NL8401067A - Klep. - Google Patents
Klep. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8401067A NL8401067A NL8401067A NL8401067A NL8401067A NL 8401067 A NL8401067 A NL 8401067A NL 8401067 A NL8401067 A NL 8401067A NL 8401067 A NL8401067 A NL 8401067A NL 8401067 A NL8401067 A NL 8401067A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- valve
- cap
- indicating
- axially
- membrane
- Prior art date
Links
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16K—VALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
- F16K31/00—Actuating devices; Operating means; Releasing devices
- F16K31/44—Mechanical actuating means
- F16K31/60—Handles
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16K—VALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
- F16K37/00—Special means in or on valves or other cut-off apparatus for indicating or recording operation thereof, or for enabling an alarm to be given
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T137/00—Fluid handling
- Y10T137/8158—With indicator, register, recorder, alarm or inspection means
- Y10T137/8225—Position or extent of motion indicator
- Y10T137/8275—Indicator element rigidly carried by the movable element whose position is indicated
- Y10T137/8292—Movable indicator element is a pointer
Landscapes
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Indication Of The Valve Opening Or Closing Status (AREA)
- Preventing Unauthorised Actuation Of Valves (AREA)
- Fluid-Driven Valves (AREA)
- Magnetically Actuated Valves (AREA)
- Valve Housings (AREA)
- Mechanically-Actuated Valves (AREA)
- Electrically Driven Valve-Operating Means (AREA)
- Temperature-Responsive Valves (AREA)
- Details Of Valves (AREA)
- Compressor (AREA)
Description
ί·. -ί 8*0 j O4? v s v v ^ .5?^ * f w % f
Klep.
De onderhavige uitvinding ligt op het gebied van kleppen en heeft meer in het bijzonder betrekking op kleppen, die voorzien zijn van middelen voor het aangeven van verschillende bedieningstoestanden daarvan, en op membraan-5 kleppen van het type, dat voorzien is van een membraan, dat tus sen kast- en kaponderdelen vastgeklemd wordt. Ofschoon de uitvinding beschreven zal worden met speciale verwijzing naar mem-braankleppen en roteerbaar bedienbare kleponderdelen, zal beseft worden dat de uitvinding bredere toepassingen heeft, en dat 10 bepaalde individuele aspecten daarvan toegepast kunnen worden bij andere soorten van kleppen en/of in andere omgevingen.
Membraankleppen van bekende types omvatten een cirkelvormig membraan, dat vastgeklemd wordt in een omtreks-gebied tussen kast- en kaponderdelen. Het membraan breekt na een 15 zeker aantal cyclussen en kan ook breken als gevolg van de wijze, waarop het vastgeklemd wordt. Het werd wenselijk geacht om een membraanklep te ontwikkelen, die een membraan van grotere sterkte omvatte, dat bestand kon zijn tegen een groter aantal cyclussen vóór breuk. Een dergelijke klep zou middelen omvatten voor het 20 vastklemmen van het membraan op een wijze, die goede membraanaf- dichting verzekert, terwijl spanningsbreuken tot een minimum beperkt worden.
Kleppen omvatten gewoonlijk aangeefmiddelen voor het aangeven van verschillende stromingsposities van het 25 kleponderdeel. Bij vele toepassingen, waarbij kleppen zonder pak king met metaaldichting gebruikt worden, is het aangeven van de stromingspositie van kritisch belang uit een veiligheidsoogpunt.
Bij vroegere uitvoeringen werd het aangeven van de stromingspositie bestemd door een eenvoudige markering of was vereist dat 30 de bedieningspersoon de handvatoriëntatie met betrekking tot de klepkast onderkende. In het laatste geval beletten sommige types van monteringen dit soort van onderkenning.
Bij vroegere uitvoeringen is het roteerbare bedieningsonderdeel beperkt in zijn beweging voorbij de afge-
rUl**£*K
8401067
i F
't - 2 -X' stelde, afgezette positie van de klep. Indien doorbeweging voorbij de afgezette positie zonder instelling van de klep niet mogelijk is, zullen twee problemen resulteren nadat dichting-slijtage opgetreden is. In de eerste plaats kan de klep niet af-5 gesloten worden en in de tweede plaats zou het handvat gebro ken kunnen worden door een bedieningspersoon, die de klep met kracht probeert te sluiten.
Wanneer er geen aanslagmiddel is voor het stoppen van het bedieningsonderdeel in zijn afgezette positie, 10 kan het bedieningsonderdeel onvermijdelijk doorbewegen voorbij de afgezette positie als gevolg van dichtingslijtage. Alleen een hoogst geschoolde persoon zou beseffen dat op enig punt een dergelijke doorbeweging betekenen zou dat vervanging van de dichting nodig was, en er was geen daaraan verbonden middel 15 voor het aangeven van het punt, waarbij een dergelijke dichting- vervanging nodig was. Het zou derhalve wenselijk zijn om een waarschuwend aangeefmiddel te hebben om een bedieningspersoon duidelijk aan te geven dat een dichting versleten is voorbij zijn normale, bruikbare levensduur en dat vervanging nodig is.
20 De onderhavige uitvinding komt aan de voor gaande behoeften en andere tegemoet, en voorziet in een nieuwe en verbeterde klepconstructie.
Kort omschreven omvat een membraanklep van het beschreven type een cirkelvormig membraan van austenisfcisch 25 roestvrij staal, dat een hardheid van niet minder dan 38 op de
Rockwell C-schaal heeft. Het austenbtische roestvrije staal is bij voorkeur van AISI type 316.
Volgens de onderhavige toepassing wordt het membraan axiaal vastgeklemd in een omtreksgebied binnen zijn 30 buitenomtrek tussen tegenovergestelde vlakke en evenwijdige vast- klemoppervlakken. Gebleken is dat membraanschijven gewoonlijk een braam op de buitenomtreksrand daarvan hebben als gevolg van het stampen daarvan uit een plaat. Wanneer pogingen gedaan worden om de buitenomtrek van het membraan tussen tegenoverge-35 stelde oppervlakken vast te klemmen, verhindert de braam het met 84 0 1 0 6 7 if * * - 3 - hoge druk samendrukken op samengaande platte oppervlakken van het membraan.
Bij een voorkeursuitvoering wordt het membraan vastgéklemd in axiaal en radiaal uiteengelegen omtreks-5 gebieden, die met elkaar verbonden zijn door een axiaal gebogen membraangedeelte. De maximum samendrukkings- of vastklemkracht wordt op het membraan uitgeoefend ter plaatse van het binnen-omtreksgebied en het membraan wordt over betrekkelijk scherpe hoeken gebogen.
10 Het membraan wordt vastgeklemd tussen kast- en kaponderdelen, waarvan één een zich axiaal uitstrekken-de buitenomtreksflens omvat voor het beschermen van het vast-klemoppervlak van het onderdeel, waarop het aangebracht wordt.
Het andere onderdeel omvat een omtreksuitsparing tegenoverge-15 steld aan de omtreksflens voor het opnemen van de buitenomtrek van het membraan in vrije en niet vastgeklemde betrekking.
De membraanklep omvat een kleponderdeel aan één zijde van het membraan, dat een niet-cirkelvormige kop heeft, die verschuifbaar geleid wordt in een cilindrische bo-20 ring. De niet-cirkelvormige uitvoering van de verbrede kop is zodanig dat fluidumstroming daarlangs kan optreden voor zuivering. Het kleponderdeel omvat een cilindrische steel, die axiaal geleid wordt in de boring door een leischijfring, die een niet-cirkelvormig binnenoppervlak heeft om fluidumstroming 25 daarlangs op te nemen voor zuiveringsdoeleinden.
De membraanklep, die volgens de onderhavige toepassing geconstrueerd is, kan op een aantal wijzen bediend worden, daaronder begrepen met de hand en op afstand bediende middelen. De uitvoering, die in het bijzonder voorgesteld wordt 30 bij de onderhavige toepassing, omvat een met de hand bediend roteerbaar bedieningsonderdeel. Maar beseft zal worden dat het met de hand roteerbare bedieningsonderdeel van de onderhavige toepassing niet vereist is voor het bedienen van de membraanklep en dat het gebruikt kan worden bij kleppen van andere types.
35 De uitvinding heeft ook betrekking op een 8401067 f v - 4 - klep, welke een kap omvat, die voorzien is van een roteerbaar bedieningsonderdeel voor het bewegen van een kleponderdeel tussen open en gesloten posities. Het kleponderdeel draagt een slijt-bare dichting, die samenwerken kan met een klepzitting bij de 5 gesloten positie van het kleponderdeel. Het kleponderdeel is roteerbaar tussen open en gesloten posities, en de gesloten positie omvat hoekbereiken, waarover de dichting doeltreffend werkzaam is. Eén bereik omvat een normaal hoek-^bereik, waarover de dichting in bevredigende toestand verkeert, en een tweede bereik 10 omvat een doorbewegings- of abnormaal hoekbereik, waarover de dichting nog werkzaam is maar vervangen moet worden.
Volgens de onderhavige toepassing zijn aan-geefmiddelen aangebracht tussen het klepbedieningsonderdeel en de klepkap voor het aangeven van doorbeweging van het bedie-15 ningsonderdeel voorbij de normale gesloten positie daarvan om aan te geven dat vervanging van de dichting nodig is.
Bij een voorkeursuitvoering omvatten de aangeef middelen van de onderhavige toepassing middelen voor het aangeven van een bereik van normale gesloten posities in de hoek-20 richting en een bereik van abnormale gesloten hoekposities voor het bedieningsonderdeel. Wanneer het bedieningsonderdeel doorbeweegt voorbij de normale gesloten positie, zal de bedienings-persoon zonder meer beseffen dat vervanging van de dichting nodig is.
25 Bij een voorkeursuitvoering nemen de aangeef- middelen voor het aangeven van doorbeweging van het bedieningsonderdeel de vorm aan van aangrenzende boogvormige banden van verschillende kleur op de kap voor samenwerking met een aangeef-middel op het bedieningsonderdeel. Wanneer de dichting bevre-30 digend is, is het aangeefmiddel op het bedieningsonderdeel uitge richt met de kleurband, die normale klepsluiting aangeeft. Wanneer de dichting versleten is en vervanging vereist, is het aangeefmiddel op het bedieningsonderdeel uitgericht met de kleurband, die doorbeweging aangeeft of dat vervanging van de dichting ver-35 éist is.
