[go: up one dir, main page]

NL8402743A - Draaiklep. - Google Patents

Draaiklep. Download PDF

Info

Publication number
NL8402743A
NL8402743A NL8402743A NL8402743A NL8402743A NL 8402743 A NL8402743 A NL 8402743A NL 8402743 A NL8402743 A NL 8402743A NL 8402743 A NL8402743 A NL 8402743A NL 8402743 A NL8402743 A NL 8402743A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
rotor
housing
rotary valve
ports
flow channels
Prior art date
Application number
NL8402743A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Angar Scient Comp Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Angar Scient Comp Inc filed Critical Angar Scient Comp Inc
Priority to NL8402743A priority Critical patent/NL8402743A/nl
Publication of NL8402743A publication Critical patent/NL8402743A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16KVALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
    • F16K11/00Multiple-way valves, e.g. mixing valves; Pipe fittings incorporating such valves
    • F16K11/02Multiple-way valves, e.g. mixing valves; Pipe fittings incorporating such valves with all movable sealing faces moving as one unit
    • F16K11/06Multiple-way valves, e.g. mixing valves; Pipe fittings incorporating such valves with all movable sealing faces moving as one unit comprising only sliding valves, i.e. sliding closure elements
    • F16K11/072Multiple-way valves, e.g. mixing valves; Pipe fittings incorporating such valves with all movable sealing faces moving as one unit comprising only sliding valves, i.e. sliding closure elements with pivoted closure members
    • F16K11/074Multiple-way valves, e.g. mixing valves; Pipe fittings incorporating such valves with all movable sealing faces moving as one unit comprising only sliding valves, i.e. sliding closure elements with pivoted closure members with flat sealing faces
    • F16K11/0743Multiple-way valves, e.g. mixing valves; Pipe fittings incorporating such valves with all movable sealing faces moving as one unit comprising only sliding valves, i.e. sliding closure elements with pivoted closure members with flat sealing faces with both the supply and the discharge passages being on one side of the closure plates

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Multiple-Way Valves (AREA)

Description

- * 3 843112/Rey/cd
Korte aanduiding: Draaiklep.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een draaiklep, die een rotor heeft met tenminste één inwendige stromings-weg voor het verschaffen van een verbinding tussen verschillende paren stromingswegen in het klephuis.
5 Bekende draaikleppen hebben rotoren hierin met sleuven in een vlak hiervan voor het verschaffen van een verbinding tussen stromingswegen in het klephuis. Omdat door het medium als dit door de sleuven stroomt een grote scheidende kracht tussen de rotor en het huis wordt gecreëerd, is een grote 10 kracht vereist voor het afdichten van de rotor en het huis teneinde lekkage te voorkomen. De rotor staat normaliter direkt tegen het huis van de draaiklep. Een niet goede uitlij-ning van de rotor en het huis kan een ongelijkmatige slijtage veroorzaken van de afdichtoppervlakken hiertussen. Tengevolge 15 van onregelmatigheden in de afdichtoppervlakken van de rotor en het huis veroorzaakt door slijtage, zijn de oppervlakken niet nauwkeurig gelijk aan elkaar hetgeen resulteert in lekkage tijdens het draaien van de rotor en als de rotor stilstaat.
20 Bekende draaikleppen omvatten in het algemeen een stap- penmotor die de rotor draait in het verlengde van verschillende stromingswegen in het lichaam waarbij het plaatsen van de rotor geschiedt door het toevoeren van een aantal elektrische aandrijfpulsen naar de motor. Deze methode verschaft geen 25 positieve plaatsing van de rotor ten opzichte van het klephuis en is onbetrouwbaar gebleken.
De onderhavige uitvinding beoogt een of meer van de hierboven genoemde problemen te verhelpen.
De draaiklep volgens de onderhavige uitvinding is kompakt 30 en in het bijzonder bruikbaar voor het richten van de kleine hoeveelheden medium naar medische apparaten.
Volgens een oogmerk van de uitvinding, omvat de draaiklep een rotor met tenminste ëën inwendige stromingsweg die loopt tussen een paar poorten voor het verschaffen van een verbinding 35 tussen een paar stromingswegen in het klephuis, welke rotor een naar buiten gericht ringvormig oppervlak heeft voor een af- 8402743 * * ’ * -2- dichtende verbinding met het huis en tenminste éên inwendige stromingswegpoort is aangebracht in het ringvormige oppervlak. Het ringvormige oppervlak verschaft een klein en nauwkeurig bepaald afdichtoppervlak tussen de rotor en het huis zodat 5 bij het aanbrengen van een kleine axiale kracht, een hoge een-heidsbelasting voor het afdichten wordt verkregen.
Volgens een ander oogmerk van de uitvinding is een continu veerkrachtige afdichting geplaatst tussen de afdichtoppervlak-ken van de rotor en het huis om een statische en dynamische 10 afdichting te verschaffen.
