[go: up one dir, main page]

NL7906254A - Vloeibare brandstoffen voor het voortstuwen van vlieg- tuigen, raketten en dergelijke, alsmede werkwijze voor de bereiding van dergelijke brandstoffen, die fijn verdeelde koolstofdeeltjes gedispergeerd daarin bevatten. - Google Patents

Vloeibare brandstoffen voor het voortstuwen van vlieg- tuigen, raketten en dergelijke, alsmede werkwijze voor de bereiding van dergelijke brandstoffen, die fijn verdeelde koolstofdeeltjes gedispergeerd daarin bevatten. Download PDF

Info

Publication number
NL7906254A
NL7906254A NL7906254A NL7906254A NL7906254A NL 7906254 A NL7906254 A NL 7906254A NL 7906254 A NL7906254 A NL 7906254A NL 7906254 A NL7906254 A NL 7906254A NL 7906254 A NL7906254 A NL 7906254A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
carbon black
fuels
monomer
liquid
mixture
Prior art date
Application number
NL7906254A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Ashland Oil Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from US05/950,347 external-priority patent/US4165969A/en
Application filed by Ashland Oil Inc filed Critical Ashland Oil Inc
Publication of NL7906254A publication Critical patent/NL7906254A/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C10PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
    • C10LFUELS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NATURAL GAS; SYNTHETIC NATURAL GAS OBTAINED BY PROCESSES NOT COVERED BY SUBCLASSES C10G, C10K; LIQUEFIED PETROLEUM GAS; ADDING MATERIALS TO FUELS OR FIRES TO REDUCE SMOKE OR UNDESIRABLE DEPOSITS OR TO FACILITATE SOOT REMOVAL; FIRELIGHTERS
    • C10L1/00Liquid carbonaceous fuels
    • C10L1/32Liquid carbonaceous fuels consisting of coal-oil suspensions or aqueous emulsions or oil emulsions

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Macromonomer-Based Addition Polymer (AREA)
  • Compositions Of Macromolecular Compounds (AREA)
  • Pigments, Carbon Blacks, Or Wood Stains (AREA)
  • Liquid Developers In Electrophotography (AREA)
  • Liquid Carbonaceous Fuels (AREA)
  • Graft Or Block Polymers (AREA)