8401067 * ♦ - 5 -
Bij één uitvoering omvat het aangeefmiddel een aangeefringonderdeel, dat op de klepkap onder het bedie-ningsonderdeel gemonteerd is. In het specifieke geval is het aangeefringonderdeel gemonteerd op een buitenste cilindrisch 5 eindgedeelte van de klepkap, en wordt het daaraan vastgehouden door wrijvingsaangrijping. Het aangeefringonderdeel omvat een centrale opening of gat, die of dat een buitenste cilindrisch eindgedeelte van de klepkap opneemt, en heeft zich axiaal uitstrekkende flensorganen, die de opening omgeven voor het onder 10 wrijving vastgrijpen van het buitenste eindgedeelte van de klep kap.
Aanbrengmiddelen zijn aangebracht tussen het aanbrengringonderdeel en de klepkap voor het aanbrengen van het ringonderdeel in een gewenste geroteerde positie voor het 15 aanbrengen van de aangeefmiddelen daarop op de gewenste plaats in de hoekrichting. De aanbrengmiddelen kunnen vele vormen aannemen en omvatten bij één uitvoering een langsgroef in het buitenste eindgedeelte van de kap, die een zich naar binnen uitstrekkende lip op het aangeefringonderdeel opneemt. De lip op 20 het aangeefringonderdeel is op een bepaalde afstand van de aan geefmiddelen daarop aangebracht, en de groef in de kap is op een bepaalde afstand aangebracht van een aanslagoppervlak, dat normaal samenwerkt met een aanslaguitsteeksel op het bedienings-onderdeel om dit te stoppen bij de open positie van de klep.
25 Het aangeefringonderdeel omvat een hellend oppervlak, dat de aangeefmiddelen daarop heeft en zichtbaar is in richtingen zowel evenwijdig aan als loodrecht op de langsas van het bedieningsonderdeel. Het aangeefringonderdeel omvat ook een buitenflens voor het aan het oog onttrekken van een paneel-30 monteringsmoer, die op de kap geschroefd is.
Het voornaamste oogmerk van de onderhavige uitvinding bestaat uit het voorzien in een verbeterde membraan-klep, die zeer economisch te vervaardigen en samen te stellen, en erg bedrijfszeker is.
35 Een ander voordeel van de uitvinding bestaat 8401067 - 6 - uit het voorzien in een verbeterde membraanklep, die een verbeterd membraanmateriaal heeft.
Een verder voordeel bestaat uit het voorzien in een verbeterde membraanklep, die een verbeterde uit-5 voering voor het in omtrekszin vastklemmen van het membraan heeft.
Een ander voordeel is gelegen in het verschaffen van een verbeterde membraanklep die een axiaal beweegbaar kleponderdeel met samenwerkende zeskante en cirkelvormige 10 leioppervlakken voor het toelaten van zuivering heeft.
Nog een ander voordeel van de uitvinding wordt gevonden in het verschaffen van een klep, die een roteerbaar bedieningsonderdeel heeft en aangeefmiddelen omvat voor het aangeven van doorbeweging van het bedieningsonderdeel, wat 15 vervanging van een klepdichting vereist.
Een verder voordeel van de uitvinding bestaat uit het verschaffen van aangeefmiddelen voor het aangeven van verschillende posities van een roteerbaar bedieningsonderdeel.
20 Nog een verder voordeel bestaat uit het verschaffen van een verbeterd ringonderdeel, dat aan een klep-kap bevestigd is op een unieke wijze voor het vervullen van diverse functies zoals het aan het oog onttrekken van een paneel-monteringsmoer of het verschaffen van aangeefposities voor het 25 klepbedieningsonderdeel.
Andere voordelen en nuttige aspecten van de uitvinding zullen de terzake deskundige duidelijk worden bij het lezen en het zich een begrip vormen van de volgende gedetailleerde beschrijving.
30 In het volgende worden voorkeursuitvoeringen beschreven.
De uitvinding kan zijn vorm aannemen in bepaalde delen en uitvoeringen van delen, waarvan voorkeursuitvoeringen in detail beschreven zullen worden en voorgesteld zijn 35 in de bijgaande tekeningen, die hiervan deel uitmaken en waarin: 8401067
J
* » - 7 - figuur 1 een vertikale doorsnede is van een verbeterde klep, die de kenmerken van de onderhavige uitvinding daarin opgénomen heeft; figuur 2 een op grotere schaal weergegeven 5 gedeeltelijke vertikale doorsnede is van een omtreksrandgedeelte van het membraan in de klep van figuur 1, die de specifieke uitvoering van het membraan en de vastklernoppervlakken tussen de klepkast en klepkap weergeeft; figuur 3 een gedeeltelijke vertikale door-10 snede is, die de verbrede kop van een axiaal beweegbaar, klep- onderdeel, dat in een cilindrische boring geleid wordt, weergeeft; figuur 4 een vertikale doorsnede in hoofdzaak volgens IV - IV in figuur 1 is, die een cilindrisch gedeelte van het kleponderdeel, dat axiaal geleid wordt door een niet-15 cirkelvormige opening in een leischijfring, die in een cilin drische boring opgenomen is, weergeeft; figuur 5 een gedeeltelijke doorsnede in hoofdzaak volgens V - V in figuur 1 is, waarbij het aangeefring-onderdeel en de paneelmoer verwijderd zijn voor de duidelijkheid 20 van de voorstelling bij het weergeven van het hoveneindgedeelte van de klepkap; figuur 6 een afbeelding overeenkomstig aan figuur 5 is voor het weergeven van een lip op het aangeefring-onderdeel, die samenwerkt met een langsgroef in de klepkap om 25 relatieve rotatie daartussen te verhinderen; figuur 7 een zijdelingse vertikale doorsnede in hoofdzaak volgens VII - VII in figuur 6 is; figuur 8 een afbeelding overeenkomstig aan figuur 7 is voor het weergeven van een alternatieve uitvoering; 30 en figuur 9 een bovenaanzicht van het in figuur 1 weergegeven klephandvat is.
Vervolgens worden de tekeningen nader beschouwd, waarin de afbeeldingen louter met het oog op de toe-35 lichting en niet in beperkende zin bedoeld bepaalde voorkeurs- 8401067 > *.
- 8 - uitvoeringen van de uitvinding weergeven. Figuur 1 toont een klepkast A en een klepkap B die axiaal opeengeklemd zijn door een kapmoer C op een bekende wijze, en een cirkelvormig metalen membraan D in omtrekszin daartussen vastgeklemd hebben. De 5 klepkast A en kapmoer C hebben samenwerkende schroefdraad daartussen, die algemeen aangegeven is met het verwijzingscij-fer 12 voor het verschaffen van axiale beweging van de kapmoer C ten opzichte van de kast A bij rotatiebeweging van de kapmoer C. Het kaponderdeel B en de kapmoer C hebben samenwerkende, 10 in hoofdzaak radiale kragen 14, die tegen elkaar aan liggen voor het bewegen van het kaponderdeel B naar een kastonderdeel A bij rotatie van de kapmoer C in de geëigende richting om het membraan C stevig daartussen vast te klemmen.
Een axiaal beweegbaar kleponderdeel E heeft 15 een verbreed kopgedeelte 18, dat verschuifbaar geleid wordt in een met grote diameter uitgevoerd gedeelte van een cilindrische boring 20. Het buitenste eindgedeelte van de verbrede kop 18, dat naar het membraan D toegekeerd is, is in hoofdzaak bolrond en de buitenomtrek van het verbrede kopgedeelte 18 is in hoofd-20 zaak zeskant, zodat alleen de hoeken daarvan in de cilindri sche boring 20 geleid worden, terwijl de velden daarvan fluidum-doorgangen vormen om klepzuivering op te nemen. Een cilindrisch steelgedeelte 24 van het kleponderdeel E wordt verschuifbaar geleid door een leischijfring 26, die een cilindrisch buiten-25 oppervlak heeft, dat nauwsluitend opgenomen is in een cilindrisch, met kleine diameter uitgevoerd boringgedeelte 28, en een zeskant binnenoppervlak heeft om doorgangen te vormen om zuivering op te nemen.
Inlaat- en uitlaatpoorten 32, 34 in de klep-30 kast A staan in verbinding met de klepkastboring aan weerszijden van een in omtrekszin verlopende, opstaande zitting 36. (Niet weergegeven) fluiduminlaat- en -uitlaatleidingen kunnen respectievelijk met de inlaat en uitlaat 32, 34 verbonden zijn door geschikte bekende middelen. Een uit kunststof, van elastomeer-35 materiaal, of metaal vervaardigde, in omtrekszin verlopende dich- 8401067 i 4 * - 9 - tingsring 38 is aan een eindgedeelte van liet kleponderdeel E bevetigd voor het naar verkiezing samenwerken met de zitting 36 om fluidumstroming door de klep te verhinderen of toe te laten. Bij de "standaard”-versie van deonderhavige nieuwe klep is 5 de dichtingsring 38 van polytetrafluoretheen geconstrueerd.
De dichting 38 is aan het kleponderdeel E verbonden op de in het Amerikaanse octrooi 3.623.699 geopenbaarde wijze, waarnaar hier wordt verwezen. Kort omschreven omvat het eindgedeelte van het kleponderdeel E een in omtrekszin ver-10 lopende uitsparing, die de dichtingsring 38 opneemt, en binnen- en buitenranden op het kleponderdeel E worden naar elkaar toe vervormd over het buiteneindvlak van de dichtingsringring voor het op zijn plaats houden daarvan. Deze dichtingsuitvoering beperkt het koud vloeien van het dichtingsmateriaal, wat een be-15 tere controle van de slag van de klep verschaft. Dit geeft bijgevolg een betere controle van de membraanlevensduur die met de slag verband houdt.
Een sehroefveer 40, die samengedrukt wordt tussen de leischijfring 26 en de verbrede kop 18, drukt normaal 20 het kleponderdeel E, d.w.z. de dichtingsring 38, van de zitting 36 af om fluidumverbinding tussen de inlaat 32 en uitlaat 34 te verschaffen. Bij de open positie van het kleponderdeel E treedt fluïdum toe tot de gehele cilindrische boring, die gevormd wordt door de met grote en kleine diameter uitgevoerde gedeelten 20, 28. 25 Bij het sluiten van het kleponderdeel E door beweging van de dichting 38 terug tot in aangrijping met de zitting 36, is zuivering van fluidumdruk binnen de boring mogelijk door de zeskante vorm van de verbrede kop 18 en van het binnenoppervlak van de leischijfring 26.
30 Be kap B omvat een steel G,die roteerbaar daarin geleid wordt. Samenwerkende uitwendige en inwendige schroefdraad tussen het steelonderdeel G en kaponderdeel B zijn in hoofdzaak aangegeven met het verwij zingscij fer 44 om axiale beweging aan het steelonderdeel G te verlenen bij rotatiebeweging 35 daarvan ten opzichte van de kap. In plaats van het toepassen 8401067 • 5 - 10 - van schroefdraad, zal beseft worden dat vele verschillende axiale bedieningsmiddelen verschaft kunnen worden voor het verlenen van axiale beweging aan het kleponderdeel E om beweging tussen zijn open en gesloten posities tot stand te brengen, en 5 dat het weergegeven met de hand bediende roteerbare bedienings- onderdeel alleen voor de toelichting bedoeld is. Een verbrede kop 48 op de klepsteel G heeft een plat oppervlak, dat in aan-grijping komt met een corresponderend plat oppervlak op een knop 50, die op zijn beurt een bolrond oppervlak heeft, dat in 10 aangrijping komt met het membraan D aan de tegenovergestelde zijde daarvan ten opzichte van de verbrede kop 18 van het kleponderdeel E. De steelkop en knop zijn samenwerkend gemonteerd om zodoende relatieve rotatie daartussen rond de langsas van de steel te vergemakkelijken. De knop 50 kan uit kunststof of an-15 dere geschikte materialen bestaan, en het scheidingsvlak tussen de steelkop 48 en de knop wordt gesmeerd om het toelaten van relatieve rotatie tussen de steel en knop behulpzaam te zijn in plaats van de knop ten opzichte van het membraan D te laten roteren.
20 Een roteerbaar bedieningsonderdeel, dat alge meen het H aangegeven is, is aangebracht voor het bewegen van het kleponderdeel E tussen zijn open en gesloten posities. De verbrede kop 60 is op de steel G vastgespied zoals bij 62 gezien Wordt voor het verhinderen van relatieve rotatie tussen de 25 kop en steel. Een bedieningshandvat 62 is op geschikte wijze aan de kop 60 verbonden, en kan zelfs één geheel daarmee vormen. Een moer 64 en opsluit schijf ring 66 bevestigen de kop 60 aan de steel G, en een dekselplaat 61 snapt in een cirkelvormige uitsparing in de bovenkant van de kop 60 op een bekende wijze. Het 30 zal beseft worden dat het klepbedieningsonderdeel H de kop 60, het handvat 62 en de steel G omvat, en dat het bedieningsonderdeel H roteerbaar is voor het axiaal bewegen van het kleponderdeel E tussen zijn open en gesloten posities. Maar het zal beseft worden dat andere bedieningsmiddelen desgewenst aangebracht 35 kunnen worden voor samenwerking met het membraan D om het klep- 8401067 > 9 ψ - 11 - onderdeel tussen zijn open en gesloten posities te bewegen.
Figuur 2 toont een verbreed omtreksrandge-deelte van de kast A en kap B, die het membraan D daartussen axiaal vastgeklemd hebben. Zoals in figuur 1 weergegeven is, 5 heea. het kaponderdeel B een in hoofdzaak conisch oppervlakgedeelte 70, dat zich van het membraan D af uitstrekt tegengesteld aan het met grote diameter uitgevoerde cilindrische boringgedeelte 20 in de klepkast. Het conische gedeelte 70 én het cilindrische boringgedeelte 20 zijn ook algemeen weergegeven in figuur 10 2 voor verwijzingsdoeleinden. Het kastonderdeel A en kaponder deel B hébben uiteengelegen tegenovergestelde vlakke en evenwijdige omtreksgebieden 76, 78 waartussen een binnenste of primair omtreksgebied van het membraan D axiaal vastgeklemd wordt over een binnenomtreksgebied. Door het aanhalen van de 15 kapmoer C in figuur 1 worden de vastklemoppervlakken 76, 78 naar elkaar toe bewogen voor het daartussen samendrukken van het membraan D. Zoals in figuur 2 opgemerkt zal worden, bevindt het omtreksgebied, dat vastgeklemd wordt tussen de vastklemoppervlakken 76, 78, zich een goed eind naar binnen vanaf de buiten-20 omtrek van het membraan.
Het kastonderdeel A en kaponderdeel B omvatten ook secundaire vlakke en evenwijdige vastklemoppervlakken 80, 82, die axiaal en radiaal van de primaire vastklemoppervlakken 76, 78 af liggen. De primaire oppervlakken 76, 78 25 zijn van de secundaire oppervlakken 80, 82 gescheiden door be trekkelijk scherpe hoeken 84, 86, waarover het membraan D axiaal gebogen wordt, zoals duidelijk in figuur 2 weergegeven is. De axiale afstand tussen de hoeken 84, 86 is minder dan de normale axiale dikte van het membraan D en minder dan de axiale afstand 30 tussen de vastklemoppervlakken 76, 78. Bijgevolg vormen de hoe ken 84, 86 uitstekende afdichtingen tegen de tegenovergestelde aanzichtoppervlakken van het membraan. De vlakke en evenwijdige omtreksoppervlakken 80, 82 zijn niet minder dan,en bij voorkeur iets meer dan, de afstand tussen de primaire vastklemoppervlak-35 ken 76, 78 uiteengelegen. De bewerkingstoleranties voor het kastonderdeel A en kaponderdeel B worden zodanig gekozen dat de 8401067
- 12 -V
afstand tussen de oppervlakken 76, 78 steeds een maximum samen-drukkings- of vastklemwerking verschaffen zal vergeleken met de mate van samendrukking of vastklemwerking tussen de oppervlakken 80, 82. Deze werking verzekert dat primaire membraan-5 dichting optreedt ter plaatse van de gebieden 76, 78 om klep- zuivering beter op te nemen.
Bij het nu verder beschouwen van figuur 2 wordt gezien dat een buitenomtreksflens 90 zich axiaal uitstrekt vanaf het secundaire vastklemoppervlak 80 op het kastonderdeel 10 A voor het beschermen van het binnenste of primaire vastklem oppervlak 76 om knikken en andere beschadiging bij de behandeling en samenstelling van de klep tegen te gaan. Het axiale uitsteeksel van de flens 90 is in hoofdzaak groter dan de axiale afstand tussen de primaire en secundaire oppervlakken 76, 80.
15 Direkt tegenovergesteld aan de beschermingsflens 90 is het kapon- derdeel B voorzien van een verbrede uitsparing 94 voor het opnemen van een eindgedeelte 96 van het membraan D in een vrije en niet vastgeklemde toestand. Secundaire hoeken, die algemeen aangegeven zijn met 102, 104, zijn axiaal een afstand in hoofdzaak 20 kleiner dan de axiale afstand tussen de hoeken 84, 86 uiteen gelegen, zodat het buitenste eindgedeelte 96 van het membraan D in een sterkere mate axiaal vervormd wordt dan de axiale vervorming daarvan tussen de hoeken 84, 86.
Als .gevolg van de voorgaande betrekkingen 25 vormen de tegenovergestelde paren van vlakke vastklemoppervlak- ken 76, 78 en 80, 82 axiaal en radiaal uiteengelegen vastklem-oppervlakken voor het axiaal vastklemmen van het membraan D ter plaatse van radiaal uiteengelegen omtreksgebieden. Tussen de binnenste en buitenste in omtrekszin verlopende vastklemgebie-30 den wordt het membraan D axiaal gebogen tussen de hoeken 84, 86.
Het membraan D bestaat zoals weergegeven uit drie schijven of lagen Dl, D2 en D3 van gelijke dikte, ofschoon een groter of kleiner aantal van dergelijke schijven ook geschikt aangewend zou kunnen worden in' sawögegëvalkn.Gebleken 35 is dat een dergelijke uitvoering verhoogde buigzaamheid ver- 8401067 - 13 - schaft zonder de sterkte of levensduur van de samengestelde mem-braanconstructie in hoofdzaak te verminderen. Bij de voorkeursuitvoering bestaat elke schijf membraanvormende schijf uit een vlak cirkelvormig onderdeel van austenMlsch type 316 roestvrij 5 staal dat een warmtebehandeling ondergaan heeft tot een hard heid van niet minder dan 38 op de Rockwell C-schaal.· Een dergelijke hartlijn wordt geacht "geheel geharde" toestand te zijn voor het betreffende materiaal, en verhoogt op doeltreffende wijze de totale cycluslevensduur van het membraan D. Gewoonlijk 10 worden roestvrij stalen membranen geconstrueerd van materiaal dat een hardheid van ongeveer 27 op de Rockwell C-schaal heeft, d.w.z. "een kwart hart". Gebleken is dat een toename in membraan-hardheid de sterkte daarvan verhoogt, wat op zijn beurt de cycluslevensduur daarvan in een hoofdzakelijk lineaire betrekking 15 verhoogt. Zodoende verhoogt een toename in hardheid van ongeveer 27 tot ongeveer 38 op de Rockwell C-schaal de cycluslevensduur van het membraan met een factor van ongeveer twee. Dit resultaat vormt inderdaad een aanzienlijke verbetering tegenover vroegere roestvrij stalen membraanconstructies. Hoewel 316 roest-20 vrij staal bij de voorkeursconstructie toegepast is, zal beseft worden dat andere materialen en hardheidsbetrekkingen gebruikt zouden kunnen worden voor verschillende soorten van dienst.
In het typerende geval worden de schijven Dl, D2 en D3 gestampt uit plaatvorm en omvatten deze zodoende 25 een braam rond de buitenomtrek daarvan. De verbeterde uitvoering van de onderhavige uitvinding klemt echter het membraan stevig vast ter plaatse van omtreksgebieden die radiaal naar binnen gelegen zijn vanaf de buitenomtrek, zodat het niet mogelijk is dat eventuele bramen een belemmering vormen bij het verkrijgen 30 van een stevige vastklemming en afdichting. De schijven Dl, D2 en D3 zijn fysisch gescheiden en niet op enigerlei wijze onderling gebonden. De schijven worden eenvoudig bijeengehouden door de vastklemkracht die tussen de klepkast en kap uitgeoefend wordt zoals in het voorgaande beschreven is. De gelamineerde 35 of gelaagde membraanconstructie vereist minder kracht om door 8401067 - 14 - te buigen, maar heeft een sterkte die ongeveer even groot is als een uit een enkele laag. bestaand membraan dat dezelfde dikte als de gecombineerde dikte van de schijven Dl, D2 en D3 heeft.
