[go: up one dir, main page]

NL8301388A - Verrijdbare spooropstopmachine met twee draaibaar met elkaar verbonden onderstelramen. - Google Patents

Verrijdbare spooropstopmachine met twee draaibaar met elkaar verbonden onderstelramen. Download PDF

Info

Publication number
NL8301388A
NL8301388A NL8301388A NL8301388A NL8301388A NL 8301388 A NL8301388 A NL 8301388A NL 8301388 A NL8301388 A NL 8301388A NL 8301388 A NL8301388 A NL 8301388A NL 8301388 A NL8301388 A NL 8301388A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
machine
frame
track
tool
main frame
Prior art date
Application number
NL8301388A
Other languages
English (en)
Other versions
NL192525B (nl
NL192525C (nl
Original Assignee
Plasser Bahnbaumasch Franz
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Plasser Bahnbaumasch Franz filed Critical Plasser Bahnbaumasch Franz
Publication of NL8301388A publication Critical patent/NL8301388A/nl
Publication of NL192525B publication Critical patent/NL192525B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL192525C publication Critical patent/NL192525C/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E01CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
    • E01BPERMANENT WAY; PERMANENT-WAY TOOLS; MACHINES FOR MAKING RAILWAYS OF ALL KINDS
    • E01B27/00Placing, renewing, working, cleaning, or taking-up the ballast, with or without concurrent work on the track; Devices therefor; Packing sleepers
    • E01B27/12Packing sleepers, with or without concurrent work on the track; Compacting track-carrying ballast
    • E01B27/13Packing sleepers, with or without concurrent work on the track
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E01CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
    • E01BPERMANENT WAY; PERMANENT-WAY TOOLS; MACHINES FOR MAKING RAILWAYS OF ALL KINDS
    • E01B27/00Placing, renewing, working, cleaning, or taking-up the ballast, with or without concurrent work on the track; Devices therefor; Packing sleepers
    • E01B27/12Packing sleepers, with or without concurrent work on the track; Compacting track-carrying ballast
    • E01B27/13Packing sleepers, with or without concurrent work on the track
    • E01B27/16Sleeper-tamping machines
    • E01B27/17Sleeper-tamping machines combined with means for lifting, levelling or slewing the track
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E01CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
    • E01BPERMANENT WAY; PERMANENT-WAY TOOLS; MACHINES FOR MAKING RAILWAYS OF ALL KINDS
    • E01B2203/00Devices for working the railway-superstructure
    • E01B2203/10Track-lifting or-lining devices or methods
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E01CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
    • E01BPERMANENT WAY; PERMANENT-WAY TOOLS; MACHINES FOR MAKING RAILWAYS OF ALL KINDS
    • E01B2203/00Devices for working the railway-superstructure
    • E01B2203/12Tamping devices
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E01CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
    • E01BPERMANENT WAY; PERMANENT-WAY TOOLS; MACHINES FOR MAKING RAILWAYS OF ALL KINDS
    • E01B2203/00Devices for working the railway-superstructure
    • E01B2203/16Guiding or measuring means, e.g. for alignment, canting, stepwise propagation

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Machines For Laying And Maintaining Railways (AREA)
  • Automatic Cycles, And Cycles In General (AREA)
  • Packaging Of Machine Parts And Wound Products (AREA)

