NL1027900C1 - Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen. - Google Patents
Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1027900C1 NL1027900C1 NL1027900A NL1027900A NL1027900C1 NL 1027900 C1 NL1027900 C1 NL 1027900C1 NL 1027900 A NL1027900 A NL 1027900A NL 1027900 A NL1027900 A NL 1027900A NL 1027900 C1 NL1027900 C1 NL 1027900C1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bulbs
- side supports
- supports
- support
- support members
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A23—FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
- A23N—MACHINES OR APPARATUS FOR TREATING HARVESTED FRUIT, VEGETABLES OR FLOWER BULBS IN BULK, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; PEELING VEGETABLES OR FRUIT IN BULK; APPARATUS FOR PREPARING ANIMAL FEEDING- STUFFS
- A23N15/00—Machines or apparatus for other treatment of fruits or vegetables for human purposes; Machines or apparatus for topping or skinning flower bulbs
- A23N15/08—Devices for topping or skinning onions or flower bulbs
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Polymers & Plastics (AREA)
- Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)
Description
Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen, in het bijzonder bloembollen zoals leliebollen, voorzien van een aanvoertrans-porteur, steunorganen voor het ondersteunen van de via de 5 aanvoertransporteur aangevoerde bollen, waarbij ten minste twee steunorganen op afstand van elkaar zijn geplaatst zodanig dat elke bol op twee op afstand van elkaar gelegen plaatsen wordt ondersteund, terwijl zich tussen de steunorganen een doorgang bevindt, en een snijmiddelen onder de steunorganen 10 voor het afsnijden van vanaf de bol neerhangende wortels.
Een dergelijke inrichting is bijvoorbeeld bekend uit de internationale octrooiaanvrage WO 99/02050. Bij deze bekende inrichting bestaan de steunorganen uit meerdere achter elkaar geplaatste transportmiddelen, die elk bestaan uit een 15 groot aantal op afstand naast elkaar gelegen transportriemen of -banden. De bollen steunen telkens op twee naburige trans-portriemen. De transportriemen in twee opeenvolgende transportmiddelen hebben ten opzichte van elkaar verschillende transportsnelheden, waardoor de bollen bij de overgang om hun 20 as zullen draaien. Hierdoor is de kans groter dat de wortels tussen twee aangrenzende transportriemen naar beneden zullen gaan hangen en de wortels door een telkens onder de transportmiddelen geplaatst roterend mes zullen worden afgesneden.
Het nadeel van deze bekende inrichting is dat de in-25 richting relatief groot, dat wil zeggen lang zal moeten worden uitgevoerd en derhalve duur zal zijn en relatief veel plaats inneemt. Bij bollen met relatief lange wortels kunnen verder problemen ontstaat bij de overgang tussen de transportmiddelen waar de wortels tussen de transportriemen en de bijbehorende 30 omkeerrollen vastgeklemd kunnen raken.
De uitvinding beoogt thans een inrichting van de in de aanhef genoemde soort te verschaffen, die ook bij langere wortels goed werkt en relatief compact gebouwd kan worden.
Hiertoe wordt de inrichting volgens de uitvinding I02 79 00- 2 daardoor gekenmerkt dat de (elke) twee steunorganen zijsteunen vormen die grenzen aan wandmiddelen voor het vormen van een afgescheiden ruimte, terwijl zich bij voorkeur tussen de (elke) twee zijsteunen een relatief smalle middensteun bevindt, 5 zodanig dat elke bol op de middensteun en één van de zijsteunen kan rusten.
Door het aanbrengen van de wandmiddelen aangrenzend aan de zijsteunen worden de bollen met de wortels goed naar beneden geleid en wordt voorkomen dat de wortels zijdelings 10 over één of meer steunorganen gaan hangen waardoor deze wortels niet of minder goed zouden worden afgesneden. Indien tussen de zijsteunen een relatief smalle middensteun is aangebracht, zodanig dat elke bol op de middensteun en één van de zijsteunen kan rusten, is relatief veel ruimte tussen wandmid-15 delen aanwezig waardoor de bol gelegenheid heeft om in de juiste positie te draaien. De smalle uitvoering van de middensteun zorgt er voor dat, indien één of meer van de wortels over de middensteun hangt, relatief weinig lengte van de wortels verloren gaat en de wortels toch op een redelijk goede 20 lengte worden afgesneden.
Bij voorkeur zijn de zijsteunen, middensteun en wandmiddelen langgerekt en op een trilframe gemonteerd, zodat zij een trilgoot vormen, waarin de bollen worden getransporteerd.