Volgens een volgens oogmerk van de uitvinding is een bolvormig oppervlak aangebracht om een axiale druk op de rotor uit te oefenen, welk oppervlak- het heen en weer slingeren van de rotor opneemt om een gelijkmatige belasting van de afdicht-15 oppervlakken van de rotor en het huis te verzekeren.
Een volgend oogmerk van de uitvinding is het verschaffen van uitrichtmiddelen die lopen door de rotor en het huis van de klep volgens de rotatieas om een foutieve uitrichting en ongelijkmatige slijtage vai de afdichtoppervlakken van de rotor 20 en het huis te voorkomen.
Een volgend oogmerk van de uitvinding is het verschaffen van een uitwendig instelbare afdichtbelasting.
De details van de konstruktie en de werking van de uitvinding zullen vollediger worden beschreven met verwijzing naar 25 de bijgaande tekening, waarin dezelfde verwijzingscijfers dezelfde onderdelen aangeven.
Fig. 1 is een aanzicht van de draaiklep volgens de onderhavige uitvinding.
Fig. 2 is een bovenaanzicht van de draaiklep van fig. 1.
30 Fig. 3a toont de vorm van de stromingsweg van de rotor voor een vierweg, twee-standen-draaiklep.
Fig. 3b toont de vorm van de stromingsweg van de rotor voor een vijf-weg, twee-standen-draaiklep.
Fig. 3c toont de vorm van de stromingsweg van de rotor 35 voor een vier-weg, drie-standen-draaiklep.
Fig. 3d toont de vorm van de stromingsweg van de rotor voor een vijf-weg, vier-standen-draaiklep.
Fig. 4 is een doorsnede van de draaiklep volgens de lijn IV-IV in fig. 2.
40 8402743 » * -3-
Fig. 5 is een doorsnede van het klephuis volgens de lijn V-V in fig. 4.
Fig. 6 is een bovenaanzicht van de in fig. 5 weergegeven rotor.
5 Fig. 7 is een doorsnede van een gewijzigde draaiklep.
Fig. 8 is een bovenaanzicht van de in fig. 7 weergegeven rotor.
Een draaiklep 10 zoals weergegeven in de fig. 1 en 2, omvat een cilindrisch gevormd huis 12 met een aantal inwendige IQ stromingskanalen, waarbij elk kanaal loopt tussen een in de zijwand van het huis gelegen poort 14 en een in een bovenoppervlak van het huis gelegen poort. Een binnen een kast 16 geplaatste rotor, omvat tenminste éên inwendig stromingskanaal dat loopt tussen in een onderoppervlak van de rotor geplaatste 15 poorten voor het verschaffen van een verbinding tussen verschillende paren stromingskanalen in het huis 12. De rotor wordt door een aan een montagesteun 20 bevestigde stappenmotor 18 draaibaar aangedreven op êén lijn met verschillende paren stromingskanalen in het huis. Het huis 12 en de rotorkast 16 zijn 20 aan de motor 18 bevestigd door vier schroeven die door gaten 22 in een montagesteun 24 lopen en door het huis en de rotorkast in de montagesteun 20 van de motor. De steun 24 is tevens voorzien van van schroefdraad voorziene gaten 26 om de draaiklep 10 aan het apparaat te bevestigen waarin de draaiklep moet 25 worden gebruikt.
De stappenmotor 18 wordt elektronisch gestuurd door een geïntegreerd circuit teneinde de rotor nauwkeurig te positioneren, welk circuit is geplaatst onder een op de motor gemonteerde deksel 28. De circuitpanelen omvatten aansluitpunten 30 30 die lopen door openingen 32 in de deksel 28 teneinde te worden verbonden met leidingen 34 van de motor 18. Een schroef 36 loopt door de deksel 28 om een uitwendig instelbare belasting van de afdichtoppervlakken tussen de rotor en het huis 12 te verschaffen zoals hierna besproken. Een moer 38 bevestigt de 35 deksel 28 aan de motor 18. De motor en het circuit vormen geen deel van de uitvindingen zijn niet in detail weergegeven.
De figuren 3a-3d tonen verschillende vormen van inwendige stromingskanalen van de rotor voor een huis 12 dat vier stromingskanalen heeft met poorten in het bovenoppervlak van het 8402743 _ - - v h ί 1 · -4- huis die zijn geplaatst op tussenruimte van -90° over een cirkelomtrek, welke poorten zijn aangegeven met de nummers 1,2,3 en 4.
