NL7905823A - Regelschakeling voor een deuraandrijver. - Google Patents
Regelschakeling voor een deuraandrijver. Download PDFInfo
- Publication number
- NL7905823A NL7905823A NL7905823A NL7905823A NL7905823A NL 7905823 A NL7905823 A NL 7905823A NL 7905823 A NL7905823 A NL 7905823A NL 7905823 A NL7905823 A NL 7905823A NL 7905823 A NL7905823 A NL 7905823A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- door
- motor
- output
- switch
- drive mechanism
- Prior art date
Links
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 claims description 53
- 230000002441 reversible effect Effects 0.000 claims description 10
- 238000010408 sweeping Methods 0.000 claims description 4
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims description 3
- 230000000977 initiatory effect Effects 0.000 claims description 3
- 238000000034 method Methods 0.000 claims 12
- 238000011084 recovery Methods 0.000 claims 3
- 230000004913 activation Effects 0.000 claims 2
- 210000000056 organ Anatomy 0.000 claims 1
- 239000007858 starting material Substances 0.000 claims 1
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 9
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 9
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 9
- 230000000295 complement effect Effects 0.000 description 7
- 238000012163 sequencing technique Methods 0.000 description 7
- 230000035945 sensitivity Effects 0.000 description 6
- 238000013459 approach Methods 0.000 description 5
- 239000004020 conductor Substances 0.000 description 4
- 230000006378 damage Effects 0.000 description 4
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 4
- 230000001276 controlling effect Effects 0.000 description 3
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 3
- 239000003990 capacitor Substances 0.000 description 2
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 2
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 2
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 2
- 125000004122 cyclic group Chemical group 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 230000006698 induction Effects 0.000 description 2
- 208000027418 Wounds and injury Diseases 0.000 description 1
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 210000003423 ankle Anatomy 0.000 description 1
- 239000011230 binding agent Substances 0.000 description 1
- 230000000881 depressing effect Effects 0.000 description 1
- 230000006872 improvement Effects 0.000 description 1
- 238000010348 incorporation Methods 0.000 description 1
- 208000014674 injury Diseases 0.000 description 1
- 230000003993 interaction Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 238000013021 overheating Methods 0.000 description 1
- 230000002265 prevention Effects 0.000 description 1
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 description 1
- 230000004044 response Effects 0.000 description 1
- 230000007306 turnover Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05F—DEVICES FOR MOVING WINGS INTO OPEN OR CLOSED POSITION; CHECKS FOR WINGS; WING FITTINGS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, CONCERNED WITH THE FUNCTIONING OF THE WING
- E05F15/00—Power-operated mechanisms for wings
- E05F15/40—Safety devices, e.g. detection of obstructions or end positions
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05F—DEVICES FOR MOVING WINGS INTO OPEN OR CLOSED POSITION; CHECKS FOR WINGS; WING FITTINGS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, CONCERNED WITH THE FUNCTIONING OF THE WING
- E05F15/00—Power-operated mechanisms for wings
- E05F15/60—Power-operated mechanisms for wings using electrical actuators
- E05F15/603—Power-operated mechanisms for wings using electrical actuators using rotary electromotors
- E05F15/665—Power-operated mechanisms for wings using electrical actuators using rotary electromotors for vertically-sliding wings
- E05F15/668—Power-operated mechanisms for wings using electrical actuators using rotary electromotors for vertically-sliding wings for overhead wings
- E05F15/673—Power-operated mechanisms for wings using electrical actuators using rotary electromotors for vertically-sliding wings for overhead wings operated by screw-and-nut mechanisms
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02H—EMERGENCY PROTECTIVE CIRCUIT ARRANGEMENTS
- H02H7/00—Emergency protective circuit arrangements specially adapted for specific types of electric machines or apparatus or for sectionalised protection of cable or line systems, and effecting automatic switching in the event of an undesired change from normal working conditions
- H02H7/08—Emergency protective circuit arrangements specially adapted for specific types of electric machines or apparatus or for sectionalised protection of cable or line systems, and effecting automatic switching in the event of an undesired change from normal working conditions for dynamo-electric motors
- H02H7/085—Emergency protective circuit arrangements specially adapted for specific types of electric machines or apparatus or for sectionalised protection of cable or line systems, and effecting automatic switching in the event of an undesired change from normal working conditions for dynamo-electric motors against excessive load
- H02H7/0851—Emergency protective circuit arrangements specially adapted for specific types of electric machines or apparatus or for sectionalised protection of cable or line systems, and effecting automatic switching in the event of an undesired change from normal working conditions for dynamo-electric motors against excessive load for motors actuating a movable member between two end positions, e.g. detecting an end position or obstruction by overload signal
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05F—DEVICES FOR MOVING WINGS INTO OPEN OR CLOSED POSITION; CHECKS FOR WINGS; WING FITTINGS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, CONCERNED WITH THE FUNCTIONING OF THE WING
- E05F15/00—Power-operated mechanisms for wings
- E05F15/40—Safety devices, e.g. detection of obstructions or end positions
- E05F15/41—Detection by monitoring transmitted force or torque; Safety couplings with activation dependent upon torque or force, e.g. slip couplings
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05Y—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES E05D AND E05F, RELATING TO CONSTRUCTION ELEMENTS, ELECTRIC CONTROL, POWER SUPPLY, POWER SIGNAL OR TRANSMISSION, USER INTERFACES, MOUNTING OR COUPLING, DETAILS, ACCESSORIES, AUXILIARY OPERATIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, APPLICATION THEREOF
- E05Y2400/00—Electronic control; Electrical power; Power supply; Power or signal transmission; User interfaces
- E05Y2400/10—Electronic control
- E05Y2400/52—Safety arrangements associated with the wing motor
- E05Y2400/53—Wing impact prevention or reduction
- E05Y2400/54—Obstruction or resistance detection
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05Y—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES E05D AND E05F, RELATING TO CONSTRUCTION ELEMENTS, ELECTRIC CONTROL, POWER SUPPLY, POWER SIGNAL OR TRANSMISSION, USER INTERFACES, MOUNTING OR COUPLING, DETAILS, ACCESSORIES, AUXILIARY OPERATIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, APPLICATION THEREOF
- E05Y2900/00—Application of doors, windows, wings or fittings thereof
- E05Y2900/10—Application of doors, windows, wings or fittings thereof for buildings or parts thereof
- E05Y2900/106—Application of doors, windows, wings or fittings thereof for buildings or parts thereof for garages
Landscapes
- Power-Operated Mechanisms For Wings (AREA)
- Valve Device For Special Equipments (AREA)
- Pinball Game Machines (AREA)
- Switches With Compound Operations (AREA)
Description
9 \ t t , *
Clopay Corporation, te Cincinnati, Ohio, Verenigde Staten van Amerika Regelschakeling voor een denraandrijver
De uitvinding heeft betrekking op aandrijforganen voor deuren zoals kantelende garagedeuren. In het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op deuraandrijvers, waarbij een motor zoals een wissel-stroominductiemotor een aandrijfmechanisme bedient, verbonden met een 5 deur om de deur te bewegen tussen een open en een gesloten stand tengevolge van bediening van een regelschakeling. In het bijzonder is de uitvinding gericht op een verbetering van een regelschakeling voor de motor.
Volgens de uitvinding wordt een regelschakeling gevormd voor een deurbedieningsmotor. De verbetering in de regelschakeling is ge-10 baseerd op het aanbrengen van een motoropeenvolgingsinleidingsschake- ling, een obstructiedetectieschakeling, voorzien van een tijdvertragings-schakeling ter voorkoming van het stoppen of omkeren van de motor wanneer de beweging van de deur is ingeleid door handbediening van de regelketen, een tijdschakeling voor het regelen van de motorwerking voor het vergren-15 delen van de deur tegen de drentel onder elke klimatologische omstandigheid en een maximum looptijdschakeling voor het verkrijgen van veilige terugloop in het geval van het uitvallen van grens- en veiligheidsschake-laars.
Indien de deur niet in de volledig open stand is, dan wordt 20 wanneer de energie wordt aangesloten of hersteld, de opeenvolging van de motorwerking ingesteld zodanig, dat bij opvolgend bekrachtigen van de regelschakeling, de deur wordt geopend. Indien aan de andere kant de deur in de open stand is, wordt de opeenvolging van motorwerking slechts zo ingesteld, dat bij opvolgend bedienen van de regelschakeling, de deur 25 wordt gesloten. Aldus kan het aandrijfmechanisme worden verpakt en ver voerd afzonderlijk van de motor en wordt de opeenvolging van motorwerking op de juiste wijze ingesteld door de regelschakeling wanneer energie wordt aangesloten na installatie van de deuraandrijver of hersteld na een vermogensuitschakeling voor het vermijden van beschadiging van de deuraan-30 drijver.
790 58 23 •f' \ ' ' 2
De tijdvertragingsschakeling overheerst het terugkeren of stoppen van de motor tengevolge van het bedienen van een veiligheids-schakelaar, wanneer de beweging van de deur is ingeleid door het bedienen van de regelschakeling tengevolge van traagheid van de deur of van het ^ aandrijfmechanisme in rusttoestand. Elke kracht, welke groter is dan de kracht, welke wordt gevormd door de deur en het aandrijfmechanisme gedurende beweging brengt de veiligheidsschakelaar in werking voor het terugkeren of stoppen van de motor nadat de tijdvertragingsperiode is afgelopen voor het vormen van grote gevoeligheid voor obstakels. Buitendien jQ kan de deur worden gestopt en opnieuw gestart in de tegengestelde richting op elk tussengelegen punt van de baan tussen de open en gesloten stand.
Bij voorkeur is gedurende de vertragingstijdperiode verdere handbediening van de regelschakeling werkzaam voor het stoppen of omkeren van de motor. Aldus kan de motor met de hand worden gestopt en dan omge-keerd binnen de tijdperiode van de tijdvertraging teneinde een handbevei-ligingsoverheersing te vormen voor de tijdvertragingsschakeling.
De tijdschakeling spreekt aan op het bedienen van een on-derste-standschakelaar of ondergrensschakelaar voor het bekrachtigen van de motor gedurende een extra vooraf bepaalde tijd, zoals 1/8 seconde of 2q totdat de veiligheidsschakelaar in werking wordt gesteld tengevolge van weerstand tegen beweging van de deur, zoals wanneer de deur de drempel ontmoet. Dit verzekert, dat de deur positief wordt vergrendeld tegen de drempel. De tijdschakeling vergemakkelijkt het instellen van de maximum afstand, welke de deur mag lopen na het in werking stellen van de ónder-25 grensschakelaar waarbij rekening wordt gehouden met veranderingen in plaats van de drempel tengevolge van klimaatomstandigheden om te zorgen dat een vergrendeling wordt verkregen tussen de deur en de drempel.
De maximum looptijdschakeling stopt de motor na het werken gedurende een vooraf bepaalde maximum tijdperiode na handbediening 2o van de regelschakeling. De maximum looptijdschakeling stopt de motor als een veiligheidssteun voor de grens- en veiligheidsschakelaars indien deze niet zouden werken, teneinde verwonding aan personen of beschadiging aan eigendom of de motor te voorkomen. Bij voorkeur bedient de werking van de maximum looptijdschakeling ook de opeenvolgingsschakeling, zodat de 25 deur beweegt in de openingsrichting na het opvolgend bekrachtigen van de 790 5 8 23 % ? if 3 regelschakeling.
Se uitvinding zal aan de hand van de tekening in het volgende nader worden toegelicht.
Figuur 1 toont een zijaanzicht van een deuraandrijver vol-5 gens de uitvinding.
Figuur 2 is een onderaanzicht met weggesneden delen, volgens de lijn 2-2 van figuur 1.
Figuur 3 is een dwarsdoorsnede volgens de lijn 3-3 van figuur 2.
10 Figuur k is een dwarsdoorsnede volgens de lijn fc - k van figuur 2.
Figuur 5 is een dwarsdoorsnede volgens de lijn 5-5 van figuur 2.
Figuur 6 is een dwarsdoorsnede volgens de lijn 6-6 van 15 figuur 2.
Figuur 7 is een aanzicht van een aandrijfmechanisme.
Figuur 8 is een dwarsdoorsnede volgens de lijn 8-8 van figuur 7.
Figuur 9 is een dwarsdoorsnede volgens de lijn 9-9 van 2o figuur 8.
Figuur 10 toont schematisch de schakeling van een regelscha-keling volgens de uitvinding voor het regelen van de deuraandrij fmotor.
Men ziet in figuur 1 een deuraandrijver. De deuraandrijver is aangegeven in een typerende omgeving zoals een garage, bevestigd aan 25 een plafond 11 op zijn plaats om een deur 12 te bewegen in beide richtingen tussen een gesloten stand (getekend in figuur 1) waarbij de deur 12 de doorgang tussen het bovenstuk 13 en de bodem 1¼ bedekt, en een open stand (niet getekend) waarbij de deur 12 wordt bewogen naar een gekantelde bovenstand, waarbij de deur 12 algemeen evenwijdig is aan de bodem 30 llf·
De regelschakeling volgens de uitvinding zal worden beschreven in zijn toepassing voor het regelen van een deuraandrijver met schroefwerking, ofschoon de regelschakeling volgens de uitvinding ook kan worden gebruikt bij andere soorten deuraandrijvers, zoals de kettingsoort.
35 Men ziet in figuur 1 een deuraandrijver 10 van schroefsoort met een huis 790 58 23 4 l #· 15, een langgerekte baan 16, een schroef 17» een klos 18 en een hoekstuk 9» dat de deur 12 bevestigt aan de klos 18.
De vorm van de dwarsdoorsnede van de baan 16 ziet men in figuren 6 en 8. De baan 16 omvat een gebogen schroefkanaal 19» waarin 5 de schroef 17 is geplaatst voor rotatiebeweging met betrekking tot de baan 16.
De klos 18 omvat bij voorkeur een tweedelige loper, als voorbeeld aangegeven in figuren 7 tot 9. De klos 18 omvat een door een schroef aangedreven loper 40, welke schuifbaar is aangebracht binnen de U-vormige 10 kanalen 20 en 21.
De schroefloper 40 is ook voorzien van een eerste holte 41 met een kwart-moer 42 daarin. De kwart-moer 42 van figuren 8 en 9 wordt bij voorkeur opwaarts gedrukt door de langgerekte gleuf 28 tot samenwerking met de schroef 17 door middel van een bladveer 43. Wanneer dus de 15 schroef 17 roteert, wordt de schroefloper 40 aangedreven binnen de U-kana-len 20 en 21 van de baan 16 vanwege de samenwerking van de kwart-moer 42 met de schroef 17· De looprichting van de loper 40 is evenwijdig aan de langsas van de schroef 17 in de tegengestelde richtingen aangegeven door de dubbele pijl A in figuur 1.
20 De klos 18 omvat ook een koppelingsloper 44, waarmee het hoekstuk 9 is verbonden via een opening 45 in de koppelingsloper 44. De koppelingsloper 44 is schuifbaar gemonteerd op de onderflenzen van de U-kanalen 20 en 21 van de baan 16.
Opdat de deur 12 kan worden geopend en gesloten, omvat de 25 koppelingsloper 44 een grendel 52 met veerbelasting, waardoor de koppelingsloper 44 kan worden vergrendeld op losneembare wijze aan de schroefloper 40. Volgens figuur 9 is de grendel 52 in de uitgestoken of gekoppelde positie voor het koppelen van de koppelingsloper 44 met de.schroefloper 40 via een tweede holte 53, aangebraeht in de schroefloper 40.
2o In verband met figuur 2 ziet men het huis 15 met daarin een wisselstroominductiemotor 56. De motor 56 omvat een veldwikkeling, welke is gemonteerd in een motorhuis 57. De motor 56 omvat ook een rotor, gemonteerd op een rotoras 58. De motor 56 is een omkeerbare motor.
De motoras 58 is gelagerd in lagers 59 en 60, welke zijn 25 gemonteerd in steunhaken 61 en 62 respectievelijk, bevestigd aan de plaat 33 van het huis 15. De veldwikkeling en het motorhuis 51 zijn draaibaar 790 5 8 23 * 5 t gedragen door de motoras 58 door middel van motorlagers (niet getekend).
Volgens figuren 2 en 5 is een center 67 van meegevend materiaal opgenomen voor samenwerking met de koppelsecties 63 en 65. Het opnemen van de koppelsecties 63 en 65 en de center 67 maakt het de motor-tj as 58 mogelijk om effectief te vorden verbonden voor het aandrijven van de schroef 17 ondanks kleine foutinstelling tussen de motoras 58 en de schroef 17· Dit vergemakkelijkt demontage van de deuraandrijver 10, zodat het huis 15 en de daarin aanwezige inrichting kunnen vorden verpakt en vervoerd afgescheiden van de haan 16, de schroef 17» de klok 18 en het jq hoekstuk 9 en dan kan de deuraandrijver 10 vorden gemonteerd op de installa-tieplaats.
Veiligheid vereist dat de motor 56 wordt geregeld indien een obstakel vordt ontmoet door de deur 12 tijdens beweging tussen de open en gesloten stand. Indien een obstakel wordt ontmoet, vordt de beweging 35 van de deur 12 gestopt en een obstructiekracht wordt dan overgedragen door het hoekstuk 9 naar de klok 18 waardoor wordt voorkomen dat de klos 18 vordt aangedreven door de schroef 17· Aldus wordt voorkomen dat de schroef 17 roteert. Aangezien de schroef 17 is gekoppeld met de motoras 58 van de motor, resulteert een stopgezette motor en de motor 56 probeert het extra 20 koppel te leveren, nodig om de deur 12 te bewegen.
Zoals beschreven, is het motorhuis 57 roteerbaar gemonteerd.
Zoals aangegeven in figuren 2 en 3, maken de hoekstukken 92 en 93 een tegenwerkende veerbelasting op de bout 89 voor het weerstaan van rotatie van het motorhuis 57.
25 Moeren 100 en 101 vorden ingesteld voor het instellen van de compressie van de veren 98 en 99 respectievelijk, zodat het reactie-koppel op de motor 56, dat vordt geleverd door normale bediening van de deur 12 tussen de open en gesloten stand, niet voldoende is om rotatie van het motorhuis 57 te veroorzaken. Wanneer een obstakel zorgt dat de 2Q motor 56 een extra koppel echter levert, is het reactiekoppel, dat wordt gevormd, voldoende voor het overwinnen van de meegevende veerbelasting, zodat het motorhuis 57 roteert in de ene of de andere richting.
Zoals aangegeven in figuren 2 en 3, wordt een testorgaan voor motorhuisrotatie, zoals een microschakelaar 102 met een schakel-35 arm 103 in werking gesteld door de bout 89 wanneer het motorhuis 57 ro- 790 5 8 23 6 9t teert in de eerste richting volgens de pijl D in figuur 3. Ook is een orgaan of hefboom 10H draaibaar gemonteerd bij 105 op de steunhaak 61, zodanig dat de bout 89 de hefboom 10^ draait tegen de schakelarm 103 voor het bedienen van de microschakelaar 102 vanneer het motorhuis 59 roteert 5 in een tweede richting volgens de pijl E in figuur 3.
Volgens figuur 2 omvat het huis 15 bij voorkeur ook een positieregelinrichting, welke is voorzien van een loopmoer 70 welke is geschroefd met een regelschroeforgaan 8. Het regelschroeforgaan 8 omvat bij voorkeur een afzonderlijke schroefstaaf 80, gekoppeld met de motoras 10 58.
Eerste en tweede positiedetectie-organen zoals microscha-kelaars 73 en Jk, zijn bij voorkeur geplaatst nabij de schroefstaaf 80.
De microschakelaars 73 en 7^ hebben respectieve schakelarmen 75 en 76, aangebracht in de bewegingsbaan van de loopmoer J0 aangezien deze loopmoer ^5 70 heen en weer beweegt langs de schroefstaaf 80. De microschakelaars 73 en 7^ zijn draaibaar gemonteerd zoals bij 77 en 78 op het huis 15¾ zodat de posities van de schakelarmen 75 en 76 met betrekking tot de einden van de schroefstaaf 80 kunnen worden ingesteld.
De eerste en tweede positiedetectie-organen 73 en 7^ zijn 20 draaibaar ingesteld met betrekking tot de betreffende einden van de schroef-staaf 80 voor het instellen van de gesloten en open stand respectievelijk van de deur 12. Dit wil zeggen dat de microschakelaar of ondergrensschakelaar 73 draaibaar is om het draaipunt 77, zodat de schakelarm 75 instelbaar wordt geplaatst ten opzichte van de schroefstaaf 80 zodanig dat 25 de loopmoer 70 de ondergrensschakelaar 73 in werking stelt wanneer de onderzijde van de deur 12 de bodem ll» nadert. Ook is de microschakelaar of bovengrensschakelaar 7^ draaibaar om het draaipunt 78, zodat de schakelarm 76 instelbaar wordt geplaatst met betrekking tot de schroefstaaf 80, zodat de loopmoer 70 de bovengrensschakelaar 71* in werking stelt wan-30 neer de deur 12 zijn open stand nadert. Als zodanig levert de positieregelinrichting 80, 70, 72, 73 en 7^ een mechanisch analogon voor de werking van de baan 16, de schroef 17, de klos 18, het hoekstuk 19 en de deur 12 wanneer de motor 56 de deur 12 aandrijft tussen de open en gesloten stand.
Een voorkeursuitvoering voor de regelschakeling volgens 35 de uitvinding ziet men in figuur 10 en deze omvat een met de hand te be- 790 5 8 23 7 dienen drukknopregelschakelaar 110, welke wordt ingedrukt voor het bekrachtigen van de motor 56 om de deur 12 te heffen of te doen dalen. In bedrijf wordt aangenomen, dat de deur 12 is gesloten en dat de drukknopregelschakelaar 110 wordt ingedrukt voor het bekrachtigen van de motor 56 om de cj deur 12 te openen. Bij het inleiden van de beweging vanaf de gesloten stand naar de open stand, veroorzaakt de traagheid van de deur 12 en het aandrijfmechanisme, voorzien van de schroef 17, de klos 18 en het hoekstuk 9, de werking van het testorgaan voor motorhuisrotatie of veiligheidsscha-kelaar 102. Evenwel voorkomt bijvoorbeeld een tweede tijdvertraging het stoppen van de motor 56 als resultaat van het bedienen van de veiligheids-schakelaar 102 tengevolge van de traagheid van de deur 12 en het aandrijfmechanisme. De deur 12 blijft daarom voortgaan met openen totdat de loop-moer 70 op de schroefstaaf 80 de bovengrensschakelaar 7^ bedient om de motor 56 te stoppen. De drukknopregelschakelaar 110 kan een tweede keer ^ worden ingedrukt om de deur 12 te stoppen op elke stand tussen de gesloten en open stand. Nogmaals indrukken van de drukknopregelschakelaar 110 veroorzaakt dat de deur 12 terugwaarts beweegt naar de gesloten stand.
Indien de deur 12 open is en de drukknopregelschakelaar 110 wordt ingedrukt om de deur 12 te sluiten wordt bij het inleiden van de 2q beweging van de open naar de gesloten stand de veiligheidsschakelaar 102 in werking gesteld tengevolge van de traagheid van de deur 12 en het aandrijfmechanisme. De tijdvertraging voorkomt echter het omkeren van de motor 56. Wanneer de deur 12 sluit, bedient de loopmoer 70 de ondergrensschakelaar 73. Daarna blijft de motor gedurende een vooraf bepaalde tijd bekrach-25 tigd, zoals een achtste seconde of totdat weerstand tegen deurbeweging wordt ontmoet, waarna de motor wordt gestopt. De drukknopregelschakelaar 110 kan een tweede keer worden ingedrukt om de deur 12 in elke stand tussen de open en gesloten stand te stoppen nog een keer indrukken van de drukknopregelschakelaar 110 veroorzaakt dat de deur 12 terugwaarts be-2q weegt naar de open stand.
Indien na het verloop van de tijdvertraging een obstructie wordt ontmoet wanneer de deur 12 opent, wordt de veiligheidsschakelaar 102 bediend en wordt de motor 56 gestopt. Opvolgend indrukken van de drukknopregelschakelaar 110 resulteert in beweging van de deur 12 naar 35 de gesloten stand. Indien na het verloop van de tijdvertraging een obstruc- 790 58 23 8 4 ' \ tie wordt ontmoet wanneer de deur 12 sluit en de loopmoer 70 nog niet de ondergrensschakelaar 73 heeft bediend, wordt de veiligheidsschakelaar 102 bediend en wordt de motor 56 in de terugwaartse richting geroteerd om de deur 12 opnieuw te openen. Indien echter de loopmoer de ondergrensscha-5 kelaar 73 heeft bediend, wordt de motor 56 gestopt in plaats van omgekeerd. In elk geval moet indien een obstructie wordt ontmoet binnen een seconde na het indrukken van de drukknopregelschakelaar 110 voor het inleiden van de beweging van de deur 12 in een van zijn richtingen, de tijdvertraging eerst aflopen voordat bediening van de veiligheidsschakelaar 102 werkt voor jq het stoppen of omkeren van de motor 56. Desondanks is de drukknopregelschakelaar 110 bij voorkeur werkzaam bij het bedienen voor het met de hand stoppen en/of omkeren van de motor 56 zelfs gedurende de tijdvertragings-periode.
De regelschakeling volgens figuur 10 omvat ook een veilig-beidsterugstelling in het geval dat de veiligheidsschakelaar 102 of de positieregelschakelaars 73 en 7^ niet goed werken. Een tijdorgaan begrenst de tijdwaarde, waarover de motor 56 kan werken voor het openen of sluiten van de deur 12. Dit tijdinterval kan bijvoorbeeld ongeveer 22 seconden zijn. Indien de veiligheidsschakelaar 102 de motor 56 niet doet stoppen of om-20 keren wanneer een obstakel wordt ontmoet, of de motor doet stoppen nadat de bovengrensschakelaar 7^ wordt bediend of binnen een vooraf bepaalde tijd nadat de ondergrensschakelaar 73 is bediend, veroorzaakt het tijdorgaan dat de motor 56 stopt.
De regelschakeling volgens figuur 10 omvat verder een 25 inleidingsketen voor het instellen van de juiste volgorde van de werking van de motor 56 voor het openen of sluiten van de deur wanneer energie wordt toegevoerd na het installeren van de deuraandrijver 10 of opnieuw wordt toegevoerd na een voedingsuitval. De inleidingsketen werkt zo, dat indien de deur 12 is in een andere stand dan de open stand, de deur 12 20 wordt geopend na opvolgend indrukken van de drukknopregelschakelaar 110. Indien de deur 12 reeds in de geheel open stand is, wordt de opeenvolging echter zo ingesteld, dat bij opvolgend indrukken van de drukknopregelschakelaar 110 de deur 12 sluit.
De voorkeursuitvoering vaij&e regelschakeling volgens de 2«j uitvinding, schematisch aangegeven in figuur 10, wordt bij voorkeur 790 5 8 23 9 gevoed door een wisselstroombron 111 zoals een stadsnet. Volgens figuur 10 vordt de regelsehakeling tij voorkeur verbonden over de secundaire vikkeling van een transformator 112, waarvan de primaire wikkeling is verbonden met het visselstroomnet 111.
^ De getransformeerde visselstroomvoedingsspanning wordt via een geleider 113 verbonden met een enkel gelijkrichtende diode 11b. De diode 11b is verbonden met een filter 115» dat een regelende Zener-diode 116 omvat, bij voorkeur met een tien-voltlavinekarakteristiek. Aldus zorgen de diode 11¼ en het filter 115 met de Zener-diode 116 voor het ge-1Q lijkrichten en filteren van de getransformeerde voedingsvisselspanning voor het leveren van een gelijkspanning van tien volt bij een klem V .
CC
De spanning op de klem Vqc is verbonden met alle lijnen aangegeven met V in figuur 10 en verbonden voor het leveren van de ener-gie voor de verschillende ketenelementen in figuur 10. De laatstgenoemde Ij verbindingen (niet getekend) zijn standaard en zulke verbindingen worden niet verder beschreven voor de toelichting van de uitvinding.
De getransformeerde wisselvoedingsspanning wordt ook verbonden via de geleider 113 met een Schmitt-trekkerschakeling 17» welke de sinusgolf van de getransformeerde wisselvoedingsspanning omzet in im-20 pulsen met dezelfde frequentie als de wisselvoedingsspanning. De impulsen worden verbonden via een geleider 118 met een klokingang van een J-K flip-flop 119» waarvan de J en K-ingangen continu werken. De Q-uitgang van de J-K flip-flop 119 complementeren of transponeren daarom tussen logische toestanden elke keer dan een impuls wordt geleverd door de Schmitt-25 trekker 117· Aldus treden logische een-toestandsimpulsen bij de halve frequentie van de wisselvoedingsspanning op bij een lijn 120 bij de Q-uitgang van de J-K flip-flop 119· Deze logische een-toestandsimpulsen dienen als klokimpulsen voor de regelsehakeling van figuur 10.
Motoroneenvolgingsinleidingsschakeling.
30 Wanneer de wisselstroomvoeding wordt verbonden na installa tie van de deuraandrijver 10 of wordt hersteld na een uitval, bijvoorbeeld tengevolge van een storm, wordt de opeenvolging van de werking van de motor aanvankelijk ingesteld door de motoropeenvolgingsinleidingsschakeling. Wanneer in het bijzonder de wisselstroomvoeding wordt verbonden of her-35 steld en voordat een condensator 200 wordt geladen tot een logische een- 790 5 8 23 10 toestand, treedt een logische nul-toestand op hij een van de tvee ingangen van een EN-poort 121. Aldus neemt de uitgang van de EN-poort 121 een logische nul-toestand aan. Deze logische nul-toestand verandert in een logische een-toestand vanneer de condensator 200 voldoende is geladen. De 5 logische nul-toestand is relatief kort. Daarom is er juist een logische nul-toestandsimpuls.
De logische nul-toestandsimpuls hij de uitgang van de EN-poort 121 treedt op hij een lijn 122. De lijn 122 is verbonden met één van de tvee ingangen van elk van de NAND-poorten 123 tot 127. De logische jq nul-toestandsimpuls levert een logische een-toestandsimpuls hij de uitgangen van de NAND-poorten 123 tot 127 voor het terugstellen van de J-K flip-flops 133 en 1U0 en de D-flip-flops 157» 163, 168 en 18U en voor het terugstellen van de tellers 156 en 172 naar een aanvangstoestand.
Indien anderzijds de deur 12 open is, stelt de motoropeen-^5 volgingsinleidingsschakeling de opeenvolging van de verking van de motor 56 zo in, dat de volgende bediening van de drukknopregelschakelaar 110 bekrachtiging van de motor 56 levert voor het sluiten van de deur 12.
Indien de deur 12 open is, vordt de bovengrensschakelaar 7^ in verking gesteld. Als de bovengrensschakelaar 7¾ is bediend, vordt de ingang van 20 een bons eliminator 128 geaard en treedt een logische nul-toestand op bij de uitgang van de bonseliminator 128. De uitgang van de bon*seliminator 128 is verbonden met de ingang van een invertor 129. Aldus neemt de uitgang van de invertor 129 een logische een-toestand aan vanneer de deur 12 open is.
25 De uitgang van de invertor 129 is verbonden via een lijn 130 met één van de tvee ingangen van een NOR-poort 131. Aangezien een logisché een-toestand optreedt bij de uitgang van de invertor 129 vanneer de deur 12 open is, neemt de uitgang van de NOR-poort 131 een logische nul-toestand aan. Aangezien de ingang van een invertor 132 is verbonden 2o met de uitgang van de NOR-poort 131 neemt dus de uitgang van de invertor 132 een logische een-toestand aan teneinde een volgorde-instellings-J-K flip-flop 133 vooraf in te stellen. Als resultaat treedt een logische een-toestand op bij de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 indien de deur 35 open is.
79058 23 11
Verder is de uitgang van de bonseliminator 128, welke op een logische nul-toestand is wanneer de deur 12 open is, ook verbonden via een lijn 13^ met één van de twee ingangen van een EN-poort 135. Aldus neemt de uitgang van de EN-poort 135 een logische nul-toestand aan en de-5 ze logische nul-toestand treedt op bij één van de twee ingangen van een EN-poort 136. Als resultaat neemt de uitgang van de EN-poort 136 op zijn beurt een logische nul-toestand aan.
De logische nul-toestand bij de uitgang van de EN-poort 136 wordt via een lijn 137 verbonden met één van de drie ingangen van een NAND-poort 138, waarvan de uitgang een logische een-toestand aanneemt wanneer een logische nul-toestand aanwezig is op de lijn 137.
Wanneer de uitgang 'van de NAND-poort 138 een logische een-toestand aanneemt, wordt de enkelwerkende schakeling 139 omgeschakeld.
De resulterende logische nul-toestandsimpuls van vaste duur, welke optreedt 15 bij de ^-uitgang van de enkelwerkende schakeling 139 wordt verbonden met de andere ingang van de NAND-poort 123.
De logische nul-toestandsimpuls van vaste duur bij de Q-uitgang van de enkelwerkende schakeling 139 veroorzaakt dat de uitgang van de NAND-poort 123 een logische een-toestand aanneemt teneinde een aan/uit 2o J-K flip-flop ihO terug te stellen, waarvan de Q-uitgang een logische nul-toestand aanneemt en waarvan de Q-uitgang een logische een-toestand aanneemt.
Uiteindelijk wordt de 5-uitgang van de aan/of J-K flip-flop 1U0 verbonden met één van de twee uitgangen van een OR-poort 1U1. De 25 uitgang van de OR-poort 1U1, welke in een logische een-toestand is volgend op het terugstellen van de aan/uit J-K flip-flop 1^0, wordt verbonden met één van de twee uitgangen van elk van de twee NOR-poorten 1^2 en 1^3.
De andere ingang van de NOR-poort lh2 is verbonden met de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133. De andere ingang van de 30 NOR-poort 1U3 is verbonden met de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133.
Voor het gemak zal de NOR-poort Ih2 worden aangegeven als de openingsregelpoort, aangezien de uitgang van de NOR-poort 1k2 in de logische een-toestand de transistor ihU voorwaarts voorspant teneinde de 35 spoel van een relais 1^5 te bekrachtigen, dat normaal open contacten be- 790 5 8 23 12 dient, welke indien gesloten de motor 56 bekrachtigen voor het openen van de deur 12. Ook zal voor het gemak de NOR-poort 1^+3 de sluitingsregel-poort worden genoemd, aangezien de uitgang van de NOR-poort 11+3 in de logische een-toestand de transistor 1l+6 voorwaarts voorspant teneinde de ^ spoel te bekrachtigen van een relais 1l+7, dat normaal open contacten bedient, welke indien gesloten de motor 56 bekrachtigen voor het sluiten van de deur 12.
Tengevolge van het feit dat de uitgang van de OR-poort 1h1 in een logische een-toestand is, neemt noch de uitgang van de openings-1q regelpoort 11+2 noch de uitgang van de sluitingsregelpoort 1l+3 een logische een-toestand aan en de motor 56 wordt niet gevoed wanneer de deur 12 open is en de wisselstroomvoeding wordt verbonden of hersteld. Wanneer echter de drukknopregelschakelaar 110 vervolgens wordt bediend, wordt de ingang van een bonseliminator 1-U8 geaard. Aldus neemt de uitgang van de bons-^ eliminator 1U8 een logische nul-toestand aan welke wordt verbonden met de ingang van een invertor tl+9. De uitgang van de invertor 1U9 neemt op zijn beurt een logische een-toestand aan.
De J en K-ingangen van de aan/uit J-K flip-flop 1Uo zijn continu in werking. Wanneer de uitgang van de invertor 1U9 een logische 20 een-toestand aanneemt tengevolge van het bedienen van de drukknopregelschakelaar 110, treedt deze logische een-toestand op bij de klokingang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0. Aldus complementeert de aan/uit J-K flip-flop 1l+0 en de resulterende logische nul-toestand bij de Q-uitgang treedt op bij éên van de twee ingangen van de OR-poort lUl. Als een resultaat treedt 25 een logische nul-toestand op bij elk van de ingangen van de sluitingsregelpoort 143 en de uitgang van de sluitingsregelpoort 1 i+3 neemt een logische een-toestand aan voor het voorwaarts voorspannen van de transistor 11+6. Als gevolg wordt de motor 56 bekrachtigd voor het sluiten van de deur 12.
30 Indien anderzijds de deur 12 niet volledig open is wanneer de wisselstroomvoeding wordt verbonden of hersteld, wordt de bovengrensschakelaar 7*+ niet bediend. Aldus treedt een logische een-toestand op bij de uitgang van de bonseliminator 128 en aldus neemt de uitgang van de invertor 129 een logische nul-toestand aan. Een logische nul-toestand 35 treedt als resultaat op bij de lijn 130 bij éên van de twee ingangen van 790 5 8 23 13 de NOR-poort 131.
Buitendien wordt de veiligheidsschakelaar 102 niet bediend, aangezien er geen reactiekoppel is op de motor 56 wanneer de wisselstroom-voeding wordt aangesloten of hersteld. Resulterend treedt een logische 5 een-toestand op bij de uitgang van een bonseliminator 150, welke is verbonden via een lijn 151 net één van de twee ingangen van een NOR-poort 152. Aldus neemt de uitgang van de NOR-poort 152 een logische nul-toestand aan.
Aangezien de uitgang van de NOR-poort 152 is verbonden met de andere ingang van de NOR-poort 131, neemt de uitgang van de NOR-poort 30 131 een logische een-toestand aan, welke op zijn beurt zorgt voor het op treden van een logische nul-toestand op de uitgang van de invertor 132. Aldus wordt de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 niet vooraf ingesteld. Als resultaat treedt een logische nul-toestand op bij de Q-uitgang en een logische een-toestand bij de ξ-uitgang van de opeenvolgingsinstel-15 lings-J-K flip-flop 133.
Wanneer de drukknopregelschakelaar 110 vervolgens wordt bediend, wordt de ingang van de bonseliminator 1U8 geaard. Dit veroorzaakt dat de uitgang van de bonseliminator 1U8 een logische nul-toestand aanneemt, welke op zijn beurt resulteert in het optreden van een logische 20 een-toestand bij de uitgang van de invertor 1^9.
De J en K-ingangen van de aan/uit J-K flipflop 140 zijn continu in werking. Wanneer de uitgang van de invertor 1U9 een logische een-toestand aanneemt tengevolge van het bedienen van de drukknopregelschakelaar 110, treedt deze logische een-toestand op bij de klokingang van de 25 aan/uit J-K flip-flop 1U0. Aldus complementeert de aan/uit-J-K flip-flop 140 en de resulterende logische nul-toestand bij de Q-uitgang treedt op bij één van de twee ingangen van de OR-poort 1M. Als resultaat treedt een logische nul-toestand op bij elk van de ingangen van de openingsregel-poort 1^2 en de uitgang van de openingsregelpoort 1^2 neemt een logische 30 een-toestand aan voor het voorwaarts voorspannen van de transistor 1M. Daardoor wordt de motor 56 bekrachtigd om de deur 12 te openen.
Resumerend levert de motoropeenvolgingsinleidingsschake-ling enerzijds dat indien de deur 12 volledig open is, bij het verbinden van de wisselstroomvoeding na installatie van de deuraandrijver of bij 35 herstel van de wisselstroomvoeding na een uitval, de werkopeenvolging van 790 58 23 \ de motor 56 wordt ingesteld zodat de deur 12 wordt gesloten wanneer de drukknopregelschakelaar 110 vervolgens wordt bediend. Indien anderzijds de deur 12 in een andere stand dan de open stand is, wordt de werkingsopeen-volging van de motor 56 ingesteld zodanig, dat de deur 12 wordt geopend cj wanneer de drukknopregelschakelaar 110 vervolgens wordt bediend.
Verhoogde gevoeligheid voor obstakels-tijdvertraginesscha- keling.
Voor grote gevoeligheid voor obstakels in de bewegingsbaan van de deur 12 moet een zeer kleine kracht, welke de kracht overschrijdt IQ geleverd door de deur 12 en het aandrijfmechanisme in beweging, de vei-ligheidsschakelaar 102 in werking stellen. Grote gevoeligheid kan worden geleverd door het instellen van het samendrukken van de veren 98 en 99 door het aandraaien of losdraaien van de moeren 100 en 101 in figuur 2. Evenwel kan de traagheid van de deur 12 en het aandrijfmechanisme in rust ^ ook de kracht overschrijden, veroorzaakt door de deur 12 en het aandrijfmechanisme in beweging en daarom kan de veiligheidsschakelaar 102 in werking worden gesteld tengevolge van de traagheidskracht wanneer instelling wordt gemaakt voor grote gevoeligheid voor obstakels. Een tijdver-tragingsketen wordt gevormd ter voorkoming van het stoppen of omkeren van 2o de motor 56 voor een beperkte tijdperiode na het bedienen van de drukknopregelschakelaar 110 totdat de traagheidskracht wordt overwonnen. Evenwel wordt de drukknopregelschakelaar 110 bij voorkeur niet verhinderd gedurende de tijdvertragingsperiode en kan worden bediend voor het stoppen en/of omkeren van de motor 56 wanneer veiligheid dit vereist.
25 Wanneer in het bijzonder de drukknopregelschakelaar 110 wordt bediend voor het sluiten van de deur 12, neemt de Q-uitgang van de aan/of J-K flip-flop 1^0 een logische nul-toestand aan en neemt de uitgang van de 0R-poort 1U1 op zijn beurt een logische nul-toestand aan. Ook treedt een logische nul-toestand op bij de Q-uitgang van de opeenvolgings-3q instellings-J-K flip-flop 133. Aldus verschijnt een logische nul-toestand bij elk van de ingangen van de sluitingsregelpoort 11+3, zodat de uitgang van de sluitingsregelpoort lh-3 een logische een-toestand aanneemt. Als resultaat wordt de motor 56 bekrachtigd voor het sluiten van de deur 12.
De logische een-toestand bij de uitgang van de sluitings-35 regelpoort 11»3 wordt ook verbonden naar een van de twee ingangen van een 790 5 8 23 15 OR-poort 15^· Aldus neemt de uitgang van de OR-poort 15^ op zijn beurt een logische een-toestand aan, waardoor een enkel werkende keten 155 wordt omgeschakeld. De uitgang van de enkelwerkende keten 155 levert een logische nul-toestandsimpuls, welke wordt toegevoerd naar een van de drie cj ingangen van de NAND-poort 126. De uitgang van de NAND-poort 126 neemt daarom een logische een-toestand aan teneinde een teller 156 terug te stellen en ook bij voorkeur een D-flip-flop 157 terug te stellen.
De uitgang van de enkelwerkende keten 155 is ook verbonden door een invertorketen, welke synchronisatie levert, met de klokingang van de D-flip-flop 157» waarvan de D-ingang continu in een logische een-toestand is. Aldus verschijnt een logische een-toestand bij de Q-uitgang van de D-flip-flop 157 teneinde een voorwaartse voorspanning voor een transistor 158 te vormen. Hierdoor wordt de spoel van een relais 159 bekrachtigd, dat normaal open contacten heeft, welke sluiten voor het be-.j^ krachtigen van een lamp.
De logische een-toestand bij de Q-uitgang van de D-flip-flop 157 is ook verbonden met êén van de twee ingangen van een NAND-poort l6o.
De andere ingang van de NAHD-poort 160 is verbonden met de lijn 120, zodat logische een-toestandsimpulsen optreden bij de uitgang van de NAND-poort 2q 160. Deze logische een-toestandsimpulsen worden verbonden met de klokingang van de teller 156. De tijdvertragingsperiode, gedurende welke traag-heidskracht wordt overwonnen, wordt vooraf gekozen door verbinding naar êên van de uitgangen van de teller 156. De tijdvertragingsperiode is bijvoorbeeld bij voorkeur een seconde en wordt vooraf gekozen door verbinding met de uitgang 161 van de teller 156.
Voordat de tijdvertragingsperiode afloopt, is de uitgang 161 van de teller 156 een logische nul-toestand. Deze logische nul-toestand wordt verbonden met de ingang van een invertor 162, waarvan de uitgang een logische een-toestand aanneemt. De uitgang van de invertor 162 wordt 2Q verbonden met de andere ingang van de NAND-poort 125· Aldus neemt de uitgang van de NAND-poort 125 een logische nul-toestand aan en deze logische nul-toestand verschijnt bij de terugstelingang van een D-flip-flop 163.
De D-ingang van de D-flip-flop 163 is continu in een logische een-toestand. Aangezien de uitgang van de enkel-werkende keten 35 155 is verbonden via de invertorketen met de klokingang van de D-flip-flop 790 5 8 23 ι6 Ιβ3, neemt de Q-uitgang van de D-flip-flop 163 een logische een-toestand aan, welke optreedt op êên van de twee ingangen van een NOR-poort 16^.
De andere ingang van de NOR-poort 161+ is verbonden met de uitgang van de bonseliminator 150, welke met zijn uitgang een logische j nul-toestand aanneemt wanneer de veiligheidsschakelaar 102 wordt bediend. Aangezien evenwel de Q-uitgang van de D-flip-flop 163 in een logische een-toestand is, levert het bedienen van de veiligheidsschakelaar 102, zoals tengevolge van de traagheidskracht van de deur 12 en het aandrijfmechanisme, geen effect voor de tijdvertragingsperiode omdat de logische IQ een-toestand bij de Q-uitgang van de D-flip-flop 163 de NOR-poort 16k afschakelt.
Na het aflopen van de tijdvertragingsperiode echter neemt de uitgang 161 van de teller 156 een logische een-toestand aan en de uitgang van de invertor 162 neemt op zijn beurt een logische nul-toestand ^ aan. De logische nul-toestand bij de uitgang van de invertor 162 zorgt dat de uitgang van de NAND-poort 125 een logische een-toestand aanneemt, waardoor de D-flip-flop 163 wordt teruggesteld. Aldus neemt de Q-uitgang van de D-flip-flop 163 een logische nul-toestand aan, welke optreedt bij een van de twee ingangen van de NOR-poort 16k. Als resultaat is de NOR-poort 2q 16¾ niet langer buiten werking.
Indien nu de veiligheidsschakelaar 102 in werking wordt gesteld tengevolge van een obstakel, neemt de uitgang van de NOR-poort 16U een logische een-toestand aan. De uitgang van de NOR-poort 164 is verbonden via een lijn 165 met een van de twee ingangen van een EN-poort 166. 25 De andere ingang van de EN-poort 166 is verbonden met de uitgang van een bonseliminator 167, waarvan de uitgang een logische nul-toestand aanneemt wanneer de ondergrensschakelaar 73 wordt bediend.
Indien de ondergrensschakelaar 73 niet wordt bediend, zoals het geval is wanneer de deur 12 niet nabij de geheel gesloten toestand is, 2o verschijnt een logische een-toestand op elk van de twee ingangen van de EN-poort 166, De uitgang van de EN-poort 166 neemt daarom een logische een-toestand aan, welke wordt verbonden met de klokingang van een D-flip-flop 168. Aangezien de D-ingang van de D-flip-flop 168 is verbonden met de uitgang van de sluitingsregelpoort 1^3, welke in een logische een-toe-35 stand is wanneer de deur 12 sluit, wanneer de uitgang van de EN-poort 166 790 5 8 23
1T
een logische een-toestand aanneemt, neemt de Q-uitgang van de D-flip-flop 168 een logische een-toestand aan.
De uitgang van de D-flip-flop 168 is verbonden via een lijn 169 met de andere ingang van de OB-poort 141, waarvan de uitgang is 5 verbonden met één van de twee ingangen van de sluitingsregelpoort 143.
Wanneer dus de Q-uitgang van de D-flip-flop 168 een logische een-toestand aanneemt, neemt de uitgang van de OR-poort 141 op zijn beurt een logische een-toestand aan. Als resultaat neemt de uitgang van de sluitingsregelpoort 143 een logische nul-toestand aan en de motor 56 wordt afgeschakeld, 30 zodat het sluiten van de deur 12 wordt onderbroken indien een obstructie-kracht aanwezig is.
Buitendien wordt de uitgang van de EN-poort 166 ook verbonden via een lijn 174 met een van de twee ingangen van een OR-poort 175. Wanneer dus de uitgang van de EN-poort 166 in een logische een-toe-35 standis, neemt de uitgang van de OR-poort 175 op zijn beurt een logische een-toestand aan. Deze logische een-toestand wordt verbonden met een van de twee ingangen van een NAND-poort 176.
Zolang de uitgang van de sluitingsregelpoort 143 in een logische een-toestand is, is de andere ingang van de NAND-poort 176 in 20 een logische een-toestand. Als resultaat neemt de uitgang van de NAND- poort 176 een logische nul-toestand aan, welke is verbonden met de andere ingang van de NAND-poort 124, waarvan de uitgang daarom een logische een-toestand aanneemt, welke de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 terugstelt. Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand bij de Q-25 uitgang en een logische een-toestand verschijnt bij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 wanneer een obstakel wordt ontmoet wanneer de deur 12 sluit.
De Q-uitgang van de D-flip-flop 168 is ook verbonden via de lijn 169 met één van de twee ingangen van een EN-poort 170. De andere 30 ingang van de EN-poort 170 is verbonden met de lijn 120. Aldus verschijnen logische een-toestandsimpulsen bij de uitgang van de EN-poort 170 en ook bij de uitgang van een OR-poort 171 waarbij één van zijn twee ingangen is verbonden met de uitgang van de EN-poort 170.
De logische een-toestandsimpulsen bij de uitgang van de 35 OR-poort 171 zijn verbonden met de klokingang van een teller 172. De uit- 79058 23 18 gang van de teller 172 neemt een logische een-toestand aan na het opzamelen van een vooraf gekozen impulstelling, welke overeenkomt met hijvoorbeeld een tijdperiode van ongeveer een achtste seconde. Wanneer de uitgang van de teller 172 een logische een-toestand aanneemt, neemt de uitgang 5 van een invertor 173» waarvan de ingang is verbonden met de uitgang van de teller 172, een logische nul-toestand aan.
De uitgang van de invertor 173 is verbonden met de andere ingang van de NAHD-poort 127· Wanneer dus de uitgang van de teller 172 een logische een-toestand aanneemt, neemt de uitgang van de NAHD-poort 127 10 op zijn beurt een logische een-toestand aan, waardoor de D-flip-flop 168 wordt teruggesteld. Als resultaat neemt de Q-uitgang van de D-flip-flop 168 een logische nul-toestand aan, welke is verbonden via de geleider 169 met êên van de twee uitgangen van de OR-poort 1 i+1. De uitgang van de 0R-poort 1^1 neemt daarom een logische nul-toestand aan.
15 Aangezien de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 werd teruggesteld bij het bedienen van de veiligheidsschakelaar 102 wanneer een obstakel werd ontmoet wanneer de deur 12 aan het sluitenfoas zoals hiervoor beschreven, wanneer de uitgang van de OR-poort 1U1 een logische nul-toestand aanneemt, verschijnt een logische nul-toestand bij elk van 20 de ingangen van de openingsregelpoort 1^2, waarvan de uitgang een logische een-toestand aanneemt. Aldus wordt de motor 56 bekrachtigd voor het opnieuw openen van de deur 12 wanneer een obstructiekracht aanwezig is wanneer de deur sluit.
Wanneer anderzijds de drukknopregelschakelaar 110 wordt 25 bediend voor het openen van de deur 12, neemt de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0 een logische nul-toestand aan en de uitgang van de OR-poort 1U1 neemt op zijn beurt een logische nul-toestand aan. Ook verschijnt een logische nul-toestand bij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133. Aldus verschijnt een logische nul-toestand bij elk 2o van de ingangen van de openingsregelpoort 1U2, zodat de uitgang van de openingsregelpoort 1^2 een logische een-toestand aanneemt. Aldus wordt de motor 56 bekrachtigd voor het openen van de deur 12.
De logische een-toestand bij de uitgang van de openingsregelpoort 1U2 is verbonden met de andere ingang van de OR-poort 151», 35 waarvan de uitgang een logische een-toestand aanneemt, welke de enkelwer- 790 5 8 23 19 kende keten 155 omschakelt. Zoals is beschreven, is het resultaat dat de Q-uitgang van de D-flip-flop 163 een logische een-toestand aanneemt. Aldus levert het bedienen van&e veiligheidsschakelaar 102, zoals tengevolge van de traagheidskracht van de deur 12 en het aandrijfmechanisme, geen 5 effect gedurende de tijdvertragingsperiode omdat de logische een-toestand bij de Q-uitgang van de D-flip-flop 163 de NOR-poort 16k buiten werking stelt.
Na het aflopen van de tijdvertragingsperiode echter wordt de D-flip-flop 163 teruggesteld, zodat de NOR-poort 16k niet langer buiten 10 werking is. Indien nu de veiligheidsschakelaar 102 in werking wordt gesteld, neemt de uitgang van de NOR-poort l6k een logische een-toestand aan.
De uitgang van de NOR-poort 16k is verbonden met de klok-ingang van de D-flip-flop 176, waarvan de D-ingang is verbonden met de uitgang van de openingsregelpoort 1^2, welke een logische-toestand heeft 15 wanneer de motor 56 wordt bekrachtigd voor het openen van de deur 12.
Wanneer dus de uitgang van de NOR-poort 16U een logische een-toestand aanneemt, neemt de Q-uitgang van de D-flip-flop 176 een logische een-toestand aan, welke is verbonden met de ingang van een invertor 177. De uitgang van de invertor 177 neemt daarom een logische nul-toestand aan, welke ver-20 schijnt op een van de drie ingangen van de NAND-poort 183. Aldus neemt de uitgang van de NAND-poort 138 een logische een-toestand aan om de enkel-werkende keten 139 om te schakelen.
De enkel-werkende keten 139 levert een logische nul-toe-standsimpuls, welke is verbonden met één van de twee ingangen van de NAND-25 poort 123. Als resultaat stelt de uitgang van de NAND-poort 123 de aan/uit J-K flip-flop 1U0 terug zodat een logische nul-toestand optreedt bij de Q-uitgang en een logische een-toestand optreedt bij de ^-uitgang van de aan/uit JtK flip-flop 1^0.
De logische een-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit 30 J-K flip-flop lUo is verbonden met één van de twee ingangen van de 0R- poort 1U1 waarvan de uitgang een logische een-toestand aanneemt, welke verschijnt bij één van de twee ingangen van de openingsregelpoort 1^2. Als resultaat neemt de uitgang van de openingsregelpoort 1U2 een logische nul-toestand aan en de motor 58 wordt afgeschakeld zodat het openen van 35 de deur 12 stopt indien een obstructiekracht aanwezig is bij het openen van 790 58 23 20 de deur 12.
Wanneer verder de veiligheidsschakelaar 102 wordt bediend wanneer een obstakel wordt ontmoet bij het openen van de deur 12, neemt de uitgang van de bonseliminator 150 een logische nul-toestand aan, welke 5 verschijnt op een van de twee ingangen vande NOR-poort 152. Wanneer ook de uitgang van de openingsregelpoort 1^2 een logische nul-toestand aanneemt, neemt de uitgang van een invertor 178, waarvan de ingang is verbonden met de uitgang van de openingsregelpoort 1^2, een logische een-toestand aan.
De uitgang van de invertor 178 is verbonden met de klok-10 ingang van een J-K flip-flop 179» waarvan de J en K-ingangen continu werken. Wanneer de uitgang van de invertor 178 een logische een-toestand aanneemt, neemt de Q-uitgang van de J-K flip-flop 179 een logische een-toestand aan, welke is verbonden met de ingang van een invertor 153· Aldus neemt de uitgang van de invertor 153 een logische nul-toestand aan, 15 welke verschijnt op één van de twee ingangen van de NOR-poort 152. De uitgang van de NOR-poort 152 neemt daarom een logische een-toestand aan.
De uitgang van de NOR-poort 152 is verbonden met êên van de twee ingangen van de NOR-poort 131. Wanneer dus de uitgang van de NOR-poort 152 een logische een-toestand aanneemt, neemt de uitgang van de 20 NOR-poort 131 een logische nul-toestand aan, welke is verbonden met de ingang van de invertor 132. Als resultaat neemt de uitgang van de invertor 132 een logische een-toestand aan, welke de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 vooraf instelt zodat de volgende bediening van de druk-knopregelschakelaar 110 het bekrachtigen van de motor 56 veroorzaakt 25 waardoor de deur 12 gaat sluiten*
Wanneer resumerend een openings- of sluitingsbeweging van de deur 12 wordt ingeleid door het bedienen van de drukknopregelschake-laar 110, voorkomt de tijdvertragingsschakeling dat de traagheidskracht tengevolge van de deur 12 en het aandrijfmechanisme in rust het omkeren 30 van de motor 56 veroorzaakt, indien de opeenvolging is ingesteld voor het sluiten van de deur 12. of het stoppen van de motor 56 indien de opeenvolging is ingesteld voor het openen van de deur 12. De tijdvertragingsschakeling werkt afgezien van hoe de positie van de deur 12 is tussen de open en gesloten stand wanneer beweging van de deur 12 is ingeleid. Dit 35 resulteert in een deuraandrijver 10 met grote gevoeligheid voor obstakels 790 5 8 23 21 in de bevegingsbaan van de deur 12 na verloop van de korte tijdvertragings-periode van bijvoorbeeld een seconde·
Stoppen en omkeren met de hand.
Op elk. tijdstip gedurende de beweging van de deur 12 in 5 elke richting en in elke stand van de deur 12 kan de motor 56 worden af geschakeld om de deur 12 te stoppen door een extra handbediening van de druk-knopregelschakelaar 110. Nadat verder de motor 56 is afgeschakeld om de deur 12 te stoppen door handbediening van de drukknopregelschakelaar 110 bekrachtigt een verdere bediening van de drukknopregelschakelaar 110 30 bekrachtigt een verdere bediening van de drukknopregelschakelaar 110 de motor 56 om de deur 12 in de tegengestelde richting te bewegen.
Het eerst stoppen van de deur 12 en dan opnieuw starten van de deur 12 in de tegengestelde richting door de handbediening van de drukknopregelschakelaar 110 kan plaatsvinden, zelfs wanneer de deur 12 15 beweegt gedurende de tijdvertraging van een seconde. In feite is daarom de drukknopregelschakelaar 110 beschikbaar voor het met de hand overheersen van de tijdvertragingsschakeling indien nodig voor veiligheidsdoeleinden.
Indien in het bijzonder de deur 12 aan het sluiten is, verschijnt een logische een-toestand bij de Q-uitgang en een logische 2o nul-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0. Ook verschijnt een logische een-toestand op de Q-uitgang en een logische nul-toestand op de Q-uitgang van .de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133· Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand bij elk van de ingangen van de sluitingsregelpoort 1U3, zodat de uitgang van de sluitings-25 regelpoort 1U3 een logische een-toestand aanneemt, waardoor de motor 56 wordt bekrachtigd voor het sluiten van de deur 12.
Indien de drukknopregelschakelaar 110 wordt bediend als de deur 12 sluit, neemt de uitgang van de bonseliminator 1k8 een logische nul-toestand aan, welke is verbonden met de ingang van de invertor 1U9.
2Q Aldus neemt dé uitgang van de invertor 1U9 een logische een-toestand aan, welke is verbonden via een lijn 180 met de klokingang van de opeenvolgings-instellings-J-K flip-flop 133.
De Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0 is verbonden via een lijn l8l met de J en K-ingangen van de opeenvolgingsinstellings-25 J-K flip-flop 133. Wanneer de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0 790 5 8 23 * 22 in een logische een-toestand is, worden de J en K-ingangen van de opeen-volgingsinstellings-J-K flip-flop 133 in werking gehouden en de logische een-toestand op de lijn 180 veroorzaakt dat de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 complementwerking heeft zodat een logische nul-toestand 5 optreedt hij de Q-uitgang en een logische een-toestand treedt op hij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133· Aldus treedt een logische een-toestand op hij een van de twee ingangen van de sluitings-regelpoort 1U3 en de uitgang van de sluitingsregelpoort 1^3 neemt op zijn heurt een logische nul-toestand aan. Als resultaat wordt de motor 10 56 afgeschakeld en wordt het sluiten van de deur 12 onderbroken indien de drukknopregelschakelaar 110 wordt bediend terwijl de deur 12 aan het sluiten is.
Ook is de uitgang van de invertor 1^9 verbonden via de lijn 180 met de klokingang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0. Aangezien de J en 15 K-ingangen van de aan/uit J-K flip-flop ll+0 continu in werking zijn, veroorzaakt een logische een-toestand op de lijn 180 de complementwerking van de aan/uit J-K flip-flop 1U0 zodat een logische nul-toestand optreedt hij de Q-uitgang teneinde de J en K-ingangenvan de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 buiten werking te "stellen en een logische een-toestand 20 verschijnt op de ^-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0.
Indien de drukknopregelschakelaar 110 nu een keer opnieuw wordt bediend, neemt de uitgang van de bonseliminator 1U8 een logische nul-toestand aan en neemt de uitgang van de invertor 11*9 op zijn beurt een logische een-toestand aan, welke verschijnt bij de klokingang van de 25 continu werkende aan/uit J-K flip-flop lH0. Aldus levert de aan/uit J-K flip-flop 1^0 een complementwerking, zodat een logische een-toestand optreedt bij de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1 i+0. Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand op elk van de ingangen van de openingsregelpoort 1^2 en de uit-30 gang van deze openingsregelpoort 1^2 neemt een logische een-toestand aan, zodat de motor 56 wordt bekrachtigd voor het heropenen van de deur 12.
Indien aan de andere kant de deur 12 aan het openen is, verschijnt een logische een-toestand op de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0. Ook verschijnt 35 een logische nul-toestand bij de Q-uitgang en een logische een-toestand 790 5 8 23 23 bij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133. Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand op elk van de ingangen van de openingsregelpoort 1^2, zodat de uitgang van de openingsregelpoort 1U2 een logische een-toestand aanneemt, waardoor de motor 56 wordt bekrach-tigd voor het openen van de deur 12.
Indien de drukknopregelschakelaar 110 wordt bediend wanneer de deur 12 opent, neemt de uitgang van de bonseliminator 1U8 een logische nul-toestand aan, welke is verbonden met de ingang van de invertor 1U9. Aldus neemt de uitgang van de invertor 1^9 een logische een-toestand aan, welke via de lijn 180 is verbonden met de klokingang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133.
De Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0 is verbonden via de lijn 181 met de J en K-ingangen van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133. Wanneer de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0 in een logische een-toestand is, zijn de J en K-ingangen van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 in werking en veroorzaakt de logische een-toestand op de lijn 180 de complementwerking van de opeenvolgings-instellings-J-K flip-flop 133 zodanig dat een logische een-toestand verschijnt op de Q-uitgang en een logische nul-toestand op de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133. Aldus verschijnt een 20 logische een-toestand op éen van de ingangen van de openingsregelpoort 1U2 en de uitgang van deze openingsregelpoort 1U2 neemt een logische nul- toestand aan. Als resultaat wordt de motor 56 af geschakeld en stopt het openen van de deur 12 indien de drukknopregelschakelaar 110 wordt bediend terwijl de deur aan het openen is.
25
Ook wordt de uitgang van de invertor 1^9 via de lijn 180 verbonden met de klokingang van de aan/uit-J-K -flip-flop 1U0. Aangezien de J en K-ingangen van de aan/uit J-K flip-flop 140 continu in werking zijn, veroorzaakt de logische een-toestand op de lijn 180 dat de aan/uit J-K flip-flop 140 een complementwerking heeft zodat een logische nul-30 , toestand optreedt bij de Q-uitgang teneinde de opeenvolgingsinstellings- J-K flip-flop 133 buiten werking te stellen en een logische een-toestand verschijnt op de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0.
Indien de drukknopregelschakelaar 110 nu opnieuw een keer wordt bediend, neemt de uitgang van de bonseliminator 1U8 een logische 35 790 5823 2k mil-toestand aan en de uitgang van de invertor \k9 neemt op zijn beurt een logische een-toestand aan, welke verschijnt bij de klokingang van de continu werkende aan/uit J-K flip-flop lUo. Aldus krijgt de aan/uit J-K flip-flop 1U0 een complementwerking, zodat een logische een-toestand op-5 treedt bij de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de ^-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0, Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand bij elk van de ingangen van de sluitingsregelpoort 1^3 en de uitgang van deze sluitingsregelpoort 1^3 neemt een logische een-toestand aan zodat de motor 56 wordt bekrachtigd voor het opnieuw sluiten van jq de deur 12.
Resumerend veroorzaken opvolgende bedieningen van de druk-knopregelschakelaar 110 tijdens het bewegen van de deur 12 in een rich-. ting dat de deur eerst stopt en vervolgens beweegt in de tegengestelde richting. Dit stoppen en omkeren van de deur 12 door het bedienen van de drukknopregelschakelaar 110 kan gebeuren op elk tijdstip en bij elke stand van de deur 12 tijdens zijn beweging tussen de open en gesloten stand.
De tijdvertragingsschakeling werkt elke keer dat de drukknopregelschakelaar 110 wordt bediend voor het inleiden van beweging van de deur 12 teneinde terugkeren of stoppen van de deur 12 te voorkomen 2Q tengevolge van de traagheidskracht veroorzaakt door de deur 12 en het aandrijfmechanisme in rust. Zelfs gedurende de tijdvertragingsperiode, terwijl automatisch stoppen en omkeren van de deur 12 wordt overheersd, is desondanks de drukknopregelschakelaar 110 niet verhinderd. Aldus kan de drukknopregelschakelaar 110 worden bediend voor het met de hand stoppen 25 en/of opnieuw starten van de deur 12 in de tegengestelde richting gedurende de tijdvertragingsperiode, indien veiligheid dit vereist.
Volledig sluiten van de deur - tiidorgaanschakeling.
Indien de deur 12 een voorwerp treft tijdens de sluitbe-weging voordat de ondergrensschakelaar 73 wordt bediend, wordt de motor 2q 56 automatisch omgekeerd om de deur 12 opnieuw te openen zoals bovenbeschreven. Wanneer echter de deur 12 de gesloten stand nadert, wordt de ondergrensschakelaar 73 bediend. Daarna veroorzaakt de tijdorgaanschakeling het bekrachtigen van de motor 56 gedurende ten hoogste een vooraf bepaalde tijd om te verzekeren, dat de onderrand van de deur 12 de vloer 14 bereikt. 25 Indien echter een obstructiekracht wordt ontmoet door de deur 12 voor de 790 5 8 23 25 afloop van de vooraf bepaalde tijd, hetgeen resulteert in het bedienen van de veiligheidsschakelaar 102, wordt de motor 56 onmiddellijk af geschakeld om de deur 12 te stoppen.
Walmeer in het bijzonder de deur 12 sluit, verschijnt een 5 logische een-toestand bij de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1H0, Ook verschijnt een logische een-toestand bij de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133. Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand op elk van de ingangen van de slui-30 tingsregelpoort 1U3, waarvan de uitgang een logische een-toestand aanneemt voor het veroorzaken van bekrachtiging van de motor 56 om de deur 12 te sluiten. Wanneer de ondergrensschakelaar 73 vordt bediend wanneer de deur 12 nadert tot de gesloten stand, wordt de ingang van de bonseliminator 167 geaard en neemt de uitgang van de bonseliminator 167 een logische nul-toestand aan. De ingang van een invertor 182 is verbonden met de uitgang van de bonseliminator 167· Aldus neemt de uitgang van de invertor 182 een logische een-toestand op zijn beurt aan.
De uitgang van de invertor 182 is verbonden via de lijn 183 met de klokingang van een D-flip-flop 18^, waarvan de D-ingang continu 20 in een logische een-toestand is. Wanneer dus een logische een-toestand verschijnt op de lijn 183, verschijnt een logische een-toestand op de Q-uitgang en een logische nul-toestand op de Q-uitgang van de D-flip-flop 18U.
De Q-uitgang van de D-flipflop 18U is verbonden via een 25 lijn 185 met een van de twee ingangen van een EN-poort 186. De andere ingang van de EN-poort 186 is verbonden met de lijn 120. Wanneer dus de Q-uitgang van de D-flip-flop 18U in een logische een-toestand is, verschijnt een logische een-toestand op de uitgang van de EN-poort 186.
De uitgang van de EN-poort 186 is verbonden met de andere 30 ingang van de OR-poort 171· Als resultaat verschijnen logische een-toe-standsimpulsen op de uitgangvan de OR-poort 171 welke is verbonden met de klokingang van de teller 172.
Een vooraf bepaalde tijd na het bedienen van de ondergrensschakelaar 73» zoals veroorzaakt door de gekozen uitgang van de teller 35 172, welke bij voorkeur een achtste seconde is, neemt de uitgang van de 790 5 8 23 26 teller 172 een logische een-toestand aan. Wanneer de uitgang van de teller 172 een logische een-toestand aanneemt, neemt de uitgang van de invertor 173 een logische nul-toestand aan, hetgeen op zijn heurt veroorzaakt dat de uitgang van de NAND-poort 172 een logische een-toestand aanneemt.
5 De uitgang van de NAND-poort 127 is verbonden via een lijn I87 met de terugstelingang van de D-flip-flop 18¾. Wanneer dus een logische een-toestand verschijnt op de lijn 187, wordt de D-flip-flop 18¾ teruggesteld zodat een logische nul-toestand optreedt op de Q-uitgang en een logische een-toestand op de Q-uitgang van de D-flip-flop 18¾.
jO De Q-uitgang van de D-flip-flop 18¾ is nu verbonden met de klokingang van een D-flip-flop 188, waarvan de D-ingang is verbonden met de uitgang van de invertor 182, welke een logische een-toestand aanneemt wanneer de ondergrensschakelaar 73 is bediend. Wanneer dus de Q-uitgang van de D-flip-flop 18¾ een logische een-toestand aanneemt, ver-^ schijnt een logische een-toestand bij de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de Q-uitgang Van de D-flip-flop 188.
Een van de twee uitgangen van een NAND-poort 19¾ is verbonden met de uitgang van de invertor 182, welke een logische een-toestand ---------- aanneemt wanneer de ondergrensschakelaar 73 wordt bediend. De veiligheids- 2Q schakelaar 102 wordt echter niet normaal bediend en de uitgang van de bonseliminator 150 is daarom in een logische een-toestand, welke verschijnt op een van de twee ingangen van de NOR-poort 16¾. Aldus is de uitgang van de NOR-poort 16¾ in een logische nul-toestand, welke is verbonden met de andere ingang van de NAND-poort 19¾. Als resultaat is de uitgang van de 25 NAND-poort 19¾) welke is verbondenmet één van de drie ingangen van de NAND-poort 138, in een logische een-toestand.
Buitendien is de Q-uitgang van de D-flip-flop 176 verbonden met de ingang van de invertor 177* Wanneer dus de Q-uitgang van de D-flip-flop 176 in een logische nul-toestand is, neemt de uitgang van de 30 invertor 177 een logische een-toestand aan, welke verschijnt op een van de drie ingangen van de NAND-poort 138.
Wanneer uiteindelijk de deur 12 sluit, is de uitgang 189 van de teller 156 in een logische nul-toestand welke is verbonden met de ingang van een invertor 193. De uitgang van de .invertor 193 neemt daarom 35 een logische een-toestand aan en deze logische een-toestand verschijnt op 790 5 8 23 27 een van de tvee ingangen van de EN-poort 135. Ook wordt de bovengrensschakelaar 7¼ niet bediend wanneer de deur 12 sluit, zodat een logische een-toestand verschijnt op de uitgang van de bonseliminator 128, welke is verbonden met de andere ingang van de EN-poort 135. Aldus is de uit-tj gang van de EN-poort 135 in een logische een-toestand, welke is verbonden met êên van de twee ingangen van de EN-poort 136.
Wanneer na de vooraf bepaalde tijd de ^-uitgang van de D-flip-flop 188 een logische nul-toestand aanneemt, welke is verbonden met de andere ingang van de EN-poort 136, neemt de uitgang van de EN-poort jq 136 een logische nul-toestand aan. Aangezien êên van de drie ingangen van de NAND-poort 138 is verbonden met de uitgang van de EN-poort 136, wanneer de uitgang van de EN-poort 136 een logische nul-toestand aanneemt, neemt de uitgang van de NAND-poort 138 een logische een-toestand aan, waardoor de enkelwerkende keten 139 wordt omgeschakeld. Als resultaat levert y. de enkelwerkende keten 139 een logische nul-toestandsimpuls, welke zorgt dat de uitgang van de NAND-poort 123 de aan/uit J-K flip-flop 1U0 terugstelt.
Wanneer de aan/uit J-K flip-flop 1^0 wordt teruggesteld, verschijnt een logische nul-toestand op de Q-uitgang en een logische 2Q een-toestand bij de Q uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1U0. De logische een-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0 veroorzaakt dat de uitgang van de OR-poort llt1 een logische een-toestand aaa-neernt en dat dus een logische een-toestand verschijnt op êên van de twee ingangen van de sluitingsregelpoort 1U3. Als resultaat neemt de uitgang van de sluitingsregelpoort 1^3 een logische nul-toestand aan en de motor 56 wordt af geschakeld, zodat het sluiten van de deur 12 wordt gestopt na het verloop van de vooraf bepaalde tijd.
Wanneer de deur 12 aan het sluiten is, is normaal de uitgang 189 van de teller 156 in een logische nul-toestand, welke verschijnt 2q op êên van de twee ingangen van de EN-poort 190. Daarom is de uitgang van de EN-poort 190 in een logische nul-toestand, welke verschijnt op êên van de twee ingangen van een NOR-poort 191. Ook is de veiligheidsschake-laar 102 normaal niet bediend, zodat êên van de twee ingangen van de NOR-poort 16U in een logische een-toestand is. Aldus is de uitgang van de 35 NOR-poort 16U in een logische nul-toestand, welke is verbonden met êên van de twee ingangen van de EN-poort 166. De uitgang van de EN-poort 166 790 5 8 23 ê 28 welke is verbonden met eln van de twee ingangen van de OR-poort 175 9 neemt daarom een logische nul-toestand aan. Wanneer buitendien de deur aan het sluiten is, is de uitgang van de sluitingsregelpoort 1U3 in een logische een-toestand, welke is verbonden met éên van de twee ingangen 5 van de NAND-poort 176. Uiteindelijk is kort nadat energie wordt toegevoerd, de uitgang van de EN-poort 121 in een logische een-toestand, welke is verbonden met éên van de twee ingangen van de NMD-poort 12^.
Dit betekent dat een vooraf bepaalde tijd nadat de ondergrensschakelaar 73 is bediend als de deur 12 sluit teneinde een logische 10 een-toestand te doen optreden bij de Q-uitgang van de D-flip-flop 188, eerst een logische een-toestand wordt verbonden via de lijn 192 naar de andere ingang van de OR-poort 191· Daarom verschijnt een logische een-toestand bij de uitgang van de OR-poort 191, welke wordt verbonden met de andere ingang van de OR-poort 175· De uitgang van de OR-poort 175 neemt 15 daarom een logische een-toestand aan en de uitgang van de NMD-poort 176 neemt op zijn beurt een logische nul-toestand aan, aangezien de uitgang van de OR-poort 175 is verbonden met de andere ingang.van de NAND-poort 176. Deze logische nul-toestand wordt verbonden met de andere ingang van de NAND-poort Wk, waarvan de uitgang een logische een-toestand aanneemt 20 teneinde de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 terug te stellen.
Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand bij de Q-uitgang en een logische een-toestand bij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133, zodat bij een opvolgende bediening van de drukknop-regelschakelaar 110 de motor 56 wordt bekrachtigd voor het openen van de 25 deur 12.
Indien echter de deur 12 weerstand tegen beweging ontmoet nadat de ondergrensschakelaar 73 is bediend, wordt de motor 56 af geschakeld, zodat de deur 12 onmiddellijk stopt. Dit gebeurt ondanks het feit dat de vooraf bepaalde tijd niet is verlopen na het bedienèn van de 30 ondergrensschakelaar 73 wanneer de deur 12 sluit. Wanneer in het bijzonder weerstand tegen verdere beweging van de deur 12 wordt ontmoet, wordt de veiligheidsschakelaar 12 bediend. Aldus wordt de ingang van de bonselimina-tor 150 geaard en daarom neemt de uitgang van de bonseliminator 150 een logische nul-toestand aan. Deze logische nul-toestand verschijnt op één 35 van de twee ingangen van de NOR-poort 16H.
790 5 8 23 29
Indien de tij dvertragingsperiode, welke vooraf wordt gekozen ter voorkoming van het stoppen of omkeren van de motor 56 tengevolge van traagheidskrachten veroorzaakt door de deur 12 en het aandrijfmechanisme wanneer beweging is ingeleid, is verlopen, is de andere ingang van 5 de NOR-poort 16¾ ook in een logische nul-toestand zoals hierboven beschreven. De uitgang van de NOR-poort 16¾ neemt dus een logische een-toe-stand aan. Deze logische een-toestand verschijnt op één van de twee ingangen van de NAND-poort 19¾.
Wanneer verder de ondergrensschakelaar 73 wordt bediend, 50 wordt de ingang -ran de bonseliminator 167 geaard en een logische nul-toestand verschijnt op de uitgang van de bonseliminator 167. De uitgang van de bonseliminator 167 is verbonden met de ingang van de invertor 182 en de uitgang van de invertor neemt daarom een logische een-toestand aan, welke verschijnt op de andere ingang van&e NAND-poort 19¾.
Indien de veiligheids schakelaar 102 wordt bediend terwijl de ondergrensschakelaar 73 wordt bediend, verschijnt een logische een-toestand op elk van de twee ingangen van de NAND-poort 19¾ en de uitgang van de NAND-poort 19¾ neemt een logische nul-toestand aan. Aangezien de uitgang van de NAND-poort 19¾ is verbonden met êên van de drie ingangen 20 van de NAND-poort 183, veroorzaakt de logische nul-toestand op de uitgang van de NAND-poort 19¾ dat een logische een-toestand optreedt op de uitgang van de NAND-poort 138. Deze logische een-toestand schakelt de enkel-werkende keten 139 om, hetgeen een logische nul-toestandsimpuls levert, welke is verbonden met een van de twee ingangen van de NAND-poort 25 123. Deze logische nul-toestandsimpuls zorgt dat de uitgang van de NAND- poort 123 de aan/uit J-K flip-flop 1^*0 terugstelt.
Wanneer de aan/uit J-K flip-flop is teruggesteld, verschijnt een logische nul-toestand bij de Q-uitgang en een logische een-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop De logische 30 een-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop is verbonden met êên van de twee ingangen van de 0R-poort 1^, waarvan de uitgang daarom een logische een-toestand aanneemt.
Aangezien de uitgang van de 0R-poort 1M is verbonden met êên van de twee ingangen van de sluitingsregelpoort ^3» veroorzaakt 35 de logische een-toestand bij de uitgang van de 0R-poort 1^ een logische 790 5 8 23 3° nul-toestand optredend bij de uitgang van de sluitingsregelpoort 1U3 en de motor 56 vordt afgeschakeld voor het onmiddellijk onderbreken van het verder sluiten van de deur 12 indien veerstand tegen beweging vordt ontmoet vanneer de deur 12 sluit nadat de ondergrensschakelaar 73 is bediend.
5 Verder verschijnt een achtste seconde nadat de ondergrens schakelaar 73 is bediend, een logische een-toestand bij de Q-uitgang van de D-flip-flop 188 voor het terugstellen van de opeenvolgingsinstellings-J-K-flip-flop 133 via de lijn 192 en de poorten 191» 175» 176 en 12U.
Bij het daarna bedienen van de drukknopregelschakelaar 110 heeft de aan/ 30 uit J-K flip-flop 1U0 een complementwerking. Dit resulteert in het bekrachtigen van de motor 56 teneinde de deur 12 te openen.
Wanneer resumerend de deur 12 aan het sluiten is, vordt vanneer de deur 12 zijn gesloten stand nadert, de ondergrensschakelaar 73 bediend. De tijdorgaanschakeling gaat daarna voort met het bekrachtigen 35 van de motor 56 gedurende een vooraf bepaalde tijd, bijvoorbeeld een achtste seconde, om te zorgen dat de deur 12 sluit tegen de vloer 1U, onder voorwaarde echter dat de veiligheidsschakelaar 102 niet is bediend tengevolge van één of ander obstakel in de baan van de deur 12 voor het aflopen van de vooraf bepaalde tijd. Indien de veiligheidsschakelaar 102 wordt 20 bediend, wordt de motor 56 onmiddellijk af geschakeld om de deur 12 te stoppen.
Wanneer de deur 12 aan het openen is verschijnt voor de volledigheid een logische een-toestand bij de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0. Ook ver-25 schijnt een logische nul-toestand bij de Q-uitgang en een logische een-toestand bij de Q-uitgang van de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133. Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand op elk van de ingangen van de openingsregelpoort 1U2 zodat de uitgang van de openings-regelpoort 1U2 een logische een-toestand aanneemt, waardoor de motor 56 30 wordt bekrachtigd om de deur 12 te openen.
Wanneer de deur 12 de open stand bereikt, wordt de bovengrensschakelaar 74 bediend. Wanneer de bovengrensschakelaar 7^ vordt bediend vordt de ingang van de bonseliminator 128 geaard en neemt de uitgang van de bonseliminator 128 een logische nul-toestand aan.
35 De uitgang van de bonseliminator 128 is verbonden met één 7905823 31 van de "twee ingangen van de EN—poort 135 · Wanneer dus de uitgang van de bonseliminator 128 een logische nul—toestand aanneemt, neemt de uitgang van de EN-poort 135, welke is verbonden met één van de twee ingangen van de EN-poort 136, ook een logische nul-toestand aan. De uitgang van de EN-5 poort 136 neemt op zijn beurt een logische nul-toestand aan, welke wordt verbonden met één van de drie ingangen van de NAND-poort 138. Aldus neemt de uitgang van de NAND-poort 138 een logische een-toestand aan, welke is verbonden met de ingang van de enkelwerkende keten 139 om de enkelwerkende keten 139 om te schakelen.
10 De resulterende logische nul-toestandsimpuls op de uitgang van de enkelwerkende keten 139 is verbonden met een van de twee ingangen van de NAND-poort 123, waarvan de uitgang de aan/uit J-K flip-flop 1U0 terugstelt. Als resultaat verschijnt een logische nul-toestand op de Q-uitgang en een logische een-toestand op de ^-uitgang van de aan/uit J-K 15 flip-flop 140.
De Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1 Uo is verbonden met één van de twee ingangen van de OB-poort 141, Wanneer dus de ^-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1 h-0 een logische een-toestand aanneemt, neemt de uitgang van de OR-poort Ikl op zijn beurt een logische een-toestand 20 aan. Daarom verschijnt een logische een-toestand op één van de twee ingangen van de openingsregelpoort 1^2. Als resultaat neemt de uitgang van de openingsregelpoort 1^2 een logische nul-toestand aan en wordt de motor 56 afgeschakeld, zodat het openen van de deur 12 stopt wanneer de bovengrensschakelaar 7^ wordt bediend.
25 Ook is de uitgang van de bonseliminator 128 verbonden met de ingang van de invertor 129, zodat wanneer de bovengrensschakelaar 7^ wordt bediend en veroorzaakt dat een logische nul-toestand verschijnt op de uitgang van de bonseliminator 128, een logische een-toestand optreedt op de uitgang van de invertor 129. Deze logische een-toestand treedt op 30 bij één van de twee ingangen van de NOR-poort 131. Daarom neemt de uitgang van de NOR-poort 131 een logische nul-toestand aan, welke is verbonden met de ingang van de invertor 132. De uitgang van de invertor 132 neemt dus een logische een-toestand aan, welke de opeenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 vooraf instelt zodat een logische een-toestand optreedt bij 35 de Q-uitgang en een logische nul-toestand bij de 5-uitgang van de opeen- 790 5 8 23 32 volgingsinstellings-J-K flip-flop 133. Als resultaat wordt tij een opvolgend bedienen van de drukknopregelschakelaar 110, de motor 56 bekrachtigd voor het sluiten van de deur 12.
Maximum loont i.i dschakeling met uitvalbeveiliging.
5 Een maximum looptijdschakeling werkt voor het afschakelen van de motor 56 in het geval dat de ondergrensschakelaar 73, de bovengrensschakelaar 7*+ of de veiligheidsschakelaar 102 uitvallen. Dit moet worden onderscheiden van het gebruik van de tijdorgaanschakeling in een regelketen van een deuraandrijver zonder grens- en/of veiligheidsschakelaars, waar-IQ bij de tijdorgaanschakeling dient voor het afschakelen van een motor na een tijd, die normaal voldoende is om een deur te bewegen van de ene grens-stand naar de andere grensstand afhankelijk van het feit of de deur een obstakel treft of niet. De maximum looptijdschakeling volgens de uitvinding dient echter als een veiligheidsinrichting of uitvalbeveiliging.
1^ Wanneer in het bijzonder aan de ene kant de drukknopregel schakelaar 110 wordt bediend voor het sluiten van de deur 12, neemt de uitgang van de sluitingsregelpoort 1^3 een logische een-toestand aan, welke is verbonden met êên van de twee ingangen van de QR-poort 15¾. Wanneer aan de andere kant de drukknopregelschakelaar 110 wordt bediend voor het 2q openen van de deur 12, neemt de uitgang van de openingsregelpoort 1^2 een logische een-toestand aan, welke is Verbonden met de andere ingang van de OR-poort 15¾. In elk geval of de motor 56 wordt bekrachtigd voor het sluiten of het openen van de deur 12, verschijnt een logische een-toestand op êên van de twee ingangen van de OR-poort 15¾ en aldus neemt de uit-25 gang van de OR-poort 15¾ een logische een-toestand aan.
De uitgang van de OR-poort 15¾ is verbonden met de ingang van de enkel werkende keten 155. Wanneer een logische een-toestand optreedt bij de uitgang van de OR-poort 15¾ 9 wordt de enkel werkende keten 155 omgeschakeld. De logische nul-toestandsimpuls bij de uitgang van de . 30 enkel werkende keten 155 is aan de ene kant verbonden met êên van de drie ingangen van de NAHD-poort 126. Aldus verschijnt een logische een-toestand bij de uitgang van de NAND-poort 126 en stelt de teller 156 terug.
♦
Ook is de logische nul-toestandsimpuls bij de uitgang van de enkel werkende keten 155 verbonden door de invertorketen met de klok-35 ingang van de D-flip-flop 157» waarvan de Q-uitgang daarom een logische 790 5 8 23 33 een-toestand aanneemt. Deze logische een-toestand is verbonden met een van de twee ingangen van de HAHD-poort 160, waarvan de andere ingang is verbonden met de lijn 120, zodat logische een-toestandsimpulsen verschijnen bij de uitgang van de HAHD-poort 160. Deze logische een-toestands-impulsen zijn verbonden met de klokingang van de teller 156 teneinde de teller 156 verder te laten stappen.
Wanneer de teller 156 wordt verder gestapt naar een gekozen impulstelling overeenkomend bijvoorbeeld met twee en twintig seconden, verschijnt een logische een-toestand aan de uitgang 189 van de teller 156. De uitgang 189 van de teller 156 is verbonden met de ingang van de invertor 193.
Wanneer een logische een-toestand optreedt bij de uitgang 189 van de teller 156, neemt de uitgang van de invertor 193, welke is verbonden met een van de twee ingangen van de EH-poort 135, een logische ^ nul-toestand aan. Aldus neemt de uitgang van de EH-poort 135 een logische nul-toestand aan.
Aangezien de uitgang van de EH-poort 135 is verbonden met één van de twee ingangen van de EH-poort 136, veroorzaakt de logische 2Q nul-toestand aan de uitgang van de EH-poort 135 dat de uitgang van de EN-poort 136 een logische nul-toestand aanneemt, welke is verbonden via de lijn 137 met één van de drie ingangen van de HAHD-poort 138, De logische nul-toestand aan de uitgang van de EH-poort 136 veroorzaakt dat de uit-, gang van de HAHD-poort 138 een logische een-toestand aanneemt, waardoor 2^ de enkelwerkende keten 139 wordt omgeschakeld.
De resulterende logische nul-toestandsimpuls vanuit de enkel-werkende keten 139 is verbonden met één van de twee ingangen van de HAHD-poort 123. De uitgang van de HAHD-poort 123 stelt dus de aan/uit J-K flip-flop 1U0 terug, zodat een logische nul-toestand optreedt bij de 20 Q-uitgang en een logische een-toestand bij de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop lUo.
De Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0 is verbonden met één van de twee ingangen v#n de OR-poort 1U1. Wanneer dus de Q-uitgang van de aan/uit J-K flip-flop 1^0 in een logische een-toestand is, 25 neemt de uitgang van de OR-poort 1^1 een logische een-toestand aan. Deze logische een-toestand is verbonden met één van de twee ingangen van elk van 790 5 8 23 3¾ * de sluitingsregelpoort 1^3 en de openingsregelpoort 11+2. Als resultaat neemt de uitgang van hetzij de sluitingsregelpoort 1^+3 of de openings-regelpoort 4k2, welke in een logische een-toestand is voorafgaand aan het verstrijken van de maximum looptijdperiode, een logische nul-toestand 5 aan zodat de motor 56 wordt afgeschakeld indien de maximum looptijd is verlopen.