Description

- * — ·
Verrijdbare spooropstopmachine met twee draaibaar met elkaar verbonden onderstelramen.
De uitvinding heeft betrekking op een verrijdbare spooropstopmachine, in het bijzonder een spooropstop- waterpas- en richtmachine, voorzien van twee draaibaar met elkaar verbonden en op loopwerken steunende onderstelramen, en van althans een 15 daaraan aangebracht opstopaggregaat.
ïïit het Oostenrijkse octrooischrift 319*312 is reeds een spooropstop-, waterpas richtmachine bekend, waarvan de bij elke spoorstaaf behorende opstopaggregaten zijdelings ten opzichte van het onderstelraam van de machine via aandrijvingen verstel-- 20 baar zijn aangebracht· Aan elk opstopaggregaat is een inductieve taster toegevoegd, die de betreffende zijdelingse stand van het opstopaggregaat ten opzichte van de betreffende spoorstaaf registreert, en de zijdelingse verstelaandrijving van het opstopaggregaat via een bijstelketen zodanig stuurt, dat het opstop-25 aggregaat altijd in een zijdelingse symmetriestand ten opzichte van de betreffende spoorstaafstreng wordt gehouden en zodoende langs het bochtverloop van het spoor wordt geleid. Deze inrichting, waarmee een aanzienlijke vereenvoudiging van de bediening van de machine samenhangt, komt als gevolg van de hogere technische 30 investering in hoofdzaak in aanmerking voor machines in de hogere pro duktieklassen·
Uit het Oostenrijkse octrooischrift 321.3^7 is het verder bekend om bij een per spoorstaaf met twee in de lengterichting van de machine ten opzichte van elkaar verstelbare opstopaggre-35 gaten voor twee dwarsliggers uitgeruste spooropstop- waterpas- 8301388 • f 2 richtmachine, de aggregaten gemeenschappelijk aan te brengen aan een van twee op onderlinge afstand zich bevindende loopwerken voorzien opstopwerktuigraam, dat via aandrijvingen zijdelings draai- resp. verstelbaar is verbonden met het onderstelraam van 5 de machine om de opstopaggregaten volgens het bochtverloop van het spoor zijdelings te kunnen uitlijnen. Omdat het gemeenschappelijke opstopwerktuigraam de gewichts- en arbeidskrachten van alle vier opstopaggregaten moet opnemen, behoeft het een betrekkelijk massieve raamconstructie en aangepaste bemeting van de 10 bijbehorende zijdelingse verstelaandrijvingen.
Verder is uit het Oostenrijkse octrooischrift 303.793 een opstopmachine voor een aantal dwarsliggers bekend, waarbij de voor elke spoorstaafstreng aangebrachte opstopaggregaten in de lengterichting van de machine achter elkaar zijn gelegerd aan 15 een eigen werktuigraam, dat tussen de twee hoofdloopwerken van de machine is aangebracht, en met eigen, op onderlinge afstand zich bevindende loopwerken langs de zijde van het spoor wordt geleid. Het werktuigraam is via hoogteverstelaandrijvingen draaibaar verbonden met het machinehoofdraam, en in het bereik van de - 20 loopwerken uitgerust met spoorstaafgrijpers voor het opheffen van het in het achterste bereik van de machine daarna door spoor-correctie werktuigen uit te lijnen spoor. Deze uitvoering maakt een stapsgewijs opheffen van het spoor mogelijk tot op het nominale niveau in twee op elkaar volgende arbeidsgangen.
25 Ook is uit het Nederlandse octrooischrift 144.692 reeds een met drie in de lengterichting van de machine op onderlinge afstand zich bevindende loopwerken uitgeruste spooropstopmachine bekend, waarbij het spoorophef- en richtaggregaat alsmede de opstopaggregaten zijn aangebracht in het bereik tussen het 30 middelste en met betrekking tot de werkrichting achterste spoor-staafloopwerk, en het in de werkrichting voorste spoorstaafloop-werk in ^Lengterichting van de machine verstelbaar, alsmede op en neer beweegbaar is aangebracht aan het onderstelraam van de machine. Hierdoor is het mogelijk om het onderstelraam naar ' 35 keuze te steunen op het voorste of het middelste spoorstaaf 8301388 '* * 3 loopwerk, en de afstand van de voorste steunplaats van het onder-stelraam tot het spoorophef- en richtaggregaat zodanig af te stemmen op de vereiste mate van opheffen van het spoor, dat de in dit bereik van de spoorlengte vanaf het oorspronkelijke ni-5 veau in de nominale hoogteligging op te heffen spoorstaven alleen veerkrachtig worden vervormd, en geen boven de toelaatbare belasting uitgaande en zodoende blijvende vervorming ondergaan·
Het steunen op het voorste spoorstaafloopwerk maakt hierbij betrekkelijk grote spooropheffingen mogelijk· Anderzijds kan door 10 het verschuifbaar aanbrengen van het voorste spoorstaafloopwerk, de voor overplaatsritten voorgeschreven asafstand van de machine worden aangehouden.
Verder zijn bij voorbeeld uit het Duitse octrooiscgrift 2.023.955 spooropstop- waterpas- richtmachines bekend met een 15 doorlopende voortbeweging zonder stilstand, waarvan de werkaggre-gaten via aandrijvingen verschuifbaar zijn gelegerd aan lengte-geleidingen van het machinehoofdraam, en via stuurinrichtingen stapsgewijs van opstopplaats naar opstopplaats voortuit zijn te bewegen onafhankelijk van de doorlopende voortbeweging van het .. 20 hoofdraam. Soortgelijke uitvoeringen voor de samengestelde toepassing respectievelijk de koppeling van spoorbouwvoertuigen met een gedeeltelijk doorlopende en gedeeltelijk stapsgewijze voortbeweging, zijn beschreven in het Britse octrooischrift 1.267.322.
Ten slotte zijn uit het Oostenrijkse octrooischrift 25 313·3^7 ook opstopmachines voor een aantal dwarsliggers bekend, die bij voorbeeld volgens de uitvoeringsvorm van fig. 8 van dit Oostenrijkse octrooischrift zijn uitgevoerd als dubbele machines, voorzien van twee, elk op twee op onderlinge afstand zich bevindende spoorstaafloopwerken steunende en via een lengtever-30 schuifaandrijving draaibaar met elkaar verbonden onderstelramen.
Sik der twee onderstelramen is uitgerust met een spoorophef-en richtaggregaat en per spoorstaaf met een opstopaggregaat. De lengteverschuifaandrijving maakt het mogelijk de opstopaggregaten van zowel het voorste als het achterste onderstelraam respec-35 tievelijk machinedeel onafhankelijk van de betreffende dwars» 8301388 k liggerafstanden te centreren ten opzichte van de betreffende, onder te stoppen dwarsligger. Hoewel door het aanbrengen van een gemeenschappelijk waterpas referentiestelsel bepaalde vereenvoudigingen ontstaan ten opzichte van achter elkaar toegepaste 5 afzonderlijke machines, is toch de constructieve, alsmede besturing technische totale investering voor deze, van afzonderlijk langs het spoor geleide onderstelramen voorziene dubbele machines, betrekkelijk hoog.
Het is de opgave van de uitvinding een verrijdbare spoor-10 opstopraachine van de in de aanhef beschreven soort te verschaffen, die met betrekking tot de aanbrenging van de opstopaggre-gaten nog eenvoudiger in constructie is respectievelijk een betere voeging heeft ten opzichte van het zijdelingse en hoogte verloop van het spoor. Deze opgave wordt volgens de uitvinding 15 op verrassend eenvoudige wijze opgelost, doordat het tussen twee voor het steunen van de twee ramen voorziene, op onderlinge afstand zich bevindende loopwerken aangebrachte opstopaggregaat is aangebracht aan het ene, als werktuigdraagraam uitgevoerde raam, dat voor het uitvoeren van het als steun- en lei-orgaan 20 dienende loopwerk daarvan als vrije lei-as draaibaar is verbonden met het andere, als machinehoofdraam uitgevoerde raam.
Door deze uitvoering van de machine wordt voor het eerst een automatische nauwkeurige geleiding van de opstopaggregaten volgens het zijdelingse en hoogteverïoop van het spoor gewaar-25 borgd en zodoende een nauwkeurige centrering van de aan weerszijden van de betreffende spoorstaaf in de ballast te steken opstop pikhouwelen met betrekking tot de lengte-as van de spoorstaven. Omdat in de regel per opstopaggregaat vier tot zestien opstop pikhouwelen tegelijk moeten worden uitgelijnd met be-30 trekking tot de betreffende spoorstaafstreng, is deze automatische centrering van de opstopaggregaten van grote betekenis voor een productief en storingsvrij opstopbedrijf. Dit voordeel wordt bereikt door het als vrij lei-as uitgevoerde en zodoende op natuurlijke wijze het spoorlengteverloop volgende, enkel-35 voudige loopwerk van het met het andere einde aan het machine- 830 1 38 8 5 hoofdraam draaibaar gedragen, werktuigdraagraam, dat wil zeggen zonder afzonderlijke verstelaandrijvingen en daarbij behorende stuurorganen. De uitvoering van het loopwerk van het werktuig-draagraam als vrije lei-as met het draaimiddelpunt in het ver-5 bindingsscharnier van het werktuigdraagraam en het machinehoofd-raam heeft hierbij ten opzichte van een met twee op onderlinge afstand zich bevindende loopwerken afzonderlijk langs het spoor geleid werktuigdraagraam beslissende voordelen. Zo bestaat een directe meeneemverbinding met het machinehoofdraam bij een vrije 10 keuze van de voor het gedrag in spoorbochten beslissende draai-straal van de lei-as, dat wil zeggen de afstand daarvan tot het door het verbindingsscharnier van het werktuigdraagraam gevormde draaimiddelpunt. Tevens ontstaat door het steunen van het met het betrekkelijk grote gewicht van de opstopaggregaten belaste 15 werktuigdraagraam op het spoor, ten opzichte van opstopmachines van een gebruikelijke soort met aan het machinehoofdraam aangebrachte opstopaggregaten, een aanzienlijke vermindering van de via het verbindingsscharnier op het machinehoofdraam inwerkende gewichts- en arbeidskrachten, dat wil zeggen in het bijzonder - 20 wanneer de afstand van deze scharnierverbinding tot het als het steun- en lei-orgaan dienende loopwerk van het werktuigdraagraam binnen het kader van de constructief vooraf bepaalde grenzen betrekkelijk groot wordt gekozen. Ten slotte ontstaat door de verdeling van het totale gewicht van de machine over de hoofdloop-25 werken daarvan en de eenassig of als draaigestel uitgevoerde lei-as van het werktuigdraagraam, een vermindering van de afzonderlijke aslasten, hetgeen in het bijzonder van belang is voor de toepassing op bijbaanvakken met een betrekkelijk lagere toelaatbare asbelasting.
30 Volgens een bijzonder de voorkeur verdienende uitvoering is voorzien, dat het opstopaggregaat is aangebracht aan het tussen op onderlinge afstand zich bevindende hoofdloopwerken van het machinehoofdraam aangebrachte, afzonderlijk langs het spoor geleide en met het machinehoofdraam in lengterichting van het spoor 35 meebeweegbaar werktuigdraagraam, en aan een, via een aandrijving 8301388 6 in hoogte verstelbare werktuigdrager gelegerde, via bijstel- en trilaandrijvingen in paren ten opzichte van elkaar verstelbare en te trillen, in de ballast te steken opstopwerktuigen heeft, waarbij het werktuigdraagraam is uitgevoerd voor het enerzijds 5 steunen via het als vrije lei-as uitgevoerde steun- en lei-orgaan op het spoor, en anderzijds via een op afstand van het steun- en lei-orgaan in de lengterichting van de machine zich bevindende legerplaats aan het machinehoofdraam, en het opstop-aggregaat, alsmede een van hef- en richtaandrijvingen voorzien 10 spoorophef- en richtaggregaat met alle aandrijvingen daarvan met het werktuigdraagraam zijn verbonden tot een gemeenschappelijke, dicht bij het direct daarop volgende hoofdloopwerk van het machinehoofdraam aangebrachte werkeenheid.
Op grond van deze uitvoering en de samenvoeging van alle, 15 bij de correctie en versteviging van de spoorligging betrokken werkaggregaten tot een gemeenschappelijke werk-, alsmede monteer-eenheid, komt de van het machinehoofdraam onafhankelijke, automatische, nauwkeurige geleiding van het werktuigdraagraam door de vrije lei-as van alle daaraan aangebrachte aggregaten van pas , 20 in de zin van een onberispelijke zijdelingse centrering van de werktuigen daarvan, dat wil dus zeggen zowel de talrijke, voor het links respectievelijk rechts van de betreffende spoorstaaf insteken bestemde opstop pikhouwelen van de opstopaggregaten als de hef- en richtwerktuigen van het spooropef- en richtaggregaat. 25 Met betrekking tot de werktuiguitvoering staan hierbij zeer vergaande vrije keuze mogelijkheden ter beschikking van de constructeur. Zo kunnen in het bijzonder reeds dikwijls bewezen uitvoeringsvormen van opstopaggregaten worden gebruikt voor de baanvakdienst en respectievelijk of voor de bewerking van wissels 50 en kruisingen en op gelijke wijze daarbij passende spooropef- en richtaggregaten van een bewezen constructie voor de vorming van de gemeenschappelijke werkeenheid, waardoor ontwikkelingskosten kunnen worden bespaard en de bewerkingsinspanning kan worden verminderd. Ten slotte heeft het samenvoegen van alle werkaggre-35 gaten tot een gemeenschappelijke werkeenheid ook nog het voordeel 83 0 1 38 8 7 van een goede overzichtelijkheid van het gehele, de spoor-correctie en opstopzone omvattende werkbereik door de bediener van de machine.