Fig. 3a is illustratief voor een vier-weg, twee-standen-5 draaiklep met twee gebogen inwendige stromingskanalen 40 en 42 die lopen door de rotor om een verbinding te verschaffen tussen aangrenzende paren poorten in het huis 12. In een eerste stand, verschaft het stromingskanaal 40 een verbinding tussen de poorten 1 en 2 van het huis, waarbij het stromingskanaal 42 10 een verbinding verschaft tussen de poorten 3 en 4. Door het draaien van de rotor over 90° naar een tweede stand, verschaft het stromingskanaal 40 een verbinding tussen de poorten 2 en 3 van het huis terwijl het stromingskanaal 42 een verbinding verschaft tussen de poorten 1 en 4. Fig. 3c is illustratief voor 15 een vier-weg, drie-standen-draaiklep met dezelfde vorm van de rotor zoals weergegeven in fig. 3a. Door de rotor over 45° te draaien naar een derde stand tussen de eerste en tweede standen, staan geen van de stromingskanalen van het huis 12 met elkaar in verbinding.
20 Fig. 3b is illustratief voor een vijf-weg, twee-standen- draaiklep voor een huis met een vijfde stromingskanaal dat loopt door een centrale poort 5 die is geplaatst langs de ro-tatiehartlijn van de klep. De rotor omvat drie inwendige stro-mingskanalen, twee boogvormige stromingskanalen 44 en 46 voor 25 het verschaffen van een verbinding tussen aangrenzende paren poorten in het huis en een stromingskanaal 48 dat loopt over de diameter van de rotor voor het verschaffen van een verbinding tussen de centrale poort en een paar tegenover liggende poorten. In een eerste stand, verschaft het stromingskanaal 48 een ver-30 binding tussen de poorten. 1, 3 en 5 van het huis. Door de rotor over 90° te draaien naar een tweede stand, verschaft het stromingskanaal 44 een verbinding tussen de poorten 2 en 3 terwijl het stromingskanaal 46 een verbinding verschaft tussen de poorten 1 en 4. Fig. 3d is illustratief voor een vijf-weg, vier-35 standen-draaiklep voor een rotor met een enkel inwendig stromingskanaal 50 en voor een huis met vijf poorten 1, 2, 3, 4 en 5 gelijk aan dat wat is weergegeven in fig. 3d. Door de rotor 90° te draaien/ kan de centrale poort in verbinding worden geplaatst met elk van de poorten 1, 2,3.en 4.
8402743 -5-
Fig. 4 toont een omdraaiklep 10 met een rotor 52 met de in de fig. 3a en 3c weergegeven vorm van het inwendige stro-mingskanaal. Zoals weergegeven in de fig. 4 en 5, omvat de draaiklep 10 een cilindrisch gevormd huis 12 dat kan zijn gego-5 ten uit plastiek met vier van schroefdraad voorziene poorten 53, 54, 55 en 56, die zijn geplaatst over intervallen van 90° over een zijwand 58 van het huis. Elk van de van schroefdraad voorziene poorten heeft een taps einde 59 dat loopt naar een stromingskanaal, zoals de stromingskanalen 60 en 62 weergegeven lOvoor de respektlevelijke poorten 53 en 55. Elk van de stromingskanalen loopt tussen een bijbehorende poort 53, 54, 55 en 56 in de zijwand van het huis en een respektievelijke poort 63, 64, 65 en 66 geplaatst in een bovenoppervlak 68 van het huis bij intervallen van 90° over een cirkelomtrek met de rotatieas als 15middelpunt.
Een continue cirkelvormige afdichting 70 vervaardigd van een veerkrachtig materiaal is geplaatst tussen het huis 12 en de rotor 52 om een statische en dynamische afdichting te verschaffen. De afdichting 70 omvat vier gaten 72 die zijn ge-20 legen op intervallen van 90° en zijn geplaatst om op ëën lijn te worden geplaatst met de poorten 63, 64, 65 en 66 die zijn aangebracht in het bovenoppervlak 68 van het huis. De gaten 72 van de afdichting worden op ëën lijn gehouden met de poorten van het bovenoppervlak van het huis door middel van vier 25 schroeven 74, waarvan er slechts twee zijn weergegeven, welke schroeven lopen door de montagesteun 24, het huis 12 en de afdichting 70 in de rotorkast 16 en de montagesteun 20 van de motor.
De cilindrisch gevormde rotor 52 zoals weergegeven in de 30 fig. 4 en 6 kan zijn gegoten van plastiek materiaal met twee inwendige stromingskanalen 76 en 78 zoals weergegeven in de fig.· 3a en 3c voor het verschaffen van een verbinding tussen aangrenzende paren poorten in het bovenoppervlak 68 van het huis 12. De inwendige stromingskanalen 76 en 78 lopen tussen een 35 respektievelijk paar aangrenzende poorten 80, 82 en 84, 86 die zijn geplaatst over intervallen van 90° om een afdichtoppervlak 88 van de rotor en geplaatst om op één lijn te komen met de poorten in het bovenoppervlak 68 van het huis 12 en de gaten 72 van de afdichting 70.
