnsignalen Yc en Rc-Yc/Bc-Yc.
Het luminantiesignaal Y uit de Y/C scheidingskring 64 gaat naar een bewegende detectiekring 50. Het bewegende detectiesignaal uit de kring 50 wordt geleid naar een coëffi-ciëntgenerator 51. De versterkingsfactor K van de vermenigvuldigers in de kringen 65Y en 65C worden gegenereerd door de coëfficiëntgenerator 51 en de waarde K verandert als reactie op de grootte van het bewegende detectiesignaal. Bijvoorbeeld is K=0 voor een stilstaand beelddeel en de maximumwaarden van K is l voor een snelle beweging.
De bewegende detectiekring 50 zal volledig worden beschreven aan de hand van fig. 2.
Zoals fig. 2 toont, wordt het luminantiesignaal Y uit de Y/C scheidingskring 64 (zie fig. 1) geleid naar een serieschakeling omvattende veldgeheugens 401 en 402 die elk een vertragingslijn vormen. De vertragingstijd van de serieschakeling van de velgeheugens 401 en402 bedraagt een beeld (236H + 262H).
Het ingangssignaal voor het veldgeheugen 401 en het uitgangssignaal uit het veldgeheugen 402 gaan naar een af-trekschakeling 403, waar ze van elkaar afgetrokken worden.
Het beeldverschilsignaal uit de aftrekschakeling 403 gaat naar een laagdoorlaatfilter 404, waarin de hoge-band ruiscomponent en de stipinterferentiecomponent verwijderd worden.
Het op deze wijze verwerkte signaal uit het laagdoorlaatfilter 404, wordt geleid naar een absolute waardekring 405, waar omzetting plaats vindt naar een absolute waarde. Het uitgangssignaal uit de absolute waardekring 405 is het bewegende detectiesignaal.
De ter inzage gelegde Japanse aanvrage 55-8124 beschrijft de bovengenoemde techniek, waarin het bewegende detectiesignaal gedetecteerd wordt uit het beeldverschilsignaal .
De aftastende lijninterpolatiekring 65Y is bijvoorbeeld geconstrueerd zoals fig. 3 toont.
In fig. 3 wordt het luminantiesignaal Y afkomstig uit de Y/C scheidingskring 64 (zie fig. 1) geleid naar een lijngeheugen 601, dat een vertragingslijn vormt met een vertragingstijd van 1H (een horizontale lijnperiode). De ingang en uitgangssignalen van het lijngeheugen 601 worden toegevoerd aan een opteller 602, waar ze worden opgeteld en gemiddeld. Het uitgangssignaal uit de opteller 602 wordt met K vermenigvuldigd (K < 1} door een vermenigvuldiger 603 en gaat dan naar een opteller 604.
Het luminantiesignaal Y uit de Y/C scheidingskring 64 (fig. 1) gaat eveneens naar een veldgeheugen 605 dat een vertragingslijn vormt. De vertragingstijd van het veldgeheugen 605 wordt op 263H gekozen. Het uitgangssignaal uit het velgeheugen 605 wordt vermenigvuldigd met (1 - K) door een vermenigvuldiger 606, en dan geleid naar de opteller 604.
Fig. 4 toont een aftastlijnconstructie uit een tijd-verticaal oppervlaktestandpunt. In fig. 4, representeert een open cirkelde aftastlijn van elk beeld. Aangenomen dat h het bovengenoemde ingangssignaal is, dan is i het uitgangssignaal van het lijngeheugen 601 en ± het uitgangssignaal van het beeldgeheugen 605, welke signalen h tot ± ingericht zijn om een positionele relatie te bezitten zoals fig. 4 toont.
In de ^ftastende lijninterpolatiekring 65Y, is het uitgangssignaal —van de opteller 602 een interpolerend aftastlijnsignaal, dat het werkelijke bewegende beelddeel representeert, terwijl het uitgangssignaal ± van het beeldgeheugen 605 het interpolerende aftastende lijnsignaal is, dat het stilstaande beeld representeert. De opteller 604 genereert een uitgang, welke een interpolerend aftastend lijnsignaal YC is, waarin de interpolerende aftastende lijnsignalen van het werkelijke bewegende beeld en van het stilstaande beeldgedeelte opgeteld worden in een verhouding corresponderend met de mate van beweging. De aftastende lijn die geïnterpoleerd moet worden is gelegen daar waar een onderbroken cirkel in fig. 4 getekend is.
Het ingangssignaal h wordt direct gebruikt als het hoofd aftastende lijnsignaal Ym.
De aftastende lijninterpolatiekring 65C is op soortgelijke wijze geconstrueerd en niet in detail beschreven.
Zoals uit fig. 1 blijkt, worden de hoofd aftast-lijnsignalen Ym en Rm-Ym/Bm-Ym en de interpolerende aftasten de lijnsignalen Yc en Rc-Yc/Bc-Yc uit de aftastende lijnin-terpolatiekringen 65Y en 65C geleid naar een tijdbasis com-pressiekring respectievelijk 67Y en 67C. De tijdbasis com-pressiekringen 67Y en 67C gaan in tijd elke van de hoofd af-tastlijnsignalen Ym, Rm-Ym/Bm-Ym en de interpolerende aftast-lijnsignalen Yc, Rc-Yc/Bc-Yc respectievelijk met de helft comprimeren en deze signalen worden achtereenvolgens gegenereerd. In dit geval, genereert de tijdbasis compressiekring 67C de rode en blauw kleurverschilsignalen afzonderlijk.
De luminantie- en kleurverschilsignalen met dubbele snelheid afkomstig uit de tijdbasis compressiekringen 67Y en 67C worden gevoed naar de digitaal-analoog D/A omzetters 68Y, 68R en 68B, waarin ze respectievelijk omgezet worden tot analoge signalen.
Het dubbele-snelheids luminantiesignaal en kleur-verschilsignaal uit de D/A omzetters 68Y, 68R en 68B worden geleid naar een matrixkring 73. De dubbele-snelheids rode, groene en blauwe signalen R, G en B uit de matrixkring 73 worden respectievelijk door versterkers 74R, 74G en 74B geleid naar een kleurkathodestraalbuis (kleur CRT) 75, waar een kleurenvideosignaal met het dubbele van de normale aftastlij-nen weergegeven wordt op het scherm van de kleuren CRT 75 overeenkomstig het niet-tussenschuifaftastsysteem.
De televisie-ontvanger uit fig. l is bijvoorbeeld beschreven in het NEC Technical Report Vol. 41, nr. 3/1988.
Het chrominantiesignaalcomponent heeft een fase geïnverteerde relatie tussen de beelden, zodat wanneer het luminantiesignaal y de stipinterferentiecomponent bevat, het uitgangssignaal van de aftrekschakeling 403 (fig. 2) eveneens de stipinterferentiecomponent bevat.
In de bewegende detectiekring 50 uit fig. 2 kan, wanneer het laagdoorlaatfilter 404 gevormd is als een zogenoemd COS-filter met een frequentie responsiekarakteristiek die lager wordt tot bijvoorbeeld ongeveer 3,58 MHz (zie de getrokken lijn a in fig. 5), de beweging van een relatief hoge frequentie gedetecteerd worden. Er is, echter, een probleem doordat de stipinterferentiecomponent (chrominantiesignaalcomponent) in het uitgangssignaal van de aftrekschakeling 403 niet op effectieve wijze verwijderd kan worden, wanneer anderzijds het laagdoorlaatfilter 404 gevormd is als een zogenaamd COS2 filter, dat een responsiekarakteristiek heeft die lager wordt bijvoorbeeld rond 3,58 MHz (zie de onderbroken lijn b in fig. 5), kan de stipinterferentiecomponent op effectieve wijze worden verwijderd maar gaat de bewegende de-tectiemogelij kheid, zoals het detecteren van de beweging van een relatief hoge frequentie, achteruit.
In de bewegende detectiekring 50 volgens fig. 2, wordt het beeldverschilsignaal voorts gebruikt als het bewegende detectiesignaal en geschiedt de bewegende detectie gedurende één eenheid van een beeldfrequentie (1/30 seconden). Er is dan een probleem omdat een snelle beweging, bijvoorbeeld een beeldfrequentie (1/60 seconden) niet gedetecteerd kan worden, welk feit een detectiefout oplevert. Dit zal vollediger beschreven worden aan de hand van de figuren 6A tot 6D en de figuren 7A tot 7D.
De figuren 6A, 6B en 6C tonen resp. voorbeelden van luminantiesignalen Y van twee beelden eerder, een beeld eerder en het onderhavige veld wanneer de bewegingssnelheid laag is. In dit geval, genereert de aftrekschakeling 403 een uitgangssignaal, zoals fig. 6D, dat geen detectiefout heeft.
De figuren 7A, 7B en 7C tonen resp. voorbeelden van een luminantiesignaal Y van twee beelden eerder, een beeld eerder en het onderhavige beeld waneer de bewegingssnelheid hoog is. In dit geval, genereert de aftrekschakeling 403 een uitgangssignaal zoals getekend in fig. 7D waarvan een deel P het stilstaande beeld is. De beweging in de eenheid van de beeldfrequentie kan dus niet gedetecteerd worden, welk feit een detectiefout veroorzaakt.
Om een detectiefout te vermijden wanneer de bewegingssnelheid hoog is, wordt voorgesteld de beweging te detecteren door drie of meer beeldgeheugens te gebruiken. Dit heeft onvermijdelijk een groter geheugencapaciteit tot gevolg. Ook is voorgesteld dat een tijdbasisfilter of dergelijke gekoppeld wordt met de trap volgend op de bewegende detectiekring teneinde de detectiefout te verwijderen. Dit voorstel echter vereist meer beeldgeheugens, welk feit tot gevolg heeft dat de kringschakelingen groter worden.
Doeleinden en resumé van de uitvinding
Het is het doel van de uitvinding een verbeterde bewegende detectiekring te verschaffen, die de bovengenoemde defecten die kleven aan de stand van de techniek kunnen voorkomen .
Meer in het bijzonder is het doel van de uitvinding een bewegende detectiekring te verschaffen, die op effectieve wijze een stipinterferentiecomponent op een verticale rand verwijderen kan.
Het is een ander doel van de uitvinding een bewegende detectiekring te verschaffen, die op passende wijze de beweging van een relatief hoge frequentie kan detecteren.
Weer een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een bewegende detectiekring, die een snelle beweging in de beeldfrequentie-eenheid kan detecteren.
Weer een ander doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een bewegende detectiekring, die de-tectiefouten kan voorkomen en eveneens het optreden van lijnflikkering vermijdt.
Ook is het doel van de uitvinding het verschaffen van een bewegende detectiekring, die aanzienlijk de mogelijkheid tot detecteren kan vergroten.
Volgens een aspect van de onderhavige uitvinding wordt een bewegende detectiekring verschaft, omvattende een verschilsignaalgenerator met ten minste één beeldvertragings-kring en een verticale correlatiedetector, die gekoppeld is met de verschilsignaalgenerator, gekenmerkt door: 1) een aantal filters die is verbonden met een verschilsignaalgenerator; 2) schakelmiddelen voor het selecteren van één van dat aantal filters, en 3) besturingsmiddelen die zijn verbonden met de verticale correlatiedetector voor het besturen van de schakelende middelen als reactie op het uitgangsniveau van de verticale correlatiedetector.
Deze en andere doeleinden, kenmerken en voorbeelden van de onderhavige uitvinding zullen duidelijk worden uit de volgende gedetailleerde beschrijving van uitvoeringsvoorbeel-den aan de hand van de bijgaande tekeningen, waarin overeenkomstige verwijzingscijfers dezelfde of soortgelijke delen > vertegenwoordigen.
Korte beschrijving van de tekeningen
Fig. 1 is een blokschema van een voorbeeld van een televisie-ontvanger welke is voorzien van een bewegende de-i tectiekring; fig. 2 een schema van een voorbeeld van een bewegende detectiekring volgens de stand van de techniek die wordt gebruikt in de televisie-ontvanger volgens fig. l; fig. 3 is een schematisch blokschema van een voorbeeld van een aftastende lijninterpolatiekring volgens de stand van de techniek die in de ontvanger volgens fig. l wordt gebruikt; fig. 4 is een schema van een aftastende lijnconstructie in de aftastende lijninterpolatiekring volgens de stand van de techniek van een tijds- en verticaal oppervlakte standpunt uitgezien; fig. 5 is een schema van het spectrum van een fre-quentiekarakteristiek van een laagdoorlaatfilter toegepast in een bewegende detectiekring volgens de uitvinding; fig. 6A tot 6D resp. schematische weergaven die worden gebruikt om duidelijk te maken dat de bewegende detectiekring volgens de stand van de techniek normaal fungeert wanneer de bewegingssnelheid laag is; fig. 7A tot 7D resp. schematische weergaven die gebruikt worden om duidelijk te maken dat de bewegende detectiekring volgens de stand van de techniek niet normaal in bedrijf is wanneer de bewegingssnelheid hoog is; fig. 8 een blokschema van de uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding; fig. 9 een blokschema van een voorbeeld van een televisie-ontvanger waarin de onderhavige uitvinding toepassing vindt; fig. 10 een blokschema van de signaalverwerkings- kring omvattende een tweede uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding; fig. 11 een schema dat wordt gebruikt om de aftastende lijnconstructie van de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding gezien vanuit een tijds- en verticaal oppervlakte standpunt te verduidelijken; fig. 12A tot 12G resp. schema's die worden gebruikt om de werking van de tweede uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding te verduidelijken; fig. 13 een blokschema van een derde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding; fig. 14 een schema van een aftastende lijnconstructie in de derde uitvoeringsvorm van de uitvinding, gezien vanuit een tijds- en verticaal oppervlakte standpunt; fig. 15 een schema van een aftastendelijnconstructie van een tijd en verticaal oppervlak in de verticale niet-correlatie modem van de derde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding; fig. 16 een blokschema van een vierde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding; fig. 17A tot 17H resp. schema's die gebruikt worden om te verduidelijken hoe de vierde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding op effectieve wijze gebruikt wordt voor het detecteren van een hoge-band-component; fig. 18 een schema van een aftastende lijnstructuur van een tijd en verticaal oppervlak in de verticale correlatie modem van de vierde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding gezien vanuit het standpunt van de faserelatie van een hoge bandcomponent; fig. 19A tot 19C resp. schema's die worden gebruikt om te verduidelijken dat hoge-band componenten elkaar opheffen in de verticale correlatiemodem in de vierde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding; fig. 20 een schema van de aftastende lijnstructuur van tijd en verticaal oppervlak van de verticale niet-corre-latie modem van de vierde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding gezien vanuit het stand- punt van de faserelatie van de hoge-bandcomponeni; en fig. 2IA tot 21C resp. schema’s die worden gebruikt om te verduidelijken dat in de vierde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding, de hoge-band-component een detectiefout veroorzaakt in de verticale niet-correlatie modem.
Gédetailleerde beschrijving van de voorkeursuitvoeringen
Een eerste uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding zal worden beschreven aan de hand van fig.8.
Fig.8 toont dat een luminantiesignaal Y gescheiden wordt van het ingangsvideosignaal door de niet getekende combinatiefilter , dat bijvoorbeeld gebruik maakt van een lijncorrelatie, welke naar een beeldgeheugen 11 dat een vertragingslijn vormt wordt geleid. Het beeldgeheugen 11 is gevormd uit een zo genoemd driepoortsbeeldgeheugen en heeft een eerste uitgang met een tijdvertrager van 263H en een tweede uitgang met een tijdsvertrager van 1H, waarbij H een horizontale lijnperiode vertegenwoordigt. Het uitgangssignaal op de eerste uitgang van het geheugen 11 gaat naar het beeldgeheugen 12 , dat een vertragingslijn vormt van 262H. De tijdvertrager van de serieschakeling van de beeldgeheugens 11 en 12 is dus één frame (263H+262H).
Het ingangssignaal van het geheugen 11 en de uitgang vanhet geheugen 12 gaan naar een aftrekschakeling 13, waar ze van elkaar afgetrokken worden om een framever-schilsignaal te verschaffen. Het frameverschilsignaal van de aftrekschakeling 13 gaat naar een laagdoorlaatfilter 14A en 14B waarvan er een wordt toegepast om een hoge bandruiscompo-nent en de andere om een stipinterferentiecomponent te verwijderen. Het laagdoorlaatfilter 14A kan een COS filter zijn, dat een freguentieresponsiekarakteristiek heeft rond 3,58 MHz korresponderend met een frequentie van b.v. de stipinterferentiecomponent. De frequentiekarakteristiek van het laagdoorlaatfilter 14A wordt weergegeven door een ononderbroken lijn a in fig.5
Anderzijds kan het laagdoorlaatfilter 14B een COS2 filter zijn met een frequentieresponsiekarakteristiek rond 3,58MHz korresponderend met een frequentie van b.v. de stipinterferen-tiecomponent. De frequentiekarakteristiek van het laagdoor-laatfilter 14B wordt door de onderbroken lijn b in fig.5 weergegeven.
De uitgangssignalen uit de laagdoorlaatfilters 14A en 14B gaan naar vaste kontakten a en b van een omschake-laar 15. Het uitgangssignaal van de omschakelaar 15 gaat naar een absolute waardekring 16, waar het signaal in een absolute waarde wordt omgevormd. Het uitgangssignaal uit de absolute' waardekring 15 is een bewegend detectiesignaal.
Zoals blijkt uit fig.8 is er een vertikale correlator 17 die wordt gevoed met een ingangssignaal naar het geheugen 11 en het uitgangssignaal op de tweede uitgang van het geheugen 11. De vertikale correlatieschakeling 17 genereert de absolute waarde van een lijnverschilsignaal.
