NL7909068A - Afwateringssysteem voor een zwevend dak. - Google Patents
Afwateringssysteem voor een zwevend dak. Download PDFInfo
- Publication number
- NL7909068A NL7909068A NL7909068A NL7909068A NL7909068A NL 7909068 A NL7909068 A NL 7909068A NL 7909068 A NL7909068 A NL 7909068A NL 7909068 A NL7909068 A NL 7909068A NL 7909068 A NL7909068 A NL 7909068A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- pipe
- pipes
- roof
- drainage system
- tank
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65D—CONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
- B65D88/00—Large containers
- B65D88/34—Large containers having floating covers, e.g. floating roofs or blankets
- B65D88/38—Large containers having floating covers, e.g. floating roofs or blankets with surface water receiver, e.g. drain
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Sink And Installation For Waste Water (AREA)
- Supports For Pipes And Cables (AREA)
- Revetment (AREA)
- Cleaning In General (AREA)
Description
A * -1- 21069/CV/tl t
Aanvrager: Pittsburgh- Des Moines Steel Company, Pittsburgh, Pennsyl- vanië, Verenigde Staten van Amerika.
Korte Aanduiding: Afwateringssysteem voor een zwevend dak.
5
De uitvinding heeft betrekking op een afwateringssysteem voor een zwevend dak voorzien van een dakafvoer op het zwevende dak, een afvoer op een met het zwevende dak samenhangende tank en een vloeistofafvoer-leiding welke zich binnen de tank tussen de afvoeren uitstrekt.
10 Bij zwevende daken voor tanks,dat wil zeggen daken bij tanks,die geen vastgezet dak hebben moet al het water,dat op het dak wordt verzameld, bijvoorbeeld door op het dak vallende neerslag, niet worden afgevoerd in het in de tank opgeslagen product. Afwateringssystemen voor zwevende daken omvatten dan ook. in het algemeen een of ander type afvoer-15 leiding,zoals een pijp of een slang,welke in verbinding staat met een af-voerpunt op het zwevende dak en met een buiten de tank gelegen afvoerpomp,waarbij de afvoerleiding zich uitstrekt door een wand van de tank.
In een dergelijk systeem treedt het water van het dak in het algemeen de afvoerleiding in via een bij het midden van het zwevende dak opgestelde 20 zinkput ,waarop het water door de leiding kan wegstromen en buiten de tank treedt door een nabij de bodem van de wand van de tank aangebrachte liep.
Deze afvoerleidingen hebben echter vele nadelen. Omdat bijvoorbeeld de afvoerleiding zich uitstrekt door het product,dat in de tank is opge-25 slagen en daar een verspilling van het product ongewenst is is de afvoer-klep waaraan de afvoerleiding verbonden is in het algemeen gesloten gehouden. Men verzamelt dan ook het water op het zwevende dak totdat een bedieningsman beslist,dat het dak moet worden ontwaterd. De klep wordt dan met de hand geopend om het water van het zwevende dak af te voeren.
30 Indien echter een breuk in de afvoerleiding optreedt,terwijl de handklep open is, kan het product uit de tank via de afvoerklep ontsnappen. Een dergelijke ontsnapping van het product is bijzonder ongewenst daar niet slechts het dure product verloren gaat,maar ook de veiligheid in gevaar zal komen.
35 Afwateringssystemen voor zwevende daken berusten tot nu toe op twee basis ontwerpen. Het eerste ontwerp omvat een slangafvoer en bij 7909^*8 Λ -2- 21069/CV/tl t dit ontwerp is een slang bevestigd aan een zinkput op het zwevende dak, terwijl de slang vandaar zich door het product uitstrekt en is bevestigd aan een indrirging in de wand van de tank juist bovenstrooms van de af-voerklep. De slang moet worden belast omdat deze normaal droog is en de 5 ' neiging heeft om op te drijven. Dergelijke slangen worden in het algemeen vervaardigd uit versterkt rubberachtig materiaal en zijn onderhevig aan mechanische en chemische beladingen door de werking van de tank en/ of van het in de tank opgeslagen product.
Een tweede ontwerp omvat met behulp van zwaaikoppelingen met elkaar 10 verbonden pijpen. Het concept van dit tweede ontwerp is het verkrijgen van een leiding,welke beter bestendig is tegen mechanische en/of chemische aantasting dan de slangen,die bij het eerste ontwerp worden gebruikt. Het toepassen van zwaaikoppelingen heeft echter ook bezwaren,in het bijzonder met betrekking tot het gebruik van verbindingen en afdichtingen, 15 die in deze zwaaikoppelingen worden gebruikt. Via deze zwaaikoppelingen zal vaak het"opgeslagen product in het afvoersysteem lekken.
Indien belast rust de slang op de bodem van de tank in deze stand kan de slang eventueel vast vriezen in water,dat zich onder het product in de tank verzamelt. Daaropvolgende opwaartse beweging van het zweven-20 de dak kan dan een beschadiging van de slang tot gevolg hebben. Ook kan niet al het water volledig uit de slang worden afgevoerd aangezien de slang op de bodem van de tank lager is gelegen dan de bevestiging van de slang aan de zich door de mantel van de tank uitstrekkende afvoerdeur. Dit opgesloten water kan dan bevriezen met daaruit volgende beschadiging 25 aan de slang.
Andere nadelen aan tot nu toe bekende drainagesysternen omvat door het drijfvermogen opgewekte lusvorming,verward raken ,knikken en kraken van de slangen indien de slangen vrij in de tanks zweven.
Uit het Amerikaanse octrooischrift 2.717.095 is verder een afvoer-30 systeem bekend voorzien van scharnierende afvoerpijpen. Daarbij zijn een aantal stijve afvoerpijpen met elkaar verbonden met behulp van samengestelde koppelingen,die ieder een scharnier omvatten en een onafhankelijke flexibele vloeistofverbinding. De verbindingen in dit afvoersysteem zijn echter nog steeds onderhevig aan· een falen en vertonen nadelen overeen-35 komend met de hierboven besproken nadelen.
Verder is een afvoersysteem bekend ,waarbij gebruik wordt gemaakt van een lus van stalen pijpen,die onderling zijn verbonden met flenzen 7909068 -3- 21069/CV/tl « en bouten omvattende koppelingen bij de bochten in de lus. De met bouten tot stand gebrachte verbindingen in dit ’systeem kunnen niet ten opzichte van elkaar verbuigen maar blijven vast. Indien het zwevende dak beweegt neemt een gecompliceerd systeem van kabels de lus op en laat de lus in 5 een verticale richting verlopen. Een dergelijk oprichten van de lus brengt de lus onder spanning,waarbij deze spanning minimaal wordt gehouden door de lus bij het aanbrengen onder voorspanning te brengen. Indien de tank wordt gebruikt en het zwevende dak beweegt wordt de voor- het spanning tot nul verminderd en eventueel kan/spanningsniveau onder het 10 voorspanningsniveau komen te liggen.
Ook dit laatsgenoemde afvoersysteem leidt echter aan ern±ige nadelen. Het grootste nadeel ontstaat uit de noodzaak pakkingen aan te brengen tussen de flenzen van de met behulp van bouten aan elkaar vastgezette verbindingen van het systeem. Dergelijke met bouten tot stand gebrach-15 te verbindingen zijn onderhevig aan lekkage en iedere pakking is daarbij onderhevig aan chemische aantasting door het opgeslagen product. Verder wordt bij dit ontwerp de lus nagenoeg constant onder spanning gphouden over de gehele lengte daarvan. Verder omvat het systeem een aantal schijven en kabels voor het opnemen van de gehele lus indien het zwevende dak 20 wordt verplaatst. Deze schijven en kabels zijn bevestigd aan de lus bij een middelpunt van de lus en dit punt beweegt de helft van de afstand waarover het zwevende dak beweegt. Indien het zwevende dak van de tank van de lege? stand naar de volle stand beweegt beweegt het bevestigingspunt zich over de helft van deze verticale afstand.
25 Hierbij zijn verder huizen vereist voor het beschermen van het ka bel en schijfmechanisme en dit systeem is minder geschikt voor gebruik in koude klimaten.
De huidge uitvinding vervangt dit systeem van kabels en schijven, die zijn bevestigd in een middelpunt door een systeem van kettingen of 30 dergelijke die op verschillende plaatsen langs de lengte van de lus zijn bevestigd.
Verder kan met betrekking tot afwateringssystemen voor zwevende daken nog worden gewezen naar de Amerikaanse octrooischriften 2.315.023, 2.657.821, 2.482.468 en het Duitse octrooi 236.427 van 1911.
35 Het afwateringssysteem volgens de huidige uitvinding omvat een aantal pijpen,die met- elkaar zijn gekoppeld met behulp van koppelingen, 7903068 < -4- 21069/CV/tl * die zijn gelast en wordt ondersteund van onder het zwevende dak. Delen van het systeem worden opeenvolgend bewogen indien het dak beweegt.
Er is zodoende geen behoefte aan een gecompliceerd systeem van kabels en schijven en slechts geschikte delen van het afwateringssysteem 5 worden opgenomen door verbindingsorganen, zeals kettingen of dergelijke. Het opeenvolgend bewegen van de pijp in het afvoersysteem volgens de huidige uitvinding geeft meerdere voordelen ten opzichte van de bekende systemen. _Een verder systeem volgens de huidige uitvinding omvat pijpen, die onder voorspanninge zijn gebracht in overeenstemming met de spanningen, 10 die in die pijpen zullen optreden in plaats van dat het gehele systeem als een geheel onder voorspanning is gebracht.
In een uitvoeringsvoorbeeld omvat het afwateringssysteem een aantal rechte en gebogen pijpsegmenten in de vorm ( in bovenaanzicht gezien) van een vierkant of rechthoek met afgeronde hoeken. Een einde van het 15 pijpsysteem is verbonden aan een zinkput bij het dak terwijl het andere einde door de mantel van de tank nabij de bodem is gevoerd.
De afgeronde hoeken zijn met behulp van kettingen of kabels van vooraf bepaalde lengte verbonden aan de onderzijde van het zwevende dak.
De kettingen zullen bewerkstelligen,dat het afvoerpijpsysteem zich gelei-20 delijk ontvouwt indien het zwevende dak omhoog wordt bewogen vanuit de lege stand naar de volle stand tijdens het vullen van de tank met het product,dat moet worden opgeslagen. De ontvouwwerking van het pijpsysteem compenseert voor de wijziging in de hoogte van het dak.
De op het pijpsysteem aangebrachte krachten bij het ontvouwen wor-25 den tegengegaan door buig en torsieweerstand in de pijp. De ketting of kabelophanging beperkt het ontvouwen waardoor de daarop resulterende spanning wordt beperkt tot een niveau ,dat niet schadelijk is voor het pijpsysteem.
De installatie volgens dit uitvoeringsvoorbeeld van het afwaterings-30 systeem is vereenvoudigd door het ophéffen van de noodzaak de pijpverbindingen vooraf in te stellen. Deze pijpopstelling maakt het mogelijk de pijp samen te bouwen op de bodemondersteuning in een eenvoudige handeling. Het voltooide samenstel zal zo in ongespannen stand zijn behoudens voor het. eigen gewicht,dat een weinig doorzakken over de steunen kan veroorza-35 ken. Bij het vullen zal het ontvouwen van de pijp spanningen in de pijp in een richting veroorzaken waarbij geen spanningsomkeer zal optreden in- 7909088 t f -5- 21069/CV/tl dien de pijplus vanuit de stand bij de lege tank beweegt naar de stand in de volle tank. Dit is gewenst uit het oogpunt van vermoeiing.
Verdere kenmerken van het uitvoeringsvoorbeeld zijn: a) doorbuigoegrenzingsinrichtingen,zoals kettingen,staven,kabels of 5 andere steunorganen zijn aangebracht voor het verdelen van de bedrijfs- doorbuigingen in overeenstemming met de ontwerpbasis; b) geen aanvankelijke voorinstelling van de geometrie is vereist voor beperking van de bedrijfsspanningen.