5 Figuur 3 laat zien dat de verbrede zeskante kop 14 op het kleponderdeel E zoals weergegeven de hoeken daarvan axiaal geleid heeft in het met grote diameter uitgevoerde boringgedeelte 20. De vlakke gebieden van de kop zijn van de wand van de boring af gelegen om klepzuivering op te nemen.
10 Figuur 4 laat zien dat het cilindrische steelgedeelte 24 van het kleponderdeel E zoals weergegeven axiaal geleid wordt door velden die gevormd worden door de inwendige zeskante opening in de leischijfring 26. Bij voorkeur zijn tussenruimten gevormd tussen de cilindrische steel 24 en de hoeken van het niet-cirkel-15 vormige binnenoppervlak van de schijfring 26 om zuivering te vergemakkelijken.
De kap B omvat zoals in figuur 1 voorgesteld is een van uitwendige schroefdraad voorzien gedeelte 108 dat een paneelmoer 110 opneemt. Het van schroefdraad voorziene 20 gedeelte 108 is nauwsluitend op te nemen door een opening in een (niet weergegeven) paneel, en het paneel wordt vastgeklemd tussen de paneelmoer 110 en kapmoer C om de klep stevig daaraan te monteren. Vulplaatjes kunnen aan de onderzijde van het paneel tegen de kapmoer C aangebracht worden voor de gewenste aan-25 brenging van de paneelmoer 110 nabij het buitenste eindgedeelte van de kap B wanneer de klep zich in een gemonteerde positie bevindt.
Zoals primair met verwijzing naar figuur 5 en secundair met verwijzing naar figuur 1 gezien wordt, omvat 30 het buitenste eindgedeelte van de kap B een in hoofdzaak cilin drisch oppervlak 114 dat zich radiaal naar binnen op afstand van het van schroefdraad voorziene gedeelte 108 bevindt en daarvan gescheiden is door een in omtrekszin verlopende radiale kraag 116. Het cilindrische eindgedeelte 114 is weggesneden zo-35 als algemeen met 120 aangegeven is over een axiale uitgestrekt- 8401067 - 15 - heid die kleiner is dan de afstand van het buitenste uiteinde daarvan tot de kraag 116. Het weggesneden gedeelte 120 heeft tegenovergestelde, zich axiaal uitstrekkende eindoppervlakken 122, 124, en de axiale onderkant van het weggesneden gedeelte 5 120 bevindt zich axiaal op enige afstand van de radiale kraag 116 zodat een in hoofdzaak volledig omtreksoppervlak nog optreedt rond het buitenste eindgedeelte van de kap. De eindoppervlakken 122, 124 kunnen in de hoekrichting in hoofdzaak meer dan 90° en minder dan 180° uiteengelegen zijn.
10 Tenminste één eindoppervlak, d.w.z. het eind- oppervlak 124, vormt een aanslagoppervlak voor het stoppen van de rotatie van het bedieningsonderdeel H in zijn open positie.
Een aanbrengmiddel in de vorm van een axiale groef 130 is in het buitenste eindgedeelte van de kap B aangebracht. De groef 15 130 bevindt zich in de hoekrichting ongeveer 90° van het aanslag oppervlak 124 zoals algemeen met de hoek 134 aangegeven is, en wordt voor nog te beschrijven doeleinden gebruikt.
Bij het nu verder beschouwen van figuur 1 en 5 wordt gezien dat een aangeefrxngonderdeel J een centrale 20 opening of gat daardoor heeft en onder wrijving opgenomen is op het buitenste cilindrische eindgedeelte 114 van de steel B.
De centrale opening of het gat omvat zich in hoofdzaak axiaal uitstrekkende flensorganen 138 voor het onder wrijving vastgrijpen van het buitenste cilindrische gedeelte 114 van de kap. Het zal 25 beseft worden dat de zich axiaal uitstrekkende binnenflensorga- nen 138 in omtrékszin ononderbroken kunnen zijn of bestaan kunnen uit een aantal in omtrékszin uiteengelegen flenzen voor het onder wrijving of verend vastgrijpen van het buitenste cilindrische gedeelte van de kap.
30 De binnenflens 138 omvat een uiteinde 140 dat normaal aanligt tegen de kraag 116 (figuur 5). Het ringonder-deel J omvat een zich in hoofdzaak axiaal uitstrekkende buitenste omtreksflens 142, die een uiteinde 144 heeft, dat zich axiaal een aanzienlijke afstand van het uiteinde 140 van het binnenste 35 flensorgaan 138 af bevindt. De buitenflens 142 omgeeft, bedekt, 8401067 - 16 - en verbergt de paneelmoer 110 wanneer de klep aan een paneel gemonteerd is. Een in omtrekszin verlopend hellend oppervlak 150 strekt zich vanaf de buitenflens 142 naar de centrale opening in het ringonderdeel uit. Bij de weergegeven uitvoering 5 staat het hellende oppervlak 150 schuin onder een hoek van onge veer 45° ten opzichte van de langsas 152 van de kap B, de steel G en het bedieningsonderdeel H. Een klein in omtrekszin verlopend horizontaal gedeelte 156 strekt zich tussen het hellende oppervlak 150 en de centrale opening in het ringonderdeel J uit. 10 Het hellende oppervlak 150 is ten opzichte van de kop 60 zo aangebracht dat het in richtingen zowel evenwijdig aan als loodrecht op de langsas 152 zichtbaar is.
Zoals in figuur 6 weergegeven is, omvat de zich axiaal uitstrekkende binnenflens 138 op het ringonder- 15 deel J een zich radiaal naar binnen uitstrekkende lip 160 voor nauwsluitende opname in de groef 130 van het kaponderdeel B. De lip 160 kan vele vormen aannemen, daaronder begrepen een hellend, zich naar binnen uitstrekkend gedeelte van de flens 138, of een zich loodrecht uitstrekkende lip vanaf de onderrand van de 20 flens. De groef 130 en lip 160 werken met elkaar samen om het ring aangeeronderdeel J goed aan te brengen ten opzichte vande kap B voor het instellen van bepaalde aangeefmiddelen op het ringonderdeel J op de juiste aanbrengplaats.
Zoals in figuur 7 weergegeven is, bestaat 25 de lip 160 eenvoudig uit een naar binnen hellend uitgesleufd gedeelte uit de omtreksflens 138. Figuur 8 toont een lip 160a bestaande uit een zich in hoofdzaak radiaal naar binnen uitstrekkend verlengstuk van het ondereinde van de binnenflens 138.
Bij het nu beschouwen van figuur 1 en 9 30 wordt gezien dat het bedieningsorgaan H een wijzer of aangeef- middel 180 en een aanslagpen 182 omvat. Bij rotatie van het bedieningsonderdeel H naar zijn geheel open positie zal de wijzer of het aangeefmiddel 180 uitgericht worden met een aangeeflijn 184 op het hellende oppervlak 150 van het aangeefringonderdeel 35 J. In deze positie zal de door de kop 60 gedragen aanslagpen 182 8401067 - 17 - in aangrijping komen met het aanslagoppervlak 124 (figuur 5) voor het stoppen van de rotatie van het klepbedieningsonderdeel in zijn geheel open positie. In deze positie beweegt de schroef-veer 40 het kleponderdeel E axiaal omhoog in de afbeelding van 5 figuur 1 naar zijn geheel open positie waarbij de dichting 38 axiaal verplaatst is van de zitting 36.
Wanneer de klep gesloten wordt, wordt het handvat 62, d.w.z. het bedieningsonderdeel H, in de zin van de wijzers van het uurwerk geroteerd in de afbeelding van figuur 9 10 tot de wijzer 180 zich in een gesloten normaal hoekbereik 202 bevindt. Dit bereik is afgebakend tussen radiale lijnen 204, 206 die zich in de boogrichting een hoek van ongeveer 27,5° uiteen bevinden, waarbij de lijn 204 zich iets minder dan 90° van de lijn 184 bevindt en de lijn 206 zich meer dan 90° daarvanaf 15 bevindt. Een abnormaal hoekbereik, dat algemeen aangegeven is met het verwijzingscijfer 208, strekt zich tussen radiale lijnen 206, 210 over een hoek van ongeveer 22,5° aangrenzend aan het bereik 202 uit. Bij de voorkeursuitvoering is het gebied 202 groen gekleurd tussen de lijnen 204, 206 om een boogvormige band 20 van één kleur te vormen voor het aangeven van een normaal gesloten positie voor de klep wanneer de wijzer 180 daarmee uitgericht is. Wanneer de dichting 38 in ongewenste mate versleten is zodat vervanging daarvan nodig is of weldra nodig zal zijn, zal de wijzer 180 doorbewegen voorbij het normale gesloten bereik 202 25 tot in het abnormale hoekbereik 208. Het bereik 208 is rood ge kleurd voor het aangeven aan en waarschuwen van een bedienings-persoon dat vervanging van de dichting 38 nodig is. In het geval dat de dichting 38 in hoofdzaak versleten is en een vervangings-dichting niet onmiddellijk beschikbaar is, is het mogelijk om 30 het bedieningsonderdeel H tijdelijk weer af te stellen op de steel G om mogelijk te maken dat de dichting de zitting 36 op afdichtende wijze aangrijpt bij de gesloten toestand van de klep.
Het uitgesneden eindoppervlak 122 (figuur 5) bevindt zich in de hoekrichting een goed eind voorbij de waar-35 schuwingsband 208 zodat de aanslagpen 182 (figuur 1) op het be- 8401067 Μ - 18 - dieningsonderdeel Η niet in aangrijping komt met het oppervlak 122, zelfs ofschoon de wijzer 180 beweging voorbij het waar-schuwingsgebied 208 nadert. Aangrenzende contrasterende kleur-banden 202, 208 zijn op het hellende oppervlak 150 aangebracht 5 zodat zij zonder meer in richtingen zowel evenwijdig aan als loodrecht op de langsas 152 zichtbaar zijn.