De uitgang van de vertikale correlator 17 wordt toegevoerd via een laagdoorlaatfilter 18 , dat ruiscomponenten verwijdert aan een niveaucomparator 19. De niveaucomparator 19 genereert een signaal met een hoog niveau 1 wanneer het lijnverschilsignaal dat daaraan toegevoerd wordt hoger dan een vooraf vastgesteld niveau is en een signaal voor een laag niveau nul wanneer het lager is dan het vooraf vastgestelde niveau. M.a.w. de niveaucomparator 19 genereert een signaal van een laag niveau * 0 * in het vertikale correla-tiedeel en het signaal van een hoog niveau * 1 * in het vertikale niet-correlatiedeel (vertikale rand).
De bovengenoemde omschakelaar 15 wordt gestuurd door een uitgangssignaal van de niveaucomparator 19 en het vastekontakt a wordt aangegrepen tijdens hétvertikale correla-tiedeel en het vaste kontakt b tijdens het vertikale niet-correlatiedeel.
In deze uitvoeringsvorm van de bewegende detectie-kring wordt de verzwakkingsfaktor omgeschakeld naar het steile laagdoorlaatfilter 14B tijdens het vertikale niet-correlatiedeel (vertikale rand) zodat de stipinterferentie-component frequentie deel uitmakend van de vertikale rand op effektieve wijze verwijderd kan worden. Tijdens de vertikale correlatie periode (het deel dat niet de vertikale rand vertegenwoordigt) wordt de verzwakkingsfaktor omgeschakeld naar het langzaam verlopende laagdoorlaatfilter 14A, zodat een beweging met een relatief hoge frequentie gedetecteerd kan worden.
Een tweede uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding zal aan de hand van fig.9 en 10 worden besproken.
Zoals fig.9 toont wordt een signaal dat geleid wordt naar eeningang 1 toegevoerd aan een Y/C scheidingskring 2, waarin het wordt gescheiden voor het vormen van een luminan-tiesignaal Y en een chrominantiesignaal C. De Y/C scheidingskring 2 wordt gevormd door het combinatiefilter dat effektief gebruik maakt van bijvoorbeeld een lijncorrelatie.
Het luminantiesignaal Y uit de Y/C scheidingskring 2 wordt in een digitaal signaal omgezet door de A/D omzetter 3Y, en dan geleid naar een signaalverwerkings-kring 5Y. Het chrominantiesignaal C uit de YC scheidingskring 2 gaat naar een chromadecodeerschakeling 4 , waar het wordt gedecodeerd om rode en blauwe kleurverschilsignalen R-Y en B-Y te leveren. De rode en blauwe kleurverschilsignalen R-Y en B-Y uit de chromadecodeerschakeling 4 gaan naar een A/D omzetter 3C waarin ze omgezet worden in digitale signalen en dan worden toegevoerd aan een signaal-verwerkingskring 5C als tijdgedeelde signalen R-Y/B-Y.
De signaalverwerkingskring 5Y en 5C zorgen voor signaalverwerking zoals interpoleren van de aftastende lijn en dergelijke. Het luminantiesignaal met dubbele snelheid en het kleurverschilsignaal uit de signaalverwerkings-kringen 5Y en 5C worden in analoge signalen omgezet door D/A omzettere 6Y, 6R en 6Bf
In fig.9 is een klokgenerator 7 getekend. Wanneer deze gevoed wordt met een horizontaalsynchronisatiesignaal HD dat van het videosignaal is afgescheiden, genereert de generator 7 een kloksignaal CLKH, welke fasevergrendeld wordt op een horizontaal synchroniserend signaal HD.
Het kloksignaal CLKH uit de generator 7 wordt geleid naar een digitaal verwerkingssysteem en naar de A/D omzetters 3Y en 3C en naar de D/A omzetters 6Y,6K en 6B.
Het luminantiesignaal en de kleurverschilsignalen uit de D/Aomzetters 6Y, 6R en 6B met dubbele snelheid worden geleid naar een matrixkring 8. De rode, groene, blauwe signalen R, Gen B uit de matrixkring 8 met dubbele snelheid worden geleid via versterkers 9R,9G en 9B naar een kleuren CRT 10, waar een videosignaal op het scherm van de kleuren CRT 10 weergegeven wordt overeenkomstig het niet-verweven aftastende systeem, waarin een aantal aftastlijnen verdubbeld wordt.
Fig.10 toont het stelsel van de signaalverwerkings-kring 5Y en 5C meer in detail. De signaalverwerkingskring 5Y van het luminantiesignaalsysteem zal als eerste worden beschreven.
Zoals fig.10 toont wordt het luminantiesignaal Y omgezet in een digitaal signaal door de A/D omzetter 3Y(fig.9) en geleid naar een beeldgeheugen 501Y, dat een vertragings-lijn vormt. Het beeldgeheugen 501Y is gevormd als een zogenoemd 3-poorts beeldgeheugen en heeft een eerste uitgang welke een tijdvertraging van 263H en een tweede uitgang welke een tijdvertraging van 262H heeft. Het uitgangssignaal op de eerste uitgang van het beeldgeheugen 501Y gaat naar een beeldgeheugen 502Y , dat een vertragingslijn vormt. De tijdsvertraging van het beeldgeheugen 502Y wordt op 262H gekozen. De uitgang van het geheugen 502Y gaat naar een geheugen 503Y dat een vertragingslijn vormt. De tijdvertraging van het beeldgeheugen 5Ö3Y is 262H.
De ingang van geheugen 501Y en de uitgang van het geheugen 502Y gaan naar een opteller 504Y waar zij worden opgeteld en gemiddeld. Het uitgangssignaal uit de opteller 504Y wordt vermenigvuldigd met 1-K(K — 1) door een vermenigvuldiger 507Y en dan geleid naar een opteller 511Y. De uitgangssignalen op de eerste en tweede uitgangen gaan naar een opteller 505Y waar zij opgeteld en gemiddeld worden. Het uitgangs signaal uit de opteller 505Y wordt door een vermenigvuldiger 508Y met K vermenigvuldigd en dan geleid naar de opteller 511Y. Het uitgangssignaal op de tweede uitgang van het geheugen 501Y en de uitgang van het geheugen 503Y gaan naar een opteller 506Y, waar zij opgeteld en gemiddeld worden. De uitgang van de opteller 506Y wordt vermenigvuldigd met 1-K door een vermenigvuldiger 509Y en dan geleid naar een opteller 512Y.
De uitgang op de tweede uitgang van het beeldgeheugen 501Y wordt vermenigvuldigd met K door een vermenigvuldiger 510Y en dan geleid naar een opteller 512Y.
De waarde K van de vermenigvuldigers 507Y tot 510Y wordt geregeld door een bewegend detectiesignaal, dat nog later wordt beschreven en waarvan de waarde veranderd wordt als reaktie op de maat van de beweging.
Als voorbeeld kan gelden K=0 voor een stilstaand beeldgedeelte en de maximale waarde van K wordt op 1 gekozen.
De bovengenoemde geheugens 501Y tot 503Y , de optellers 504Y tot 506Y , 511Y en 512Y en de vermenigvuldigers 507Y tot 510 Y vormen een aftastende lijninterpolatiekring 50 0Y.
Fig.11 is een schema van het aftastende lijnkon-struktie gezien vanuit een tijd-vertikaal oppervlakstandpunt, waarin^Spen cirkel een aftastende lijn van elk beeld representeert. Aangenomen dat in de aftastende lijninterpolatiekring 500Y, a het ingangssignaal voor het geheugen 501Y is,is c de uitgang van de eerste uitgangsklem van het geheugen 501Y is b de uitgang op de tweede uitgang daarvan, is d de uitgang van het geheugen 502Y en is e de uitgang van het geheugen 503Y, waarbij de signalen a tot 4 uitgezet zijn in een positionele relatie , zoals fig.11 toont.
In de aftastende lijninterpolatiekring 500Y, wordt de uitgang b op de tweede uitgangsklem van het geheugen 501Σ een hoofdaftastend lijnsignaal van het werkelijke bewegende beeld en wordt het uitgangssignaal —^- van de opteller 506Y een hoofdaftastend lijnsignaal van het stilstaande beeld- gedeelte, zodat de opteller 512Y een hoofdaftastend lijnsignaal Ym genereert, waarin de hoofdaftastende lijnsignalen van het werkelijke bewegende beeld en de signalen van het stilstaande beeldgedeelte opgeteld worden met een verhouding korresponderend met de mate van beweging. Het uitgangssignaal —2~ van de opteller 504Y wordt het interpolerende aftastende lijnsignaal van het stilstaande beeldgedeelte en het uitangs- signaal b + c van de opteller 505Y wordt het interpolerende 2 aftastende lijnsignaal van het werkelijk bewegende beeld, zodat de opteller 511Y een interpolerende aftastend lijnsignaal Yc genereert, waarin de interpolerende aftastende lijnsignalen van het werkelijke bewegende beeld en van het stilstaande beeldgedeelte opgeteld worden met een verhouding korresponderend met de mate van beweging. De te interpoleren aftastende lijn is afgezet op de positie aangeduid door een met onderbroken lijn getekende cirkel in fig.11.