8402743 I’ « ' -6-
Het afdichtoppervlak 88 van de rotor 52 bestaat uit een naar buiten toe lopend ringvormig oppervlak met een inwendige diameter die een weinig kleiner is dan de diameter van de cirkel waarop de poorten 63-66 zijn geplaatst en een buitendiame-5 ter die een weinig groter is dan de diameter van de cirkel, waarbij de breedte van het oppervlak 88 voldoende groot is om de hierin aangebrachte poorten op te nemen. Het ringvor-mige oppervlak 88 verschaft een klein en nauwkeurig bepaald afdichtoppervlak tussen de rotor 52 en het huis 12 zodat met het 10 aanbrengen, van een kleine axiale kracht zoals hieronder beschreven, een hoge eenheidbelasting voor het afdichten wordt verkregen.
De rotor 52, het huis 12 en de afdichting 70 worden op één lijn met de rotatieas gehouden door een uitrichtpen 92 15 die loopt door openingen 93, 94 en 96 die zijn gevormd langs de centrale hartlijn van respektievelijk de rotor, afdichting en huis. De uitrichtpen verzekert de nauwkeurige axiale plaatsing van de poorten in de afdichtoppervlakken van de rotor 52 en het huis 12 en van de gaten 72 in de afdichting 70 en voor-20 komt foutieve uitrichting die ongelijkmatige slijtage en lekkage van de afdichting zou veroorzaken.
De opening 92 loopt door de rotor 52 naar een opening 96 met een grotere diameter voor het opnemen van een aandrijfas 98. Een aandrijfpen 100 is geplaatst binnen de opening 96 langs 25 een middellijn van de rotor 52, welke aandrijfpen zoals hieronder besproken is verbonden met de aandrijfas 98 om de rotor in rotatie te brengen.
De rotor 52 wordt door de stappenmotor 18 die een op de met de rotor verbonden aandrijfas 98 gemonteerd anker 102 heeft 30 draaibaar aangedreven naar verschillende standen. De aandrijfas 98 loopt door een huls 104 in de flens 106 die vanaf de motor-montagesteun 20 naar boven loopt.
De aandrijfas 98 omvat een opening 108 langs de rotatie-hartlijn en waarin de veer 118 is geplaatst.om de rotor in een 35 afdichtende verbinding met het huis 12 te drukken. De veer 110 wordt belast door een uitwendig instelbare schroef 36 die loopt door de deksel 28 in een van schroefdraad voorzien inzetstuk 112 dat is geplaatst in een opening van een circuitpaneel 114, waarbij een moer 116 tegen het inzetstuk aanligt. Een kogel 8402743 r * -7- 118 is tussen de veer 110 en de stelschroef 36 geplaatst die een bolvormig oppervlak 120 heeft, waarbij de kogel 118 en het oppervlak 120 een puntoplegging hiertussen verschaffen voor het belasten van de veer langs de rotatiehartlijn.
De aandrijfas 98 omvat vervolgens een sleuf 112 die loopt 5 langs een middellijn van de as aan zijn onderste uiteinde, welke sleuf 122 de aandrijfpen 100 van de rotor 52 opneemt. Het bolvormige oppervlak van een kogel 124 die is gelegen op de rotatiehartlijn in de sleuf 122, oefent een axiale druk uit op de aandrijfpen 100 waarbij de rotor in elke richting heen en 10 weer kan schommelen tijdens de rotatie, teneinde een gelijkmatige belasting op de afdichting te verzekeren.
De motor 18 wordt elektronisch geregeld teneinde de rotor 52 nauwkeurig te plaatsen ten opzichte van de poorten in het bovenoppervlak 68 van het huis door middel van een geïntegreerd 15 circuit dat is geplaatst op het paneel 114 dat op de motor 18 is gemonteerd door middel van bouten 116 en 120. Het uitrichten wordt bereikt door het waarnemen van de stand van de rotor met voelers zoals de voeler 126 die is gemonteerd op de onderkant van het circuitpaneel 114 en een reflektor 128 die kan zijn 20 vervaardigd van aluminiumfolie of dergelijke dat dirëkt op het anker 102 van de motor is gemonteerd. De voeler 126 omvat een licht uitzendende diode 127 die straling uitzendt. De door de reflektor 128 gereflekteerde straling, bedient een lichtgevoelige transistor 128 om de nauwkeurige positie van de rotor te 25 signaleren waarbij de draaiing wordt beëindigd. Een voeler 126 is aangebracht voor elk van de rotorstanden. Elke voeler is gemonteerd op het circuitpaneel 114 zodat het zich direkt boven de reflektor 128 bevindt wanneer de rotor in de bij die voeler behorende stand staat.
30 Fig. 7 toont een draaiklep 130 met een rotor 132 en een huis 134, met een vorm van het stromingskanaal zoals weergegeven in de fig. 3b en 3d, waarbij de aandrijving van de rotor gelijk is aan die welke beschreven met verwijzing naar fig. 4. Het huis 134 omvat vier inwendige stromingskanalen die lopen tussen 35 van schroefdraad voorziene poorten die zijn aangebracht in de zijwand van het huis en in een bovenoppervlak 136 geplaatste poorten met tussenruimte van 90° om een cirkelomtrek met de ro-tatieas als middelpunt, waarbij slechts twee stromingskanalen 8402743
1 J
-8- 138 én 140 zijn weergegeven die lopen tussen respektievelijke paren poorten 142, 144 en 146, 148. Het huis omvat tevens een van schroefdraad voorziene poort 150 die is geplaatst op de ro-tatiehartlijn en loopt naar een leiding 152 voor het verschaffen 5 van een centrale poort 154.