Het is beoogd,dat de constructie materialen uit metaal of ander 10 vergelijkbaar materiaal,dat zich verdraagt met het product,dat moet worden opgeslagen,wordt gebruikt.
Het afwateringssysteem volgens de huidige uitvinding wordt bewogen zonder de noodzaak voor snaarschijven en dergelijke. De kosten van het hier omschreven systeem zijn dan ook lager dan die van die systemen,waar-15 bij van dergelijke elementen gebruik wordt gemaakt. De kosten van de elementen zelf treden niet op terwijl de kosten die samenhangen met het aanbrengen van voorzieningen aan het dak voor deze elementen en dergelijke zijn gedimineerd. Verder kunnen eventuele daarbij gebruikte boringen in het dak,die bronnen voor verdampingsverlies door het zwevende dak vormen 20 en waardoorheen lekkage van het product op het dak kan optreden,vermeden, waardoor ook daarmee samenhangende problemen worden vermeden.
Indien het systeem verder wordt ondersteund op zodanige wijze,dat daarbij geen doorboringen van het dak nodig zijn worden de hierboven beschreven voordelen nog in sterkere mate verkregen.
25 Alle koppelingsverbindingen van de pijpen in het afwateringssysteem volgens de uitvinding zijn g^Last waardoor een volledig lassysteem tussen de zinkput en de afvoer wordt verkregen,zodat het systeem lekdicht zal zijn.
Verder is er daarbij geen probleem met betrekking tot de chemische 30 verenigbaarheid van de koppelingen met het product of met betrekking tot lekkage bij de verbindingen. Indien eenmaal een lekdichte las is gevormd zijn dergelijke problemen geelimineerd.
In vergelijking met de systemen waarbij van scharnierende koppelingen gebruik wordt gemaakt zijn er geen bewegende delen in het afwate-35 ringssysteem volgens de uitvinding zodat slijtage minimaal zal zijn en dientengevolge de mogelijkheid van lekken verder wordt verminderd.
7909068
P
s- · f "6" 21069/CV/tl
In tegenstelling met een systeem met rubber slangen is dit afwate-ringssysteera gelast in een volledige pijpwikkeling. De horizontale projectie blijft constant en dientengevolge is de mogelijkheid dat benen van het dak het systeem beschadigen indien het zwevende dak landt,geelimineerd.
Er zijn geen met flenzen uitgeruste koppelingen in het systeem,dat wil zeggen dat het systeem geheel gelast is vanaf de mantel van de tank tot aan de zinkput in het dak,hetgeen de hierboven genoemde voordelen tot gevolg heeft.
Er zijn geen kabels of voor de balancering benodigde contra gewich-10 ten boven het zwevende dak gelegen waardoor de kosten en de nadelen van deze elementen zijn geelimineerd.
Daar de pijpen in het onder voorspanning gebrachte uitvoeringsvoor-beeld in de wikkeling van het afwatersysteem worden gespannen van een voorspanningskoppel naar nul naar een uiteindelijke koppelwaarde in opeen-15volging in plaats van een dergelijke spanning van de gehele wikkeling te hebben zijn geen gecompliceerde en dure ondersteuningssystemen in het huidge systeem nodig.
De uitvinding zal hieronder nader worden uiteengezet aan de hand van enige in bijgaande figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeelden van de 20constructie volgens de uitvinding.
Fig. 1 toont schematisch een doorsnede over een tank en een zwevend dak voorzien van een afwateringssysteem volgens een eerste uitvoerings-voorbeeld van de uitvinding.
Fig. 2 toont het in fig.l afgebeelde afwateringssysteem in samenge-25vouwen stand.
Fig. 3 toont een bovenaanzicht op het afwateringssysteem gezien volgens de lijn 3 - 3 in fig.l.
Fig. 4 toont een bovenaanzicht van een bij het in fig.l afgebeelde afwateringssysteem gebruikte zinkput.
30 Fig. 5 toont een doorsnede over fig.4, gezien volgens de lijn 5- 5 in fig.4.
Fig. 6 toont een doorsnede over een tank met een tweede uitvoerings-voorbeeld van een afwateringssysteem .volgens de uitvinding.
Fig. 7 toont een bovenaanzicht op het in fig.6 afgebeelde afwate: 35 ringssysteem.
Fig. 8 toont op grotere schaal een detail van het in fig.6 weergegeven afwateringssysteem.
7909068 f -7- 21069/CV/tl 3 *
Fig. 9 toont op grotere schaal een aanzicht op een verbinding van een ketting met de onderzijde van een zwevend dak.
Fig.10 toont op grotere schaal een doorsnede over een leger en pijpsteun,dat wordt gebruikt in het in fig.l afgebeelde afwateringssy-5 steem.
Fig.ll toont een doorsnede over fig.10,gezien volgens de lijn 11 -11 in fig.10.
Fig.12 toont een spanningsdiagram,waarbij een spanningspatroon voor een afzonderlijke pijp van een afwateringssysteem volgens de uitvinding 10 is weergegeven.
»*
Fig.13 - 18 tonen doorsneden volgens de lijnen 13 - 13,14- 14,15-15, 16- 16 ,17- 17 resp.18 -18 in fig.3 waarbij de hoekverhouding tussen de verschillende elementen van het in fig.l afgebeelde afwateringssysteem zijn weergegeven.
15 Fig.19 toont een bovenaanzicht van een verder uitvoeringsvoorbeeld van een afwateringssysteem met een rechthoekige vormgeving.
Fig.20 en 21 zijn zijaanzichten op het in fig.19 weergegeven afwateringssysteem resp. bij volle en lege tank,
Fig.22 toont een aanzicht op een door een ketting gevormd verbin- 20 dingsorgaan,dat wordt gebruikt bij het in fig.19 afgebeelde afwateringssysteem.
Fig.23- 30 tonen bovenaanzichten van verschillende schematisch afgebeelde vormgevingen van afwateringssystemen,die te gebruiken zijl bij variërende tankhoogtes.
25 In fig.l is een cilindrische tank 10 weergegeven,welke is voorzien van een bodemwand 12 en zijwanden 14. Een zwevend dak 16 voorzien van een ponton 18 en een afdichting 20 is zodanig opgesteld,dat dit dak vrij beweegbaar is in de tank indien het niveau van het in de tank opgeslagen product P zich wijzigt.
30 Op de bovenzijde van het dak 16 kan water W zijn gelegen. Met het zwevende dak 16 is een afwateringssysteem verbonden,welk systeem een ver-zamelorgaan,zoals een zinkput 22 omvat,welke in of nabij het hart van het dak is gelegen voor het afvoeren van het water W,dat zich op het zwevende dak 16 verzamelt en schadelijk voor het systeem kan zijn.
35 Het in fig.l weergegeven zwevende dak is verbonden met een afwa teringssysteem 30,dat is uitgevoerd in overeenstemming met een uitvoe- 7909068 ( -8- 21069/CV/tl •a ¥· ringsvoorbeeld van de uitvinding. Het afwateringssysteem 30 geleidthet water van de zinkput 22 naar een uitlaatorgaan 32,dat is opgesteld in de zijwand 14 bij of ter hoogte van de bodem 12 van de tank. Het uitlaatorgaan 32 omvat een afvoerklep 34 via welke een afvoer kan worden be-5 werkstelligdin een geschikt'niet nader weergegeven verzamelgebied of ingedijkt gebied, nabij de tank 10.
Het afwateringssysteem omvat een aantal onderling verbonden pijp-secties,die zijn vervaardigd voor het opnemen van beweging van het zwevende dak 16, waarbij het systeem aan het zwevende dak 16 is opgehangen 10 zodanig dat de pijpsectiesopeenvolgend omhoog en/of omlaag worden bewo- t, gen indien het zwevende dak 16 omhoog en/of omlaag beweegt in de tank.
Zoals in de fig.l ,2 en 3 is weergegeven omvat het afwateringssysteem 30 een eerste horizontale pijp 50 welke van het onderoppervlak 52 van het dek 54 van het zwevende dak is opgehangen met behulp van een op-15 hangsteun 56,welke de pijp verticaal en horizontaal vasthoudt,maar een wringing van de pijp toestaat. De pijp 50 is aan de zinkput 22 bevestigd bij een uiteinde 60 van de pijp en het van de zinkput afgekeerde uiteinde 62 van de pijp 50 is bevestigd aan een einde 70 van een eerste gelast L-vormig segment 72 met behulp van een gelastebuskoppeling 74. Alle in 20 het afwateringssysteem 30 gebruikte pijpkoppelingen zijn gelaste koppelingen van het bustype en zullen hieronder nader worden beschreven.
In de hieronder volgende beschrijving zal de uitdrukking "dichtbij gelegen " worden gebruikt voor da£einde of gedeelte van een element,dat het verbindingseinde of verbindingsgedeelte van het desbetreffende ele-25 ment.vormt,dat het dichtslbijAet zwevende dak is gelegen,terwijl voor het andere einde of gedeelte van het element de uitdrukking "op grotere afstand gelegen" zal worden gebruikt.
Het L-vormige segment is bij voorkeurfeen bocht van 90° bezittend element waarbij dit zodanig is gebogen,dat het dichtsbij gelegen einde 30 70 daarvan radiaal is gericht ten opzichte van de cilindrische tank 10, terwijl het op grotere afstand gelegen einde 76 daarvan is gericht volgens een koorde van de cilindrische tank 10. Het L-vormige segment 72 is ten opzichte van het zwevende dak 54 naar beneden kantelbaar en het einde 76 daarvan is verbonden met het einde 80 van een eerst^volgens 35 een koorde verlopende hellende pijp 82. Het dichtsbij gelegen einde 84 van de pijp 82 is verbonden aan het einde 86 van een tweede gelast L- 7909068 f -9- 21069/CV/tl vormig segment 88,dat overeenkomt met het L-vormige segment 72 en het op grotere afstand gelegen einde 90 daarvan is verbonden met een einde 92 van een tweede volgens een koorde en een wijzigbare helling verlopende pijpsectie 96 met behulp van een tweede gelaste buskoppeling 98. De 5 tweede onder een instelbare helling verlopende pijpsectie 96 is aan het onderoppervlak van het zwevende dak opgehangen met behulp van een eerste door een ketting 100 gevormd verbindingsorgaan,dat is gelegen nabij het dichtsbij gelegen einde van de pijp 96.
De pijp 96 heeft een op grotere afstand gelegen einde 106,dat is 10 verbonden met een dichtsbij gelegen einde 108 van een derde gelast L-vor-mig segment 112 met behulp van een derde gelaste buskoppeling 114. Het L-vormige segment 112 komt overeen met de andere L-vormige segmenten in het systeem en is bij voorkeur een een bocht van 90° bezittend element, dat onder een helling op te stellen is ten opzichte van de horizontaal 15 ter voortzetting van de hellend verlopende aard van een ongewikkeld afwater ings systeem.
Een derde volgens een koorde en met instelbare helling verlopende pijp 120 is met zijn dichtsbij gelegen einde 122 verbonden met het op grotere afstand gelegen einde 124 van het L-vormige segment 112 en is 20 aan het zwevende dak opgehangen met behulp van een tweede door een ketting gevormd verbindingsorgaan 130,dat is gelegen nabij het dichtsbij gelegen einde van de pijp 120,zoals afgebeeld in fig.3.
Het op grotere afstand gelegen einde 140 van de pijp 120 is verbonden met het dichtsbij gelegen einde 144 van een vierde gelast L-vormig 25 segment 148,dat onder een helling kan verlopen en is gekromd op een wijze overeenkomend met die van de andere gelaste L-vormige segmenten, terwijl het op grotere afstand gelegen einde 150 daarvan is verbonden met het dichtsbij gelegen einde 156 van een vierde volgens een koorde met instelbare helling verlopende pijp 160 met behulp van een vierde ge-30 laste buskoppeling 162. Een derde door een ketting gevormd verbindingsorgaan 166 is gebruikt voor de ophanging van de pijp 160 aan het zwevende dak.
De pijp 160 is bij het op grotere afstand gelegen einde 170 van de pijp 160 verbonden met het dichtsbij gelegen einde 174 van een vijfie ge-35 last L-vormig segment 178 met behulp van een vijfde gelaste buskoppeling 182. Het gelaste L-vormige segment 178 komt overeen met de andere gelaste 7909068 f -10- 21069/CV/tl L-vormige segmenten en maakt dus een bocht van 90° en is onder een helling op te stellen ten opzichte van het zwevende dak 54. Het L-vormige segment 178 is bij het op grotere afstand gelegen einde 184 daarvan verbonden met het dichtsbij gelegen einde 186 van een vijfde volgens een - 5 koorde en met instelbare helling verlopende pijp 190. In bovenaanzicht gezien is de pijp 190 in lijn gelegen met de eerst genoemde pijp 82 en met zijn op grote afstand gelegen uiteinde 194 verbonden met het dichts bij gelegen einde 198 van een zesde gelast L-vormig segrnat 200.
Het gelaste L-vormigë segment 200 komt overeen met de andere gelas-10 te L-vormige segmenten en is dus kantelbaar terwijl het een bocht van 90° beschrijft zodat het verst afgelegen einde 206 daarvan is verbonden met het dichtstbij gelegen einde 208 van een tweede radiale pijp 212 met behulp van een zesde gelaste buskoppeling 214. In bovenaanzicht gezien ligt de tweede radiale pijp 212 in lijn met de eerste radiale pijp 50 15 en is deze horizontaal opgesteld om zich naar buiten door de wand van de tank uit te strekken. Het op grote afstand gelegen einde 220 van de pijp 212 is verbonden met het dichtsbij gelegen einde 234 van een mondstuk 236 met behulp van een zevende gelaste buskoppeling 238. Het mondstuk 236 is in de mantel van de tank gelast en in lijn gelegen met de andere 20 zich radiaal uitstrekkende pijpenjwaarbij het mondstuk zich door de wand van de tank 14 uitstrekt en met zijn op grotere afstand gelegen einde 240 is verbonden met de afvoerklep 34.
Het afwateringssysteem 30 omvat verder een aantal pijpsteunen 250 A - 250 D,die aan de pijpen zijn bevestigd om deze pijpen op de bodem 12 25 van de tank te ondersteunen in de samengevouwen stand van het afwateringssysteem 30,zoals afgebeeld in fig.2. De steunen 250 A- 250 D zijn kleine kolommen,die rechtstreeks aan de pijp zijn gelast zodat zij met de pijp meehewegen ten einde de pijp te ondersteunen ei een juiste helling te handhaven indien het zwevende dak in de laagste stand is. In een voorkeurs-30 uitvoeringsvorm omvat iedere steun een basisplaat met een diameter van 15 cm en een zich omhoog uitstrekken been,dat wordt gevormd door een pijp-kolom van 5 cm ,die aan een van de desbetreffende pijpen is bevestigd.
In tegenstelling daarmede zijn steunen 56 en 216A en 216B van het leger-type vast bevestigd aan de onderzijde 52 van het dak 54 resp. aan de bo-35 demplaat 12 van de tank. Deze laatste steunen voorkomen een horizontale of verticale beweging van de daardoor ondersteunde pijpen maar laten wel 7909068 f -11- 21069/CV/tl een draaiing van de desbetreffende pijpen toe. Alle steunen 56 ,216A en 216B hebben dezelfde in fig.10 afgebeelde legerbestanddelen. De leger-huls 256 van het leger 216A is het slijtgedeelte van het leger,dat vast is bevestigd aan hetzij het dak 54 of de onderwand 12.
5 Het gebruikmaken van twee van deze legers verdient de voorkeur,zo als aangeduid met de verwijzingscijfers 216A en 216B,maar afhankelijk van de afmeting van de tank kan een leger voldoende zijn of bij tanks met grote diameter kunnen meerdere legers nodig zijn. De legers 216A en 216B komen overeen met het leger 56. De pijp is door de legers verankerd,maar 10 kan ten opzichte van de aan de tank of het dak bevestigde l^ers,die zel-f niet bewegen, draaien.
Zoals weergegeven in de fig.l, 2,3, 1C en 11 omvat het leger 216A een bus 256 welke een slijtbus of slijtdeel 258 omgeeft. Deze slijtbus is vast aan de pijp bevestigd. De legers 56 en 216B hebben ieder een bus, 15 welke een pijp omgeeft en de andere steunen 250A- 250D zijn rechtstreeks aan een pijp bevestigd zodanig dat de pijpen ten opzichte van deze steunen niet kunnen verdraaien.
Het leger 216A is het beste weergegeven in de fig.10 en 11 en het slijtdeel 258 daarvan is van een zodanige inwendige diameter voorzien,dat 20 dit over de pijp 212 past, welke zich door het leger uitstrekt. Het slijtdeel 258 is op zijn buitenoppervlak machinaal bewerkt ten einde binnen de bus 256 te passen. De bus 256 heeft daarbij een zodanige uitgeboorde inwendige diameter,dat deze past om het slijtdeel 258 en deze beide delen zijn zodanig bemeten,dat er een ringvormige spleet 260 wordt gevormd tus-25 sen het buitenoppervlak 262-van het slijtdeel en het inwendige oppervlak 264 van de bus. Deze spleet maakt het mogelijk,dat de pijp draaibaar is in de bus,zodat de pijp op hieronder nader te beschrijven wijze kan verdraaien. De tegenover elkaar gelegen oppervlakken van het slijtdeel en de bus maken een verdraaiing van de pijp 212 in het leger mogelijk. Het 30 slijtdeel 258 is met althans een van zijn uiteindeigelast aan de pijp 212. Zoals in fig.10 is weergegeven is het slijtdeel 258 met behulp van lassen 286A en 286B aan de pijp gelast. Ieder slijtdeel is op overeenkomstige wijze aan de pijpen gelast. Het leger,dat is gelegen in de eerste horizontale radiale pijp 50 komt overeen met het in fig.10 afgebeelde leger. 35 Het afwateringssysteem 30 omvat dan ook een aantal vaste steunen, die werken als legers voor de radiale pijpen 50 en 212. Deze steunlegers maken het mogelijk,dat de pijp draait, maar houden de pijp in horizontale 7909058 t -12- 210 6 9/CV/tl * ....
en verticale richting tegen. Zoals weergegeven in de fig.l ,2. 3 en 10 omvatten de steunlegers een aan het onderoppervlak 56 van het zwevende dak 54 of aan de basis 12 bevestigde basis,die in een het desbetreffende onderdeel niet doordringende wijze,zoals bijvoorbeeld met behulp van een 5 lasverbinding of dergelijke aan dit onderdeel is vastgezet. De steun en het leger zijn het beste weergegeven in de fig.10 en 11. Een been 254 ie aan de basis 252 gelast en verder met behulp van een las 270 verbonden met de huls 256. De huls 256 omgeeft een tweede als slijtbus aangeduide huls 258. De slijthuis 258 is op zijn beurt rondom de pijp 212 aangebracht 10 en rechtstreeks met behulp van lassen aan de pijp bevestigd.
De steun 256 komt overeen met de legers 216A en 21-6B en omvat dan ook een aan het onderoppervlak 52 van het zwevende dak 54 bevestigde basis 290, die door lassen of dergelijke aan het dak is vastgezet,zodat hiertoe geen gat in het dak behoeft te worden aangebracht. Aan de basis 290 is 15 een been 292 gelast. Aan het been is een huls 256 gelast,welke een tweede zogenaamde slijtbus 258 omgeeft. De slijtbus 258 is op zijn beurt rondom de pijp 50 aangebracht en rechtstreeks aan de pijp gelast met behulp van lasverbindingen 286A en 286B.
Opgemerkt wordt,dat de koppelingen 74 ,98, 114 ,162, 182, 214 en 20 238 zijn vervaardigd door een van schroefdraad voorziene pijpkoppeling te nemen en daarvan de binnenzijde te bewerken voor het verwijderen van de schroefdraad. De koppeling wordt aan de samenstellen gelast,zoals afgeheeld in de fig.17, 16 resp.18. Op de bouwplaats worden de vlakke einden van de pijpen 50, 96, 160 en 212 in deze koppelingen ingestoken en daar-25 aan vastgelast voor het vervaardigen van het voltooide systeem dat is uitgevoerd voor het voorkomen van lekkage van het product in het afwaterings-systeem of van water in het product. Deze lekdichtheid kan niet worden gedupliceerd in systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van elementen,die pakkingen of dergelijke omvatten. De gelaste aard van de pijpkoppelingen 30 maakt het mogelijk de pijpen met elkaar te verbinden zonder dat hierbij afdichtorganen zijn vereist waardoor de bovengenoemde voordelen worden verkregen. Een dergelijk lassen heeft een systeem,dat geheel is gelast vanaf het waterverzamelingspunt,zoals de zinkput 22 ,tot aan de afvoer 34, zodat zodoende een lekdichtsysteem is verkregen.
35 Verder wordt opgemerkt,dat de hoogte van de benen van de legers en ophangorganen en de pijpsteunen kan worden ingesteld om een positieve af- 7909068 t -13- 21069/CV/tl watering mogelijk te maken,zelfs indien het dak zich in een onderste stand bevindt.
De door kettingen gevormde verbindingsorganen komen met elkaar overeen en zijn het beste weergegeven in de fig.l, 2 en 9. Daarbij is een 5 bevestigingsplaat 30 toegepast,die vast is aangebracht op het onderopper-vlak 52 van het dek 54 van het zwevend dak,terwijl op de plaat een beugel 304 is bevestigd. De bevestigingsplaat 300 is zodanig op het dak 54 aangebracht,bijvoorbeeld met behulp van lassen dat voor het aanbrengen in het dak geen gat behoeft te worden aangebracht waardoor de hierboven aan-10 gegeven voordelen worden bereikt. Een ketting,zoals een schakelketting 308 is gekoppeld met de beugel 304 en,zoals het beste blijkt uit de fig.l en 2 omvat ieder verbindingsorgaan een paar naar beneden toe convergerende kettingen,die ieder met hun ondereinde aan een desbetreffende pijp zijn bevestigd. De kettingen zijn in een driehoek vorm opgesteld waarbij bij 15 voorkeur de hoek van iedere ketting bij de beugel 304 met betrekking tot de loodlijn ongeveer 15° is waardoor een topsectie van 30° wordt verkregen bij de pijp indien de pijp wordt ondersteund door het de kettingen omvattende verbindingsorgaan. De kettingen kunnen rechtstreeks-aan de pijpen zijn bevestigd of met behulp van aan de pijpen bevestigde kragen al naar 20 gewenst is.
Zoals verder in fig.l is afgebeeld zijn de kettingen van ieder verbindingsorgaan van gelijke lengte terwijl de kettingen van de verschillend^ verbindingsorganen verschillende lengtes hebben. Zo zijn de kettingen van het verbindingsorgaan 100 het korste van de drie verbindingsorganen,ter-25 wijl de kettingen van het verbindingsorgaan 166 het langste zijn en de kettingen van het verbindingsorgaan 130 een lengte hebben groter dan die van het verbindingsorgaan 100 maar kleiner dan die van het verbindingsorgaan 166. Het doel van deze variërende lengtes zal hieronder nader worden beschreven.
30 Zinkput 22 is het beste weergegeven in de fig.4 en 5 en omvat een zittingplaat 320 die, bijvoorbeeld met behulp van lasverbindingen 324, is bevestigd aan het onderoppervlak 52 van het dek 54. Een afdekplaat 328 is aan de zittingplaat bevestigd met behulp van vastzetorganen,zoals bijvoorbeeld bouten 330. De wanden 344 zijn afhangend bevestigd aan het onderop-35 pervlak 336 van de zittingplaat en aan de wanden 334 is een bodem 338 bevestigd. Een ringvormige scheidingswand 342 is bevestigd aan het bovenop- 7999068 f -14- 21069/CV/tl pervlak 344 van de bodem 338 en het onderoppervlak 336 van de bovenzijde 320 en de wanden 334, bijvoorbeeld met behulp van lasverbindingen. Een bus 350 is met behulp van lasverbindingen 352 aangebracht in de ringvormige opening van de plaat 342 en strekt zich daarvan naar buiten uit.
5 Een terugslagklep 360 is in de bus aangebracht en staat stroming van water daardoorheen in de richting van de pijl 364 toe.
De klep 360 is,zoals afgebeeld in fig.5,gevormd door een poortklep, maar andere terugslagkleppen kunnen eveneens worden gebruikt zonder buiten de geest en beschermingsomvang van de uitvinding te komen. Een toe-10 gangsdeksel 370, welke is voorzien van een aantal daarin aangebrachte gaten 372 en een daarop aangebrachte handgreep 374 is op de plaat 320 gemonteerd voor het afdekken van een in de zinkput 22 begrensde opening 378. De onderzijde. 338, de wanden 334 ,de zittingplaat 320 en het deksel 328 begrenzen een zinkputkamer 382 en de scheidingswand 342 verdeelt 15 deze kamer in een bovenstroomse kamer 390 en een benedenstroorase kamer 392.
Een bus 400 is aangebracht in de wand 334 en strekt zich buiten de kamer 382 uit. De bus 400 is bevestigd aan de wand 334 met behulp van lasverbindingen 402 of dergelijke en het.dichtsbij gelegen einde 60 van de 20 pijp 50 is opgenomen in de bus en daaraan met behulp van een lasverbinding 404 bevestigd.
De werking van het afwateringssysteem zal nu nader worden uiteengezet aan de hand van de fig.l en 2. Indien het zwevende dak vanaf de in fig.l weergegeven.stand beweegt naar de in fig.2 weergegeven stand tijdens 25 het leegmaken van de tank beweegt het afwateringssysteem van de in fig.l uitgevouwen vormgeving naar de in fig.2 samengevouwen vormgeving. Zoals uit deze figuren blijkt blijft de radiale pijp 212 in een vaste stand ten opzichte van de bodem terwijl de radiale pijp 50 in een vaste stand blijft ten opzichte van het dak 54,zodanig dat deze beide pijpeneen althans na-30 genoeg horizontale stand blijven innemen. Indien het dak 54 naar beneden beweegt in de richting van de bodem van de tank bewegen de L-vormige elementen en de in de richting van de koorden verlopende onder een variërende hoek op te stellen pijpen van de in fig.l weergegeven hellend verlopende ligging naar de in fig.-2 afgebeelde horizontale ligging. Indien het 35 dak 54 naar beraden beweegt komen de pijpsecties opeenvolgend in aanraking met de onderwand 12 via de steunen 250. Zoals duidelijk zal zijn 7909068 * -15- 21069/CV/tl uit de fig. 1 en 2 komen de pijpen 190 en 160 op de bodem van de tank te rusten met het op grootste afstand gelegen einde het eerste, dat wil zeggen, dat het leger 250D de bodem van de tank raakt voordat het dichts-bij gelegen einde 156 een horizontale ligging bereikt. De in de richting 5 van de koorden verlopende ^ 7^ bewegen zo opeenvolgend van de in fig.l weergegeven hellende stand in de in fig.2 afgebeelde samengevouwen op stelling met het verst afgelegen einde het eerste en met de pijpen 120, 96 en 82 opvolgend in volgorde.
Het zal duidelijk zijn,dat de lengtes van de kettingen omvattende 10 verbindingsorganen 166, 130 en 100 zodanig zijn ingesteld en gekozen,dat een opeenvolgend "vouwen" van het afwateringssysteem wordt bereikt.
Door de fig. 1 en 2 met fig.3 te vergelijken zal het duidelijk zijn, dat de pijpen van het systeem 30 een verdraaibeweging zullen ondergaan om de langshartlijnen daarvan. De pijp 50 heeft bijvoorbeeld een langs-15 hartlijn 450 en indien het dak 54 omlaag beweegt en de onder een variërende helling opstelbare secties ten opzichte van het dak 54 omhoog bewegen zal de pijp 50 om de langsas 450 worden verdraaid in een richting tegen de wijzers van de klok in. Daar de pijp 50 aan het dichtsbij gelegen einde van de pijp is vastgezet zal de draaiing daarvan een verwrin-20 ging van de pijp om de langsas 450 bewerkstelligen. Soortgelijke verdraaiing treedt op in alle andere pijpen evenals een omgekeerde of in de richting van de wijzers van de klok plaatsvindende verdraaiing zal optreden in de pijpen indien het dak omhoog beweegt. Ponstekens 452 zijn aangebracht op ieder einde van iedere pijp, zodat deze verdraaiing te iden 25 tificeren is. De ponstekens zijn ook weergegeven in de fig.13 - 16 en worden zodanig gebruikt,dat tijdens de samenbouw op het bouwterrein een werkman de juiste hoek kan bepalen, die noodzakelijk is voor het verdraaien van de pijpen indien deze in dé onderste stand zijn,zoals hieronder nader zal worden beschreven.
30 Ten gevolge van de vaste aard van de gelaste koppelingen brengt de verdraaiing van de pijpen afschuifkrachten in de pijpen voort. Voor het compenseren van deze door de verdraaiing opgewekte afschuiving worden de pijpen voorgespannen. Iedere pijp wordt voorgespannen in een mate aangepast aan de desbetreffende pijp en dientengevolge hebben de pijpen ieder 35 een afwijkende mate van daarop aangebrachte voorspanning.
De spanningsopwekking in de pijp volgt voor iedere pijp een patroon 7908068 f -16- 21069/CV/tl overeenkomend met hetgeen schematisch in fig.12 is afgeheeld. De in fig.12 weergegeven pijp heeft een maximale positieve spanning PI die daarin is ingebracht indien de pijp zich bevindt in een van de eindop-stellingen van het systeem,dat wil zeggen indien het afwateringssysteem 5 30 hetzij in de geheel uitgêslagen vormgeving is met het dak 54 boven op het product P indien de tank 10 vol is, of in de geheel samengevouwen vormgeving waarin de legersteunen 250 vlak aanliggen op de bodem 12 van de tank,en vanuit deze stand verdraaid naar en door een vormgeving met spanning nul en dan in een maximale negatieve spanningsvormgeving N,in-10 dien het afwateringssysteem 30 zich in de andere eindstand bevindt. De Pj en N spanningsconfiguraties zijn termen, welke verwijzen naar spanningsniveau 's ten opzichte van elkaar. Iedere pijp zal een daarbij behorend spanningsdiagram volgen ,inaar overeenkomend in de vorm met het in fig.12 afgeheelde schema. Iedere pijp wordt afzonderlijk onder span-15 ning gebracht en wordt opgesteld op een afzonderlijke plaats ten opzichte van het dak 16,zodat de pijpen van het ontwateringssysteem opeenvolgend worden bewogen en onder spanning gebracht.
Het verwringen van de pijpen is aangeduid in de fg 13- 16 en de hieronder volgende tabel waarin de maten van de verwringing volgens een 20 voorkeursuitvoeringsvorm zijn weergegeven.
25 7909068 -17- 21069/CV/tl ι—1
CJ\ Ρ» r-f O CM
I III I
to - - - -
0 mom rH
cm cm <n cn <f <r - co in o
r—I
1 III I
M cm m oo o <!
1-4 I—I p—I cv| CM
e <u bo
C
•H
4J CM CM CO o cn
(U I I I I I
H Q
m · -- <j m so oo os cm m vo .-4 cm n oo cn <n ü cn 1-4 rH cn h cn <f cm <r <f cm Ο 0Ί iH .-4 m r4
1 III I
in m r-* oo .-res! cn cm m cm cm σ» m öo cm cn cm cn cm cn cm cn cm cn o « «—· o
^ CM CM CM
nl I Η H .-4 a) ,Μ ο I i i ja aj cn m \o r-.
O r-4 r—I I—I r-4 r—i
H S
mvo cn oo cn cm cn cm. in cm r-4 f-i cn *-4 cn 1-4 cn <i
Mt CM ^ CM
O m "v* t-ι *i-i 0} i-i
I I I
\C Ρ» 00 CJ\
Z
0 =s = e = s = 1 o m o m o m © /—.
• £ I *ι I I ** I £
►4 g -1-4 — CM — cn — -d" — vO
1—4 vO i—4 © i—4 -sf r—4 P*» 1—4 ι-H i—4 q cn w <t* "w" Mt '-c <f >—* m v> Z z c-\ z /-s m o ogo z B z 4J λ in /—*omo/-'.
Ü öO I £ I - I £ I I £
CO - O- CM-m-1-.-O
CO CMi-4 Oi-I OOl-l vOi-l -Cj- CM
H 53 cn w Mf ' -ct· x-· m w vov—' 7909068 f -18- 21069/CV/tl
De afmetingen D, E en F verwijzen naar de lengte van de kettingen omvattende verbindingsorganen 100, 130 resp.166. Opgemerkt wordt,dat alle boogafmetingen voor hoeken a, b en c zijn gedacht op de buitenzijde van een koppeling met een straal van 2- 3/4 inches (7cm). Bij voorkeur zijn 5 de ponstekens gelegen op de pijpen,zodat tijdens de installatie de pons-tekens in lijn kunnen worden gebracht om het samenstel op de juiste wijze van tevoren met een koppel te belasten.
In de fig. 6, 7 en 8 is een verder uitvoeringsvoorbeeld van de huidige uitvinding weergegeven. In dit verdere uitvoeringsvoorbeeld omvat het 10 afwateringssyteera 30' een aantal gebogen pijpen welke spiraalvormig naar beneden verlopen vanaf het zwevende dak 16 naar de afvoer* 34 ,indien het afwateringssysteem in de omgevouwen stand is. Het afwateringssysteem 30' heeft een inlaatpijp 500 waarvan het inlaateinde 502 is gelegen nabij het bovenoppervlak 504 van het dek 506 van het zwevende dak 16. De 15 inlaat 502 is het waterverzamelorgaan van het verdere uitvoeringsv.oor-beeld en.is,zoals afgebeeld in fig.6 gelegen in of nabij het hart van het dak 16,maar kan ook op iedere andere geschikte plaats op het dak 16 ,zoals in of nabij de buitenomtrek van het dak 16 zijn opgesteld. De pijp 50 strekt zich radiaal ten opzichte van de cilindrische tank uit en is met 20 een einde 510 bevestigd aan een eerste sectie 512 van de gekromde pijp met behulp van een gelaste bus 514. Het afwateringssysteem 30' omvat verder gebogen pijpen 520 en 522,die met elkaar zijn gekoppeld met behulp van gelaste bussen 530 resp. 532 waarbij koppeling 530 de pijp 520 met de pijp 512 koppelt. Een verdere koppeling 540 verbindt de pijpsectie 25 522 met een uitlaatpijp 542,welke het afwateringssysteem met een afvoer systeem 550 verbindt.
Zoals afgebeeld in fig.6 zijn de pijpen in de ongevouwen stand gebogen in twee vlakken, een horizontaal vlak en een verticaal vlak, zodat de zich naar beneden uitstrekkende spiraalvormige vormgeving tot stand is 30 gebracht. Iedere pijp heeft echter slechts een enkele kromtestraal en de verwringing daarvan gedurende de beweging van het dak 16 produceert deze kromming in twee vlakken.
De koppelingen 514,530,532 en 540 zijn gelast op een wijze overeenkomend met de hierboven aan de hand van het eerste uitvoeringsvoorbeeld 35 van de uitvinding beschreven koppelingen.
Zoals afgebeeld in fig.6 bevestigen kettingen omvattende steunor- 7909068 f -19- 21069/CV/tl ganen 560, 566 en 570 de pijpsecties 520 en 522 aan de randplaat van het ponton juist onder de afdichting 568 ten einde een volledige neerzetting van het zwevende dak 16 op de bodem 12 van de tank mogelijk te maken. De randplaat 569 is schematisch in fig.6 afgebeeld. Zoals in het eerste uit-5 voeringsvoorbeeld hebben de kettingen omvattende steunorganen verschillende lengtes variërende van de lengte van het steunorgaan 560,welke de kortste is,tot de lengte van het langste steunorgaan 570.
Zoals in het eerste uitvoeringsvoorbeeld zijn de pijpen van het af-wateringssysteem 30' onder een voorspaning gebracht en worden zij opeen-10 volgend samengevouwen en ontvouwen. Opgemerkt wordt echter,dat het afwa-teringssysteem 30' geen met de steunen 250 overeenkomende legersteunen omvat. Zoals afgebeeld in fig.8 strekt het afwateringssysteem 30' zich uit door een zijwand van het zwevende dak 16 in plaats van in een zinkput en het dek van het dak is opgesteld bij of ter hoogte van de bodem van de 15 pontons 18' van het dak. Het spiraalvormig verlopende afwateringssysteem 30' rust op de bodem van de tank in plaats van op legersteunen,indien het dak in zijn onderste stand is. Ofschoon de pijpen op de bodem van de tank rusten worden deze pijpen echter toch opeenvolgend ''samengevouwen" en "ontvouwen" zoals hierboven is besproken aan de hand van het eerste uit-20 voeringsvoorbeeld,terwijl de pijpen afzonderlijk onder voorspanning zijn gebracht,eveneens zoals in het eerste uitvoeringsvoorbeeld.
Een uitvoeringsvoorbeeld van een ontwateringssysteem voor een dak voorzien van rechte en gebogen pijpsegmenten,dat de vorm heeft van een rechthoek of een vierkant is schematisch weergegeven in fig.19 en aange-25 duid met verwijzingscijfer 600. Zoals in fig.19 is afgebeeld omvat het ontwateringssysteem 600 een aantal rechte pijpsegmenten 602 en een aantal gebogen pijpsegmenten 604. Het ontwateringssysteem is verbonden met een zinkput 22 van het drijvende dak en aan de tank en rust op een aantal steunen of benen 606.De beensteunen 606 komen overeen met de in fig.10 30 afgeheelde legersteun. De benen 606 kunnen zijn genummerd en opgesteld als hierboven is besproken met betrekking tot het in fig.l afeebeelde uitvoeringsvoorbeeld van het ontwateringssysteem. Opgemerkt wordt,dat beensteunen 606, zoals de steun volgens fig.10,het mogelijk maken dat een pijp, zoals de pijp 602 H draait binnen het leger,zoals het leger 216A 35 van fig.10, maar geen enkele beweging van de pijp in een verticale of een horizontale richting mogelijk maakt. Het leger maakt het mogelijk,dat de 7909063 z' -20- ’ 21069/CV/tl > pijp,zoals de pijp 602H beweegt in een richting evenwijdig met de hartlijn van de desbetreffende pijp. Het afwateringssysteem is slechts schematisch afgeheeld,daar de details overeenkomen met de hierboven reeds besproken details van de andere uitvoeringsvoorbeelden.
5 Het systeem 600 komt overeen met het systeem 30 en omvat dan ook een ophangorgaan voor het ondersteunen van een eerste horizontale pijp 602A van de bodem van het drijvende dak en de pijpverbindingen omvatten gelaste koppelingen^De gekromde pijpen kunnen indien gewenst L-vormige segmenten zijn. Het in fig.19 afgebeelde systeem omvat dus een eerste 10 horizontale pijp 602A, die met een einde is verbonden aan de zinkput 22 en wordt ondersteund op de bodem van het zwevende dak,terwijl onder een variërende helling verlopende pijpen 602B - 602H met hun einden zijn gelast aan de L-vormige segmenten 604A- 604H. Het systeem omvat verder een tweede horizontale pijpi 602J,die met behulp van een lasverbinding met een 15 einde is bevestigd aan een L-vormig segment 604H en met het andere einde is gelast aan een aftapklep voor de tank.
Het zwevende of drijvende dak is in fig.20 in de volle stand van de tank weergegeven,terwijl de stand van het dak bij een lege tank is afgebeeld in fig.21 zodat de fig._ 20 en 21 het verschil tussen een 20 volledige slag tonen. De slag wordt hier omschreven als de verticale beweging van het dak 16 vanuit de stand welke het dak inneemt bij lege tank naar de stand,welke het dak inneemt bij geheel volle tank. Opgemerkt wordt,dat het dak 16 hier rust op benen,indien de tank leeg is terwijl, daar het dak 16 niet exact het boveneinde van de tank bereikt de slag klei-25 ner is dan de hoogte van de tank.
Zoals afgebeeld in fig.19 zijn een aantal kettingen 610 - 620 in het afwateringssysteem 600 opgenomen. Ter wille van de overzichtelijkheid zijn deze kettingen niet in fig.20 afgebeeld. De kettingen zijn bevestigd aan het drijvende dak en aan de lusvormige pijp. De kettinglengtes 30 zijn weergegeven in de volgende tabel : 35 7909058 -21- 21Ö69/CV/tl
Ketting Lengte 610 5' - 8" (1.73m) 5 612 12' - 1" (3.68m) 614 18' r 2" (5.54m) 616 24' - 4" (7.42m) 618 30' - 8" (9.35m) 620 37' - 9" (11.5m) 10
Een aan het dak bevestigde ketting is weergegeven in fig.22. De ketting is bevestigd aan een pijp met behulp van een klem 630,welke is voorzien van een vastzetorgaan,zoals een bout 632 en een moer 634,waarbij de bout is gestoken door oren,die zijn aangebracht in gaten 636, 15 die aan de uiteinden van een lusvormig lichaam 638 van de klem zijn aangebracht. Het lusvormige lichaam strekt zich uit langs de onderzijde van de pijp. Opgemerkt wordt,dat de klem 630 een een enkele bout omvattende klem is. Er kan ook gebruik worden gemaakt van een tweetal bouten omvat-tende klem,maar de voorkeur wordt gegeven aan een enkele bout omvattende 20 klem daar een twee bouten omvattende klem de mogelijkheid kan vergroten, dat een ketting blijft haken op de onderste bout indien het dak zich in zijn onderste stand bevindt. Een achter een bout hakende ketting zal een kortere effectieve lengte hebben en zodoende korter zijn dan verwacht, indien de ketting zijn functie gaat uitvoeren.
25 Zoals afgebeeld in fig.22 is de ketting bevestigd aan het onderop- pervlak 52 van het drijvende dak met behulp van een bevestigingsplaat 642 waarop een U-vormige steun 646 is aangebracht. Aan de steun 646 is een steunbout 650 bevestigd met behulp van een op een van schroefdraad* einde 656 van de bout geschroefde moer 652. Een schakel 558 van de ket-30 ting kan met de bout zijn verbonden tussen de benen van de U-vormige steun om zo door het dak te worden ondersteund.
Uit een vergelijking van de fig.l en 2 met fig.22 zal het duidelijk zijn,dat het ontwateringssysteem 600 is voorzien van enkele kettingen in tegenstelling met de dubbele kettingen,die zijn opgenomen in het in fig.l 35 en 2 afgebeelde afwateringssysteem 30. Er kunnen echter ook dubbele kettingen worden gebruikt bij het afwateringssysteem 600 of enkele kettingen kunnen worden eebruikt bij het afwateringsysteem 30 al naar gewenst wordt, 7 9 0 9 0 5 8 ( -22- 21069/CV/tl zonder daarmede buiten de geest en beschermingsomvang van de uitvinding te komen.
Verder wordt opgemerkt ,dat er bij voorkeur zeven afvoersteunen zijn opgenomen in het afwateringssysteem 600. Deze zeven steunen zijn 5 gelijk aan de in fig.l afgebeelde steunen 250B. Deze steunen gaan slechts een rol spelen indien het dak zich in zijn onderste stand bevindt (de in fig.2. weergegeven stand) en een deel van de gewikkelde pijpopstelling op de bodem van de tank en in een ruststand is gezeten.
De fig.23 - 27 tonen vormgevingen voor het afwateringssysteem 600 10 bij verschillende tankhoogtes en dientengevolge verschillende slagen. De hieronder volgende tabellen geven afmetingen voor deze vormgevingen. Opgemerkt wordt,dat "kromtestraal" verwijst naar de gebogen pijp 604. Verder wordt opgemerkt,dat de tabellen zijn opgesteld in overeenstemming met de pgpdiameter en de wanddikte.
15 7909068 5 -23- I . 5
I . I : I I , I
’ ; : , I I / n g I
«; ! · /« c ! i-H t * r 5 ! i ' . * . i ! > ! - J : CM I ! I ! I ; 1 ! 'S 2 ' - · i 1 · · 1 ** £ : f ί ^ 2 I * I ·! I Q I ! ^ ; ill! m £ Ö 2 i - « « * N X 4 X i ε ε ! i - <1· i ί ί ! ί - i-i vo i-ι j ο I I I I vO w Ml· w - j 1 ' - * ~ /-v S B ! m ί m ’ ί ί ;
ί i m 6 -3· co -3- «*) I
αν ί ί cm r» Ml· »-i sf <-i j
I I WWW
/^/-,/-.^1 ' ε ε g s I -Mt--Mf-Ml--Mi- oo I vOt—* vOi-H vOt—I vOi—) I <fw Mf w Mf —' <J|w
/-N
/— - /-, B
/-V s 6 B -o- - g-vf-MT-Mf-t-l
COP^ vO i—l VO r-1 ' VO ι—l VD M-/ I
CM w Ml· w; -J w! 4 —/ -3 I
1 I
/-V* oi o o S ε I B B ί /— in in ! in m i
g Μ ** « ft Λ I
in cn cn ί m m j _ ) - i—I i - i—I ! - *~l - t—I 1 VO ¢0 w Ml· w| Ml· w I -3- W Ml· w <f <· j <r Ι -3- I <r
/"I /-V /—· O i O
S S S 8 B
m m m m | m a -cn-cn-cn -cn -cn
^ y—\ 1/-J r—1 <j- t—4 -d* τ—1 ««d* »—1 ί •"d’ rH
E Ml· w Ml· w Ml· w Ml· w j Ml· w
O vO
i—( m /-\ /-> /-v /^ o
cm m E B B B S
1 - Ml· “ Ml· - Ml· “ <l· — —l·
O" Ml· vOi-»Oi-iO<-lvOrHvO«-H
o -cl· 1_/ -l· ‘ Μί* 1—' Ml· 1-/ Mf 1—e
X
X
/-s /*> = s g g g g
Ü cn vO^vOi-ivOi-ij'-CT-HvOi-H
^ -d* N-/ <f ^w/ J *d* v—^ -d* ^ m r-*
s./ /—\ /“N /"S
S B B B B
cm -ο·-·>τ-<·--τ·,<· VO 1—I vOf^ vOi-Η vOpH VOrH <j- V./ -d* s—' -d* <s—^ -d* N—/ -d“ /—\ /—\ /"> /“N ^ e-g-g-g-g f—4 nr^ CON ίΠΝ <ΠΝ CM w CM 'w' CM N-/ CM >«-' CM v—' i^N /*s
S B
0/-s o /— om o /—> om oo ί E ί B ' - ' B ' a -σν-1-i-cn-vo-eo ,-1 00 vOi-lMfr-ICMi—lOi-l co cmw n w Mfw m w ow a 4-1
a no /-v O
do B S Λ ao o/->omo<—vomo/^
H a ί S ί ·* ί 6 ί - ί B
CM r—l Or-H 00r-l VO i-Η Mt CM
ΓΠ V«/ <f V—/ <t ‘w' in ^ VO ^ 7909068
bO
•ri mi* m co σν o ft! CM cm cm cm cn •_ 24 I ______
/Ή I /-V I
> λ I λ ö0\ Ö0 bO i cMöoivoeo «$ ,ϋ f <t x : co ,μ i cn 4<s roo mo σ\ ο • ο 1 · o · <f · m · m jjm σ\ m ; r·- ο ο cn vo m η οο γ-Ί Xd co Λ ο Η >ί<Η Ο ι-Η Ο γΗ
It) 0-1 Ο ΝΗ j »ί rH Γ>'—' sf 4-/ rH 4-/ ej ·η | cn ; cn 4^ «ν to <j· f -MS : /-./-4 O <U /-4(/-4 g g -uöooSiOg o n o m o /-> I VO } I VO I - I « I g - *> ! - r - CN - 04 - 00 ! ID i) Λ m I M t) CN rH OfO CN 4Ö !
rH 4J v CO r-H ' TV 40 i“H m rH <f rH
ce so ~ι 4-/ ; co 4^ oo 'w> <tw in v u a ^ o <u •U 1—I /-4 /N /4 /-4 /-4 s s a s s
(IJ Η · H H · pH * rH — rH
JJ (Ö ΐΛ « ιΛ * in * ιΛ « m r
Ö ¢0 ** rH *» rH · ι-Η Λ ι-H Λ rH
Ο M CO w CO w CO w CO w CO w
U 4J
^ CO
rs I I I : a I I 1 I I Ο to I t I t I «
I I I I - VO
Hi I I I <ί* rH
I I I I m W
= e I I I m oo I t t I · 1 -» I I I I - ?
Hi I I I 00 rH I
I I I I *<i* 'w j \ \ /Ή z I 1 = s h g
I I I ¢0 ^ Η H
I I I I « I λ
I I I - CO » CO
pö I I I uo pH Μ H
I I j I -vi* W W
- a = a 00 rH Γ4. m 13/-4 I I I /· 1 «
C -B I I I - CN - rH
(3 V I I I 34 .-1 1*4 rH
S u" 0 I I I T> w CO 4^·
u- < I I I
VO C
rH t CN > a) l /-4 /-4 /-4 - 4Ji = g = g = g
O 6C · < rH CO O' CO CO CO
£: Οι I I I « I ~ I oo U 0) ( pE) I I : - rH - O - v 1-( j I I fv rH CO rH CN O' - I I CO 4-/ CO 4-/ ίΟ V/ CO |4- w
4-/ C
Η /V /-4 /-4 /-4 4J =g:g = g= g
•U I mfNCOmrHOOOCO
<U I I Ch I CO I UO I rH
y, I - /4-/4-/4-/4 W I Ov OO 004 0000 voco 1 C4J 4/ CO 4-/ CN 4—' CN 4—/ /~4 /-4 ~ /-4 /-4 /4 rgrgrgrgrg 0 rH <ί H Sf CN VOVD fv 00 1 Γ4 I ^ rH I ·>ί I OO I in
CN vO cor» vf Γ4 CN Ό rH VO
CNv-/ CNv-/ CN 4-/ CN 4-/ CN v-/ /-4 /-4 /—4 /-4 = = ’B = B = B=0
<t· COVO CNN)- VOCO rH rH
1/-4 I CN I ΙΛ IO I CN
— g — Λ — /4 — /4 — /4 U Ό m r-. m oo in vo m 4 in I—I 4/ ι-H 4-> 1—1 4-/ 1—1 4-/ rH 4-/ /—4 /4 /-4 /-4 /—4 = E = B= B=S=6 σν oo moo r-ico r--co com 1 cn in)· i vo i m I cn (O- - - r - - -
OCO rH CO CN CO 1—ICO OCO
rH 4—/ f—! 4-/ i—t 4—/ rH 4—/ rH 4-/ /-. /-4 /-4 /-4 /-4 a s b s b amrcorooaosm m us oo tv, cn oo r- t-- cn oo
<5 I ** I Λ I A I A I A
79 0 9 0 6 8 oo •η -d· m oo ον o
Ep CN CN CN CN CO
I ! ί I -25- ! ! 5 * * r ' I : 1 : 1 Q ; I I , I , S i I I I I ί tn j i ί ί , · ί - " ! cm ί ί ί ί ; r-» oo ί r-1 I I 1 I ; CM ^
! I
; 1 I ί I I I ! I i ^
•—4 I I I j 1 i H
T—I r I I 1 1 - P"
I I I i I · -d" I—I
i . ί j ί I m v j ~i 1 1 S j ^
ί 1 I m S
Ο I I 1 1 - " { “ Γ*.
i—l I I I I N CO I «t H
I I 1 ( CM w ( in w
I I
, I : -! 9 I I I S j - Ό
σ\ ί ί ί <1* r-* j cm ί—I
i ί ί in r-i j m w
i W I
i /->.
r-. IB
g y- ! m ί ί in S' ! " ί ί - « - r— i - in c3 ί i η» oo <)· h { ο h ί ί cm —y in w j in w y—\ 1 s in —N y— ί ί * s e s j I V-/ <}* T—ί 1—! ί ^ r-H j I cm m w m w 1 m w j Λ ί 1 y-v 9 ! e g m y- ! y.
CS in - S S 6 ta a m - «·ιν·ιο - ό - ό
J 4J vO P— CO Ό r-1 CM i—ICMi—I 1 CM r—I
cm μ cmw mw mw mwimw r- o c 1 CO VO φ CM " I—< y—S y—V y— ys
" o a SSSSS
Ο -ί-) — M3 — vO — vO — vO — Ό
X >rl CM ί—I CM i—l CM i—1 CM i—1 CM τ—I
X (ί, m m v-' m w m w m v-y. m w
S
= u
«ί Ο Λ /-v /-N /*S /N
^ SSSSS; -y -r-.-r-'-r-'.-r— -r— <fr-l <f>-l -ΐ I-Ί -d- —I <t 1-1 -d m in v—y in v«y in —y m —y rs y—v y— r-s rs SSSSS cn - r^-r---p~-p^-n.
•d ι-H -d τ—1 -d* i— -d· i—I Sfr-H
in ^ in in v—' in v> in w o r> /-\ eases
CM <f rH r-, <J* ι-H <} r-ί <J* rH
m v-/ in * m ^ in in w /—S Λ /-\ Oi e e e e e -m - m - m - m - m i«h r*^ * r*> λ ps λ r*· n r*- « CM CO CM 00 CM CO CM CO CM 00 V»/ V»/ V-/ W 'w' /% /-s s s o o»-' o m o '-n o m 60 I y—. I g 1 - I g I - (3 - g-r-l-CO - SO - 00
i-ι oo O' vo i—i *d f—i m i—i o iM
cö CM '—y cl '—y ,-d ' m 'y' vo '-y nt y-s y-s
u S S
« M O'^omO'-'Oino^
do I S I - « 8 I - I S
ca O -0-cM-m-r--0
u ^ CMi—tOi—fCOi—!VO»-H<tCM
cn ^ v <j· s-/ in v-'' vo s-/ 7909088. η o <1- m o ί-.
pp CM CM CM CM CM
26
’ y“\ /“V
CMöOvOMivOöfleObOvOöO r- ,ϋ t σ> sfü r-,y n 4J ·ο'·ο » o · o * o i-ij3 rH o - σ» o· m m o uo i-h m nj <j φ to ' m ό co oo o co o oo
«•H-OOrH-d-fHOt-ICMCMmcM
/ 4J s 0J CM v«y CO w <J- U1 s_/ vO
O OJiJO : W Ö0 r-t ! ' 0 :0'~' O Ο y-v o 1 /-> : I S1 I S I 6 · <u<u -s-<r-cr\-<r-'~' i—t 4j oo co ί <ι· "· <r »cM "<ts
It » vO 00 1 CM O UO 00 Ov 00r-t •u jS <N ^ i co o; co ih <t- <f u*i co
O <U i f—I . I—I F“I 1“I
U I—I ί V—' v-' \ /*-\: Λ Λ y-v a e* a a a <U rH - <f - <f .· - <T - <f <f 4J H ΙΛ"ΙΛ«;ΙΛ"ΙΛ«1Λ"
g CÖ "i—ί " rH - " rH " rH « i—1 I
O M <f v_y <) <) v_/ -v)·
M W
P4 OT : \ - 9 ; ί r co
til I m CM
I I < I I I "
t I I 1 - VO
HI 111 I CO 1—I
ί i;i ί. m w I I y-' ί ί I = a I lit I CO <f I l.l I I " I III t - ·<}· PS ί ί ί I r·* .Η I i^i I <t· w y—V. \ z ^ Si . ί i—t S z m j
I * ι—\ cv] LO
Ί 1 ‘I I " 1 " I
I I I - CO - CM 1 Ό CD I I I <J* |H I—I rO j
C I I ' I ST ^ "ί W I
tlj ’ I
13 Q ’· j
S ' /"S
O * I B S i t~* cm ί ί ί r co r <}· co Ο ί ί ί -d- mo co r- CM Ό I I I I " I " » " Cu I I I - r-( - o
O O I I I 00 H in i-H
I I I CO v—' CO Ί—' MM ‘?
y-N
0 0 g /""s l"l -tf o (u = co = g = g θ.μ oo »ή σν oo in
rH Ö0 I I I " I VO I OV
w C I I -r-Ι - " - <u pqi ί vO"Hii—ισνσνοο i-l I I co v-y j CO ' CM v_y
öO I
C
•ι-I y“V yv u =a=s=s = S} 4J I CMOVVOO'iinmcOtJV} <U ί ί m ί vo ί r-» i ο ί W pi - " - “ “ " i - * j ί oo oo oo oo m co I CM v»' CM CM 'w' CM vy i X-\ X“N Χ-Ν Z Χ*Ν j = e = a= s= aog «<ίΟ OO tH CO <N <r H <j" j
I <N I <J- I -sf I 00 \ <t I
o oo th\o th vo m p>m· CNJ w CM ^ fvj rH v-x r-H 1 j i
XN Z /*N Z X*N X~S /*S
Z 0 rH 0 iH|2 Z @ j SI S 00·^ ι-I «ï rM-5 N I Φ CO
P3 to ί cm ί cm loofitn ·— *t ·* «X β> Λ » Λ J ·· Λ } cn <t cn <f n ^ :· η n rHW } w rHW rHWfiHWj ί I ]
X-N X-N > X-S X-N /—\ I
a = si- s a a z <5 o co I r o z co r o- COO rH Ο j in CN vOONir^r^i <3 ί λ i»«m ί λ ί *ji λ] - rH ~ <M - <N - rH - rH j vO vo v j Γ*·> w vO w : in \-x \ 79 0 9 0 6 8 i „ , U - L ! pH CM CM J CM CM 1 CM ! i 1
; I
27-
i I
l · i I i * 1 ;
1 1 ; 1 ‘ 1 O
i ill - 8< cm I I -I no; i-ι I I I : I n »—··
r I I I I
; : i : j : ΐ 1-4 I I t I I O.
.-4 I I , I ! 1 VO CS4: I I ! I ! 4 VO Wi I ! [ > ; : ί ί i ; I t
ί i Q
4 I ; I : - 8 - 8 S
O r ί >4 t η ο vo ο ί .-4 I 1 '4 I CO t—I VO CM : 4 4 : I I ’V—' ί Λ| 4 ί 4 ê\ 4 lie Ο "1
4 4 ti - 8 - σν I
σι 1 Γ s I νΟ Ο ί—4 ; ι ί ι ι Ό ν Ό ' ; I I i f W ) * ί ι ε ι I /~\ /-\ CM 1 ι ι ! s ε ·* ί I I . Οί * Ο - (Λ! CO I I ; η .-4 ! vo cm cm ι-ι ; I t : η '— ‘ VO W I VO j S ; ! y-\ 1 f /*"S { ι e [ e ; ε ε ι ι - ο - ο ; - ο - ο· Γ~- I en Γ-4 ! VO CM - νΟ CM νΟ CM ! ι cn ^ ‘ vo ^ ; vo ' vo j ‘ ! ^“\ /—N ! 8 ; ε 8 .
(U λ J co i co co ' •U S 8 "I " " : iao -«5 - Hi - mi - o - σι: e VO CO 1-4 CO CM -Cf -Η ί .-4 Mt -4 ; ^ CS G CO ^ vO v·/· vO *— i vO vO ' -
δ o «-· ! I
as i-ι ι ί 5 ι—. a -'-v o i Ο o ! * r- -η ε ε εΐε ε ί
co * ·Η co 00 CO ! O0 00 I
cmo P-< « « - ! - : « in — ον - σν-σν'-σν— σ\ι f 1 3C ΜΪ" 1—4 «<f 1—4 <1" 1—4 f 'vt’ 1—4 r—4 : vo s«/ νΟ ^ \0 ν' vO νΟ ν' * S i i O ï } = m f ; C ε ε s : s s t • O - O - O 1 - O | — O ! vo N VO M vO CN * vO CN \D CM ; vO v vO v vO v/ [ vO v/ νΟ ν' [ ^ i · /*N /*v j /*s ‘ - ê - <§ - ë ! - ê - ë - CO VOCMi VO CN vO CN t vO CN νΟ M ! VO 'w' \0 'w' vO ‘ 'w' j vO 'w' vO v \ i /—\ /*\ | /—S 4^S · « . g . s „> ι i - j - ê;
VO CM VO CN \D CN / VO CS s£) CN
VO v/ vO v»^ vO v/ | vO v-/ vO v» , j ί λ ^-v ^-v I ^-v Λ f
- J S 8 8 ε I
p-ι cn o -o -o -o - o cn i-ι cn 1—4 en r-4 j en i-4 cni-i w cn'—' cn w cn w co s—' j
/~i , /-v I
8 i 8
O O'-» o m j o ^*v i o m I
Μ ι /-N ι 8 ' « ι 8 ' ι - ! G -8 — 1—4 — cn j — o ! — oo ί 1-4 | 00 σ\ VOi-4[<fi-4jCMi-4;Oi-4 m' cm •w enwi-d-wiinw vow ί ! 1 a> ! ; u ^ ; o ι M öc o o 8 ; o o g ; o CO I <-\ | ΙΟ 4 | s—*. { | UO ί ι go S - - ' - S < - -i-8 E-4JS cmc5’ ocMiOOin|voi^i<fOf
CO r-H f «^*1—IfUOi—I ; vö M I
ν' [ -W ; V^ ; V j ν' | 7 9 ö 9 ö 6 8 Μ ^ <*· ! «η · 'r~ 4
/wvvvvw cm [ CM :CM CM ‘CM
-28- ^ I \
CO
<jQ y"\ y-s y-\ y-s CO /"“v rH \0 60' C^J 60 O 60 W ΙΛ fafl i—I \—' ι—I —ί! Ή4"! N Λ · ,Μ ‘ &
W JJ ·ιπ ‘O · O CM ο (NO
nJXJ cMcMCMOOO'noicoooin
JJ u CNOOi-H-^-QOCTNrHOlOrH
θ·ι-ι cMCMincniooii-iincnMO
JJ 5 lO v_/ l— w (JO V r-l'-' r-|w 0)
(JO
0) dJ o o . o o o I—I 4J I /-i I /—\ 1 I /-N ι * ι /—.
td&O -S-B.-S-S-S
upj oocMiocnoocMocnvocM
oaj cm © σ» cm <n si· oj oo i—f cm u h cn -m ; cn ι-j. <· r-ι m -m r-· cm v—/ ; i—/ ; v—/ ' v—/ , /—i 1 ^ c-\ - S’ - S’ - s - s - s (Ü —1| © Ά I © *Λ ΟιΛ © m . Ο 1Λ JJ nj ι λ λ η ο ΐ * «% λ *> η «
Θ«Ι Ο CM j Ο CM I Ο CM Ο CM Ο CM
Om ι—I ·>»-- - i—i >—' 1 η-i "—' I—I '—<· t—I >—' k ui I ! ϋ ii| ! ! I ι : S - : ; r m
! I Ο tH
t I I I I + I I »1 I . - Vö Η ι ι ! ι ι m »h ι ι j ι ι in ^ : ! ι : ι ι
I I I iH CM
I ! I I I iH CM
I I J I I I * ι · ι -ι ι in W ι ι , t » th I . I ; I I >d· w i * I y-\ y-\
1 i S = S
ι ! ι = <r o m ι ι ii m m ' h <f I I (I ι - ι
Ο ι I i I - CO - CM
Ό . I I ’ I -cf i-l © i-M
ti S I · , <f N—' <J- w π} υ ’ S ι—ι ;<—>/—> r-t ; ι r g s a r> ι ; ι i-η © rH O' '
Ο I III r-l ΙΛ rH vO
CO Ο I I I I - I - CM I I \ I - iH ·- O ’
- *! pnj I I J I l^rMMirH
ο · ι ι t 'cnwcov^^ s ! ; X O ; ^ ‘ in ; > o g /-v ✓—> — fH <d ι ; o on ; r g s g ©w u ι ι ; r-ι cm ! m o -cf ' Ö0 I : I 1 I « ( I in I 00 CW ι -I j - -H ! - - - »
<U I 'I ' lO T—I i rH ΟΊ ΟΊ CO
ι-t ι . ι ; cn w i cn 'w' cm v-/ ! 1 : so > ; /—> /h ' - /s C : = 0 '. = g I g -M g ! •Η ΟιιΟ ΗιΟ,ΟΝ jj ι '* ι Ml- ; ι n L ι ό ι σι
JJ I — i— — ·ι_) — — — I
<u ι ; t-* oo -- oo oo m r·* cm io ^ © I 'CMwlCMw CMw CM w i I ! ; mg:= a ι © a ·. s so s' ιΗΐ-' ©ιηίΐ-Μΐη,’οοσι cm co ι ο ι cm ι io i ι lO ι cm ; O - -:- -- -j- -- - σ\ ιο ο Ό ! η ο ι os m r·» m
1—1 I—/ ' CM S-✓ j CM j ι-M s-c 1—1 N-J
; I · i i : s y—\ i ,—v : s~\ ,
oS = gis s : = S = S
HH;«ilOivOin!H00 .COCO s I -sj" I Oil ι-M I I lO 'I sj· w cMcn;cn<ficn<ricMcn i-icn i rH s»*' rH *s-y | rH W * rH \y ι—1 ! : ( * /--. j ! /-^ ί /—n <—v
= S(= S'= B i- 6 z S
<t! cTiinivfcc) 'COo!i^·© cn co ι r— ι om 5 t on ; ι r— ι m » Λ«·β «%|·Β ' — ««W Λ ΙΛιΗ'^Ο^Ι'μΟγΗ 'irirH ΙΛ Η V i w I w j ν»/ \^y 790906 ! “> ! i : ' ή ί η :<f ·ιη ιιο r-
Ctt ! CM CM CM CM ,CM
*«* -29- 21069/CV/tl
Opgemerkt wordt,dat de in de tabellen gegeven lengtes zijn gebaseerd op de-«reiste verticale afstand en zijn gemeten van de hartlijn van de rechte pijp verbonden met de zinkput 22. Indien de rechte pijpn^giiiches onder het niveau van het drijvende dak is wordt een corrects van 5 /6?nches (23cm) vereist. De lengtes in de tabellen moeten dan worden vergroot met yefnches (23cm). De cijfers en letters in de tabellen verwijzen naar de cijfers en letters die zijn aangegeven in de fig.23- 30.
De afmetingen voor een drie inch (7,5cm) pijp kunnen worden vergeleken met de afmetingen voor andere pijpen. De drie inch (7,5cm) tabel 10 geeft de verschillende afmetingen van de afzonderlijke pijplengtes, ket-tinglengtes en dergelijke voor iedere tankhoogte of slag. Bij vergelijking van de fig. 28- 30 met de fig.23- 27 (welke een slag heeft van 44 voet (13,5) wordt fig.28 de pertinente figuur. De verschillende pijplengtes zijn dan gegeven op de derde lijn (dat wil zeggen voor fig.28) van de 15 drie inch (7,5cm) diameter tabel evenals de kromtestralen van de hoeken en de kettinglengtes.
Zoals duidelijk zal zijn uit de fig.28- 30,zal men,indien men een andere tankhoogte heeft,maar nog steeds een afvoer van drie inch (.7,5cm) wordt vereist, de lusopstelling wijzigen. Fig.29 zal bijvoorbeeld worden 20 gebruikt voor een tankhoogte van 16 meter.
De in het systeem 600 gebruikte zinkput komt overeen met de in het systeem 30 gebruikte zinkput evenals de doordringing door de wand van de tank. Andere details in de beide systemen komen eveneens met elkaar overeen. Alle verbindingen in de lus,zoals rechte pijpen verbindende elle-25 bogen of andere gekromde pijpen worden bewerkstelligd door lassen waarbij dezelfde verbindingswerkwijzen worden benut als weergegeven in fig.3 met de uitzondering dat de voorspanningshoeken niet langer pertinent zijn.
Opgemerkt wordt, dat een slag van 13,5 meter met een pijpdiameter van 10 cm kettinglengtes zal omvatten van: ketting 612- 2,26 meter, 30 ketting 614 - 4,24 meter, ketting 616 - 6,43/ineter, ketting 620 -11,18 meter en een aanvullende ketting verbonden met de onderste lus nabij de in fig.19 aangeduide opstelling voor ketting 610 van 8,69 meter. Hieronder volgt een lijst van belangrijke punten voor het ontwateringssysteem 600: 35 1. De afmeting van het vierkant gevormd door de pijpen. Deze vari eert met de diameter van de pijp.
5. De straal van de hoekpijpen. Dit varieert met de diameter van 68 -30- 21069/CV/tl de pijp.
3. De mate van lusvorming of het aantal lussen van het vierkante patroon. Dit varieert met de verticale beweging van de hoogte van de tank.
5 4. De opstelling en lengte van de ketting of kabel. Dit wordt bepaald door bereking van de toegestane maximale spanning.
5. Keuze van de aard van het pijpmateriaal. Dit bepaald de toelaatbare spanning.
Met betrekking tot deze lijst van essentiële kenmerken zal men be-10 ginnen met de gegeven vereiste ontwateringscapaciteit. Aan de hand hiervan zal de diameter van de te gebruiken pijp moeten worden bepaald. Grotere tanks of tropische gebieden zullen uiteraard een pijp van grotere diameter vereisen. Indien eenmaal de afmeting van de pijp is gekozen wordt de afmeting van het door de pijpen gevormde vierkant bepaald evenals de straal 15 van de hoekpijpen.Ook zal men op dit tijdstip de hoogte van de «tank en dientengevolge de slag van het drijvende dak weten. Dit zal dan de mate van lusvorming of het aantal lussen van het vierkante patroon bepalen.
De kettingen worden opgesteld nabij de hoekpijpen van de pijplengtes en de plaatsen worden zodanig gekozen dat de mate van spanning in de pijplus-20 sen binnen toelaatbare niveau's wordt gehouden afhankelijk van de aard van het gekozen pijpmateriaal. De gekozen aard van het pijpmateriaal bepaalt de toelaatbare spanning in de lusvormige pijp.
Een de voorkeur verdienende tankafmeting is een diameter van 87 meter,maar onder gebruikmaking van de hierboven gegeven bespreking kunnen 25 vele variaties worden gevonden. Sommige variaties die mogelijk zijn zijn als vólgt: 1. Meer dan een afvoer kan per tank worden gebruikt,bijvoorbeeld twee pijpen van 7,5 cm.
2. In plaats van kettingen kunnen kabels worden gebruikt.
30 3. Vbtters kunnen aan de kettingen worden bevestigd om deze drij---- vend te maken en ze daardoor van de bodem van de tank op te lichten.
4. Rechthoekige vormgevingen in plaats van vierkante vormgevingen kunnen worden gebruikt. Andere vormgevingen,zoals zeshoekig of andere vormen die een cirkelvorm,benaderen kunnen eveneens worden gebruikt. In 35 feite is zelfs een cirkel mogelijk.
5. In plaats van pijpen kunnen buizen worden gebruikt. De buizen 7909068 -31- 21069/CV/tl kunnen vierkant of rechthoekig zijn. Verschillende metalen,bijvoorbeeld staal of aluminium kan worden gebruikt. Gewapende kunststof met met hechtmiddel gelaste verbindingen ,bijvoorbeeld met glas- versterkt polyes-terhars kan eveneens worden gebruikt.
5 6. De zinkput 22 kan zijn opgesteld op een ander punt dan op de hartlijn van de tank.
7. De steunen kunnen aan de bodem in plaats van aan de lus zijn bevestigd.
Samenvattend zal het duidelijk zijn,dat de huidige uitvinding voor- 10 ziet in een drainagesysteem voor een drijvend dak,welk systeem aanzienlijke voordelen heeft ten opzichte van de bekende systemen. Daarbij zijn binnen de geest en beschermingsomvang van de uitvinding wijzigingen en / of aanvullingen op de beschreven systemen mogelijk.
15 7909068
Claims (10)
1. Afwateringssysteem voor een drijvend of zwevend dak voorzien van een dakafvoer op het dak, een afvoer op een met het drijvende dak samenhangende tank en een vloeistofafvoerleiding welke zich binnen de tank tussen de afvoeren uitstrekt, gekenmerkt door een aantal pijpen (30, 30', 5 600 ),welke een lus vormen,een aantal stijve- pijpverbindingen (82,88, 112,144,174,200; 514,532,540) welke afzonderlijke pijpen (50,82,96,120, 160, 190, 212;# 512,520,522, 542; 602,604) verbinden met naburige daarop pijpen aansluitende / 1 en aan de pijpen zijn gelast voor het verstijven van de lus en het althans nagenoeg doorlopend maken van de lus vanaf de 10 dakafvoer (22,500) naar de tankafvoer (32,550),terwijl bepaalde pijpen met behulp van verbindingsorganen (100,116,130;560,566,570; 610,612, 614, 616, 618, 620) aan het drijvende dak (16,18') zijn verbonden.’
2. Afwateringssysteem volgens conclusie l,met het kenmerk,dat het aantal pijpen is voorzien van een eerste radiaal gerichte pijp (50),die 15 met de dakafvoer (22) is verbonden,van een tweede radiaal gerichte pijp (212) ,die met de tankafvoer (32) is verbonden,terwijl de overige pijpen (82,96,120,160,190,212) in bovenaanzicht gezien in een vierkant of rechthoek zijn gevormd.
3. Afwateringssysteem volgens conclusie 2, met het kenmerk,dat de pijpen 20 overblijvende j onder verschillende hellingen zijn op te stellen en opeenvolgend worden bewogen indien het drijvende dak beweegt.
4. Afwateringssysteem volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk,dat de verbindingsorganen (72,88,112, 144,174,210) L-vormige segmenten omvatten.
5. Afwateringssysteem volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk,dat de verbindingsorganen (77,88,112, 144,174 ,210) gelaste koppelingen (74,98,114,162,182,214) omvatten.
6. Afwateringssysteem volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk,dat de verbindingsorganen kettingen (100,130,166) omvatten waar- 30 bij de desbetreffende pijpen ( 96,130,166) bij voorkeur met drie van dergelijke kettingen zijn opgehangen.
7. Afwateringssysteem volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk,dat de eerste radiale pijp (50) is opgehangen aan de onderzijde (52) van het drijvende dak (16) met behulp van een ophangorgaan (56),dat 35 bij voorkeur is voorzien van een huls (294) waardoorheen de eerste radiale pijp (50) zich uitstrekt. 7909068 -33- 21069/CV/tl
8. Afwateringssysteem volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk,dat de overige pijpen (82,96,120,160,190,212) legersteunen (250) omvatten en de tweede radiale pijp (212) is voorzien van legersteunen (216),die bij voorkeur zijn voorzien van een bus (256) waardoorheen de 5 tweede radiale pijp (212)?uitstrekt,een en ander zodanig,dat de legersteunen (250,216) de pijpen op de bodem (12) van de tank (14) ondersteunen.
9. Afwateringssysteem volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk,dat alle pijpen ( 512,520,522,542) zijn gekromd voor het vormen van een continu gekromde lus (30') tussen de dakafvoer (500) en de tankaf- 10 voer (550),terwijl de dakafvoer (500) bij voorkeur is voorzien van een op de bovenzijde van het drijvende dak (504) gelegen pijp,welke zich door een wand in het drijvende dak uitstrekt.
10. Afwateringssysteem volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk,dat de afzonderlijke^ ^ 30,30',600) in een bepaalde maat onder 15 voorspanning zijn gebracht,bij voorkeur zodanig,dat de opeenvolgende pijpen opeenvolgend worden gespannen van het niveau van de voorspanning tot een waarde welke de negatieve waarde van het voorspanningsniveau is (fig.12). 20 7909068
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
US97125278 | 1978-12-20 | ||
US05/971,252 US4214671A (en) | 1978-12-20 | 1978-12-20 | Floating roof drainage system |
Publications (3)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL7909068A true NL7909068A (nl) | 1980-06-24 |
NL172428B NL172428B (nl) | 1983-04-05 |
NL172428C NL172428C (nl) | 1983-09-01 |
Family
ID=25518127
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NLAANVRAGE7909068,A NL172428C (nl) | 1978-12-20 | 1979-12-17 | Afwateringssysteem voor een drijvend of zwevend dak. |
Country Status (11)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US4214671A (nl) |
JP (1) | JPS5589089A (nl) |
AU (1) | AU532062B2 (nl) |
CA (1) | CA1112834A (nl) |
DE (1) | DE2951230A1 (nl) |
ES (1) | ES487061A1 (nl) |
FR (1) | FR2444628A1 (nl) |
GB (1) | GB2042042B (nl) |
IN (1) | IN153379B (nl) |
MX (1) | MX149281A (nl) |
NL (1) | NL172428C (nl) |
Families Citing this family (8)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
JPH07233922A (ja) * | 1994-02-18 | 1995-09-05 | Uchiyama Ookajiya:Kk | 簡易型ゴミ焼却炉 |
DE10257242B4 (de) * | 2002-12-04 | 2007-02-08 | Cta Tank- Und Anlagenbau Gmbh | Großbehälter oder Flachbodentank mit Schwimmdach |
US6978493B2 (en) * | 2003-08-06 | 2005-12-27 | Eric Stanneck | Pool cover drain |
US6817042B1 (en) | 2003-08-06 | 2004-11-16 | Eric Stanneck | Pool cover drain |
US7963412B1 (en) | 2007-01-15 | 2011-06-21 | Russell Curtiss | Drainage apparatus for a sump of a floating roof tank |
RU2444469C1 (ru) * | 2010-10-28 | 2012-03-10 | Государственное образовательное учреждение высшего профессионального образования "Уфимский государственный нефтяной технический университет" | Резервуар для нефтепродукта |
US11548725B2 (en) | 2013-03-15 | 2023-01-10 | Industrial & Environmental Concepts, Inc. | Cover systems, tank covering methods, and pipe retention systems |
US9499996B2 (en) * | 2013-06-27 | 2016-11-22 | Latham Pool Products, Inc. | Water removal from flexible cover |
Family Cites Families (15)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
DE236427C (nl) * | ||||
US1493091A (en) * | 1922-03-03 | 1924-05-06 | Wiggins John Henry | Floating deck |
US1668792A (en) * | 1926-08-30 | 1928-05-08 | John H Wiggins | Liquid-storage tank |
US1767142A (en) * | 1927-04-01 | 1930-06-24 | Andrew A Kramer | Floating-deck tank |
US1761700A (en) * | 1927-12-10 | 1930-06-03 | Chicago Bridge & Iron Co | Drainage apparatus for floating roofs |
US2359723A (en) * | 1942-03-31 | 1944-10-03 | Bethlehem Steel Corp | Floating roof drain |
US2422322A (en) * | 1944-09-14 | 1947-06-17 | Graver Tank & Mfg Co Inc | Flexible drain for floating roofs |
US2717095A (en) * | 1949-07-18 | 1955-09-06 | Shell Dev | Drainage apparatus for movable roofs |
BE518365A (nl) * | 1952-12-08 | |||
NL259148A (nl) * | 1959-08-25 | |||
NL122720C (nl) * | 1960-02-09 | |||
US3154214A (en) * | 1962-07-25 | 1964-10-27 | Phillips Petrolenm Company | Roof drain for floating roof tank |
GB1059573A (en) * | 1962-12-14 | 1967-02-22 | Dunlop Rubber Co | Improvements in or relating to pneumatic tyre building methods and apparatus |
AT248337B (de) * | 1964-09-03 | 1966-07-25 | Voest Ag | Vorrichtung zum Ableiten der Niederschlagswässer vom Dach eines Schwimmdachbehälters |
DE1268372B (de) * | 1964-11-06 | 1968-05-16 | Continental Gummi Werke Ag | Reifenaufbaumaschine fuer das Flachbandverfahren |
-
1978
- 1978-12-20 US US05/971,252 patent/US4214671A/en not_active Expired - Lifetime
-
1979
- 1979-12-04 IN IN868/DEL/79A patent/IN153379B/en unknown
- 1979-12-05 CA CA341,309A patent/CA1112834A/en not_active Expired
- 1979-12-07 AU AU53590/79A patent/AU532062B2/en not_active Ceased
- 1979-12-12 GB GB7942885A patent/GB2042042B/en not_active Expired
- 1979-12-13 MX MX180498A patent/MX149281A/es unknown
- 1979-12-17 NL NLAANVRAGE7909068,A patent/NL172428C/nl not_active IP Right Cessation
- 1979-12-19 ES ES487061A patent/ES487061A1/es not_active Expired
- 1979-12-19 DE DE19792951230 patent/DE2951230A1/de not_active Withdrawn
- 1979-12-20 JP JP16491579A patent/JPS5589089A/ja active Granted
- 1979-12-20 FR FR7931328A patent/FR2444628A1/fr active Granted
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
AU5359079A (en) | 1980-06-26 |
NL172428C (nl) | 1983-09-01 |
GB2042042A (en) | 1980-09-17 |
MX149281A (es) | 1983-10-07 |
US4214671A (en) | 1980-07-29 |
FR2444628B1 (nl) | 1983-04-15 |
GB2042042B (en) | 1982-08-18 |
NL172428B (nl) | 1983-04-05 |
ES487061A1 (es) | 1980-07-01 |
AU532062B2 (en) | 1983-09-15 |
DE2951230A1 (de) | 1980-06-26 |
JPS6139237B2 (nl) | 1986-09-02 |
JPS5589089A (en) | 1980-07-05 |
CA1112834A (en) | 1981-11-24 |
FR2444628A1 (fr) | 1980-07-18 |
IN153379B (nl) | 1984-07-14 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL7909068A (nl) | Afwateringssysteem voor een zwevend dak. | |
US4033137A (en) | Articulated floating barrier | |
RU2580488C2 (ru) | Сбалансированный загрузочный рукав без основания для перемещения текучего продукта | |
JPS6222036B2 (nl) | ||
US4398844A (en) | Floating boom structure | |
GB2129893A (en) | Floating roof drain system | |
EP0911482B1 (en) | Stress relief joints for risers | |
US3154214A (en) | Roof drain for floating roof tank | |
CN110565512A (zh) | 一种桥梁外挂排水槽接头装置及排水系统 | |
EP0679606A1 (en) | Loading arm | |
US3182848A (en) | Movable roof drainage system | |
RU2301187C2 (ru) | Резервуар с плавающей крышей | |
KR820002274B1 (ko) | 플로우팅 루우프 배수 시스템 | |
RU2295486C1 (ru) | Резервуар с понтоном для хранения легкоиспаряющихся нефтепродуктов | |
WO2011133041A9 (en) | Oil boom | |
RU2131836C1 (ru) | Резервуар с устройством для отвода ливневых вод с плавающей крыши | |
RU2763023C1 (ru) | Пробоотборник секционный сниженный для резервуаров с плавающей крышей (понтоном) | |
DE3716426C1 (de) | Druckbehaelter fuer Druckgase mit einer Einrichtung zur Pruefung,Lagerung und Wartung von Druckgasen wie Ammoniak,Propan und dergleichen | |
EP0456958B1 (de) | Schlammfang | |
DE102009006940A1 (de) | Leitungsanordnung sowie eine mit einer solchen Leitungsanordnung ausgestattete Plattform | |
RU2168582C1 (ru) | Деформационный шов моста | |
CA2023574C (en) | Articulating stairway | |
CN106926470A (zh) | 用于hdpe管线的连接方法和输水系统 | |
CN113774786B (zh) | 一种用于桥面伸缩缝间的水箱排水系统及桥体 | |
DE10257242B4 (de) | Großbehälter oder Flachbodentank mit Schwimmdach |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
BB | A search report has been drawn up | ||
BC | A request for examination has been filed | ||
V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |