NL1020889C2 - Afgifte-inrichting. - Google Patents
Afgifte-inrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1020889C2 NL1020889C2 NL1020889A NL1020889A NL1020889C2 NL 1020889 C2 NL1020889 C2 NL 1020889C2 NL 1020889 A NL1020889 A NL 1020889A NL 1020889 A NL1020889 A NL 1020889A NL 1020889 C2 NL1020889 C2 NL 1020889C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- reservoir
- filling
- dispensing device
- outlet
- cylindrical tube
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B11/00—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use
- B05B11/0005—Components or details
- B05B11/0097—Means for filling or refilling the sprayer
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B11/00—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use
- B05B11/01—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use characterised by the means producing the flow
- B05B11/02—Membranes or pistons acting on the contents inside the container, e.g. follower pistons
- B05B11/028—Pistons separating the content remaining in the container from the atmospheric air to compensate underpressure inside the container
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B11/00—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use
- B05B11/01—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use characterised by the means producing the flow
- B05B11/10—Pump arrangements for transferring the contents from the container to a pump chamber by a sucking effect and forcing the contents out through the dispensing nozzle
- B05B11/1042—Components or details
- B05B11/1043—Sealing or attachment arrangements between pump and container
- B05B11/1046—Sealing or attachment arrangements between pump and container the pump chamber being arranged substantially coaxially to the neck of the container
- B05B11/1047—Sealing or attachment arrangements between pump and container the pump chamber being arranged substantially coaxially to the neck of the container the pump being preassembled as an independent unit before being mounted on the container
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B11/00—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use
- B05B11/01—Single-unit hand-held apparatus in which flow of contents is produced by the muscular force of the operator at the moment of use characterised by the means producing the flow
- B05B11/10—Pump arrangements for transferring the contents from the container to a pump chamber by a sucking effect and forcing the contents out through the dispensing nozzle
- B05B11/1081—Arrangements for pumping several liquids or other fluent materials from several containers, e.g. for mixing them at the moment of pumping
- B05B11/1084—Arrangements for pumping several liquids or other fluent materials from several containers, e.g. for mixing them at the moment of pumping each liquid or other fluent material being pumped by a separate pump
- B05B11/1085—Arrangements for pumping several liquids or other fluent materials from several containers, e.g. for mixing them at the moment of pumping each liquid or other fluent material being pumped by a separate pump the pumps being coaxial
Landscapes
- Devices For Dispensing Beverages (AREA)
Description
Korte aanduiding: Afgifte-inrichting
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een afgifte-inrichting voor het afgeven van twee vloeibare substanties volgens de aanhef van conclusie 1. Tevens betreft de uitvinding het reservoirsamenstel van een dergelijke afgifte-inrichting.
5 Uit WO 93/04940 is een afgifte-inrichting bekend voor het gelijktijdig afgeven van twee vloeibare substanties. Deze afgifte-inrichting heeft een eerste reservoir dat wordt begrensd door een binnenzijde van een eerste cilindrische buis, en een tweede reservoir dat wordt begrensd door de buitenzijde van de 10 eerste cilindrische buis en een binnenzijde van een tweede cilindrische buis. De eerste en de tweede buis zijn concentrisch ten opzichte van elkaar opgesteld, waarbij de tweede buis de eerste cilindrische buis omgeeft. Het eerste reservoir wordt aan de van de uitlaatzijde afgelegen zijde begrensd door een 15 gesloten schijfvormige zuiger en het tweede reservoir door een ringvormige zuiger.
De beide reservoirs worden bij de bekende afgifte-inrichting vanaf de onderzijde, waar de zuiger zich bevindt, gevuld. Het van bovenaf vullen is niet mogelijk omdat zowel de 20 inlaatklep als de uitlaatklep van de eerste respectievelijk tweede pomp een stroom van de vloeibare substantie in tegengestelde richting niet toelaten. Het reservoir wordt derhalve gevuld aan de nog open onderzijde ervan, waarna de desbetreffende zuiger in het daarvoor gevulde reservoir wordt 25 geplaatst. Een nadeel van het achteraf plaatsen van de zuiger is dat er lucht tussen de vloeibare substantie en de zuiger in het reservoir komt.
Deze in een reservoir aanwezige lucht zorgt ervoor dat het later door de pomp bij een pompslag afgegeven volume niet altijd 30 constant is. Dit is in het bijzonder bij afgifte-eenheden die twee vloeibare substanties in een bepaalde volumeverhouding afgeven ongewenst, aangezien een klein volumeverschil in de ï 020889 2 afgegeven vloeibare substantie een grote afwijking in de beoogde volumeverhouding tussen de twee afgegeven vloeibare substanties kan veroorzaken. Dit laatste treedt met name op als het volumeverschil tussen de bij een pompslag afgegeven eerste 5 vloeibare substantie en de tweede vloeibare substantie groot is.
Er zijn ook reservoirsamenstellen bekend waarbij - na het vullen via de open onderzijde - een zuiger wordt geplaatst die is voorzien van een afsluitbare opening. Via deze opening kan lucht ontsnappen, waarna de opening wordt afgesloten. Het 10 afsluiten van de opening in de zuiger levert dan extra handelingen op bij het afvullen van het reservoirsamenstel.
In het algemeen gaat het vullen van de bekende reservoirs van het bovengenoemde type dus niet gemakkelijk en kan het moeizaam worden voorkomen dat er lucht komt tussen de zuiger en 15 de vloeibare substantie.
Het doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde afgifte-inrichting voor het afgeven van twee vloeibare substanties.
Het doel is bereikt met een afgifte-inrichting volgens de 20 aanhef van conclusie 1, die is gekenmerkt doordat het reservoirsamenstel en het pompsamenstel afzonderlijke, met elkaar koppelbare samenstellen zijn, zodanig dat in ongekoppelde toestand elk reservoir door de uitlaat van het reservoir vulbaar is, waarna het pompsamenstel en het reservoirsamenstel met 25 elkaar gekoppeld worden.
Door het door de uitlaten vullen van de reservoirs van het reservoirsamenstel behoeft er geen opening in de reservoirs te worden gemaakt die na het vullen weer gesloten dient te worden, d.w.z ofwel het na het vullen plaatsen van de zuiger ofwel het 30 dichtmaken van een opening in de zuiger. Hierdoor is het gemakkelijker een reservoirsamenstel volgens de uitvinding te vullen met de eerste en tweede vloeibare substantie in het eerste respectievelijk tweede reservoir.
Een ander voordeel is dat het met het reservoirsamenstel 35 volgens de uitvinding kan worden voorkomen dat er lucht wordt opgesloten tussen de zuigers en de in de reservoirs gebrachte vloeibare substanties.
N
3
Bij voorkeur bevindt elke zuiger zich voor het vullen van het respectieve reservoir in een nabij de uitlaat gelegen vulpositie van de zuiger. Dit heeft het voordeel dat er voor het vullen weinig of nagenoeg geen lucht in het reservoir aanwezig 5 is. Hierdoor is de kans nog kleiner dat er in het gevulde reservoir lucht achterblijft. Hierbij is wel vereist dat de zuiger in tegenovergestelde richtingen, d.w.z. in de richting van de uitlaat en van de uitlaat af, kan bewegen. Tijdens het vullen beweegt de zuiger dan van de nabij de uitlaat gelegen 10 vulpositie naar de zuigerpositie behorend bij een volledig gevuld reservoir. De kans op aanwezigheid van lucht in het gevulde reservoir kan nog verder verkleind worden door voor het vullen tenminste gedeeltelijk de lucht uit de reservoirs weg te zuigen door een vacuümpomp of dergelijke. Dit is in het 15 bijzonder mogelijk indien er bij het vullen een vulinrichting met een op het reservoirsamenstel te plaatsen vulkop wordt gebruikt, die met een dergelijke vacuümpomp is verbonden.
Met voordeel neemt de diameter of doorsnede van het eerste en/of tweede reservoir over tenminste een gedeelte van de lengte 20 van het reservoir in de richting van de uitlaatzijde af.
Bij voorkeur zijn de zuigers voor een afgifte-inrichting volgens de uitvinding van een kunststof gemaakt dat veerkrachtig genoeg is om de zuiger afdichtend aan te laten sluiten op de wanden van het desbetreffende reservoir. Een nadeel van een 25 dergelijk kunststof materiaal is dat het in de loop van de tijd relaxatie vertoont. Hierdoor zal de veerkracht verminderen, waardoor het afdichtend aansluiten op de wanden ook zal afnemen. Door het af laten nemen van de breedte van het eerste en/of het tweede reservoir in de richting van de uitlaatzijde zal de 30 zuiger als het ware steeds vaster in de cilindrische buis worden getrokken. Hierdoor wordt de eventueel verminderende afsluitende werking van de zuiger door de afnemende veerkracht van het materiaal ervan gecompenseerd, waardoor er tijdens gebruik van de afgifte-inrichting een lekvrije zuiger gegarandeerd kan 35 blijven.
Een gevolg van een afnemende breedte van het reservoir in de richting van de uitlaatzijde zou echter zijn dat hoe verder 4 de zuiger zich in de richting van de uitlaat beweegt hoe groter de zuiger onder een voorspanning komt te staan. Met name in de hierboven genoemde nabij de uitlaat gelegen zuigerpositie zal de voorspanning dan relatief groot zijn. Dit heeft als nadeel dat 5 door deze voorspanning de relaxatie in het kunststof materiaal van de zuiger sneller zal optreden. Dit is in het bijzonder nadelig wanneer de zuiger voor het vullen nabij de uitlaat is gelegen, omdat dergelijke reservoirsamenstellen doorgaans na productie voor een zekere tijd worden opgeslagen voordat ze 10 worden gevuld.
Ook indien de diameter of doorsnede van het desbetreffende reservoir over de lengte van het reservoir constant is uitgevoerd, kan relaxatie optreden aangezien in het algemeen de reeds in het reservoir aangebrachte zuiger onder een bepaalde 15 voorspanning daarin is aangebracht.
Daarom heeft het de voorkeur dat de diameter of doorsnede van het reservoir ter hoogte van de genoemde nabij de uitlaat gelegen vulpositie over een deel van de lengte van het reservoir vergroot is, zodanig dat de zuiger onder gereduceerde 20 voorspanning in de genoemde nabij de uitlaat gelegen vulpositie staat. Met een dergelijke uitvoering van de diameter of doorsnede van het reservoir wordt de hiervoor genoemde snelle relaxatie van het kunststof materiaal van de zuiger in de nabij de uitlaat gelegen zuiger wordt voorkomen. Als gevolg kunnen nog 25 niet gevulde reservoirsamenstellen met de zuigers in de nabij de uitlaat gelegen vulposities voor langere tijd worden opgeslagen.
Een nadeel hierbij is echter dat tijdens het gebruik van de afgifte-inrichting waarbij het desbetreffende reservoir wordt geleegd, de zuiger kan gaan lekken wanneer deze nabij de uitlaat 30 komt. Aangezien het reservoir dan echter nagenoeg leeg is, is dit laatste nadeel praktisch gezien geen groot probleem.
Opgemerkt wordt dat indien de zuigers voor het vullen van het desbetreffende reservoir in een andere vulpositie, in het bijzonder in de het verst van de uitlaat gelegen positie staan, 35 het voordelig is dat de diameter of doorsnede van het reservoir ter hoogte van de zuigerpositie, waarin de zuiger voor het vullen van het desbetreffende reservoir staat, vergroot is, 5 zodat de zuiger onder gereduceerde voorspanning in deze vulpositie staat.
De uitvinding heeft verder betrekking op een reservoirsamenstel kennelijk bestemd voor een afgifte-inrichting 5 volgens de uitvinding en een werkwijze voor het vullen van een dergelijk samenstel. Ook heeft de uitvinding betrekking op een vulkop voor het vullen van een reservoirsamenstel volgens de uitvinding
Verdere voordelen en kenmerken van de uitvinding zullen 10 hiernavolgend worden toegelicht aan de hand van een in de tekening getoonde voorkeursuitvoeringsvorm. In de tekening toont: fig. 1 een dwarsdoorsnede van een afzonderlijk reservoirsamenstel volgens de uitvinding, en 15 fig. 2 een perspectivisch aanzicht van een doorsnede van een afgifte-inrichting volgens de uitvinding, waarbij reservoirsamenstel en pompsamenstel met elkaar zijn gekoppeld.
In figuur 2 is een afgifte-inrichting voor het gelijktijdig 20 afgeven van twee vloeibare substanties volgens de uitvinding getoond in het geheel aangeduid met het verwijzingscijfer 1. De afgifte-inrichting 1 is geschikt om in de hand te worden gehouden en omvat een pompsamenstel 2 en een reservoirsamenstel 3. Het pompsamenstel 2 en het reservoirsamenstel 3 zijn 25 afzonderlijke, maar koppelbare samenstellen die hier aan elkaar gekoppeld zijn getoond. Het reservoirsamenstel 3 is afzonderlijk getoond in figuur 1.
Het pompsamenstel 2 van de afgifte-inrichting 1 omvat een eerste pomp 4 en een tweede pomp 5 en verder een 30 bedieningsorgaan, dat is uitgevoerd als een bedieningsknop 6.
Door het bedienen van de bedieningsknop 6 worden de eerste en de tweede pomp 4, 5 in werking gebracht, waarbij de vloeibare substanties gelijktijdig door afgifteopeningen 7a, 7b worden afgegeven. De getoonde pompen 4,5 zijn zuigerpompen. Het is ook 35 mogelijk om in plaats van zuigerpompen pompen van een ander type te voorzien, bijvoorbeeld balgpompen.
6
Eventueel is de pomp 4 en/of de pomp 5 een schuimvormende (zuiger)pomp met een pompgedeelte voor de vloeibare substantie en een pompgedeelte voor het aanzuigen van lucht, welke lucht wordt gemengd met die de vloeibare substantie, zodat deze als 5 schuim wordt afgegeven.
Het reservoirsamenstel 3 omvat een eerste reservoir·8 en een tweede reservoir 9. De beide reservoirs 8, 9 zijn van het zogenoemde "airless"-type, waarbij de ruimte die ontstaat door het afgeven van de vloeibare substanties in het reservoir wordt 10 opgevangen door het kleiner laten worden van het respectieve reservoir, in het onderhavige geval door een in het reservoir beweegbare zuiger.
Het eerste reservoir 8 wordt begrensd door een binnenzijde van een eerste cilindrische buis 10. De eerste cilindrische buis 15 10 is aan een voor het eerste en het tweede reservoir 8, 9 gemeenschappelijke uitlaatzijde afgesloten door een deksel 11 waarin een eerste uitlaat 12 is aangebracht. Het van de uitlaat 12 afgekeerde uiteinde van het eerste reservoir 8 wordt begrensd door een beweegbare gesloten in hoofdzaak schijfvormige zuiger 20 13.
Het tweede reservoir 9 wordt begrensd door de buitenzijde van de eerste cilindrische buis 10 en een binnenzijde van een tweede cilindrische buis 14. De eerste en de tweede cilindrische buis 10, 14 zijn concentrisch ten opzichte van elkaar opgesteld, 25 waarbij de tweede cilindrische buis 14 de eerste cilindrische buis 10 omgeeft.
Ook de tweede cilindrische buis 14 wordt aan de gemeenschappelijke uitlaatzijde door het deksel 11 afgesloten.
In het ringvormige gedeelte van het deksel 11 dat het tweede 30 reservoir 9 afsluit, d.w.z. tussen de eerste en de tweede cilindrische buis 10 respectievelijk 14, is een uitlaat 15 voorzien. Aan de van de uitlaat 15 afgelegen zijde van het tweede reservoir 9 wordt deze begrensd door een beweegbare gesloten in hoofdzaak ringvormige zuiger 16.
35 In figuur 1 zijn de beide zuigers 13, 16 in een eerste nabij de uitlaten gelegen vulpositie getoond, waarbij de beide reservoirs 8, 9 van het reservoirsamenstel 3 nog niet zijn 7 gevuld. Het deksel 11 van het reservoirsamenstel 3 is geschikt om een vulkop van een vulinrichting te ontvangen, welke vulkop is ingericht om de reservoirs 8, 9 door de uitlaten 12, 15 te vullen. Tijdens het vullen zullen de zuigers 13, 16 van de 5 uitlaatzijde af bewegen naar een tweede zuigerpositie, waarin de zuigers zich tijdens gebruik van de afgifte-inrichting het verst van de uitlaatzijde bevinden.
Na het vullen wordt het pompsamenstel 2 met het reservoirsamenstel 2 gekoppeld. Hiertoe is het deksel 11 van een 10 koppelrand 22 voorzien. Verder heeft het pompsamenstel 2 aan de onderzijde aansluitstukken 25, 26 voor respectievelijk de pomp 4, 5, die in de uitlaten 12, 15 steken. In de aansluitstukken 4,5 zijn hier de aanzuigkleppen 27, 28 van de pompen 4,5 opgenomen. Bij voorkeur vormen een of beide aansluitstukken 25, 15 26 met het deksel 11 een klikverbinding.
Door het vervolgens bedienen van de twee pompen 4,5 met behulp van de bedieningsknop 6 zullen de twee vloeibare substanties gelijktijdig met een bepaalde volumeopbrengst en een bepaalde volumeverhouding worden afgegeven. Als gevolg van de 20 door de afgifte-inrichting 1 uit de reservoirs afgegeven vloeibare substanties, zullen de beide zuigers 13, 16 zich weer in de richting van de uitlaatzijde bewegen.
De beide zuigers 13, 16 zijn gemaakt van een geschikte kunststof. Een dergelijk kunststof zal in het algemeen relaxatie 25 vertonen waardoor de afdichtende lippen van de zuigers 13, 16 in de loop der tijd steeds minder veerkrachtig zijn waardoor zij minder goed afdichtend aanliggen tegen de binnenzijde van de eerste buis 10, respectievelijk de buitenzijde van de eerste buis 10 en de binnenzijde van de tweede buis 14. Als gevolg 30 hiervan kunnen de zuigers dan eventueel gaan lekken.
Om dit effect tegen te gaan neemt in de getoonde voorkeursuitvoeringsvorm de diameter of doorsnede van het eerste respectievelijk tweede reservoir tenminste tussen de zuigerpositie behorend bij een volledig gevuld reservoir en de 35 vulpositie van de zuiger in de richting van de uitlaatzijde af. Hiertoe neemt voor het eerste reservoir 8 de diameter van de binnenzijde van de eerste cilindrische buis 10 in de richting
• A
8 van de uitlaatzijde af. Voor het tweede reservoir 9 neemt de diameter van de binnenzijde van de tweede cilindrische buis 14 in de richting van de uitlaatzijde af, terwijl de buitenzijde van de eerste cilindrische buis 10 recht is uitgevoerd. In een 5 variant kan die buitenzijde van de eerste cilindrische buis 10 wat zijn diameter betreft in de richting van de uitlaatzijde groter worden.
Zoals hierboven is beschreven staan de zuigers 13, 16 voor het vullen van het reservoirsamenstel 3 in een nabij de uitlaten 10 12, 15 gelegen vulpositie. De zuigers 13, 16 van het reservoirsamenstel 3 van een afgifte-inrichting volgens de uitvinding zullen reeds in deze vulpositie staan na het samenstellen van het reservoirsamenstel 3. Vaak zal een dergelijk reservoirsamenstel 3 enige tijd worden opgeslagen 15 voordat het gevuld wordt met de vloeibare substanties. Om te voorkomen dat tijdens deze opslag van het reservoirsamenstel 3 een relatief grote relaxatie in het materiaal van de zuigers 13, 16 optreedt als gevolg van de voorspanning waarmee de zuigers 13, 16 in de reservoirs 8, 9 zijn aangebracht, is de diameter of 20 doorsnede van het eerste en/of tweede reservoir 8, 9 ter hoogte van de genoemde nabij de uitlaat gelegen vulpositie vergroot.
Als gevolg staan de zuigers 13, 16 onder een gereduceerde voorspanning (of eventueel spanningsvrij) in de genoemde nabij de uitlaat gelegen vulpositie en zal de bovengenoemde relaxatie 25 niet of nauwelijks optreden.
Voor de getoonde voorkeursuitvoeringsvorm komt derhalve voor het eerste reservoir 8 ter hoogte van de genoemde vulpositie de diameter van de binnenzijde van de eerste cilindrische buis 10 in hoofdzaak overeen met de diameter van de 30 schijfvormige zuiger 13. Voor het tweede reservoir 9 komt de afstand tussen de buitenzijde van de eerste cilindrische buis 10 en de binnenzijde van de tweede cilindrische buis 14 ter hoogte van de genoemde nabij de uitlaat gelegen vulpositie in hoofdzaak overeen met de breedte van de ring van de ringvormige zuiger 16. 35 Met een dergelijke aanpassing van de reservoirs 8, 9 wordt gegarandeerd dat de zuigers 13, 16 voldoende veerkracht hebben om tijdens het gebruik lekvrij te blijven ook al is het 9 desbetreffende reservoirsamenstel 3 (gevuld of ongevuld) gedurende een lange tijd opgeslagen.
In de figuren is te zien dat het reservoirsamenstel een verbindingselement 17 omvat dat nabij de van de uitlaatzijde 5 afgekeerde uiteinden van de eerste buis 10 en de tweede buis 14, deze buizen 10, 14 met elkaar verbindt. Het verbindingselement 17 is uit één stuk gevormd met de eerste cilindrische buis 10. Ook zijn het deksel 11 en de tweede cilindrische buis 14 uit één stuk gevormd. In het verbindingselement 17 zijn een aantal 10 openingen 18 aangebracht, zodat de ruimte 19 tussen de ringvormige zuiger 16 en het verbindingselement 17 in communicatie staat met de buitenlucht.
Het reservoirsamenstel 3 is aldus gevormd uit een tweetal zuigers 13, 16 en een tweetal reservoirelementen, namelijk een 15 eerste reservoirelement dat de eerste cilindrische buis 10 en het verbindingselement 17 omvat en een tweede reservoirelement dat de tweede cilindrische buis 14 en het deksel 11 omvat. De twee reservoirelementen zijn met elkaar gekoppeld door een eerste snap- of klikverbinding 20 tussen het deksel en de eerste 20 cilindrische buis 10 en een tweede snap- of klikverbinding 21 tussen het verbindingselement 17 en de tweede cilindrische buis 14. Hiermee is een zeer eenvoudige opbouw gekregen van het reservoirsamenstel 3 met de twee reservoirs 8 en 9 dat tevens alle hierboven beschreven voorkeurskenmerken omvat. Deze opbouw 25 uit twee reservoirelement maakt op productietechnisch aantrekkelijke wijze een nauwkeurige concentrische opstelling mogelijk van de buizen 10 en 14.
De vulinrichting voor het vullen van de beide reservoirs 8, 9 omvat volgens een voorkeursuitvoeringsvorm een vulkop die is 30 ingericht om op het deksel 11 van het reservoirsamenstel 3 te worden geplaatst en de beide reservoirs gelijktijdig door de uitlaten 12, 15 te vullen. De vulkop heeft voor het juist plaatsen ervan bijvoorbeeld een met de koppelrand 22 corresponderende rand waarmee de vulkop gecentreerd wordt op het 35 reservoirsamenstel 3. De vulkop heeft verder twee uitstekende vulgedeelten die tenminste gedeeltelijk in de uitlaten 12, 15 worden geplaatst om de reservoirs 8, 9 te vullen, en waarmee de 10 vulkop tevens juist wordt gepositioneerd ten opzichte van het reservoirsamenstel 3.
De vulinrichting omvat voor het vullen van elk reservoir een pomp, in het bijzonder een plunjerpomp. Daarbij is de 5 vulinrichting bij voorkeur nog voorzien van ten minste een derde pomp voor het wegzuigen van de lucht in elk reservoir voordat de reservoirs met de vloeibare substanties worden gevuld. Hiermee wordt nog verder voorkomen dat er lucht in het gevulde reservoir zit.
10
Claims (26)
1. Afgifte-inrichting voor het afgeven van twee vloeibare substanties omvattende: - een pompsamenstel met een eerste en een tweede pomp, die door gemeenschappelijke handmatig te bedienen bedieningsmiddelen in 5 werking te brengen zijn voor het gelijktijdig afgeven van de twee vloeibare substanties, en - een reservoirsamenstel voor het daarin houden van de twee vloeibare substanties, waarbij het reservoirsamenstel twee reservoirs omvat, die elk 10 aan een uitlaatzijde zijn voorzien van een uitlaat en aan de van de uitlaat afgelegen zijde zijn begrensd door een beweegbare zuiger, welke zuigers tijdens het afgeven van de vloeibare substanties in de richting van de respectieve uitlaten bewegen, met het 15 kenmerk, dat het reservoirsamenstel en het pompsamenstel afzonderlijke, met elkaar koppelbare samenstellen zijn, zodanig dat in ongekoppelde toestand elk reservoir door de uitlaat van het reservoir vulbaar is, waarna het pompsamenstel en het reservoirsamenstel met elkaar gekoppeld worden. 20
2. Afgifte-inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat elke zuiger zich voor het vullen van het respectieve reservoir in een nabij de uitlaat gelegen vulpositie bevindt.
3. Afgifte-inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat een eerste reservoir wordt begrensd door een binnenzijde van een eerste in hoofdzaak cilindrische buis, waarbij het reservoir aan de van de uitlaatzijde afgelegen zijde wordt begrensd door een gesloten in hoofdzaak schijfvormige 30 zuiger.
4. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 1- 3. met het kenmerk, dat een tweede reservoir wordt begrensd door de buitenzijde van de eerste cilindrische buis en een binnenzijde van een tweede in hoofdzaak cilindrische buis, die de eerste cilindrische buis omgeeft, waarbij het reservoir aan de van de uitlaatzijde afgelegen zijde wordt begrensd door een gesloten in hoofdzaak ringvormige zuiger. 5
5. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 1-4, met het kenmerk, dat de diameter of doorsnede van het eerste en/of tweede reservoir over tenminste een gedeelte van de lengte van het reservoir in de richting van de uitlaatzijde afneemt. 10
6. Afgifte-inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de diameter van de binnenzijde van de eerste cilindrische buis in de richting van de uitlaatzijde afneemt.
7. Afgifte-inrichting volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk, dat de afstand tussen de buitenzijde van de eerste cilindrische buis en de binnenzijde van de tweede cilindrische buis in de richting van uitlaatzijde afneemt.
8. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 5- 7, met het kenmerk, dat de diameter van de binnenzijde van de tweede cilindrische buis in de richting van de uitlaatzijde afneemt, waarbij de buitenzijde van de eerste cilindrische buis recht is uitgevoerd. 25
9. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 1- 8, met het kenmerk, dat de diameter of doorsnede van het eerste en/of tweede reservoir ter hoogte van de genoemde nabij de uitlaat gelegen vulpositie vergroot is, zodanig dat de zuiger 30 onder gereduceerde voorspanning in de genoemde nabij de uitlaat gelegen vulpositie staat.
10. Afgifte-inrichting volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat de diameter van de binnenzijde van de eerste cilindrische 35 buis ter hoogte van de nabij de uitlaat gelegen zuigerpositie in hoofdzaak overeenkomt met de diameter van de in hoofdzaak schijfvormige zuiger.
11. Afgifte-inrichting volgens conclusie 9 of 10, met het kenmerk, dat de afstand tussen de buitenzijde van de eerste cilindrische buis en de binnenzijde van de tweede cilindrische 5 buis ter hoogte van de nabij de uitlaat gelegen zuigerpositie in hoofdzaak overeenkomt met de breedte van de ring van de in hoofdzaak ringvormige zuiger.
12. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies Ι-ΙΟ 11, met het kenmerk, dat het reservoirsamenstel een deksel omvat dat de reservoirs aan de uitlaatzijde afsluit, waarbij de eerste en de tweede uitlaat in het deksel zijn aangebracht.
13. Afgifte-inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, 15 dat het deksel uit één stuk is gevormd met de tweede cilindrische buis.
