[go: up one dir, main page]

NL1014117C2 - Device for measuring the bending angle of a workpiece. - Google Patents

Device for measuring the bending angle of a workpiece. Download PDF

Info

Publication number
NL1014117C2
NL1014117C2 NL1014117A NL1014117A NL1014117C2 NL 1014117 C2 NL1014117 C2 NL 1014117C2 NL 1014117 A NL1014117 A NL 1014117A NL 1014117 A NL1014117 A NL 1014117A NL 1014117 C2 NL1014117 C2 NL 1014117C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
measuring
bending
workpiece
bending line
sensor
Prior art date
Application number
NL1014117A
Other languages
Dutch (nl)
Inventor
Cornelis Hendricus Liet
Original Assignee
Cornelis Hendricus Liet
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Cornelis Hendricus Liet filed Critical Cornelis Hendricus Liet
Priority to NL1014117A priority Critical patent/NL1014117C2/en
Priority to EP01200091A priority patent/EP1118399A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1014117C2 publication Critical patent/NL1014117C2/en

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B21MECHANICAL METAL-WORKING WITHOUT ESSENTIALLY REMOVING MATERIAL; PUNCHING METAL
    • B21DWORKING OR PROCESSING OF SHEET METAL OR METAL TUBES, RODS OR PROFILES WITHOUT ESSENTIALLY REMOVING MATERIAL; PUNCHING METAL
    • B21D5/00Bending sheet metal along straight lines, e.g. to form simple curves
    • B21D5/02Bending sheet metal along straight lines, e.g. to form simple curves on press brakes without making use of clamping means
    • B21D5/0209Tools therefor

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Bending Of Plates, Rods, And Pipes (AREA)
  • A Measuring Device Byusing Mechanical Method (AREA)

Description

Inrichting voor het meten van de buighoek van een werkstukDevice for measuring the bending angle of a workpiece

De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het meten van de buighoek van een werkstuk, voorzien van een huis met meetorganen, die aan weerszijden van een buiglijn zijn aangebracht, welke meetorganen signalen kunnen afgeven, die af-5 hankelijk zijn van de verplaatsing van het werkstuk ten opzichte van een uitgangsvlak, en van een verwerkingseenheid, die uit de signalen van de meetorganen de totale buighoek van het werkstuk kan afleiden, waarbij aan een eerste zijde van de buiglijn een eerste en een tweede meetorgaan zijn aangebracht, 10 waarvan de signalen afhankelijk zijn van twee op verschillende afstanden van de buiglijn gelegen punten van het werkstuk, waaruit de verwerkingseenheid de deelbuighoek aan de eerste zijde van de buiglijn kan afleiden.The invention relates to a device for measuring the bending angle of a workpiece, provided with a housing with measuring members, which are arranged on either side of a bending line, which measuring members can emit signals which depend on the displacement of the workpiece. workpiece relative to an output plane, and of a processing unit, which can derive the total bending angle of the workpiece from the signals of the measuring members, wherein a first and a second measuring member, the signals of which are dependent on a first side of the bending line, are provided are from two points of the workpiece located at different distances from the bending line, from which the processing unit can derive the partial bending angle on the first side of the bending line.

Een dergelijke inrichting is bekend uit GB-A-2 072 15 551. Bij deze bekende inrichting zijn de meetorganen uitgevoerd met twee voelers die in een richting dwars op de buiglijn naast elkaar aangebracht, waardoor elke voeler vanwege de geringe beschikbare ruimte slechts kleine afmetingen heeft. De voelers zijn bij de bekende inrichting betrekkelijk kwetsbaar. Bij deze 20 bekende inrichting wordt er voorts van uitgegaan, dat de hoek die uit het verplaatsingsverschil wordt afgeleid, de helft van de buighoek is. Dit is echter alleen juist, indien de vouwlijn . van het werkstuk en de buiglijn van de stempel in lijn liggen met de buigbewerkingsrichting, hetgeen niet onder alle omstan-25 digheden het geval is. Bij de bekende inrichting kunnen hierdoor meetfouten ontstaan. In GB-A-2 072 551 is ook een uitvoeringsvorm beschreven, waarbij aan weerszijden van de buiglijn een voeler is aangebracht, zodat de hoek aan beide zijden van de buiglijn kan worden gemeten. Hierbij wordt de hoek afgeleid 30 uit de verplaatsing van één voeler, hetgeen eveneens tot een minder nauwkeurige meeting van de buighoek leidt.Such a device is known from GB-A-2 072 15 551. In this known device, the measuring members are provided with two sensors which are arranged next to each other in a direction transverse to the bending line, so that each sensor has only small dimensions due to the limited space available. . The sensors are relatively fragile in the known device. In this known device it is further assumed that the angle derived from the displacement difference is half the bending angle. However, this is only correct if the fold line. of the workpiece and the bending line of the punch are in line with the bending machining direction, which is not the case under all circumstances. In the known device, measuring errors can hereby arise. GB-A-2 072 551 also describes an embodiment in which a sensor is arranged on either side of the bending line, so that the angle can be measured on both sides of the bending line. The angle is hereby derived from the displacement of one sensor, which also leads to a less accurate measurement of the bending angle.

1014117 21014117 2

In WO-A-9641690 is een meetinrichting beschreven, die is uitgerust met twee voelers, welke aan weerszijden van de buiglijn met het werkstuk in aanraking zijn, waarbij uit een verschuiving van de voelers dwars op de buiglijn de eventuele 5 verschuiving van de vouwlijn van het werkstuk ten opzichte van de buiglijn van de stempel kan worden afgeleid. Bij deze bekende inrichting zijn voor de voelers sleuven in het huis aangebracht, die de buiglijn doorsnijden, zodat deze sleuven smal moeten zijn uitgevoerd. De voelers zijn hierdoor relatief 10 kwetsbaar.In WO-A-9641690 a measuring device is described, which is equipped with two probes which contact the workpiece on either side of the bending line, whereby from a displacement of the probes transverse to the bending line the possible shift of the folding line of the workpiece can be derived from the bending line of the punch. In this known device, slots are provided in the housing for the probes, which cut through the bending line, so that these slots must be narrow. The sensors are therefore relatively vulnerable.

In de internationale octrooiaanvrage PCT/NL99/00640 van dezelfde aanvrager is een inrichting van de bovengenoemde soort beschreven, waarbij aan weerzijden van de buiglijn twee meetorganen zijn aangebracht. Door het toepassen van vier meet-15 organen, kan met deze inrichting de buighoek met grote nauwkeurigheid worden vastgesteld.International patent application PCT / NL99 / 00640 of the same applicant discloses a device of the above-mentioned type, in which two measuring members are arranged on either side of the bending line. By using four measuring elements, the bending angle can be determined with great accuracy with this device.

De uitvinding beoogt een inrichting van deze soort te verschaffen, die ten opzichte van de in deze internationale octrooiaanvrage beschreven inrichting is vereenvoudigd en waarmee 20 de buighoek niettemin met grote nauwkeurigheid kan worden vast-gesteld.The object of the invention is to provide a device of this type which is simplified compared to the device described in this international patent application and with which the bending angle can nevertheless be determined with great accuracy.

Hiertoe heeft de inrichting volgens de uitvinding het kenmerk, dat aan de tweede zijde van de buiglijn een derde meetorgaan is aangebracht, dat een signaal kan afgeven, dat af-25 hankelijk is van de verplaatsing van een op een bepaalde afstand van de buiglijn gelegen punt van het werkstuk, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht om uit het signaal van het derde meetorgaan en de bepaalde afstand de deelbuighoek aan de tweede zijde en de totale buighoek te bepalen.To this end, the device according to the invention is characterized in that a third measuring member is arranged on the second side of the bending line, which can produce a signal which is dependent on the displacement of a point situated at a certain distance from the bending line of the workpiece, the processing unit being arranged to determine the partial bending angle on the second side and the total bending angle from the signal of the third measuring member and the determined distance.

30 Met behulp van het signaal van het derde meetorgaan wordt door vergelijken met een signaal van een meetorgaan aan de eerste zijde van de buiglijn in feite de verhouding tussen de deelbuighoeken aan weerszijden van de buiglijn gemeten, zodat op deze wijze een inrichting wordt verkregen, die eenvoudi-35 ger is uitgevoerd en de totale buighoek met grote nauwkeurig- 10141 17 3 heid kan bepalen. Bovendien heeft de inrichting volgens de uitvinding het voordeel, dat aan één zijde van de buiglijn slechts één meetorgaan nodig is, dat relatief dicht bij de buiglijn ligt, waardoor de afmetingen van het vrij uitstekende uiteinde 5 van het huis van de inrichting kunnen worden beperkt. Aangezien deze afmetingen gewoonlijk gelijk worden gekozen aan de afmetingen van het vrij uitstekende deel van de stempel van de bui-ginrichting, waarbij de inrichting volgens de uitvinding wordt toegepast, kan ook het vrije uiteinde van de stempel met rela-10 tief kleine afmetingen worden uitgevoerd. Dit maakt het mogelijk werkstukken met U-vormig omgezette randen te vervaardigen, waarvan de benen op een geringe afstand van elkaar kunnen liggen.With the aid of the signal from the third measuring member, by comparison with a signal from a measuring member on the first side of the bending line, in fact the ratio between the partial bending angles on either side of the bending line is measured, so that in this way a device is obtained, which is simpler and can determine the total bending angle with great accuracy. Moreover, the device according to the invention has the advantage that on one side of the bending line only one measuring member is required, which is relatively close to the bending line, so that the dimensions of the freely protruding end 5 of the housing of the device can be limited. Since these dimensions are usually chosen equal to the dimensions of the freely protruding part of the punch of the bending device, in which the device according to the invention is used, the free end of the punch can also be made with relatively small dimensions . This makes it possible to produce workpieces with U-shaped flanged edges, the legs of which can lie at a small distance from each other.