Volgens een verdere uitvoering is het werktuigdraagraam 5 ia het bereik van het voorste, op afstand van het steun- en lei-orgaan zich bevindende einde draaibaar, in het bijzonder kruis-scharniervormig gelegerd aan het machinehoofdraam. Door deze uitvoering wordt de vrije beweegelijkheid van het werktuigdraagraam ten opzichte van het machinehoofdraam in dwars op de lengte-10 as van het spoor lopende richtingen op bijzonder eenvoudige en doelmatige wijze verwezenlijkt.
Bijzondere voordelen biedt een uitvoeringsvorm, waarbij het werktuigdraagraam aan de legerplaats aan het machinehoofdraam bij voorkeur via een aandrijving verstelbaar is aangebracht 15 in lengterichting van de machine. Door deze constructief zeer eenvoudige uitvoering worden de toepassingsmogelijkheden van de machine aanzienlijk uitgebreid. Zo vormt het in lengterichting ten opzichte van het machinehoofdraam verstelbaar aanbrengen van het werktuigdraagraam een oorspronkelijke oplossing voor de in _ 20 het reeds genoemde Nederlandse octrooischrift lVf.692 beschreven doelstelling, die een verandering van de voor het buiglijnver-loop van de spoorstaven maatgevende afstand tussen het voorste machinehoofdloopwerk en het spoorophef- en richtaggregaat mogelijk maakt in afhankelijkheid van de betreffende vereiste mate 25 van opheffen van het spoor. Anderzijds worden door de genoemde uitvoering de voorwaarden verschaft voor een doorlopende voortbeweging zonder stilstand van de machine respectievelijk het hoofdraam daarvan bij een stapsgewijze voortbeweging van het werktuigdraagraam met de daaraan aangebrachte opstopaggregaten 50 van opstopplaats naar opstopplaats.
Volgens een bijzonder de voorkeur verdienende uitvoerings-variant is het werktuigdraagraam uitgevoerd als disselgestel, dat in het bereik van het achterste, nabij het volgende hoofdloopwerk zich bevindende en van het opstopaggregaat voorziene 35 einde, een als steun- en lei-orgaan dienend en als flenswielstel 83 0 1 38 8 * i* 8 uitgevoerd enkelvoudig loopwerk heeft, en met het voorste, op het machinehoofdraam steunende respectievelijk draaibaar daarmee verbonden einde is uitgevoerd als in lengterichting van de machine lopende balkvormige lengtedrager. Deze uitvoering van de werkeen-5 heid komt op bijzondere wijze tegemoet aam de onderhavige machine gestelde werkings- en constructieve eisen. Door de uitvoering van het steun- en lei-orgaan als gebruikelijk flenswiel-stel zijn zodoende gunstige loopeigenschappen gewaarborgd en ook een grote lei- en ontsporingszekerheid van het werktuigdraagraam 10 in het hardstukbereik van wissels en kruisingen, zodat ook hoge rijsnelheden zonder moeilijkheden kunnen worden aangehouden bij overplaatsritten van de machine. Anderzijds wordt door de uitvoering van het voorste deel van het werktuigdraagraam als balkvormige lengtedrager, aan weerszijden daarvan voldoende vrije 15 ruimte verschaft voor het onderbrengen van de hefaandrijvingen van het spoorophef- en richtaggregaat, en het aanbrengen mogelijk gemaakt van de legerplaats voor de lengtedrager in het bereik tussen de zijdelingse langsliggers van het machinehoofdraam.
Verder is de uitvoering van het werktuigdraagraam als disselge-- 20 stel verbonden met gewichts- en materiaalbesparingen.
Met voordeel is volgens een verder kenmerk het opstopaggre-gaat aangebracht aan het bij voorkeur als disselgestel uitgevoerde werktuigdraagraam tussen het flenswielstel en het spoorophef- en richtaggregaat, waarbij het machinehoofdraam een in 25 lengterichting lopende uitsparing heeft voor het opnemen van de hoogteverstelaandrijving van het opstopaggregaat. Daardoor ontstaat een constructief eenvoudige, in elkaar grijpende aanbrenging van opstopaggregaat en machinehoofdraam bij een voldoende bewegingsvrijheid van het draagraam in zowel de lengte- als 30 in de dwarsrichting van de machine.
Volgens een verder voordelig kenmerk is het eveneens als disselgestel uitgevoerde werktuigraam van het met flenswiel richtrollen langs het spoor geleide spoorophef- en richtaggregaat via de spoorophef- en richtaandrijvingen verbonden met het 35 werktuigdraagraam, en met het voorste balkvormige einde draaibaar 8301388 e 9 verbonden met de lengtedrager van het werktuigdraagraam. De bij spooropstopmachines van gebruikelijke constructie reeds beproefde uitvoering van het spoorophef- en richtaggregaat als dissel-gestel blijkt voor een machine met de onderhavige constructie 5 bijzonder voordelig, omdat daardoor de beschikbare ruimte onder de lengtedrager van het werktuigdraagraam wordt benut voor het onderbrengen van het spoorophef- en richtaggregaat, en geen aanvullende zijdelingse constructieruimte nodig is.
Van voordeel is verder een uitvoeringsvariant, waarbij de 10 legerplaats voor de balkvormige lengtedrager van het werktuigdraagraam is uitgevoerd als rolgeleiding met althans een rond een horizontale, dwars op de lengterichting van de machine lopende as gelegerde rol, waarin de lengtedrager met zijdelingse speling ten opzichte van het machinehoofdraam is gelegerd, en 15 via een tussen het werktuigdraagraam en het machinehoofdraam aangebrachte verstelaandrijving in lengterichting van de machine verstelbaar is gelegerd. Deze constructief zeer eenvoudige uitvoering van de legerplaats waarborgt een wrijvingsarme verstel-baarheid in lengterichting en voldoende zijdelingse bewegings-„ 20 vrijheid van het werktuigdraagraam met betrekking tot het ma-chineho ofdraam·
Volgens een andere uitvoeringsvorm omvat de rolgeleiding twee, elk uit een tegen de onderzijde en een tegen de bovenzijde van de balkvormige lengtedrager aanliggende, aan weerszijden van 25 leiflenzen voorziene, aan het machinehoofdraam gelegerde rollen* bestaande rolparen, waarvan de lengte afstand althans overeenkomt met de verstelweg van de verstelaandrijving. Deze manier van legeren en steunen van het werktuigdraagraam aan het machinehoofdraam is in het bijzonder geschikt voor het ook overdragen 30 van betrekkelijk grote gewichts- en werkkrachten, in het bijzonder de bij grote spooropheffingen respectievelijk bij het opheffen van zware wisselonderdelen op het werktuigdraagraam werkzame hefkrachten.
Met voordeel is volgens een verder kenmerk de verstelaan-35 drijving met een in hoofdzaak met de totale hoogte van het werk- 8301388 10 tuigdraagraam overeenkomende vertikale afstand tot het spoorvlak in de lengterichting van de machine zich uitstrekkend aangebracht in het bereik boven het spoorophef- en richtaggregaat, en via een kruisscharnier verbinding verbonden met het werktuigdraagraam en 5 het machinehoofdraam. Deze uitvoering is gekenmerkt, doordat de verstelkrachten van de lengteverstelaandrijving direct boven de lengtedrager worden overgedragen op het werktuigdraagraam, zodat de legerplaats van de lengtedrager tijdens het verstellen geen noemenswaardige, aanvullende momentbelasting ondervindt.
10 Volgens een verdere uitvoering bedraagt de verstelweg van de verstelaandrijving voor een doorlopende voortbeweging zonder stilstand van de machine met het hoofdraam daarvan, bij een stapsgewijs voorttrekken van het disselvormige werktuigdraagraam met het opstopaggregaat van opstopplaats naar opstopplaats althans 15 het tweevoudige van de dwarsliggerafstand. Daardoor worden verzekerd, dat de doorlopende voortbeweging zonder stilstand van de machine ook niet behoeft te worden onderbroken wanneer het opstoppen, bij voorbeeld als gevolg van een sterk verkorst ballast-bed, meer tijd vergt dan gebruikelijk. Door de rijkelijke be-- 20 meting van de verstelweg staan voldoende tijdreserves ter be schikking om het opstoppen, bij voorbeeld ondanks het tweemalig insteken van de opstopwerktuigen, behoorlijk tot het einde te voeren, en vervolgens het werktuigdraagraam door middel van de verstelaandrijving in de overversnelling voort te bewegen tot 25 de volgende opstopplaats. Natuurlijk moeten eindschakelaars e.d. organen om veiligheidsredenen worden voorzien, welke organen bij een zeer lange opstopduur een tijdig stilzetten van de machine bewerkstelligen bij het bereiken van de achterste eindstand van het werktuigdraagraam. Een zodanig uitgevoerde machine voldoet 30 voor het eerst aan alle, in de praktijk te stellen eisen aan een productieve, eenvoudig te bedienen en voor een storingsvrije langdurige toepassing geschikte spooropstop-, waterpas- richt-machine met doorlopende voortbeweging zonder stilstand. Deze machine is in het bijzonder geschikt voor de bewerking van baan-35 vakken voor een hoge snelheid, waarbij door enkele spoorweg- 8301388 Λ 11 directies als aanvullende verplichting de voorwaarde wordt gesteld om het bedienend personeel niet bloot te stellen aan de fysische belasting van het voortdurend weer optrekken en afrem-men van een stapsgewijs van opstopplaats naar opstopplaats voort 5 te trekken machine·
Met voordeel is de zuigerbeweging van het als dubbel werkend, hydraulisch cilinder- zuigermechanisme uitgevoerde verstel-aandrijving via een klepinrichting e.d. synchroon en in een richting tegengesteld aan de doorlopende voortbeweging van de 10 machine respectievelijk het machinehoofdraam daarvan, te sturen. Voor deze hydraulische besturing van de onderlinge beweging tussen het machinehoofdraam en het werktuigdraagraam staan verschillende, ten dele bekende middelen ter beschikking van de constructeur· 15 Een dezer besturingsmogelijkheden bestaat er uit, dat de drukmiddel toevoer aan de als hydraulisch cilinder- zuigermechanisme uitgevoerde verstelaandrijving via een met de klepinrichting verbonden wegmeetinrichting regelbaar is in afhankelijkheid van de voortbewegingsweg van de machine tijdens elke opstop-. 20 behandeling· Deze soort van besturing van de onderlinge bewegingen tussen het werktuigdraagraam en het machinehoofdraam kenmerkt zich door de bijzondere eenvoudigheid, alsmede doordat bij spoor-bouwmachines reeds dikwijls beproefde wegmeetinrichtingen toepassing kunnen vinden· 25 Een andere uitvoeringsvariant is gekenmerkt, doordat de drukmiddel toevoer aan de als hydraulisch cilinder- zuigermechanisme uitgevoerde verstelaandrijving via een met de klepinrichting verbonden, de onderlinge verschuiving tussen het werktuigdraagraam en het machinehoofdraam registrerend meetorgaan, bij 30 voorbeeld een stangenveelhoek-potentiometer, regelbaar is. De directe meting van de onderlinge verschuiving tussen het werktuigdraagraam en het machinehoofdraam waarborgt een grote nauwkeurigheid van de besturing van de verstelaandrijving en zodoende het aanhouden van de centreerstand van de opstopaggregaten 35 niet betrekking tot de betreffende, onder te stoppen dwarsligger 8301388 fl 12 tijdens het gehele opstoppen.
Een verder alternatief voor de synchrone, ten opzichte van de doorlopende voortbeweging van de machine tegengestelde besturing van de verstelaandrijving bestaat er uit, dat de klep-5 inrichting is verbonden met een aan het werktuigdraagraam, in het bijzonder in het lengtemidden van het opstopaggregaat aangebrachte, met de spoorstaaf bevestigingsmiddelen, bij voorbeeld -schroeven samenwerkende en daarop te centreren, inductieve overdrager, die bij afwijkingen van de gecentreerde stand een de 10 drukmiddeltoevoer aan de als hydraulisch cilinder- zuigermecha-nisme uitgevoerde verstelaandrijving in afhankelijkheid van de richting van de afwijking vermeerderend respectievelijk verminderend stuursignaal afgeeft aan de klepinrichting. Ook voor deze uitvoering van de machine is geen aanvullende ontwikkelings-15 arbeid nodig, omdat met spoorstaaf bevestigingsmiddelen samenwerkende, inductieve overdragers bij spoorbouwmachines voor bij voorbeeld het automatisch sturen van het verrijden, reeds lang worden toegepast en in verschillende uitvoeringsvormen beschikbaar zijn.
20 Volgens een verdere uitvoering is aan het werktuigdraag raam tussen het opstopaggregaat en het spoorophef- en richtaggre-gaat, een met een waterpas- en respectievelijk of richtreferentie-stelsel van de machine samenwerkend, de werkelijke spoorligging registrerend tastmeetorgaan aangebracht, dat is aangevuld met 25 een de veranderlijke afstand van het tastmeetorgaan tot het achterste eindpunt van het referentiestelsel registrerend, en de betreffende meetwaarde overeenkomstig de afstand omrekenend correctie- respectievelijk rekendeel. Daardoor ontstaat de mogelijkheid om de machine uit te rusten met een gebruikelijk, met 30 het machinehoofdraam in de lengterichting van het spoor mee beweegbaar waterpas- en respectievelijk of richtreferentiestelsel, en de uit de onderlinge verschuiving van het werktuigdraagraam en het machinehoofdraam voortvloeiende veranderingen van de afstand tussen het tastmeetorgaan en het achterste eindpunt van 35 het referentiestelsel, alsmede de daarmee verbonden verandering- 83 0 1 38 8 13 en van de fout verkleiningsverhouding van het referentiestelsel, aangepast te vereffenen. Daarbij blijkt het voordelig, dat de fout verkleiningsverhouding bij toenemende nadering van het draagraam tot het achterste hoofdloopwerk van de machine, dat 5 wil zeggen in de voor de uiteindelijke spoorligging beslissende eindfase van het spooropheffen en richten, alsmede het opstoppen, steeds gunstiger waarden aanneemt.
Bij de laatst genoemde uitvoeringsvorm blijkt het bijzonder voordelig wanneer het correctie- respectievelijk rekendeel is 10 verbonden met de, de onderlinge verschuiving van het werktuig-draagraam en het machinehoofdraam registrerende stangenveelhoek-potentiometer. Daardoor kah de, de fout verkleiningsverhouding bepalende, veranderlijke afstand tussen het tastmeetorgaan en het achterste eindpunt van het referentiestelsel, nauwkeurig 15 worden geregistreerd, en als rekengrootheid worden gevoerd in het correctie- respectievelijk rekendeel.
Een bijzonder voordelige uitvoering bestaat er ten slotte uit, dat het disselvormige werktuigdraagraam met het flenswiel-stel en het direct daarvoor opgestelde opstopaggregaat zijn aan-- 20 gebracht in een naar boven omgebogen lengtegedeelte van het ma chinehoofdraam· Deze uitvoering maakt een ruimte sparende en de vereiste bewegingsvrijheid ten opzichte van het machinehoofdraam hebbend onderbrengen mogelijk van het met de werkaggregaten uitgeruste werktuigdraagraam, waarbij de mogelijkheid is gegeven 25 van een door geen enkel raamdeel belemmerd in* en uitbouwen van de gehele werkeenheid, bij voorbeeld in het geval van herstel of voor onderhoudswerkzaamheden. Bovendien ontstaan in het bijzonder bij een uitvoering met twee langsliggers van het machinehoofdraam, uitstekende zichtomstandigheden voor de bediener van 30 de machine.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: fig. 1 een schematisch zij-aanzicht is van de spooropstop-waterpas- richtmachine, 35 fig. 2 een schematisch zij-aanzicht is van een uitvoerings- 8301388 1*f variant van de machine, fig. 3 een schematisch zij-aanzicht is van de machine voor twee dwarsliggers, fig. een schematisch zij-aanzicht is van de scharnierbaar 5 uitgevoerde machine met in lengterichting op onderlinge afstand zich bevindende opstopaggregaten voor een enkele dwarsligger, fig. 5 een schematisch zij-aanzicht is van een voorkeursuitvoeringsvorm van de machine, fig. 6 een schematisch bovenaanzicht is van de machine 10 volgens fig. 5» waarbij het raam slechts gedeeltelijk is afge-beeld, fig. 7 een schematisch zij-aanzicht is van een uitvoerings-variant van het waterpas- en richtreferentiestelsel voor de machine volgens de fig. 5 en 6, 15 fig. 8 een schematisch zij-aanzicht is van een andere uit voeringsvorm van de machine, en fig. 9 een schematisch bovenaanzicht is van de machine volgens fig. 8.
De in fig. 1 afgebeelde spooropstop- waterpas- richtma-_ 20 chine 1 heeft een door middel van twee spoorstaafloopwerken 2, 3 op het uit spoorstaven 4, 5 en dwarsliggers 6 bestaande spoor verrijdbaar machinehoofdraam 7· De werkrichting van de machine 1 is aangeduid door de pijl 8.
De machine 1 is uitgerust met een optisch waterpas refe-25 rentiestelsel, dat per spoorstaaf respectievelijk 5 bestaat uit een op het op het niet gecorrigeerde spoor verrijdbare voorste spoorstaafloopwerk 2 steunende zender 9» en een op het op het reeds gecorrigeerde spoor verrijdbaar achterste spoorstaafloopwerk 3 steunende ontvanger 10. De bij voorbeeld op 30 grond van het infrarood of een laser werkende zender 9 zendt een stralenbundel 11 uit, waarvan de met een streepstippellijn afgebeelde optische as 12 is gericht op de ontvanger 10, en de rechte waterpas referentie vormt voor de betreffende spoorstaaf-streng k respectievelijk 5· 35 De machine 1 heeft verder een richtreferentiestelsel, dat 8301388 15 ia het geval van het uitvoeringsvoorbeeld bestaat uit een in hoofdzaak in het midden van het spoor lopend, met een streep dubbele stippellijn afgeheelde spandraad 13» waarvan het voorste einde is verbonden met een langs het niet gecorrigeerde spoor 5 geleid tastorgaan 1^, en waarvan het achterste einde is verbonden met een langs het reeds gecorrigeerde spoor geleid ander tastorgaan 15·
De werkaggregaten van de machine 1 zijn gemonteerd aan een in een naar boven omgebogen lengtegedeelte 16 van het machine-10 hoofdraam 7 aangebracht werktuigdraagraam 17» dat door middel van een als flenswielstel 18 uitgevoerd enkelvoudig loopwerk onafhankelijk van het machinehoofdraam 7 op het spoor steunt en wordt geleid, en via een in de lengterichting van de machine op afstand van het flenswielstel 18 zich bevindende legerplaats 19 15 draaibaar is verbonden met het hoofdraam 7· In het op afstand van het flenswielstel 18 zich bevindende voorste eindbereik van het werktuigdraagraam 17 is het spoorophef- en richtaggregaat 20 van de machine 1 aangebracht. Het met een wielflens richtrol 21 op elk der twee spoorstaven 4, 5 van het spoor geleide en per - 20 spoorstaaf met twee op onderlinge afstand zich bevindende hef- rollen 22 uitgeruste spoorophef- en richtaggregaat 20 is draaibaar verbonden met het werktuigdraagraam 17 via enerzijds de boven elke spoorstaaf aangebrachte hefaandrijvingen 23, en anderzijds de dwars op de lengterichting van de machine zich uit-25 strekkende zijdelingse richtaandrijvingen 2b.
De machine heeft per spoorstaaf b respectievelijk 5 een opstopaggregaat 25 voor een enkele dwarsligger, welk aggregaat op en neer beweegbaar is aangebracht in een doorgang 26 van de betreffende zijwand 27 van het werktuigdraagraam 17» en draai-30 baar is verbonden met een hoogteverstelaandrijving 28, die met het bovenste einde draaibaar is verbonden met een naar boven reikend uitsteeksel 29 van het werktuigdraagraam 17·
In het bereik tussen het opstopaggregaat 25 en het spoorophef- en richtaggregaat 20 is een zonder speling langs de twee 35 spoorstaven van het spoor geleid tastmeetorgaan 30 aangebracht 83 0 1 38 8
V V
16 voor het registreren van de werkelijke spoorligging in hoogte en zijdelings, met welk raeetorgaan per spoorstaaf k respectievelijk 3 een schakeerdiafragma 31 is verbonden, dat de door de optische as 12 gesymboliseerde zenderstraat onderbreekt, zodra 3 de betreffende spoorstaaf is opgeheven tot het nominale niveau. Via een aangepast stuursignaal van de ontvanger 10 wordt de hef-aandrijving 23 van het spoorophef- en richtaggregaat 20 op dat moment stilgezet. Het tastmeetorgaan 30 werkt op soortgelijke, hier niet nader verduidelijkte wijze ook samen met het door de 10 spandraad 13 belichaamde zijdelingse richtreferentiestelsel van de machine 1 voor het registreren van de betreffende afwijking tussen de werkelijke en de nominale doorbuiging van het spoor. Door de van het machinehoofdraam 7 onafhankelijke ondersteuning en geleiding van het werktuigdraagraam 17 op het spoor, volgen 15 de werkaggregaten automatisch nauwkeurig het betreffende hoogteen in het bijzonder zijdelingse verloop van het spoor.
De in fig. 2 afgebeelde spooropstop- waterpas- richtmachine 32 heeft een op spoorstaafloopwerken 33, 3^ steunend machinehoofdraam 35· De machine is uitgerust met een waterpasreferentie-20 stelsel, dat per spoorstaaf *l·, 3 een spandraad 36 omvat, waarvan het voorste einde door het spoorstaafloopwerk 33 langs het nog niet gecorrigeerde spoor, en waarvan het achterste einde door het spoorstaafloopwerk 3^ langs het reeds gecorrigeerde spoor wordt geleid. Bij deze machine 32 is het de werkaggregaten heb-25 bende werktuigdraagraam 37 uitgevoerd als disselgestel, dat in het bereik van het achterste, nabij het spoorstaafloopwerk 3^ zich bevindende einde, een als flenswielstel 38 uitgevoerd enkelvoudig loopwerk heeft, en in het voorste bereik is uitgevoerd als een in de lengterichting van de machine lopende, balkvormige 30 lengtedrager 39, die via een legerplaats *f0 kruisscharniervormig draaibaar is verbonden met het machinehoofdraam 35· Het spoorophef- en richtaggregaat *f1 van de machine 32 is eveneens uitgevoerd in de vorm van een disselgestel, waarvan het voorste balk vormige einde kZ via een legerplaats b3 kruisscharnier koppel-35 vormig draaibaar is verbonden met de lengtedrager 39· Met betrek- 8301388 17 king tot de werktuigaanbrenging en de aandrijvingen van het spoorophef- en richtaggregaat 41 bestaat overeenstemming met de uitvoering volgens fig. 1, evenals met betrekking tot de aanbrenging en uitvoering van de per spoorstaaf b,5 voorziene, in 5 hoogte verstelbare opstopaggregaten bb. In het bereik tussen de opstopaggregaten bb en het spoorophef- en richtaggregaat 41 is een op de twee spoorstaven het spoor zonder speling geleid tas-meetorgaan b5 aangebracht, waarmee per spoorstaaf b resp. 5 een bij voorbeeld als draaipotentiometer uitgevoerde meettaster ^6 10 is verbonden, die samenwerkt met het voor de betreffende spoorstaaf aangebrachte spandraad 36 van het waterpasreferentiestel-sel voor het registreren van het verschil tussen de werkelijke en nominale spoorhoogteligging. In het bereik boven het flens-wielstel 38 is een hef- en resp· of belastingaandrijving b7 15 draaibaar verbonden met het werktuigdraagraam 37» welke aandrijving met het bovenste einde draaibaar is verbonden met het machinehoofdraam 35· De aandrijving b7 maakt het mogelijk om het werktuigdraagraam 37 voor bij voorbeeld overplaatsritten van de machine 32 zodanig ver op te heffen, dat het flenswielstel 38, 20 de werktuigen van het spoorophef- en richtaggregaat b"\, alsmede het tastmeetorgaan b5 buiten aangrijping komen met de spoorstaven b, 5 van het spoor. Anderzijds kan via de aandrijving b7 tijdens de werkinzet van de machine 32, een deel van het machinegewicht als aanvullende vertikale belastingkracht op het werktuigdraag-25 raam 37 worden gebracht om de bij voorbeeld bij het opstoppen van een sterk verkorst ballastbed noodzakelijke grote indring-krachten van de opstopwerktuigen te waarborgen.
De uitvoering van het werktuigdraagraam 37 als langwerpig disselgestel geeft aan het draagraam een grote, in het bijzonder 30 zijdelingse bewegingsvrijheid ten opzichte van het machinehoofdraam 35, zoals dit in het bijzonder nodig is bij het opstoppen van wissels.
Fig. 3 toont een spooropstop- waterpas- richtmachine ^8 voor twee dwarsliggers, voorzien van een via spoorstaafloopwerken 35 b9, resp. 50 op het nog niet gecorrigeerde resp. op het reeds 8301388 18 gecorrigeerde spoor steunend, brugvormig machinehoofdraam 51·