De in de fig. 7 en 8 weergegeven rotor 132 omvat drie inwendige stromingskanalen, twee boogvormige stromingskanalen 156 en 157 die lopen tussen respektievelijke paren van aangrenzende poorten 160, 162 en 164, 166 in het ringvormige afdicht-10 oppervlak 88 van de rotor en een stromingskanaal 168 dat loopt over een middellijn van de rotor tussen een centrale poort 170 en een paar tegenover elkaar liggende poorten 172 en 174.
De rotor 132 omvat een naar beneden toe lopende huls 176 waardoor de centrale poort 170 loopt, welke huls 176 loopt door 15 het huis 134 in een afdichtende verbinding met de poort 154 van de leiding 152. De huls 176 werkt op dezelfde wijze als de in fig. 4 weergegeven uitrichtpen teneinde het huis 134, de afdichting 70 en de rotor 132 axiaal op één lijn te houden.
De rotor 132 van de fig.. 7 en 8 is weergegeven voor een 20 draaiklep met een in fig. 3b weergegeven vorm van het stromingskanaal. De rotor 132 kan echter worden gewijzigd om de in fig.
3d weergegeven vorm van het stromingskanaal te verschaffen door pluggen in de poorten 160, 162, 164 en 166 van de rotor te steken en tevens een plug aan te brengen die loopt vanaf de zijwand 25 van de rotor door het centrale kanaal 168 en de poort 174 . bedekt maar de centrale poort 170 open laat. Vervolgens wordt opgemerkt dat de rotor 132 tevens kan worden gewijzigd voor toepassing in een draaiklep met de stromingskanaalvormen van de fig. 3a en 3c door de poorten 170, 172 en 174 af te dichten 30 zodat slechts twee boogvormige stromingskanalen 156 en 158 overblijven.
In werking, roteert de motor 18 de rotor 52, 132 in een door de voeler 126 bepaalde stand zodat de poorten in het af-dichtoppervlak 88 van de rotor op één lijn liggen met de poor-35 ten in het bovenoppervlak 68 van het huis. Tijdens het draaien, worden de rotor 52, afdichting 70 en het huis 12 axiaal op één lijn gehouden door de pen 92 zoals weergegeven in fig. 4, waarbij de rotor 132 axiaal op êên lijn wordt gehouden met de afdichting 70 en het huis 134 door de huls 176 zoals weergegeven 8402743 φ -9- in fig. 7. De nauwkeurige uitrichting van de rotor, afdichting en het huis die wordt verkregen door de uitrichtpen 92 en de huls 176, voorkomt ongelijkmatige slijtage van de afdichtopper-vlakken, hetgeen kan resulteren in lekkage.
5 Tijdens het draaien, dragen verschillende eigenschappen van de draaiklep bij tot een laag koppel. De door de in de aandrijfas 98 langs de rotatiehartlijn geplaatste veer 110 opgewekte axiale kracht wordt tegengewerkt door de kogel 118 die daar het kontaktpunt tussen de kogel en het bolvormige opper-10 vlak 120 van de schroef 36 op de rotatiehartlijn geen of weinig moment geeft dat bijdraagt aan het koppel. Een laag koppel wordt vervolgens verkregen door het smalle en nauwkeurig bepaalde ringvormige afdichtoppervlak 88 van de rotor dat weinig veerdruk vereist om een goede afdichting te bewerkstelligen.
15 De vereiste veerdruk voor het afdichten van het huis en de rotor wordt vervolgens verkleind door het gebruik van de inwendige stromingskanalen in de rotor 52 die de scheidingskracht tussen het huis en de rotor verlagen,
De positieve statische en dynamische afdichting wordt 2Q verschaft door de continue veerkrachtige afdichting 70 die is geplaatst tussen het huis 12 en de rotor 52. De afdichting 70 compenseert de zeer kleine onregelmatigheden in het afdichtoppervlak 68 van het huis en het afdichtoppervlak van de rotor teneinde tijdens het draaien en tijdens stilstand van de rotor 25 lekkage te voorkomen. Daar de afdichting 70 continu loopt over het bovenoppervlak 68 van het huis, wordt een afdichting verkregen indien de rotor zich· tussen twee standen bevindt zodat geen van de kanalen van het huis met elkaar in verbinding staan. De continue afdichting 70 voorkomt kruisstroming tijdens het 30 draaien van de rotor en waakt tevens voor ophoping van vervuiling op de anders blootstaande rotoroppervlakken.