Het hoofdaftastende lijnsignaal Ym en het interpolerende aftastende lijnsignaal Yc uit de aftastende lijninterpolerende kring 500Y worden geleid naar een tijdbasis-compressiekring 521Y. De tijdbasis-compressiekring 521Y comprimeert in tijd elke van de hoofdaftastende lijnsignalen Ym en de interpolerende aftastende lijnsignalen Yc met de helft en genereren opeenvolgend de tijdbasis gecomprimeerde signalen. M.a.w. de tijdbasis comprimerende kring 521Y genereert het luminantiesignaal met dubbele snelheid.
Zoals fig.10 toont, worden het ingangssignaal naar het geheugen 501Y en het uitgangssignaal uit het geheugen 502Y geleid naar een aftrekschakeling 531A, waar zij van elkaar afgetrokken worden.
Het frameverschilsignaal uit de aftrekschakeling 531A wordt geleid naar de laagdoorlaatfilters 532A^ en 532A2, die elk gebruikt worden om de hoge bandruiscomponenten en de stipinterferentiecomponenten te verwijderen. De laagdoor-laatfilters 532A^ en 532A2 wordenzodanig gekozen, dat zij karakteristieken hebben die soortgelijk zijn aan die van de laagdoorlaatfliters 14A en 14B uit fig.8. De uitgangssignalen uit de laagdoorlaatfliters 532A^ en 532A2 worden resp. geleid naar vaste contacten a en b van een omschakelaar 535A.
Het uitgangssignaal van de omschakelaar 535A gaat naar een absolute waardekring 533A, waar het omgezet wordt in een absolute waarde en dan wordt geleid naar een opteller 534.
De uitgangssignalen op de tweede uitgangsklem van het beeldgeheugen 501Y en het uitgangssignaal uit het beeld-geheugen 503Y gaan naar een aftrekschakeling 531B, waar zij van elkaar afgetrokken worden.
Het frameverschilsignaal van de aftrekschakeling 531B gaat naar de laagdoorlaatfilters 532B^ en 532B2, die elk gebruikt worden om de hoge bandruiscomponent en de stipinterferentiecomponent te verwijderen. De filterkarakteris-tieken van de laagdoorlaatfilters 532B^ en 532B2 zijn dezelfde als die uit de filters 14A en 14B in het voorbeeld van fig.8.
De uitgangen van de filters 532B1 en 532B2 worden resp. geleid naar vaste kontakten a en b van een omschakelaar 535B. Het uitgangssignaal van de omschakelaar 535B gaat naar een absolute waardekring 533B, waarhet omgezet wordt in een absolute waarde en dan wordt geleid naar de opteller 534.
In fig.10 is een vertikale correlator 551 getekend, die gevoed wordt met de uitgangssignalen op de eerste en tweede uitgangen van het beeldgeheugen 501Y. De vertikale correlator 551 genereert een absolute waarde lijnverschil-signaal. Het uitgangssignaal uit de vertikale correlator 551 wordt toegevoerd via een laagdoorlaatfilter 552, dat gebruikt wordt om een ruiscomponent naar een niveaucomparator 553 te verwijderen. De niveaucomparator 553 genereert een signaal met een hoog niveau * 1', wanneer het lijnverschil-signaal dat daaraan toegevoerd wordt hoger is dan een vooraf vastgesteld niveau en een signaal met een laagmiveau '0' wanneer het lager dan het vooraf vastgestelde niveau is. M.a.w. de niveaucomparator 553 genereert een signaal met een laag niveau '0' in het vertikale correlatiedeel en een signaal van een hoog niveau * 11 in het vertikale niet-correla-tiedeel(vertikale rand).
De bovengenoemde omschakelaars 535A ·, 535B worden gestuurd door een uitgangssignaal uit de niveaucomparator 553. In het vertikale correlatiedeel zijn de omschakelaars 535A en 535B elk gekoppeld met het vaste kontakt a en in het vertikale niet-correlatie deel met het vaste kontakt b.
De bovengenoemde beeldgeheugens 501Y tot 503Y, de aftrekschakelingen 531A en 531B, de laagdoorlaatfliters 532A.J ,532A2, 532B1 en 532B2 , de absolute waardekringen 533A en 533B , de opteller 534, de omschakelaars 535A en 535B de vertikale correlatieschakeling 551, het laagdoorlaatfilter 552 en de niveaucomparator 553 vormen een bewegende detectie-kring 530. In dit geval neemt het uitgangssignaal van de opteller 534 toe wanneer de beweging toeneemt.
Het uitgangssignaal van de opteller 534 gaat naar een coefficientgenerator 541 als het bewegingsdetectiesignaal. De waarde K van de bovengenoemde vermenigvuldigers 507Y tot 510Y wordt gegenereerd door de coefficientgenerator 541 en varieert als reaktie op het niveau van het bewegingsdetectiesignaal.
De signaalverwerkingskring 5C van het chrominantie-signaal zal in het volgende worden beschreven.
De signaalverwerkingskring 5C is gevormd als een aftastende lijninterpolatiekring 500C en een tijdbasiscompres-siekring 521C. De aftastende lijninterpolatiekring 500C is gevormd op een wijze soortgelijk aan de aftastende lijn inter-polatiekring 500Y in de bovengenoemde signaalverwerkkring 5Y.
De waarde van de coefficient van de vermenigvuldiger in de ; aftastende lijninterpolatiekring 500 wordt gegenereerd door de coefficientgenerator 541.
De aftastende lijninterpolatiekring 500C wordt gevoed met het tijdgedeelde signaal R-Y/B-Y van rode, en blauwe kleurverschilsignalen R-Y en B-Y die in digitale signalen omgezet worden door de A/D omzetter 3C(zie fig.9) en de kring 500C genereert het hoofdaftastende lijn signaal Rm-Ym/ Bm-Ym en het interpolerende aftastende lijnsignaal Rc-Yc/Bc-Yc.
Het hoofdaftastende lijnsignaal Rm-Ym/Bm-Ym en het interpolerende aftastende lijnsignaal Rc-Yc/Bc-Yc uit de aftastende lijninterpolatiekring 500C worden geleid naar een tijdbasiscompressiekring 521C. De tijdbasiscompressiekring 521C comprimeert in tijd elke van de hoofdaftastende lijnsignalen Rm-Ym/Bm-Ym en het interpolerende aftastende lijnsignaal Rc-Yc/Bc-Yc met een half en genereert achtereenvolgens de tijdbasis gecomprimeerde signalen. In dit geval genereert de tijdbasiscompressiekring 521C separaat de rode en blauwe f kleurverschilsignalen. De tijdbasis comprimerende kring 521C genereert als resultaat de kleurverschilsignalen met dubbele snelheid.
In de aftastende lijninterpolatiekring 500Y , zijn het hoofdaftastende lijnsignaal b+e en het interpolerende 2 aftastende lijnsignaal a+d van het stilstaande beeldgedeelte 2 resp. de gemiddelde signalen in het frame, zodat de stip interferentiecomponenten (chrominantiesignaalcomponenten) deel uitmakend van het luminantiesignaal Y elkaar opheffen.
Ook in de aftastende lijninterpolatiekring 500C, worden soortgelijke signaalverwerkingen uitgevoerd, waarbij de kruiskleurcomponenten deel uitmakend van het tijdgedeelde signaal R-/B-Y elkaar uitschakelen. M.a.w. het chrominantie-signaal uit de Y/C scheidingskring 2 (zie fig.9) wordt uitgedrukt door een vergelijking van Y0 + CQsin 2 fffsc t waarin aYH de luminantiesignaalcomponent en fsc de kleur-hulpdraaggolffrequentie is. Wanneer dit chrominantiesignaal dus wordt gedekodeerd, wordt het uitgedrukt door de volgende vergelijking.
Chrominantiesignaal x sin2 fsc 5 ^Hsin2/^ fsc t + C^
De kruiskleurcomponent Y„.sin2 fsc t zal dus in fase zijn met ü de chrominantiesignaalcomponent en heeft een fase geinverteerde relatie tussen de frames, zodat het opgeheven wordt en wordt verwijderd door de aftastende lijninterpolatiekring 500C.
In de aftastende lijninterpolatiekringen 500Y en 500C, wordt de interframeoptelverwerking uitgevoerd voor het stilstaande beeldgedeelte, waarbij de randomruis in tijdrichting gereduceerd wordt tot 1 / \J 2\ De signaal-ruist (S/N)verhoudingen van het luminantiesignaal en het chrominan-tiesignaal worden dus vergroot.
Aangezien de bewegende detectiekring 530 het bewegende detectiesignaal genereert uit twee frameverschilsignalen, is het mogelijk om de snelle beweging tussen de beelden (1/60 seconde) te detecteren. Wanneer bijvoorbeeld de signalen a,b c en d weergegeven worden op de in fig.12A,12B,12C,12D weergegeven wijze, worden de uitgangssignalen van de aftrek-schakelingen 531A en 531B resp. die welke getoond zijn in fig.12E en 12F. Het deel P wordt dienovereenkomstig bepaald als het stilstaande beeldgedeelte door het uitgangssignaal uit de aftrekschakeling 531A, zodat de beweging tussen de beelden niet gedetecteerd kan worden. Met het gebruik van het uitgangssignaal uit de aftrekschakeling 531B, wordt dus het bewegende detectiesignaal dat wat in fig.12G is aangegeven, zodat de snelle beweging tussen de beelden gedetecteerd kan worden.
Volgens de uitvinding van de bewegende detectiekring worden in de bewegende detectiekring 530, de laagdoor-laatfilters 532A2 en 532B2 die een steil verlopende verzwak-kingsfaktor hebben, gebruikt ten opzichte van het vertikale niet-correlatie gedeelte (vertikale rand), terwijl de laagdoor-laatfilters 532A^ en 532B^ , die een zwak verlopende verster-kingsfaktor hebben, worden gebruikt voor het vertikale correla-tiegedeelte (niet de vertikale rand), waarbij een werking en effekt soortgelijk als die uit het voorbeeld volgens fig.8 bereikt worden.
Alhoewel in het bovengenoemde voorbeeld de beide laagdoorlaatfilters gestuurd worden door schakelaars, kan de onderhavige uitvinding worden gemodificeerd zodanig, dat filters met verschillende karakteristieken selektief geschakeld worden als reaktie op de mate van vertikale correlatie op soort- gelijke wijze.
Het meest kenmerkende van een derde uitvoeringsvorm van de uitvinding is dat een televisiesignaal een grote correlatie heeft in vertikale richting en een beweging gedetecteerd kan worden zelfs door het beeldverschilsignaal in het vertikale korrelatiedeel. De derde uitvoeringsvorm van de bewegende detectiekring volgens de uitvinding zal in het volgende aan de hand van fig.13 beschreven worden.
Zoals blijkt uit fig.13 , wordt het luminantiesig-naal Y dat afgescheiden is van het ingangsvideosignaal door de Y/C scheidingskring geleid naar een beeldgeheugen 101, dat een vertragingslijn vormt welke op 263H is bepaald.
Het uitgangssignaal uit het geheugen 101 gaat naar een beeldgeheugen 102 en de tijdvertraging van dat beeldgeheugen 102 bedraagt 262H. De tijdvertraging van de seriekring van de geheugens 101 en 102 is dus 1 frame (263H+262H).
Het ingangssignaal van het geheugen 101 en het uitgangssignaal van het geheugen 102 gaan naar een aftrek-schakeling 103 waar ze van elkaar afgetrokken worden.
Het frameverschilsignaal van de aftrekker 103 wordt via een laagdoorlaatfilter 104 geleid naar een vast kontakt a van een omschakelaar 105. Het laagdoorlaatfilter 104 wordt gebruikt om een hogebandruiscomponent en een puntinterferentie-component te verwijderen.
Het ingangssignaal en het uitgangssignaal van het geheugen 101 worden geleid naar een aftrekschakeling 106 en worden van elkaar afgetrokken. Het beeldverschilsignaal uit de aftrekschakeling 106 wordt via een laagdoorlaatfilter 107 geleid naar een vast kontakt b van een omschakelaar 105.
Het laagdoorlaatfilter 107 wordt gebruikt om een hoge band-ruiscomponent en een puntinterferentiecomponent te verwijderen.
Het uitgangssignaal van de omschakelaar 105 wordt omgezet in een absolute waarde door een absolute-waardekring 108. Het uitgangssignaal van de absolutewaardekring 108 wordt als een bewegend detectiesignaal gebruikt.
In fig.13 geeft het verwijzingscijfer T11A een vertikale correlatiedetector aan, die direkt gevoed wordt met het ingangssignaal van het beeldgeheugen 101 of via een lijngeheugen 112A , welke een vertragingslijn vormt.
De vertikale correlatiedetector Ί11Α detecteert de aanwezigheid of afwezigheid van de vertikale correlatie op de basis van het lijnverschilsignaal. De vertikale correlatiedetector 111A genereert een signaal van een laag niveau '0' als reaktie op bijvoorbeeld het vertikale correlatiedeel en het signaal van een hoog niveau '11 als reaktie op het vertikale niet-correlatiedeel. Een vertikale correlatiedetec tor 111B wordt direkt gevoed met de uitgang van het geheugen 101 of via een lijngeheugen 112B dat een vertragingslijn vormt. De vertikale correlatiedetector 111B detecteert de aanwezigheid of niet-aanwezigheid van de vertikale correlatie op de basis van het lijnverschilsignaal. De vertikale correlatiedetector 111B genereert een signaal van een laag niveau '0' als reaktie op bijvoorbeeld het vertikale correlatiedeel en een signaal van een hoog niveau '1' als reaktie op het vertikale niet-correlatiedeel.
De uitgangssignalen van de vertikale correlatiedetectoren 111A en 111B worden berekend door een logische kring 113. Het uitgangssignaal uit de logische kring 113 wordt gebruikt om de bovengenoemde omschakelaar 105 te sturen zodanig, dat de stand van de schakelaar 105 op een vooraf vastgesteld tijdstip veranderd wordt. D.w.z. wanneer het vertikale niet-correlatiedeel gedetecteerd wordt door een van de vertikale correlatiedetectoren 111A en 111 B , de omschakelaar 105 gekoppeld is met het vaste kontakt a. De omschakelaar 105 is verbonden met het vaste kontakt b voor de andere gevallen verbonden.
Volgens deze uitvoeringsvorm, wanneer het vertikale niet-correlatiedeel niet gedetecteerd wordt door een van de vertikale correlatiedetectoren 111A en 111B, of in het vertikale correlatiedeel, is de omschakelaar 105 verbonden met het vaste kontakt b, waarbij het beeldverschilsignaal dat de uitgang van de aftrekschakeling 106 is, aangeleverd wordt door het laagdoorlaatfilter 107, de omschakelaar 106 en de absolute waardekring 108 als het bewegende detectiesignaal. Volgens deze uitvoering is het mogelijk om een snelle beweging met de beeldfrequentieeenheid te detecteren.
Fig.14 en 15 tonen elk een' aftastende lijnkonstruk-tie gezien vanuit een tijd-vertikaaloppervlakte standpunt, waarin een open cirkel en een gearceerde cirkel resp. witte ) en zwarte hoofdaftastlijnen representeren. Aangenomen dat a het ingangssignaal van het geheugen 101, b het uitgangssignaal daarvan, c het uitgangssignaal van het geheugen 102 en d het signaal dat voorligt ten opzichte van het signaal b met één horizontale lijnperiode in fig.13, hebben deze ► signalen a tot d de positionele relatie volgens de fig.14 en 15.
Aangenomen dat het uitgangssignaal b van het beeldgeheugen 101 een signaal is van de vertikale rand volgens fig.14 is in dit geval , indien het veldverschilsignaal gebruikt wordt als het bewegende detectiesignaal, het bewegende detectiesignaal weergegeven als j a = b j f 0, resulterend in het reele bewegende beeld. Het signaal e op de interpolerende aftastlijn, die moet worden geinterpoleerd over het deel aangegeven door de onderbroken cirkel uit fig.14, wordt bijvoorbeeld een } ( b + d), resulterend in lijnflikkering op de lijn gezien vanuit de richting A.
Met de bovengenoemde kringkonstruktie volgens fig.
13 wanneer het vertikale niet-correlatiedeel (vertikale rand ) gedetecteerd wordt door de vertikale correlatiedetec-tor 111B, is de omschakelaar 105 verbonden met het vaste kontakt a, zodat het frameverschilsignaal, dat het uitgangssignaal van de aftrekschakding 103 is, aangeleverd wordt via het laagdoorlaatfilter 104, de omschakelaar 105 en de absolute waardekring 108 als het bewegende detectiesignaal. Indien het frameverschilsignaal gebruikt wordt als het bewegende detectiesignaal, wordt het bewegende detectiesignaal gerepresenteerd als a - c = O resulterend in een stilstaand beeld. Het signaal e van de interpolerende aftastende lijn die geïnterpoleerd moet worden in het deel aangegeven door de cirkel met onderbroken lijn in fig.14 wordt b.v. a hetgeen het optreden van lijnflikkering vermijdt.
Thans wordt aangenomen, dat het ingangssignaal naar het beeldgeheugen 101 het signaal is op de vertikale rand zoals fig.15 toont. In dit geval, indien het beeldver-schilsignaal gebruikt wordt als het bewegende detectiesignaal, wordt het bewegende detectiesignaal weergegeven als ja - b ƒ 4 0 resulterend in het reele bewegende beeld.
Het signaal e op de interpolerende aftastende lijn dat geïnterpoleerd moet worden op het deel aangegeven door de onderbroken open cirkel in fig.15 wordt b.v. è (b + d) , zodat de lijnflikkering optreedt op de lijn gezien vanuit de richting A.
Met de bovengenoemde schakelingsconstructie, wanneer het vertikale niet-correlatiedeel (vertikale rand)gedetecteerd wordt door de vertikale correlatiedetector 111A, is de omschakelaar 105 met het vaste kontakt a verbonden, zodat het frameverschilsignaal, dat de uitgang is uit de aftrek-schakeling 103, aangeleverd wordt via het laagdoorlaatfilter 104, de omschakelaar 105 en de absolutewaardekring 108 als het bewegende detectiesignaal. Indien het frameverschil -signaal wordt gebruikt als het bewegende detectiesignaal, wordt het bewegende detectiesignaal weergegevens als fa - cj= 0 resulterend in het stilstaande beeld. Het signaal e op de interpolerende aftastende lijn die geïnterpoleerd moet worden op het deel aangegeven door de met onderbroken lijn getekende open cirkel in fig.15 wordt b.v. a hetgeen derhalve lijnflikkering vermijdt.
Fig.16 toont een vierde uitvoeringsvorm van het bewegende detectiecircuit 530 volgens de uitvinding.
Zoals fig.16 toont, worden de beeldgeheugens 510Y tot 503Y van de aftastende lijninterpolatiekring SOQYin het voorbeeld uit fig.10 eveneens gebruikt als de beeldgeheugens 501Y tot 503Υ in fig.16
Zoals blijkt uit fig.16 worden, het ingangssignaal voor het geheugen 501Y en het uitgangssignaal uit het beeld-geheugen 502Y geleid naar de aftrekschakeling 531A, waar ze van elkaar afgetrokken worden.
Het frameverschilsignaal uit de aftrekschakeling 531A wordt geleid naar de laagdoorlaatfilters 532A^ en 532A2/ die gebruikt worden om een hoge band ruiscomponent en een stipinterferentiecomponent te verwijderen. Het laag-doorlaatfilter 532A^ kan een COS filter zijn, welke een lage frequentieresponsie van ongeveer 3,58MHz heeft, welke korrespondeert met een frequentie van bijvoorbeeld een stipinterferentiecomponent. De frequentiekarakteristiek van het laagdoorlaatfilter 532A1 wordt weergegeven door de ononderbroken lijn a in fig.5. Het laagdoorlaatfilter 532A2 kan een COS2 filter zijn, waarvan de responsiekarakteristiek laag kan zijn ongeveer 3,58MHz hetgeen korrespondeert met een frequentie van bijvoorbeeld een stipinteferentiecomponent. De frequentiekarakteristiek van het laagdoorlaatfilter 532A2 wordt weergegeven door de onderbroken lijn b in fig.5.
De uitgangssignalen van de laagdoorlaatfilters 532A.J en 532A2 worden geleid naar resp. de vastekontakten a en b van de omschakelaar 535A. Het uitgangssignaal uit de omschakelaar 535A wordt geleid naar een absolute waardekring 533A, waar het omgezet wordt in een absolute waarde en dan naar een opteller 534 wordt gevoerd.
De uitgangssignalen op de tweede uitgang van het beeldgeheugen 501Y en het beeldgeheugen 503Y worden geleid naar de aftrekschakeling 531B en van elkaar afgetrokken
Een frameverschilsignaal uit de aftrekschakeling 531B wordt gevoerd naar de laagdoorlaatfilters 532B^ en 532B2 die gebruikt worden om een hoge bandruiscomponent en een stipinterferentiecomponent te verwijderen. De karakteristieken van de laagdoorlaatfilters 532B^ en 532B2 worden soortgelijk gekozen aan die van de laagdoorlaatfilters resp. 532A^ en 532A2/ De uitgangen van de filters 532B^ en 532B2 worden geleid naar resp. de vaste kontakten a en b van de omschakelaar 535B. De uitgang van de omschakelaar 535B wordt in een absolute waarde omgezet door een absolute waardekring 533B en dan geleid naar de opteller 534.
Het uitgangssignaal van de opteller 534 wordt geleid naar een opteller 536 als een lage band bewegend detectiesignaal.
De uitgangssignalen van de aftrekschakelingen 531A en 531B worden resp. door de banddoorlaatfilters 537A en 537B geleid naar een aftrekschakeling 538. De middenfrequenties van de banddoorlaatfilters 537A en 537B worden elk gekozen op 3,58MHz , hetgeen korrespondeert met de frequentie van de chrominantiesignaalcomponent.
Het uitgangssignaal van de aftrekschakeling 538 wordt omgezet in een absolute waarde door een absolute waardekring 539 en dan geleid via een schakelkring 554 naar de opteller 536 als een hoge band bewegend detectiesignaal. De uitgang van de opteller 536 is het bewegende detectiesignaal.
In fig.16 geeft het verwijzingscijfer 551 een verti-kale correlator aan. De vertikale correlator 551 wordt gevoed met de uitgangen van de eerste en tweede uitgangen van het beeldgeheugen 501Y. De vertikale correlator 551 genereert een absoluut waardesignaal van het lijnverschilsignaal. De uitgang van de vertikale korrelator 551 wordt toegevoerd via een laagdoorlaatfilter 552 naar een niveaucomparator 553.
Het laagdoorlaatfilter 552 wordt gebruikt om ruiscomponenten te verwijderen. De niveaucomparator 553 genereert een signaal van hoog niveau 11', wanneer het lijnverschilsignaal dat daaraan toegevoerd wordt hoger is dan een vooraf vastgesteld niveau en een signaal van.een laag niveau '0', wanneer het lager dan het vooraf vastgestelde niveau is. M.a.w. de niveaucomparator 553 genereert een signaal van laag niveau '0' voor het vertikale correlatiedeel en een signaal van hoog niveau 11' voor het vertikale niet-correlatiedeel (vertikale rand).
De omschakelaars 535A en 535B worden gestuurd zodanig, dat de stand ervan door het uitgangssignaal uit de niveau-comparator 553 wordt veranderd zodat de beweegbare kontakten verbonden worden met het vaste kontakt a voor het vertikale correlatiedeel en met het vaste kontakt b voor het vertikale niet-correlatiedeel.
De bovengenoemde schakelende kring 554 wordt gestuurd door het uitgangssignaal van de niveaucomparator 553, zodat het zijn ingang voor het vertikale correlatiedeel levert en 3 een nul-uitgang levert uit het vertikale niet-correlatiedeel De bovengenoemde bewegende detectiekring 530 verkrijgt een lage band bewegend detectiesignaal door optelling van de beide frameverschilsignalen zodanig, dat het mogelijk is om een snelle beweging te detecteren tussen de beelden j (1/60 sekonde). Wanneer b.v. de signalen a,b,c,d en e resp. die zijn, zoals is weergegeven in fig.17A en 17B,17C en 17D, worden de uitgangssignalen van de aftrekschakelingen 531A en 531B weergegeven zoals aangeduid is in resp. fig.17E en 17F.
Het deel P wordt dus dienovereenkomstig vastgesteld als het I stilstaande beeld uit slechts het uitgangssignaal van de aftrekschakeling 53IA, hetgeen het onmogelijk maakt om een beweging tussen de beelden te detecteren. Met de toepassing van de uitgang uit de aftrekschakeling 531B, is dus het bewegende detectiesignaal dat wat in fig.17G is aangegeven, i waarbij snelle bewegingen tussen de beelden gedetecteerd kunnen worden.
Op het vertikale niet-correlatiedeel (vertikale rand), hebben de laagdoorlaatfilters 532A2 en 532B2 voorts elk een steile verzwakkingskarakteristiek, terwijl op het vertikale correlatiedeel (deel dat niet de vertikale rand vertegenwoordigt) de laagdoorlaatfilters 532A-J en 532B^ gebruikt worden, zodat de puntinterferentiecomponent op effek-tieve wijze verwijderd kan worden en dus de beweging van een relatief hoge frequentie voldoende gedetecteerd kan worden.
De banddoorlaatfilters 537A en 537B genereren de hoge bandcomponenten van de frameverschilsignalen en de aftrek-schakeling 538 genereert een verschilsignaal van die frameverschilsignalen. In dit geval, zoals fig.18 toont, hebben de puntinterferentiecomponenten (chrominantiesignaalcomponen-ten) een fase geïnverteerde relatie tussen de frames en de lijnen, zodat de hoge bandcomponenten van de frameverschilsignalen onttrokken aan de banddoorlaatfliters resp. 537A en 537B de stipinterferentiecomponenten bevatten.
In het geval van een stilstaand beeld worden deze puntinter-i ferentiecomponenten in amplitude en fase gelijk , zoals fig.19A en 19B tonen, en wordt het verschilsignaal uit de aftrekschakeling 538 nul zoals fig.19C toont.