Description

- 1 -
A
s / \ 2T.0. 28.159
Ashland Oil, Inc. te Ashland, Kentucky, Verenigde Staten van
Amerika.
Vloeibare brandstoffen voor het voortstuwen van vliegtuigen, raketten en dergelijke, alsmede werkwijze voor de bereiding van dergelijke brandstoffen, die fijn verdeelde koolstofdeeltjes gedispergeerd daarin bevatten.
De ontwikkeling van stuwstraalmotoren heeft aangetoond, dat wanneer het vliegbereik toeneemt, voortstuwende brandstoffen met een verhoogde vol'umetrische verhittingswaarde ( verbrandings-warmte per volume-eenheid ) nodig zijn. In het algemeen stijgen de volumetrische verhittingswaarden van vloeibare koolwaterstof- 5 brandstoffen met verhoogde verhoudingen van kcriLstof tot waterstof in de brandstoffen en verhoogde dichtheden. Volgens de stand der techniek is voor gesteld het koolstofgehalte en de dichtheden van vloeibare koolwaterstofbrandstoffen te verhogen, en dientengevolge de volumetrische verhittingswaarden ervan, door het daarin disper- 10 geren van fijn verdeelde koolstof, zoals roet of poedervormig grafiet. Studies zijn uitgevoerd met roetsoorten, gesuspendeerd in dergelijke koolwaterstofbrandstoffen, zoals kerosine, decaline en tetraline. Bij sommige van fee studies zijn geleermiddelen, zoals een aluminiumzeep van isoï-octaanzuur of het materiaal met 15 de handelsnaam CX 5487 van Dow Chemical Company, gebruikt om de roet in de koolwaterstofbrandstof gedispergeerd te houden. Deze mengsels van koolwaterstofbrandstof en roet vertonen echter duidelijke toenames van de viscositeit in vergelijking met de vloeibare koolwaterstofbrandstof alleen. Vloeibare brandstoffen, die 20 deeltjesvormig aluminium en boor bevatten voor het verhogen van de volumetrische verhittingswaarde ervan, zijn eveneens onderzocht. De^metaaloxiden die gevormd worden bij het verbranden van deze brandstoffen hebben echter de efficiëntie van de motor ge-—Htnord en het is gebleken, dat deze brandstoffen slechts een 25 -I- 790 62 54 P'v - * 2 beperkte toepasbaarheid hebben.
Yolgens andere overwegingen bij studies van roet is aangetoond, dat koolwater stofgroepen of polymeren kunnen worden gehecht via koolstof-koolstof-bindingen aan de oppervlakken van de roetdeeltjes. Het Amerikaanse octrooischrift 3.043*708 beschrijft een 5 methode, waarbij koolwaterstofgroepen kunnen worden gehecht aan de oppervlakken van roetdeeltjes met toepassing van Eriedel-Grafts-alkyleringsmiddelen en katalysatoren. Yan deze gemodificeerde roet-soorten is gebleken, dat zij nuttig zijn voor het versterken van rubbercomposities. Andere studies van roet hebben aangetoond,dat- 10 verschillende monomeren op de roetdeeltjes kunnen worden ©eenis* polymeriseerd. Wanneer bijvoorbeeld styreen wordt toegevoegd aan roet en thermisch wordt gepolymeriseerd, wordt een reactiepro>dukt van styreenpolymeer geënt op het oppervlak van roetdeeltjes verkregen. * 15
De onderhavige uitvinding heeft op de eerste plaats betrekking op het verschaffen van een vloeibare koolwater stofbrandstof, die gedispergeerde kooldeeltjes bevat en een hoge volumetrische verhittingswaarde bezit. De uitvinding heeft verder betrekking op het verschaffen van een werkwijze voor het bereiden van een vloei- 20 bare koolwaterstofbrandstof, die gedispergeerde roetdeeltjes bevat en die een hoge volumetrische verhittingswaarde heeft. Yerder heeft de uitvinding ten doel een werkwijze te verschaffen voor het verhogen van de stabiliteit van de gedispergeerde roet in een vloeibare koolwaterstofbrandstof, die gedispergeerde kooldeeltjes bevat. 25
Yoorts heeft de uitvinding betrekking op het verschaffen van een brandstof als beschreven met een verlaagd gietpunt en verminderde viscositeiten in vergelijking met bekende mengsels van roet en vloeibare brandstof.
De uitvinding betreft een werkwijze voor de bereiding van 30 een koolwaterstofbrandstof, die hoofdzakelijk bestaat uit eenvloei-bare verbrandbare koolwaterstof, waarin roetdeeltjes zijn gedis-pergeerd, op de oppervlakken waarvan koolwater stofgroepen chemisch zijn gehecht of polymeergroepen zijn geënt-polymeriseerd. De brandstof samenstelling volgens de uitvinding kan eveneens katalysator- 55 resten en/of homopolymeren van het monomere materiaal waaruit het entpolymeer is bereid, bevatten, maar deze zijn geen essentiële 790 62 54
V
v 3 componenten van de samenstelling'.
De uitvinding heeft verder "betrekking op een werkwijze voor het bereiden van een köolwaterstofbrandstof met een hoog roetge-halte, waarin deeltjesvormig roet, een polymeriseerbaar, entbaar monomeer en een polymerisatieinitiator worden gemengd in een 5 vloeibaar koolwaterstofbrandstofmilieu en het verkregen mengsel wordt omgezet onder geschikte omstandigheden van temperatuur en druk voor het bereiken van entpolymerisatie van ten minste een gedeelte van het toegevoegde monomeer op het roet.
Hoewel de nadruk in de volgende beschrijving ligt op vloei- 10 bare koolwater stof brandstof-roet-entpolymeersamens tellingen en een werkwijze voor de bereiding daarvan, heeft de uitvinding tevens betrekking op samenstellingen, die vloeibare koolwater-stofbrandstoffen en roet bevatten, waarbij op de oppervlakken ° van het roet koolwaterstofgroepen zijn gehecht. De koolwaterstof- 15 groepen worden gehecht met toepassing van Eriedel-Crafts, Grignard, of andere gebruikelijke reacties, alsmede reacties van het poly-merisatietype zoals Ziegler-Uatta, anionogene, kationogene, door bestraling geïnduceerde en door peroxide geïnitieerde reacties.
De vloeibare koolwater stofcomponent kan elke verbrandbare 20 vloeibare koolwaterstof zijn. Bij voorkeur gebruikte koolwaterstof-vloeistoffen zijn die met een hoge dichtheid en een hoge verhouding van koolstof tot waterstof, zoals kerosine, de JP-5, EP-1 of Shelldyne brandstoffen, decaline of tetraline. "JP-5", "BP-1" en " Shell dyne" zijn handelsmerken van de Shell Oil Company voor meng- 25 seis van onverzadigde bicyclo-(2.2.1 )-hepta .-*-2.5-diëendimeren.
Een bij voorkeur gebruikte koolwaterstofvloeistof is een gehydro-geneerd dimeer van methylcyclopentadiënen met de structuur van formule 1.
Een grote variëteit van roetsoorten kan worden gedispergeerd 30 in de vloeibare koolwaterstofbrandstof. Deze zijn thermisch verkregen roetsoorten met verschillende deeltjesgrootten, ovenroet-soorten enéP-sroet. Bruikbare ovenroetsoorten omvatten de klassen aangeduid als super-slijtvast, zeer-slijtvast, snel-^xtrusie en karkaskwaliteit (“super abrasion, high abrasion, fast extrusion, 35 fine and carcass grade$net verschillende deeltjesgrootten. Klassen van bruikbaar gasroet zijn "medium processing, hard processing 790 62 54 V ' * 4 and conducting". Roet, bereid uit ethyn en de verschillende grafiet-soorten^oet kunnen eveneens worden gebruikt. Roetsoorten met een kleinere deeltjesgrootte zullen gemakkelijk verbranden maar een neiging hebben de viscositeit van het verkregen mengsel van brandstof en roet te verhogen, terwijl roetsoorten met grotere deel- 5 tjesgrootte de viscositeit minder zullen verhogen bij overeenkomstige concentraties maar niet even snel zullen verbranden. Het zal derhalve noodzakelijk zijn een roet te kiezen met een gemiddelde deeltjesgrootte voor het optimaliseren van het verbranden en de viscositeitseigenschappen van het verkregen mengsel van roet 10 en vloeibare koolwaterstof.
Een bij voorkeur gebruikt roet is een semi-versterkend roet (SEP) met de volgende eigenschappen: ASTM nr. H-754 jood-adsorptie, mg/g. 20-27 15 tint 188-200 DBP adsorptie, ml/100 g 54-62 as, % 0,75 maximum 30 mesh-residu, % 0,001 maximum 325 mesh-residu, % -0,050 maximum 20
Het monomeer dat· moet worden geënt-polymeriseerd op de deeltjes van het roet kan worden gekozen pit een groot aantal in de handel verkrijgbare monomeren. Aangenomen wordt dat het mechanisme van ent-polymerisatie bestaat uit twee trappen. In de . eerste trap polymeriserén|le moleculen van het monomeer onder vor- 25 ming van een polymeerketen. Yervolgens hecht het reactieve uiteinde van de polymeerketen zich op het oppervlak van het roet. Dientengevolge moet het gekozen monomeer er een zijn, dat een gewenst roet-ent-polymeer zal. opleveren met gewenste koolwaterstof-eenheden, die verenigbaar zijn met de kalwaterstofbrandstofcomponent, 30 waarin het roet wordt gedispergeerd. In het bijzonder zijn te gebruiken monomeren vinylesters, esters van acryl- en gesubstitiBerde acrylzuren en polymeriseerbare koolwaterstoffen, die een koolwa-terstof^gedeelte bevatten, dat verenigbaar zal zijn met de vloeibare koolwaterstofbrandstofcomponent. Andere bruikbare monomeren zijn 35 diëenmonomeren, zoals isopreen en butadiëen, cyclische diënen, zoals cyclopentadiëen, en cyclische koolwaterstoffen die een veel- 790 6 2 54 • * u 5 voudige onverzadiging hebben ( geconjugeerd of niet-geconjugeerd).
Ideale monomeren zouden die zijn, welke eenheden bevatten, die overeenkomstig z^iyte vloeibare koolwaterstofcomponent, zoals vinyl-gehydrogeneerde-dimeren van methylcyclopentadiënen, vinyl-Sielldyne-type koolwaterstoffen (mengsels van door vinyl gesubstitueerde on- 5 verzadigde bicyclo-(2.2.1)-hepta-2.5-diëendimeren), vinylcuban (door 2 5 5 8 vinyl gesubstitueerde verbindingen van pentacyclo (4.2.0.0 .O'7’ .
04’T> octaan), en vinylbinor-S (door vinyl gesubstitueerde verbin- . dingen van heptacyclo (5·5·1 .l^’^.l^’^.l^’"^ .O^’^.O®’^^) tetradecaan).
Specifieke monomeren die kunnen worden gebruikt zijn lauryl- 10 methacrylaat, 1,2-dihydronaftaleen en gedeeltelijk gehydrogeneerde, gevinyleerde gehydrogeneerde antraceen en fenantreen.
Katalysatoren, die gebruikt kunnen worden, zijn die welke gewoonlijk worden gebruikt als vrije radicalen leverende initiatoren, zoals peroxiden en hydroperoxiden, pinacolen en overgangsmetaal- 15 ioninitiatoren. Meer in het bijzonder zijn te gebruiken katalysatoren 2.2'-azo-bis-isobutyronitrile, gewoonlijk AIM genoemd^en 1.3-difenyltriazeen, onderstaand aangeduid met DPT. Hiervan verdient de DPT-katalysator de voorkeur, omdat deze een langere halfwaarde-tijd heeft en kan worden gebruikt bij hoge temperaturen van 100- 20 120°C. De werktemperatuur voor de AIM-katalysator is 60-80°C.
Gebaseerd op het aggregaatgewicht van het roet, de vloeibare koolwaterstof en het gepolymeriseerde monomeer in de uiteindelijke brandstofsamenstelling, moet de hoeveelheid roet ongeveer 5-70 gew.%, de hoeveelheid vloeibare koolwaterstof, ongeveer 50-95 gew.% 25 en het monomeer ongeveer 2-15 gev.% zijn. Bij voorkeur gebruikte gebieden van deze componenten zijn ongeveer 50-70 gew.% roet, ongeveer 30-50 gew.% kool waterstof vloei stof en ongeveer 1-5 gew.% monomeer.
De hoeveelheid katalysator, die in het mengsel wordt opge-nomen zal ten dele afhangen van de bijzondere gebruikte katalysator.
Wanneer de AIM of DPT katalysatoren worden gebruikt, dan worden ongeveer 1-5 gew.dln katalysator per 100 gew.dln monomeer toegepast.
De temperatuur en druk, waarbij het roet, monomaa: en katalysator worden omgezet, zijn die welke in het algemeen worden toe- 35 gepast bij gebruikelijke polymerisatiereacties en variëren van o 2 ongeveer 50 tot 150°C en ongeveer 0-1,4 2g/cm .
790 62 54 6 «Λ *
Bij het combineren van het roet, de vloeibare koolwaterstof-brandstof,het monomeer en de katalysator is een nieuw kenmerk van de werkwijze voor het mengen van deze componenten, dat het roet, het monomeer en de katalysator direct worden toe gevoegd aan en omgezet met de vloeibare koolwaterstofbrandstof. Een tussentrap 5 waarbij het roet en het monomeer eerst worden omgezet en vervolgens aan de vloeibare koolwaterstof worden toegevoegd, is^nood-zakelijk.
Yolgens een voorkeursmethode voor het combineren van de componenten worden het roet, het monomeer en de katalysator alle toe- 10 gevoegd in de gewenste hoeveelheden aan de vloeibare koolwaterstof-brandstof. De gecombineerde materialen worden bij omgevingstemperatuur voldoende geroerd om ze gelijkmatig door de koolwaterstof-vloeistof te dispergeren. Het mengsel wordt vervolgens verhit op de gewenste stemperatuur voor het polymeriseren van het monomeer. 15
De tijd, die nodig is voor het beëindigen van de reactie, varieert maar een tijd van slechts 2 uren is toegepast. Ha beëindiging van de omzetting wordt het mengsel gekoeld en is het gereed voor toepassing als brandstof.
Indien gewenst kan echter het roet-entpolymeer afzonderlijk 20 worden gevormd buiten de vloeibare koolwaterstof en vervolgens ermee worden gecombineerd en gedispergeerd in de vloeibare koolwaterstof brandstof .
Het is ingezien dat het monomeer in twee verschillende wijzen reageert. Er is een homopolymerisatiereactie, waarbij de monomeer- 25 moleculen met elkaar verbonden worden onder vorming van een homo-polymeer van het monomeer. De tweede reactie is die, waarbij de groeiende polymeerketens reageren met de roetdeeltjes onder vorming van het entpolymeer. In het ideale geval moet de reactie worden uitgevoerd om de vorming van entpolymeren met het roet ma- 30 ximaal te maken en de vorming van homopolymeren te minimaliseren.
In sommige gevallen is het gewenst het roet met een ontgas-singsbehandeling voor te behandelen. Deze trap bestaat uit het onderwerpen van het roet aan een verminderde druk van 2-5 mm kwik en een verhoogde temperatuur van 140-150°C gedurende ongeveer 3 35 uren- Deze behandeling verwijdert vocht en zuurstof en verbetert de activiteit van het roet voor het erop hechten van de koolwater- 790 6 2 54 - ^ 7 stofgroepen.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de volgende voorbeelden.
Voorbeeld I.
Aan 106,6 g vloeibare koolwaterstofbrand'stof (handelsnaam 5
Shelldyne) in een menginrichting werden 65 g van een thermisch roet toe gevoegd. Na mengen van de twee componenten was een thixo-trope dispersie met een dichtheid van 1-,27 g/m1 welke 33» 7 gew.Jé roet bevatte, verkregen. Het mengsel, aangeduid als monster A, werd opxzij gezètnom te worden gebruikt als een controle en verge- 10 lijkingsmonster.
Een tweede dispersie met toepassing van dezelfde hoeveelheid thermisch roet en koolwaterstofvloeistof werd vervolgens bereid.
Q?erwijl de tweede dispersie nog in de menginrichting was, werden 300 mg DPT-katalysator toegevoegd onder continu roeren en vervol- 15 gens -21,5 g laurylmethacrylaatmonomeer. Een gedeelte van het verkregen mengsel,.aangeduid als monster B, werd bewaard bij kamertemperatuur. De rest, aangeduid als mengsel C, met een gewicht van 117 g werd verwijderd en gedurende een nacht verhit (ongeveer 15 uren) bij een temperatuur van 100°C in een gesloten vat. Visuele 20 vergelijking van dit laatste mengsel, monster C, met het monster zonder toegevoegd monomeer, monster A en het monster met ongepoly-meriseerd monemeer, monster B, toonde duidelijk aan, dat het verhitte gepolymeriseerde monster C de laagste viscositeit had ( vergelijkbaar met motorolie bij kamertemperatuur) terwijl de eerste 25 twee monsters A en B uiterst vis&eus waren. Deze lagere viscositeit gaf aan, dat entpolymerisatie van het laurylmethacrylaat had plaats gevonden bij· aanwezigheid van de vloeibare koolwater stof-brandstofdrager. De berekende samenstelling van monsters B en C was 55»2 gew.% Shelldyne, 33>7 gew.% roet en 11,1 gew.% monomeer 30 respectievelijk polymeer.
Voorbeeld II.
Aan 184 g gehydrogeneerd dimeer van methylcyclopentadiëen (in de handel bekend als RJ-4) werden 113 S van hetzelfde thermische roet als in voorbeeld toegevoegd en het mengsel werd gemengd, waar- 35 bij een thixotroop mengsel met 38 gew.% roet werd verkregen. Een gedeelte van dit mengsel (106 g), aangeduid als monster D, werd 790 62 54 V- 8 verwijderd voor controle en vergelijking. Aan de resterende 191 g van het mengsel werden 23,6 g laurylmethacrylaat en 330 mg van de DPT katalysator toegevoegd onder roeren. De hoeveelheid katalysator, die toegevoegd werd, kwam overeen met 1,4 gew.dln per 100 gew.dln monomeer. De hoeveelheden roet, RJ-4 vloeibare kool- 5 waterstof, laurylmethacrylaat en DPT-katalysator, die gemengd
Is werden, kwamen overeen met dezelfde gewicht sverhoudingenym voorbeeld I. Ra mengen van al deze componenten werd een monster, aangeduid als monster E, verwijderd en de rest, aangeduid als monster F, werd een nacht verhit in een gesloten vat op 110°C. ïïit visueel 10 onderzoek de volgende dag bleek dat het gepolymeriseerde monster F een aanzienlijk lagere viscositeit bezat dan het oorspronkelijke vergelijkingsmonster D en het niet-gepolymeriseerde monster E. De gemeten viscositeit van monster E was 6940 cP en dat van monster F slechts 300 cP. De berekende samenstelling van de monsters E en F 15 was 55,2 gew.% dimeer, 33,8 gew.% roet en 11,0 gew.% monomeer, betrokken op het aggregaat^-gewicht van deze drie componenten.
De verbrandingswarmte van de monsters A, G, D en F werden gemeten en zijn in de onderstaande tabel vermeld. De waarden voor Shelldyne en RJ-4 zonder toegevoegd roet zijn die welke in de lite- 20 . ratuur gegeven zijn.
De berekende waarden voor de mengsels van vloeibare koolwaterstof, roet, monomeer en entpolymeer omvatten niet d"e ver-brandingswarmte van het opgenomen monomeer en ent-polymeer, terwijl de experimentele waarden dit wel doen. 25
Verbrandingswaarde, j/l.10^ Berekend Experimenteel
Shelldyne - zonder toegevoegd roet 45360
Shelldyne - met toegevoegd roet en geen monomeer (monster), 30 A 37,5 gev.% roet) 49980 51240
Shelldyne - met entpolymeer en roet (monster C - 33,7 gew.% roet, 11,1 gev.% monomeer en 55,2 gev.% Shelldyne) 49280 48636 . 35 RJ-4 zonder toegeyoegd roet 39760 RJ-4 met toegevoegd roet en geen monomeer (monster)..
D 38 gew.% roet) 45220 46548 790 6 2 54 9 vervolg tabel.
Verbrandingswaarde, j/l ♦ 10^
Berekend Experimenteel HJ-4 niet entpolymeer en roet (monster F 33»8 gew.% 5 roet, 11,0 gew.9ó monomeer, en 55j2 gew.% RJ-4 brandstof) 44520 46228 (conclusies) l 790 62 54

Claims (1)

  1. CONCH S IE. Werkwijze voor de bereiding van een vloeibare koolwaterstof-brandstofsamenstelling, met het kenmerk, dat men een mengsel suspendeert uit 5-70 gew.^ poedervormig rbet, 50-93 gew.Jó van een vloeibare brandbare koolwaterstof en een monomeer, gekozen 5 uit de groep bestaande uit een vinylester, een acrylzuurester, een acyldieen en een cyclisch diëen, waarbij het momomeer 2-15 gew.% van het aggregaatgewicht van het mengsel uitmaakt, het mengsel onder roeren verhit op een temperatuur van 60-120°C bij aanwezigheid van een vrije radicalen leverende polymerisatieiaitiator.· 10 790 62 54 (CH3)2-j^J^j 790 6 2 54
NL7906254A 1978-10-11 1979-08-16 Vloeibare brandstoffen voor het voortstuwen van vlieg- tuigen, raketten en dergelijke, alsmede werkwijze voor de bereiding van dergelijke brandstoffen, die fijn verdeelde koolstofdeeltjes gedispergeerd daarin bevatten. NL7906254A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US05/950,347 US4165969A (en) 1973-02-23 1978-10-11 High carbon content liquid fuels
US95034778 1978-10-11

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL7906254A true NL7906254A (nl) 1980-04-15

Family

ID=25490313

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL7906254A NL7906254A (nl) 1978-10-11 1979-08-16 Vloeibare brandstoffen voor het voortstuwen van vlieg- tuigen, raketten en dergelijke, alsmede werkwijze voor de bereiding van dergelijke brandstoffen, die fijn verdeelde koolstofdeeltjes gedispergeerd daarin bevatten.

Country Status (9)

Country Link
JP (1) JPS5552385A (nl)
BE (1) BE878162A (nl)
DE (1) DE2940486A1 (nl)
ES (1) ES483602A1 (nl)
FR (1) FR2438680A1 (nl)
GB (1) GB2031019B (nl)
IT (1) IT1122493B (nl)
NL (1) NL7906254A (nl)
SE (1) SE7906610L (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS62101690A (ja) * 1985-10-29 1987-05-12 Mitsubishi Heavy Ind Ltd 燃料油添加剤
JPH02225594A (ja) * 1989-02-27 1990-09-07 Mitsubishi Heavy Ind Ltd 燃料油用添加剤

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2754267A (en) * 1954-07-12 1956-07-10 Shell Dev Carbon black concentrates
FR1154339A (fr) * 1956-06-29 1958-04-04 Bataafsche Petroleum Procédé perfectionné de conduite d'un four

Also Published As

Publication number Publication date
IT7925091A0 (it) 1979-08-13
GB2031019B (en) 1982-12-22
IT1122493B (it) 1986-04-23
ES483602A1 (es) 1980-04-16
JPS5552385A (en) 1980-04-16
FR2438680A1 (fr) 1980-05-09
SE7906610L (sv) 1980-04-12
DE2940486A1 (de) 1980-04-17
GB2031019A (en) 1980-04-16
BE878162A (fr) 1979-12-03
FR2438680B1 (nl) 1983-07-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
KR0179374B1 (ko) 폴리-1-올레핀의 제조방법
KR100250097B1 (ko) 수성 시스템중에서의 개선된 중합 방법
EP0009426B1 (fr) Procédé de polymérisation de l'éthylène et produits en résultant
JPS58128390A (ja) 新規の有機硼素化合物
CA1225001A (en) Emulsions of liquid hydrocarbon with water and/or alcohols
US4165969A (en) High carbon content liquid fuels
JPH10502690A (ja) 超気圧反応
US3441455A (en) Encapsulated propellants and method for their preparation from fluorinated monomers using radiation
US3256236A (en) Carbon-polyolefin compositions and process for making same
JP3147392B2 (ja) 熱可塑性樹脂組成物
US4834972A (en) Gels of telomer-copolymers of ethylene and a silane
CN108192138A (zh) 用做橡胶填料碳纳米管的改性方法
US3159608A (en) Copolymerization of ethylene and vinyl acetate
JPH0468326B2 (nl)
NL7906254A (nl) Vloeibare brandstoffen voor het voortstuwen van vlieg- tuigen, raketten en dergelijke, alsmede werkwijze voor de bereiding van dergelijke brandstoffen, die fijn verdeelde koolstofdeeltjes gedispergeerd daarin bevatten.
FR2746672A1 (fr) Composante catalytique et son utilisation en polymerisation des olefines
US3257341A (en) Dispersion polymerization of monomer in presence of mercaptan added during polymerization
US2931792A (en) Pyrophoric catalytic systems
JPH06507922A (ja) 重合方法及び重合方法により生成される重合体
JP2008522002A (ja) 分枝状ポリマー
Shing et al. Effect of reaction conditions on the grafting of 2‐(dimethylamino) ethyl methacrylate onto hydrocarbon substrates
CH503052A (fr) Procédé de fabrication de complexe d'halogénoacétate de nickel et utilisation des composés ainsi fabriqués comme catalyseurs de polymérisation des dioléfines conjuguées
US9822320B1 (en) Hybrid metallized organic fuels
Abbas et al. Surface‐Initiated RAFT Polymerization of 2, 3‐Dimethyl‐1, 3‐butadiene on Silica Nanoparticles for Matrix‐free Methyl Rubber Nanocomposites
JPS6336608B2 (nl)

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed