NL7907567A - Inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank. - Google Patents
Inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank. Download PDFInfo
- Publication number
- NL7907567A NL7907567A NL7907567A NL7907567A NL7907567A NL 7907567 A NL7907567 A NL 7907567A NL 7907567 A NL7907567 A NL 7907567A NL 7907567 A NL7907567 A NL 7907567A NL 7907567 A NL7907567 A NL 7907567A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- liquid
- piston
- housing
- pistons
- relaxation
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01N—INVESTIGATING OR ANALYSING MATERIALS BY DETERMINING THEIR CHEMICAL OR PHYSICAL PROPERTIES
- G01N7/00—Analysing materials by measuring the pressure or volume of a gas or vapour
- G01N7/14—Analysing materials by measuring the pressure or volume of a gas or vapour by allowing the material to emit a gas or vapour, e.g. water vapour, and measuring a pressure or volume difference
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Analytical Chemistry (AREA)
- Biochemistry (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Immunology (AREA)
- Pathology (AREA)
- Sampling And Sample Adjustment (AREA)
- Measuring Fluid Pressure (AREA)
Description
* ,- Ί ->fy POLIiPACK Dipl. - Brauerei-Igenieur Dieter Wieland, te Düsseldorf, Bondsrepubliek Duitsland
Inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting ter bepaling van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank.
Het is bekend om het kooldioxydegehalte van een drank, bij-5 voorbeeld van bier, te bepalen met een inrichting, waarbij in een huis een ontspanningsruimte voor het opnemen van de te meten vloeistof is aangebracht. Deze ontspanningsruimte is via een van een afsluitinrich-ting voorziene toe-/afvoerleiding met een vloeistofin-/uitlaat verbonden en bevat verder een drukmeter alsook een temperatuurmeter, terwijl 10 zijn volume veranderbaar is in afhankelijkheid van de stand van een daar in verschuifbaar aangebrachte zuiger. De inrichting omvat bovendien een handgreep, waarmee de zuiger uit een eerste stand, waarin het volume van de ontspanningsruimte een minimum heeft, totin een tweede stand, waar-. in het volume van de ontspanningsruimte een maximum heeft, verder naar 15 buiten getrokken kan worden.
Bij deze bekende inrichting wordt uitgegaan van het feit, dat bij een evenwichtstoestand tussen het kooldioxydegehalte van de in de ontspanningsruimte aanwezige vloeistof en het kooldioxydegehalte van een zich boven de vloeistof bevindende ruimte de zich in deze ruimte instel-2o lende kooldioxydegasdrük, rekeninghoudend met de temperatuur van de vloei stof, een maat is voor het kooldioxydegehalte van de vloeistof.
De meetprocedure bij de bekende inrichting verloopt op de volgende wijze.
De ontspanningsruimte wordt via de toevoerleiding volledig 25 gevuld met de te meten vloeistof. Dan wordt deze door middel van de afsluitinrichting afgesloten en wordt de zuiger aan de handgreep totin de tweede positie naar buiten getrokken, zodat zich boven de vloeistof een met kooldioxydegas gevulde ruimte vormt. De instelling van het even- 790 75 67 * \ 2 * \ wicht wordt door schudden van de inrichting met de hand ondersteund en versneld. Aan de drukmeter wordt de zich instellende druk af gelezen en rekening houdend met de temperatuur kan op bekende wijze het bijbehorende kooldioxydegehalte van de vloeistof berekend respectievelijk uit des-^ betreffende tabellen afgelezen worden.
De bekende inrichting heeft het nadeel, dat deze omslachtig te bedienen is. Telkens moeten een aantal kleppen of kranen met de hand geopend en weer gesloten worden, de zuiger moet met de hand naar buiten getrokken worden en de inrichting moet met de hand geschud worden. jq Er zijn ook inrichtingen bekend, waarbij de instelling van de evenwichtstoestand bereikt wordt door bijzondere mechanische inrichtingen (vibratie) of elektrische inrichtingen (elektrolyse).
Maar ook deze toestellen zijn tamelijk omslachtig te bedienen. De ervaring heeft geleerd, dat de bekende inrichtingen ook betrekkelijk ^ grote hoeveelheden aan monstervloeistof nodig hebben, storingsgevoelig zijn en niet altijd reproduceerbare resultaten geven.
Er is voorts een inrichting bekend voor het continu bepalen van het kooldioxydegehalte van een door een leiding stromende vloeistof (Duitse Offenlegungsschrift 26.3^971), waarbij een deelstroom van de 2q vloeistof via een meetleiding door een meetcel geleid wordt, waarin voort- . durend een ontgassing van de vloeistof plaatsvindt, terwijl voor de meetcel een inrichting voor het meten van de statische vloeistofdruk en in de meetcel een inrichting voor het meten van de temperatuur en een inrichting voor het meten van de ontgassingsdruk zijn aangebracht. Deze meetinrich-tingen geven elektrische signalen af, die. voortdurend aan een elektronische rekenmachine worden toegevoerd ter verwerking en indicatie. De ontgassing van de vloeistof wordt ondersteund, doordat de binnenruimte van de meetcel tenminste in het gebied van de intrede-opening voor de vloeistof als cilinder is uitgevoerd en de meetleiding tangentiaal ten opzichte 20 van het mantelvlak van de cilinder uitmondt en de afvoer van de vloeistof in de richting van de hartlijn van de cilinder plaatsvindt. Aan of direkt voor de intrede-opening bezit de meetcel een dwarsdoorsnedevernauwing, om ’ een voldoende drukvat te bereiken.
Met deze bekende inrichting zijn zeer nauwkeurige en repro-35 duceerbare meetresultaten te verkrijgen, doch de technische ingewikkeld- 790 7 5 67 , * 3 heid is hetrekkelijk hoog.
De uitvinding gaat ervan uit, dat het in vele gevallen helemaal niet nodig is om het kooldioxydegehalte van een vloeistof, bij-voorheeld van hier, continu te bepalen. Het is veeleer vaak voldoende ^ om het kooldioxydegehalte met bepaalde tijdsintervallen te meten, die des te kleiner moeten zijn, naarmate het verloop van het kooldioxydegehalte in de tijd nauwkeuriger bepaald moet worden respectievelijk naarmate de waarschijnlijkheid van betrekkelijk snel optredende veranderingen van het kooldioxydegehalte groter is.
jq Het doel van de uitvinding is derhalve het verschaffen van een inrichting, waarmee het kooldioxydegehalte van een in een leidingstromen-de of van een zich in een houder bevindende vloeistof, in het bijzonder van een drank, bijvoorbeeld bier, met vooraf bepaalde tijdsintervallen bepaald kan worden. De inrichting moet nauwkeurige en reproduceerbare meetresultaten geven, moet zo eenvoudig mogelijk opgebouwd zijn, moet gemakkelijk te bedienen en in geringe mate storingsgevoelig zijn, opdat de inrichting ook onder moeilijke bedrijfsomstandigheden kan worden toegepast. De inrichting moet voor elke meting slechts een geringe hoeveelheid vloeistof nodig hebben om de instel- en meettijd laag te houden 2o en grotere vloeistofverliezen te vermijden, wanneer de monstervloeistof niet in de kringloop teruggevoerd mag worden.