Het zal beseft worden dat de open positie van (è klep aangevende middelen 184 op het ringonderdeel J in een bepaalde hoekbetrekking staan met de aanbrengmiddelen 160 10 en met de aangeefmiddelen 202, 208. Desbetrekking is zodanig dat bij samenstelling of demontage van de klep steeds verzekerd wordt dat het aangeefringonderdeel J in de juiste positie geïnstalleerd is door het vereiste uitgerichte verband van de aanbrengmiddelen 130, 160. Hierdoor worden de kleurbanden 202, 208 15 op de juiste wijze aangebracht in de gesloten positie van het kleponderdeel met betrekking tot een roteerbaar klepbedienings-onderdeel.
Het zal ook beseft worden dat de verbeterde uitvoering van de onderhavige toepassing samenwerkende aan-20 geef middelen tussen het bedieningsonderdeel H en de kap B ver schaft voor het aangeven van doorbeweging van het bedieningsonderdeel H in zijn gesloten positie om zodoende aan te geven dat vervanging van de dichting 38 vereist is. Bij de weergegeven en beschreven uitvoering nemen de aangeefmiddelen de vorm aan 25 van een aanwijzing 180 op het bedieningsonderdeel H en aangeef- banden 202, 208 op een aangeefringonderdeel J dat aan de kap B verbonden is. Maar het zal beseft worden dat vele andere uitvoeringen mogelijk zijn zonder buiten de algehele reikwijdte of het kader van <% uitvinding te treden. Bovendien zal beseft wor-30 den dat, in plaats van louter het aangeven van open en doorbewe- gingsposities van een bedieningsonderdeel, het aangeefringonderdeel J voor vele andere doeleinden gebruikt kan worden, daarzonder begrepen het aan het oog onttrekken van de paneelmoer 110 en het uitvoeren van andere aangeeffuncties die passende aangeef-35 middelen daarop hebben.
8401067 * *· - 19 -
De verbeterde uitvoering van de aangeef-middelen van de onderhavige toepassing geeft de open positie van de klep, een normaal hoékbereik van gesloten posities, en een abnormaal bereik van gesloten posities aan. Zodoende kan 5 de gebruiker van de klep zonder meer visueel vaststellen of de .
klep open of gesloten is, ofdat de dichting vervanging vereist.
De vereenvoudigde wijze van verbinding van het aangeefringonder-deel aan de klepkap maakt het mogelijk om de klep gemakkelijk te verwijderen en te vervangen, of om de bestanddelen daarvan 10 te vernieuwen. Dit vermogen is in het aangeef ringonderdeel opge nomen doordat men aanbrengmiddelen heeft, die gevormd worden door een samenwerkende groef 130 en lip 160 voor het goed instellen van het ringonderdeel J met zijn aangeefbanden 202, 208 op de gewenste aanbrengplaats in omtrekszin.
15 Ofschoon de uitvinding weergegeven en be schreven is met betrekking tot bepaalde voorkeursuitvoeringen, zullen modificaties en wijzigingen bij andere terzake deskundigen opkomen bij het lezen en het zich een begrip vormen van het hier beschrevene. Het is de bedoeling om al dergelijke mo-20 dificaties en wijzigingen voorzover zij binnen het kader van de conclusies of daarmee gelijkwaardige uitvoeringen vallen mede te omvatten.
Kort samengevat is in het voorgaande een klep beschreven, die aangeefmiddelen omvat voor het aangeven van 25 doorbeweging van een bedieningsonderdeel voorbij zijn normaal gesloten positie om te waarschuwen dat vervanging van een dichting nodig is. Een membraanklep heeft een membraan van een materiaal dat bestand is tegen herhaalde doorbuiging en op een vernuftige wijze vastgeklemd wordt.
8401067
Claims (47)
1. Klep, welke een klepkap omvat, die voorzien is van een roteerbaar bedieningsonderdeel voor het bewegen van een kleponderdeel tussen open en gesloten posities, 5 welk kleponderdeel een slijtbare dichting draagt, die samenwer ken kan met een klepzitting bij de gesloten positie van het kleponderdeel, en samenwerkende aangeefmiddelen tussen de kap en het bedieningsonderdeel voor het aangeven van doorbeweging van het bedieningsonderdeel bij zijn gesloten positie en het zodoen- 10 de aangeven dat vervanging van de dichting vereist is.
2. Klep volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat het bedieningsonderdeel een normaal gesloten positie heeft, die zich over een normaal hoekbereik uitstrekt, waarin de dichting bevredigend is, en een abnormaal gesloten positie heeft, 15 die zich over een abnormaal hoekbereik uitstrekt, waarin de dichting in ongewenste mate versleten is en vervanging vereist, waarbij de aangeefmiddelen er toe dienen om aan te geven of het bedieningsonderdeel zich in het ene of het andere van deze bereiken bevindt.
3. Klep volgens conclusie 2, gekenmerkt doordat de aangeefmiddelen de genoemde bereiken aangeven door aangrenzende boogvormige banden van verschillende kleuren.
4. Klep volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat de aangeefmiddelen een aangeefringonderdeel omvatten, 25 dat met de kap samenhangt.
5. Klep volgens conclusie 4, gekenmerkt doordat de kap een cilindrisch buitenste eindgedeelte heeft en het aangeefringonderdeel een in hoofdzaak cilindrische binnenflens heeft, die op het cilindrische buitenste eindgedeelte op- 30 genomen is in wrijvingsaangrijpingsverband daarmee.
6. Klep volgens conclusie 5, gekenmerkt door samenwerkende aanslagmiddelen tussen de kap en het aangeefringonderdeel om relatieve rotatie daartussen te verhinderen.
7. Klep volgens conclusie 6, gekenmerkt 35 doordat de aanslagmiddelen een langsgroef in het buitenste eind- 8401067 - 21 - gedeelte van de kap en een zich naar binnen uitstrekkende lip op de binnenflens van het aangeefringonderdeel, die in de groef opgenomen is, omvatten.
8. Klep volgens conclusie 1, gekenmerkt 5 doordat de aangeefmiddelen een aangeefringonderdeel, dat op de kap gemonteerd is en doorbewegingsaangeefmiddelen daarop heeft voor het aangeven van de doorbeweging van het bedieningsonderdeel, en samenwerkende aanbrengmiddelen tussen de kap en het aangeef-ringonderdeel voor het aanbrengen van het ringonderdeel met de 10 doorbewegingsaangeefmiddelen daarop in de juiste omtrekspösitie omvat.
9. Klep volgens conclusie 8, gekenmerkt doordat de kap en het bedieningsonderdeel samenwerkende aanslag-middelen hebben voor het stoppen van de rotatie van het bedie- 15 ningsonderdeel in de open positie daarvan, en de aanbrengmidde len voor de aanbrenging zorgen van het ringonderdeel met de doorbewegingsaangeefmiddelen in de hoekrichting in een bepaalde mate afgelegen van de aanslagmiddelen op de kap naar de gesloten positie van het bedieningsonderdeel. 20
10· Klep volgens conclusie 9, gekenmerkt doordat de aanbrengmiddelen bestaan uit een langsgroef in de kap en een zich naar binnen uitstrekkende lip op het ringonderdeel, die in de groef opgenomen is.
11. Klep volgens conclusie 1, gekenmerkt 25 doordat de kap een langsas heeft en de aangeefmiddelen een aan geef ringonderdeel omvatten, dat op de kap rond de genoemde as gemonteerd is, welk ringonderdeel een buitenste, in omtrekszin verlopend, hellend oppervlak heeft, dat in richtingen zowel evenwijdig aan als loodrecht op de genoemde as zichtbaar is, en door- 30 bewegingsaangeefmiddelen op dit hellende oppervlak voor het aan geven van de doorbeweging van het bedieningsonderdeel.
12. Klep volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat de aangeefmiddelen aanwijzingen op de kap omvatten voor het aangeven van de open positie van het bedieningsonderdeel, Λ 35 voor het aangeven van de gesloten positie daarvan over een normaal 8401067 - 22 - hoekbereik, en voor het aangeven van de gesloten positie daarvan over een abnormaal hoekbereik.
13. Klep volgens conclusie 12, gekenmerkt doordat de aanwijzingen voor het aangeven van de genoemde berei- 5 ken bestaan uit aangrenzende boogvormige banden van verschil lende kleur.
14. Klep, welke een klepkap omvat, die voorzien is van een roteerbaar bedieningsonderdeel voor het bewegen van een kleponderdeel tussen open en gesloten posities, welk 10 kleponderdeel een slijtbare dichting omvat, die samenwerken kan met een klepzitting bij de gesloten positie van het kleponderdeel, welke gesloten positie een normaal hoekbereik voor het bedieningsonderdeel omvat, waarin de dichting bevredigend is, en een abnormaal hoekbereik, waarin de dichting in ongewenste mate 15 versleten is en vervanging vereist, aanwijzingen op de kap voor het aangeven van de open positie, het normale hoekbereik en het abnormale hoekbereik, en aangeefmiddelen die met het bedieningsonderdeel beweegbaar zijn om uitgericht te worden met de aanwijzingen om aan te geven wanneer het bedieningsonderdeel zich 20 bij open positie van het kleponderdeel bevindt en wanneer het bedieningsonderdeel zich binnen het ene of het andere van de genoemde bereiken bevindt.
15. Klep volgens conclusie 14, gekenmerkt doordat de aanwijzingen voor het aangeven van de genoemde berei- 25 ken bestaan uit aangrenzende boogvormige banden van verschillen de kleur.
16. Klep volgens conclusie 14, gekenmerkt doordat de genoemde aanwijzingen zich op een aangeefringonder-deel bevinden, dat op de kap gemonteerd is, met samenwerkende 30 aanbrengmiddelen tussen de kap en het ringonderdeel voor het bij de rotatie oriënteren van het ringonderdeel met de aanwijzingen daarop in de juiste hoekpositie aangebracht voor samenwerking met de aangeefmiddelen.
17. Klep, welke een klepkap omvat, die voor- 35 zien is van een roteerbaar bedieningsonderdeel voor het bewegen 8401067 - 23 - van een kleponderdeel tussen open en gesloten posities, welk kleponderdeel een slijtbare dichting heeft, die samenwerken kan met een klepzitting bij de gesloten positie van het kleponderdeel, samenwerkende aangeefmiddelen tussen het bedieningsonder-5 deel en de kap voor het aangeven van posities van het kleponder deel, en waarbij de aangeefmiddelen een aangeefringonderdeel omvatten, dat op de kap gemonteerd is en onder wrijving daarop vastgehouden wordt.
18. Klep volgens conclusie 17, gekenmerkt 10 doordat de kap een cilindrisch buitenste eindgedeelte heeft en het ringonderdeel een centraal gat heeft, dat dit eindgedeelte opneemt, en waarbij flensorganen op het ringonderdeel rond het gat dit eindgedeelte onder wrijving vastgrijpen.
19. Klep volgens conclusie 17, gekenmerkt 15 door een langsgroef in de kap en een lip op het ringonderdeel, die in de groef opgenomen is.
20. Klep volgens conclusie 17, gekenmerkt doordat de kap een langsas heeft en het ringonderdeel een buitenste, in omtrekszin verlopend, hellend oppervlak omvat, dat in 20 richtingen zowel evenwijdig aan als loodrecht op de genoemde as zichtbaar is, waarbij de genoemde aanwijzingen zich op dit hellende oppervlak bevinden.
21. Klep, welke een klepkap omvat, die voorzien is van een roteerbaar bedieningsonderdeel voor het bewegen 25 van een kleponderdeel tussen open en gesloten posities, welke kap een van uitwendige schroefdraad voorzien gedeelte heeft voor het opnemen van een paneelmoer en een buitenste cilindrisch eindgedeelte, een ringonderdeel dat een centraal gat heeft waarin het genoemde cilindrische eindgedeelte opgenomen is, zich in 30 hoofdzaak axiaal uitstrekkende flensorganen op het ringonderdeel rond dit gat voor het vastgrijpen van dit cilindrische eindgedeelte, en een zich in hoofdzaak axiaal uitstrekkende buitenflens op het ringonderdeel voor het omgeven en aan het oog onttrekken van een paneelmoer die op het van schroefdraad voorziene gedeel-35 te opgenomen is, en-waarbij het ringonderdeel een in omtrekszin 8401067 - 24 - verlopend, hellend buitenoppervlak heeft, dat zich tussen het genoemde gat en de genoemde buitenflens uitstrekt.
22. Klep volgens conclusie 21, gekenmerkt door een axiale groef in het eindgedeelte van de kap en een 5 zich naar binnen uitstrekkende lip op het ringonderdeel, die in de groef opgenomen is.
23. Ringonderdeel voor het monteren van een klepkap en voorzien van een centraal cirkelvormig gat daardoor, zich in hoofdzaak axiaal uitstrekkende binnenste flensorganen 10 rond dit gat voor het vastgrijpen van een buitenste eindgedeelte van een klepkap, een zich in hoofdzaak axiaal uitstrekkende buitenflens op het ringonderdeel en met een buitenste flensuiteinde dat zich axiaal een aanzienlijke afstand van het uiteinde van de binnenste flensorganen af bevindt, een in omtrekszin 15 verlopend, hellend buitenoppervlak dat zich tussen het gat en de buitenflens uitstrekt, en waarbij dit hellende oppervlak in richtingen zowel loodrecht op als evenwijdig aan de langsas van het gat zichtbaar is.
24. Ringonderdeel volgens conclusie 23, 20 gekenmerkt doordat de binnenste flensorganen zich naar binnen uitstrekkende liporganen omvatten voor opname in een groef op een klepkapeindgedeelte om rotatie van het ringonderdeel tegen te gaan.
25. Ringonderdeel volgens conclusie 23, 25 gekenmerkt doordat het aanwijzingen op het genoemde helle^nde oppervlak omvat voor het aangeven van een normaal hoekbereik voor een bedieningsonderdeel bij zijn gesloten positie van de klep en voor het aangeven van doorbeweging van dit bedieningsonderdeel in een abnormaal hoekbereik.
26. Ringonderdeel volgens conclusie 25, gekenmerkt doordat de genoemde aanwijzingen aangrenzende banden van verschillende kleur omvatten.
27. Klepkap, voorzien van een cilindrisch buitenste eindgedeelte, welk buitenste eindgedeelte weggesneden 35 is over een boog groter dan 90° en minder dan 180° om een wegge- 8401067 - 25 - sneden gedeelte te vormen dat tegenovergestelde eindoppervlak-ken heeft, waarvan tenminste één een aanslag vormt voor samenwerking met een aanslaguitsteeksel op een klepbedieningsonder-deel, en waarbij het buitenste eindgedeelte een continu buiten- 5 ste cilindrisch gedeelte aangrenzend aan het weggesneden gedeelte omvat.
28. Klepkap volgens conclusie 27, gekenmerkt door een axiale groef in het buitenste eindgedeelte dat zich in omtrekszin van het weggesneden gedeelte af bevindt.
29. Klepkap volgens conclusie 28, gekenmerkt doordat de genoemde groef zich in de hoekrichting in een bepaalde mate van het genoemde aanslagoppervlak af bevindt.
30. Membraanklep, voorzien van een in hoofdzaak cirkelvormig membraan, dat axiaal vastgeklemd wordt in een 15 omtreksgebied binnen zijn buitenomtrek tussen tegenovergestelde in hoofdzaak vlakke en evenwijdige vastklemoppervlakken op klep-kast- en kaponderdelen.
31. Klep volgens conclusie 30, gekenmerkt doordat de vastklemoppervlakken axiaal gekraagd zijn op radiaal 20 uiteengelegen plaatsen buiten het genoemde omtreksgebied om radiaal uiteengelegen omtrekshoeken te vormen, waarover het membraan gebogen en axiaal verplaatst wordt van het genoemde omtreksgebied;
32. Klep volgens conclusie 30, gekenmerkt 25 door secundaire vastklemoppervlakken die zich radiaal en axiaal op afstand bevinden van de genoemde vastklemoppervlakken, waarbij het membraan axiaal vastgeklemd wordt in een secundair omtreksgebied dat zich radiaal buiten en axiaal van het genoemde omtreksgebied af bevindt, en waarbij dit membraan gebogen wordt 30 tussen het genoemde omtreksgebied en het genoemde secundaire om treksgebied.
33. Klep volgens conclusie 30, gekenmerkt doordat het membraan van austenistisch roestvrij staal is, dat een hardheid van tenminste 38 op de Rockwell C-schaal heeft. \ "35
34. Klep volgens conclusie 33, gekenmerkt 8401067 * - 26 - -. r doordat het roestvrije staal van het type 316 is.
35. Klep volgens conclusie 30, gekenmerkt doordat het een kleponderdeel aan één zijde van het membraan omvat, dat axiaal beweegbaar is tussen open en gesloten posities 5 en een dichting draagt die samenwerken kan met een zitting bij de gesloten positie daarvan, waarbij dit kleponderdeel een om-treksuitsparing in een eindvlak daarvan heeft en de dichting in deze uitsparing opgenomen is, en waarbij binnenste en buitenste omtreksranden deze uitsparing omgeven en naar elkaar toe ver- 10 vormd worden om de dichting in de uitsparing vast te houden.
36. Membraanklep, welke een cirkelvormig membraan omvat, dat axiaal vastgeklemd wordt in axiaal en radiaal uiteengelegen primaire en secundaire omtreksgebieden binnen zijn buitenomtrek tussen tegenovergestelde paren van vlakke en 15 evenwijdige primaire en secundaire vastklemoppervlakken.
37. Membraanklep volgens conclusie 36, gekenmerkt doordat de primaire en secundaire vastklemoppervlakken elkaar snijden bij hoeken en het membraan axiaal gebogen wordt over deze hoeken tussen de primaire en secundaire in om- 20 trekszin verlopende afdichtingsgebieden.
38. Membraanklep, welke een klepkast-en kaponderdelen omvat, waartussen een membraan vastgeklemd wordt in een omtreksgebied, welke onderdelen radiaal en axiaal uiteengelegen hoeken hebben, waartussen en waarover het membraan 25 gewogen wordt, en waarbij de hoeken zich axiaal een afstand uiteen bevinden die in hoofdzaak kleiner is dan de dikte van het membraan.
39. Klep volgens conclusie 38, gekenmerkt doordat de genoemde onderdelen tegenovergestelde vastklemopper- 30 vlakken hebben binnen de genoemde hoeken en waartussen het membraan vastgeklemd wordt.
40. Membraanklep, welke een cirkelvormig membraan omvat, dat axiaal vastgeklemd wordt in een omtreksgebied tussen kast- en kaponderdelen, en welk membraan van auste- 35 nistisch roestvrij staal is, dat een hardheid van tenminste 38 8 4 0 1 0 § 7 t - 27 - op de Rockwell C-schaal heeft.
41. Klep volgens conclusie 40, gekenmerkt doordat het roestvrije staal van het type 316 is.
42. Membraanklep, welke kast- en kaponder- 5 delen omvat, die voorzien zijn van samenwerkende paren van axiaal en radiaal uiteengelegen primaire en secundaire vastklem-oppervlakken, waartussen een membraan vastgeklemd wordt in axiaal en in omtrekszin uiteengelegen primaire en secundaire gebieden, en welke kast- en kaponderdelen paren van axiaal en 10 radiaal uiteengelegen primaire en secundaire hoeken hebben, waar over het membraan axiaal gebogen wordt.
43. Membraan volgens conclusie 42, gekenmerkt doordat de secundaire hoeken zich axiaal een afstand uiteen bevinden die kleiner is dan de axiale afstand tussen de primaire 15 hoeken.
44. Membraanklep, welke kast- en kaponderdelen omvat, waartussen een cirkelvormig membraan vastgeklemd wordt binnen zijn buitenomtrek, welke onderdelen tegenovergestelde vastklemoppervlakken hebben, waartussen het membraan vastge- 20 klemd wordt in een omtreksgebied, en waarbij een buitenste om- treksflens op een van de genoemde onderdelen axiaal een aanzienlijke afstand uitsteekt voorbij het vastklemoppervlak op dit onderdeel om dit vastklemoppervlak te beschermen om beschadiging bij de behandeling en samenstelling van de klep tegen te gaan.
45. Klep volgens conclusie 44, gekenmerkt doordat het andere van de genoemde onderdelen een zich axiaal uitstrekkende omtreksuitsparing tegenover de genoemde flens heeft, waarbij het membraan met zijn buitenste omtreksgedeelte over deze flens gebogen wordt in de genoemde uitsparing in een 30 vrije en niet vastgeklemde betrekking daarmee.
46. Membraanklep, welke kast- en kaponderdelen omvat, waartussen een membraan vastgeklemd wordt, waarbij een kleponderdeel aan één zijde van het membraan axiaal beweegbaar is in een cilindrische boring tussen open en gesloten 35 posities, welk kleponderdeel een verbrede kop omvat, die een niet-cirkelvormig model heeft en verschuifbaar geleid wordt in 840106? ώ - 28 - V· de genoemde boring, en het kleponderdeel een cilindrische steel omvat, die geleid wordt door een niet-cirkelvormig gat in een leischijfring, die in de boring opgenomen is.