De detectiefout tengevolge van de stipinterferentie-component moet dus worden vermeden en het hogeband bewegend detectiesignaal kan op tevredenstellende wijze worden verkregen.
In hetvertikale niet-correlatie deel worden de chrominantiesignaalcomponenten voorts niet geïnverteerd tussen de lijnen volgens fig.20 en worden de stipinterferentiecomponenten deel uitmakend van de hogeband componenten van de frameverschilsignalen uit de banddoorlaatfliters 537A en 537B in amplitude en fase niet gelijk zoals getekend in fig.21A en 21B zelfs voor een stilstaand beeld. Het verschilsignaal uit de aftrekschakeling 538 is als resultaat weergegeven in fig.2lC en vormt een detectiefoutsignaal. In het voorbeeld uit fig.16 levert in het vertikale niet-correlatie deel de schakelende kring 554 een nuluitgang en het verschilsignaal wordt niet als bewegend detectiesignaal gebruikt.
Het is derhalve mogelijk detectiefouten veroorzaakt vanwege de stipinter-ferentiecomponent te voorkomen.
In fig.18 en 20 , representeert de open cirkel de aftastlijn van elk beeld, de gebroken cirkel de positie van de aftastende lijn die geïnterpoleerd moet worden en de symbolen β en oO , de fasen van de stipinter-ferentie componenten.
Fig.17 toont het patroon door middel waarvan het bewegend detectiesignaal niet verkregen kan worden in het bewegende detectiegebied van de lage band en kan het bewegend detectiesignaal worden verkregen in het bewegende detectie bedrijf van de hogeband.
Fig.17A,17B,17C en 17D tonen resp. de ingang voor het beeld-geheugen 51QY en de uitgangssignalen van de beeldgeheugens 501Y,502Y en 503Y volgens fig.16. Voor die toestand zijn de uitgangssignalen van de aftrekschakelingen 531A en 531B getekend in resp. de £ig.17E en 17F. i De uitgangssignalen van de aftrekschakelingen 531A en 531B worden niet afgegeven door de laagdoorlaat-filters 532A.J ,532A2,532B.j en 532B2 en het lage band bewegend detectiesignaal uit de opteller 534 wordt nul, zoals fig.17H toont. De uitgangssignalen\an de aftrekschakelingen 531A en 531B worden vanaf de banddoorlaatfliters 537A en 537B afgegeven en het hogeband bewegende detectiesignaal uit de aftrekschakeling 538 heeft de vorm volgens fig.17G.
De frequenties van de uitgangssignalen (getekend in fig.17E en 17F) uit de aftrekschakelingen 531A en 531B zijn ook frequenties buiten de banddoorlaatgebieden van de laag-doorlaatfilters 532A^,532A2.532B^ en 532B2·
In de bovengenoemde uitvoeringsvormen, wordt het hogeband bewegend detectiesignaal verkregen uit het luminantie-signaal, dat door middel van de Y/Oscheidingskring afgescheiden is van het videosignaal. Indien het ingangssignaal b.v. een samengesteld videosignaal is, is het mogelijk de beweging van het chrominantiesignaal C alsmede de beweging van het luminantiesignaal Y in de hogeband te detecteren.
Alhoewel in de bovengenoemde uitvoeringsvormen de banddoorlaatfliters 537A en 537B worden gebruikt, kunnen de banddoorlaatfilters 537A en 537B vervangen worden door hogeband filters. De filters die gebruikt zijn behoeven alleen filters te zijn, die een signaal van een laagfrequentieband-kunnen blokkeren.
Volgens deuitvinding zoals in het voorgaande is vermeld, kan aangezien de filters voor het doorlaten van de frameverschilsignalen geschakeld worden door de uitgangssignalen uit de vertikale correlatiedetectors, de stipinterferentiecomponent (chrominantiesignaalcomponent) op de vertikale rand op effektieve wijze verwijderd worden en kan de beweging van een relatief hoge frequentie op adequate wijze worden gedetecteerd.
Volgens de onderhavige uitvinding, aangezien het beeldverschilsignaal wordt gebruikt als een bewegend detectie-signaal voor het vertikale correlatiegedeelte, is het voorts mogelijk om een snelle beweging van de beeldfrequentie-eenheid te detecteren. Aangezien het frameverschilsignaal bovendien gebruikt wordt als een bewegend detectiesignaal voor het vertikale niet-correlatiedeel, kunnen detectiefouten worden voorkomen en kan eveneens lijnflikkering of dergelijke worden vermeden.
Volgens de onderhavige uitvinding worden bovendien aangezien de eerste en tweede frameverschilsignalen die elk een tijdverschil van een beeldperiode hebben, verkregen uit het videosignaal en worden de verschilsignalen van de hogebandcomponenten gebruikt als de hogeband bewegende detectiesignalen, waarbij het hogeband bewegend detectiesignaal verkregen kan worden zonder detectiefouten te veroorzaken tengevolge van chrominantiesignaalcomponenten (stip-interferentiecomponenten). Vergeleken met de bewegende detectie die alleen gebruik maakt van een lage frequentie band ishet dus mogelijk om de detectiekapaciteit van de bewegende detectiekring aanzienlijk te vergroten. Aangezien de schakelende middelen voorts gestuurd worden voor het vertikale niet-correlatiedeel, zodat de verschilsignalen van de hogeband component niet wordt gebruikt als het bewegend detectiesignaal is het mogelijk om het optreden van detectiefouten te vermijden.
Claims (15)
1. Een bewegende detectiekring omvattende een verschilsignaalgenerator, die tenminste één framevertragings-kring bevat# een vertikale correlatiedetector die verbonden is met de verschilsignaalgenerator gekenmerkt door: (1) een aantal filters die verbonden zijn met de verschilgenerator, (2) schakelende middelen die verbonden zijn met de filters , teneinde de uitgang van één van de filters te I selekteren en (3) besturingsmiddelen die met de vertikale correlatiedetector verbonden zijn en de schakelende middelen besturen als reaktie op het uitgangsniveau van de vertikale correlatiedetector.
2. Bewegende detectiekring volgens conclusie 1, met het kenmerk# dat de filters laagdoorlaatfilters zijn die verschillende frequentieresponsiekarakteristieken hebben.
3. Bewegende detectiekring volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de filters combinaties van laagdoorlaat-filters bevatten# die verschillende frequentieresponsie-karakteristieken hebben.
4. Bewegende detectiekring volgens conclusie 3# met het kenmerk, dat de schakelende middelen bestaan u-it een aantal schakelaars, die korresponderen met de genoemde combinaties van laagdoorlaatfilters.
5. Bewegende detectiekring volgens conclusie 4, gekenmerkt door een opteller die is verbonden met de uitgangen van genoemde aantal schakelaars.
6. Bewegende detectiekring volgens conclusie 2, gekenmerkt door een banddoorlaat of hoogdoorlaatfilter, dat met de genoemde verschilsignaalgenerator verbonden is.
7. Bewegende detectiekring volgens conclusie 3, gekenmerkt door een aantal banddoorlaat of hoogdoorlaatfilters die zijn verbonden met de genoemde verschilsignaalgenerator .
8. Bewegende detectiekring volgens conclusie 7 gekenmerkt door een aftrekschakeling, die verbonden is met de uitgangen van de banddoorlaat of hoogdoorlaatfilters.
9. Bewegende detectiekring volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de verschilsignaalgenerator een frame-vertragingskring en een aftrekschakeling omvatten, die verbonden zijn met de ingang en de uitgang van de framevertragingskring.
10. Bewegende detectiekring volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de verschilsignaalgenerator drie ) beeldvertragingskringen omvat, die in serie zijn geschakeld en twee aftrekschakelingen die verbonden zijn met de beeldvertragingskringen.
11. Bewegende detectiekring volgens conclusie 10 met het kenmerk, dat drie beeldvertragingskringen bestaan uit > eerste, tweede en derde beeldvertragingskringen, die in serie staan, en de beide aftrekschakelingen bestaan uit een eerste aftrekschakeling, die verbonden ..is met de ingang van de eerste beeldvertragingskring en met de uitgang van de tweede beeldvertragingskring, en een tweede aftrekschake- i ling die verbonden is met de ingang van de tweede beeldvertragingskring en met de uitgang van de derde beeldvertragingskring.
12. Bewegende detectiekring volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de verschilsignaalgenerator twee i beeldvertragingskringen omvat, die in serie staan en twee aftrekschakelingen, waarvan er een verbonden is met de genoemde twee beeldvertragingskringen voorhet genereren van beelden frameverschilsignalen.
13. Bewegende detectiekring volgens conclusie 9, I met het kenmerk, dat de framevertragingskring ëên horizontale lijntijdvertragingskring bevat, teneinde een signaal te leveren aan de genoemde vertikale correlatiedetector.
14. Bewegende detectiekring volgens conclusie 10 met het kenmerk, dat een van de drie beeldvertragingskringen i één horizontale lijntijdvertragingskring bevat, teneinde een signaal te leveren aan de genoemde vertikale correlatiedetector.
15. Bewegende detectiekring volgens conclusie 9 waarin de framevertragingskring omvat een beeldgeheugen, welke een 263 horizontale lijntijdvertraging heeft en een beeldgeheugen welke een 262 horizontale lijntijdvertraging heeft.
Applications Claiming Priority (6)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
JP63183204A JP2730065B2 (ja) | 1988-07-22 | 1988-07-22 | テレビジョン受像機及び動き検出回路 |
JP18320388 | 1988-07-22 | ||
JP63183203A JP2730064B2 (ja) | 1988-07-22 | 1988-07-22 | テレビジョン受像機及び動き検出回路 |
JP18320488 | 1988-07-22 | ||
JP63189474A JP2730068B2 (ja) | 1988-07-28 | 1988-07-28 | テレビジョン受像機及び動き検出回路 |
JP18947488 | 1988-07-28 |
Publications (3)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL8901885A true NL8901885A (nl) | 1990-02-16 |
NL194936B NL194936B (nl) | 2003-03-03 |
NL194936C NL194936C (nl) | 2003-07-04 |
Family
ID=27325267
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL8901885A NL194936C (nl) | 1988-07-22 | 1989-07-20 | Bewegende detectiekring. |
Country Status (7)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US4972259A (nl) |
KR (1) | KR930002146B1 (nl) |
CA (1) | CA1322241C (nl) |
DE (1) | DE3924249C2 (nl) |
FR (1) | FR2638044B1 (nl) |
GB (1) | GB2221814B (nl) |
NL (1) | NL194936C (nl) |
Families Citing this family (17)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
ATE109604T1 (de) * | 1987-12-22 | 1994-08-15 | Philips Nv | Videosignalkodierung und -dekodierung mit einem adaptiven filter. |
KR940005178B1 (ko) * | 1989-10-14 | 1994-06-11 | 미쯔비시 덴끼 가부시끼가이샤 | 움직임적응형 휘도신호 색신호 분리필터 및 그 분리방법 |
JPH0785589B2 (ja) * | 1990-02-16 | 1995-09-13 | 松下電器産業株式会社 | Y/c分離器 |
JP2522433B2 (ja) * | 1990-03-27 | 1996-08-07 | 日本電気株式会社 | 映像動き信号検出回路 |
US5113262A (en) * | 1990-08-17 | 1992-05-12 | Samsung Electronics Co., Ltd. | Video signal recording system enabling limited bandwidth recording and playback |
DE4192565C2 (de) * | 1990-10-23 | 1994-07-07 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | Bildfluktuationserfassungseinrichtung |
KR930008182B1 (ko) * | 1990-11-27 | 1993-08-26 | 삼성전자 주식회사 | 동신호 검출회로 |
JP3278187B2 (ja) * | 1991-03-14 | 2002-04-30 | 三菱電機株式会社 | 動き適応型輝度信号色信号分離フィルタ |
DE69230115T2 (de) * | 1991-05-23 | 2000-04-20 | Nippon Hoso Kyokai | Auswertungsvorrichtung und Methode verwendbar für ein Gerät zur Detektion von Bewegungsvektoren |
AU658014B2 (en) * | 1991-11-19 | 1995-03-30 | Macrovision Corporation | Method and apparatus for scrambling and descrambling of video signals with edge fill |
US5365281A (en) * | 1992-06-26 | 1994-11-15 | Samsung Electronics, Co., Ltd. | Motion signal detecting circuit |
US5473389A (en) * | 1992-11-10 | 1995-12-05 | Sony Corporation | Y/C separator using 3-D, 2-D and 1-D filters |
US5428397A (en) * | 1993-05-07 | 1995-06-27 | Goldstar Co., Ltd. | Video format conversion apparatus for converting interlaced video format into progressive video format using motion-compensation |
JP2983509B2 (ja) * | 1998-02-10 | 1999-11-29 | 日本放送協会 | テレビジョン映像のフリッカ検出方法および装置 |
JP4419210B2 (ja) * | 1999-06-01 | 2010-02-24 | ソニー株式会社 | 画像処理装置および方法、並びに記録媒体 |
US7468758B2 (en) * | 2005-10-07 | 2008-12-23 | Mediatek Inc. | Methods and apparatus for detecting movement in a composite television signal |
US8224033B2 (en) * | 2008-06-24 | 2012-07-17 | Mediatek Inc. | Movement detector and movement detection method |
Family Cites Families (8)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
JPS558124A (en) * | 1978-06-30 | 1980-01-21 | Sony Corp | Movement detector for video signal |
US4617589A (en) * | 1984-12-17 | 1986-10-14 | Rca Corporation | Adaptive frame comb filter system |
US4616254A (en) * | 1985-04-18 | 1986-10-07 | Rca Corporation | Hanging dot reduction system |
US4672445A (en) * | 1985-05-29 | 1987-06-09 | Rca Corporation | Progressive scan processor employing interpolation in luminance channel controlled by a motion signal and a vertical detail representative signal |
US4686561A (en) * | 1985-07-31 | 1987-08-11 | Rca Corporation | Vertical detail information restoration circuit |
US4754322A (en) * | 1985-09-30 | 1988-06-28 | Hitachi, Ltd. | YC-signal separation circuit responsive to magnitude of vertical correlation |
US4700232A (en) * | 1986-10-24 | 1987-10-13 | Grass Valley Group, Inc. | Interpolator for television special effects system |
US4809060A (en) * | 1987-09-10 | 1989-02-28 | Rca Licensing Corporation | Hanging dot reduction arrangement |
-
1989
- 1989-06-29 CA CA000604330A patent/CA1322241C/en not_active Expired - Lifetime
- 1989-07-13 US US07/379,054 patent/US4972259A/en not_active Expired - Lifetime
- 1989-07-14 KR KR1019890010010A patent/KR930002146B1/ko not_active IP Right Cessation
- 1989-07-20 NL NL8901885A patent/NL194936C/nl not_active IP Right Cessation
- 1989-07-20 GB GB8916621A patent/GB2221814B/en not_active Expired - Lifetime
- 1989-07-21 FR FR8909899A patent/FR2638044B1/fr not_active Expired - Lifetime
- 1989-07-21 DE DE3924249A patent/DE3924249C2/de not_active Expired - Lifetime
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
NL194936C (nl) | 2003-07-04 |
FR2638044B1 (fr) | 1992-10-16 |
GB2221814A (en) | 1990-02-14 |
DE3924249A1 (de) | 1990-01-25 |
DE3924249C2 (de) | 1999-07-15 |
GB8916621D0 (en) | 1989-09-06 |
CA1322241C (en) | 1993-09-14 |
US4972259A (en) | 1990-11-20 |
FR2638044A1 (fr) | 1990-04-20 |
KR900002648A (ko) | 1990-02-28 |
GB2221814B (en) | 1992-11-18 |
NL194936B (nl) | 2003-03-03 |
KR930002146B1 (ko) | 1993-03-26 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL194936C (nl) | Bewegende detectiekring. | |
JPS62276983A (ja) | 逐次走査システム | |
JPS6388981A (ja) | 順次走査表示システム | |
KR0129548B1 (ko) | 영상신호 처리 회로 | |
US5107340A (en) | Digital video signal noise-reduction apparatus with high pass and low pass filter | |
KR920002274B1 (ko) | 운동 보상회로 | |
US5929938A (en) | Motion adaptive luminance and chrominance signal separating circuit | |
KR940001442B1 (ko) | 휘도신호 및 색신호 분리 시스템 | |
JP2730068B2 (ja) | テレビジョン受像機及び動き検出回路 | |
JPH0716255B2 (ja) | 動き適応型輝度信号色信号分離装置 | |
JP2646680B2 (ja) | 補間信号形成回路 | |
JPH0225596B2 (nl) | ||
JP2730064B2 (ja) | テレビジョン受像機及び動き検出回路 | |
JP2786304B2 (ja) | 動き適応型輝度信号色信号分離フィルタ | |
JP2557512B2 (ja) | テレビジョン表示画面の動き検出回路 | |
JP2557511B2 (ja) | テレビジョン表示画面の動き検出回路 | |
JPH02202192A (ja) | テレビジョン表示画面の動き検出回路 | |
JP2804795B2 (ja) | 動き検出回路 | |
KR970007809B1 (ko) | 동적응을 이용한 휘도 및 색신호 분리 방법 | |
JPS6292693A (ja) | カラ−テレビジヨン信号のy/c分離装置 | |
KR100250874B1 (ko) | 색 및 휘도 신호 분리 방법 및 이를 수행하기 위한 회로 | |
JP2730065B2 (ja) | テレビジョン受像機及び動き検出回路 | |
JPH0783488B2 (ja) | 信号処理回路 | |
JP2000333202A (ja) | 輝度信号色信号分離回路 | |
JPH02177791A (ja) | 動き適応型y/c分離回路 |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
BB | A search report has been drawn up | ||
BC | A request for examination has been filed | ||
V4 | Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Effective date: 20090720 |