De uitvinding gaat uit van een inrichting ter bepaling van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank, met een huis, dat een ontspanningsruimte voor het opnemen van de te 25 meten vloeistof bezit, welke ontspanningsruimte via een van een afsluit- inrichting voorziene toe- respectievelijk afvoerleiding met een vloeistof-in- respectievelijk uitlaat verbonden is, waarbij de ontspanningsruimte met een drukmeter alsook met een temperatuur verbonden respectievelijk verbindbaar is, terwijl het volume van de ontspanningsruimte in afhanke-30 lijkheid van de stand van een daarin verschuifbaar aangebrachte zuiger veranderbaar is en voorzien is van een inrichting voor het verschuiven van de zuiger vanuit een eerste positie, waarin het volume van de ontspanningsruimte een minimum heeft, totin een tweede positie, waarin het volume van de ontspanningsruimte een maximum heeft.
35 Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt, doordat in 790 75 67 * * k holle cilindrische gedeelten van de binnenruimte van het huis tvee verschuifbaar geleidezuigers zijn aangebracht, die in de hartlijnrichting in een lijn achter elkaar staan, star met elkaar verbonden zijn en verschillende diameters hebben, waarbij de ontspanningsruimte tussen de 5 naar elkaar toe gekeerde frontvlakken van de zuigers is aangebracht en aan zijn ene uiteinde met de vloeistoftoevoerleiding en aan zijn andere uiteinde met de vloeistofafvoerleiding verbonden is, terwijl de vloeistoftoevoerleiding door de ene zuiger en de vloeistofafvoerleiding door de andere zuiger geleid is en de zuigers als afsluitinrichting dienen, 10 doordat in de eerste positie van de zuigers de vloeistoftoevoerleiding en de vloeistofafvoerleiding geopend zijn en bij beweging van de zuigers totin de tweede positie gesloten worden, waarbij de inrichting voor het verschuiven van de zuiger een onder dwang gestuurde automatische verschuiving van de zuigers uit de eerste positie totin de tweede positie 15 bewerkstelligt. Verschillende gunstige uitvoeringsvormen van de inrich ting volgens de uitvinding zijn mogelijk.
Zo kan de inrichting volgens de uitvinding bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een draagbaar toestel. De inrichting kan dan bij doorlopende controles in het bedrijf gemakkelijk meegenomen worden, omdat 20 deze door een bijzondere vormgeving zeer gemakkelijk te transporteren en vast te houden is.
Alle uitvoeringsvormen van de inrichtinh volgens de uitvinding kunnen ook vast, bijvoorbeeld in een omloopkanaal aan een vloei-stofleiding geïnstalleerd zijn.
25 Daarbij kan het gunstig zijn om de meetresultaten toe te voeren aan een centrale verwerkingsinrichting. Er kunnen dan binnen een grote installatie op verschillende belangrijke punten, waar het kool-dioxydegehalte van de vloeistof bepaald moet worden, inrichtingen volgens de uitvinding geplaatst zijn, die vanuit een centrale bewaakt kunnen 30 worden.
Er is gebleken, dat de ontspanningsruimten bij de inrichting volgens de uitvinding klein gehouden kunnen worden, zodat met betrekkelijk geringe hoeveelheden vloeistof gewerkt kan worden. De zuiver mechanische opbouw van de inrichting is uiterst eenvoudig, robuust en 35 in geringe mate storingsgevoelig. De bediening is zeer eenvoudig, aange- 790 75 67 5 zien geen openen en sluiten van kle-ppen met de hand en geen extra schudden van de inrichtingen nodig is en de zuigers niets door lichaamskracht bewogen behoeven te worden. Het huis kan tenminste gedeeltelijk uit doorzichtig materiaal bestaan, zodat het inwendigemn de ontspannings-5 ruimte optisch gecontroleerd kan worden.
De uitvinding zal aan de hand van dein de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeelden in het volgende nader worden toegelicht.
Figuur 1 is een langsdoorsnede van een eerste uitvoeringsvorm van een inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van 10 een vloeistof.
Figuur 2 is een doorsnede volgens de lijn II - II in figuur 1.
Figuur 3 toont in langsdoorsnede overeenkomstig figuur 1 een variant van de uitvoeringsvorm volgens figuur 1.
15 Figuur k toont in een gedeeltelijk doorgesneden zijaanzicht een tweede uitvoeringsvorm van een inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof.
Figuur 5 toont overeenkomstig figuur U êên helft van de inrichting volgens figuur H bij een andere stand van de zuiger.
20 De in de figuren 1 en 2 weergegeven uitvoeringsvorm voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van de vloeistof is in eerste instantie gedacht voor afzonderlijke metingen of metingen met grote tijdsintervallen.
De eerste uitvoeringsvorm bezit een uit twee aaneen te 25 schroeven delen 1a en 1b bestaand huis. De binnenruimte van het huis is in zijn geheel hol cilindrisch uitgevoerd en bestaat uit drie op elkaar volgende gedeelten, een eerste-hol cilindrisch gedeelte 2, waarin een zuiger 5 verschuifbaar is aangebracht, een tweede hol cilindrisch gedeelte l·, dat op hierna te verduidelijken wijze als ontspanningsruimte dient, 30 en een derde hol cilindrisch gedeelte 3, waarin een zuiger 6 verschuif baar gemonteerd is. De diameter van het holle cilindrische gedeelte 3 respectievelijk van de zuiger 6 is daarbij groter dan de diameter van het holle cilindrische gedeelte 2 respectievelijk van de zuiger 5· De diameter van het holle cilindrische gedeelte U is in de asrichting gezien 35 niet constant en in het geheel groter dan de diameters van de holle 790 7 5 67 *» 9 . 6 Λ cilindrische gedeelten 2 en 3. De zuiger 5 is met de op een hartlijn daarmee gelegen zuiger 6 door de ontspanningsruimte h heen door middel van een tang 7 star verbonden. De zuiger 6 is aan zijn van de zuiger 5 af gekeerde zijde met een stang 9 verbonden, die door het huis 1a heen 5 naar buiten gevoerd is. Aan het buitenste uiteinde van de stang 9 is een €t hndgreep 10 gemonteerd. In het middelste holle cilindrische gedeelte 4 van het inwendige van het huis is een drukveer 8 aangebracht, waarvan het ene uiteinde zich afzet tegen een schouder van het huis en waarvan het andere uiteinde zich afzet tegen het frontvlak van de zuiger 6.
10 De veer 8 oefent derhalve op de zuiger 6 een kracht uit, die de zuiger 6 en de daarmee verbonden zuiger 5 tracht te verschuiven in een stand, waarin de zuiger 6 tegen de eindvlakken aanligt, die het holle cilindrische gedeelte 3 begrenzen. De verschuivingsbeweging wordt door een ontkoppelbare vastzetinrichting vergrendeld. De vastzetinrichting is in 15 een dwars op de hartlijn van het huis lopende boring 11 in het huisdeel 1a aangebracht. De vastzetinrichting bezit een tegen de kracht van een veer 13 in verschuifbare beugel 12, die in een groef 9a van de stang 9 grijpt. De beugel 12 is met een naar buiten gevoerde drukknop 12a verbonden. Bij het indrukken van de drukknop 12a wordt de beugel 12 uit de groef 2o 9 aangedrukt en wordt de stang 9 vrijgegeven, zodat de zuigers 5 en 6 onder in werking van de veerkracht van de veer 8 verschoven worden.