Indien bij voorkeur de maximum looptijdschakeling het afschakelen van de motor 56 veroorzaakt als de deur 12 sluit, wordt de op-eenvolgingsinstellings-J-K flip-flop 133 teruggesteld zodat een opvolgende 10 bediening van de drukknopregelschakelaar 410 resulteert in het bekrachtigen van de motor 56 voor het openen van de deur 12. In het bijzonder is de uitgang 189 van de teller 156 verbonden met één van de twee ingangen van de EN-poort 190, terwijl de andere ingang van de EN-poort 190 is verbonden met de uitgang van de sluitingsregelpoort 11+3, welke in een logische 15 een-toestand is wanneer de motor 56 is bekrachtigd voor het sluiten van de deur 12. Indien dus de maximum looptijd verloopt wanneer de deur 12 wordt gesloten, neemt de uitgang 189 van de teller 156 een logische een-toestand aan, zodat een logische een-toestand verschijnt bij elk van de twee ingangen van de EN-poort 190.
20 De uitgang van de EN-poort 190 is verbonden met één van de twee ingangen van de OR-poort 191· Wanneer de uitgang van de EN-poort 190 een logische een-toestand aanneemt, neemt de uitgang van de OR-poort 191 op zijn beurt een logische een-toestand, welke is verbonden met één van de twee ingangen van de OR-poort 175. De uitgang van de 0R-25 poort 175 neemt dus de logische een-toestand aan en deze logische een-toestand wordt verbonden met één van de twee ingangen van de NAND-poort 176, terwijl de andere ingang van deze NAND-poort 176 is verbonden met de logische een-toestand, welke verschijnt bij de uitgang van de sluitingsregelpoort 1^3 wanneer de motor 56 is bekrachtigd voor het sluiten van 30 de deur 12. De uitgang van de NAND-poort 176 neemt daarom een logische nul-toestand aan, welke is verbonden met één van de twee ingangen van de NAND-poort 12¾. Als resultaat neemt de uitgang van de NAND-poort 12¾ een logische een-toestand aan, welke de opeenvolgingsinstellings-J-K flipflop 133 terugstelt.
35 Resumeren kan worden gezegd, dat indien een grensschakelaar 790 5 8 23 35 of de veiligheidsschakelaar uitvalt, de maximum looptijdschakeling de motor 56 uitschakelt als een beveiliging ter voorkoming van beschadiging van de motor, zoals oververhitting» Wanneer bovendien thermische beveiliging is aangebracht in de motor ter voorkoming van beschadiging, voorkomt 5 de maximum loopt ij dschakeling verder het cyclisch werken van de motor tengevolge van herhaald verken van de thermische beveiliging. Dit betekent, dat het verloop van de maximum looptijd voorkomt dat de motor wordt bekrachtigd, ofschoon de motor voldoende koelt voor het buiten werking stellen van de thermische beveiliging, welke anders de motor opnieuw zou bekrach-10 tigen wanneer de motor afkoelt. Voorkoming van cyclische werking wordt verkregen door de maximum looptijdschakeling zonder de noodzaak van gebruikelijke handterugstelschakelaars of andere terugstelorganen. Bij voorkeur is de opeenvolging van werking voor de motor 56 ingesteld door de maximum looptijdschakeling zodat onafhankelijk van het feit of de motor 56 is 15 bekrachtigd voor het openen of sluiten van de deur op het ogenblik dat de maximum looptij dschakeling wordt bediend, een opvolgend bedienen van de drukknopregelschakelaar 110 bekrachtiging van de motor 56 veroorzaakt voor het openen van de deur 12 teneinde te voorkomen dat de deur wordt aangedreven neerwaarts tegen een obstakel.
20 De hierboven genoemde lamp gaat aan totdat de teller 156 is voortgestapt tot een impulstelling, welke bijvoorbeeld overeenkomt met drie minuten, waarna de uitgang 196 van de teller 156 een logische een-toestand aanneemt. De uitgang 196 van de teller 156 is verbonden met de ingang van een invertor 197· Wanneer een logische een-toestand optreedt 25 bij de uitgang 196 van de teller 156, verschijnt een logische nul-toestand bij de uitgang van de invertor 197, welke is verbonden met ien van de drie ingangen van de HASD-poort 126. De uitgang van de JfAND-poort 126 neemt dus een logische een-toestand aan, waardoor de D-flip-flop 157 wordt teruggesteld, zodat een logische nul-toestand optreedt bij de Q-uitgang. Deze 30 logische nul-toestand veroorzaakt dat de lamp wordt gedoofd.
Voor de eenvoud is het element 110 beschreven als een drukknopregelschakelaar. Deze drukknopregelschakelaar 110 kan elke gewenste vorm aannemen, zoals een met de hand bediende momentschakelaar of een hoogfrequent bestuurd relais, bediend door een handschakeling of een met 35 de hand op afstand bestuurd schakelsluitorgaan.
780 5 8 23
Claims (13)
1, Deuraandrijver voorzien van een aandrijfmechanisme te verbinden met een deur en bedienbaar voor het bewegen van de deur in elke richting tussen een open stand en een gesloten stand, een selectief te 5 bekrachtigen omkeerbare motor verbonden met het aandrijfmechanisme voor het bedienen van het aandrijfmechanisme om de deur te bewegen tussen de open en de gesloten stand en een selectief bediende regelketen verbonden met een voedingsbron en met de motor voor het bekrachtigen van de motor, met het kenmerk, dat de regelketen is voorzien van een motoropeenvolgings- jO inleidingssehakeling aansprekend op aansluiting van vermogen nadat de en deuraandrijver is geinstalleerd/aansprekend op het herstel van het vermogen na een vermogensuitval voor het instellen van de werkingsopeenvol-ging van de motor zodanig dat de motor aanvankelijk wordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur 15 naar de gesloten stand wanneer de regelketen wordt bediend indien de deur is in de open stand en de motor aanvankelijk wordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur naar de open stand wanneer de regelketen wordt bediend indien de deur in een andere stand is.
2. Inrichting volgens conclusie 1 en verder voorzien van meegevende organen bedienbaar wanneer de kracht op het aandrijfmechanisme groter wordt dan een kracht gevormd door de deur en het aandrijfmechanisme in beweging, met het kenmerk, dat een veiligheidsschakelaar aanwezig is bedienbaar door de meegevende organen, een selectief bediende regel-25 schakelaar voor het bedienen van de regelketen, een tijdvertragingsschakeling verbonden met de regelschakelaar en aansprekend op het bedienen van de regelketen voor tijdbepaling van een vooraf bepaalde tijdvertragings-periode, en obstructiedetectieschakeling verbonden met de veiligheidsschakelaar en met de tijdvertragingsschakeling en aansprekend op het af-30 lopen van de tijdvertragingsperiode voor het bekrachtigen van de motor voor het bedienen van het aandrijfmechanisme om de deur te bewegen naar de open stand indien de veiligheidsschakelaar wordt bediend terwijl de deur beweegt naar de gesloten stand na het aflopen van de tijdvertragingsperiode.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, 35 dat een ondergrensschakelaar aanwezig is welke wordt bediend als de deur 790 5 8 23 sluit naar de gesloten stand, en een tijdorgaanschakeling is verbonden met de ondergrensschakelaar en aanspreekt op het bedienen van de ondergrensschakelaar voor het bekrachtigen van de motor over niet meer dan een vooraf bepaalde extra tijd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme 5 om de deur te bewegen naar de gesloten stand. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een ondergrensschakelaar aanwezig is bediend wanneer de deur sluit naar de gesloten stand, een bovengrensschakelaar bediend als de deur opent nabij de open stand, een selectief bediendé regelschakelaar voor het bedienen jQ van de regelketen, en een maximum looptijdschakeling verbonden met de onder- en bovengrensschakelaars en met de regelschakelaar voor het afschakelen van de motor indien bekrachtiging van de motor voortgaat na verloop van een maximum vooraf bepaalde tijd volgend op het bedienen van de regelketen in het geval één van de boven- en ondergrensschakelaars uitvalt. 15 5· Regelketen volgens één van de voorgaande conclusies, voor een door een motor aangedreven deuraandrijver, met het kenmerk, dat een bovengrensschakelaar aanwezig is bediend wanneer de deur in een open stand is, een motoropeenvolgingsinleidingsschakeling verbonden met de bovengrensschakelaar en met een uitwendige voedingsbron en aansprekend 2q op verbinding van vermogen nadat de deuraandrijver is geïnstalleerd en aansprekend op herstel van vermogen na een vermogensuitval voor het instellen van de werkopeenvolging van een selectief te bekrachtigen omkeerbare motor zodat de motor aanvankelijk wordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme om de deur te bewegen naar een gesloten stand 2^ wanneer de regelketen wordt bediend indien de bovengrensschakelaar wordt bediend en de motor aanvankelijk wordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme om de deur te bewegen naar een open stand wanneer de regelketen wordt bediend indien de bovengrensschakelaar niet wordt bediend, een selectief bediende regelschakelaar voor het bedienen van de 20 regelketen voor het bekrachtigen van de motor voor het bedienen van het aandrijfmechanisme om de deur te bewegen tussen de open en de gesloten stand, een tijdvertragingsschakeling verbonden met de regelschakelaar en aansprekend op bediening van de regelschakelaar voor tijdbepaling van een vooraf bepaalde tijdvertragingsperiode, een veiligiheiclsschakelaar be-35 dienbaar door meegevende organen wanneer de kracht op het aandrijflnecha- 79058 23 ë t nisme groter vordt dan een kracht geleverd door de deur en het aandrijf mechanisme in beweging, een ondergrensschakelaar bediend wanneer de deur sluit nabij de gesloten stand, een obstructiedeteetieschakeling verbonden met de veiligheids schakelaar, de ondergrensschakelaar en de tijdver-^ tragingsschakeling en aansprekend op het verstrijken van de tijdvertragingsperiode voor het bekrachtigen van de motor zodanig dat indien de veilig-heidsschakelaar wordt bediend terwijl de deur beweegt naar de gesloten stand na afloop van de tijdvertragingsperiode en de ondergrensschakelaar niet wordt bediend, de motor het aandrijfmechanisme bedient voor het bewegen van de deur naar de open stand en voor het afschakelen van de motor indien de veiligheidsschakelaar wordt bediend terwijl de deur beweegt naar de open stand na het aflopen van de tijdvertragingsperiode. Een tijd-orgaanschakeling verbonden met de ondergrensschakelaar en met de veiligheidsschakelaar en aansprekend op het bedienen van de ondergrensschakelaar ^ voor het bekrachtigen van de motor niet meer dan een vooraf bepaalde extra tijd voor het aandrijven van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur naar de gesloten stand en aansprekend op het bedienen van de veiligheidsschakelaar voor het afschakelen van de motor, terwijl de bovengrensschakelaar wordt bediend als de deur opent nabij de open stand voor het 2Q afschakelen van de motor, en een maximum looptijdschakeling verbonden met de boven- en ondergrenssehakelaars, de veiligheidsschakelaar en de regel-sehakelaar voor het afschakelen van de motor in het geval dat een van de boven- en ondergrensschakelaars en/of veiligheidsschakelaar uitvalt en bekrachtiging van de motor voortgaat na een maximum vooraf bepaalde tijd 25 verlopen na het bedienen van de regelketen en voor het instellen van de werkopeenvolging van de motor als de motor wordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur naar de open stand wanneer de regelketen wordt bediend,
6, Werkwijze voor het regelen van een deuraandrijver voor-2o zien van een aandrijfmechanisme te verbinden met een deur en te bedienen voor het bewegen van de deur in elke richting tussen een open stand en een gesloten stand, een selectief te bekrachtigen omkeerbare motor verbonden met het aandrijfmechanisme voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur tussen de open en de gesloten stand en een selec-35 tief te bedienen regelketen verbonden met een voedingsbron en met de motor 790 5 8 23 voor het bekrachtigen van de motor, met het kenmerk, dat vordt aangesproken op het verbinden van het vermogen nadat de deuraandrijver is geïnstalleerd en aangesproken op herstel van vermogen nadat de deuraandrijver is geïnstalleerd en aangesproken op herstel van vermogen na een vermogensuitval 5 voor het instellen van de verkopeenvolging van de motor indien de motor aanvankelijk vordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bevegen van de deur naar de gesloten stand vanneer de regelketen vordt bediend indien de deur is in de open stand en indien de motor aanvankelijk vordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme 10 voor het bevegen van de deur naar de open stand vanneer de regelketen vordt bediend indien de deur in een andere stand is.
7· Werkvijze volgens conclusie 6, vaarbij meegevende organen bedienbaar zijn vanneer de kracht op het aandrijfmechanisme groter is dan een kracht geleverd door de deur en het aandrijfmechanisme in beveging 15 voor het bedienen van een veiligheidssehakelaar, met het kenmerk, dat vordt aangesproken op bediening van de regelketen voor tijdbepaling van de vooraf bepaalde tijdvertragingsperiode, en vordt aangesproken op het aflopen van de tijdvertragingsperiode voor het bekrachtigen van de motor ter bediening van het aandrijfmechanisme voor het bevegen van de deur naar de 2o open stand indien de veiligheidssehakelaar vordt bediend tervijl de deur beveegt naar de gesloten stand na afloop van de tijdvertragingsperiode.
8. Werkvijze volgens conclusie 7» met het kenmerk, dat vordt aangesproken op het aflopen van de tijdvertragingsperiode voor het afschakelen van de motor indien de veiligheidssehakelaar vordt bediend tervijl 25 de deur beveegt naar de open stand na het aflopen van de tijdvertragingsperiode.
9. Werkvijze volgens conclusie 7 of 8, vaarbij ïnstelorga-nen zijn verbonden met de meegevende organen, met het kenmerk, dat de meegevende organen vooraf vorden ingesteld zodanig dat een kracht groter 30 dan de kracht geleverd door de deur en het aandrijfmechanisme in beveging, de meegevende organen bedient voor het in verking stellen van de veilig-heidsschakelaar.
10. Werkvijze volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat de motor vordt afgeschakeld na een verdere bediening van de regelschake-35 laar tervijl de deur vordt bevogen in een richting en de motor vordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bevegen 790 5 8 23 tr uo van de deur in een tegengestelde richting hij een andere bediening van de regelschakelaar.
11. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat een ondergrensschakelaar wordt bediend wanneer de deur sluit nabij de ge- 5 sloten stand en wordt aangesproken op het bedienen van de ondergrensschakelaar voor het bekrachtigen van de motor niet meer dan een vooraf bepaalde extra tijd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur naar de gesloten stand.
12. Werkwijze volgens conclusie 11, waarbij meegevende 10 organen bedienbaar zijn wanneer de kracht op het aandrijfmechanisme groter is dan een kracht geleverd door de deur en het aandrijfmechanisme in beweging voor het bedienen van een veiligheidsschakelaar, met het kenmerk, dat de motor wordt bekrachtigd over niet meer dan een vooraf bepaalde extra tijd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen 15 van de deur naar de gesloten stand en het aanspreken op het bedienen van de ondergrensschakelaar en de veiligheidsschakelaar voor het afschakelen van de motor.
13. Werkwijze volgens één van de conclusies 6 tot 12 en voorzien in de regelketen van een ondergrensschakelaar en een bovengrens- 20 schakelaar en een selectief bediende regelschakelaar, met het kenmerk, dat de motor wordt afgeschakeld indien bekrachtiging van de motor voortgaat na verloop van een maximum vooraf bepaalde tijd volgend op het bedienen van de regelketen in het geval een van de boven- en ondergrensschakelaars uitvalt. 2^ 1^. Werkwijze volgens conclusie 13, waarbij meegevende or ganen bedienbaar zijn wanneer de kracht op het aandrijfmechanisme groter is dan een kracht geleverd door de deur en het aandrijfmechanisme in beweging en de regelketen is voorzien van een veiligheidsschakelaar bedienbaar door de meegevende organen, met het kenmerk, dat de motor wordt afge-2Q schakeld indien bekrachtiging van de motor voortgaat na verloop van een maximum vooraf bepaalde tijd volgend op het bedienen van de regelketen in het geval dat de bovengrensschakelaar, de ondergrens schakelaar en/of de veiligheidsschakelaar uitvallen.
15. Werkwijze volgens conclusie 13 of 1U, met het kenmerk, 35 dat de werkopeenvolging van de motor zo wordt ingesteld dat wanneer de 790 5 8 23 1*1 regelketen daarna wordt bediend, de motor wordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur naar de open stand.
16. Werkwijze voor het regelen van een door een motor aan-5 gedreven deuraandrijver, met het kenmerk, dat een bovengrensschakelaar wordt bediend wanneer de deur in een open stand is, aangesproken wordt op het verbinden van vermogen nadat de deuraandrijver is geïnstalleerd en wordt aangesproken op herstel van vermogen na een vermogensuitval voor het instellen van de verkopeenvolging van een selectief te bekrachtigen IQ omkeerbare motor indien de motor aanvankelijk wordt bekrachtigd voor het bedienen van een aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur naar een gesloten stand wanneer een regelketen wordt bediend indien de bovengrensschakelaar wordt bediend en indien de motor aanvankelijk wordt bekrachtigd voor het bedienenden het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur ^ naar de open stand wanneer de regelketen wordt bediend indien de bovengrensschakelaar niet wordt bediend, het bedienen van de regelketen voor het bekrachtigen van de motor voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur tussen de open stand en de gesloten stand, aanspreken op het bedienen van de regelketen voor de tijdbepaling van een 2q vooraf bepaalde tijdvertragingsperiode, het bedienen van een veiligheids-schakelaar door meegevende organen bedienbaar wanneer de kracht op het aandrijfmechanisme groter is dan een kracht gevormd door de deur en het aandrijfmechanisme in beweging, het bedienen van een ondergrensschakelaar wanneer de deur sluit nabij de gesloten stand, het aanspreken op het af-2^ lopen van de tijdvertragingsperiode voor het bekrachtigen van de motor zodat indien de veiligheidsschakelaar wordt bediend terwijl de deur beweegt naar de gesloten stand na afloop van de tijdvertragingsperiode en de ondergrensschakelaar niet wordt bekrachtigd, de motor het aandrijfmechanisme bedient voor het bewegen van de deur naar de open stand en voor 2q het afschakelen van de motor indien de veiligheidsschakelaar wordt bediend terwijl de deur beweegt naar de open stand na afloop van de tijdvertragingsperiode, het aanspreken op bediening van de ondergrensschakelaar voor het bekrachtigen van de motor niet meer dan een vooraf bepaalde extra tijd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme voor het bewegen van de deur 35 naar de gesloten stand en het aanspreken op bediening van de veiligheids- 79058 23 k2 schakelaar voor het afschakelen van de motor» het bedienen van de bovengrensschakelaar wanneer de deur opent nabij de open stand voor het afschakelen van de motor, en het afschakelen van de motor in het geval dat êên van de bovengrens- en ondergrensschakelaars en/of de veiligheidsschakelaar ^ uitvalt en bekrachtiging van de motor voortgaat na afloop van een maximum vooraf bepaalde tijd volgend op bediening van de regelketen en voor het instellen van de werkopeenvolging van de motor indien de motor wordt bekrachtigd voor het bedienen van het aandrijfmechanisme om de deur te bewegen naar de open stand wanneer de regelketen wordt bediend. IQ 17· Inrichting en werkwijze in hoofdzaak zoals beschreven in de beschrijving en/of weergegeven in de tekening. 790 5 6 23
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
US05/931,668 US4263536A (en) | 1978-08-07 | 1978-08-07 | Control circuit for a motor-driven door operator |
US93166878 | 1978-08-07 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL7905823A true NL7905823A (nl) | 1980-02-11 |
Family
ID=25461156
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL7905823A NL7905823A (nl) | 1978-08-07 | 1979-07-27 | Regelschakeling voor een deuraandrijver. |
Country Status (12)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US4263536A (nl) |
JP (1) | JPS5549473A (nl) |
AU (1) | AU4966379A (nl) |
BE (1) | BE878103A (nl) |
DE (1) | DE2931060A1 (nl) |
DK (1) | DK329579A (nl) |
FR (1) | FR2433092A1 (nl) |
GB (1) | GB2027793A (nl) |
LU (1) | LU81579A1 (nl) |
NL (1) | NL7905823A (nl) |
NO (1) | NO792399L (nl) |
SE (1) | SE7906597L (nl) |
Families Citing this family (38)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
JPS55111575A (en) * | 1979-02-21 | 1980-08-28 | Hitachi Ltd | Device for opening closing door |
AU521725B2 (en) * | 1979-02-23 | 1982-04-29 | Hitachi Limited | Door operation control apparatus |
US4433274A (en) * | 1980-04-14 | 1984-02-21 | Duhame Dean C | Home security and garage door operator system |
JPS5719483A (en) * | 1980-07-09 | 1982-02-01 | Hitachi Ltd | Automatic door operator |
US4364003A (en) * | 1980-09-16 | 1982-12-14 | Mary A. Baldwin | Electronic gate control |
JPS57100277A (en) * | 1980-12-12 | 1982-06-22 | Hitachi Ltd | Apparatus for controlling door opening and closing |
DE3139234A1 (de) * | 1981-10-02 | 1983-11-24 | M. Klaeger Elektronik, 6741 Billigheim | "geraet zur erfassung der fensteroeffnung bei gewaechshaeusern oder beliebig anderen elektromotorgetriebenen stellgliedern" |
JPS5861569U (ja) * | 1981-10-21 | 1983-04-25 | 岩崎通信機株式会社 | 発着信識別回路 |
US4471274A (en) * | 1982-05-24 | 1984-09-11 | Westinghouse Electric Corp. | Vehicle door control apparatus |
DE3226614A1 (de) * | 1982-07-16 | 1984-01-19 | Robert Bosch Gmbh, 7000 Stuttgart | Schaltungsanordnung zum ein- und ausfahren einer motorgetriebenen antenne |
US4529980A (en) * | 1982-09-23 | 1985-07-16 | Chamberlain Manufacturing Corporation | Transmitter and receiver for controlling the coding in a transmitter and receiver |
US4535333A (en) * | 1982-09-23 | 1985-08-13 | Chamberlain Manufacturing Corporation | Transmitter and receiver for controlling remote elements |
DE3403561C1 (de) * | 1984-02-02 | 1985-04-25 | Rhein Getriebe Gmbh | Schwenkantrieb |
US4563625A (en) * | 1984-05-17 | 1986-01-07 | The Stanley Works | Automatic door control system |
USRE35364E (en) * | 1985-10-29 | 1996-10-29 | The Chamberlain Group, Inc. | Coding system for multiple transmitters and a single receiver for a garage door opener |
US4638433A (en) * | 1984-05-30 | 1987-01-20 | Chamberlain Manufacturing Corporation | Microprocessor controlled garage door operator |
JPS6249098A (ja) * | 1985-08-29 | 1987-03-03 | キヤノン株式会社 | 自動雲台装置 |
US4796011A (en) * | 1986-12-08 | 1989-01-03 | Stanley Automatic Openers | Gate operator with persistant, audible warning signal |
US4922168A (en) * | 1989-05-01 | 1990-05-01 | Genie Manufacturing, Inc. | Universal door safety system |
US4952080A (en) * | 1989-05-12 | 1990-08-28 | The Stanley Works | Automatic assist for swing-door operator |
US4924159A (en) * | 1989-06-21 | 1990-05-08 | Ronald Olson | Method and apparatus for remotely reversing electromechanical door openers |
GB9000805D0 (en) * | 1990-01-13 | 1990-03-14 | Bickerstaffe Electronics Limit | Actuators |
US5357183A (en) * | 1992-02-07 | 1994-10-18 | Lin Chii C | Automatic control and safety device for garage door opener |
US5396158A (en) * | 1993-05-20 | 1995-03-07 | General Motors Corporation | Power vehicle door with reversal control |
EP0645667A1 (en) * | 1993-06-30 | 1995-03-29 | Eastman Kodak Company | Door safety system for storage phosphor cassette autoloader |
WO1996039740A1 (en) * | 1995-06-06 | 1996-12-12 | The Chamberlain Group, Inc. | Movable barrier operator having force and position learning capability |
US6181255B1 (en) | 1997-02-27 | 2001-01-30 | The Chamberlain Group, Inc. | Multi-frequency radio frequency transmitter with code learning capability |
US6172475B1 (en) | 1998-09-28 | 2001-01-09 | The Chamberlain Group, Inc. | Movable barrier operator |
US6563278B2 (en) | 1999-07-22 | 2003-05-13 | Noostuff, Inc. | Automated garage door closer |
US8325008B2 (en) | 2001-04-25 | 2012-12-04 | The Chamberlain Group, Inc. | Simplified method and apparatus for programming a universal transmitter |
US7755223B2 (en) * | 2002-08-23 | 2010-07-13 | The Chamberlain Group, Inc. | Movable barrier operator with energy management control and corresponding method |
US6995533B2 (en) * | 2003-04-25 | 2006-02-07 | The Chamberlain Group, Inc. | Controlled torque drive for a barrier operator |
US6943511B2 (en) * | 2004-02-09 | 2005-09-13 | Mechanical Ingenuity Corp | Electronic industrial motor operator control system |
US7183732B2 (en) * | 2004-04-22 | 2007-02-27 | Wayne-Dalton Corp. | Motorized barrier operator system for controlling a stopped, partially open barrier and related methods |
JP5100105B2 (ja) * | 2006-03-13 | 2012-12-19 | Dtエンジニアリング株式会社 | ドアクローザー付きドア用ディレイ装置、ディレイ装置付きドアクローザー及びディレイ装置を備えたドアクローザー付きドア |
JP2008087754A (ja) * | 2006-09-04 | 2008-04-17 | Ichikoh Ind Ltd | 車両用ミラー装置 |
US8665065B2 (en) | 2011-04-06 | 2014-03-04 | The Chamberlain Group, Inc. | Barrier operator with power management features |
CN111133182A (zh) * | 2017-10-02 | 2020-05-08 | 沃尔布罗有限责任公司 | 多功能发动机控制和输入系统 |
Family Cites Families (7)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US2558032A (en) * | 1948-11-22 | 1951-06-26 | Vendo Co | Electric control for door opening and closing mechanisms |
US2883182A (en) * | 1955-03-25 | 1959-04-21 | Liftron Corp | Automatic door opener |
FR1498902A (fr) * | 1966-11-08 | 1967-10-20 | Nones Spa | Dispositif de commande pour la manoeuvre de portes, en particulier de portes de garages |
US3651332A (en) * | 1970-06-23 | 1972-03-21 | Kinnear Corp | Electrical control circuit for a door operator including an automatic control function for returning a door which is closing to an open position if an object is encountered |
US3733747A (en) * | 1972-03-01 | 1973-05-22 | Crane Co H W | Door operating mechanism |
US4010408A (en) * | 1975-03-13 | 1977-03-01 | Overhead Door Corporation | Switch mechanism for door operator |
US4119896A (en) * | 1976-05-28 | 1978-10-10 | The Alliance Manufacturing Company, Inc. | Sequencing control circuit |
-
1978
- 1978-08-07 US US05/931,668 patent/US4263536A/en not_active Expired - Lifetime
-
1979
- 1979-07-19 NO NO792399A patent/NO792399L/no unknown
- 1979-07-27 DE DE19792931060 patent/DE2931060A1/de not_active Withdrawn
- 1979-07-27 NL NL7905823A patent/NL7905823A/nl not_active Application Discontinuation
- 1979-08-02 GB GB7926945A patent/GB2027793A/en not_active Withdrawn
- 1979-08-06 LU LU81579A patent/LU81579A1/fr unknown
- 1979-08-06 FR FR7920104A patent/FR2433092A1/fr not_active Withdrawn
- 1979-08-06 DK DK329579A patent/DK329579A/da unknown
- 1979-08-06 BE BE0/196626A patent/BE878103A/fr unknown
- 1979-08-06 SE SE7906597A patent/SE7906597L/xx unknown
- 1979-08-06 JP JP9949779A patent/JPS5549473A/ja active Pending
- 1979-08-07 AU AU49663/79A patent/AU4966379A/en not_active Abandoned
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
JPS5549473A (en) | 1980-04-09 |
GB2027793A (en) | 1980-02-27 |
LU81579A1 (fr) | 1980-04-21 |
FR2433092A1 (fr) | 1980-03-07 |
US4263536A (en) | 1981-04-21 |
NO792399L (no) | 1980-02-08 |
BE878103A (fr) | 1980-02-06 |
DE2931060A1 (de) | 1980-02-28 |
SE7906597L (sv) | 1980-02-08 |
AU4966379A (en) | 1980-02-14 |
DK329579A (da) | 1980-02-08 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
NL7905823A (nl) | Regelschakeling voor een deuraandrijver. | |
US4364003A (en) | Electronic gate control | |
US4338553A (en) | Control system for a motor actuated door operating mechanism | |
US6215265B1 (en) | System and method for controlling activating actuator motors for various mechanisms, such as roller shutters, awnings and movies screens | |
US5762384A (en) | Vehicle door lock with a centrally-operated locking unit | |
US3764875A (en) | Door operator | |
US4369399A (en) | Control circuit for a motor-driven door operator | |
US6118243A (en) | Door operator system | |
US7208897B2 (en) | Motion control system for barrier drive | |
JP3074116B2 (ja) | ドアクロージャ | |
EP0897443B1 (en) | Power striker with over-ride capabilities | |
US7536885B1 (en) | Bimodal door security system | |
GB1156890A (en) | Door Operating Mechanism | |
US20020104266A1 (en) | Automatic door control system | |
US6179517B1 (en) | Traffic access control system | |
EP0579727A1 (en) | APPARATUS FOR IMPROVING THE OPERATING SAFETY OF A GARAGE DOOR. | |
CA2865784A1 (en) | Motor vehicle door lock and method for electrically actuating a locking mechanism | |
US7583040B2 (en) | Motorized closure operating device with electronic control system | |
US4944170A (en) | Device for lifting a time ban on the actuation of a mechanism in a conditional-opening locking system in the event of a breakdown | |
US4977765A (en) | Delay action electronic timer lock with automatic cancellation cam | |
US5299385A (en) | Detention cell locking system | |
JPH09507999A (ja) | 動力作動ドア用の駆動装置 | |
US3210067A (en) | Electromechanical door operator | |
JPS6052677B2 (ja) | 可逆電動機を過負荷から保護するための回路装置 | |
DK0587632T3 (da) | Sikkerhedsmekanisme til et lukkeorgan |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
BV | The patent application has lapsed |