14. Afgifte-inrichting volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk, dat het deksel een koppelrand omvat voor het daaraan 20 koppelen van een pompsamenstel voor het vormen van een1afgifte-inrichting.
15. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 12-14, met het kenmerk, dat het deksel is ingericht voor het 25 ontvangen van een vulkop voor het vullen van het eerste en het tweede reservoir.
16. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 1-15, met het kenmerk, dat het reservoirsamenstel verder een 30 verbindingselement omvat dat nabij de van de uitlaatzijde afgekeerde uiteinden van de eerste en de tweede cilindrische buis, de eerste en de tweede cilindrische buis met elkaar verbindt.
17. Afgifte-inrichting volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat het verbindingselement uit één stuk is gevormd met de eerste cilindrische buis.
18. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 12-17, met: het kenmerk, dat het deksel door middel van een klikverbinding met de eerste en/of tweede cilindrische buis is 5 verbonden.
19. Afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 12-18, met het kenmerk, dat het verbindingselement door middel van een klikverbinding met de eerste en/of tweede cilindrische 10 buis is verbonden.
20. Reservoirsamenstel kennelijk bestemd voor een afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 1-19.
21. Werkwijze voor het samenstellen en vullen van een reservoirsamenstel van een afgifte-inrichting volgens een of meer van de conclusies 1-19, welke werkwijze is gekenmerkt door de volgende stappen: het samenstellen van het reservoirsamenstel, 20. het op het reservoirsamenstel plaatsen van een vulkop van een vulinrichting, die geschikt is voor het vullen van beide reservoirs, het vullen van het eerste en het tweede reservoir, waarbij het eerste en de het tweede reservoir worden gevuld door de 25 eerste respectievelijk tweede uitlaat, en het verwijderen van de vulkop.
22. Werkwijze volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat elke zuiger zich na het samenstellen van het reservoirsamenstel in de 30 genoemde nabij de uitlaat gelegen zuigerpositie bevindt, waarbij de zuigers tijdens het vullen van de nabij de uitlaat gelegen zuigerpositie naar de zuigerpositie van een volledig gevuld reservoir bewegen.
23. Werkwijze volgens conclusie 21 of 22, met het kenmerk, dat voor het vullen van het eerste respectievelijk tweede reservoir de zich in het eerste respectievelijk tweede reservoir bevindende lucht tenminste gedeeltelijk wordt weggezogen door middel van de vulinrichting.
24. Werkwijze volgens conclusie 22 of 23, met het kenmerk, dat 5 het eerste en het tweede reservoir gelijktijdig worden gevuld.
25. Vulinrichting voor het vullen van een reservoirsamenstel volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat de vulinrichting een vulkop omvat die geschikt is te worden geplaatst op het 10 reservoirsamenstel en ten minste twee plunjerpompen omvat voor het vullen van het eerste respectievelijk tweede reservoir.
26. Vulinrichting volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat de vulinrichting verder een derde pomp, in het bijzonder een 15 plunjerpomp, omvat voor het wegzuigen van de zich in de reservoirs bevindende lucht voor het vullen van het eerste en het tweede reservoir. 10? 0*1-· :
Priority Applications (8)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1020889A NL1020889C2 (nl) | 2002-06-18 | 2002-06-18 | Afgifte-inrichting. |
EP03760178A EP1531945B1 (en) | 2002-06-18 | 2003-06-18 | Dispensing unit |
US10/518,661 US7588170B2 (en) | 2002-06-18 | 2003-06-18 | Dispensing unit |
AT03760178T ATE424933T1 (de) | 2002-06-18 | 2003-06-18 | Ausgabeeinheit |
AU2003251231A AU2003251231A1 (en) | 2002-06-18 | 2003-06-18 | Dispensing unit |
DE60326594T DE60326594D1 (de) | 2002-06-18 | 2003-06-18 | Ausgabeeinheit |
PCT/NL2003/000489 WO2003106045A1 (en) | 2002-06-18 | 2003-06-18 | Dispensing unit |
CNB03817992XA CN100464870C (zh) | 2002-06-18 | 2003-06-18 | 分配单元、容器组件以及用于组装和填充容器组件的方法 |
Applications Claiming Priority (2)
Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
---|---|---|---|
NL1020889A NL1020889C2 (nl) | 2002-06-18 | 2002-06-18 | Afgifte-inrichting. |
NL1020889 | 2002-06-18 |
Publications (1)
Publication Number | Publication Date |
---|---|
NL1020889C2 true NL1020889C2 (nl) | 2003-12-19 |
Family
ID=31885042
Family Applications (1)
Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
---|---|---|---|
NL1020889A NL1020889C2 (nl) | 2002-06-18 | 2002-06-18 | Afgifte-inrichting. |
Country Status (1)
Country | Link |
---|---|
NL (1) | NL1020889C2 (nl) |
Citations (7)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
EP0499538A1 (fr) * | 1991-02-13 | 1992-08-19 | S O F A B | Conditionnement de produits semi-consistants |
WO1993004940A1 (en) | 1991-08-31 | 1993-03-18 | Smithkline Beecham Plc | Dispensing device for two fluid materials |
US5224627A (en) * | 1991-06-22 | 1993-07-06 | Firma Raimund Andris Gmbh & Co., Kg. | Metering pump dispenser for liquid and/or pasty media |
US5237797A (en) * | 1989-10-30 | 1993-08-24 | Valois (Societe Anonyme) | Method of vacuum packaging substances, in particular cosmetic or pharmaceutical products, inside variable-capacity containers closed by dispenser members, that prevent ingress of air, apparatus for implementing the method, and dispensers obtained thereby |
US5351862A (en) * | 1992-04-14 | 1994-10-04 | Raimund Andris Gmbh & Co. Kg | Dispensing pump for media of low viscosity, especially paste-like media |
NL1004332C1 (nl) * | 1996-01-31 | 1997-12-10 | Park Towers Int Bv | Spuitbus bestemd voor het afgeven van een meercomponenten materiaal. |
WO1999025627A1 (en) * | 1997-11-17 | 1999-05-27 | Cosmocair C.V. | Container with variable volume |
-
2002
- 2002-06-18 NL NL1020889A patent/NL1020889C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (7)
Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
---|---|---|---|---|
US5237797A (en) * | 1989-10-30 | 1993-08-24 | Valois (Societe Anonyme) | Method of vacuum packaging substances, in particular cosmetic or pharmaceutical products, inside variable-capacity containers closed by dispenser members, that prevent ingress of air, apparatus for implementing the method, and dispensers obtained thereby |
EP0499538A1 (fr) * | 1991-02-13 | 1992-08-19 | S O F A B | Conditionnement de produits semi-consistants |
US5224627A (en) * | 1991-06-22 | 1993-07-06 | Firma Raimund Andris Gmbh & Co., Kg. | Metering pump dispenser for liquid and/or pasty media |
WO1993004940A1 (en) | 1991-08-31 | 1993-03-18 | Smithkline Beecham Plc | Dispensing device for two fluid materials |
US5351862A (en) * | 1992-04-14 | 1994-10-04 | Raimund Andris Gmbh & Co. Kg | Dispensing pump for media of low viscosity, especially paste-like media |
NL1004332C1 (nl) * | 1996-01-31 | 1997-12-10 | Park Towers Int Bv | Spuitbus bestemd voor het afgeven van een meercomponenten materiaal. |
WO1999025627A1 (en) * | 1997-11-17 | 1999-05-27 | Cosmocair C.V. | Container with variable volume |
Similar Documents
Publication | Publication Date | Title |
---|---|---|
US5806721A (en) | Container mounted pump dispenser with back suction | |
EP2948255B1 (en) | Pumps with container vents | |
JP6466714B2 (ja) | エアロゾル機能を有する計量型及び作動型スプレー装置(「フレアロゾルii」) | |
US5556005A (en) | Collapsible soap dispenser | |
EP1531945B1 (en) | Dispensing unit | |
US5489044A (en) | Method of preparing replaceable liquid soap reservoir | |
NL1016694C2 (nl) | Schuimvormingseenheid. | |
US20050035157A1 (en) | Pump for dispensing flowable material | |
US5839617A (en) | Pump dispenser | |
JPS6333279A (ja) | ポンプ室デスペンサ− | |
EP1920694A2 (en) | Vacuum switch multi reservoir dispenser | |
JPS6348008B2 (nl) | ||
NL1028921C2 (nl) | Afgifte-inrichting. | |
US7967171B2 (en) | Air foaming pump trigger sprayer | |
US6026993A (en) | Pump and pump outlet nozzle | |
EP0380743A2 (en) | 360 Degree valve for atomizing pump dispenser | |
NL1020889C2 (nl) | Afgifte-inrichting. | |
KR101551191B1 (ko) | 약제 디스펜서 | |
KR101457173B1 (ko) | 약제 디스펜서 | |
CN109982941B (zh) | 能够插入容器开口中的封闭元件 | |
JPH0214768A (ja) | 壜入りの濃厚な若しくは液状物質を所定量分配するハンドポンプ用装置 | |
EP3694655A1 (fr) | Dispositif de distribution de produits liquides à pâteux et son dispositif de fermeture formant un module | |
NL1020890C2 (nl) | Afgifte-inrichting. | |
JP2021010896A (ja) | ポンプディスペンサ | |
KR101845913B1 (ko) | 분무장치 |
Legal Events
Date | Code | Title | Description |
---|---|---|---|
PD2B | A search report has been drawn up | ||
V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20130101 |