47. Inrichting, in hoofdzaak zoals voorge-5 steld in de beschrijving en/of tekeningen. '84 0 1 0 6 7
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
US06/482,218 US4606374A (en) | 1983-04-05 | 1983-04-05 | Valve |
US48221883 | 1983-04-05 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL8401067A true NL8401067A (nl) | 1984-11-01 |
Family
ID=23915196
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL8401067A NL8401067A (nl) | 1983-04-05 | 1984-04-04 | Klep. |
Country Status (20)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US4606374A (nl) |
JP (1) | JPS6023686A (nl) |
KR (1) | KR940004726B1 (nl) |
AU (1) | AU2642584A (nl) |
BE (1) | BE899340A (nl) |
CA (1) | CA1238030A (nl) |
DE (1) | DE3413038A1 (nl) |
DK (1) | DK178284A (nl) |
ES (2) | ES8507671A1 (nl) |
FR (1) | FR2544045B1 (nl) |
GB (2) | GB2137738B (nl) |
GR (1) | GR81862B (nl) |
IT (1) | IT1180031B (nl) |
LU (1) | LU85288A1 (nl) |
NL (1) | NL8401067A (nl) |
NO (2) | NO841330L (nl) |
NZ (1) | NZ207718A (nl) |
SE (2) | SE8401866L (nl) |
SG (1) | SG990G (nl) |
ZA (1) | ZA842464B (nl) |
Families Citing this family (27)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US4659060A (en) * | 1986-02-14 | 1987-04-21 | Nupro Company | Stem tip seal |
US4671490A (en) * | 1986-05-16 | 1987-06-09 | Nupro Co. | Diaphragm valve |
LU86438A1 (fr) * | 1986-05-23 | 1987-12-16 | Ceodeux Sa | Robinet a membrane |
GB8712456D0 (en) * | 1987-05-27 | 1987-07-01 | Shell Int Research | Polished rod stuffing box |
US5295662A (en) * | 1991-08-26 | 1994-03-22 | Masako Kiyohara | Fluid flow-controller with improved diaphragm |
JPH06296406A (ja) * | 1993-02-17 | 1994-10-25 | Takahito Menju | 田植え機 |
US5725007A (en) * | 1995-07-07 | 1998-03-10 | Stubbs; William L. | Valve mechanism and method for making same |
DE69814815T2 (de) | 1997-02-03 | 2004-04-08 | Swagelok Co., Solon | Membranventil |
US5865423A (en) * | 1997-07-11 | 1999-02-02 | Parker Intangibles, Inc. | High flow diaphragm valve |
US6655316B2 (en) * | 2001-10-31 | 2003-12-02 | Leon Kerger | Visual position indicator for valves with linear moving valve stem |
US7430833B2 (en) * | 2003-03-28 | 2008-10-07 | Pn Ii, Inc. | Universal rake-ridge cap |
US20050109973A1 (en) * | 2003-11-21 | 2005-05-26 | Glime William H. | Valve diaphragm |
US6997440B2 (en) * | 2004-03-29 | 2006-02-14 | Tescom Corporation | Packless valve apparatus |
US8197231B2 (en) | 2005-07-13 | 2012-06-12 | Purity Solutions Llc | Diaphragm pump and related methods |
ATE423288T1 (de) * | 2005-12-13 | 2009-03-15 | Pergola S R L | Membranventil für komprimiertes oder verflüssigtes gas |
US9610392B2 (en) | 2012-06-08 | 2017-04-04 | Fresenius Medical Care Holdings, Inc. | Medical fluid cassettes and related systems and methods |
CN106461090B (zh) | 2014-06-13 | 2019-09-03 | 株式会社堀场Stec | 用于流体及气体的高传导性阀 |
ES2636754T3 (es) * | 2015-03-06 | 2017-10-09 | Netherlocks Safety Systems B.V. | Un indicador de posición de válvula y un método para indicar una posición de válvula |
JP6663935B2 (ja) | 2015-06-17 | 2020-03-13 | ビスタデルテク・リミテッド・ライアビリティ・カンパニーVistadeltek, Llc | 弁用の低ヒステリシスダイヤフラム |
TWI698602B (zh) | 2015-07-09 | 2020-07-11 | 美商威士塔戴爾泰克有限責任公司 | 閥之控制板 |
WO2018062516A1 (ja) * | 2016-09-29 | 2018-04-05 | 日立金属株式会社 | 流量制御弁及びそれを用いた質量流量制御装置 |
CN114658860B (zh) | 2017-06-05 | 2024-11-29 | 伊利诺斯工具公司 | 用于高传导性阀的控制板 |
US10458553B1 (en) | 2017-06-05 | 2019-10-29 | Vistadeltek, Llc | Control plate for a high conductive valve |
US10364897B2 (en) | 2017-06-05 | 2019-07-30 | Vistadeltek, Llc | Control plate for a high conductance valve |
US11248708B2 (en) | 2017-06-05 | 2022-02-15 | Illinois Tool Works Inc. | Control plate for a high conductance valve |
US20190323625A1 (en) | 2018-04-23 | 2019-10-24 | Rain Bird Corporation | Valve With Reinforcement Ports And Manually Removable Scrubber |
US10859184B2 (en) * | 2018-04-25 | 2020-12-08 | Conval, Inc. | Indicator disc for determining the position of ball valve |
Family Cites Families (91)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US30989A (en) * | 1860-12-18 | Cotton-cleaner | ||
US1662291A (en) * | 1928-03-13 | of chicago | ||
US2277395A (en) * | 1942-03-24 | Diaphragm valve | ||
US1648884A (en) * | 1927-11-08 | Packless valve | ||
US1567306A (en) * | 1925-12-29 | Regulating valve | ||
US706423A (en) * | 1901-01-23 | 1902-08-05 | Arthur Kleinfeldt | Siphon for dispensing liquids. |
US692391A (en) * | 1901-04-05 | 1902-02-04 | Anton Wagner | Valve. |
US999333A (en) * | 1911-03-13 | 1911-08-01 | Charles Patock | Packless and quick-acting valve. |
US1148805A (en) * | 1911-08-22 | 1915-08-03 | William P Skiffington | Automatic valve. |
US1118649A (en) * | 1912-02-09 | 1914-11-24 | Internat Oxygen Company | Valve. |
US1120707A (en) * | 1913-01-18 | 1914-12-15 | Albert Anton Froehlich | Thermostat. |
US1128426A (en) * | 1913-10-10 | 1915-02-16 | Clayton Aubra Dunham | Inlet-valve. |
US1103917A (en) * | 1913-11-19 | 1914-07-14 | Jasper C Lawson | Valve-indicator. |
US1108146A (en) * | 1913-11-22 | 1914-08-25 | Edward J Deegan | Regulator. |
US1210891A (en) * | 1915-08-02 | 1917-01-02 | Ashcroft Mfg Company | Pressure-reducing valve. |
US1223326A (en) * | 1916-04-08 | 1917-04-17 | Marsh Valve Company | Valve. |
US1297229A (en) * | 1916-11-20 | 1919-03-11 | J F Esperon | Supply-valve for vapor, vacuum, and steam heating systems. |
US1310954A (en) * | 1919-03-15 | 1919-07-22 | Anton Rudolf Moeller | Valve. |
US1468283A (en) * | 1921-04-28 | 1923-09-18 | Frederick Cecil Gadsby | Auxiliary air valve |
US1497275A (en) * | 1921-07-21 | 1924-06-10 | La Verne W Hench | Valve |
US1485792A (en) * | 1923-04-11 | 1924-03-04 | Internat Oxygen Company | Valve |
US1527496A (en) * | 1924-04-21 | 1925-02-24 | Nathan E Tyrrell | Valve control |
US1719801A (en) * | 1926-05-10 | 1929-07-02 | Detroit Lubricator Co | Valve |
GB279118A (en) * | 1926-10-15 | 1927-12-22 | Vickers Electrical Co Ltd | Improvements in stop valves |
US1654550A (en) * | 1927-02-26 | 1928-01-03 | Hajoca Corp | Valve control |
US1703531A (en) * | 1927-05-23 | 1929-02-26 | Mccord Radiator & Mfg Co | Diaphragm for expansion valves |
US1843068A (en) * | 1927-10-08 | 1932-01-26 | Detroit Lubricator Co | Valve |
US1749774A (en) * | 1928-09-19 | 1930-03-11 | Internat Oxygen Company | Valve |
US1804721A (en) * | 1928-09-21 | 1931-05-12 | William S Valmore | Valve mechanism |
US1806462A (en) * | 1929-05-31 | 1931-05-19 | Robert C Hopkins | Gas valve |
US1890505A (en) * | 1930-10-25 | 1932-12-13 | Kerotest Mfg Company | Valve |
US1895591A (en) * | 1931-02-16 | 1933-01-31 | Gen Plate Co | Snap acting device |
US1910491A (en) * | 1931-07-25 | 1933-05-23 | Westinghouse Air Brake Co | Adjusting device |
US1920659A (en) * | 1932-06-29 | 1933-08-01 | Elton T Naylon | Device for indicating wear of brushes |
US2051350A (en) * | 1932-07-28 | 1936-08-18 | Union Carbide & Carbon Corp | Valve |
US1976851A (en) * | 1933-02-25 | 1934-10-16 | Westinghouse Air Brake Co | Diaphragm cock |
FR780169A (fr) * | 1934-10-25 | 1935-04-19 | Gaupillat | Robinet à fermeture différentielle pour fluides sous pression |
US2061028A (en) * | 1935-05-14 | 1936-11-17 | Kerotest Mfg Company | Valve |
US2144754A (en) * | 1937-09-02 | 1939-01-24 | John S Forbes | Valve |
US2209956A (en) * | 1938-03-04 | 1940-08-06 | Squibb & Sons Inc | Dispensing apparatus |
US2382235A (en) * | 1943-08-12 | 1945-08-14 | Harry H Lamar | Valve structure |
US2460168A (en) * | 1944-08-14 | 1949-01-25 | Caserta Michele | Method of making a diaphragm |
US2514025A (en) * | 1944-08-19 | 1950-07-04 | Nat Supply Co | Microchoke valve |
US2485942A (en) * | 1945-06-20 | 1949-10-25 | Ralph R P Turner | Valve position indicator |
US2642255A (en) * | 1947-12-10 | 1953-06-16 | Weatherhead Co | Packless valve |
US2679760A (en) * | 1948-09-24 | 1954-06-01 | American Machine & Metals | Protective unit for condition responsive devices |
US2697581A (en) * | 1949-02-14 | 1954-12-21 | Gen Controls Co | Electromagnetically operated valve with adjustable opening |
US2715009A (en) * | 1949-04-15 | 1955-08-09 | Electrimatic Company | Bellows operated self aligning valve |
US2667786A (en) * | 1950-02-11 | 1954-02-02 | Cons Eng Corp | Capacitor pressure gauge |
GB773533A (en) * | 1954-03-09 | 1957-04-24 | Calor Gas Distributing Company | Improvements in and relating to valves for gas cylinders or other containers |
GB845266A (en) * | 1955-10-14 | 1960-08-17 | Saunders Valve Co Ltd | Improvements in and relating to fluid controlling valves |
GB801448A (en) * | 1955-11-30 | 1958-09-17 | Saunders Valve Co Ltd | Improvements in and relating to fluid controlling valves |
US3001541A (en) * | 1957-03-18 | 1961-09-26 | Weatherhead Co | Automatic regulator assembly |
FR1177123A (fr) * | 1957-06-03 | 1959-04-21 | Robinet à membrane perfectionné | |
US2986372A (en) * | 1957-10-07 | 1961-05-30 | Superior Valve And Fittings Co | Valve for low temperature fluids |
US2933284A (en) * | 1957-11-12 | 1960-04-19 | Superior Valve And Fittings Co | Diaphragm packless valve |
DE1076458B (de) * | 1958-06-21 | 1960-02-25 | Waldenmaier J E H | Absperrventil fuer Hoechstdruck-Messleitungen |
US3089505A (en) * | 1958-07-17 | 1963-05-14 | Sarco Int Corp | Slide type mixing valve with interchangeable inlet and outlet connections |
US3040773A (en) * | 1959-09-04 | 1962-06-26 | Crane Co | Combined valve actuating and indicator mechanism |
FR1249282A (fr) * | 1959-11-07 | 1960-12-30 | Robinet à membrane perfectionné | |
US3093086A (en) * | 1960-04-12 | 1963-06-11 | Westinghouse Electric Corp | Diaphragm assemblage |
US3129009A (en) * | 1960-10-10 | 1964-04-14 | Dresser Ind | Hydraulic line wiper |
US3260530A (en) * | 1961-03-27 | 1966-07-12 | Central Res Lab Inc | Rotary mechanical seal |
GB1012101A (en) * | 1963-08-20 | 1965-12-08 | Atomic Energy Authority Uk | Improvements in or relating to fluid flow control valves |
FR1404542A (fr) * | 1964-05-19 | 1965-07-02 | Ferodo Sa | Perfectionnements aux dispositifs obturateurs |
US3322142A (en) * | 1964-08-25 | 1967-05-30 | Cash A W Co | Valve for low temperature service |
US3428291A (en) * | 1965-05-24 | 1969-02-18 | Nuclear Products Co | Bellows metering valve |
FR1478342A (fr) * | 1965-07-06 | 1967-04-28 | Ct Technique Des Ind Fonderie | Dispositif de contrôle de l'ouverture d'un régulateur de débit à commande manuelle perfectionné, tel qu'un robinet |
US3351088A (en) * | 1965-07-20 | 1967-11-07 | Jensen Nathan Kenneth | Low pressure alarm valve |
GB1150666A (en) * | 1965-12-30 | 1969-04-30 | Zd Y Prumyslove Automatiscace | Flapper and Nozzle Control Device for Servo-Valves |
US3396940A (en) * | 1966-02-17 | 1968-08-13 | Henry Valve Co | Packless valve with anti-frost means |
US3438351A (en) * | 1966-09-02 | 1969-04-15 | Morden Machines Co | Means for simultaneously indicating the spacing between two opposed attritioning elements and their condition of wear |
US3482596A (en) * | 1967-05-05 | 1969-12-09 | Henry Valve Co | Metering valve |
SE356346B (nl) * | 1968-04-08 | 1973-05-21 | Robertshaw Controls Co | |
US3585328A (en) * | 1970-02-11 | 1971-06-15 | Texas Instruments Inc | Pressure switch with a plurality of snap acting metal diaphragms coated with metallic oxide |
US4044998A (en) * | 1972-10-25 | 1977-08-30 | Tomlinson Industries, Inc. | Web tip seat cup |
US3791405A (en) * | 1972-11-20 | 1974-02-12 | Robertshaw Controls Co | Pressure regulator construction and method of making the same |
US3982729A (en) * | 1974-03-14 | 1976-09-28 | Kerotest Manufacturing Corporation | Back-up seal for diaphragm valve |
FR2280847A1 (fr) * | 1974-08-02 | 1976-02-27 | Stella Rubinetterie Spa | Robinet a couple de fermeture controle |
GB1477708A (en) * | 1974-08-07 | 1977-06-22 | Stella Rubinetterie Spa | Faucets |
DE2455329B2 (de) * | 1974-11-22 | 1980-09-18 | Clouth Gummiwerke Ag, 5000 Koeln | Membranventil |
US4171792A (en) * | 1974-12-23 | 1979-10-23 | Dresser Industries, Inc. | High pressure diaphragm valves |
ZA756085B (en) * | 1974-12-23 | 1976-09-29 | Dresser Ind | High pressure diaphragm valves |
GB1509552A (en) * | 1975-03-06 | 1978-05-04 | Saunders Valve Co Ltd | Fluid flow control valves |
US3995723A (en) * | 1975-08-13 | 1976-12-07 | Clark Equipment Company | Deformable rigid seal for a hydraulic brake apparatus |
US4199850A (en) * | 1975-09-11 | 1980-04-29 | Velan Engineering Ltd. | Method of making a diaphragm valve |
US4136709A (en) * | 1976-06-14 | 1979-01-30 | A. Dean Mammel | Flange valve having improved sealing characteristics and wear indicator |
US4089347A (en) * | 1976-12-27 | 1978-05-16 | Masco Corporation Of Indiana | Mixing valve anti-scald apparatus |
US4304260A (en) * | 1979-11-01 | 1981-12-08 | Turner Charles R | Flexible diaphragm valve device |
US4295653A (en) * | 1980-04-07 | 1981-10-20 | Zero-Seal, Inc. | Pressure-compensated diaphragm seals for actuators, with self-equalization |
US4354666A (en) * | 1980-06-12 | 1982-10-19 | Kerotest Manufacturing Corp. | High pressure packless metal diaphragm valve |
-
1983
- 1983-04-05 US US06/482,218 patent/US4606374A/en not_active Expired - Fee Related
-
1984
- 1984-04-02 NZ NZ207718A patent/NZ207718A/en unknown
- 1984-04-02 ZA ZA842464A patent/ZA842464B/xx unknown
- 1984-04-04 AU AU26425/84A patent/AU2642584A/en not_active Abandoned
- 1984-04-04 NL NL8401067A patent/NL8401067A/nl not_active Application Discontinuation
- 1984-04-04 SE SE8401866A patent/SE8401866L/ not_active Application Discontinuation
- 1984-04-04 GR GR74301A patent/GR81862B/el unknown
- 1984-04-04 GB GB08408650A patent/GB2137738B/en not_active Expired
- 1984-04-04 NO NO841330A patent/NO841330L/no unknown
- 1984-04-04 ES ES531288A patent/ES8507671A1/es not_active Expired
- 1984-04-04 CA CA000451238A patent/CA1238030A/en not_active Expired
- 1984-04-04 DK DK178284A patent/DK178284A/da not_active Application Discontinuation
- 1984-04-05 BE BE0/212704A patent/BE899340A/fr not_active IP Right Cessation
- 1984-04-05 LU LU85288A patent/LU85288A1/fr unknown
- 1984-04-05 JP JP59068935A patent/JPS6023686A/ja active Pending
- 1984-04-05 DE DE19843413038 patent/DE3413038A1/de not_active Withdrawn
- 1984-04-05 IT IT67337/84A patent/IT1180031B/it active
- 1984-04-05 FR FR8405381A patent/FR2544045B1/fr not_active Expired
- 1984-04-06 KR KR1019840001821A patent/KR940004726B1/ko active IP Right Grant
-
1985
- 1985-09-30 ES ES547437A patent/ES8609649A1/es not_active Expired
- 1985-10-10 GB GB08524981A patent/GB2169991B/en not_active Expired
-
1986
- 1986-02-03 NO NO860359A patent/NO860359L/no unknown
- 1986-03-20 SE SE8601300A patent/SE8601300L/ not_active Application Discontinuation
-
1990
- 1990-01-06 SG SG9/90A patent/SG990G/en unknown
Also Published As
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL8401067A (nl) | Klep. | |
CA1287036C (en) | Diaphragm valve | |
EP0237681B1 (en) | Check valve | |
US4684106A (en) | Valve | |
US5799928A (en) | Ball valve with improved valve seat and bonnet assembly | |
US5020568A (en) | Unitized disc flow control assembly for a restrictor valve | |
GB1591485A (en) | Control valve | |
US4732363A (en) | Diaphragm valve | |
EP0774090A2 (en) | Valve assembly having improved valve seat | |
CA2325426C (en) | Improved snap-on valve gasket | |
EP0346714B1 (en) | Valve | |
US5388807A (en) | Modular butterfly valve | |
US4967787A (en) | Unitized disc flow control assembly for a restrictor valve | |
EP0848793A1 (en) | Hemispherical ball valve | |
CA1208191A (en) | Bidirectional valve seal | |
GB2224335A (en) | Valve | |
US10859184B2 (en) | Indicator disc for determining the position of ball valve | |
CA2284293A1 (en) | Valve cartridge for lift valve having the closing pressure on the sealing limited | |
EP4092296A1 (en) | A cock for a valve and a valve comprising such cock | |
WO2001006155A1 (en) | A valve | |
EP1678432B1 (en) | Adjustable sealing means | |
EP3430297B1 (en) | Disks arrangement between a spindle and a shutter of a valve | |
CA1242428A (en) | Valve | |
MXPA99009567A (en) | Valve with rotatory system of flow blockade |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
BV | The patent application has lapsed |