De pijl 52 duidt de werkrichting aan van de in afhankelijkheid van het toepassingsdoel stapsgewijs of doorlopend zonder stilstand te verrijden machine ^+8. Als onderscheid met de hiervoor 5 beschreven uitvoeringsvoorbeelden is het als disselgestel uitgevoerde, en met een flenswielstel 53 afzonderlijk langs het spoor geleide werktuigdraagraam 5^ van de machine ^8, in lengterichting van de machine verstelbaar gelegerd aan de legerplaats 55 daarvan aan het machinehoofdraam 51· Hiertoe heeft de balkvormige lengte-10 drager 56 een gelijke dubbele T-vormige profieldoorsnede, en wordt de legerplaats 55 gevormd door draaibaar aan het machinehoofdraam 51 gelegerde leirollen 57» waarop de lengtedrager 56 met de bovenste flenzen 58 steunt. De lengteverstelling van het werktuigdraagraam ten opzichte van het machinehoofdraam 51 15 vindt plaats via een, als hydraulisch cilinder- zuigermechanisme uitgevoerde verstelaandrijving 59» die draaibaar is verbonden met het werktuigdraagraam 5^ en het machinehoofdraam 51· De met betrekking tot de werkrichting, te weten de pijl 52, voorste eindstand van het werktuigdraagraam 5^ met betrekking tot het ma-„ 20 chinehoofdraam 51 is met getrokken lijnen, en de achterste eind stand van het werktuigdraagraam is met stippellijnen weergegeven. Aan het werktuigdraagraam 5^ is per spoorstaaf ^f, 5 een dubbel opstopaggregaat 60 aangebracht voor het gelijktijdig onderstoppen van twee direct op elkaar volgende dwarsliggers 6, met de bijbe-25 horende hoogteverstelaandrijving 61. Het spoorophef- en richts-aggregaat 62 van de machine is enerzijds draaibaar verbonden met het werktuigdraagraam 5^ via de hef- en zijdelingse richtaan-drijvingen 63 resp. 6^, en anderzijds met de lengtedrager 56 via een in lengterichting verstelbaar stangenstelsel 65. De machine 30 kS is uitgerust met een duidelijkheidshalve slechts door een getrokken lijn aangeduid, samengesteld waterpas- en richtreferen-tiestelsel 66, dat op de plaats 67 in meeneemverbinding staat met het draagraam 5^· Het als stangenstelsel uitgevoerde refe-rentiestelsel 66 strekt zich uit tussen een voorste, langs het 35 niet gecorrigeerde spoor geleid, en een achterste, langs het 8301388 £ 19 gecorrigeerde spoor geleid, in de tekening niet te zien tast-orgaan en beweegt onafhankelijk van het machinehoofdraam 51 net het werktuigdraagraam 5k nee in lengterichting van het spoor. Derhalve zijn voor elke stand van het werktuigdraagraam 5^ net 5 betrekking tot het machinehoofdraam 51 de zelfde afstandsverhoudingen en meetomstandigheden gewaarborgd voor de met het referentiestelsel 66 samenwerkende, de werkelijke spoorligging registrerende organen, alsmede een gelijke fout verkleinings-verhouding.
10 De verstelbaarheid in lengterichting van het werktuigdraag raam 5^ tea opzichte van het machinehoofdraam 51 maakt enerzijds de keuze-instelling mogelijk van een vooraf bepaalde, op de gewenste resp. vereiste mate van opheffen van het te corrigeren spoor afgestemde as-afstand tussen het flenswielstel 53 en het 15 daarop volgende spoorstaafloopwerk 50 van de machine. Bij hoge spooropheffingen moet deze afstand overeenkomstig de met een streeplijn weergegeven afbeelding van het werktuigdraagraam zo klein mogelijk worden gehouden om het lengtebereik van het spoor tussen het voorste spoorstaafloopwerk en het spoorophef- en , 20 richtaggregaat 62, waarover het spoor vanuit het oorspronkelijke niveau tot in de nominale hoogteligging wordt opgeheven en daarbij dienovereenkomstig wordt vervormd, zo groot mogelijk te houden om een bovenmatige belasting en blijvende vervorming van de spoorstaven door het opheffen te voorkomen. Bij sporen, die 25 slechts een kleine of zoals gebruikelijk bij baanvakken voor het snel rijden, helemaal geen opheffing behoeven, kan de asafstand tussen het flenswielstel 53 en het daarop volgende spoorstaafloopwerk 50 dienovereenkomstig groter worden gehouden.
In de eerste plaats maakt de verstelbaarheid in lengte-30 richting van het werktuigdraagraam 5^ ten opzichte van het machinehoofdraam 51 echter een doorlopende voortbeweging zonder stilstand van de machine k8 resp. het hoofdraam 51 daarvan tijdens het opstoppen mogelijk. Daarbij blijft het werktuigdraagraam 5^ overeenkomstig de getrokken afbeelding met de op de be-35 treffende, onder te stoppen, direct naburige twee dwarsliggers 6 8301388
• «. V
20 gecentreerde dubbele opstopaggregaten 6θ tijdens het opstoppen op de zelfde plaats, terwijl het raachinehoofdraam 51 met de door de leirollen 57 gevormde legerplaats 55 voor de lengte-drager 56 doorlopend verder voortbeweegt in de richting van de 5 pijl 52. In de zelfde mate wordt ook de zuiger 68 van de verstel-aandrijving 59 uitgedrukt. Na het bereiken van de gewenste ballast verdichtingsgraad onder de onder te stoppen twee dwarsliggers 6, worden de opstopaggregaten 60 door middel van de hoogteverstelaandrijvingen 61 omhoog bewogen en direct daarna 10 door de als dubbel werkend hydraulisch cilinder-zuigermechanisme uitgevoerde verstelaandrijving 59 met druk belast in de door de pijl 69 veraanschouwelijkte bewegingsrichting. Het werktuig-draagraam 5^ wordt dan met een betrekkelijk hogere snelheid in de mate van in hoofdzaak drie dwarsliggerafstanden vooruit be-15 worden totdat de opstopaggregaten 60 zich in de centreerstand bevinden met betrekking tot de volgende, onder te stoppen, in de werkrichting vooruit liggende twee dwarsliggers 6. Daarna herhaalt de reeds beschreven werkkringloop zich. De stuurtechnische middelen voor de beschreven bewegingsverlopen worden in samen-, 20 hang met de fig. 5 en 6 nog nader beschreven.
Fig. ^ toont een scharniervormig uitgevoerde spooropstop-waterpas- richtmachine 70, waarvan het aan de einden op spoorstaaf loop werk en 71» 72 steunende machineraam bestaat uit twee via een scharnierleger 73 draaibaar met elkaar verbonden en in 25 het bereik van het scharnierleger 73 óp een draaigestel 7^ steunende hoofdramen 75 en 76. De pijl 77 duidt de werkrichting van de machine 70 aan. Het voorste -hoofdraam 75 met de daaraan aangebrachte werkaggregaten, te weten het spoorophef- en richt-aggregaat 78, het tastmeetorgaan 79 en het opstopaggregaat 80, 30 komt in hoofdzaak overeen met het constructieve grondontwerp van een gebruikelijke spooropstopmachine voor een enkele dwarsligger. Met het achterste, als langwerpige rugdrager uitgevoerde ma-chinehoofdraam 76 is een als disselgestel uitgevoerd werktuig-draagraam 81 draaibaar, alsmede in de lengterichting van de ma-35 chine verstelbaar verbonden. Voor dit doel is aan het vrije 83 0 1 38 8 21 einde van de lengtedrager 82 van het werktuigdraagraam 81 een rol 83 gelegerd, die steunt op een lengtegeleiding 8½ van het raachinehoofdraam 76. Het werktuigdraagraam 81 en het machine-hoofdraam 76 zijn via een draaibaar op elk daarvan aangesloten 5 lengteverstelaandrijving 85 met elkaar verbonden. Aan het door middel van een flenswielstel 86 afzonderlijk langs het spoor geleid werktuigdraagraam 81 zijn een spoorophef- en richtaggre-gaat 87, een zonder speling langs de twee spoorstaven 4, 5 van het spoor geleid tasmeetorgaan 88, alsmede per spoorstaaf een 10 opstopaggregaat 89 voor een enkele dwarsligger aangebracht.
De machine 70 is voorzien van een waterpasreferentiestel-sel, dat per spoorstaaf *l·, 5 bestaat uit een spandraad, die met het voorste einde via het spoorstaafloopwerk 71 langs het nog niet gecorrigeerde spoor wordt geleid, in het bereik van het 15 scharnierleger 93 steunt op een ander tastorgaan 91» en met het achterste einde via het spoorstaafloopwerk 72 wordt geleid langs het reeds gecorrigeerde spoor..Met de tasmeetorganen 79 resp. 88 verbonden, bij voorbeeld als draaipotentiometer uitgevoerde meettasters 92 resp. 93 werken op bekende wijze samen met .. 20 spandraden 90 van het waterpasreferentiestelsel voor het bepalen van de werkelijke en nominale hoogtestand verschillen van het spoor in het bereik van de werkaggregaten 87» 80 resp. 87, 89 van de machine 70.
De machine 70 is verder voorzien van een zijdelings richt-25 referentiestelsel, dat bestaat uit een in hoofdzaak in de as van het spoor lopende, met streep subbele stippellijnen afgebeelde spandraad 9^» die zich uitstrekt vanaf een voorste, langs het niet gecorrigeerde spoor geleid tastorgaan 93 tot aan een achterste, langs het gecorrigeerde spoor geleid tastorgaan 96, en waar-30 mee aan de tasmeetorganen worden ingezet als opstopmachine voor een enkele dwarsligger met stapsgewijze voortbeweging van op-stopplaats naar opstopplaats of onder benutting van alleen de werkaggregaten 87 en 89 en de verstelaandrijving 85 als opstopmachine voor een enkele dwarsligger met doorlopende voortbe-35 weging zonder stilstand van het uit de twee machinehoofdramen 8301388 22 75 en 76 bestaande onderstelraam daarvan. Verder kan de machine onder toepassing van alle werkaggregaten 78, 80 en 87» 89 volgens de tandemwerkwi3ze worden bedreven, waarbij eerst de opstop-aggregaten 80 worden gecentreerd ten opzichte van de betreffen-5 de onder te stoppen dwarsligger, en dan de opstopaggregaten 89 door middel van de verstelaandrijving 85 in de centreerstand worden gebracht ten opzichte van de door hun onder te stoppen dwarsligger. Op deze wijze is de gelijktijdige toepassing van de stopaggregaten 80 en 89 ook mogelijk bij onregelmatige dwars-10 ligger afstanden. Deze werkwijze maakt een betrekkelijk grote totale opheffing mogelijk van het spoor in twee op elkaar volgende heffasen door middel van de twee spoorophef- en richtaggre-gaten 78 en 87.
Uit de fig. 5 en é is een voorkeursuitvoeringsvorm te zien 15 van de spooropstop- waterpas- richtmachine 97· Deze heeft een met spoorstaafloopwerken 98, 99 op het uit de spoorstaven 100, 101 en dwarsliggers 102 bestaande spoor verrijdbaar machinehoofd-raam 103. De machine is uitgerust met een op het spoorstaafloop-werk 98 werkende rij-aandrijving 10*l·, en de werkrichting is aan-. 20 geduid door de pijl 105. Aan het machinehoofdraam 103 zijn twee bedieningscabines 106, 107 aangebracht, alsmede de aandrijf- en energie voorzieningsinrichtingen 108. De werkaggregaten van de machine 97 zijn gemeenschappelijk aangebracht aan een als dissel-gestel uitgevoerd werktuigdraagraam 109, dat enerzijds met een 25 flenswielstel 110 steunt op het spoor, en anderzijds met de balk-vormige lengtedrager 111 daarvan via een legerplaats 112 aan het machinehoofdraam 103. De legerplaats 112 is uitgevoerd als rol-geleiding, die twee tegen de onderzijde en twee tegen de bovenzijde van de lengtedrager 111 aanliggende, aan weerszijden van 30 leiflenzen 113 voorziene, draaibaar aan het machinehoofdraam 103 gelegerde rollen 11½ omvat. Een zijdelingse speling tussen de lengtedrager 111 en de leiflenzen 113 van de rollen 11½ maakt een begrensde zijdelingse draaibaarheid mogelijk van het werktuigdraagraam 109 rond de legerplaats 112. Het werktuigdraagraam 35 109 en het machinehoofdraam 103 zijn via een boven de lengte- 83 0 1 38 8 23 drager 111 aangebrachte, als dubbel werkend, hydraulisch cilinder- zuigermechanisme uitgevoerde verstelaandrijving 115 draaibaar met elkaar verbonden. Het spoorophef- en richtaggre-gaat 116 van de machine 97 heeft een met wielflens richtrollen 5 117 langs het spoor geleid en met onder de kop naar binnen draai bare hefrollen 118 uitgerust, in de vorm van een disselgestel uitgevoerd werktuigraam 1191 dat met het voorste balkvormige einde 120 draaibaar is verbonden met de lengtedrager 111 van het werktuigdraagraam 109. Het werktuigraam 119 is verder via 10 de hefaandrijvingen 121 en zijdelingse richtaandrijvingen 122 van het spoorophef- en richtaggregaat 116 draaibaar verbonden met het werktuigdraagraam 109. Aan het werktuigdraagraam 109 is per spoorstaaf 100, 101 een via een hoogte verstelaandrijving 123 op en neer beweegbaar opstopaggregaat 124 aangebracht. Voor 15 het opnemen van de hoogteverstelaandrijving 123 heeft het uit twee naar boven omgebogen langsliggers 125 bestaande machine-hoofdraam 103 een in lengterichting lopende, door streeplijnen aangeduide uitsparing 126*
De machine 97 is uitgerust met een waterpasreferentiestel-. 20 sel, dat per spoorstaaf een spandraad 127 omvat, waarvan het voorste einde via een tastorgaan 128 langs het niet gecorrigeerde spoor, en waarvan het achterste einde via een tastorgaan 129 langs het gecorrigeerde spoor wordt geleid. In het bereik tussen de opstopaggregaten 124 en het spoorophef- en richtaggregaat 116 25 is een zonder speling langs het spoor geleid tastmeetorgaan 130 voorzien, waarmee per spoorstaaf een bij voorbeeld als draai-potentiometer uitgevoerde meettaster 131 is verbonden, die samenwerkt met de bijbehorende spandraad 127 van het waterpas-referentiestelsel voor het bepalen van het verschil in werkelijke 30 en nominale hoogtestand van het spoor. Een voor de machine 97 geschikt zijdelings richtreferentiestelsel wordt in samenhang met fig. 7 nog nader beschreven.