Door de trillingen worden de bollen enerzijds ge-25 transporteerd en anderzijds in de gelegenheid gesteld om met de wortels naar beneden te gaan hangen, welke beweging nog verder kan worden bevorderd wanneer boven of onder de steunorganen stromingsmiddelen zijn aangebracht die een van boven naar beneden gerichte luchtstroming langs de steunorganen kun-30 nen bewerkstelligen. De wortels zullen dan zowel door hun gewicht als door de luchtstroming de voorkeur hebben om naar beneden te gaan hangen, waardoor de bollen in de juiste stand komen om de snijmiddelen de wortels op de juiste lengte te laten afsnijden.
35 Indien een groot aantal trilgoten aangrenzend en evenwijdig aan elkaar zijn opgesteld, wordt een inrichting met grote capaciteit verkregen. De bollen kunnen vanaf de aan-voertransporteur over een hoogte naar beneden op de 1027900- 3 steunorganen vallen, waardoor verder wordt bevorderd dat de bollen in hun juiste stand terechtkomen.
Het is gunstig indien de middensteun een pen en de zijsteunen een rol omvatten, waarbij de rollen en/of de pen 5 eventueel draaiend aandrijfbaar zijn, terwijl het verder voordelig kan zijn indien de bovenzijde van de wandmiddelen zijdelings (heen en weer) beweegbaar is en bij voorkeur is gevormd door een draaiend aandrijfbare rol.
Door deze bewegingen wordt verder verhinderd dat de 10 wortels in een onjuiste positie blijven liggen, bijvoorbeeld op de zijsteunen of over een wand, welk gevaar vooral bestaat indien de wortels een zeer grote lengte bezitten.
Bij voorkeur zijn de middensteun enerzijds en de zijsteunen anderzijds ten opzichte van elkaar in hoogte 15 verstelbaar teneinde de breedte van de doorgang tussen de zijsteunen en de middensteun te kunnen variëren in afhankelijkheid van de grootte van de te behandelen bollen.
De uitvinding zal hierna worden toegelicht aan de hand van de tekeningen, die een uitvoeringsvoorbeeld van de 20 inrichting volgens de uitvinding weergeven.
Fig. 1 is een zijaanzicht van het uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen volgens de uitvinding.
Fig. 2 is een vooraanzicht van de inrichting volgens 25 Fig. 1.
Fig. 3 toont detail III in Fig. 2 op grotere schaal.
De tekeningen tonen een inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen, in het bijzonder bloembollen zoals leliebollen, welke worden gekenmerkt door relatief lange wor-30 tels. Deze wortels kunnen in de praktijk tot aan 30 of 40 cm lang zijn waardoor deze relatief lastig op gemechaniseerde wijze zijn te hanteren.
De inrichting omvat een frame 1 dat stevig op een ondergrond plaatsbaar is en bij voorkeur daarop wordt vastgezet. 35 Het frame 1 ondersteunt een subframe 2 dat als trilframe of schudframe is uitgevoerd en hiertoe is voorzien van een aan-drijfmotor 3 (bijvoorbeeld een stel onbalansmotoren) en een transmissie 4, waarmee het op rubbers of luchtbalgen 5 genion- f027900~ 4 teerde subframe 2 in trilling brengbaar is. Bij wijze van voorbeeld kan worden genoemd dat het subframe 2 in trilling wordt gebracht met een frequentie van ca. 800 tpm en een amplitude van ca. 10 mm. Variaties zijn uiteraard mogelijk.
5 Op het subframe 2 is een aanvoertransporteur 6 gemon teerd die de bollen of dergelijke in de inrichting kan aanvoeren vanuit een voorraadhouder of vanuit een verdere aangesloten aanvoertransporteur. De aanvoertransporteur 6 is voorzien van goten 7, waarmee de bollen op vooraf bepaalde 10 plaatsen de aanvoertransporteur 6 verlaten. Op een lager niveau en in het verlengde van de goten 7 in de aanvoertransporteur 6 bevinden zich trilgoten 8 waarvan er een aantal in fig. 3 meer gedetailleerd zijn weergegeven.
De trilgoten 8 volgens de uitvinding dienen voor het 15 transport van de bollen en tegelijkertijd voor het afsnijden van de wortels van de bollen op een vooraf bepaalde maat. Als voorbeeld kan worden genoemd dat de wortels een lengte hebben die varieert tussen 10 en 30 cm, terwijl de wortels dienen te worden afgesneden op een lengte van 7 a 8 cm vanaf de bol.
20 Elke trilgoot 8 omvat een bodem die wordt gevormd door twee zijsteunen 9, die worden gevormd door een rol 10, en een middensteun 11. Wanden van de goot 8 worden gevormd door wandplaten 12. De zijsteunen 9 en de middensteun 11 verlopen evenwijdig aan elkaar en zijn op zodanige afstand van elkaar 25 geplaatst dat een bol op de middensteun 11 en één van de zijsteunen 9 zal rusten wanneer deze door de trilgoot 8 wordt getransporteerd. Het is daarbij de bedoeling dat de bol in een zodanige positie terechtkomt dat de wortels zo veel mogelijk recht naar beneden in de doorgang tussen de zijsteunen 9 en de 30 middensteun 11 hangen teneinde in die stand aan snijmiddelen de gelegenheid te geven om de wortels op de gewenste lengte af te snijden. Door de opstelling van de rollen 10 tussen twee trilgoten 8, biedt elke rol 10 twee zijsteunen, één aan elke zijde van de wanden van de trilgoten 8.
35 Het is daarbij slechts nodig dat, indien de snijmid- delen meerdere malen onder de betreffende trilgoot 8 door bewegen, de bol tenminste één maal in de positie verkeer dat de wortels op de juiste lengte kunnen worden afgesneden.
1027900- 5
Teneinde het bewegen van de bol naar de juiste stand te bevorderen, kunnen de rollen 10, die de zijsteunen 9 vormen, draaiend aandrijfbaar zijn om hun in de langsrichting van de trilgoot 8 gelegen as 13. De rol 10 van de zijsteunen 9 kan 5 intermitterend en/of heen en weer beweegbaar zijn teneinde een maximaal effect te bereiken. De wortels zullen in ieder geval geen gelegenheid hebben om op de zijsteunen 9 te blijven liggen.
Een verdere bevordering van het naar beneden hangen 10 van de wortels van de bollen wordt bereikt doordat de wandplaten 12 van de wanden van de trilgoten 8 schuin benedenwaarts en binnenwaarts voorlopen, zodat de trilgoten 8 in de doorsnede enigszins trechtervormig zijn. De onderzijden van de wandplaten 12 sluiten nauw aan op het oppervlak van de rollen 15 10, op een plaats juist buitenwaarts van de plaatsen op het oppervlak van de rollen .10 die als zijsteunen 9 dienen.
In de tekeningen is weergegeven dat aan de bovenzijde van de door de wandplaten 12 gevormde wandmiddelen een evenwijdig aan de langsas van de trilgoten 8 geplaatste rol 14 is 20 aangebracht, die in dit geval eveneens om zijn langsas draaibaar is. Deze rol 14 kan al dan niet aandrijfbaar zijn en in het weergegeven geval is de rol 14 gekoppeld met de rol 10 door middel van een aandrijfriem 15. Ook een rol 14 zal derhalve een zelfde beweging maken als de bijbehorende rol 10.
25 Door de zijdelingse beweging van het bovenoppervlak van de rollen 14 zullen wortels die eventueel over deze rollen 14 heen hangen terugvallen in de desbetreffende trilgoot 8.
De middensteunen 11, die in dit uitvoeringvoorbeeld zijn uitgevoerd als horizontale spijlen, kunnen zijn uitge-30 voerd met een hoogteverstelinrichting 16 waarmee de middensteunen 11 in hoogte ten opzichte van de zijsteunen 9 kunnen worden versteld. Hiermee kan de doorgang tussen elke middensteun 11 en de aangrenzende zijsteunen 9 worden versteld teneinde de trilgoten 8 aan te passen aan de grootte van de te 35 behandelen bollen.
Zoals eerder is vermeld, zijn onder de trilgoten 8 stijlmiddelen aangebracht, die hier de vorm hebben van messen die aan armen 17 zijn gevormd. Een aantal armen 17 zijn radi 1027900- 6 aal aan een althans ongeveer verticale as 18 bevestigd, welke draaiend aandrijfbaar is met behulp van een aandrijfmotor 19 (zie fig. 1 en 2).
Aan het eind van de trilgoten 8 is een zeefraam 20 5 opgesteld waarin de bollen kunnen worden opgevangen en van waaruit de bollen verder kunnen worden getransporteerd.
In de fig. 1 en 2 is verder nog te zien dat op het frame 1 een bovensteun 21 is geplaatst dat dient ter ondersteuning van luchtstromingsmiddelen. Deze luchtstromings-10 middelen omvatten in dit uitvoeringsvoorbeeld een in een kast 22 geplaatste ventilator 23 die draaibaar is om een althans ongeveer verticale as en aandrijfbaar is met behulp van een elektromotor 24. Met behulp van de ventilator 23 is een verticale luchtstroom op te wekken welke met behulp van lager 15 geplaatste luchtgeleidingsplaten 25 in een gewenste richting kan worden afgebogen. In het weergegeven geval wordt de luchtstroom schuin in de transportrichting van de bollen afgebogen. Deze luchtstroom wordt benut om verder te bevorderen dat de wortels van de in de inrichting ondersteunde bollen naar bene-20 den gaan hangen teneinde op de gewenste maat te worden afgesneden.
Uit het voorgaande blijkt dat er verschillende maatregelen zijn genomen om te bevorderen dat de wortels goed naar beneden hangen en daardoor op de gewenste lengte worden afge-2 5 sneden: -De wandmiddelen aangrenzend aan de zijsteunen zorgen er voor dat de wortels van de bollen binnen de begrenzingen van de betreffende trilgoot blijven. De hoogte van de wandmiddelen boven het steunoppervlak van de zijsteunen kan 30 bijvoorbeeld in de orde van 10-20 cm zijn, doch variaties zijn mogelijk afhankelijk het type bol of dergelijke dat in de inrichting dient te worden gehanteerd.
-Een middensteun is tussen de zijsteunen aangebracht, welke middensteun een relatief kleine breedte heeft. De breed-35 te kan bijvoorbeeld maximaal 20 of zelfs 50 mm zijn en bij voorkeur 5-15 mm of tot 25mm voor grotere bollen bedragen.
Door de geringe breedte zullen eventuele overhangende wortels toch nog zonder veel lengteverlies naar beneden hangen.
1027900- 7 -Door (tril)bewegingen van de steunorganen en afzonderlijke bewegingen van delen van de trilgoten of steunorganen wordt het omhoog blijven hangen of haken van wortels tegengegaan .
5 -De benedenwaartse luchtstroom zorgt er voor dat de wortels naar beneden worden geblazen.
Deze maatregelen kunnen afzonderlijk of in verschillende combinaties worden toegepast.
Door deze maatregelen ontstaat een compacte en be-10 trouwbaar werkende inrichting, waarmee ook bollen met relatief lange wortels van een deel van hun wortels kunnen worden ontdaan .
De uitvinding is niet beperkt tot het in de tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeeld dat op verschillende 15 manieren binnen het kader van de uitvinding kan worden gevarieerd. Zo kunnen de snij middelen in de vorm van een vingerbalk, ventilator of rondsel zijn uitgevoerd.
10279 00-
Claims (12)
1. Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen, in het bijzonder bloembollen zoals leliebollen, voorzien van een aanvoertransporteur, steunorganen voor het ondersteunen van de via de aanvoertransporteur aangevoerde 5 bollen, waarbij ten minste twee steunorganen op afstand van elkaar zijn geplaatst zodanig dat elke bol op twee op afstand van elkaar gelegen plaatsen wordt ondersteund, terwijl zich tussen de steunorganen een doorgang bevindt, en snijmiddelen onder de steunorganen voor het afsnijden van vanaf de bol 10 neerhangende wortels, met het kenmerk, dat de (elke) twee steunorganen zijsteunen vormen die grenzen aan wandmiddelen voor het vormen van een afgescheiden ruimte, terwijl zich bij voorkeur tussen de (elke) twee zijsteunen een relatief smalle middensteun bevindt, zodanig dat elke bol op de middensteun en 15 één van de zijsteunen kan rusten.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de zijsteunen, middensteun en wandmiddelen langgerekt zijn en op een trilframe zijn gemonteerd, zodat zij een trilgoot vormen, waarin de bollen worden getransporteerd.
3. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij een groot aantal trilgoten aangrenzend en evenwijdig aan elkaar zijn opgesteld.
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de middensteun een pen en de zijsteunen een rol omvat- 25 ten, waarbij de rollen en/of pen eventueel draaiend aandrijfbaar zijn.
5. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bovenzijde van de wandmiddelen zijdelings (heen en weer) beweegbaar is en bij voorkeur is gevormd door een draai- 30 end aandrijfbare rol.
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de wandmiddelen van twee tegenovergelegen zijsteunen benedenwaarts enigszins schuin toelopen.
7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 35 waarbij boven of onder de steunorganen stromingsmiddelen zijn 1027900- aangebracht die een van boven naar beneden gerichte luchtstroming langs de steunorganen kan bewerkstelligen.
8. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de middensteun enerzijds en de zijsteunen anderzijds 5 ten opzichte van elkaar in hoogte verstelbaar zijn.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de snijmiddelen zijn uitgevoerd met een aantal messen die zijn gevormd aan armen die om een as draaibaar zijn.
10. Inrichting volgens een der voorgaande conclu-10 sies, waarbij de middensteun is uitgevoerd als althans ongeveer horizontale spijl, bij voorkeur met een diameter in de orde van grootte van 10 mm, bijvoorbeeld 5 - 15 mm.
11. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de wandmiddelen zich tot ten minste ca. 10 cm 15 boven het steunoppervlak van de zijsteunen uitstrekken.
12. Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen, in het bijzonder bloembollen zoals leliebollen, voorzien van een aanvoertransporteur, steunorganen voor het ondersteunen van de via de aanvoertransporteur aangevoerde 20 bollen, waarbij ten minste twee steunorganen op afstand van elkaar zijn geplaatst zodanig dat elke bol op twee op afstand van elkaar gelegen plaatsen wordt ondersteund, terwijl zich tussen de steunorganen een doorgang bevindt, en snijmiddelen onder de steunorganen voor het afsnijden van vanaf de bol 25 neerhangende wortels, met het kenmerk, dat zich tussen de (elke) twee steunorganen een derde relatief smal steunorgaan bevindt, waardoor zijsteunen en een middensteun ontstaan, zodanig dat elke bol op de middensteun en één van de zijsteunen kan rusten, waarbij bij voorkeur de zijsteunen grenzen aan 3 0 wandmi dde1en. 1027900"
Priority Applications (1)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1027900A NL1027900C1 (nl) | 2004-12-27 | 2004-12-27 | Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen. |
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1027900A NL1027900C1 (nl) | 2004-12-27 | 2004-12-27 | Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen. |
NL1027900 | 2004-12-27 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL1027900C1 true NL1027900C1 (nl) | 2006-06-28 |
Family
ID=36928469
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL1027900A NL1027900C1 (nl) | 2004-12-27 | 2004-12-27 | Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen. |
Country Status (1)
Country | Link |
---|---|
NL (1) | NL1027900C1 (nl) |
-
2004
- 2004-12-27 NL NL1027900A patent/NL1027900C1/nl not_active IP Right Cessation
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
KR200446419Y1 (ko) | 전복선별장치 | |
NL2004293C2 (nl) | Schoksorteerinrichting. | |
NL8901613A (nl) | Broodsnijmachine. | |
US20020166431A1 (en) | Apparatus for sizing and halving food product | |
EP0404272A1 (en) | Device for unpacking products arranged in rectangular holders | |
NL2012475B1 (nl) | Transporteur voor het in hoogterichting transporteren van goederen. | |
NL1027900C1 (nl) | Inrichting voor het verwijderen van wortels van bollen. | |
NL193849C (nl) | Inrichting voor het doen oprollen van ÚÚn of meer graszoden. | |
US5810175A (en) | Adjustable size sorting apparatus for round produce | |
KR101721138B1 (ko) | 채소 선별기 | |
BE1022056B1 (nl) | Aardappelrooimachine en gebruik daarvan | |
US6193583B1 (en) | Flail-type honeycomb decapper | |
NL1036829C2 (nl) | Inrichting voor het verzamelen van vruchten tijdens het oogsten ervan. | |
NL1031590C2 (nl) | Sorteerinrichting voor bol en/of knolgewassen en werkwijze voor het sorteren van bol en/of knolgewassen. | |
JP6842023B2 (ja) | 芋類の切断装置 | |
NL2007003C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het verwerken van agrarische producten. | |
NL1006993C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het sorteren van producten. | |
BE1017242A3 (nl) | Inrichting voor het aligneren van in bulk aangevoerde voorwerpen met een uitgesproken lengterichting. | |
NL1033156C2 (nl) | Inrichting voor het snijden van langwerpige producten zoals groenten of fruit. | |
US20060090366A1 (en) | Blueberry dryer | |
NL2019298B1 (en) | Plant potting machine having a spacer insert provided at a swing arm. | |
BE1015321A3 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het rooien van koolplanten. | |
NL9400477A (nl) | Inrichting voor het aftoppen van langwerpige produkten. | |
NL1004226C2 (nl) | Inrichting voor het behandelen van het oppervlak van bol- of knolvormige vruchten. | |
NL2002263C2 (nl) | Rollenset en werkwijze voor het sorteren van gewassen. |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
V4 | Lapsed because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Effective date: 20101227 |