Het middelste gedeelte ^ van het inwendige van het huis is via een kanaal 15 verbonden met een drukmeter 1^. Bovendien strekt zich daarin een gedeelte van een in het huisdeel 1a aangebrachte thermo-25 meter 16 uit.
De inrichting bezit voorts een vloeistofinlaat Z, die via een kanaal 17 met het holle cilindrische gedeelte 3 verbonden is, en een vloeistofuitlaat A,die via een kanaal 18 met het holle cilindrische gedeelte 2 verbonden is. Bij uitvoeringsvormen, waarbij de vloeistofuit-30 laat A niet wederom met een vloeistofleiding of met een onder druk staan de vloeistofhouder verbonden is, is in de vloeistofuitlaat A een smoor-orgaan aangebracht, bijvoorbeeld een afscherming 18a. Voorts is in de onder afdichting in het holle cilindrische gedeelte 3 gemonteerde buitenmantel van de zuiger 6 een groef 19 aangebracht, die verbonden is met 35 een kanaal 20, dat door de zuiger 6 heen gevoerd is en aan het naar de 790 75 67 • 7 zuiger 5 toegekeerde frontvlak van de zuiger 6 in de binnenruimte van het huis uitmondt. Evenzo is in het onder afdichting in het holle cilindrische gedeelte 2 gemonteerde manteloppervlak van de zuiger 5 een groef 21 aangebracht, die verbonden is met een kanaal 22, dat door de 5 zuiger 5 heen gevoerd is en aan het naar de zuiger 6 toegekeerde front vlak in de binnenruimte van het huis uitmondt.
Het holle cilindrische gedeelte 2 van de binnenruimte van het huis is aan zijn uiteinde via een kanaal 26 verbonden met de omgeving.
De aan ien uiteinde van het huisgedeelte 1b aangebrachte 10 drukmeter is door een op het huis geschroefde deksel 1c beschermd.
De werking van de inrichting volgens defiguren 1 en 2 is als vigt:
De zuigers 5 en 6 kunnen in principe twee verschillende posities innemen. Een eerste positie is weergegeven in figuur 1. In figuur 1 15 zijn beide zuigers naar links geschoven. In deze eerste positie is de stang 9 door de beugel 12 vergrendeld, zodat door de drukveer 8 een in figuur 1 naar rechts werkende kracht wordt uitgeoefend zonder dat een verschuiving van de zuiger kan plaatsvinden. In deze eerste positie heeft het volume vah het inwendige van het huis, dat uit het middelste holle 2o cilindrische gedeelte H en de daaraan grenzende delen van de holle cilin drische gedeelten 2 en 3 is samengesteld, een minimum. Verder ligt de groef 19 in de zuiger 6 tegenover het uittree-uiteinde van het kanaal 17, terwijl de groef 21 van de zuiger 5 tegenover het uittree-uiteinde van het kanaal 18 ligt. Dit betekent, dat de vloeistofinlaat 6 en de 25 vloeistofuitlaat A geopend zijn. In deze stand kan bij een aan een vloei- stofleiding of een vloeistofhouder aangesloten inrichting de te meten vloeistof bij Z instroment en via de kanalen 17 en 20 terecht komen in de ruimte U, waarbij de vloeistof door deze ruimte heen stroomt en via de kansden 22 en 18 en de vloeistofuitlaat A weer uit de inrichting 30 stroomt. De toestand van de vloeistof, die door de ruimte U heen stroomt, kan geobserveerd worden, doordat het huisgedeelte 1a uit doorzichtig materiaal vervaardigd is of een voor de ruimte k aangebracht kijkvenster bezit. Zodra de tussen de naar elkaar toegekeerde frontvlakken van de zuigers 5 en 6 gelegen ruimte, die in het volgendeVerder met ontspan-35 ningsruimte h aangeduid zal worden, gevuld is en de vloeistof zonder bel len daardoorheen stroomt wordt de vastzetinriehting ontkoppeld met 790 75 67 v 8 behulp van de drukknop 12a. De beugel 12 geeft de stang 9 vrij en de zuigers 5 en 6 worden onder inwerking van de drukveer 8 schoksgewijs in de tekening naar rechts verschoven, totdat de zuiger tegen de frontwand van het holle cilindrische gedeelte 3 aanslaat. Hierdoor worden ener-5 zijds de vloeistofinlaat Z en de vloeistofuitlaat A afgesloten en wordt anderzijds het volume vergroot van de ontspanningsruimte H totdat dit volume bij de tweede positie van de zuigers 5 en 6 bij het einde van de verschuivingsweg een maximum bereikt heeft. Daarbij vindt een sterke ont-• spanning plaats van de in de ontspanningsruimte 1» ingesloten vloei-jq stof. De ontwikkeling van het in de vloeistof aanwezige kooldioxyde vindt plaats door de zich zeer snel instellende hoge drukval. De vloeistof stroomt bij een boven de verzadigingsdruk liggende druk in de ontspanningsruimte. Wanneer de vloeistofuitlaat A niet wederom met een vloei-stofleiding ofmet een onder druk staande vloeistofhouder verbonden is,
Ij dan wordt de druk in de ontspanningsruimte k door een afscherming 18a in hoofdzaak in stand gehouden. Door de zuigerverschuiving wordt een extra ruimte verschaft, waarin zich een vacuum opbouwt. Herstelt zich dan een evenwichtstoestand in tussen het kooldioxydegehalte van de vloeistof en de gasdruk in de vloeistofvrije ruimte. Door het kijkvenster respec-20 tievelijk de doorzichtige gedeelten van het huis kan de instelling van de evenwichtstoestand herkend worden aan het feit, dat het vloeistof-monster '’blank" is, dat wil zeggen' geen gasbellen meer bevat. Nu kan aan de drukmeter ïb de druk afgelezen worden. Bovendien wordt door middel van de thermometer 16 de vloeistoftemperatuur bepaald. Om een zo betrouw-2*5 baar mogelijke temperatuurindicatie te verkrijgen is de thermometer 16 zodanig aangebracht, dat zijn meetorgaan in de ontspanningsruimte U in de onmiddellijke nabijheid van de uitmondingsplaats van het kanaal 20 ligt, waardoorheen de vloeistof in de ontspanningsruimte b binnenstroomt.
Uit de gemeten waarden kan dan in principe volgens bekende formules of 2Q door middel van desbetreffende tabellen het kooldioxydegehalte van de vloeistof bepaald worden.
Na beëindiging van de meting worden door middel van de handgreep 10 via de stang 9 de zuigers 5 en 6 in de eerste positie teruggeschoven en grijpt de vastzetinrichting onder in werking van de veer 13 25 aan en vergrendelt deze de zuigers in deze eerste positie. De vloeistof- 790 7 5 67 ♦> % 9 * inlaat Z en de vloeistofuitlaat A zijn in deze positie veer geopend en de inrichting is gereed voor een tveede meting.
Voor'een snelle bepaling van het kooldioxydegehalte zonder gebruik te maken van zelf mee te nemen tabellen is aan de buitenzijde van ^ het huis 1a, 1b een bijzondere inrichting aangebracht voor het snel be palen van het kooldioxydegehalte. Deze inrichting omvat een in het buitenoppervlak van het huis ingebrachte draaibare ring 2k, die aan zijn beide randen een overeenkomstig geijkte streepscala bezit, welke telkens ligt tegenover een streepscala op vast met het huis verbonden ringen 23 en 25.
•jq Door het verdraaien van de ring 2k kan voor elke af gelezen drukvaarde en de overeenkomstige gemeten temperatuurwaarde een bijbehorende waarde van het kooldioxydegehalte van de vloeistof direkt aan het toestel afgelezen worden.
De instelling van de evenwichtstoestand kan ondersteund en jij versteld worden doordat op niet weergegeven wijze in de ontspanningsruimte U aan de stang 7 dwars op de bewegingsrichting van de zuigers een blad-veerelement is aangebracht, dat een in de bewegingsrichting van de zuigers lopende boring bezit. Bij de schoksgewijze verschuiving van de zuigers 5 en 6 na het ontkoppelen van de vastzetinrichting uit de eerste positie 20 totin de tweede positie komt het bladveerelement in trillingen, die op de het element omgevende vloeistof worden overgebracht en derhalve door de mechanische inwerking daarvan de instelling van de evenwichtstoestand versnellen.
De in de figuren 1 en 2 beschreven uitvoeringsvorm van de 25 inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van de vloeistof is zoals vermeld bijzonder geschikt voor het uitvoeren van afzonderlijke metingen of metingen bij grotere tijdsintervallen. De inrichting kan voor dit doel als draagbaar handapparaat zijn uitgevoerd, waarbij het in de drankindustrie, in het bijzonder bij toepassing van de inrichting ter be-2o paling van het kooldioxyde van bier, bijzonder doelmatig is, wanneer de buitendiameter van de inrichting zodanig gekozen is, dat deze overeenkomt met de diameter van een van de toegepaste normflessen. Het pparaat kan dan bijvoorbeeld tezamen met flessen in een gebruikelijke draaginrichting getransporteerd worden. Vanzelfsprekend kan echter ook de in de figuren 1 35 en 2 weergegeven inrichting vast op een vloeistofhouder of een vloeistof- 790 75 67
'J
10 leiding zijn aangesloten. .
Zoals beschreven is bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 en 2 de drukmeter 1U via het kanaal 15 direkt met de ontspanningsruimte k verbonden. Er is nu in de praktijk gebleken, dat in vloeistofleidingen cj vaak een aanzienlijke leidingsdruk heerst, die ligt boven de door de vol ledige uitslag van de wijzer bij de drukmeter 1'1* aangegeven druk. Wanneer nu de drukmeter in alle bedrijfstoestanden van deze inrichting met de ontspanningsruimte verbonden is voert de bij aansluiting van de inrichting aan een vloeistofleiding door het plotselinge instrument van de vloeistof in 1Q de ontspanningsruimte 1* optredende drukstoot tot een volledige uitslag van de wijzer van de drukmeter. Bij bijzonder hoge leidingsdrukken kan zelfs een beschadiging van de drukmeter optreden. In het volgende wordt aan de hand van figuur 3 een variant van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 en 2 beschreven, waarbij de verbinding tussen de drukmeter en de ontSpanje ningsruimte alleen wordt vrijgegeven in die stand van de zuigers, waarin de eigenlijke meting plaatsvindt, doch niet in de stand, waarin de vloeistof in de binnenruimte van de inrichiting stroomt.
In figuur 3 zijn voor de onderdelen, die overeenkomen met die van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 en 2, dezelfde verwijzings-20 cijfers toegepast, waarbij met betrekking tot deze onderdelen' wordt verwe- · zen naar de voorafgaande beschrijving.
Verder wordt erop gewezen, dat figuur 3 een langsdoorsnede van de inrichting is, waarbij het doorsnedevlak in het met S aangegeven gebied over een hoek van 90° verdraaid is ten opzichte van het doorsnede-25 vlak in de overige gebieden.
De opbouw van de uitvoeringsvorm volgens figuur 3 komt in hoofdzaak overeen met de opbouw van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 en 2. Het verschil ten opzichte van de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm is gelegen in het feit, dat de drukmeter 1¾ via een kanaal 115 met 30 het'holle cilindrische gedeelte 2 verbonden is. De groef 21 in de zuiger 5 is nu zodanig aangebracht, dat deze in de eerste positie van de zuiger 5, waarin deze aanligt tegen het grondvlak, dat het holle cilindrische gedeelte 2 begrenst, ligt tegenover het met de vloeistofuitlaat A verbonden kanaal 8. In deze positie is derhalve de ontspanningsruimte k met de 35 vloeistofuitlaat A verbonden. In de tweede positie van de zuiger 5, waar- 790 75 67
X
11 in de zuiger 6 aanligt tegen het frontvlak,· dat het holle cilindrische gedeelte 3 begrenst, bevindt zich de groef 21 daarentegen tegenover het met de drukmeter 1U verbonden kanaal 15· Dit betekent, dat in deze positie de drukmeter 1U via het kanaal 115, de groef 21 en het kanaal 22 met de 5 ontspanningsruimte U verbonden is.
De aan het uiteinde van het huisgedeelte 1b aangebrachte drukmeter 1^ is door een op het huis geschroefde deksel 1c beschermd.
De werking van deze uitvoeringsvorm is als volgt:
In de vermelde eerste positie, die in figuur 3 is afgebeeld, 10 zijn beide zuigers 5 en 6 in figuur 3 naar beneden verschoven. In deze eerste positie is de stang 9 door een beugel 12 vergrendeld, zodat door de drukveer 8 een in figuur 3 naar boven werkende kracht wordt uitgeoefend, zonder dat een verschuiving van de zuigers kan plaatsvinden. In deze positie heeft het volume van de binnenruimte van het huis een minimum. Verder 15 ligt de groef 19 in de zuiger 6 tegenover het uittree-uiteinde van het kanaal 17, terwijl de groef 21 van de zuiger 5 ligt tegenover het uittree-uiteinde van het kanaal 18. Dit betekent, dat de vloeistofinlaat Z en de vloeistofuitlaat A geopend zijn. In deze stand kan bij een opfeen vloei-leiding of een vloeistofhouder aangesloten inrichting de te meten vloei-2o stof bij Z instromen, waarbij deze via de kanalen 17 en 20 in de ruimte h terecht komt en deze doorstroomt, waarna de vloeistof via de kanalen 22 en 18 en de vloeistofuitlaat A weer uit de inrichting stroomt. De zich opbouwende leidingsdruk, kan echter geen uitwerking hebben via het kanaal 115 op de drukmeter 1¾. De toestand van de vloeistof, die door de ruimte 25 U heenstroomt, kan geobserveerd worden, doordat het huisgedeelte 1a uit doorzichtig materiaal is vervaardigd of een voor de ruimte h aangebracht kijkvenster bezit. Zodra de tussen de naar elkaar toegekeerde-frontvlakken van de zuigers 5 en 6 aangebrachte ontspanningsruimte k gevuld is en de vloeistof zonder bellen daardoorheen stroomt met de drukknop 12a de vast-30 zetinrichting ontkoppeld. De beugel geeft de stang 9 vrij en de zuigers 5 en 6 worden onder inwerking van de drukveer 8 schoksgewijs in figuur 3 naar boven verschoven totdat de zuiger 6 tegen de frontwand van het holle cilindrische gedeelte 3 aanslaat. Hierdoor worden enerzijds de vloeistofinlaat Z en de vloeistofuitlaat A afgesloten en wordt anderzijds het volume van 35 de ontspanningsruimte ^ vergroot totdat dit in de tweede positie van de 790 7 5 67 12 zuigers 5 en 6 aan het einde van het verschuivingstraj eet een maximum bereikt heeft. Daarbij vindt een sterke ontspanning van de in de ontspannings-ruimte ^ ingesloten vloeistof plaats en een vrijmaking van het in de vloeistof aanwezige kooldioxyde.
5 Voorts is in deze positie van de zuigers 5 en 6 de ont- spanningsruimte U via het kanaal 115 met de drukmeter verbonden. De druk kan nu aan de drukmeter worden afgelezen.
Na beëindiging van de meting worden door middel van de handgreep 10 via de stang 9 de zuigers 5 en 6 totin de eerste positie terugge-10 schoven en grijpt de vastzet inrichting op de stang 9 aan onder inwerking van de veer 13, waarbij de zuigers in deze eerste positie vergrendeld worden.
De uitvoeringsvorm volgens figuur 3 heeft het grote voordeel, dat de verbinding tussen ontspanningsruimte en drukmeter pas dan wordt 15 vrijgegeven, wanneer de ontspanningsruimte weer van de toevoerleiding is gescheiden. Op deze wijze kan niet de volle leidingsdruk op de drukmeter inwerken. De zich bij het instromen van de vloeistof in de ontspanningsruimte daar opbouwende druk wordt door de volumevergroting bij de beweging van de zuigers vereffend en kan geen uitwerking meer hebben op de druk-'20 meter.
In de figuren U en 5 is een uitvoeringsvorm van een inrichting^ voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof weergegeven, die vast aan een leiding of aan een vloeistofhouder geïnstalleerd kan zijn en die in het bijzonder voor metingen met kleinere tussenpozen toepasbaar 25 is*
De uitvoeringsvorm volgens de figuren bren 5 komt qua principiële opbouw wederom overeen met de uitvoeringsvorm volgens figuur ΐ en voor dezelfde onderdelen zijn wederom dezelfde verwijzingscijfers als in figuur 1 gebruikt.
30 De uitvoeringsvorm volgens de figuren ^ en 5 onderscheidt zich van de uitvoeringsvorm volgens figuur 1 in hoofdzaak door het feit, dat de ontkoppeling van de vastzetinrichting, die de verschuiving van de zuigers 5 en 6 vanuit de eerste positie totin de tweede positie bewerkstelligt, niet met de hand doch automatisch door een pneumatische cilinder 35 . gestuurd wordt. Evenzo vindt het terugvoeren van de zuigers 5 en 6 totin 790 7 5 67 13 > * de eerste positie automatisch plaats door de pneumatische cilinder.
Aangezien de inwendige ophouw van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 5 en ^ overeenkomt met die van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 en 2 wordt met betrekking tot de beschrijving daarvan verwezen 5 naar de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm. Een onderscheid ten opzichte van de uitvoeringsvorm volgens de figuren 1 en 2 heeft de uitvoeringsvorm volgens de figuren ¾ en 5 geen drukmeter, doch een niet weergegeven en op een andere plaats aangebrachte drukmeter wordt op de aansluiting 11¾ aangesloten en is via het kanaal 215 met het holle cilindrische gedeelte 2 ver-1Q bonden. De groef 21 in de zuiger 5 is zodanig aangebracht, dat deze in de eerste positie van de zuiger 5, waarin deze zuiger aanligt tegen het front-vlak, dat het holle cilindrische gedeelte 2 begrenst, tegenover het met de vloeistofuitlaat A verbonden kanaal 18 ligt. In deze positie is de ont-spanningsruimte U derhalve verbonden met de vloeistofuitlaat A. In de twee-15 de positie van de zuiger 5, waarin de zuiger 6 aanligt tegen het front- vlak, dat het holle cilindrische gedeelte 3 begrenst, bevindt zich de groef 21 daarentegen tegenover het met de aansluiting 11¾ verbonden kanaal 215.
Dit betekent, dat in deze positie de drukmeter via de aansluiting 11^ het kanaal 215, de groef 21 en het kanaal 22 met de ontspanningsruimte ¾ 20 verbonden is.
De gehele inrichting is via een steunconstructie 125 vast verbonden met een pneumatische cilinder 110. De zuigerstang 123 van de pneumatische cilinder 110 ligt in een lijn of evenwijdig met de met de zuigers 5 en 6 verbonden stang 9· Deze zuigerstang bezit aan zijn voorste uiteinde 25 een aanslag 12^ die in staat is om krachten over te brengen op een flens 29, welke aan het voorste uiteinde 9b van de stang 9 is aangebracht. Voorts is de zuigerstang 123 vast verbonden met een haaks uitgevoerd vrijmaakonder-deel 27, dat op een vooraf bepaalde afstand evenwijdig met de buitenwand van het huisgedeelte 1a geleid wordt. Aan het van de pneumatische cilinder 20 110 afgekeerde, langs de buitenzijde van het huisgedeelte la geleide uit einde van het vrijmaakonderdeel 27 is een vrijmaakrol 28 aangebracht. De onderlinge plaatsing is zodanig gekozen, dat de vrijmaakrol 28 bij een heen en weergaande beweging van het vrijmaakonderdeel 27 over de drukknop 12a heen bewogen wordt (zie figuur 5) en de drukknop daarbij tegen de wer-25 king'van de veer 13 in naar binnen drukt.
790 7 5 67 ϊ ί * 1¾.
Aan de-zuiger stang 123 is voorts een naar voren uitstekende klauw 30 aangebracht, die het voorste uiteinde 9b van de stang 9 met speling omgeeft en daarbij achter de flens 29 grijpt. De lengte van de klauw 30 is daarbij zodanig gekozen, dat enerzijds tussen deze klauw en de flens 5 29 zo veel speling overblijft, dat de zuigers 5 en 6 onder inwerking van de drukveer 8 na ontkoppeling van de vastzetinrichting vrij uit de eerste totin de tweede positie kunnen verschuiven, doch dat anderzijds, wanneer een volledig verschuiven totin de tweede positie niet plaatsvindt, de zuigers 5 en 6 door samenwerking van de klauw 30 met de flens 29 onder 10 dwang totin deze positie gevoerd worden.
De werking van de in de figuren k en 5 weergegeven uitvoeringsvorm is als volgt:
In de reeds genoemde eerste positie zijn de zuigers overeenkomstig figuur H naar beneden verschoven. In deze positie is de stang 9 1 5 door de beugel 12 vergrendeld, zodat door de drukveer 8 een in de tekening naar boven werkende kracht wordt uitgeoefend, zonder dat een verschuiving van de zuigers kan plaatsvinden. In deze eerste positie heeft het volume van de binnenruimte van het huis zoals beschreven een minimum. Voorts ligt de groef 19 in de zuiger 6 tegenover het uittree-uiteinde van het kanaal 17» 2o terwijl de groef 21 van de zuiger 5 tegenover het uittree-uiteinde van het kanaal 18 ligt. Dit betekent, dat de vloeistofinlaat Z en de vloeistof-uitlaat A in deze stand geopend zijn. De te meten vloeistof kan bij Z binnenstromen en komt in de ruimte k terecht, stroomt door deze ruimte en stroomt via de vloeistofuitlaat A weer uit de inrichting. Zodra de vloei-25 stof de ontspanningsruimte k zonder bellen doorstroomt wordt met de drukknop 12a de vastzetinrichting ontkoppeld. Dit geschiedt, doordat de pneumatische cilinder 110 zodanig gestuurd wordt, dat het vrijmaakonderdeel 27 en daarmee de vrijmaakrol 28 uit de in figuur U weergegeven stand via de in figuur 5 weergegeven stand totin een niet weergegeven eindstand beweegt.
2o ' Daarbij rolt de vrijmaakrol 28 over de drukknop 12a, die kort wordt ingedrukt. De beugel 12 geeft de stang 9 vrij en de zuigers 5 en 6 worden onder inwerking van de drukveer 8 stootsgewijs volgens de tekening naar boven verschoven, totdat de zuiger 6 tegen de frontwand van het holle cilindri- ; sche gedeelte 3 aanslaat. Hierdoor worden enerzijds de vloeistofinlaat Z 25 en de vloeistofuitlaat A afgesloten en wordt anderzijds het volume vergroot 790 75 67 15 - van/ie ontspanningsruimte 4 totdat het hij de tweede positie van de zuigers 5 en 6 aan het einde van het verschuivingstraject een maximum bereikt heeft. Daarbij vindt de reeds beschreven sterke ontspanning plaats van de ingesloten vloeistof en de ontwikkeling van het in de vloeistof opgenomen (j kooldioxyde. Verder is in deze positie van de zuigers 5 en 6 de ontspannings- ruimte k via het kanaal 215 met de aansluiting 11¾ voor de drukmeter verbonden. Door de zuigerverschuiving wordt een extra ruimte verschaft, waarin zich een vacuum opbouwt, er stelt zich dan een evenwichtstoestand in tussen het kooldioxydegehalte van de vloeistof en de gasdruk in de vloei-jq stofvrije ruimte. Aan de met de aansluiting 11¾ verbonden drukmeter kan nu de druk worden afgelezen. Bovendien wordt door middel van de niet meer weergegeven thermometer de vloeistoftemperatuur bepaald. Uit de gemeten waarden kan dan zoals reeds vermeld het kooldioxydegehalte van de vloeistof bepaald worden.
U Na aflezing van de meetwaarden wordt de pneumatische cilin der 110 zodanig gestuurd, dat zijn zuigerstang 123 via de aanslag 12¾ en de stang 9 de zuigers 5 en 6 weer in de eerste, dat wil zeggen de uitgangspositie terugschuift. Deze beweging vindt aanzienlijk langzamer plaats dan de door dè drukveer 8 bewerkstelligde beweging vanuit de eerste go totin de tweede positie. De vastzetinrichting grijpt onder inwerking van de veer 13 aan en vergrendelt de zuigers in de eerste positie. De vloeistof-inlaat Z en de vloeistofuitlaat A zijn in deze positie weer geopend en de inrichting is gereed voor een tweede meting.
Na een langere stilstand van de inrichting kan het voorkomen, 25 dat na ontkoppeling van de vastzetinrichting de kracht van de veer 8 niet voldoende is om de zuigers 5 en 6 in de tweede positie met de gewenste snelle schoksgewijze beweging te verschuiven, aangezien de zuigers door het opzwellen of vastkleven van hun dichtingen te sterk geremd worden. In dit geval bewerkstelligt de bovenbeschreven klauw 30, dat de zuigers 5 en 6 30 onder dwang totin de tweede positie gevoerd worden. Na enige heen en weergaande bewegingen zal de wrijving tussen de zuigers 5 en 6 en de binnenwanden van de holle cilindrische gedeelten zover verminderd zijn, dat deze weer alleen onder druk van de veer 8 in de tweede positie terecht komen, voordat het onder dwang meenemen plaatsvindt.
35 Bij voorkeur vindt de aansturing van de pneumatische cilinder 790 75 67 16 110 plaats met een vooraf bepaald gunstig tijdsinterval, dat zodanig bemeten is, dat tussen de beide bewegingen niet slechts een volledige ontspanning van de vloeistof en een ontwikkeling van het in de vloeistof aanwezige kooldioxyde heeft plaatsgevonden, doch dat bovendien nog de zich 5 instellende druk kan worden afgelezen. Hierbij kan het de voorkeur ver dienen, wanneer op niet weergegeven wijze, bijvoorbeeld aan het stuurappa-raat voor de pneumatische cilinder of ook aan de inrichting zelf een signaal verschijnt, bijvoorbeeld een lamp op licht, die telkens aanduidt, of de zuigers 5 en 6 zich in de tweede positie bevinden, respectievelijk IQ telkens nauwkeurig het tijdsinterval aanduidt, binnen hetwelk een aflezing van de druk kan plaatsvinden. De gehele inrichting wordt dan voortdurend intermitterend bedreven en de bedienende persoon, die op de apparatuur toezicht houdt, kan met vooraf bepaalde tussenpozen de drukwaarden aflezen, waarbij hij telkens hoogstens enige seconden moet wachten tot het signaal je; verschijnt, dat de telkens aanwezige afleesmogelijkheid aanduidt.
Bij deze uitvoeringsvorm kunnen de druk- en temperatuurwaarden door bijzondere inrichtingen automatisch afgelezen en overgenomen en aan een centrale verwerkingsinrichting met de vooraf bepaalde tussenpozen toegevoerd worden.
20 De in de figuren I en 5 beschreven uitvoeringsvorm heeft het grote voordeel, dat met zeer eenvoudige constructieve middelen een automatisch werkende inrichting verkregen wordt, waarbij het bewegingsver-loop van de zuigers uit de eerste positie in de tweede positie en weer terug uit de tweede positie in de eerste positie op dezelfde wijze verloopt als 25 *>ij een handtoestel, waarbij namelijk de beweging uit de eerste in de tweede positie schoksgewijs plaatsvindt, terwijl de terugbeweging totin de eerste positie veel langzamer plaatsvindt. Er is in de praktijk gebleken, dat dit de doelmatigste wijze van bewegen is, omdat hierdoor een snelle en volledige ontgassing van de vloeistof bij de ontspanning te bereiken valt.
2o Het terugvoeren van de zuigers totin de uitgangspositie kan daarentegen veel langzamer plaatsvinden.
Aangezien bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren I en 5 de werking van een met de hand bediend toestel wordt nagebootst door de automatisch werkende inrichting is verder sprake van het voordeel, dat de 35 .inrichting, die qua constructie als handtoestel gedacht is, met geringe 790 7 5 67 it ombouwmaatregelen gewijzigd kan worden in een vast geïnstalleerd, door een pneumatische cilinder aangestuurd toestel.
De ontkoppeling van de aanstuurprocedure voor de beweging van de zuigers uit de eerste positie in de tweede positie enerzijds en hun 5 terugvoering tot in de eerste positie anderzijds brengt bovendien het voordeel, dat de tijden voor de aanstroomfase en de meetfase van de gehele meetprocedure verschillend lang kunnen zijn en naar de tijd vooraf bepaald kunnen worden. De overeenkomstige instelling kan aan het stuurtoestel van de pneumatische cilinder plaatsvinden.
10 De voor de meting benodigde hoeveelheid vloeistof is bij alle uitvoeringsvormen gering. De ontspanningsruimten kunnen zodanig bemeten zijn,
O
dat zij een vloeistofhoeveelheid van 15 tot 6o cnr kunnen opnemen. Bij een volume van ca 35 cm wordt dan rekening houdend met de voor het begin van de meting door de ontspanningsruimte heen stromende hoeveelheid vloeistof 15 per afzonderlijke meting een hoeveelheid vloeistof van ca 200 cm vereist.
De vloeistofverliezen zijn derhalve ook bij uitvoeringsvormen, waarbij de vloeistofuitlaat niet wederom met een vloeistofleiding of een vloeistofhouder verbonden is, uitzonderlijk gering.
790 75 67
Claims (17)
1. Inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank, met een huis, dat een ontspanningsruimte voor het opnemen van de te meten vloeistof bezit, 5 welke ontspanningsruimte via een van een afsluitinrichting voorziene toe voer- respectievelijk afvoerleiding met een vloeistof in- respectievelijk uitlaat verbonden is en die met een drukmeter als ook met een temperatuurmeter verbonden respectievelijk verbindbaar is en waarvan het volume in afhankelijkheid van de stand van een daarin verschuifbaar geleide zuiger 10 veranderbaar is en met een inrichting voor het verschuiven van de zuiger uit een eerste positie,· waarin het volume van de ontspanningsruimte een minimum heeft, totin een tweede positie, waarin het volume van de ontspanningsruimte een maximum heeft, met het kenmerk, dat in holle cilindrische gedeelten (2, 3) van de binnenruimte van het huis twee verschuifbaar ge-15 leide zuigers (5, 6) zijn aangebracht, die in de hartlijnrichting in een lijn achter elkaar staan, star met elkaar verbonden zijn en verschillend grote diameters bezitten, waarbij de ontspanningsruimte (U) tussen de naar elkaar toegekeerde frontvlakken van de zuigers (5, 6) is aangebracht en aan zijn ene uiteinde met de vloeistoftoevoerleiding (20) en aan zijn andere 20 uiteinde met de vloeistofafvoerleiding (22) verbonden is, waarbij de vloeistoftoevoerleiding (20) door de ene zuiger (6) en de vloeistofafvoerleiding (22) door de andere zuiger (5) heen geleid is en de zuigers (5, 6) als afsluitinrichting dienen, waarbij in de eerste positie van de zuigers de vloeistoftoevoerleiding (20) en de vloeistofafvoerleiding (22) geopend zijn 25 en bij de beweging van de zuigers (5, 6) totin de tweede positie gesloten worden en de inrichting (8 tot 13) ter verschuiving van de zuigers (5, 6) een onder dwang gestuurde automatische verschuiving van de zuigers uit de eerste positie in de tweede positie bewerkstelligt.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat in 30 het huis (1a, 1b) een drukveer (8) is aangebracht, die op de zuigers (5, 6) een kracht uitoefent in de richting van de beweging totin de tweede positie en êên van de zuigers (6) aan zijn van de ontspanningsruimte (k) afgekeerde zijde met een naar buiten geleide stang (9) verbonden is, waarop een vastzetinrichting (11 tot 13) aangrijpt, die de zuigers (5, 6) in 35 de eerste positie vasthoudt en via een uit de buitenzijde van het huis uit- 790 7 5 67 * stekende drukknop (12a) ontkoppelbaar is.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de vastzetinrichting een aan de stang (9) binnen het huis aangebrachte groef (9a) bezit, waarin een grendelbeugel (12) grijpt, die onder veerkracht in 5 de groef (9a) vastgehouden wordt en met de drukknop (12a) verbonden is, waardoor hij tegen de kracht van de veer (13) in uit de groef (9a) gedrukt kan worden voor het vrijgeven van de stang (9) en daarmee van de zuigers (5, 6). 1*. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de IQ stang (9) aan zijn buitenste uiteinde (10) bezit.
5. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het buitenste uiteinde (9b) van de stang (9) gekoppeld is met de zuigerstang (123) van een pneumatische cilinder (110) via een krachtenoverbrengende verbinding (12^), waarbij de zuigerstang (123) van de pneumatische cilinder 15 (110) vast verbonden is met een ontkoppelelement (27), dat aan de buiten zijde van het huis (1a) op een vooraf bepaalde afstand van het huis in langsrichting verschuifbaar geleid wordt en aan zijn uiteinde een ontkoppel-rol (28) draagt, die bij een verschuiving van het ontkoppelelement (27) op een vooraf bepaalde‘afstand en langs een vooraf bepaalde baan langs de 20 buitenzijde van het huis beweegt en in de baan waarvan de drukknop (12a) is aangebracht.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat aan het buitenste uiteinde (9b) van de stang (9) een flens (29) is aangebracht, die tegenover een aan het buitenste uiteinde van de zuigerstang (123) 25 van de pneumatische cilinder (110) aangebrachte aanslag (I2h) ligt en aan het buitenste uiteinde van de zuigerstang (123) van de pneumatische cilinder (110) een met speling achter de flens (29) grijpende klauw (30) is aangebracht .
7. Inrichting volgens een der conclusies 2 tot 6, 30 met het kenmerk, dat de drukveer (8) in de-ontspanningsruimte (H) is aangebracht en zich afzet tegen het frontvlak van de zuiger (6) met grotere diameter.
8. Inrichting volgens êén der conclusies 1 tot 7» met het kenmerk, dat in de vloeistof uitlaat (A) een smoororgaan (18a) is 35 aangebracht. 790 75 67 4 P· . \* - %
9. Inrichting volgens ëên der conclusies 1 tot 8, met het kenmerk, dat de vloeistofiniaat (Z) respectievelijk vloeistofuit-laat (A) telkens via kanalen (17» 18) met de holle cilindrische gedeelten (2, 3) van het inwendige van het huis verbonden zijn, waarbij de uitmon-cj ding van de kanalen in deze gedeelten telkens plaatsvindt op een plaats, waartegenover in de positie van de betreffende zuiger, die overeenkomt met het volumeminimum van de bijbehorende ontspanningsruimte (4) een opening (19, 21) in de zuiger ligt, die via een door de zuigers geleid verbindings-kanaal (20, 22) met de telkens bijbehorende ontspanningsruimte (4) ver-10 bonden is.
10. Inrichting volgens ëên der conclusies 1 tot 9, met het kenmerk, dat de drukmeter (14) via een kanaal (115» 215) met minstens ëên der holle cilindrische gedeelten (2) van het inwendige van het huis verbonden is, waarbij de uitmonding van het kanaal (115» 215) in dit 15 gedeelte plaatsvindt op een plaats, waartegenover in de tweede positie van de betreffende zuiger (5), die overeenkomt met het volumemaximum van de bijbehorende ontspanningsruimte (¾) een opening (21) in de zuiger (5) ""ligt, die via een door de zuiger (5) heen geleid verbindingskanaal (22) met de ontspanningsruimte (4) verbonden is.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de ontspanningsruimte (4) via hetzelfde door de zuiger (5) heen geleide verbindingskanaal (22) en de opening (21) in de zuiger (5) in de eerste positie van de zuiger (5), die overeenkomt met het volumeminimum van de ontspanningsruimte (4), met de vloeistofuitlaat (A) respectievelijk vloeistof-25 inlaat (Z) en in de tweede positie van de zuiger (5), die met het volumemaximum van de ontspanningsruimte (¾) overeenkomt, met de drukmeter (14), (114) verbonden is. '
12. Inrichting volgens ëên der conclusies 1 tot 11, met het kenmerk, dat de temperatuurmeter (16) zodanig is aangebracht, dat 20 zijn meetorgaan zich in de ontspanningsruimte (4) in direkte nabijheid van de uittree-opening van de vloeistoftoevoerleiding (20) bevindt.
13. Inrichting volgens êén der conclusies 1 tot 12, met het kenmerk, dat het volume van elke ontspanningsruimte (4) bij het O minimum 15 tot 60 cm bedraagt.
14. Inrichting volgens een der conclusies 1 tot 13, 790 7 5 67 *v met het kenmerk, dat het huis (1a, 1h) tenminste in het gebied van elke ontspanningsruimte (U) uit doorzichtig materiaal bestaat.
15. Inrichting volgens conclusie U, met het kenmerk, dat de inrichting als draagbaar, op een vloeistofleiding of een vloeistof- 5 houder aansluitbaar toestel is uitgevoerd, waarbij de uitwendige vorm van het huis (1a, 1b) in hoofdzaak cilindrisch is en aan een uiteinde van de cilinder de drukmeter (1U) is aangebracht, terwijl zich aan het andere uiteinde van het huis (1a) de handgreep (10) bevindt.
16. Inrichting volgens conclusie 5, met 'het kenmerk, dat 10 het huis aan zijn mantelvlak een verdraaibare ring (2k) bezit, waarbij op de ring {2h) en de aangrenzende delen (23, 25) van de buitenwand van het huis een streepscala is aangebracht voor het aflezen van het kooldioxyde-gehalte in afhankelijkheid van druk en temperatuur.
17· Inrichting volgens een der conclusies 1 tot 1^·, * 15 met het kenmerk, dat de inrichting vast aan een vloeistofhouder of in een omloopleiding naar een vloeistofleiding is aangebracht, waarbij aan het huis 'aansluitingen voor de kooldioxydedrukmeter en de temperatuurmeters zijn aangebracht, die met een centrale verwerkingseenheid verbonden zijn.
18. Inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte 20 van een vloeistof, in hoofdzaak zoals beschreven in de beschrijving en/of weergegeven in de tekening. 790 75 67
Applications Claiming Priority (6)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
DE19782849401 DE2849401C2 (de) | 1978-11-14 | 1978-11-14 | Vorrichtung zur Bestimmung des Kohlendioxidgehaltes einer Flüssigkeit, insbesondere eines Getränkes |
DE2849401 | 1978-11-14 | ||
DE2919767 | 1979-05-16 | ||
DE19792919767 DE2919767C2 (de) | 1979-05-16 | 1979-05-16 | Vorrichtung zur Bestimmung des Kohlendioxidgehaltes einer Flüssigkeit, insbesondere eines Getränkes |
DE2920154 | 1979-05-18 | ||
DE19792920154 DE2920154C2 (de) | 1979-05-18 | 1979-05-18 | Vorrichtung zur Bestimmung des Kohlendioxidgehaltes einer Flüssigkeit, insbesondere eines Getränkes |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL7907567A true NL7907567A (nl) | 1980-05-19 |
Family
ID=27187742
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL7907567A NL7907567A (nl) | 1978-11-14 | 1979-10-12 | Inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank. |
Country Status (3)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US4276769A (nl) |
GB (1) | GB2036962B (nl) |
NL (1) | NL7907567A (nl) |
Families Citing this family (6)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
FR2468899A1 (fr) * | 1979-10-26 | 1981-05-08 | Alsacienne Services Ind | Dispositif de mesure de la quantite d'un gaz renferme dans un liquide |
NL8300881A (nl) * | 1983-03-10 | 1984-10-01 | Haffmans Bv | Inrichting voor het meten van de gasconcentratie van een gashoudende vloeistof. |
US6450006B1 (en) | 1999-05-26 | 2002-09-17 | Steven J. Dougherty | Method and apparatus for control of linear actuation force |
WO2001086253A1 (en) * | 2000-05-05 | 2001-11-15 | Steven John Dougherty | Method and apparatus for control of linear actuation force |
AT409673B (de) * | 2001-03-23 | 2002-10-25 | Anton Paar Gmbh | Verfahren und vorrichtung zur bestimmung der gehalte von in flüssigkeiten gelösten gasen |
US10041863B2 (en) | 2015-04-03 | 2018-08-07 | Pepsico, Inc. | Method of measuring carbonation levels in open-container beverages |
Family Cites Families (2)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US2736190A (en) * | 1956-02-28 | Gauge | ||
US3673853A (en) * | 1970-05-11 | 1972-07-04 | Sybron Corp | Gas content of liquid determination |
-
1979
- 1979-10-12 NL NL7907567A patent/NL7907567A/nl not_active Application Discontinuation
- 1979-11-13 US US06/093,709 patent/US4276769A/en not_active Expired - Lifetime
- 1979-11-14 GB GB7939480A patent/GB2036962B/en not_active Expired
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
GB2036962A (en) | 1980-07-02 |
US4276769A (en) | 1981-07-07 |
GB2036962B (en) | 1983-02-09 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
SA109300588B1 (ar) | تحليل قياسات الضغط والحجم ودرجة الحرارة للموائع المضغوطة | |
US4628750A (en) | Integrated pump and sample vessel | |
NO155860B (no) | Apparat for utproevning og kalibrering av en stroemningsmaaler. | |
US3435665A (en) | Capillary viscometer | |
NL7907567A (nl) | Inrichting voor het bepalen van het kooldioxydegehalte van een vloeistof, in het bijzonder van een drank. | |
GB2076162A (en) | A flowmeter | |
US3824859A (en) | Automatic fluid injector | |
US3483737A (en) | Apparatus for measuring interfacial tension | |
US5388447A (en) | Viscosity measurement apparatus | |
US4569220A (en) | Flow prover with seal monitor | |
US5540087A (en) | Apparatus for measuring thermodynamic characteristics of a hydrocarbon sample | |
US3360981A (en) | Leak rate detector | |
Pauchon et al. | A new apparatus for the dynamic determination of solid compounds solubility in supercritical carbon dioxide: solubility determination of triphenylmethane | |
US4463603A (en) | Volume analyzer for crude oil sampling system including bite checking apparatus | |
US6675643B2 (en) | Container volume measuring device and method | |
DE2930364C2 (de) | Differenzdruckmeßgerät, insbesondere Dichtheitsprüfgerät | |
US4658637A (en) | Cell for analyzing a fluid which is condensable, at least in part | |
RU111294U1 (ru) | Бомба равновесия для изучения фазового поведения углеводородов | |
CN108139315A (zh) | 路径长度校准系统和方法 | |
JP3637988B2 (ja) | 流量計試験装置 | |
US3190126A (en) | Continuous densimeter | |
US20030136180A1 (en) | Method of directly measuring the permittivity of geotextile and biotextile fabrics | |
US3655094A (en) | Method and apparatus for measuring and proportioning fluids | |
US3398570A (en) | Pressure gauge field testing method and apparatus | |
US3518011A (en) | Micro-volume flow cell |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
BB | A search report has been drawn up | ||
BC | A request for examination has been filed | ||
BV | The patent application has lapsed |