NL2015300B1 - Bufferinrichting. - Google Patents
Bufferinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2015300B1 NL2015300B1 NL2015300A NL2015300A NL2015300B1 NL 2015300 B1 NL2015300 B1 NL 2015300B1 NL 2015300 A NL2015300 A NL 2015300A NL 2015300 A NL2015300 A NL 2015300A NL 2015300 B1 NL2015300 B1 NL 2015300B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- conveyor belt
- reversing member
- reversing
- buffer device
- buffer
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G47/00—Article or material-handling devices associated with conveyors; Methods employing such devices
- B65G47/34—Devices for discharging articles or materials from conveyor
- B65G47/46—Devices for discharging articles or materials from conveyor and distributing, e.g. automatically, to desired points
- B65G47/51—Devices for discharging articles or materials from conveyor and distributing, e.g. automatically, to desired points according to unprogrammed signals, e.g. influenced by supply situation at destination
- B65G47/5104—Devices for discharging articles or materials from conveyor and distributing, e.g. automatically, to desired points according to unprogrammed signals, e.g. influenced by supply situation at destination for articles
- B65G47/5109—Devices for discharging articles or materials from conveyor and distributing, e.g. automatically, to desired points according to unprogrammed signals, e.g. influenced by supply situation at destination for articles first In - First Out systems: FIFO
- B65G47/5113—Devices for discharging articles or materials from conveyor and distributing, e.g. automatically, to desired points according to unprogrammed signals, e.g. influenced by supply situation at destination for articles first In - First Out systems: FIFO using endless conveyors
- B65G47/5118—Devices for discharging articles or materials from conveyor and distributing, e.g. automatically, to desired points according to unprogrammed signals, e.g. influenced by supply situation at destination for articles first In - First Out systems: FIFO using endless conveyors with variable accumulation capacity
- B65G47/5122—Devices for discharging articles or materials from conveyor and distributing, e.g. automatically, to desired points according to unprogrammed signals, e.g. influenced by supply situation at destination for articles first In - First Out systems: FIFO using endless conveyors with variable accumulation capacity by displacement of the conveyor-guiding means, e.g. of the loose pulley-type
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G21/00—Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors
- B65G21/10—Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors movable, or having interchangeable or relatively movable parts; Devices for moving framework or parts thereof
- B65G21/14—Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors movable, or having interchangeable or relatively movable parts; Devices for moving framework or parts thereof to allow adjustment of length or configuration of load-carrier or traction element
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Attitude Control For Articles On Conveyors (AREA)
- Structure Of Belt Conveyors (AREA)
Abstract
Een bufferinrichting omvat een frame en een door het frame ondersteunde eindloze, aandrijfbare, flexibele trans- portband, een toevoerstation voor het toevoeren van producten naar de transportband, een uitvoerstation voor het uitvoeren van producten vanaf de transportband, een ten opzichte van het frame verplaatsbaar eerste omkeerorgaan voor het omkeren van de transportrichting van de transportband, en een retourgelei- ding die is voorzien van een ten opzichte van het frame verplaatsbaar tweede omkeerorgaan voor het omkeren van de transportrichting van de transportband. De bufferinrichting is zodanig ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportband vanaf het toevoerstation via het eerste omkeerorgaan naar het uitvoerstation beweegt, waarna de transportband via de retourgeleiding naar het toevoerstation wordt teruggeleid. Het zich vanaf het toevoerstation tot het uitvoerstation uitstrekkende gedeelte van de transportband vormt een bufferpart waarvan de lengte varieert bij verplaatsing van het eerste om- keerorgaan ten opzichte van het frame. Het resterende gedeelte van de transportband vormt een compensatiepart voor het compenseren van een lengteverandering van het bufferpart bij gelijktijdige verplaatsing van het eerste en tweede omkeerorgaan ten opzichte van het frame. Het eerste omkeerorgaan is voorzien van een bufferslede met tenminste een vast daarmee verbonden geleiding voor het radiaal geleiden van de transportband.
Description
Bufferinrichting
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een bufferinrichting volgens de aanhef van conclusie 1.
Een dergelijke bufferinrichting is bekend uit US 2002/0195317. Een bufferinrichting kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor het bufferen van halffabrikaten tussen machines die tijdelijk een verschillende bewerkingssnelheid hebben. Een nadeel van de bekende bufferinrichting is dat het een tamelijk complex systeem is.
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een relatief eenvoudige bufferinrichting.
Dit doel wordt bereikt met de bufferinrichting volgens de onderhavige uitvinding, waarbij tenminste het eerste omkeerorgaan is voorzien van een bufferslede met tenminste een vast daarmee verbonden geleiding voor het radiaal geleiden van de transportband.
Met een vaste geleiding kan de bufferinrichting eenvoudig en relatief goedkoop worden uitgevoerd. Het biedt ook de mogelijkheid om evenwijdig aan de vaste geleiding een extra geleiding toe te passen voor het ondersteunen van een andere sectie van de transportband of een extra transportband. Dit is bij een bufferinrichting met omkeerwielen, zoals in de bovengenoemde stand van de techniek, niet mogelijk.
Het toevoerstation en het uitvoerstation kunnen een vaste positie ten opzichte van het frame hebben, terwijl het door de transportband afgelegde traject tussen het toevoersta-tion en het uitvoerstation gevarieerd kan worden door gelijktijdige verplaatsing van het eerste en tweede transport-orgaan. De functie van de omkeerorganen is om de transportband na het passeren daarvan van bovenaf gezien een tegengestelde transportrichting te laten volgen.
In een specifieke uitvoeringsvorm omvat het frame twee in een transportvlak gelegen evenwijdige ondersteunings-banen die elk een voorste uiteinde en een tegenovergelegen achterste uiteinde hebben, waarbij tenminste het eerste omkeerorgaan van bovenaf gezien zich tenminste gedeeltelijk tussen de ondersteuningsbanen bevindt en daarlangs verplaats baar is, waarbij de bufferinrichting zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportband één van de on-dersteuningsbanen vanaf het voorste uiteinde daarvan volgt en via de geleiding van de bufferslede de andere ondersteunings-baan in tegenovergestelde richting naar het voorste uiteinde daarvan volgt, waarna de transportband via de retourgeleiding weer terug naar het voorste uiteinde van de ene ondersteu-ningsbaan wordt geleid, waarbij de transportband een eerste transportband is en de bufferinrichting is voorzien van tenminste een tweede eindloze, aandrijfbare, flexibele transportband die zich evenwijdig aan de eerste transportband uitstrekt teneinde een gezamenlijk transportoppervlak te vormen en waarbij het eerste omkeerorgaan is voorzien van een tweede vast met de bufferslede verbonden geleiding voor het radiaal geleiden van de tweede transportband en het tweede omkeerorgaan is voorzien van vast met een compensatieslede verbonden geleidingen voor het radiaal geleiden van beide transportbanden. Om de transportbanden evenwijdig te laten verlopen de geleidingen bij de respectievelijke omkeerorganen parallel.
De aanwezigheid van een tweede transportband biedt de mogelijkheid voor het vormen van een breed gezamenlijk transportoppervlak, dat met een enkele transportband niet bereikt kan worden vanwege het verschil van baanlengte tussen de bin-nenbocht en de buitenbocht van een transportband ter plaatse van de omkeerorganen. Bijvoorbeeld in het geval van een lamellenband zullen bij een enkele transportband relatief grote bewegingen tussen de lamellen en eventuele openingen in de buitenbocht ontstaan, waardoor bijvoorbeeld bij massatransport het risico van het doorlaten van producten ontstaat. Ook is de aandrijfkracht bij toepassing van meer dan één transportband beter te realiseren dan bij een enkele transportband die dezelfde breedte heeft als de som van meerdere parallelle smalle transportbanden. Bovendien is het niet mogelijk om twee aparte transportbanden met behulp van de omkeerwielen, zoals bij de hierboven genoemde bekende inrichting, te geleiden. Het toe-voerstation en het uitvoerstation kunnen zich ter plaatse van de respectievelijke voorste uiteinden bevinden. De ondersteu-ningsbanen kunnen recht zijn.
In een praktische uitvoeringsvorm liggen de voorste uiteinden van de ondersteuningsbanen althans ongeveer in een vlak dat zich loodrecht op de langsrichting van de ondersteuningsbanen uitstrekt. Ook de achterste uiteinden van de ondersteuningsbanen kunnen althans ongeveer in een vlak liggen dat zich loodrecht op de langsrichting van de ondersteuningsbanen uitstrekt.
In een bijzondere uitvoeringsvorm vormen de buffer-slede en de compensatieslede een gezamenlijke slede die in het transportvlak verplaatsbaar is, waarbij de bufferinrichting zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportbanden stroomafwaarts van het bufferpart via een gedeelte van de retourgeleiding naar het achterste uiteinde van één van de ondersteuningsbanen worden geleid en deze onder-steuningsbaan volgen en via de geleidingen van het tweede omkeerorgaan de andere ondersteuningsbaan in tegenovergestelde richting naar het achterste uiteinde daarvan volgen, waarna de transportbanden via een ander gedeelte van de retourgeleiding weer terug naar het voorste uiteinde van de ondersteuningsbaan stroomopwaarts van het bufferpart worden geleid. Bij de gezamenlijke slede zijn het eerste en tweede omkeerorgaan geïntegreerd. De geleidingen van het eerste en tweede omkeerorgaan hebben bijvoorbeeld U-vormen waarbij de benen van de U-vormige geleidingen van het eerste omkeerorgaan en die van het tweede omkeerorgaan in een tegenovergestelde richting wijzen.
De retourgeleiding kan zodanig zijn ingericht, dat de transportbanden na het verlaten van het voorste uiteinde van de ondersteuningsbaan ondersteboven onder deze ondersteuningsbaan naar het achterste uiteinde daarvan worden geleid en de transportbanden na het verlaten van het achterste uiteinde van de andere ondersteuningsbaan ondersteboven onder deze ondersteuningsbaan terug naar het voorste uiteinde daarvan worden geleid. Dit betekent, dat de transportbanden aan de onderzijde van de ondersteuningsbanen ondersteboven bewegen, maar niet ter plaatse van het tweede omkeerorgaan.
Om dat te realiseren kan de retourgeleiding ter plaatse van de voorste en achterste uiteinden zijn voorzien van omkeerrollen met rotatieassen die zich parallel aan het transportvlak en loodrecht op de langsrichting van de onder-steuningsbanen uitstrekken.
De transportbanden kunnen ter plaatse van de omkeer-rollen in dwarsrichting van de ondersteuningsbanen zijn opgesloten. Dit biedt de mogelijkheid om de transportbanden ter plaatse van de ondersteuningsbanen niet in dwarsrichting te ondersteunen, omdat dit reeds ter plaatse van de omkeerrol-len en de geleidingen van de slede gebeurt, terwijl de transportband vanwege de aandrijving daarvan onder bedrijfsomstandigheden onder spanning staat.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is de bufferslede in het transportvlak verplaatsbaar en is de compensatieslede in een vlak onder het transportvlak verplaatsbaar, bijvoorbeeld evenwijdig daaraan, waarbij de bufferinrichting zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportbanden in tenminste een gedeelte van het compensatiepart ondersteboven via de retourgeleiding en via de geleidingen van het tweede omkeerorgaan worden geleid. In dit geval beweegt de compensatieslede niet in het transportvlak zodat de bufferin-richting in de langsrichting van de ondersteuningsbanen relatief compact gebouwd kan worden.
Meer specifiek kan de retourgeleiding ter plaatse van de voorste uiteinden zijn voorzien van omkeerrollen met rota-tieassen die zich parallel aan het transportvlak en loodrecht op de langsrichting van de ondersteuningsbanen uitstrekken teneinde de transportbanden ondersteboven onder de ondersteuningsbanen naar, via en vanaf het tweede omkeerorgaan te geleiden. De radiale geleidingen ter plaatse van de bufferslede en de compensatieslede kunnen op een vergelijkbare manier zijn aangebracht. Omdat de transportband het tweede omkeerorgaan ondersteboven passeert, kunnen de geleidingen de transportband eventueel ook in opwaartse richting ondersteunen .
Ook in dit geval kunnen de transportbanden ter plaatse van de omkeerrollen in dwarsrichting van de ondersteuningsbanen zijn opgesloten, zodat de transportbanden ter plaatse van de ondersteuningsbanen niet in dwarsrichting ondersteund hoeven te worden. Dit gebeurt namelijk reeds ter plaatse van de omkeerrollen en de geleidingen van de buffer- slede, terwijl de transportband vanwege de aandrijving daarvan onder bedrijfsomstandigheden onder spanning staat.
De bufferslede en de compensatieslede kunnen door middel van een buigbaar element, zoals een ketting, met elkaar verbonden zijn, waarbij het buigbare element over een omkeer-wiel wordt geleid. Dit omkeerwiel kan zich bijvoorbeeld ter plaatse van de achterste uiteinden van de ondersteuningsbanen bevinden. De bufferinrichting kan zodanig zijn ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de bufferslede en de compensatie-slede van bovenaf gezien in tegengestelde richtingen bewegen.
In nog een andere alternatieve uitvoeringsvorm is de bufferinrichting verder voorzien van een statisch eerste om-keerorgaan voor het omkeren van de transportrichting van de transportband en een statisch tweede omkeerorgaan voor het omkeren van de transportrichting van de transportband, waarbij het statisch eerste omkeerorgaan en het statisch tweede omkeerorgaan elk ten minste twee evenwijdige vast met het frame verbonden geleidingen hebben voor het radiaal geleiden van de transportband, waarbij de bufferinrichting zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportband vanaf het toevoerstation via de ene geleiding van het statisch eerste omkeerorgaan naar het verplaatsbare eerste omkeerorgaan beweegt en via het verplaatsbare eerste omkeerorgaan terug naar het statisch eerste omkeerorgaan beweegt, waar de transportband via de andere geleiding in tegengestelde richting naar het uitvoerstation beweegt, waarna de transportband vanaf het uitvoerstation via de ene geleiding van het statisch tweede omkeerorgaan naar het verplaatsbare tweede omkeerorgaan beweegt en via het verplaatsbare tweede omkeerorgaan terug naar het statisch tweede omkeerorgaan beweegt, waar de transportband via de andere geleiding in tegengestelde richting naar het toevoerstation beweegt. Het statisch eerste omkeerorgaan en het verplaatsbare eerste omkeerorgaan kunnen in een horizontaal transportvlak liggen.
Het statisch eerste omkeerorgaan heeft dus tenminste twee evenwijdige radiale geleidingen die vast met het frame zijn verbonden, terwijl het verplaatsbare eerste omkeerorgaan tenminste één geleiding heeft die vast met de bufferslede is verbonden. De enkele transportband beweegt dus langs de ene geleiding van het statisch eerste omkeerorgaan in de ene richting en langs de andere geleiding in tegenovergestelde richting.
In een praktische uitvoeringsvorm liggen het statisch eerste omkeerorgaan en het verplaatsbare eerste omkeerorgaan in een transportvlak en liggen het statisch tweede omkeerorgaan en het verplaatsbare tweede omkeerorgaan in een vlak daaronder, waarbij de transportband ondersteboven langs het statisch tweede omkeerorgaan en het verplaatsbare tweede omkeerorgaan wordt geleid.
Voor alle uitvoeringsvormen geldt dat de vaste gelei-ding/geleidingen van de respectievelijke omkeerorganen een cirkelsectie/cirkelsecties kan/kunnen vormen, bijvoorbeeld een halve cirkelvorm. In het geval van meerdere geleidingen per omkeerorgaan verlopen de cirkelsecties concentrisch.
De geleidingen kunnen meer functies hebben dan het radiaal geleiden van de transportband(en) ter plaatse van de omkeerorganen. Ten minste één transportband kan door tenminste één geleiding in opwaartse richting ondersteund worden. Het is ook mogelijk dat één transportband door twee naburige geleidingen in opwaartse richting ondersteund wordt. De locatie van de radiale ondersteuning ligt van bovenaf gezien dan bijvoorbeeld tussen de opwaartse ondersteuningsplaatsen van de naburige geleidingen. Verder kan ten minste één transportband door ten minste één geleiding in neerwaartse richting ondersteund worden om omhoog wippen van de transportband te voorkomen. Deze transportband kan eventueel door twee naburige geleidingen in neerwaartse richting ondersteund worden.
De geleiding/geleidingen kan/kunnen zijn voorzien van een rollenbed voor het radiaal geleiden van de transport-band/transportbanden, of de transportband/transportbanden kan/kunnen zijn voorzien van rollen voor het langs de geleiding/geleidingen rollen van de transportband/transportbanden. Hierdoor wordt de wrijving tussen de transportband en de geleidingen geminimaliseerd.
De uitvinding zal hierna verder worden toegelicht aan de hand van tekeningen, die uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding zeer schematisch weergeven.
Fig. 1 is een bovenaanzicht van een uitvoeringsvoor-beeld van een bufferinrichting volgens de uitvinding.
Fig. 2 is een zijaanzicht van het uitvoeringsvoor-beeld volgens Fig. 1.
Fig. 3 is een gedeelte van Fig. 1 op grotere schaal.
Fig. 4 is een zelfde aanzicht als Fig. 3, maar waarbij de transportbanden zijn weggelaten.
Fig. 5 is een doorsnedeaanzicht langs de lijn V-V in Fig. 3 op grotere schaal.
Fig. 6 is een doorsnedeaanzicht langs de lijn VI-VI in Fig. 3 op grotere schaal.
Fig. 7 is een doorsnedeaanzicht langs de lijn VII-VII in Fig. 3 op grotere schaal.
Fig. 8 is een met Fig. 7 overeenkomend aanzicht van een alternatief uitvoeringsvoorbeeld van de bufferinrichting.
Fig. 9 is een met Fig. 7 overeenkomend aanzicht van een ander alternatief uitvoeringsvoorbeeld van de bufferin-richting.
Fig. 10 en 11 zijn met Fig. 1 en 2 overeenkomende aanzichten van een alternatief uitvoeringsvoorbeeld van de bufferinrichting.
Fig. 12 is een met Fig. 1 overeenkomend aanzicht van een alternatief uitvoeringsvoorbeeld van de bufferinrichting.
Fig. 13 en 14 zijn illustratieve zijaanzichten van het uitvoeringsvoorbeeld volgens Fig. 12, waarin verschillende onderdelen worden getoond.
Fig. 1 toont een uitvoeringsvoorbeeld van een buffer-inrichting 1 volgens de uitvinding, zoals van bovenaf gezien. Fig. 2 toont de bufferinrichting, zoals gezien vanaf de zijkant. De bufferinrichting 1 is aangesloten op een aanvoertransporteur 2 en een afvoertransporteur 3. Onder bedrijfsomstandigheden worden producten van de aanvoertransporteur 2 naar een toevoerstation 4 van de buffer-inrichting 1 getransporteerd en vanaf een uitvoerstation 5 van de bufferinrichting 1 naar de afvoertransporteur 3 getransporteerd, eventueel met behulp van overzetters. De transportstroom ter plaatse van het toevoerstation 4 en het uitvoerstation 5 is in Fig. 1 aangegeven met pijlen. De buf-ferinrichting 1 is zodanig ingericht, dat de afgelegde afstand van de producten tussen het toevoerstation 4 en het uitvoer-station 5 kan worden gevarieerd, zodat verschillen in aan- en afvoerstromen naar en van de bufferinrichting 1 kunnen worden opgevangen. Dit is bijvoorbeeld vereist wanneer een stroomopwaarts gelegen machine tijdelijk een andere verwerkingssnelheid heeft dan een stroomafwaarts gelegen machine .
De bufferinrichting 1 volgens Fig. 1 omvat een frame 6, dat is voorzien van twee rechte evenwijdige ondersteunings-banen 7. De ondersteuningsbanen 7 liggen in een transportvlak en ondersteunen vier parallelle, eindloze, aandrijfbare, flexibele transportbanden 8, bijvoorbeeld lamellenbanden. In een alternatieve uitvoeringsvorm kan het aantal transportbanden 8 afwijken. De transportbanden 8 worden aangedreven met motoren 9. De ondersteuningsbanen 7 hebben voorste uiteinden 10 en tegenovergelegen achterste uiteinden 11. Ter plaatse van de voorste uiteinden 10 bevinden zich voorste omkeerrollen 12 die door de motoren 9 worden aangedreven. Ter plaatse van de achterste uiteinden 11 bevinden zich achterste omkeerrollen 13. In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld liggen de voorste en achterste uiteinden 10, 11 van de ondersteuningsbanen 7 in evenwijdige vlakken die zich loodrecht op de langsrichting van de ondersteuningsbanen 7 uitstrekken. Van bovenaf gezien liggen de voorste uiteinden 10 dus in een lijn die loodrecht op de langsrichting van de ondersteuningsbanen 7 staat en die parallel loopt aan een lijn door de achterste uiteinden 11.
Verder is de bufferinrichting 1 voorzien van een slede 14, die zich gedeeltelijk tussen de ondersteuningsbanen 7 bevindt en daarlangs verplaatsbaar is. De verplaatsingsrich-ting is in Fig. 1 met een dubbele pijl aangegeven. De slede 14 kan bijvoorbeeld via een glijconstructie met het frame 6 zijn verbonden. De slede 14 heeft een eerste omkeerorgaan 15 en een tweede omkeerorgaan 16, waardoor de transportbanden 180° in het transportvlak worden omgekeerd. Het eerste omkeerorgaan 15 bevindt zich dichter bij de voorste uiteinden 10 van de ondersteuningsbanen 7 dan het tweede omkeerorgaan 16, en het tweede omkeerorgaan 16 bevindt zich dichter bij de achterste uiteinden 11 van de ondersteuningsbanen 7 dan het eerste omkeerorgaan 15. In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld omvatten het eerste en tweede omkeerorgaan 15, 16 elk vijf geleidingen 17 die vast met de rest van de slede 14 zijn verbonden. Dit is voor het eerste omkeerorgaan 15 getoond in Fig. 4. De geleidingen 17 hebben in dit uitvoeringsvoorbeeld de vorm van een halve cirkel met een concentrisch middelpunt.
Elk van de eindloze transportbanden 8 volgt vanaf het voorste uiteinde 10 van de ondersteuningsbaan 7 ter plaatse van het toevoerstation 4 deze ondersteuningsbaan 7 in de richting van de slede 14 en wordt via de geleidingen 17 van het eerste omkeerorgaan 15 naar de andere ondersteuningsbaan 7 geleid. Door de 180° bocht bewegen de transportbanden 8 na het eerste omkeerorgaan 15 dus in tegengestelde richting. Vervolgens volgt de transportband 8 de laatstgenoemde ondersteuningsbaan 7 in de richting vanaf de slede 14 naar het voorste uiteinde 10 ter plaatse van het uitvoerstation 5. Het door de transportbanden 8 gevolgde traject tussen het voorste uiteinde 10 ter plaatse van het toevoerstation 4 en het voorste uiteinde 10 ter plaatse van het uitvoerstation 5 vormen een bufferpart B van de gezamenlijke transportbanden 8, zoals aangegeven in Fig. 1. Het toevoerstation 4 en het uit-voerstation 5 hebben een vaste positie ten opzichte van het frame 6. De lengte van het bufferpart B kan gevarieerd worden door de slede 14 langs de ondersteuningsbanen 7 te verplaatsen. Hierdoor worden de afgelegde afstanden van de transportbanden 8 tussen de voorste uiteinden 10 van de ondersteuningsbanen 7 en het omkeerorgaan 15 gevarieerd.
De transportbanden 8 worden bij het verlaten van de ondersteuningsbaan 7 ter plaatse van het uitvoerstation 5 via de voorste omkeerrollen 12 langs de onderzijde van deze ondersteuningsbaan 7 ondersteboven naar de achterste geleidingsrollen 13 ter plaatse van het achterste uiteinde 11 van deze ondersteuningsbaan 7 geleid. Daar worden de transportbanden 8 weer ondersteboven gekeerd. Vervolgens bewegen de transportbanden 8 met hun draagoppervlakken naar boven gericht vanaf het achterste uiteinde 11 van deze ondersteuningsbaan 7 in de richting van de slede 14 en worden via geleidingen 17 van het tweede omkeerorgaan 16 naar de andere ondersteuningsbaan 7 geleid. Daarna volgen de transportbanden 8 deze ondersteuningsbaan 7 in de richting van het achterste uiteinde 11 van deze ondersteuningsbaan 7 en worden door de achterste geleidingsrollen 13 ter plaatse van het achterste uiteinde 11 van deze ondersteuningsbaan 7 ondersteboven langs de onderzijde van deze ondersteuningsbaan 7 terug naar de voorste geleidingsrollen 12 ter plaatse van het toevoerstation 4 geleid. In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld lopen de transportbanden 8 aan de onderzijden van de ondersteuningsba-nen 7 dus ondersteboven in een vlak dat evenwijdig loopt aan het transportvlak.
Het gedeelte van de transportbanden 8 dat het traject vanaf het voorste uiteinde 10 van de ondersteuningsbaan 7 ter plaatse van het uitvoerstation 5 tot aan het voorste uiteinde 10 van de ondersteuningsbaan 7 ter plaatse van het toevoersta-tion 4 volgt, vormt een compensatiepart C, zoals aangegeven in Fig. 2. Wanneer de lengte van het bufferpart B wordt gevarieerd door het verplaatsen van de slede 14, zorgt het compensatiepart C voor het compenseren van de lengteverande-ring van het bufferpart B. Het compensatiepart C vormt dus een onbeladen gedeelte van de transportbanden 8.
In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld maken de voorste en achterste omkeerrollen 12, 13 tezamen met het tweede om- keerorgaan 16 deel uit van een retourgeleiding voor de transportbanden 8. In een alternatieve variant kan de retourgeleiding echter anders zijn uitgevoerd. Uit het voorgaande volgt, dat het bufferpart B door het eerste omkeerorgaan 15 van de slede 14 wordt geleid en het compensatiepart C door het tweede omkeerorgaan 16 wordt geleid.
Fig. 5-7 tonen dwarsdoorsneden van de bufferin-richting 1 op verschillende locaties in het bufferpart B. Fig. 5 toont een dwarsdoorsnede in een recht stuk van het bufferpart B ter plaatse van de ondersteuningsbaan 7 tussen het toevoerstation 4 en het eerste omkeerorgaan 15. De transportbanden 8 glijden over een draagoppervlak 18 van de, in dit geval plaatvormige, ondersteuningsbaan 7. In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld is elk van de vier transportbanden 8 een lamellenband, waarbij lamellen 19 beweegbaar met elkaar zijn verbonden via een ketting 20 of een alternatief eindloos, flexibel transportelement. De kettingen 20 van de transportbanden 8 worden door de motoren 9 aangedreven. Zoals in Fig. 5 getoond, heeft elke lamel 19 een draagplaat 21 met aan de bovenzijde een draagoppervlak waarop zich onder bedrijfsomstandigheden ter plaatse van het bufferpart B producten bevinden. De lamel 19 is aan de onderzijde van de draagplaat 21 voorzien van twee aan weerszijden van de ketting 20 gelegen schotten 22 waaraan op afstand van de draagplaat 21 twee naar buiten gerichte voeten 23 zijn verbonden. De voeten 23 glijden over het draagoppervlak 18 van de ondersteunings-baan 7. Ter plaatse van de ondersteuningsbaan 7 in het compensatiepart C worden de transportbanden 8 op vergelijkbare wijze ondersteund, maar zijn de draagplaten 21 onder bedrijfsomstandigheden onbezet.
Fig. 6 toont een dwarsdoorsnede ter plaatse van de overgang tussen het rechte stuk van het bufferpart B en het eerste omkeerorgaan 15 van de slede 14. In Fig. 6 zijn de vijf geleidingen 17 van het eerste omkeerorgaan 15 te zien. De binnenste geleiding 17 met de kleinste radius ligt ter plaatse van deze dwarsdoorsnede gedeeltelijk boven de ondersteuningsbaan 7, de overige vier geleidingen 15 liggen volledig boven de ondersteuningsbaan 7.
Fig. 7 toont een dwarsdoorsnede ter plaatse van het eerste omkeerorgaan 15 en laat zien, dat de geleidingen 17 vast met de rest van de slede 14 zijn verbonden. Elk van de vier transportbanden 8 wordt door vier geleidingen 17 in radiale richting ondersteund. Daartoe heeft elk van de geleidingen 17 een radiaal buitenwaarts gericht draagoppervlak 24 waarlangs de passerende schotten 22 van de lamellen 19 glijden. De buitenste geleiding 17, in Fig. 7 de meest linkse geleiding 17, wordt niet voor radiale geleiding van de buitenste transportband 8 gebruikt.
Elk van de lamellen 19 wordt ter plaatse van de draagplaten 21 in opwaartse richting ondersteund door aan weerszijden van de transportband 8 gelegen naburige geleidingen 17 en ook ter plaatse van de voeten 23 die over een draagoppervlak 25 van de slede 14 glijden. Eventueel kunnen de transportbanden 8 alleen door de geleidingen 17 of alleen door het draagoppervlak 25 van de slede 14 in opwaartse richting worden ondersteund.
In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld worden de lamellen 19 ook in neerwaartse richting ondersteund om omhoog wippen van de lamellen 19 te voorkomen. Daartoe vallen de voeten 23 onder de aan weerszijden van de transportband 8 gelegen naburige geleidingen 17.
De geleidingen van het tweede omkeerorgaan 16 in het compensatiepart C zijn vergelijkbaar met die van het eerste omkeerorgaan 15, maar dan gespiegeld in een spiegelvlak ter plaatse van de slede 14 dat loodrecht op de langsrichting van de ondersteuningsbanen 7 staat.
In Fig. 5 is te zien dat in het rechte stuk alleen de buitenste transportbanden 8 in dwarsrichting worden tegengehouden door een binnenste zijgeleiding 26 en een buitenste zijgeleiding 27. De zijgeleidingen 26, 27 zijn meer bedoeld voor afscherming van de transportbanden 8 dan dat zij noodzakelijk zijn voor zijwaartse ondersteuning daarvan. De ondersteuning in dwarsrichting in het rechte stuk kan in principe achterwege worden gelaten. De transportbanden 8 worden in de praktijk namelijk vanzelf op hun plaats gehouden, omdat de transportbanden 8 vanwege de aandrijving daarvan onder spanning staan en aan het begin en einde van een recht traject in zijwaartse richting min of meer op hun plaats worden gehouden door enerzijds de radiale geleidingen 17 bij de slede 14 en anderzijds de omkeerrollen 12, 13, waar de transportbanden 8 in dwarsrichting zijn opgesloten. De buitenste zijgeleidingen 27 zijn vast met de respectievelijke ondersteuningsbanen 7 verbonden, maar de binnenste zijgeleidingen 26 zijn flexibel teneinde de geleidingen 17 van de slede 14 bij verplaatsing daarvan niet te hinderen. De binnenste zijgeleidingen 26 kunnen bijvoorbeeld wegklappen bij het passeren van de slede 14. Fig. 3 toont dat de zijgeleidingen 26, 27 bij beide ondersteuningsbanen 7 aanwezig zijn.
De transportbanden 8 liggen dicht bij elkaar en zijn in dwarsrichting boven de respectievelijke draagplaten 21 vrij van obstakels, zodat zij tezamen een gemeenschappelijk breed transportoppervlak vormen, zoals te zien is in Fig. 5-7. Hierdoor kan de bufferingrichting 1 voor massatransport, zoals flessentransport, worden toegepast. In dat geval is het ook niet erg als de transportbanden 8 onderling verschillende snelheden hebben, bijvoorbeeld ter plaatse van de omkeerorga-nen 15, 16.
De slede 14 kan ten opzichte van de ondersteuningsba-nen 7 worden verplaatst door een eigen aandrijving. Het is echter ook mogelijk om de motoren 9 zodanig aan te sturen dat een verschil in trekkracht bij de transportbanden 8 ter plaatse van het toevoerstation 4 en het uitvoerstation 5 optreedt, waardoor de slede 14 zal verplaatsen.
Aan de onderzijde van de ondersteuningsbanen 7 tussen de omkeerrollen 12, 13 kunnen de transportbanden 8 ondersteund worden via aparte geleidingen.
Fig. 8 en 9 tonen twee alternatieve uitvoeringsvoor-beelden van de butferinrichting 1. In het uitvoeringsvoorbeeld volgens Fig. 8 zijn tenminste een aantal lamellen 19 voorzien van een wieltje 28 dat onder bedrijfsomstandigheden langs de daarmee samenwerkende geleiding 17 afrolt. In het uitvoerings-voorbeeld volgens Fig. 9 zijn de geleidingen 17 voorzien van rollenbedden 29 waarlangs de schotten 22 van de lamellen 19 bewegen. Door de maatregelen volgens de in Fig. 8 en 9 afge-beelde uitvoeringsvoorbeelden wordt de benodigde aandrijfkracht voor de transportbanden 8 geminimaliseerd.
Fig. 10 en 11 tonen een variant op de in Fig. 1-9 getoonde uitvoeringsvoorbeelden. Het belangrijkste verschil is dat er nu in plaats van een gezamenlijke slede, zoals slede 14 in Fig. 1, twee aparte sleden aanwezig zijn: een bufferslede 30 waarmee vijf geleidingen 17 vast zijn verbonden en een com-pensatieslede 31, waarmee eveneens vijf geleidingen 17 vast zijn verbonden. De bufferslede 30 en de compensatieslede 31 bevinden zich beide van bovenaf gezien tussen de ondersteuningsbanen 7. De bufferslede 30 is beweegbaar in het transportvlak, maar de compensatieslede 31 is beweegbaar in een vlak dat daar evenwijdig onder ligt. De bufferslede 30 en de compensatieslede 31 zijn door middel van kettingen 32 of een alternatief buigbaar element via omkeerrollen 33 met elkaar verbonden, zie Fig. 11. Dit betekent, dat wanneer de bufferslede 30 van de voorste uiteinden 10 vandaan beweegt, zodat het bufferpart B langer wordt, de compensatieslede 31 in tegengestelde richting, naar de voorste uiteinden 10 toe, beweegt. Het is duidelijk, dat door de omkeerrollen 12 aan de voorste uiteinden 10 de transportbanden 8 in een gedeelte van het compensatiepart C ondersteboven lopen en ook ondersteboven door de geleidingen 17 van het tweede omkeerorgaan 16 worden geleid. Daarom is het gewenst om de transportbanden 8 in het tweede omkeerorgaan 16 niet alleen radiaal, maar ook in opwaartse richting te ondersteunen. Wanneer de transportbanden 8 zijn uitgevoerd, zoals in de hierboven beschreven uitvoerings-voorbeelden en getoond in Fig. 5-9, kunnen de lamellen 19 bijvoorbeeld ter plaatse van de voeten 23 in opwaartse richting worden ondersteund. Een voordeel van het uitvoeringsvoorbeeld volgens Fig. 10 en 11 is dat de lengte van de butferinrichting 1 relatief kort kan zijn.
Fig. 12 toont een bovenaanzicht van een ander alternatief uitvoeringsvoorbeeld. De onderdelen die vergelijkbaar zijn met die bij de vorige uitvoeringsvoorbeelden hebben hetzelfde verwijzingscijfer. In dit geval is de bufferinrichting 1 voorzien van een enkele transportband 8 die onder bedrijfsomstandigheden vanaf een toevoerstation 4 naar een ten opzichte van het frame 6 verplaatsbaar eerste omkeerorgaan 15 beweegt en vervolgens in tegengestelde richting naar een statisch eerste omkeerorgaan 34 beweegt, dan nogmaals naar het eerste omkeerorgaan 15 en weer terug naar het statisch eerste omkeerorgaan 34 beweegt. Na het verlaten van het statisch eerste omkeerorgaan 34 gaat de transportband 8 van bovenaf gezien in diagonale richting naar het eerste omkeerorgaan 15 en volgt vanaf daar een pad naar het statisch eerste omkeerorgaan 34, dan naar het eerste omkeerorgaan 15, vervolgens terug naar het statisch eerste omkeerorgaan 34, dan naar het eerste omkeerorgaan 15 en tenslotte terug naar het afvoerstation 5. De bewegingsrichting van de transportband 8 is met pijlen aangegeven in Fig. 12. In een alternatief uitvoeringsvoorbeeld kan het aantal windingen om het statisch eerste omkeerorgaan 34 en het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15 groter of kleiner zijn. Het zich vanaf het toevoerstation 4 tot het uitvoersta-tion 5 uitstrekkende gedeelte van de transportband 8 vormt het bufferpart waarvan de lengte varieert bij verplaatsing van het eerste omkeerorgaan 15 ten opzichte van het frame 6, ofwel ten opzichte van het statisch eerste omkeerorgaan 34.
In het in Fig. 12 getoonde uitvoeringsvoorbeeld heeft het statisch eerste omkeerorgaan 34 tenminste vier vast met het frame 6 verbonden geleidingen 17 voor het radiaal geleiden van de enkele transportband 8. De geleidingen 17 zijn met streeplijnen in Fig. 12 weergegeven. Het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15 heeft in dit uitvoeringsvoorbeeld tenminste vijf vast met de bufferslede 30 verbonden geleidingen 17 voor het radiaal geleiden van de enkele transportband 8, omdat in dit uitvoeringsvoorbeeld de transportband 8 het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15 één keer meer passeert dan het statisch eerste omkeerorgaan 34. De geleidingen 17 van het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15 zijn ook met streeplijnen weergegeven in Fig. 12. De geleidingen 17 van het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15 zijn ook vastgemaakt aan de bufferslede 30, zoals ook bij de bovengenoemde uitvoerings-voorbeelden is toegelicht. De binnenste geleidingen 17 van het statisch eerste omkeerorgaan 34 en het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15 zijn in dit geval voor de geleiding van het diagonale gedeelte van de transportband 8 iets langer uitgevoerd waardoor ze iets langer zijn dan een halve cirkel.
De bufferinrichting 1 van het in Fig. 12-14 getoonde uitvoeringsvoorbeeld omvat een retourgeleiding met omkeerrol-len 35 ter plaatse van het toevoerstation 4 en het uitvoerstation 5 waarmee de transportband 8 ondersteboven in een vlak geleid wordt dat onder het vlak ligt waarin het buf-ferpart zich bevindt. Het gedeelte van de transportband 8 dat zich vanaf het uitvoerstation 5 via het onderliggende vlak tot het toevoerstation 4 uitstrekt, vormt het compensatiepart. De retourgeleiding omvat verder een ten opzichte van het frame 6 verplaatsbaar tweede omkeerorgaan 16 en een statisch tweede omkeerorgaan 36. Het statisch tweede omkeerorgaan 36 bevindt zich onder het statisch eerste omkeerorgaan 34 en is ook voorzien van vast met het frame 6 verbonden geleidingen 17 voor radiale ondersteuning van de transportband 8. Het verplaatsbare tweede omkeerorgaan 16 is evenals het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15 voorzien van geleidingen 17 die vast met de compensatieslede 31 zijn verbonden. De bufferslede 30 en de compensatieslede 31 zijn door middel van kettingen 32 of een alternatief buigbaar element via een omkeerrol 33 met elkaar verbonden.
Wanneer de bufferslede 30 in een richting van het statisch omkeerorgaan 34 vandaan beweegt, neemt de lengte van het bufferpart toe en beweegt de compensatieslede 31 in tegengestelde richting naar het statisch tweede omkeerorgaan 36 toe. Wanneer de bufferslede 30 en de compensatieslede 31 zich precies boven elkaar bevinden, is de bufferinrichting 1 min of meer spiegelsymmetrisch ten opzichte van een spiegelvlak dat parallel loopt aan het transportvlak.
Evenals in de hierboven beschreven uitvoeringsvoor-beelden beweegt de transportband 8 onder bedrijfsomstandigheden vanaf het toevoerstation 4, in dit geval via enkele extra windingen om het statisch eerste omkeerorgaan 34 en het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15, via het eerste omkeerorgaan 15 naar het uitvoerstation 5, waarna de transportband 8 via de retourgeleiding met het tweede omkeerorgaan 16 naar het invoerstation 4 wordt teruggeleid, terwijl bij gelijktijdige verplaatsing van het eerste en tweede omkeerorgaan 15, 16 ten opzichte van het frame 6 een lengteverandering van het bufferpart door het compensatiepart wordt gecompenseerd. Zowel de geleidingen 17 van het eerste omkeerorgaan 15 als die van het tweede omkeerorgaan 16 zijn vast verbonden met de bufferslede 30 en de compensatieslede 31.
Van bovenaf gezien volgt de transportband 8 vanaf het toevoerstation 4 en het uitvoerstation 5 als een paar evenwijdige, tegengesteld gerichte transportbandsecties een traject naar de bufferslede 30 waar het paar transportsecties twee buitenste, naburige, evenwijdige radiale geleidingen 17 volgt. Na omkering via vergelijkbare geleidingen 17 bij het statisch eerste omkeerorgaan 34 volgt het paar transportbandsecties twee verder naar binnen gelegen geleidingen 17 bij de bufferslede 30. Na nog een omkering via vergelijkbare geleidingen 17 bij het statisch eerste omkeerorgaan 34 wordt het paar trans-portsecties gesplitst en wordt de transportband 8 om een binnenste geleiding 17 van de bufferslede 30 geleid. Het paar transportbandsecties volgt dus een soort slakkenhuistraject.
In het compensatiepart wordt de transportband 8 op vergelijkbare wijze geleid.
Het frame 6 is in dit uitvoeringsvoorbeeld voorzien van een plaat waarover de transportband 8 tussen het statisch eerste omkeerorgaan 34 en het verplaatsbare eerste omkeeror-gaan 15 glijdt. In het compensatiepart wordt de transportband 8 bijvoorbeeld vanaf de onderzijde ondersteund.
De bufferslede 30 kan bijvoorbeeld via sleuven 37 in de plaat in dwarsrichting van de verplaatsingsrichting van de bufferslede 30 zijn opgesloten. Deze sleuven 37 kunnen zodanig gedimensioneerd zijn dat de transportband 8 in het diagonale part over de plaat geen hinder van de sleuven 37 ondervindt. Het zal duidelijk zijn, dat de oriëntatie van het diagonale part van de transportband 8 bij verplaatsing van het eerste omkeerorgaan 15 ten opzichte van het frame 6 van bovenaf gezien verandert.
In een alternatief uitvoeringsvoorbeeld kunnen het statisch eerste omkeerorgaan 34, het verplaatsbare eerste omkeerorgaan 15, het verplaatsbare tweede omkeerorgaan 16 en het statisch tweede omkeerorgaan 36 in een gemeenschappelijk vlak liggen en de bufferslede 30 en compensatieslede 31 geïntegreerd zijn, vergelijkbaar met het uitvoeringsvoorbeeld volgens Fig. 1.
De hierin beschreven uitvoeringsvoorbeelden van de bufferinrichting hebben allemaal een bufferslede 14, 30 en een daarmee samenwerkende compensatieslede 14, 31, die elk meerdere evenwijdige vaste radiale geleidingen 17 omvatten. In de uitvoeringsvoorbeelden volgens Fig. 1-11 geleiden de geleidingen 17 meerdere parallelle transportbanden 8 die langs de geleidingen 17 in dezelfde richting bewegen en tezamen een relatief breed transportoppervlak vormen, terwijl de geleidingen 17 bij het in Fig. 12-14 getoonde uitvoeringsvoorbeeld een enkele transportband 8 geleiden die naburige geleidingen 17 in tegengestelde richting volgt.
De uitvinding is niet beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvoorbeelden die op verschillende manieren binnen het kader van de conclusies kunnen worden gevarieerd.
Claims (18)
1. Bufferinrichting (1), omvattende een frame (6) en een door het frame (6) ondersteunde eindloze, aandrijfbare, flexibele transportband (8), een toevoerstation (4) voor het toevoeren van producten naar de transportband (8), een uit-voerstation (5) voor het uitvoeren van producten vanaf de transportband (8), een ten opzichte van het frame (6) verplaatsbaar eerste omkeerorgaan (15) voor het omkeren van de transportrichting van de transportband (8), en een retour-geleiding (12, 13) die is voorzien van een ten opzichte van het frame (6) verplaatsbaar tweede omkeerorgaan (16) voor het omkeren van de transportrichting van de transportband (8), waarbij de bufferinrichting (1) zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportband (8) vanaf het toevoer-station (4) via het eerste omkeerorgaan (15) naar het uitvoerstation (5) beweegt, waarna de transportband (8) via de retourgeleiding (12, 13, 16) naar het toevoerstation (4) wordt teruggeleid, waarbij het zich vanaf het toevoerstation (4) tot het uitvoerstation (5) uitstrekkende gedeelte van de transportband (8) een bufferpart (B) vormt waarvan de lengte varieert bij verplaatsing van het eerste omkeerorgaan (15) ten opzichte van het frame (6) en het resterende gedeelte van de transportband (8) een compensatiepart (C) vormt voor het compenseren van een lengteverandering van het bufferpart (B) bij gelijktijdige verplaatsing van het eerste en tweede omkeerorgaan (15, 16) ten opzichte van het frame (6), met het kenmerk dat tenminste het eerste omkeerorgaan (15) is voorzien van een bufferslede (14, 30) met tenminste een vast daarmee verbonden geleiding (17) voor het radiaal geleiden van de transportband (8) .
2. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 1, waarbij het frame (6) twee in een transportvlak gelegen evenwijdige ondersteuningsbanen (7) omvat die elk een voorste uiteinde (10) en een tegenovergelegen achterste uiteinde (11) hebben, waarbij tenminste het eerste omkeerorgaan (15) van bovenaf gezien zich tenminste gedeeltelijk tussen de ondersteuningsbanen (7) bevindt en daarlangs verplaatsbaar is, waarbij de buffer-inrichting (1) zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportband (8) één van de onder-steuningsbanen (7) vanaf het voorste uiteinde (10) daarvan volgt en via de geleiding (17) van de bufferslede (14, 30) de andere ondersteuningsbaan (7) in tegenovergestelde richting naar het voorste uiteinde (10) daarvan volgt, waarna de transportband (8) via de retourgeleiding (12, 13) weer terug naar het voorste uiteinde (10) van de ene ondersteuningsbaan (7) wordt geleid, waarbij de transportband een eerste transportband (8) is en de bufferinrichting (1) is voorzien van tenminste een tweede eindloze, aandrijfbare, flexibele transportband (8) die zich evenwijdig aan de eerste transportband uitstrekt teneinde een gezamenlijk transportoppervlak te vormen en waarbij het eerste omkeerorgaan (15) is voorzien van een tweede vast met de bufferslede (14) verbonden geleiding (17) voor het radiaal geleiden van de tweede transportband (8) en het tweede omkeerorgaan (16) is voorzien van vast met een compensatieslede (14, 31) verbonden geleidingen (17) voor het radiaal geleiden van beide transportbanden (8).
3. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 2, waarbij de bufferslede en de compensatieslede een gezamenlijke slede (14) vormen die in het transportvlak verplaatsbaar is en waarbij de bufferinrichting (1) zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportbanden (8) stroomafwaarts van het bufferpart (B) via een gedeelte van de retourgeleiding (12, 13) naar het achterste uiteinde (11) van één van de on- dersteuningsbanen (7) worden geleid en deze ondersteuningsbaan (7) volgen en via de geleidingen (17) van het tweede omkeerorgaan (16) de andere ondersteuningsbaan (7) in tegenovergestelde richting naar het achterste uiteinde (11) daarvan volgen, waarna de transportbanden (8) via een ander gedeelte van de retourgeleiding (12, 13) weer terug naar het voorste uiteinde (10) van de ondersteuningsbaan (7) stroomopwaarts van het bufferpart (B) worden geleid.
4. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 3, waarbij de retourgeleiding (12, 13) zodanig is ingericht, dat de transportbanden (8) na het verlaten van het voorste uiteinde (10) van de ondersteuningsbaan (7) ondersteboven onder deze ondersteuningsbaan naar het achterste uiteinde (11) daarvan worden geleid en de transportbanden (8) na het verlaten van het achterste uiteinde (11) van de andere ondersteuningsbaan (7) ondersteboven onder deze ondersteuningsbaan terug naar het voorste uiteinde (10) daarvan worden geleid.
5. Butferinrichting (1) volgens conclusie 4, waarbij de retourgeleiding ter plaatse van de voorste en achterste uiteinden (10, 11) is voorzien van omkeerrollen (12, 13) met rotatieassen die zich parallel aan het transportvlak en loodrecht op de langsrichting van de ondersteuningsbanen (7) uitstrekken.
6. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 5, waarbij de transportbanden (8) ter plaatse van de omkeerrollen (12, 13) in dwarsrichting van de ondersteuningsbanen (7) zijn opgesloten .
7. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 2, waarbij de bufferslede (14) in het transportvlak verplaatsbaar is en de compensatieslede (31) in een vlak onder het transportvlak verplaatsbaar is, waarbij de bufferinrichting (1) zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportbanden (8) in tenminste een gedeelte van het compensatiepart (C) ondersteboven via de retourgeleiding (12, 13) en via de geleidingen (17) van het tweede omkeerorgaan (16) worden geleid .
8. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 7, waarbij de retourgeleiding ter plaatse van de voorste uiteinden (10) is voorzien van omkeerrollen (12) met rotatieassen die zich parallel aan het transportvlak en loodrecht op de langsrich-ting van de ondersteuningsbanen (7) uitstrekken teneinde de transportbanden (8) ondersteboven onder de ondersteuningsbanen (7) naar, via en vanaf het tweede omkeerorgaan (16) te geleiden .
9. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 8, waarbij de transportbanden (8) ter plaatse van de omkeerrollen (12) in dwarsrichting van de ondersteuningsbanen (7) zijn opgesloten.
10. Bufferinrichting (1) volgens één van de conclusie 7-9, waarbij de bufferslede (14) en de compensatieslede (31) door middel van een buigbaar element (32) met elkaar verbonden zijn, waarbij het buigbare element (32) over een omkeerwiel (33) wordt geleid.
11. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 1, waarbij de bufferinrichting (1) verder is voorzien van een statisch eerste omkeerorgaan (34) voor het omkeren van de transportrichting van de transportband (8) en een statisch tweede omkeerorgaan (36) voor het omkeren van de transport-richting van de transportband (8), waarbij het statisch eerste omkeerorgaan (34) en het statisch tweede omkeerorgaan (36) elk ten minste twee evenwijdige vast met het frame (6) verbonden geleidingen (17) hebben voor het radiaal geleiden van de transportband (8), waarbij de bufferinrichting (1) zodanig is ingericht dat onder bedrijfsomstandigheden de transportband (8) vanaf het toevoerstation (4) via de ene geleiding (17) van het statisch eerste omkeerorgaan (34) naar het verplaatsbare eerste omkeerorgaan (15) beweegt en via het eerste omkeerorgaan (15) terug naar het statisch eerste omkeerorgaan (34) beweegt, waar de transportband (8) via de andere geleiding (17) in tegengestelde richting naar het uitvoerstation (5) beweegt, waarna de transportband (8) vanaf het uitvoerstation (4) via de ene geleiding (17) van het statisch tweede omkeerorgaan (36) naar het verplaatsbare tweede omkeerorgaan (16) beweegt en via het tweede omkeerorgaan (16) terug naar het statisch tweede omkeerorgaan (36) beweegt, waar de transportband (8) via de andere geleiding in tegengestelde richting naar het toevoerstation (5) beweegt.
12. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 11, waarbij het statisch eerste omkeerorgaan (34) en het verplaatsbare eerste omkeerorgaan (15) in een transportvlak liggen en het statisch tweede omkeerorgaan (36) en het verplaatsbare tweede omkeerorgaan (16) in een vlak daaronder liggen, waarbij de transportband (8) ondersteboven langs het statisch tweede omkeerorgaan (36) en het verplaatsbare tweede omkeerorgaan (16) wordt geleid.
13. Bufferinrichting (1) volgens één van de voor gaande conclusies, waarbij de geleiding/geleidingen (17) van de respectievelijke omkeerorganen (15, 16, 34, 36) een cirkel- sectie/cirkelsecties vormt/vormen.
14. Bufferinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste één transportband (8) door tenminste één geleiding (17) in opwaartse richting ondersteund wordt.
15. Butferinrichting (1) volgens conclusie 14, waarbij de transportband (8) door twee naburige geleidingen (17) in opwaartse richting ondersteund wordt.
16. Bufferinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij tenminste één transportband (8) door ten minste één geleiding (17) in neerwaartse richting ondersteund wordt om omhoog wippen van de transportband (8) te voorkomen.
17. Bufferinrichting (1) volgens conclusie 16, waarbij de transportband (8) door twee naburige geleidingen (17) in neerwaartse richting ondersteund wordt.
18. Bufferinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de geleiding/geleidingen (17) is/zijn voorzien van een rollenbed (29) voor het radiaal geleiden van de transportband/transportbanden (8), of waarbij de transportband/transportbanden (8) is/zijn voorzien van rollen (28) voor het langs de geleiding/geleidingen (17) rollen van de transportband/transportbanden (8).
Priority Applications (6)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL2015300A NL2015300B1 (nl) | 2015-08-13 | 2015-08-13 | Bufferinrichting. |
CN201680046554.2A CN107848719B (zh) | 2015-08-13 | 2016-08-11 | 缓冲装置 |
US15/751,649 US10259664B2 (en) | 2015-08-13 | 2016-08-11 | Buffering device |
EP16767033.0A EP3334670B1 (en) | 2015-08-13 | 2016-08-11 | A buffering device |
PCT/NL2016/050574 WO2017026895A1 (en) | 2015-08-13 | 2016-08-11 | A buffering device |
US16/384,453 US10543991B2 (en) | 2015-08-13 | 2019-04-15 | Buffering device |
Applications Claiming Priority (1)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL2015300A NL2015300B1 (nl) | 2015-08-13 | 2015-08-13 | Bufferinrichting. |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL2015300B1 true NL2015300B1 (nl) | 2017-02-28 |
Family
ID=54844025
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL2015300A NL2015300B1 (nl) | 2015-08-13 | 2015-08-13 | Bufferinrichting. |
Country Status (5)
Country | Link |
---|---|
US (2) | US10259664B2 (nl) |
EP (1) | EP3334670B1 (nl) |
CN (1) | CN107848719B (nl) |
NL (1) | NL2015300B1 (nl) |
WO (1) | WO2017026895A1 (nl) |
Families Citing this family (3)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
EP3795502B1 (en) * | 2019-09-18 | 2024-02-28 | Specialty Conveyor B.V. | A buffer conveyor |
CN111792336B (zh) * | 2020-08-13 | 2025-01-14 | 广州隆宝科技技术有限公司 | 一种瓶件输送设备及其瓶件缓冲输送装置 |
IT202100029861A1 (it) * | 2021-11-25 | 2023-05-25 | Flexlink Systems S P A | Dispositivo di trasferimento ordinato di prodotti e metodo di trasferimento ordinato di prodotti |
Citations (4)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US4513858A (en) * | 1981-05-18 | 1985-04-30 | Mapatent, N.V. | Horizontal accumulator |
US20060225989A1 (en) * | 2003-03-25 | 2006-10-12 | Tuck Henry W | Variable-capacity store for elongated articles |
EP2050696A1 (en) * | 2007-10-17 | 2009-04-22 | Pneumelectric Automazione s.r.l. | Spiral conveyor with a conveyor chain having a return path along the same track of the outward path. |
EP2826735A1 (de) * | 2013-07-17 | 2015-01-21 | Krones Aktiengesellschaft | Einstellbarer Speicherabschnitt einer Fördereinrichtung und Verfahren zum Zwischenspeichern von Artikeln |
Family Cites Families (8)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US6591963B2 (en) | 2001-06-26 | 2003-07-15 | Sig Pack Systems Ag | Storage apparatus |
US6959802B1 (en) * | 2004-06-24 | 2005-11-01 | Garvey Corporation | Dual conveyor product conveying and accumulation system |
JP4595740B2 (ja) * | 2005-08-16 | 2010-12-08 | パナソニック株式会社 | チップ反転装置およびチップ反転方法ならびにチップ搭載装置 |
DE102007052733A1 (de) * | 2007-11-06 | 2009-05-07 | Krones Ag | Geländerführung |
FR2938244B1 (fr) * | 2008-11-10 | 2012-11-16 | Fege Sarl | Dispositif de deplacement sur une bande sans fin a trajet adaptable |
US9145270B2 (en) * | 2009-07-06 | 2015-09-29 | Gebo Packaging Solutions France | Apparatus for handling and accumulating articles in a buffer area |
FR2964959B1 (fr) * | 2010-09-17 | 2012-10-26 | Sidel Participations | Convoyeur a accumulation modulaire |
US9896271B1 (en) * | 2016-09-29 | 2018-02-20 | Barry-Wehmiller Container Systems, Inc. | Conveyor accumulator for controlling the flow of articles being conveyed |
-
2015
- 2015-08-13 NL NL2015300A patent/NL2015300B1/nl active
-
2016
- 2016-08-11 CN CN201680046554.2A patent/CN107848719B/zh active Active
- 2016-08-11 US US15/751,649 patent/US10259664B2/en active Active
- 2016-08-11 EP EP16767033.0A patent/EP3334670B1/en active Active
- 2016-08-11 WO PCT/NL2016/050574 patent/WO2017026895A1/en active Application Filing
-
2019
- 2019-04-15 US US16/384,453 patent/US10543991B2/en active Active
Patent Citations (4)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US4513858A (en) * | 1981-05-18 | 1985-04-30 | Mapatent, N.V. | Horizontal accumulator |
US20060225989A1 (en) * | 2003-03-25 | 2006-10-12 | Tuck Henry W | Variable-capacity store for elongated articles |
EP2050696A1 (en) * | 2007-10-17 | 2009-04-22 | Pneumelectric Automazione s.r.l. | Spiral conveyor with a conveyor chain having a return path along the same track of the outward path. |
EP2826735A1 (de) * | 2013-07-17 | 2015-01-21 | Krones Aktiengesellschaft | Einstellbarer Speicherabschnitt einer Fördereinrichtung und Verfahren zum Zwischenspeichern von Artikeln |
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
CN107848719B (zh) | 2020-04-28 |
WO2017026895A1 (en) | 2017-02-16 |
US10259664B2 (en) | 2019-04-16 |
EP3334670A1 (en) | 2018-06-20 |
US20180251321A1 (en) | 2018-09-06 |
US10543991B2 (en) | 2020-01-28 |
EP3334670B1 (en) | 2021-11-10 |
US20190241372A1 (en) | 2019-08-08 |
CN107848719A (zh) | 2018-03-27 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
US9022200B2 (en) | Accumulation conveyor | |
NL2015300B1 (nl) | Bufferinrichting. | |
JP5024631B2 (ja) | 仕分け設備 | |
US20160368712A1 (en) | Accumulating portal conveyor | |
US4142625A (en) | Holding conveyor system | |
JPH0676136B2 (ja) | 搬送装置 | |
JP5117551B2 (ja) | 搬送品の振り分け装置 | |
HU224157B1 (hu) | Íves szállítószalag | |
EP1828033B1 (en) | Device for selectively diverting products sideways from a conveyor | |
US20200115168A1 (en) | Conveying system with high speed lane divider | |
NL2021590B1 (nl) | Inrichting, systeem en werkwijze voor het sorteren van producten | |
NL2018542B1 (nl) | Inrichting, systeem en werkwijze voor het sorteren van producten | |
JP7276303B2 (ja) | 物品仕分け装置 | |
NL1011074C2 (nl) | Transporteur, alsmede transportband en ketting voor een transportband. | |
JP2006111416A (ja) | 姿勢変更搬送装置を有する搬送システム | |
JP7318673B2 (ja) | 物品仕分け方法及び物品仕分け装置 | |
CN113423656A (zh) | 交叉带分拣机 | |
JP2002501869A (ja) | コンベア | |
JP5061756B2 (ja) | 容器分岐装置 | |
JP4544451B2 (ja) | 仕分装置 | |
JPH085144Y2 (ja) | 整列コンベヤ | |
JPH0719236U (ja) | 搬送装置 | |
JPH10338329A (ja) | コンベヤ |