De machine 97 is uitgerust met verschillende hulpinrichting-en, die een automatische besturing van de verschillende beweging-35 en bij een doorlopende voortbeweging zonder stilstand van de 83 0 1 38 8 24 machine met het hoofdraam 103 daarvan, en een stapsgewijs voorttrekken van het werktuigdraagraam 109 net het opstopaggregaat 124 van opstopplaats naar opstopplaats, mogelijk maken. Deze hulp-inrichtingen omvatten een in de bedienerscabine 107 aangebracht 5 stuurtoestel 132, dat via een leiding 133 is verbonden met de aandrijf- en energie voorzieningsinrichtingen 108, en een klep-inrichting 134 bevat, via welke de als hydraulisch cilinder-zuigermechanisme uitgevoerde verstelaandrijving 115 via een leiding 135 naar keuze in beide bewegingsrichtingen met druk kan 10 worden belast. De besturing van deze klepinrichting 134 in afhankelijkheid van de voortbeweging van de machine kan ook plaatsvinden met behulp van drie verschillende hulptoestellen, die volledigheidshalve in het geheel in fig. 5 zijn afgebeeld. Eén van deze toestellen is een constructief met het tastorgaan 129 15 verenigde wegmeetinrichting 136, die per wegeenheid, bij voorbeeld per centimeter, van de door de machine afgelegde voortbewegings-weg, een stuurimpuls geeft aan de klepinrichting 134, die de drukmiddel toevoer naar de in fig. 5 rechter cilinderkamer van de verstelaandrijving 115 synchroon en tegengesteld aan de voort-. 20 beweging van de machine regelt, zodat het werktuigdraagraam 109 met de opstopaggregaten 124 tot aan het beëindigen van het opstoppen ter plaatse blijft in de centreerstand ten opzichte van de onder te stoppen dwarsligger. Op het moment van het naar boven bewegen van de opstopaggregaten 124 wordt de klepinrichting 134, 25 bij voorbeeld met behulp van eindschakelaars, overgeschakeld, en wordt de in fig. 5 linker cilinderkamer van de verstelaandrijving 115 met druk belast en het werktuigdraagraam 109 in· de overver-snelling naar voren gereden, totdat de opstopaggregaten 124 zich in de centreerstand bevinden met betrekking tot de volgende 30 onder te stoppen dwarsligger. Met het naar beneden bewegen van de opstopaggregaten 124 wordt tevens de wegmeetinrichting 136 op nul gesteld, waarna een nieuwe werkkringloop begint.
De zelfde bewegingsloop ontstaat bij toepassing van een de onderlinge verschuiving tussen het werktuigdraagraam 109 en het 35 machinehoofdraam 103 registrerend meetorgaan, dat in het geval 8301388 25 van het uitvoeringsvoorbeeld is uitgevoerd als stangenveelhoek-potentiometer 137. In dit geval vindt de besturing van de zuiger-beweging van de verstelaandrijving 115 evenredig plaats met de verstelbeweging respectievelijk de als analoog signaal aanwe-5 zige uitgangsspanning van de stangenveelhoekpotentiometer 137·
Een derde mogelijkheid voor het besturen van de klep-inrichting 134 bestaat uit het aanbrengen van een met de spoorstaaf bevestigingsmiddelen, bij voorbeeld -schroeven 138 samenwerkende, inductieve overdrager 139 aan het werktuigdraagraam 10 109 in hoofdzaak in het lengtemidden van het opstopaggregaat 124.
Deze overdrager 139 gedraagt zich neutraal, zolang de centreer-stand ten opzichte van de betreffende spoorstaaf bevestigings-schroef 138 resp. ten opzichte van de betreffende, onder te stoppen dwarsligger aanwezig is· Bij afwijkingen uit de centreer-15 stand geeft de inductieve overdrager 139 aan de klepinrichting 134 een de drukmiddeltoevoer naar de verstelaandrijving 115 in afhankelijkheid van de richting van de afwijking vermeerderend resp. verminderend stuursignaal af. Zodoende blijft het opstopaggregaat 124 evenals bij de twee hiervoor beschreven gevallen „ 20 tot aan het beëindigen van het opstoppen in de centreerstand ten opzichte van de onder te stoppen dwarsligger.
Ten slotte bestaat ook nog de mogelijkheid om het werktuigdraagraam 109 door het afremmen van het flenswielstel 110 en het gelijktijdig drukloos sturen van de verstelaandrijving 115 tijd-25 ens het opstoppen vast te leggen aan het spoor.
Zoals zondermeer blijkt uit fig. 5i veranderen de afstandsverhoudingen en zodoende de fout verkleiningsverhouding van het waterpasreferentiestelsel tijdens het opstoppen en het doorlopend vooruitrijden van de machine. In de met getrokken lijnen 30 weergegeven voorste eindstand van het werktuigdraagraam 109 bevindt de met het tastmeetorgaan 130 verbonden meettaster 131 zich op een betrekkelijk grote afstand A tot het achterste referentie-eindpunt 140 van de spandraad 127. Daaruit ontstaat met betrekking tot de totale lengte 1 van de spandraad 127 een 35 fout verkleiningsverhouding van a/1. In de met streep stippel- 8301388 26 lijnen weergegeven achterste eindstand van het werktuigdraag-raam 109 is de afstand van de meettaster 131 tot het referentie-eeindpunt 1^f0 verkleind tot het bedrag b, zodat een verbeterde fout verkleiningsverhouding b/1 ontstaat. Dit betekent, dat de 5 fout verkleiningsverhouding tegen het einde van het opstoppen, dat wil zeggen ten tijde van het uiteindelijke vastleggen van de gecorrigeerde nieuwe spoorstand, de beste waarde aanneemt. Overigens is het nodig om meettechnisch rekening te houden met deze afstandsveranderingen. Voor dit doel is het stuurtoestel 10 132 voorzien van een correctie- resp. rekendeel 1^1, dat enerzijds via een leiding 1^2 is verbonden met de meettaster 131» en anderzijds met de we'gmeetinrichting 136 of de stangenveelhoekpotentio-meter 137» en dat de invloed van de verschillende afstanden a-b op het waterpas resultaat, vereffent.
13 Fig. 7 toont schematisch een samengesteld waterpas- richt- referentiestelsel 1^3, dat bij voorbeeld geschikt is om te worden aangebracht in een spooropstop- waterpas- richtmachine 97» zoals weergegeven in de fig. 5 en 6. Het bijzondere van dit waterpas-richt- referentiestelsel 1^3 bestaat er uit, dat het onafhanke-20 lijk van het machinehoofdraam in de lengterichting van het spoor stapsgewijs van opstopplaats naar opstopplaats met het de werk-aggregaten hebbende werktuigdraagraam 109 wordt meebewogen, zoals veraanschouwelijkt door de pijlen iMf. Voor dit doel is als rechte richtreferentielijn een in hoofdzaak in het midden boven 25 de spooras aangebracht stangenstelsel 1^5 aanwezig, dat zich uitstrekt vanaf een langs het niet gecorrigeerde spoor geleid, voorste tastorgaan 1^6 tot een langs het gecorrigeerde spoor geleid achterste tastorgaan 1^7, en dat via een koppeldeel 1^8 is verbonden met het werktuigdraagraam 109. Dit koppeldeel, dat 30 bij voorbeeld aangrijpt op het flenswielstel 110 van het werktuigdraagraam 109, is zodanig uitgevoerd, dat het wel is waar het meenemen waarborgt van het stangenstelsel 1^5 in de lengterichting van het spoor, maar de vrije beweegelijkheid van het stangenstelsel in de richting dwars op de spooras niet belemmert. 35 Als rechte waterpas referentielijn is per spoorstaaf 100, 101 8301388 27 en daarboven een tussen de tastorganen 1^6 en 1^7 zich uitstrekkende spandraad 1^9 voorzien* Het bij het werktuigdraagraam 109 behorende tastmeetorgaan 130 werkt samen met het waterpas-richt- referentiestelsel 1^3 voor het bepalen van de hoogte- en 5 zijdelingse verschillen tussen de werkelijke en nominale spoor-ligging. Het heeft voor dit doel per spoorstaaf 100, 101 een bij voorbeeld als draaipotentiometer uitgevoerde meettaster 150, die samenwerkt met de bij de betreffende spoorstaaf behorende spandraad 1^9* Sen andere, aan het tastmeetorgaan 130 boven het 10 spoormidden aangebrachte meettaster 151 werkt samen met het stangenstelsel 1^5 voor het registreren van de verschillen tussen de werkelijke en nominale doorbuigingen van het spoor. Bij dit waterpas- richt- referentiestelsel 1^3 ontstaat een gelijke fout verkleiningsverhouding c/L, zodat het aanbrengen van een 15 correctie, resp. rekendeel 14-1 overbodig is.
Uit de fig. 8 en 9 is een spooropstop- waterpas- en richt-machine 152 te zien, die een met spoorstaafloopwerken 153»15^ op het uit spoorstaven 155» 156 en dwarsliggers 157 bestaande spoor verrijdbare machinehoofdraam 158 heeft, dat via dit koppel-„ 20 scharnier 166 is een als disselgestel uitgevoerd werktuigdraag raam 1ö7 van een zware constructie met een aangebouwde bedieners-cabine 168, kruisscharniervormig draaibaar alsmede in de lengterichting van de machine verstelbaar verbonden. Het werktuigdraagraam 167 is met het op afstand van de legerplaats 164- zich be-25 vindende achterste einde via een flenswielstel Ί69 afzonderlijk gesteund en geleid op het spoor. Aan het werktuigdraagraam 167 is per spoorstaaf 155 resp. 156 een via een hoogteverstelaan-drijving 170 op en neer beweegbaar opstopaggregaat 171 aangebracht. De balkvorraige lengtedrager 172 van het disselvormige 30 werktuigdraagraam 167 bestaat in het onderhavige geval uit een hydraulische; cilinder- zuigereenheid, die de verstelaandrijving 173 vormt voor de lengteverstelling van het draagraam ten opzichte van het machinehoofdraam 158. De zuigerstang 17^ van de verstelaandrijving 173 is aangesloten aan het koppelscharnier 35 166.
8301388 28
Het met wielflens richtrollen 175 en hefrollen 176 uitgeruste spoorophef- en richtaggregaat 177 is draaibaar verbonden met het werktuigdraagraam 167 via enerzijds de hef- en richt-aandrijvingen 179 resp. 18Ο, en anderzijds met het balkvormige 5 einde 181.
De machine 152 is voorzien van een optisch waterpasreferen-tiestelsel 182, dat per spoorstaaf 155» 156 bestaat uit een via het voorste spoorstaafloopwerk 153 langs het nog niet gecorrigeerde spoor geleide zender 183» bij voorbeeld gegrond op infra-10 rode of laserstraling, en een via het flenswielstel 169 op het reeds gecorrigeerde spoor steunende ontvanger 18^, alsmede een met de zenderstraat 185 samenwerkend schakeerdiafragma 186, dat via een stangenstelsel 187 steunt op een langs het spoor geleid tastmeetorgaan 188.
15 De machine 152 is verder voorzien van een richtreferentie- stelsel 189, dat in het onderhavige geval is uitgevoerd als stangenstelsel 190, waarvan het voorste einde is verbonden met een langs het niet gecorrigeerde spoor geleid tastorgaan 191» en waarvan het achterste einde is verbonden met een langs het „ 20 reeds gecorrigeerde spoor geleid tastorgaan 192, in elk geval boven het spoormidden. Het tastorgaan 192 staat via een paralel-logram geleiding 193 in meeneemverbinding met het werktuigdraagraam 167. Met het tastmeetorgaan 188 resp. het stangenstelsel 187 is een bij voorbeeld als draaipotentiometer uitgevoerde 25 meettaster 19^ verbonden, die met een gaffelarm 19^ op bekende wijze samenwerkt met het stangenstelsel 190 van het richtrefe-rentiestelsel Ί89 voor het registreren van het verschil tussen de nominale en werkelijke doorbuiging van het spoor in het bereik van het spoorophef- en richtaggregaat 177· 30 Uit fig. 9 blijkt aanschouwelijk het automatisch nakomen en instellen van het werktuigdraagraam 167 en de daarmee verbonden werkaggregaten volgens het lengteverloop van het spoor.
Het draagraam 167 volgt onafhankelijk van het machinehoofdraam 158 het bochtverloop van het spoor, zodat de werktuigen van de 35 opstopaggregaten 171 en van het spoorophef- en richtaggregaat 83 0 1 38 8 29 177 zich altijd in de juiste zijdelingse stand bevinden ten opzichte van de betreffende spoorstaaf 155 resp. 156.
De machine 152 maakt vier verschillende soorten bedrijf mogelijk. Volgens de eerste bedrijfssoort kan de machine bij het 5 geblokkeerd zijn van de verstelaandrijving 173 worden bedreven als gebruikelijke spooropstopmachine met stapsgewijze voortbeweging van zowel het machinehoofdraam 158 als van het werktuig-draagraam 167 van opstopplaats naar opstopplaats, overeenkomstig de pijlen 163 en I96. Als tweede bedrijfsvariant komt een door-10 lopende voortbeweging zonder stilstand van het machinehoofdraam 15S overeenkomstig de pijl 162 in aanmerking bij een stapsgewijs voortbewegen van het werktuigdraagraam 167 overeenkomstig de pijlen 196. Hiertoe is één van de reeds beschreven inrichtingen nodig voor het sturen van de verstelaandrijving 173· De 15 derde variant voorziet de inzet als gebruikelijke opstopmachine voor betrekkelijk grote spooropheffingen, waarbij de afstand tussen het achterste spoorstaafloopwerk 15^ en het flenswielstel 1Ö9 van de machine 152 door een aangepast ver uitdrukken van de zuigerstang 17^· van de verstelaandrijving 173 wordt vergroot. De 20 vierde bedrijfsvariant heeft betrekking op de overplaatsrit van de machine, waarbij voor een goede loop door de bocht de as-af-standen moeten worden verkleind, hetgeen wordt bereikt door het volledig intrekken van de zuigerstang 19^ van de verstelaandri jving 173· 25 Het is duidelijk, dat veranderingen en verbeteringen kunnen worden aangebracht zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
8301388