De afdichting wordt vervolgens verbeterd door de kogel 124 die is geplaatst in de sleuf 122 van de aandrijfas 98, welke kogel de veerdruk overbrengt naar de aandrijfpen 100 35 van de rotor. De kogel 124 verzekert een gelijkmatige belasting van de afdichting doordat de rotor heen en weer kan kantelen in elke richting tijdens zijn rotatie zodat de afdichtoppervlak-ken van de rotor, afdichting en huis nauwkeurig op elkaar . passen.
8402743 * -10- ' + %
De uitwendig instelbare afdichtbelasting die wordt verkregen door de schroef 136 die loopt door de deksel 28 van de draaiklep laat het gemakkelijk instellen van de vereiste veer-druk toe voor verschillende drukken en afmetingen van de poor-5 ten.De instelschroef 36 elimineert tevens de noodzaak voor het handhaven van nauwkeurige toleranties die anders vereist zijn om een gelijkblijvende veerkracht te verschaffen.
« - Conclusies - 8402743

Claims (25)

1. Draaiklep omvattende een huis met een aantal stromings-kanalen, een rotor voor het verschaffen van een verbinding tussen tenminste êën paar stromingskanalen en aandrijfmiddelen om de rotor op êën lijn te draaien met verschillende paren 5 stromingskanalen, met het kenmerk, dat het huis een aantal poorten bevat die zijn geplaatst in een oppervlak van het huis langs een cirkelomtrek, waarbij elk van de poorten leidt naar een bijbehorend -stromingskanaal binnen·ihet lichaam, en dat de rotor tenminste ëên inwendig stromingskanaal bevat IQ dat loopt tussen een paar poorten voor het verschaffen van een verbinding tussen een paar stromingskanalen in het huis, welke rotor een ringvormig oppervlak heeft om afdichtend in verbinding te staan met het genoemde oppervlak van het huis, waarbij tenminste êën van de poorten van het inwendige stromingskanaal 15 op het ringvormige oppervlak is gelegen.
2. Draaiklep volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de poort in het ringvormige oppervlak van de rotor en de poorten in het oppervlak van het huis gelijke diameters hebben, waarbij de breedte van het ringvormige rotoroppervlak 20 enigszins groter is dan de diameter van de poorten voor het verkrijgen van een smal afdichtoppervlak.
3. Draaiklep volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de buitendiameter van het ringvormige rotoroppervlak enigszins groter is dan de diameter van de genoemde cirkel 25 en de binnendiameter van het ringvormige oppervlak enigszins kleiner is dan de diameter van deze cirkel.
4. Draaiklep volgens conclusie 1, gek en merkt door een draaibaar element dat in verbinding staat met de rotor om deze in rotatie te brengen; een stationair element voor het 30 uitoefenen van een axiale druk op de rotor langs de rotatie-hartlijn voor het afdichten van het ringvormige oppervlak van de rotor en het oppervlak van het huis.
5. Draaiklep volgens conclusie 1, met het ken- m e r k, dat het stationaire element een axiaal legeroppervlak 35 heeft dat in aanraking staat met een axiaal legeroppervlak van 8402743 -12- ! 4 r % de rotor bij een in hoofdzaak op de rotatiehartlijn gelegen punt, waarbij één van de axiale legeroppervlakken in hoofdzaak bolvormig is.
6. Draaiklep volgens conclusie 1, m e t het k e n - 5 merk, dat de aandrijfmiddelen bestaan uit een aandrijfas met een onderste einde dat in verbinding staat met de rotor, welke aandrijfas een opening hierin heeft die loopt langs de axiale hartlijnvan de as, uit een roterende veer die is geplaatst binnen de opening van de genoemde aandrijfas om de rotor tegen 10 het huis van de klep te drukken, uit een stationair orgaan voor het belasten van de veer en uit een draaiende kogel die is geplaatst tussen het belastingorgaan en de veer om de door de veer opgewekte druk tegen te werken.
7. Draaiklep volgens conclusie 6,met het k e n - 15. e r k, dat het belastingsorgaan een bolvormig oppervlak heeft, dat een puntkontakt verschaft met de genoemde kogel op de rotatiehartlijn.
8. Draaiklep omvattende een huis met een aantal stromingskanalen hierin, een rotor voor het verschaffen van een verbin- 20 ding tussen tenminste ëën paar stromingskanalen en aandrijfmiddelen om de rotor te draaien op één lijn met verschillende paren stromingskanalen, met het kenmerk, dat het huis een aantal poorten bevat die zijn geplaatst in ëen oppervlak van het huis, waarbij elk van de poorten loopt naar een 25 bijbehorend stromingskanaal in het huis, welke rotor tenminste één. inwendig stromingskanaal bevat voor het verschaffen van een verbinding tussen een paar stromingskanalen in het huis, waarbij het.inwendige stromingskanaal een paar poorten heeft die zijn geplaatst -in een oppervlak van de rotor voor een af-30 dichtende verbinding met het oppervlak van het huis, welke poorten zijn geplaatst op één lijn met verschillende poorten in het oppervlak van het huis, en een afdichting is aangebracht tussen hèt oppervlak van het huis en het oppervlak, van de rotor, welke afdichting een aantal gaten hierin heeft, waarbij elk 35 gat op één lijn ligt met een poort in het oppervlak van het huis.
9. Draaiklep volgens conclusie 8, urne t het kenmerk, dat de afdichting continu loopt over de afdichtopper-vlakken van de rotor en het huis. 8402743 , - * -13-
10. Draaiklep volgens conclusie 8, met het k e η -m e r k, dat de afdichting is vervaardigd van een veerkrachtig materiaal.
11. Draaiklep omvattende een huis met een aantal stro- 5 mingskanalen, een rotor voor het verschaffen van een verbinding tussen tenminste ëën. paar van deze stromingskanalen en aandrijf-middelen om de rotor te draaien op één lijn met verschillende paren stromingskanalen, met het kenmerk, dat het huis een aantal poorten bevat die zijn gelegen in een oppervlak IQ van het huis, waarbij elk van de poorten loopt naar een bijbehorend stromingskanaal binnen het huis, dat de rotor tenminste een-inwendig stromingskanaal bevat voor het verschaffen van een verbinding tussen een paar stromingskanalen van het huis, welk inwendig stromingskanaal een aantal poorten heeft die zijn ge-15 legen in een oppervlak van de rotor voor een afdichtende verbinding, met het oppervlak van het huis welke poorten zijn geplaatst om op één lijn te komen met verschillende poorten in het oppervlak van het huis, en middelen die zijn verbonden met de aandrijfmiddeien voor het uitoefenen van een axiale druk op 20 <2e rotor teneinde een gelijkmatige belasting van het afdicht-oppervlak....van de rotor te verschaffen.
12. Draaiklep volgens conclusie U, met het kenmerk, dat de middelen voor het uitoefenen van een axiale druk een bolvormig oppervlak bevatten voor het opnemen van een 25 niet goede axiale uitrichting of een heen en weer schommelen van de rotor.
13. Draaiklep volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de rotor een aandrijfpen bevat die loopt over de middellijn van de rotor en de aandrijfas een sleuf bevat 30 voor het opnemen van de aandrijfpen waarbij een kogel in deze sleuf is geplaatst op de rotatieas, welke kogel rust tegen deze aandrijfpen. j
14. Draaiklep omvattende een huis met een aantal stro- j i mingskanalen en een rotor voor het verschaffen van een verbin-35 ding tussen tenminste ëën paar van deze stromingskanalen en aandrijfmiddeien om de rotor te draaien in één lijn met verschillende paren van de stromingskanalen, methetken- merk, dat het huis een aantal poorten bevat die zijn gelegen 8402743 -14- . J r in het oppervlak van het huis, waarbij elk van deze poorten loopt naar een bijbehorend-stromingskanaal binnen het huis, welke rotor tenminste één inwendig stromingskanaal bevat voor het verschaffen van een verbinding tussen een paar stromings-5 kanalen in het huis, welk inwendig stromingskanaal een aantal poorten heeft die zijn gelegen in het oppervlak van de rotor voor een afdichtende verbinding met het oppervlak van het huis, welke poorten zijn geplaatst om op één lijn te komen met verschillende poorten in het oppervlak van het hui^ en middelen 10 voor het uitoefenen van een axiale druk op de rotor om het ro-toroppervlak en het oppervlak van het huis af te dichten, welke middelen aan de buitenkant van de draaiklep instelbaar zijn.
15. Draaiklep volgens conclusie .14, met het k e n-m er k, dat de middelen voor het uitoefenen van een axiale 15 druk bestaan uit een veer die is geplaatst langs de rotatie-hartlijn en uit een uitwendig instelbare schroef voor het belasten -Van deze veer.
16. Draaiklep volgens conclusie 15, met het ken-m e r k, dat de schroef een bolvormig oppervlak bevat voor het 2Θ aanbrengen van de axiale druk langs de rotatiehartlijn.
17. Draaiklep volgens conclusie 15, gek eUn merkt door een kogel die is geplaatst langs de rotatiehartlijn tus- · sen de schroef en de veer.
18. Draaiklep omvattende een huis met een aantal stro-25 mingskanalen hierin, een rotor voor het verschaffen van een verbinding tussen tenminste ëën paar van deze stromingskanalen, welke rotor in afdichtende verbinding staat met het huis en aandrijfmiddelen om de rotor te draaien in ëën lijn met verschillende paren van de stromingskanalen, met het ken-30 m e r k, dat de aandrijfmiddelen bestaan uit een draaibaar element dat in verbinding staat met de rotor om deze in draaiing te brengen, welk draaiend element een bolvormig oppervlak heeft voor het opnemen van het heen en weer schommelen van de rotor, en een stationair element voor het uitoefenen van een 35 axiale druk op de rotor langs de rotatiehartlijn om de rotor en het huis af te dichten.
9. Draaiklep volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat het stationaire element een bolvormig oppervlak 8402743 , r -15- heeft om langs de rotatiehartlijn een puntkontakt met het draaibare element te verschaffen.
20. Draaiklep volgens conclusie 19, met.het kenmerk, dat het draaibare element een aandrijfas bevat met 5 een opening hierin die loopt langs de rotatiehartlijn en een veer die is geplaatst binnen deze opening, welk stationair element de veer belast.
21. Draaiklep volgens conclusie 20,gekenmerkt door een kogel die is geplaatst langs de rotatiehartlijn hier- 10 van tussen de veer en het stationaire element.
22. Draaiklep volgens conclusie 20, m e t het kenmerk, dat de rotor een aandrijfpen bevat die loopt langs een middellijn van de rotor en welke aandrijfas een sleuf in een uiteinde hiervan bevat voor het opnemen van de aandrijfpen 15 waarbij een kogel in de sleuf is geplaatst op de rotatiehartlijn, welke kogel tegen deze aandrijfpen rust.
23. Draaiklep omvattende een lichaam met een aantal stromingskanalen, een rotor voor het verschaffen van een verbinding tussen tenminste ëên paar van deze stromingskanalen 20 en aandrijfmiddelen voor het draaien van de rotor in ëên lijn met verschillende paren van de stromingskanalen, met het kenmerk, dat het huis een aantal poorten bevat die zijn gelegen in een oppervlak van het huis, waarbij elk van deze poorten loopt naar een bijbehorend stromingskanaal binnen het 25 huis, welke rotor tenminste êén inwendig stromingskanaal bevat V voor het verschaffen van een verbinding tussen een paar stromingskanalen van het huis, welk inwendig stromingskanaal een aantal poorten heeft die zijn gelegen in een oppervlak van deze rotor voor een afdichtende verbinding met het oppervlak van het 3Q huis, welke poorten zijn geplaatst om op êén lijn te worden gebracht met verschillende poorten in het oppervlak van het huis, en middelen die lopen door deze rotor en het huis langs de rotatiehartlijn om de rotor op één lijn te brengen met het huis.
24. Draaiklep volgens conclusie 23, met het ken merk, dat de rotor en het huis elk een opening van gelijke diameter hebben die loopt langs de rotatiehartlijn en de uit-richtmiddelen bestaan uit een pen die loopt door elk van deze 8402743 ., v -16- openingen.
25. Draaiklep volgens conclusie 23,met het kenmerk, dat het huis een opening bevat die loopt langs de rotatiehartlijn en de uitrichtmiddelen bestaan uit een element 5 dat vanaf het afdichtoppervlak van de rotor naar boven loopt langs de rotatiehartlijn, welk element is opgenomen in de opening van het huis. 84 0 2 7 4 3 -
NL8402743A 1984-09-07 1984-09-07 Draaiklep. NL8402743A (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8402743A NL8402743A (nl) 1984-09-07 1984-09-07 Draaiklep.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8402743A NL8402743A (nl) 1984-09-07 1984-09-07 Draaiklep.
NL8402743 1984-09-07

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8402743A true NL8402743A (nl) 1986-04-01

Family

ID=19844431

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8402743A NL8402743A (nl) 1984-09-07 1984-09-07 Draaiklep.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL8402743A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4501297A (en) Rotary valve
SE509769C2 (sv) Rotationsdämpare
US20100269687A1 (en) Hydraulic axial piston machine
US4549579A (en) Straight-way valve
US3743245A (en) Rotary cam axially actuated diaphragm valve
US4431161A (en) Rotary valve
CA1163141A (en) Variable positive displacement fluid motor/pump apparatus
NL8402743A (nl) Draaiklep.
CN111828694B (zh) 具有被集成到连接板中的阀芯的轴向活塞机
CS219318B2 (en) Multiway revolving valve for the pressure medium
KR100281236B1 (ko) 구동되는 바퀴의 허브에 설치를 위한 정수압의 축방향 피스톤 모터
GB2164124A (en) Rotary valve
US10385984B2 (en) Rotary fluid regulator
JPH0376270B2 (nl)
CN111022806A (zh) 一种设有角度传感器的中央回转接头
KR101978791B1 (ko) 웨이퍼형 스윙체크밸브
US4033238A (en) Axial piston machine with a tiltable, revolving cylinder drum
DE102018003882A1 (de) Fluid 4/4 Wege Drehschieberventil mit Synchronantrieb
GB2251478A (en) Valve disc and drive shaft assembly
US4557676A (en) Hydrostatic control device, particularly steering device
JPH0643871B2 (ja) 回転弁
JP3626990B2 (ja) 電動四方弁
JPH11504100A (ja) ダイレクト駆動サーボバルブの製造法及び該製造法により得られるダイレクト駆動サーボバルブ
JPH0842733A (ja) バルブ配置
CN1032846A (zh) 阀及阀滚柱的密封

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed