NL1035235C2 - Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. - Google Patents
Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1035235C2 NL1035235C2 NL1035235A NL1035235A NL1035235C2 NL 1035235 C2 NL1035235 C2 NL 1035235C2 NL 1035235 A NL1035235 A NL 1035235A NL 1035235 A NL1035235 A NL 1035235A NL 1035235 C2 NL1035235 C2 NL 1035235C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- compartment
- pressure
- component
- beverage container
- tapping device
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B67—OPENING, CLOSING OR CLEANING BOTTLES, JARS OR SIMILAR CONTAINERS; LIQUID HANDLING
- B67D—DISPENSING, DELIVERING OR TRANSFERRING LIQUIDS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- B67D1/00—Apparatus or devices for dispensing beverages on draught
- B67D1/04—Apparatus utilising compressed air or other gas acting directly or indirectly on beverages in storage containers
- B67D1/0412—Apparatus utilising compressed air or other gas acting directly or indirectly on beverages in storage containers the whole dispensing unit being fixed to the container
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B67—OPENING, CLOSING OR CLEANING BOTTLES, JARS OR SIMILAR CONTAINERS; LIQUID HANDLING
- B67D—DISPENSING, DELIVERING OR TRANSFERRING LIQUIDS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- B67D1/00—Apparatus or devices for dispensing beverages on draught
- B67D1/0042—Details of specific parts of the dispensers
- B67D1/0057—Carbonators
- B67D1/0069—Details
- B67D1/0071—Carbonating by injecting CO2 in the liquid
- B67D1/0072—Carbonating by injecting CO2 in the liquid through a diffuser, a bubbler
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B67—OPENING, CLOSING OR CLEANING BOTTLES, JARS OR SIMILAR CONTAINERS; LIQUID HANDLING
- B67D—DISPENSING, DELIVERING OR TRANSFERRING LIQUIDS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- B67D1/00—Apparatus or devices for dispensing beverages on draught
- B67D1/04—Apparatus utilising compressed air or other gas acting directly or indirectly on beverages in storage containers
- B67D1/0406—Apparatus utilising compressed air or other gas acting directly or indirectly on beverages in storage containers with means for carbonating the beverage, or for maintaining its carbonation
-
- G—PHYSICS
- G05—CONTROLLING; REGULATING
- G05D—SYSTEMS FOR CONTROLLING OR REGULATING NON-ELECTRIC VARIABLES
- G05D16/00—Control of fluid pressure
- G05D16/04—Control of fluid pressure without auxiliary power
- G05D16/06—Control of fluid pressure without auxiliary power the sensing element being a flexible membrane, yielding to pressure, e.g. diaphragm, bellows, capsule
- G05D16/0616—Control of fluid pressure without auxiliary power the sensing element being a flexible membrane, yielding to pressure, e.g. diaphragm, bellows, capsule the sensing element being a bellow
- G05D16/0619—Control of fluid pressure without auxiliary power the sensing element being a flexible membrane, yielding to pressure, e.g. diaphragm, bellows, capsule the sensing element being a bellow acting directly on the obturator
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T137/00—Fluid handling
- Y10T137/0318—Processes
- Y10T137/0396—Involving pressure control
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T137/00—Fluid handling
- Y10T137/598—With repair, tapping, assembly, or disassembly means
- Y10T137/612—Tapping a pipe, keg, or apertured tank under pressure
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- Fluid Mechanics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Automation & Control Theory (AREA)
- Devices For Dispensing Beverages (AREA)
Description
Titel: Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting.
Voor het afgeven van drank uit drankcontainers zijn verschillende principes bekend. Zo wordt gebruik gemaakt van zwaartekracht in gravity 5 flow blikken, wordt gebruik gemaakt van externe CO2 bronnen zoals een gasfles met reduceerinrichting voor het in de drankcontainer voeren van CO2 gas, voor het onder druk brengen van de drank daarin, en wordt gebruik gemaakt van luchtpompen voor het onder druk brengen van drank in een bag-in-box (BIB) of bag-in-container (BIC) verpakking. Gravity flow 10 heeft als nadeel dat de druk niet constant is en bovendien laag, waardoor een onvoordelig tapgedrag ontstaat, met name voor bijvoorbeeld bier. Gebruik van externe CO2 bronnen heeft als nadeel dat deze dienen te worden onderhouden en aangesloten, terwijl deze bovendien beschikbaar moeten worden gesteld of gehouden, hetgeen kostbaar en tijdrovend is.
15 Bovendien vergt gebruik daarvan voldoende ervaring en bijzondere veiligheidsvoorzieningen. Gebruik van een luchtpomp heeft als nadeel dat daarvoor een externe inrichting noodzakelijk is, welke relatief kostbaar is. Bovendien vergt dit gebruik van een container met een binnenzak, teneinde de kwaliteit van de drank te behouden, hetgeen kostbaar is en bovendien tot 20 veel verpakkingsmateriaal leidt.
Teneinde veel van deze problemen op te lossen is reeds voorgesteld een drukregelinrichting in of aan de container te bevestigen, welke drukregelinrichting tijdens gebruik van de drankcontainer automatisch zorgt voor het op een gewenste druk houden van de drank in de 25 drankcontainer. Een dergelijke tapinrichting is bijvoorbeeld bekend uit EP1170247. Daarbij omvat de drukregelinrichting een compartiment dat is gevuld met CO2 gas onder druk en een het CO2 gas ten minste gedeeltelijk 1035235 2 absorberend en/of adsorberend medium, zoals actief kool. Een dergelijke tapinrichting kan zonder externe drukbron worden gebruikt voor het tappen van drank. Bij deze inrichting dient evenwel het CO2 gas onder druk in de regelinrichting te worden gebracht en gehouden, en gedoseerd te worden 5 afgegeven.
Een doel van de onderhavige uitvinding is een alternatieve tapinrichting te verschaffen, voorzien van een drukregelinrichting voor het onder druk brengen van drank in de tapinrichting.
In een eerste aspect wordt een tapinrichting volgens deze 10 beschrijving gekenmerkt doordat is voorzien in een drankhouder en een drukregelinrichting, welke drukregelinrichting ten minste een eerste compartiment en een tweede compartiment omvat. Het eerste compartiment bevat een eerste component en het tweede compartiment een tweede component. Tussen het eerste en het tweede compartiment is een 15 doseerinrichting voorzien en ten minste een van het eerste en tweede compartiment staat in verbinding met een binnenruimte van de drankhouder.
In een uitvoeringsvorm kan de drankhouder een buitenhouder zijn, zoals een container, fust, BIC, BIB of andere drankhoudende houder.
20 In een tweede aspect wordt een inrichting volgens deze beschrijving gekenmerkt doordat een regelinrichting is voorzien met een eerste compartiment en een tweede compartiment, waarbij het eerste compartiment een eerste component bevat en het tweede compartiment een tweede component. Tussen het eerste en het tweede compartiment is een 25 doseerinrichting voorzien en ten minste een van het eerste en tweede compartiment is voorzien van een verbinding voor een binnenruimte van een drankhouder.
In een verder aspect wordt in deze beschrijving een werkwijze gekenmerkt voor het regelen van druk in een tapinrichting, waarbij bij 30 drukverlaging in een drank omvattende drankhouder een eerste component 3 met een tweede component in contact wordt gebracht, zodanig dat deze componenten met elkaar kunnen reageren onder vorming van een gas, met welk gas de druk in de drankhouder wordt verhoogd.
Inrichtingen en werkwijze volgens deze beschrijving zullen nader 5 worden toegelicht aan de hand van de figuren. Daarin toont:
Fig. 1 in doorgesneden zijaanzicht schematisch een tapinrichting volgens de beschrijving;
Fig. 2 in doorgesneden zijaanzicht schematisch een tweede uitvoeringsvorm van een tapinrichting volgens de beschrijving; 10 Fig. 3 schematisch en in dwarsdoorsnede een drukregelinrichting;
Fig. 4A - D vier stappen in het gebruik van een tapinrichting volgens fig. 1 of 2; en
Fig. 5 een verdere alternatieve uitvoeringsvorm van een tapinrichting volgens de beschrijving.
15 In deze beschrijving hebben gelijke of corresponderende delen gelijke of corresponderende verwijzingscijfers. De getoonde en beschreven uitvoeringsvormen zijn slechts ter illustratie getoond en dienen geenszins beperkend te worden uitgelegd. In deze beschrijving zal worden uitgegaan van een koolzuur (CO2) houdende drank, in het bijzonder bier, zoals een 20 lager bier. Daartoe is de uitvinding evenwel geenszins beperkt. In de getoonde uitvoeringsvoorbeelden is steeds een drankhouder getoond en beschreven die in hoofdzaak cilindrisch is, met een bodem en deksel. Tapmiddelen strekken zich ten minste gedeeltelijk boven en/of door het deksel uit. Evenwel kunnen de tapmiddelen zich ook in een andere positie 25 bevinden, bijvoorbeeld in een zijwand nabij het deksel, een middengebied van de zijwand en/of in of nabij de bodem, terwijl de drankhouder ook een andere vorm kan hebben. De drankhouder kan zijn vervaardigd uit metaal, kunstsof, glas of combinaties daarvan, of andere geschikte materialen. Ook kan de drankhouder een binnenhouder zoals aan zak omvatten waarin de 30 drank is opgenomen. Het gas kan worden afgegeven direct in de drank maar 4 kan ook bijvoorbeeld een zak in de drank opblazen en/of een zak rond de drank samendrukken, waardoor drank onder druk wordt gebracht zonder direct contact tussen de drank en het gas.
Doseren dient in deze beschrijving te worden begrepen als 5 tenminste omvattende doch niet beperkt tot het in afgemeten hoeveelheden bij elkaar brengen van componenten en/of het gericht bij elkaar brengen van componenten.
Bij een verpakking volgens de uitvinding is bij voorkeur geen externe drukbron nodig. Daarmee wordt verhinderd dat een dergelijke 10 externe drukbron moet worden aangesloten op de verpakking of dat het gebruik van de verpakking afhangt van de aanwezigheid van die externe drukbron, hetgeen flexibel gebruik bijzonder moeilijk of zelfs onmogelijk maakt, terwijl een dergelijke externe drukbron bovendien veelal kosten verhogend is.
15 In fig. 1 is in doorgesneden zijaanzicht een tapinrichting 1 getoond.
De tapinrichting 1 omvat een drankhouder 2, in deze uitvoeringsvorm vervaardigd ale een metalen of kunststof blik. In andere uitvoeringsvormen kan de drankhouder van een combinatie van metaal en/of kunststof en/of papier of karton zijn vervaardigd. De drankhouder 2 omvat in de getoonde 20 uitvoeringsvorm een wand 3, een bodem 4 en een deksel 5. In een uitvoeringsvorm kunnen deze onderling verbonden door bijvoorbeeld bekende fels-, las- of lijmtechniek of andere wijze. In een andere uitvoeringsvorm kunnen verschillende delen integraal zijn vervaardigd. In de drankhouder 2 is een binnenruimte 6 voorzien, waarin drank 7 kan zijn 25 opgenomen. Een head space 8 kan dan boven het niveau V van de drank 7 zijn voorzien.
De tapinrichting 1 is voorzien van een regelinrichting 9. De regelinrichting 9 is in het getoonde uitvoeringsvoorbeeld door een opening 10 in het deksel gestoken. In deze en andere uitvoeringsvormen kan de 30 regelinrichting zich geheel of gedeeltelijk in de binnenruimte 6 uitstrekken 5 of geheel of gedeeltelijk buiten de tapinrichting 1 zijn aangebracht, waarbij een gasverbinding zal zijn voorzien tussen de regelinrichting 9 en de binnenruimte 6.
In de in fig. 1 getoonde uitvoeringsvorm omvat de regelinrichting 9 5 een eerste compartiment 11 en een daar ten minste gedeeltelijk boven gelegen tweede compartiment 12. In een andere uitvoeringsvorm kan het tweede compartiment 12 naast of onder het eerste compartiment 11 zijn gelegen. In een verdere uitvoeringsvorm kunnen verschillende eerste 11 en/of tweede compartimenten 12 zijn voorzien. In de regelinrichting 9 kan 10 een doseerinrichting 13 zijn voorzien. In een uitvoeringsvorm kan de doseerinrichting een klep 14 omvatten, die in een geopende stand, zoals getoond in fig. 1, het tweede compartiment 12 met het eerste compartiment 11 kan verbinden en in een gesloten stand het tweede compartiment 12 van het eerste compartiment 11 scheidt. In een uitvoeringsvorm, zoals 15 bijvoorbeeld getoond in fig. 1, kan de doseerinrichting 13 druk gestuurd zijn. In een uitvoeringsvorm omvat de doseerinrichting 13 daartoe een drukgestuurde klep 14. In een uitvoeringsvorm kan de doseerinrichting 13 zijn voorzien van een kamer 15 met ten minste één ten opzichte van de kamer 15 beweegbaar wanddeel 16. Het wanddeel 16 kan in een 20 uitvoeringsvorm een zuiger vormen of omvatten. In een andere uitvoeringsvorm kan het wanddeel 16 geheel of gedeeltelijk vervormbaar zijn, bijvoorbeeld elastisch, en kan bijvoorbeeld zijn gevormd uit kunststof of metaal. Het beweegbare wanddeel 16 biedt de mogelijkheid dat het volume van de kamer 15 kan wijzigen. In verschillende uitvoeringsvormen kan het 25 volume van de kamer 15 veranderen door verplaatsing van en/of vervorming van het wanddeel 16 ten opzichte van de verdere kamer 15. In uitvoeringsvormen kan het volume veranderen onder invloed van ten bijvoorbeeld doch niet beperkt tot drukverandering in de binnenruimte 6, drukverandering in het eerste compartiment 11, drukverandering in het 30 tweede compartiment 12, drukverandering in de kamer 15 en/of door 6 mechanische beïnvloeding van het wanddeel 16 en/of de kamer 15, of combinaties van twee of meer van deze effecten.
In het in fig. 1 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is de kamer 15 boven het tweede compartiment 12 aangebracht. Evenwel kan deze ook op 5 een andere positie worden aangebracht, bijvoorbeeld tussen de beide compartimenten 11, 12 of onder het onderste compartiment 11.
In het in fig. 1 getoonde uitvoeringsvoorbeeld is het wanddeel 16 aan een onderzijde van de kamer 15 aangebracht, waarbij de kamer 15 aan een zijde van het tweede compartiment 12 tegenover het eerste 10 compartiment 11 is geplaatst. Een stang 17 is voorzien tussen het wanddeel 16 en een klepstang 18 van de klep 14. Tussen het eerste compartiment 11 en het tweede compartiment 12 is een scheidingswand 19 voorzien, waarin een door de klep 14 afsluitbare opening 20 is aangebracht. Tussen de scheidingswand 19 en een schotel 21 aan de klepstang 18 is een veer 22 15 aangebracht, waardoor de klep 14 in de gesloten stand is voorgespannen. Wanneer door de stang 17 druk wordt uitgeoefend op de klepstang 18, in de richting F weg van de kamer 15, dan wordt de veer 22 enigszins samengedrukt en wordt de opening 20 ten minste gedeeltelijk door de klep 14 vrijgegeven, waardoor een fluïdum verbinding ontstaat tussen het 20 tweede compartiment 12 en het eerste compartiment 11. Wordt de druk van de stang 17 op de klepstang 18 weggenomen, bijvoorbeeld doordat het wanddeel 16 in fig. 1 omhoog beweegt, dan zal de veer 22 de klep 14 in de richting van de gesloten stand drukken, eventueel ondersteund door druk in het eerste compartiment 11.
25 In het eerste compartiment 11 kan een eerste component 23 zijn opgenomen, in het tweede compartiment 12 een tweede component 24. In deze beschrijving dient onder component met betrekking tot de eerste en tweede component 23, 24 ten minste doch niet uitsluitend te worden begrepen enkelvoudige chemicaliën of samenstellen van chemicaliën, welke 30 in vaste vorm, vloeibare vorm, suspensie en/of oplossing kunnen zijn 7 voorzien. De eerste component 23 en de tweede component 24 kunnen zodanig worden gekozen dat zij een chemische reactie kunnen aangaan met elkaar en/of met een verdere component, zoals bijvoorbeeld doch niet beperkt tot water, bier, frisdrank, onder vorming van een gas. In een 5 uitvoeringsvorm kunnen de eerste en tweede component 23, 24, eventueel tezamen met een of meer verdere componenten een reactie aangaan onder vorming van koolzuurgas (CO2). In een uitvoeringsvorm kan de eerste component 23 een vaste stof of een vloeistof zijn. De tweede component 24 kan bijvoorbeeld een vloeistof, oplossing of suspensie zijn. De eerste en/of 10 tweede component 23, 24 kunnen verschillende stoffen omvatten, bijvoorbeeld een mengsel of een oplossing. In een uitvoeringsvorm kan de eerste component 23 een (bi)carbonaat omvatten, en kan de tweede component 24 een zuur omvatten, bijvoorbeeld een zuur/wateroplossing.
Een van de compartimenten 11, 12 kan in verbinding staan met de 15 binnenruimte 6 van de drankhouder 2, in het bijzonder een compartiment 11, 12 waarin zich tijdens gebruik een gas zal ontwikkelen. In een uitvoeringsvorm kan het eerste compartiment 11 zijn voorzien van ten minste één doorgang waarin een membraan 25 is opgenomen. Het membraan 25 is bijvoorbeeld gas doorlatend doch vloeistof dicht. Het 20 membraan 25 kan een hydrofoob membraan zijn. Een niet beperkend voorbeeld van een materiaal voor de vervaardiging van ten minste een deel van een dergelijk membraan 25 is opgerekt (gestrekt) PTFE folie, in de handel verkrijgbaar onder de merknaam Goretex®.
In een uitvoeringsvorm kan in de kamer 15 een referentiedruk Pref 25 heersen. Bijvoorbeeld een druk Pref die correspondeert met een gewenste druk Pbev in de binnenruimte 6. In een alternatieve uitvoeringsvorm kan in de kamer 15 tussen het beweegbare wanddeel 16 en de tegenovergelegen wand 26 van de kamer 15 een veer zijn aangebracht (vergelijkbaar met fig.
2) die een voorspanning op het wanddeel 16 uitoefent wanneer de klep 14 is 30 gesloten. Daarmee kan de druk in de kamer worden verlaagd en toch een 8 gewenste druk in de richting van de wand 19 wordt uitgeoefend. Wanneer op deze wijze een veer wordt toegepast kan eventueel een directe, open verbinding bestaan tussen de omgevende atmosfeer en de kamer, waardoor de buitenlucht (atmosferische druk) als dr\k in de kamer 15 kan 5 functioneren.
In de wand 27 van het tweede compartiment 12 is in het in fig. 1 getoonde uitvoeringsvoorbeeld een tweede membraan 28 aangebracht. In een uitvoeringsvorm kan dit tweede membraan 28 vloeistofdicht en gasdoorlatend zijn. In een dergelijke uitvoeringsvorm kan het een hydrofoob 10 membraan zijn. Een niet beperkend voorbeeld van een materiaal voor de vervaardiging van ten minste een deel van een dergelijk membraan 28 is opgerekt (gestrekt) PTFE folie, in de handel verkrijgbaar onder de merknaam Goretex®. In een dergelijke uitvoeringsvorm zal de druk in het tweede compartiment 12 nagenoeg gelijk zijn aan die in de drankhoudende 15 binnenruimte 6. Bij een drukval in de binnenruimte 6, bijvoorbeeld als gevolg van vermindering van de hoeveelheid drank daarin, zal dan ook de druk in het tweede compartiment 12 verlagen, waardoor het wanddeel 16 met de stang 17 in de richting van het eerste compartiment 11 zal bewegen en de klep 14 zal openen. Daardoor zal een deel van de tweede component 24 20 in het eerste compartiment 11 bij de eerste component 23 worden gebracht en gasontwikkeling veroorzaken. Dat gas zal in de binnenruimte 6 stromen, door het membraan 25, en daarin de druk verhogen tot de gewenste druk Pbev- Daarmee neemt ook de druk in het tweede compartiment 12 weer zodanig toe dat het wanddeel 16 terug omhoog wordt gedrukt en de klep 14 25 wordt gesloten.
In een alternatieve uitvoeringsvorm kan het tweede membraan 28 vloeistof en gasdicht zijn en flexibel of verplaatsbaar zijn uitgevoerd. Bij drukverschil tussen de drankhoudende binnenruimte 6 van de drankhouder 2 en het tweede compartiment 12 zal het tweede membraan 28 mogelijk 30 vervormen en daarbij de druk in het tweede compartiment 12 beïnvloeden.
9
Bij een drukval in de binnenruimte 6 zal het tweede membraan 28 buitenwaarts, dat wil zeggen in de richting van de binnenruimte 6 bewegen, waardoor het volume van het tweede compartiment toeneemt en derhalve de druk afneemt. Daarmee wordt op de hierboven beschreven wijze de klep 14 5 geopend door beweging van het wanddeel 16. Gas zal zich ontwikkelen in het eerste compartiment 11, waardoor de druk in de binnenruimte zal worden teruggebracht in de richting van, tot aan of zelfs enigszins hoger dan de gewenste druk Pbev. Daardoor wordt het tweede wanddeel 28 teruggedrukt in de richting van het tweede compartiment 12, wordt de klep 10 14 weer gesloten en is het evenwicht hersteld.
In de in fig. 1 weergegeven uitvoeringsvorm is boven de regelinrichting een ventiel 29 aangebracht. In een uitvoeringsvorm kan dit een ventiel zijn zoals toegepast in aërosol containers. Evenwel kan elk geschikt type klep of ventiel hiertoe worden toegepast. Aan de buitenzijde 15 van de drankhouder 2 sluit op het ventiel 29 een afgiftebuis 30 aan, terwijl aan de naar de binnenruimte 6 gekeerde zijde een stijgbuis 31 is voorzien die zich vanaf de onderzijde van het ventiel 29 uitstrekt tot nabij de bodem 4 van de drankhouder 2. Tijdens gebruik kan het ventiel 29 omlaag worden gedrukt, bijvoorbeeld met behulp van een bedieningsknop 32, waardoor het 20 wordt geopend. Doordat de druk P in de binnenruimte 6 op de gewenste druk Pbev is gebracht zal bij het openen van het ventiel 29 drank via de stijgbuis 31, het ventiel 29 en de afgiftebuis 30 wegstromen uit de binnenruimte, waardoor de eerder beschreven drukval optreedt, die op beschreven wijze wordt gecompenseerd door reactie van de eerste en tweede 25 component 23, 24, in geschikte verhouding, zodat de druk in de binnenruimte 6 terug wordt gebracht naar de gewenste druk Pbev.
Bij voorkeur is de regelinrichting 9 tezamen met het ventiel 29 en de stijgbuis 31 uitgevoerd als een unit die integraal in de drankhouder 2 kan worden aangebracht.
10
In fig. 2 is schematisch in doorgesneden aanzicht een tapinrichting 1 volgens de uitvinding getoond, in een alternatieve uitvoeringsvorm.
Gelijke delen hebben gelijke verwijzingscijfers. In deze uitvoeringsvorm is de doseerinrichting 13 zodanig uitgevoerd dat bij bediening van de 5 bedieningsknop 32 voor het openen van het ventiel 29 tevens de stang 17 wordt bewogen, waardoor de klep 14 kan worden geopend, zodat de tweede component 24 in een gewenste mate bij de eerste component 23 kan worden gebracht. In een uitvoeringsvorm kan de stang 17 direct met bijvoorbeeld een bewegend deel van het ventiel 29 of de bedieningsknop 32 zijn 10 verbonden of daartegen aanliggen, zodat een beweging van de bedieningsknop 32 omlaag, voor het openen van het ventiel 29, tegelijkertijd de klep 14 opent. In een in fig. 2 getoonde variant is tussen het wanddeel 16 dat met de stang 17 is verbonden en het ventiel 29 of de bedieningsknop 32 een veer 33 voorzien. Bij het indrukken van de bedieningsknop 32 voor het 15 openen van het ventiel 29 zal de veer 33 worden ingedrukt wanneer de druk in het tweede compartiment 12 hoger is dan ongeveer de gewenste druk Pbev. Pas dan wanneer de druk in het tweede compartiment 12 lager is dan de gewenste druk Pret zal de veer 33 de wand 16 omlaag wegdrukken en de klep 14 openen. Daardoor wordt verhinderd dat de klep 14 wordt geopend 20 wanneer de druk in de binnenruimte 6 voldoende hoog is.
In fig. 3 is een verdere uitvoeringsvorm van een drukregelinrichting 9 getoond, welke in hoofdzaak gelijk is aan die in fig. 1 doch ook kan worden uitgevoerd als getoond in fig. 2. Deze uitvoeringsvorm wordt slechts besproken voor zover deze niet overeenkomt met de hiervoor 25 beschreven uitvoeringsvormen.
In deze uitvoeringsvorm is de kamer 15 uitgevoerd als een balg 15A. Een dergelijke balg kan bijvoorbeeld uit kunststof of metaal zijn vervaardigd. Metaal biedt het voordeel dat het gasdicht is, zonder dat bijzondere maatregelen genomen hoeven te worden. De balg 15A heeft een 30 flexibele harmonica wand waardoor het wanddeel 16 beweegbaar is. Een 11 dergelijke balg kan in de uitvoeringsvormen van fig. 1, 2 of 5 worden toegepast terwijl in een kamer 15 een uitvoeringsvorm van fig. 3 ook in een inrichting volgens fig. 1, 2 of 5 kan worden toegepast. Aan het wanddeel 16 is de stang 17 gekoppeld, welke stang 17 aan het van het wanddeel 16 5 afgekeerde einde 34 is voorzien van een boring 35. Deze boring kan een axiale boring zijn. De klepstang 18 is in de boring 34 geleid. Nabij de open zijde 36 van de boring 34 is een vernauwing 37 voorzien, bijvoorbeeld een ringelement dat enigszins flexibel is. In fig. 3 is de regelinrichting 9 in een gebruiksstand getoond, zoals nog nader zal worden beschreven. Op de 10 klepstang is een veerschotel 38 aangebracht, waartegen de veer 22 afsteunt. Aan de van de wand 19 afgekeerde zijde van de schotel 38 is een tegenhoud element zoals een ring 39 met een in de richting van de schotel 38 toelopende conische vorm voorzien. Deze ligt in de in fig. 3 getoonde gebruiksstand aan tegen de buitenzijde van de vernauwing 37. Daardoor 15 kan de klep 14 worden geopend door het wanddeel 16 in de richting van de wand 19 te bewegen.
In fig. 4A - D is schematisch in een viertal stappen getoond hoe een tapinrichting 1 kan worden ingesteld en gebruikt. In het bijzonder doch niet beperkt tot een uitvoeringsvorm met een regelinrichting volgens fig. 3.
20 In fig. 4A is een regelinrichting 9 in een inactieve stand getoond. In deze stand bevindt de regelinrichting 9 zich bij voorkeur voorafgaand aan het vullen van de drankhouder 2. In deze toestand kan drukverandering in de compartimenten 11, 12 en/of in de binnenruimte 6 of de kamer 15 niet tot openen van de klepl4 leiden. Daartoe is het tegenhoud element 39 voorbij 25 de vernauwing 37 in de boring 34 gedrukt, zodanig dat de klepstang 18 over een bereik D vrij kan bewegen ten opzichte van de stang 17. Drukveranderingen in de binnenruimte 6 ten opzichte van de referentie druk Pref in de kamer 15 zullen derhalve wel de stang 17 kunnen laten bewegen maar binnen te verwachten drukverschillen zal de stang 17 niet de 30 klepstang 18 meenemen en derhalve zal de klep 14 niet worden geopend.
12
Derhalve zullen de eerste en tweede component 23, 24 niet bij elkaar worden gebracht en zal geen gasontwikkeling worden verkregen.
In fig. 4A - D is een stippellijn R ingetekend ter hoogte van de positie van het wanddeel 16 wanneer de referentiedruk Pref in de kamer 15 5 en de druk in het tweede compartiment 12 in evenwicht zijn, bij de drukregelinrichting 9 in de actieve stand. Zoals getoond in fig. 4A bevindt het wanddeel 16 zich in de inactieve stand bij voorkeur onder deze lijn R.
In fig. 4B is op het ventiel 29 een toevoerbuis 40 geplaatst.
Hiermee wordt een overdruk in de binnenruimte 6 aangebracht, 10 bijvoorbeeld door een kleine hoeveelheid CO2 gas in de binnenruimte te brengen. Daardoor wordt de druk in het tweede compartiment 12 opgevoerd tot duidelijk boven de referentiedruk Pref. Het wanddeel 16 wordt tot boven de lijn R bewogen, dat wil zeggen in de richting van het deksel 5. Daardoor wordt de stang 17 langs de klepstang 18 bewogen, zodanig dat het 15 tegenhoud element 39 door de vernauwing 37 wordt getrokken, hetgeen wordt vereenvoudigd door de conische vorm daarvan. In deze toestand in de regelinrichting 9 geactiveerd. Een deel van het extra CO2 zal door de drank worden geabsorbeerd, waardoor de druk enigszins afneemt en het wanddeel 16 terug omlaag beweegt, ongeveer tot aan de lijn R,zoals getoond in fig. 4C. 20 De vernauwing 37 komt daarbij aan te liggen tegen de bovenzijde van het tegenhoudelement 39.
In fig. 4D is getoond dat de klep 14 is geopend, tijdens het tappen. Daartoe is de bedieningsknop 32 omlaag bewogen, waardoor drank via de stijgbuis, ventiel en afgiftebuis kan wegstromen. Daardoor zal de druk in de 25 binnenruimte 6 worden verlaagd, met overeenkomstige of ten minste representatieve verlaging van de druk in het tweede compartiment 12. Door deze drukverlaging zal het wanddeel 16 als gevolg van de referentiedruk Pref in de kamer en/of de druk door de daarin aangebrachte veer omlaag worden bewogen, in het tweede compartiment 12. De stang 17 duwt daarbij de 30 klepstang 18 omlaag en opent daarbij de klep 14. Een hoeveelheid van de 13 tweede component 24 stroomt dan via de klep 14 in het eerste compartiment 11, en mengt en reageert met de daarin aanwezige eerste component 23, waardoor zich een gewenste hoeveelheid gas ontwikkelt. Dat gas zal ten minste in hoofdzaak door het eerste membraan 25 en eventueel langs de 5 klep 14 en via het tweede membraan 28 in de binnenruimte 6 en in het tweede compartiment 12 stromen, onder evenredige verhoging van de druk. Daardoor wordt het wanddeel 16 terug naar de lijn R gedrukt en zal de veer 22 de klep 14 sluiten. Daarmee wordt de gasontwikkeling en de bijbehorende drukverhoging gestopt.
10 In fig. 5 is een verdere alternatieve uitvoeringsvorm van een regeiinrichting volgens de uitvinding getoond. In deze uitvoeringsvorm zijn de eerste en tweede component 23, 24 in naast elkaar gelegen compartimenten 11, 12 aangebracht. Een stang 17 van de doseerinrichting 13 is enerzijds verbonden met het wanddeel 16 van de kamer 15 en 15 anderzijds met de klep 14. Onder de twee compartimenten 11, 12 is een derde compartiment 41 voorzien, dat via een afdichting 42 zoals een folie of kleppen (niet getoond) van respectievelijk het eerste en tweede compartiment 11, 12 is gescheiden. De stang 17 is voorzien van een orgaan 43 voor het openen van de afdichting 42, waardoor de eerste en tweede 20 component 23, 24 in het derde compartiment 41 worden gebracht. Door de afdichting 42 meer of minder te laten openen kan de menging van de componenten gedoseerd worden geregeld. Bij voorkeur wordt het openen van de afdichting 42 door een gebruiker verkregen, bijvoorbeeld bij de eerste keer indrukken van de bedieningsknop 32. Het wanddeel 16 is gescheiden 25 van het eerste en tweede compartiment 11, 12 door een tussenwand 19A waardoorheen de stang 17 zich uitstrekt. Het zal duidelijk zijn dat gasontwikkeling zal optreden wanneer de componenten 23, 24 zich mengen. Daardoor zal de druk in d~ compartimenten 11, 12, 41 toenemen. Wanneer in de binnenruimte 6 de druk afneemt zal het wanddeel 16 omlaag bewegen 30 en daarbij de klep 14 openen. Daardoor wordt gas onder druk uit de 14 compartimenten 11, 12, 41 toegelaten in de binnenruimte 6 voor het terug tot nabij de gewenste druk brengen van de druk daarin.
Ter illustratie zal een voorbeeld worden beschreven van gebruikte componenten 23, 24, welk voorbeeld geenszins beperkend dient te worden 5 uitgelegd. Afhankelijk van de gewenste toepassing zal de vakman eenvoudig en zonder verdere uitvinding steeds een geschikte set componenten kunnen kiezen.
In een uitvoeringsvorm is als eerste component 23 sodium bicarbonaat toegepast en als tweede component citroenzuur. Dat geeft bij 10 menging een chemische reactie met de volgende componenten: 3Na HCOs + CgHsOt -> 3C02 + 3H20 +Νη306Η507 Bijvoorbeeld 84 g sodium bicarbonaat en 64 g citroenzuur kunnen ongeveer 12 liter C02 leveren, bij 2 Bar druk. 35 g sodium bicarbonaat en 27 g citroenzuur geven ongeveer 5 liter CO2 bij ongeveer 2 Bar.
15 Een andere mogelijke reactie kan zijn, ter illustratie,
Na HC03 + KHC4H4O6 + H20 -► KNaC4H406 + H2CO3 + H20 H2CO3 <-► H20 + C02
Bijvoorbeeld 84 g sodium bicarbonaat en 188,2 g Potassium Bitartraat geeft ongeveer 12 liter C02 bij ongeveer 2 Bar druk. 35 g. Sodium bicarbonaat en 20 78,4 g Potassium Bitartraat geeft ongeveer 5 liter C02 bij ongeveer 2 Bar druk.
Het zal duidelijk zijn dat een vakman geschikte hoeveelheden chemicaliën kan kiezen, afhankelijk van onder andere de af te geven hoeveelheid vloeistof (drank), gewenste afgifte druk, stromingsweerstanden, 25 temperatuur en dergelijke.
Uiteraard kunnen andere chemicaliën en combinaties daarvan worden toegepast, zoals (bi)carbonaten en zuren en/of basen. Zuren kunnen bijvoorbeeld worden gekozen uit een groep opvattende doch niet beperkt tot calcium fosfaat en melkzuren, basen kunnen bijvoorbeeld worden gekozen 30 uit een groep omvattende doch niet beperkt tot pottasium bicarbonaat en 15 calcium carbonaat. Als referentiedruk Pref kan bijvoorbeeld een druk tussen 0.5 en 1.2 bar overdruk worden toegepast, meer in het bijzonder tussen 0.7 en 1.0 bar overdruk. IN een voordelige uitvoeringsvorm wordt een referentiedruk van ongeveer 0.9 bar overdruk toegepast, ofwel ongeveer 1.9 5 bar absoluut. Een dergelijke druk kan enigszins hoger zijn dan de voor de drank ideale evenwichtsdruk voor CO2 gas, waarmee bereikt kan worden dat de druk in de binnenruimte enigszins boven een dergelijke evenwichtsdruk kan worden opgevoerd en derhalve de regelinrichting minder vaak zal aanslaan. Evenwel kan uiteraard de referentiedruk ook op 10 de evenwichtsdruk worden afgesteld, bijvoorbeeld ongeveer 1.4 tot 1.6 bar absoluut.
Alternatief kan worden gekozen voor een eerste en tweede component die in hoofdzaak een evenwichtsreactie aangaan zoals bijvoorbeeld een zuur en een buffer. Dergelijke reacties zijn bijvoorbeeld 15 beschreven in WO 2008/000272, bijvoorbeeld op pagina 4 en de voorbeelden. Een dergelijke combinatie van componenten is met name doch niet uitsluitend geschikt in een uitvoeringvorm volgens fig. 5 van de onderhavige beschrijving.
De uitvinding is geenszins beperkt tot de in de beschrijving 20 getoonde en beschreven uitvoeringsvormen. Vele variaties daarop zijn mogelijk binnen het door de conclusies geschetste raam van de uitvinding.
Zo kan bijvoorbeeld de kamer 15 vast met de stang 17 zijn verbonden, waarbij het beweegbare wanddeel 16 aan de zijde van het ventiel 29 is voorzien en de gehele kamer 15 beweegt bij drukveranderingen. Andere 25 componenten kunnen worden toegepast, voor de vorming van CO2 of een ander drijfgas. De regelinrichting 9 kan op andere posities worden aangebracht, al dan niet in combinatie met het ventiel en/of de stijgbuis. De regelinrichting kan ook op afstand van het ventiel worden geplaatst, bijvoorbeeld in de bodem of wand of buiten de drankhouder, zolang gas 30 maar vanuit de regelinrichting in de drankhouder kan worden gebracht.
1035235
Claims (25)
1. Tapinrichting voor drank, voorzien van een drankhouder en een drukregelinrichting, welke drukregelinrichting ten minste een eerste compartiment en een tweede compartiment omvat, waarbij het eerste compartiment een eerste component bevat en het tweede compartiment een 5 tweede component, waarbij tussen het eerste en het tweede compartiment ten minste een deel van een doseerinrichting is voorzien en waarbij ten minste een van het eerste en tweede compartiment in verbinding is met een binnenruimte van de drankhouder.
2. Tapinrichting volgens conclusie 1, waarbij de eerste en tweede 10 component met elkaar kunnen reageren onder vorming van een gas, in het bijzonder C02 gas.
3. Tapinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de eerste component een vaste stof of een vloeistof is.
4. Tapinrichting volgens conclusie 3, waarbij de tweede component 15 een vloeistof is.
5. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de doseerinrichting een klep omvat die kan worden geopend en gesloten met behulp van een drukregelaar die wordt geregeld door drukveranderingen in de binnenruimte van de drankhouder.
6. Tapinrichting volgens conclusie 5, waarbij de drukregelaar een wanddeel omvat dat ten minste gedeeltelijk een kamer afsluit en beweegbaar is ten opzichte van die kamer, waarbij aan één zijde van het wanddeel een druk heerst, geassocieerd met de druk heersend in de binnenruimte van de container, waarbij het wanddeel is verbonden met of 25 kan worden verbonden met de klep, voor openen en sluiten van een doorgang tussen de twee compartimenten.
7. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een van het eerste en het tweede compartiment is voorzien van een membraan 1035235 dat gas doorlatend is doch vloeistof dicht, voor de vorming van de verbinding tussen het betreffende compartiment en de binnenruimte van de drankhouder.
8. Tapinrichting volgens conclusie 7, waarbij het membraan een 5 hydrofoob membraan is.
9. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de drankhouder een bodem omvat, waarbij het eerste compartiment in een gebied tussen het tweede compartiment en de bodem is opgesteld.
10. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de 10 eerste component carbonaat omvat en de tweede component een zuur.
11. Tapinrichting volgens conclusie 10, waarbij het carbonaat een natriumcarbonaat is en het zuur een citroenzuur, in het bijzonder een citroenzuur in wateroplossing.
12. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de 15 doseerinrichting is verbonden met een tap, zodanig dat indien via de tap drank uit de tapinrichting wordt getapt een hoeveelheid van de eerste component wordt gevoegd bij de tweede component.
13. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een serie eerste en/of tweede compartimenten is voorzien.
14. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het compartiment dat in verbinding is met de binnenruimte een volume heeft waarin door reactie van de eerste met de tweede component gasontwikkeling plaats kan vinden, zodanig dat als gevolg daarvan de druk in het betreffende compartiment oploopt en een doorgang tussen het eerste 25 en tweede compartiment kan worden gesloten.
15. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de drankhouder is voorzien van een opening, waarbij de regelinrichting door genoemde houder in de drankhouder is gebracht en bij voorkeur in de opening is opgehangen.
16. Tapinrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de regelinrichting is voorzien van een tap en een stijgbuis, aangesloten op de tap en ingebracht in de drankhouder.
17. Regelinrichting, voorzien van een eerste compartiment en een 5 tweede compartiment, waarbij het eerste compartiment een eerste component bevat en het tweede compartiment een tweede component, waarbij tussen het eerste en het tweede compartiment een doseerinrichting is voorzien en waarbij ten minste een van het eerste en tweede compartiment is voorzien van een verbinding voor een binnenruimte van 10 een drankhouder.
18. Regelinrichting volgens conclusie 17, waarbij de doseerinrichting druk gestuurd is.
19. Regelinrichting volgens conclusie 17 of 18, waarbij de doseerinrichting een klep omvat.
20. Behuizing voor een regelinrichting voor het in een drankcontainer brengen van een drukgas, waarbij ten minste één compartiment is voorzien dat een wanddeel heeft dat vloeistof dicht en gasdoorlatend is.
21. Behuizing volgens conclusie 20, waarbij genoemd wanddeel ten minste gedeeltelijk is vervaardigd uit hydrofoob materiaal, bij voorkeur een 20 hydrofoob membraan.
22. Werkwijze voor het regelen van druk in een tapinrichting, waarbij bij drukverlaging in een drank omvattende drankhouder een eerste component met een tweede component in contact wordt gebracht, zodanig dat deze componenten met elkaar kunnen reageren onder vorming van een 25 gas, met welk gas de druk in de drankhouder wordt verhoogd.
23. Werkwijze volgens conclusie 22, waarbij ten minste een van de eerste en tweede component gedoseerd bij de andere van de eerste en de tweede component wordt gebracht.
24. Werkwijze volgens conclusie 23, waarbij genoemde dosering wordt 30 afgestemd op de drukverlaging in de drankhouder.
25. Werkwijze volgens conclusie 23, waarbij genoemde dosering wordt verkregen door bediening van een bedieningsorgaan door een gebruiker. 1035235
Priority Applications (6)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1035235A NL1035235C2 (nl) | 2008-03-31 | 2008-03-31 | Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. |
DK09727822T DK2274230T3 (da) | 2008-03-31 | 2009-03-27 | Tappeindretning til drikkevarer, hvilken er forsynet med en kemisktrykgenerator |
US12/935,048 US20110061743A1 (en) | 2008-03-31 | 2009-03-27 | Beverage tapping apparatus, provided with a chemical pressure generator |
EP20090727822 EP2274230B1 (en) | 2008-03-31 | 2009-03-27 | Beverage tapping apparatus, provided with a chemical pressure generator |
PCT/NL2009/050159 WO2009123449A1 (en) | 2008-03-31 | 2009-03-27 | Beverage tapping apparatus, provided with a chemical pressure generator |
ES09727822T ES2389332T3 (es) | 2008-03-31 | 2009-03-27 | Aparato de distribución de bebidas provisto de un generador de presión químico |
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1035235A NL1035235C2 (nl) | 2008-03-31 | 2008-03-31 | Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. |
NL1035235 | 2008-03-31 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL1035235C2 true NL1035235C2 (nl) | 2009-10-01 |
Family
ID=40289325
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL1035235A NL1035235C2 (nl) | 2008-03-31 | 2008-03-31 | Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. |
Country Status (6)
Country | Link |
---|---|
US (1) | US20110061743A1 (nl) |
EP (1) | EP2274230B1 (nl) |
DK (1) | DK2274230T3 (nl) |
ES (1) | ES2389332T3 (nl) |
NL (1) | NL1035235C2 (nl) |
WO (1) | WO2009123449A1 (nl) |
Families Citing this family (3)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
NL1035235C2 (nl) * | 2008-03-31 | 2009-10-01 | Heineken Supply Chain Bv | Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. |
HUP1000286A2 (en) * | 2010-06-02 | 2011-12-28 | Mayex Canada Kft | Dispensing unit and method for dispensing a liquid under pressure |
NL2012981B1 (en) * | 2014-06-11 | 2017-01-17 | Heineken Supply Chain Bv | Beverage dispensing system, beverage container and pressurizing system for use in a beverage dispensing system or container. |
Citations (4)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
DE24736C (de) * | Dr. P. SEIDLER in Görlitz, Blumenstr. 44 | Apparat zur Entwickelung von Gas, bez. zur Abstumpfung saurer Flüssigkeiten | ||
EP0372569A2 (en) * | 1988-12-08 | 1990-06-13 | The Coca-Cola Company | Gas generator for a carbonated drink dispenser |
US5350587A (en) * | 1987-10-15 | 1994-09-27 | The Coca-Cola Company | Method of dispensing carbonated beverage using a gas generator |
US5565149A (en) * | 1995-03-15 | 1996-10-15 | Permea, Inc. | Control of dissolved gases in liquids |
Family Cites Families (13)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US400318A (en) * | 1889-03-26 | Liquids undee presstjee | ||
US27775A (en) * | 1860-04-10 | Apparatus eok | ||
US414691A (en) * | 1889-11-12 | And john siebreoiit | ||
US1072239A (en) * | 1912-05-25 | 1913-09-02 | Arthur Kleinfeldt | Siphon for dispensing liquids. |
US2794579A (en) * | 1954-03-31 | 1957-06-04 | Seaquist Mfg Corp | Aerosol bomb having spaced propellant and dispensable liquids |
US3178075A (en) * | 1964-03-19 | 1965-04-13 | George M Riedl | Pressurized container |
US4040342A (en) * | 1975-10-14 | 1977-08-09 | Robert Roy Austin | Apparatus for generation of carbon dioxide gas and the carbonation of water |
NL1008601C2 (nl) | 1998-03-16 | 1999-09-17 | Heineken Tech Services | Inrichting voor het afgeven van een fluïdum. |
ES2188275T3 (es) * | 1998-12-16 | 2003-06-16 | Heineken Tech Services | Recipiente previsto para almacenar y distribuir bebida, mas particularmente. |
WO2002014210A1 (en) * | 2000-08-16 | 2002-02-21 | Lim Walter K | Gas storage and delivery system for pressurized containers |
WO2008000272A2 (en) | 2006-06-30 | 2008-01-03 | Carlsberg Breweries A/S | Chemical pressure generation |
DE102007054659A1 (de) * | 2007-11-14 | 2009-05-20 | SCHäFER WERKE GMBH | Verfahren zum Entnehmen von Flüssigkeit aus einem Getränkebehälter und Getränkebehälter |
NL1035235C2 (nl) * | 2008-03-31 | 2009-10-01 | Heineken Supply Chain Bv | Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. |
-
2008
- 2008-03-31 NL NL1035235A patent/NL1035235C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2009
- 2009-03-27 WO PCT/NL2009/050159 patent/WO2009123449A1/en active Application Filing
- 2009-03-27 US US12/935,048 patent/US20110061743A1/en not_active Abandoned
- 2009-03-27 ES ES09727822T patent/ES2389332T3/es active Active
- 2009-03-27 EP EP20090727822 patent/EP2274230B1/en not_active Not-in-force
- 2009-03-27 DK DK09727822T patent/DK2274230T3/da active
Patent Citations (4)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
DE24736C (de) * | Dr. P. SEIDLER in Görlitz, Blumenstr. 44 | Apparat zur Entwickelung von Gas, bez. zur Abstumpfung saurer Flüssigkeiten | ||
US5350587A (en) * | 1987-10-15 | 1994-09-27 | The Coca-Cola Company | Method of dispensing carbonated beverage using a gas generator |
EP0372569A2 (en) * | 1988-12-08 | 1990-06-13 | The Coca-Cola Company | Gas generator for a carbonated drink dispenser |
US5565149A (en) * | 1995-03-15 | 1996-10-15 | Permea, Inc. | Control of dissolved gases in liquids |
Also Published As
Publication number | Publication date |
---|---|
WO2009123449A1 (en) | 2009-10-08 |
ES2389332T3 (es) | 2012-10-25 |
EP2274230B1 (en) | 2012-07-04 |
US20110061743A1 (en) | 2011-03-17 |
EP2274230A1 (en) | 2011-01-19 |
DK2274230T3 (da) | 2012-09-03 |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
US8757439B2 (en) | Beverage packaging | |
US9114971B2 (en) | Method and a system for pressurising and dispensing fluid products stored in a bottle, can, container or similar device | |
AU2007320177B2 (en) | Container for dispensing beverage | |
US5350587A (en) | Method of dispensing carbonated beverage using a gas generator | |
RU2463244C2 (ru) | Кег, окружающий контейнер для вмещения напитка под давлением | |
CA2355262C (en) | Container for dispensing fluid, comprising a pressure control device with activation step | |
EP0217615B1 (en) | Aerated liquid storage/dispensing apparatus | |
JP2008545932A (ja) | Co2圧縮ガス源を有する容器 | |
US8434646B2 (en) | Mixed beverage dispense system and method | |
NL1035235C2 (nl) | Tapinrichting, voorzien van een drukregelinrichting. | |
US20110036414A1 (en) | Pressure regulator and beverage tapping apparatus provided therewith | |
JP2008545931A (ja) | Co2圧縮ガス源を有する容器 | |
NZ544829A (en) | Pressure regulator for a container for a carbonated drink | |
US5102627A (en) | Supply of controlled medium-pressure CO2 gas in simple, convenient, disposable packaging | |
US5270069A (en) | Method for supplying carbonating gas to a beverage container | |
EP2803631A1 (en) | A beverage dispensing system and a method of dispensing beverage | |
GB2260310A (en) | Dispensing liquid from packaging | |
US11952201B2 (en) | Gravity-oriented one-way valve container apparatus and method | |
US11597643B2 (en) | Container for storing a liquid, pressure valve therefor and use of the container as a beer barrel; method for controlling the pressure in a container of this type; hollow container base, modular system for producing a hollow container base and method for filling a container | |
US5186902A (en) | Supply of controlled, medium-pressure CO2 gas in simple, convenient disposable packaging | |
AU2011100514A4 (en) | Beverage Packaging | |
EP2786960A1 (en) | Constant flow rate throttle for a beer dispenser | |
AU2013219176A1 (en) | Beverage packaging | |
WO2011060496A1 (en) | Dispensing fluids | |
EP2243743A1 (en) | A method and a system for pressurising and dispensing fluid products stored in a bottle, can, container or similar device |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
PD2B | A search report has been drawn up | ||
V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20141001 |