Claims (15)

1. Verrijdbare spooropstopmachine, in het bijzonder spoor-opstop- waterpas- en richtmachine, voorzien van twee draaibaar met elkaar verbonden en op loopwerken steunende onderstelramen, 5 en van althans een daaraan aangebracht opstopaggregaat, met het kenmerk, dat het tussen twee van de voor het steunen van de twee ramen voorziene, op onderlinge afstand zich bevindende loopwerken aangebrachte opstopaggregaat (25; bb\ 60; 89; 12*4·; 171. is aangebracht aan het ene, als werktuigdraagraam (17; 37; 10 3b\ 81; 109» 167) uitgevoerde raam, dat voor het als vrije lei-as uitvoeren van het als steun- en lei-orgaan dienende loopwerk draaibaar is verbonden (fig. 1-9) met het andere,als machine-hoofdraam (7; 35; 51; 76; 105; 158) uitgevoerde raam.
2. Machine volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het 15 opstopaggregaat (25; bb; 60; 89; 12^) is aangebracht aan het tussen op onderlinge afstand zich bevindende hoofdloopwerken van het machinehoofdraam aangebracht, afzonderlijk langs het spoor geleid en in lengterichting van het spoor met het machinehoofdraam mee beweegbaar werktuigdraagraam, en aan een, via een aan-- 20 drijving in hoogte verstelbare werktuigdrager gelegerde, via bijstel- en trilaandrijvingen in paren ten opzichte van elkaar verstelbare en te trillen, in de ballast te steken opstopwerk-tuigen heeft, waarbij het werktuigdraagraam (17; 37; 5^; 81; 109) is uitgevoerd voor het steunen via enerzijds het als vrije lei-25 as uitgevoerde steun- en lei-orgaan op het spoor, en via anderzijds een op afstand van het steun- en lei-orgaan in de lengterichting van de machine zich bevindende legerplaats (19; ^0; 55; 112) asm. het machinehoofdraam (7; 35» 51; 76; 103)» en het opstopaggregaat, alsmede een van hef- en richtaandrijvingen voor-30 zien spoorophef- en richtaggregaat (20; ^+1; 62; 87; 116) samen met de aandrijvingen daarvan, met het werktuigdraagraam zijn verbonden tot een gemeenschappelijke, nabij het direkt daarop volgende hoofdloopwerk van het machinehoofdraam zich bevindende werkeenheid (fig. 1-6). 35 3· Machine volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat 8301388 ♦ het werktuigdraagraam (47; 54; 81; 109; 167) in het bereik van het voorste, op afstand van het steun- en lei-orgaan zich bevindende einde draaibaar, in het bijzonder via een kruisscharnier-koppeling is gelegerd aan het machinehoofdraam (35; 515 76; 103; 5 158) (fig. 2-9).
4. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het werktuigdraagraam (54; 81; 109; 167) in lengterichting van de machine bij voorkeur via een aandrijving (39; 85; 115; 173) verstelbaar is aangebracht aan de legerplaats (55; 112; 10 16*0 aan het machinehoofdraam (51; 76; 103; 158) (fig. 3-9).
5. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het werktuigdraagraam (37; 54; 81; 109) is uitgevoerd als disselgestel, dat in het bereik van het achterste, dicht achter het hoofdloopwerk (34; 50; 72; 99) zich bevindende 15 en het opstopaggregaat (44; 60; 89; 124) hebbende einde, een als steun- en lei-orgaan dienend en als flenswielstel (38; 53; 86; 110. uitgevoerd enkelvoudig loopwerk heeft, en met het voorste, op het machinehoofdraam (35; 51; 76; 103) steunende resp. draaibaar daarmee verbonden einde is uitgevoerd als in lengterichting 20 van de machine zich uitstrekkende balkvormige lengtedrager C39? 56; 82; 111) (fig. 2-6).
6. Machine volgens een. der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het opstopaggregaat (124) is aangebracht aan het bij voorkeur als disselgestel uitgevoerde werktuigdraagraam (109) 25 tussen het flenswielstel (110) en het spoorophef- en richt-aggregaat (116), waarbij het machinehoofdraam (103) een in lengterichting lopende uitsparing (126) heeft voor het opnemen van de hoogte verstelaandrijving (123) van het opstopaggregaat (fig. 5» 6). 30 7· Machine volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk, dat het tevens als disselgestel uitgevoerde werktuigraam (119) van het met wielflens richtrollen (117) langs het spoor geleide spoorophef- en richtaggregaat (116) via de spoorophef- en richt-aandrijvingen (121, 122) is verbonden met het werktuigdraagraam 35 (109)i en· met het voorste balkvormige einde (120) draaibaar is 8301388 t a O verbonden met de lengtedrager (111) van het werktuigdraagraam.
8. Machine volgens conclusie 6 of 7» met het kenmerk, dat de legerplaats (112) voor de balkvormige lengtedrager (111) van het werktuigdraagraam (109) is uitgevoerd als rolgeleiding met 5 althans een rond een horizontale, dwars op de lengterichting van de machine lopende as gelegerde rol (114), waarin de lengtedrager met zijdelingse speling ten opzichte van het machinehoofd-raam (103) is gelegerd, en via een tussen het werktuigdraagraam en het machinehoofdraam aangebrachte verstelaandrijving (115) 10 in lengterichting van de machine verstelbaar is.
9. Machine volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de rolgeleiding twee, elk uit een tegen de onderzijde en een tegen de bovenzijde van de balkvormige lengtedrager (111) aanliggende, aan weerszijden van leiflenzen (113) voorziene, aan het machine- 15 hoofdraam (103) gelegerde rol (11*0 bestaande rolparen omvat, waarvan de lengte afstand althans overeenkomt met de verstelweg van de verstelaandrijving (115)·
10. Machine volgens een der conclusies *t-9, met het kenmerk, dat de verstelaandrijving (115) in het bereik boven het , 20 spoorophef- en richtaggregaat (116) met een in hoofdzaak met de totale hoogte van het werktuigdraagraam (109) overeenkonende vertikale afstand tot het spoorvlak in lengterichting van de machine zich uitstrekkend is aangebracht, en via een kruis-scharnierkoppeling draaibaar is verbonden met het werktuigraam 25 en het machinehoofdraam (103).
11. Machine volgens een der conclusies ^-10, met het kenmerk, dat de verstelweg van de verstelaandrijving (59 5 85; 115; 173) voor een doorlopende voortbeweging zonder stilstand van de machine (^8; 70; 97; 152) met het hoofdraam (51; 76; 103; 158) 30 daarvan bij een stapsgewijs voorttrekken van het disselvormige werktuigdraagraam (5^·; 81; 109; 167) met het opstopaggregaat (60; 89; 12^; 171) van opstopplaats naar opstopplaats, ten minste het tweevoudige bedraagt van de dwarsligger afstand (fig. *f-9).
12. Machine volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat 8301388 de zuigerbeweging van de als dubbel werkend, hydraulisch cilinder- zuigermechanisrae uitgevoerde verstelaandrijving (59> 85; 115» 173) via een klepinrichting 034) e.d. synchroon en tegengesteld aan de doorlopende voortbeweging van de machine 5 resp. het machinehoofdraam daarvan, kan worden gestuurd (fig. 4-9).
15. Machine volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de drukmiddel toevoer naar de als hydraulisch cilinder- zuigerme-chanisme uitgevoerde verstelaandrijving (11'5) via een met de 10 klepinrichting (13*0 verbonden wegmeetinrichting 056) tijdens het opstoppen regelbaar is in afhankelijkheid van de voortbe-wegingsweg van de machine (97)·
14. Machine volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de drukmiddel toevoer naar de als hydraulisch cilinder- zuigerme-15 chanisme uitgevoerde verstelaandrijving (115) via een met de klepinrichting 03*0 verbonden, de onderlinge verschuiving tussen het werktuigdraagraam (109) en het machinehoofdraam (105) registrerend meetorgaan, bij voorbeeld stangenveelhoek-potentiometer (137)* kan worden geregeld. 20 15· Machine volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de klepinrichting 03*0 is verbonden met een aan het werktuigdraagraam O09), in het bijzonder in het lengtemidden van het opstopaggregaat (124) aangebrachte, met de spoorstaaf bevestigingsmiddelen, bij voorbeeld -schroeven O38) samenwerkende en 25 daarop te centreren inductieve overdrager 039), die bij afwijkingen van de gecentreerde stand een de drukmiddel toevoer qan de als hydraulisch cilinder- zuigermechanisme uitgevoerde verstelaandrijving (115) in afhankelijkheid van de richting van de afwijking vermeerderend resp. verminderend stuursignaal af-30 geeft aan de klepinrichting 03*0 ·
16. Machine volgens een der conclusies 4-15, met het kenmerk, dat tussen het opstopaggregaat (124) en het spoorophef-en richtaggregaat (116) een met een waterpas- en resp. of richt-referentiestelsel (127) van de machine (97) samenwerkend, de 35 werkelijke spoorligging registrerend tastmeetorgaan O30) is 8301388 » « 'j aangebracht aan het werktuigdraagraam (109)» welk tastmeet-orgaan is uitgebreid met een de veranderlijke afstand daarvan tot het achterste eindpunt (1^0) van het referentiestelsel registrerend en de betreffende meetwaarde overeenkomstig de afstand 5 omrekenbaar correctie- resp. rekendeel (1^1). 17·'Machine volgens conclusie 1*f en 16, met het kenmerk, dat het correctie- resp. rekendeel (1M) is verbonden met de» de onderlinge verschuiving van het werktuigdraagraam (109) en het machinehoofdraam (103) registrerende stangenveelhoek-potentio-10 meter (137).
18. Machine volgens een der conclusies 5-17» met het kenmerk» dat het disselvormige werktuigdraagraam (109) met het flenswielstel (110) en het direct daarvoor opgestelde opstop-aggregaat (12*1·) is aangebracht in een naar boven omigebogen 15 lengtegedeelte van het machinehoofdraam (103).
19· Machine in hoofdzaak zoals in de beschrijving beschreven en in de tekening weergegeven. 8301388
NL8301388A 1982-09-09 1983-04-20 Verrijdbare spoorbaanonderstopmachine. NL192525C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
AT338682 1982-09-09
AT0338682A AT376258B (de) 1982-09-09 1982-09-09 Fahrbare gleisstopf-nivellier- und richtmaschine

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8301388A true NL8301388A (nl) 1984-04-02
NL192525B NL192525B (nl) 1997-05-01
NL192525C NL192525C (nl) 1997-09-02

Family

ID=3549742

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8301388A NL192525C (nl) 1982-09-09 1983-04-20 Verrijdbare spoorbaanonderstopmachine.

Country Status (26)

Country Link
US (2) US4596193A (nl)
JP (1) JPS5948501A (nl)
AT (1) AT376258B (nl)
AU (1) AU560265B2 (nl)
BE (1) BE896694A (nl)
BR (1) BR8302891A (nl)
CH (1) CH661757A5 (nl)
CZ (1) CZ278611B6 (nl)
DD (1) DD211376A5 (nl)
DE (2) DE3313207A1 (nl)
DK (1) DK152849C (nl)
ES (1) ES522167A0 (nl)
FI (1) FI79738C (nl)
FR (1) FR2532967B1 (nl)
GB (1) GB2126634B (nl)
HU (2) HU188272B (nl)
IN (1) IN157637B (nl)
IT (1) IT1163263B (nl)
NL (1) NL192525C (nl)
NO (1) NO159613C (nl)
PL (1) PL143148B1 (nl)
RO (1) RO87435A (nl)
SE (1) SE451473B (nl)
SK (1) SK294183A3 (nl)
SU (1) SU1259963A3 (nl)
ZA (1) ZA832619B (nl)

Families Citing this family (21)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
AT382658B (de) * 1983-12-16 1987-03-25 Plasser Bahnbaumasch Franz Kontinuierlich verfahrbare gleisstopfmaschine
AT380279B (de) * 1983-08-19 1986-05-12 Plasser Bahnbaumasch Franz Kontinuierlich (non-stop) verfahrbare gleisstopf-nivellier- und richtmaschine
AT379835B (de) * 1983-08-19 1986-03-10 Plasser Bahnbaumasch Franz Kontinuierlich (non stop) verfahrbare gleisstopf -nivellier- und richtmaschine
AT381127B (de) * 1983-09-28 1986-08-25 Plasser Bahnbaumasch Franz Kontinuierlich (non-stop) verfahrbare gleisstopf -nivellier- und richtmaschine
AT380281B (de) * 1983-10-05 1986-05-12 Plasser Bahnbaumasch Franz Fahrbare gleisstopf-nivellier- und richtmaschine
AT383838B (de) * 1984-06-01 1987-08-25 Plasser Bahnbaumasch Franz Kontinuierlich verfahrbare gleisstopf-nivellier- und richtmaschine
IN166365B (nl) * 1985-03-25 1990-04-21 Plasser Bahnbaumasch Franz
AT387999B (de) * 1987-05-27 1989-04-10 Plasser Bahnbaumasch Franz Gleis-schotterbett-reinigungsmaschine mit endloser foerder- bzw. raeumkette
AT389132B (de) * 1987-09-04 1989-10-25 Plasser Bahnbaumasch Franz Kontinuierlich (non-stop) verfahrbare gleisbaumaschine
EP0360950B1 (de) * 1988-07-26 1991-12-11 Franz Plasser Bahnbaumaschinen-Industriegesellschaft m.b.H. Kontinuierlich (non stop) verfahrbare Gleisstopf-, Nivellier- und Richtmaschine
AT391903B (de) * 1989-01-26 1990-12-27 Plasser Bahnbaumasch Franz Fahrbare gleisbearbeitungsmaschine mit einer einrichtung zur steuerung der arbeits-position ihrer arbeits-aggregate bzw. -werkzeuge
AT397824B (de) * 1989-05-03 1994-07-25 Plasser Bahnbaumasch Franz Gleisstopfmaschine mit gleishebe- und richtaggregat
EP0584055B1 (de) * 1992-08-12 1996-06-12 Franz Plasser Bahnbaumaschinen-Industriegesellschaft m.b.H. Gleisstopfmaschine zum Unterstopfen von Weichen und Kreuzungen eines Gleises
AT3654U3 (de) * 2000-03-10 2001-02-26 Plasser Bahnbaumasch Franz Maschine zum bearbeiten eines gleises
AT3876U3 (de) * 2000-06-09 2001-02-26 Plasser Bahnbaumasch Franz Verfahren und maschine zur unterstopfung eines gleises
CA2643121C (en) * 2007-11-01 2013-09-17 Harsco Technologies Corporation Moving platform on vehicle
RU2468136C1 (ru) * 2011-03-30 2012-11-27 Максим Николаевич Балезин Способ подбивки шпал железнодорожного пути и машина для его осуществления
AT520056B1 (de) * 2017-05-29 2020-12-15 Plasser & Theurer Export Von Bahnbaumaschinen Gmbh Verfahren und Vorrichtung zum Verdichten eines Gleisschotterbetts
CN110541329B (zh) * 2019-08-13 2022-02-18 中铁六局集团有限公司 重载铁路隧道群无砟轨道施工方法
FR3108342B1 (fr) * 2020-03-20 2022-03-25 Matisa Materiel Ind Sa MACHINE ferroviaire DE TRAVAUX comportant un châssis de machine et une navette de travail, et convoi ferroviaire DE TRAVAUX associé
KR102198146B1 (ko) * 2020-08-04 2021-01-04 강훈 철도궤도양로와 선형보수를 겸비한 자주식 철도궤도 보수장치

Family Cites Families (16)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
AT303793B (de) * 1966-09-26 1972-12-11 Plasser Bahnbaumasch Franz Gleisstopfmaschine
DE1534078B2 (de) * 1964-12-31 1975-11-27 Franz Plasser Bahnbaumaschinen- Industriegesellschaft Mbh, Wien Fahrbare Gleisstopf-, Nivellier- und Richtmaschine
DE1658339C3 (de) * 1966-09-26 1978-06-08 Franz Plasser Bahnbaumaschinen- Industriegesellschaft Mbh, Wien Gleisstopf- und Richtmaschine
AT321347B (de) * 1968-01-02 1975-03-25 Plasser Bahnbaumasch Franz Fahrbare Gleisstopfmaschine
AT287041B (de) * 1968-12-02 1971-01-11 Plasser Bahnbaumasch Franz Gleisstopf-Nivellier-Maschine, vorzugsweise Gleisstopf-Nivellier-Richtmaschine
DE1933990B1 (de) * 1969-07-04 1971-01-14 Windhoff Rheiner Maschf Einrichtung zum Bearbeiten des Gleisoberbaus
AT314581B (de) * 1969-07-24 1974-04-10 Plasser Bahnbaumasch Franz Bettungsverdichtmaschine
AT313347B (de) * 1970-04-17 1974-02-11 Plasser Bahnbaumasch Franz Fahrbare Nivellier-Gleisstopfmaschine
AT319312B (de) * 1971-02-19 1974-12-10 Plasser Bahnbaumasch Franz Einrichtung zur Steuerung der Seitenverstellung von Werkzeugaggregaten einer Gleisbaumaschine
US4046078A (en) * 1975-01-31 1977-09-06 Franz Plasser Bahnbaumaschinen-Industriegesellschaft M.B.H. Track surfacing apparatus
AT350612B (de) * 1976-12-27 1979-06-11 Plasser Bahnbaumasch Franz Gleisstopf-nivellier-richtmaschine und ver- fahren zur bearbeitung eines gleises
AT359110B (de) * 1977-08-16 1980-10-27 Plasser Bahnbaumasch Franz Selbstfahrbare gleisbaumaschinenanordnung
AT359111B (de) * 1977-10-04 1980-10-27 Plasser Bahnbaumasch Franz Maschinenanordnung zum bearbeiten des gleises, insbesondere mit einer schotterbett- -reinigungsmaschine
AT369068B (de) * 1978-11-30 1982-12-10 Plasser Bahnbaumasch Franz Fahrbare gleisbearbeitungsmaschine fuer weichen, kreuzungen und streckengleise
AT373646B (de) * 1980-05-29 1984-02-10 Plasser Bahnbaumasch Franz Gleisbaumaschine mit werkzeugtraeger fuer hebeund richtwerkzeuge
AT371170B (de) * 1981-01-16 1983-06-10 Plasser Bahnbaumasch Franz Gleisverfahrbare maschine zum verdichten, insbesondere gleisnivellierstopfmaschine, mit stabilisitationsaggregat

Also Published As

Publication number Publication date
FI79738C (fi) 1990-02-12
BE896694A (fr) 1983-09-01
DK191383A (da) 1984-03-10
DE3313207C2 (nl) 1989-03-09
SE8302557L (sv) 1984-03-10
AU560265B2 (en) 1987-04-02
SE451473B (sv) 1987-10-12
NO159613C (no) 1989-01-18
FR2532967A1 (fr) 1984-03-16
DK152849B (da) 1988-05-24
HU188272B (en) 1986-03-28
PL241895A1 (en) 1984-03-12
DK152849C (da) 1988-10-17
GB2126634A (en) 1984-03-28
PL143148B1 (en) 1988-01-30
US4596193A (en) 1986-06-24
IT8320852A0 (it) 1983-04-29
US4646645A (en) 1987-03-03
FI831341L (fi) 1984-03-10
ES8404446A1 (es) 1984-04-16
AT376258B (de) 1984-10-25
DE3347860C2 (nl) 1988-01-07
SE8302557D0 (sv) 1983-05-05
CZ294183A3 (en) 1993-08-11
GB2126634B (en) 1986-02-19
BR8302891A (pt) 1984-04-17
CH661757A5 (de) 1987-08-14
GB8311413D0 (en) 1983-06-02
IN157637B (nl) 1986-05-10
SK278171B6 (en) 1996-03-06
CZ278611B6 (en) 1994-04-13
DE3347860A1 (nl) 1985-03-14
ES522167A0 (es) 1984-04-16
FI79738B (fi) 1989-10-31
NL192525B (nl) 1997-05-01
JPS5948501A (ja) 1984-03-19
RO87435B (ro) 1985-08-31
IT1163263B (it) 1987-04-08
DE3313207A1 (de) 1984-03-15
SK294183A3 (en) 1996-03-06
RO87435A (ro) 1985-08-31
HUT36200A (en) 1985-08-28
NO159613B (no) 1988-10-10
NL192525C (nl) 1997-09-02
DK191383D0 (da) 1983-04-28
JPH0366443B2 (nl) 1991-10-17
DD211376A5 (de) 1984-07-11
SU1259963A3 (ru) 1986-09-23
HUT35734A (en) 1985-07-29
HU189887B (en) 1986-08-28
NO831401L (no) 1984-03-12
AU1408083A (en) 1984-03-15
FI831341A0 (fi) 1983-04-20
ATA338682A (de) 1984-03-15
ZA832619B (en) 1983-12-28
FR2532967B1 (fr) 1985-10-25

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8301388A (nl) Verrijdbare spooropstopmachine met twee draaibaar met elkaar verbonden onderstelramen.
NL8301387A (nl) Werktuiginrichting voor het onderstoppen, waterpassen en zijdelings richten van een spoor.
NL193382C (nl) Rijdbare machine voor het bewerken van spoorbanen.
US4928599A (en) Continuously advancing track leveling, lining and tamping machine
CZ728088A3 (en) Mobile track packing machine
CZ281099B6 (cs) Stroj pro stavbu koleje pro korekci polohy koleje
JPH0130963B2 (nl)
US3469534A (en) Mobile track liner and tamper
CZ420789A3 (en) Movable machine for tamping, lifting and levelling of a track
JPS6352163B2 (nl)
CS273312B2 (en) Truck machine for rails' packing, levelling and straightening
CZ278193B6 (en) Machine for making a track by a controllable lowering of the track
CZ279149B6 (cs) Pojízdný podbíjecí, nivelační a rovnací stroj s výkyvnými podbíjecími agregáty
NL192524C (nl) Verrijdbare spoorbaanbewerkingsmachine.
CZ279245B6 (cs) Stroj ke stranovému posouvání koleje
JPS5933723B2 (ja) 直線部用の長い基準系と曲線部用の短い基準系とに選択自在にするために長い基準系の中間部に基準ワイヤを締付け自在の測定車を設けた軌道整正機械
US6386793B1 (en) Device for smoothing a concrete paving surface
JPH0649503U (ja) 連続的に移動可能な道床突き固め機械
US4284009A (en) Motorized railway vehicle track working machine and method of operation
NL9000041A (nl) Spoorbaanonderstopmachine met spoorbaanhef- en richtaggregaat.
NL194646C (nl) Rijdende spoorbaanonderstopmachine met dwars en in de hoogte verstelbare stopaggregaten.
CZ278256B6 (en) Apparatus for mounting a tool-carrying frame on a track
CZ42195A3 (en) Method of grinding rails and a vehicle for rail grinding
GB2135369A (en) Travelling railway track tamping machine with two pivotally interconnected machine frames
NL1023477C2 (nl) Rijdraad-trekinstallatie.

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20021101