De uitvinding wordt hierna nader toegelicht aan de 15 hand van de tekening, waarin een inrichting voor het buigen van werkstukken sterk schematisch is weergegeven, waarbij een uit-voeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding wordt toegepast.The invention will be explained in more detail below with reference to the drawing, in which a device for bending workpieces is shown in a highly schematic manner, wherein an embodiment of the device according to the invention is used.

Fig. 1 toont in perspectief schematisch een deel van 20 een inrichting voor het buigen van werkstukken, die is voorzien van een uitvoeringsvorm van de inrichting voor het meten van de buighoek van een werkstuk volgens de uitvinding.Fig. 1 schematically shows, in perspective, a part of a device for bending workpieces, which is provided with an embodiment of the device for measuring the bending angle of a workpiece according to the invention.

Fig. 2 is een doorsnede volgens het vlak II-II in fig.Fig. 2 is a section on plane II-II in FIG.

1.1.

25 Fig. 3 is een doorsnede volgens het vlak III-III uit fig. 1.FIG. 3 is a sectional view taken on plane III-III of FIG. 1.

Fig. 4 is een doorsnede volgens het vlak IV-IV uit fig. l.Fig. 4 is a sectional view taken on plane IV-IV of FIG. 1.

Fig. 5 toont een met fig. 4 overeenkomstige doorsnede 30 van een tweede uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding bestemd voor toepassing bij een zogenaamd 90° stempel .Fig. 5 shows a cross-section corresponding with FIG. 4 of a second embodiment of the device according to the invention intended for use with a so-called 90 ° punch.

Fig. 6 toont een met fig. 2 overeenkomstige doorsnede van de inrichting uit fig. 5.Fig. 6 shows a cross section corresponding to FIG. 2 of the device of FIG. 5.

35 Fig. 7 toont een deel van de inrichting uit fig. 5, 1014117 4 waarin schematisch een deel van een werkstuk is aangeduid.FIG. 7 shows a part of the device of FIG. 5, 1014117 4, which schematically shows part of a workpiece.

In fig. 1 is in perspectief een gedeelte van een inrichting voor het buigen werkstukken weergegeven, in het bij -zonder voor het buigen van plaatvormige werkstukken. In de te-5 kening is ter illustratie een relatief klein plaatvormig werkstuk 1 getekend. De buiginrichting is voorzien van een matrijs 2 met een in doorsnede V-vormige groef 3, welke matrijs 2 is ondersteund op een tafel 4 van de buiginrichting. Voorts omvat de buiginrichting een stempel 5, die schematisch door streep-10 lijnen is aangeduid. In lijn met de stempel 5 ligt een meetin-richting 6 voor het meten van de buighoek van het werkstuk 1.Fig. 1 shows in perspective a part of a device for bending workpieces, in particular for bending plate-shaped workpieces. In the drawing, a relatively small plate-shaped workpiece 1 is shown for illustrative purposes. The bending device is provided with a die 2 with a cross-section V-shaped groove 3, which die 2 is supported on a table 4 of the bending device. The bending device further comprises a stamp 5, which is schematically indicated by dashed lines. A measuring device 6 for measuring the bending angle of the workpiece 1 is aligned with the punch 5.

De meetinrichting is voorzien van een huis 7, waarvan de vorm van ten minste het uiteinde overeenkomt met de vorm van het uiteinde van de stempel 5. Opgemerkt wordt, dat de vorm van het 15 huis 7 niet gelijk aan de vorm van de stempel 5 behoeft te zijn. Het huis 7 kan elke gewenste vorm hebben, zolang deze vorm niet conflicteert met de vorm van het te buigen werkstuk. Het huis 7 is op dezelfde wijze als de stempel 5 in een bovenbalk 8 van de buiginrichting gemonteerd door middel van een 20 klem 9. Hoewel in fig. 1 de meetinrichting 6 aan een uiteinde van de bovenbalk is gemonteerd, is het desgewenst ook mogelijk de meetinrichting 6 op een andere plaats in de bovenbalk 8 te monteren. Ook is het mogelijk meer dan één meetinrichting in de bovenbalk op te nemen.The measuring device is provided with a housing 7, the shape of at least the end of which corresponds to the shape of the end of the punch 5. It is noted that the shape of the housing 7 need not be the same as the shape of the stamp 5 to be. The housing 7 can have any desired shape, as long as this shape does not conflict with the shape of the workpiece to be bent. The housing 7 is mounted in the same manner as the punch 5 in a top beam 8 of the bending device by means of a clamp 9. Although in Fig. 1 the measuring device 6 is mounted on one end of the top beam, it is also possible, if desired, to mount the measuring device 6 in a different location in the top beam 8. It is also possible to include more than one measuring device in the top beam.

25 De buiginrichting omvat voorts een niet weergegeven aandrijfeenheid voor het ten opzichte van elkaar verplaatsen van matrijs 2 en stempel 3 in een buigbewerkingsrichting voor het uitvoeren van een buigbewerking op het werkstuk 1. De buigbewerkingsrichting is in de tekening door een onderbroken lijn 30 10 aangeduid. De constructie van de buiginrichting maakt verder geen deel uit van de onderhavige uitvinding en wordt derhalve hier verder niet beschreven. De constructie kan op op zichzelf bekende wijze zijn uitgevoerd.The bending device further comprises a drive unit (not shown) for moving mold 2 and punch 3 in a bending machining direction relative to each other for performing a bending operation on the workpiece 1. The bending machining direction is indicated in the drawing by a broken line. The construction of the bending device is not further part of the present invention and is therefore not further described here. The construction can be designed in a manner known per se.

Het huis 7 heeft evenals de stempel 5 een uiteinde met 35 schuine flanken 11,12 die een buiglijn 13 bepalen die in de 10141 17 5 langsrichting van de stempel 5 resp. het huis 7 verloopt.The housing 7, like the punch 5, has an end with 35 sloping flanks 11, 12 defining a bending line 13 which extends in the longitudinal direction of the punch 5 and 10, respectively. the house 7 expires.

Voorts bepalen de schuine flanken 11,12 een V-vormige dwarsdoorsnede. De vormen van de uiteinden van het huis 7 en de stempel 5 stemmen zodanig met elkaar overeen, dat de flanken 5 11, 12 en de buiglijn 13 van huis en stempel in lijn liggen.Furthermore, the sloping flanks 11,12 define a V-shaped cross section. The shapes of the ends of the housing 7 and the punch 5 match so that the flanks 5, 11, 12 and the bending line 13 of the housing and punch are aligned.

Opgemerkt wordt dat de buighoek van het werkstuk 1 is samengesteld uit deelbuighoeken aan weerszijden van de buiglijn 13. Hoewel bij de beschreven uitvoeringsvorm de vorm van het hele huis 7 overeenkomt met die van de stempel 5, is dit niet nood-10 zakelijk. Van belang is slechts dat de buiglijn 13 van het huis 7 in lijn ligt met die van de stempel 5.It is noted that the bending angle of the workpiece 1 is composed of part bending angles on either side of the bending line 13. Although in the described embodiment the shape of the whole housing 7 corresponds to that of the punch 5, this is not necessary. The only important thing is that the bending line 13 of the housing 7 is in line with that of the punch 5.

De meetinrichting 6 is voorzien van drie meetorganen die bij de beschreven uitvoeringsvorm elk een mechanische voeler 14,15 respectievelijk 16 omvatten, alsmede van twee meet-15 eenheden 17 en 18. De voelers 14-16 en de meeteenheden 17,18 zijn in de doorsneden volgens de fig. 2-4 meer in detail weergegeven. Hieruit blijkt, dat volgens het aanzicht van fig. 1 de voelers 14 en 15 aan de rechterzijde van de buiglijn 13 liggen en de voeler 16 aan de linkerzijde van de buiglijn 13 ligt. El-20 ke voeler 14-16 is beweegbaar, bij voorkeur in de buigbewer-kingsrichting 10, in het huis 7 gemonteerd en steekt uit de schuine flank 11 respectievelijk 12 van het huis 7 uit, zoals in de doorsneden volgens de fig. 2-4 is te zien. De geleiding van de voelers 14-16 is niet in detail getoond en voor een na-25 dere beschrijving wordt verwezen naar PCT/NL99/00640, waarvan de inhoud door verwijzing hierin opgenomen wordt geacht. Opgemerkt wordt dat het huis 7 in fig. 1 geheel is opengebroken om de verschillende onderdelen van de meetinrichting 6 te tonen.The measuring device 6 is provided with three measuring members, which in the described embodiment each comprise a mechanical sensor 14,15 and 16 respectively, as well as two measuring units 17 and 18. The probes 14-16 and the measuring units 17,18 are in cross sections according to FIGS. 2-4 are shown in more detail. This shows that, according to the view of Fig. 1, the probes 14 and 15 lie on the right side of the bending line 13 and the feeler 16 is on the left side of the bending line 13. Each probe 14-16 is movable, preferably in the bending machining direction 10, mounted in the housing 7 and protrudes from the sloping flank 11 and 12 of the housing 7, respectively, as in the cross sections according to FIGS. 2- 4 can be seen. The conductivity of the sensors 14-16 is not shown in detail and for a more detailed description reference is made to PCT / NL99 / 00640, the contents of which are incorporated by reference herein. It is noted that the housing 7 in Fig. 1 has been completely broken open to show the different parts of the measuring device 6.

De uitstekende uiteinden van de voelers 14-16 zijn tijdens een 30 buigbewerking in aanraking met het werkstuk 1. Deze uitstekende uiteinden zijn ter plaatse van het contactpunt met het werkstuk 1 uitgevoerd met een afronding met een kleine voorafbepaalde straal. Bij het berekenen van de buighoek kan met deze afronding rekening worden gehouden.The protruding ends of the probes 14-16 are in contact with the workpiece 1 during a bending operation. These protruding ends are formed at the point of contact with the workpiece 1 with a rounding with a small predetermined radius. This rounding angle can be taken into account when calculating the bending angle.

35 In het huis 7 is een centrale geleidingsdam 19 aange- 1014117 6 bracht, die de voelers 14-16 tijdens de beweging daarvan geleidt. De voelers 14-16 omvatten elk een dwarsarm 20, 21 respectievelijk 22, die door samenwerking met de bovenzijde van de geleidingsdam 19 de onderste stand van de voelers 14-16 bepa-5 len.A central guiding dam 19 is arranged in the housing 7, which guides the sensors 14-16 during their movement. The sensors 14-16 each comprise a cross arm 20, 21 and 22, respectively, which determine the lower position of the sensors 14-16 by cooperation with the top of the guide dam 19.

Zoals uit fig. 1 blijkt, liggen de beide meeteenheden 17,18 aan dezelfde zijde van het verticale vlak waarin de buig-lijn ligt en is elke dwarsarm 20-22 verbonden met een gelei-dingsstang 23,24 respectievelijk 25, die eveneens aan deze zij-10 de van dit verticale vlak liggen. De geleidingsstang 23 van de voeler 14 zorgt voor een nauwkeurige geleiding van de voeler 14 in het huis 7. Een uiteinde van de dwarsarm 20 werkt samen met een meetpen 26 van de meeteenheid 17, waarvan een huis 27 is bevestigd in een koppelplaat 28. Deze koppelplaat 28 is verbon-15 den met de geleidingsstang 24 die eveneens is verbonden met de dwarsarm 21 van de voeler 15. Het zal duidelijk zijn, dat door een buigbewerking van het werkstuk 1 de voelers 14 en 15 over verschillende afstanden worden verplaatst, doordat de voelers 14,15 met verschillende punten van het werkstuk 1 samenwerken, 20 die op verschillende afstanden van de buiglijn 13 liggen. De meeteenheid 17 geeft een meetsignaal af, dat overeenkomt met het verplaatsingsverschil tussen de voelers 14 en 15.As can be seen from Fig. 1, the two measuring units 17,18 lie on the same side of the vertical plane in which the bending line lies and each cross arm 20-22 is connected to a guide rod 23,24 and 25, which are also connected to this side-10th of this vertical plane. The guide rod 23 of the sensor 14 ensures accurate guidance of the sensor 14 in the housing 7. One end of the cross arm 20 cooperates with a measuring pin 26 of the measuring unit 17, a housing 27 of which is mounted in a coupling plate 28. This coupling plate 28 is connected to the guide rod 24 which is also connected to the cross arm 21 of the sensor 15. It will be clear that by bending the workpiece 1 the sensors 14 and 15 are displaced by different distances, because the probes 14,15 cooperate with different points of the workpiece 1, 20 which are at different distances from the bending line 13. The measuring unit 17 outputs a measuring signal corresponding to the displacement difference between the sensors 14 and 15.

De dwarsarm 22 van de voeler 16 is verbonden met de geleidingsstang 25, die eveneens voor een nauwkeurige geleiding 25 van de voeler 16 in het huis 7 zorg draagt. De geleidingsstan-gen 23 en 25 zijn niet verbonden met de koppelplaat 28. De meeteenheid 18 heeft een meetpen 29 die samenwerkt met het van de voeler 16 afgekeerde uiteinde van de dwarsarm 22. Een huis 30 van de meeteenheid 18 is bevestigd aan de koppelplaat 28, 30 zodat de meeteenheid 18 een signaal afgeeft, dat afhankelijk is van het verplaatsingsverschil tussen de voelers 15 en 16.The cross arm 22 of the sensor 16 is connected to the guide rod 25, which also ensures accurate guidance 25 of the sensor 16 in the housing 7. The guide rods 23 and 25 are not connected to the coupling plate 28. The measuring unit 18 has a measuring pin 29 which cooperates with the end of the cross arm 22 remote from the sensor 16. A housing 30 of the measuring unit 18 is attached to the coupling plate 28 30 so that the measuring unit 18 outputs a signal which depends on the displacement difference between the sensors 15 and 16.

Bij de beschreven uitvoeringsvorm van de meetinrich-ting 6 liggen de uiteinden van de voelers 15 en 16 die tijdens het buigen in aanraking zijn met het werkstuk 1 op exact de-35 zelfde afstand van de buiglijn 13, zodat de voelers 15 en 16 1014117 7 over dezelfde afstand zouden worden verplaatst, indien de deel-buighoeken links en rechts van de buiglijn 13 gelijk zijn. Anders gezegd de uiteinden van de voelers 15,16 werken samen met een punt van het werkstuk, dat rechts respectievelijk links van 5 de buiglijn 13 op dezelfde afstand ligt van deze buiglijn. Aangezien de deelbuighoek aan de rechterzijde van de buiglijn 13 nauwkeurig wordt gemeten uit het verplaatsingsverschil tussen de voelers 14 en 15, kan de deelbuighoek aan de linkerzijde van de buiglijn 13 met een overeenkomstige nauwkeurigheid worden 10 bepaald uit het verschil in verplaatsing tussen de voelers 15 en 16. De meeteenheden 17 en 18 zijn aangesloten op een in fig. 1 schematisch aangeduide verwerkingseenheid 31, die de totale buighoek van het werkstuk kan bepalen uit de van de meeteenheden 17,18 ontvangen signalen.In the described embodiment of the measuring device 6, the ends of the probes 15 and 16 which contact the workpiece 1 during bending are at exactly the same distance from the bending line 13, so that the probes 15 and 16 1014117 would be moved the same distance if the partial bend angles to the left and right of the bendline 13 are equal. In other words, the ends of the feelers 15, 16 cooperate with a point of the workpiece, which is at the same distance to the bending line 13 on the right and left of the bending line, respectively. Since the partial bending angle on the right side of the bending line 13 is accurately measured from the displacement difference between the probes 14 and 15, the partial bending angle on the left side of the bending line 13 can be determined with a corresponding accuracy from the difference in displacement between the probes 15 and 16. The measuring units 17 and 18 are connected to a processing unit 31 schematically indicated in Fig. 1, which can determine the total bending angle of the workpiece from the signals received from the measuring units 17, 18.

15 Bij de beschreven meetinrichting 6 wordt door verge lijken van de verplaatsing van de voelers 15 en 16 in feite de verhouding tussen de deelbuighoeken aan weerszijden van de buiglijn 13 bepaald. Doordat de ene deelbuighoek direct uit het verplaatsingsverschil tussen de voelers 14 en 15 wordt gemeten, 20 volgt de andere deelbuighoek uit deze verhouding en daarmee de totale buighoek. Het zou ook mogelijk zijn voor het meten van de verhouding tusen de beide deelbuighoeken aan de zijde van de voelers 14,15 nog een voeler aan te brengen.In the described measuring device 6, in fact, by comparing the displacement of the sensors 15 and 16, the ratio between the partial bending angles on either side of the bending line 13 is determined. Since one partial bending angle is measured directly from the displacement difference between the sensors 14 and 15, the other partial bending angle follows from this ratio and thus the total bending angle. It would also be possible to provide a sensor for measuring the ratio between the two bending angles on the side of the sensors 14,15.

Opgemerkt wordt, dat hetzelfde meetprincipe met twee 25 meetorganen aan de ene zijde en één meetorgaan aan de andere zijde van de buiglijn 13 kan worden toegepast met andere typen meetorganen en/of met verschillende afstanden van de meetorganen tot de buiglijn. Voor de deskundige is duidelijk dat met eenvoudige goniometrische berekeningen ook bij verschillende 30 afstanden van de voelers 15 en 16 tot de buiglijn 13 uit het verplaatsingsverschil tussen de voelers 15,16 de deelbuighoeken links en rechts van de buiglijn 13 kunnen worden bepaald. Als meetorganen kunnen in plaats van mechanische voelers 14-16 en meeteenheden 17,18 andere typen meetorganen worden gebruikt, 35 waarmee de verplaatsing van een op een bepaalde afstand van de 1014117 8 buiglijn 13 gelegen punt van het werkstuk kan worden gemeten, bijvoorbeeld met behulp van lichtstralen of akoestische signalen. Geschikte meetorganen zijn bijvoorbeeld met laserdioden werkende afstandsmeters, zoals deze bijvoorbeeld in het Neder-5 landse octrooischrift 1007290 van dezelfde aanvrager zijn beschreven .It is noted that the same measuring principle with two measuring members on one side and one measuring member on the other side of the bending line 13 can be applied with other types of measuring members and / or with different distances from the measuring members to the bending line. It is clear to the person skilled in the art that with simple trigonometric calculations the partial bending angles to the left and right of the bending line 13 can also be determined at different distances from the probes 15 and 16 to the bending line 13 from the displacement difference between the probes 15, 16. Instead of mechanical probes 14-16 and measuring units 17,18, other types of measuring devices can be used as measuring members, with which the displacement of a point of the workpiece located at a certain distance from the bending line 13 can be measured, for instance by means of of light rays or acoustic signals. Suitable measuring devices are, for example, laser measuring diodes, as described for example in Dutch patent 1007290 of the same applicant.

Opgemerkt wordt voorts dat in het kader van beschrij-ving en conclusies meetorgaan elk orgaan is, waarvan een parameter een verandering ondergaat die van de buighoek van het 10 werkstuk afhankelijk, welke verandering in de conclusies als signaal is aangeduid. Dit signaal is bij de mechanische voelers de verplaatsing. Bij optische of akoestische meetorganen zal het optische of akoestische meetsignaal een verandering ondergaan, welke verandering gewoonlijk als een elektrisch uitgangs-15 signaal voor verwerking wordt aangeboden.It is further noted that, in the context of the description and claims, the measuring member is any member, a parameter of which undergoes a change depending on the bending angle of the workpiece, which change is indicated in the claims as a signal. This signal is the displacement of the mechanical probes. In optical or acoustic measuring devices, the optical or acoustic measuring signal will undergo a change, which change is usually presented as an electrical output signal for processing.

De beschreven inrichting heeft het voordeel dat de fa-bricagekosten van de meetinrichting door toepassen van slechts drie meetorganen kunnen worden gereduceerd, terwijl bovendien het huis 7 met kleinere afmetingen kan worden vervaardigd dan 20 bij toepassing van twee meetorganen aan weerzijden van de buiglijn. Hierdoor kan het vrije uiteinde 32 van het huis 7 met de centrale geleidingsdam 19 met relatief geringe afmetingen worden uitgevoerd.The described device has the advantage that the manufacturing costs of the measuring device can be reduced by using only three measuring elements, while moreover the housing 7 can be manufactured with smaller dimensions than when using two measuring elements on either side of the bending line. As a result, the free end 32 of the housing 7 with the central guide dam 19 can be constructed with relatively small dimensions.

Een stempel met een uiteinde met geringe afmetingen 25 maakt het mogelijk werkstukken met gecompliceerde vormen te buigen, in het bijzonder bij toepassing van een zogenaamd 90° stempel, waarvan een uitvoeringsvoorbeeld schematisch in de fig. 5 en 6 is weergegeven. Onderdelen die overeenkomen met de bij de uitvoering volgens de fig. 1-4 toegepaste onderdelen, 30 zijn met dezelfde verwijzingscijfers aangeduid. Fig. 5 toont een met fig. 4 overeenkomende dwarsdoorsnede, waarin de voeler 16 is te zien. In fig. 6 is de voeler 14 te zien.A punch with a small-sized end 25 makes it possible to bend workpieces with complicated shapes, in particular when using a so-called 90 ° punch, an embodiment of which is schematically shown in Figs. 5 and 6. Parts corresponding to the parts used in the embodiment according to Figs. 1-4 are designated by the same reference numerals. Fig. 5 shows a cross-section corresponding to FIG. 4, in which the sensor 16 can be seen. Figure 6 shows the sensor 14.

In fig. 7 is het vrije uiteinde 32 van het huis 7 weergegeven, waarbij met een relatief dikke lijn het werkstuk 1 35 is getekend met een U-vormige gebogen rand 33, die om het vrije 1014117 9 uiteinde 32 grijpt. Zoals uit fig. 7 blijkt, kan het vrije uiteinde 32 in de U-vormige rand 33 uitsteken, doordat aan de ene zijde van de buiglijn 13 slechts één voeler 16 aanwezig behoeft te zijn. Bij toepassing van twee voelers zou de afmeting d in 5 fig. 7 aanmerkelijk groter zijn. De voelers 14 en 15 zijn in fig. 7 schematisch door onderbroken lijnen aangeduid.Fig. 7 shows the free end 32 of the housing 7, the workpiece 1 35 being drawn with a U-shaped curved edge 33, which grips around the free end 14, with a relatively thick line. As can be seen from Fig. 7, the free end 32 can protrude into the U-shaped edge 33, because only one sensor 16 needs to be present on one side of the bending line 13. If two sensors are used, the dimension d in fig. 7 would be considerably larger. The sensors 14 and 15 are schematically indicated in broken lines in Fig. 7.

De afmeting d in fig. 7 is nog verder verkleind, doordat in de geleidingsdatrt 19 een uitsparing 34 voor de dwarsarm 22 is aangebracht. Het aanbrengen van deze uitsparing 34 is mo-10 gelijk, doordat de verticale afstand waarover de voeler 16 beweegbaar moet zijn, kleiner is dan de verticale afstand waarover de voeler 14 beweegbaar moet kunnen zijn.The dimension d in Fig. 7 has been further reduced in that a recess 34 for the cross arm 22 is provided in the guide data 19. The provision of this recess 34 is possible because the vertical distance over which the sensor 16 must be movable is smaller than the vertical distance over which the sensor 14 must be movable.

In fig. 1 is een druksensor 35 weergegeven, waarvan een voeler 36 tijdens het buigen in aanraking is met het werk-15 stuk 1. Deze druksensor wordt gebruikt bij het meten en compenseren van de terugvering van het werkstuk 1, zoals nader is beschreven in een Nederlandse octrooiaanvrage 1013517 van dezelfde aanvrager, waarnaar wordt verwezen voor een nadere toelichting .Fig. 1 shows a pressure sensor 35, a sensor 36 of which contacts the workpiece 1 during bending. This pressure sensor is used in measuring and compensating for the springback of the workpiece 1, as further described in a Dutch patent application 1013517 from the same applicant, to which reference is made for further explanation.

2 0 De uitvinding is niet beperkt tot de in het voorgaande beschreven uitvoeringsvoorbeelden, die binnen het kader der conclusies op verschillende manieren kunnen worden gevarieerd.The invention is not limited to the embodiments described above, which can be varied in a number of ways within the scope of the claims.

10141171014117

Claims (6)

1. Inrichting voor het meten van de buighoek van een werkstuk, voorzien van een huis met meetorganen, die aan weerszijden van een buiglijn zijn aangebracht, welke meetorganen signalen kunnen afgeven, die afhankelijk zijn van de verplaat-5 sing van het werkstuk ten opzichte van een uitgangsvlak, en van een verwerkingseenheid, die uit de signalen van de meetorganen de totale buighoek van het werkstuk kan afleiden, waarbij aan een eerste zijde van de buiglijn een eerste en een tweede meet-orgaan zijn aangebracht, waarvan de signalen afhankelijk zijn 10 van twee op verschillende afstanden van de buiglijn gelegen punten van het werkstuk, waaruit de verwerkingseenheid de deel-buighoek aan de eerste zijde van de buiglijn kan afleiden, met het kenmerk, dat aan de tweede zijde van de buiglijn een derde meetorgaan is aangebracht, dat een signaal kan afgeven, dat af-15 hankelijk is van de verplaatsing van een op een bepaalde afstand van de buiglijn gelegen punt van het werkstuk, waarbij de verwerkingseenheid is ingericht om uit het signaal van het derde meetorgaan en de bepaalde afstand de deelbuighoek aan de tweede zijde en de totale buighoek te bepalen.1. Device for measuring the bending angle of a workpiece, provided with a housing with measuring members arranged on either side of a bending line, which measuring members can emit signals which depend on the displacement of the workpiece with respect to an output plane, and of a processing unit, which can derive the total bending angle of the workpiece from the signals of the measuring members, wherein on a first side of the bending line a first and a second measuring member are arranged, the signals of which depend on two points of the workpiece at different distances from the bending line, from which the processing unit can derive the partial bending angle on the first side of the bending line, characterized in that a third measuring element is arranged on the second side of the bending line, that a can emit a signal that is dependent on the movement of a point of the workpiece at a certain distance from the bending line, whereby the weather The calibration unit is adapted to determine the partial bending angle on the second side and the total bending angle from the signal of the third measuring member and the determined distance. 2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij het derde meetorgaan de verplaatsing van een punt meet, dat op dezelfde afstand van de buiglijn ligt als het dichtst bij de buiglijn gelegen punt dat aan de eerste zijde van de buiglijn wordt gemeten.The device of claim 1, wherein the third measuring means measures the displacement of a point which is the same distance from the bendline as the point closest to the bendline measured on the first side of the bendline. 3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de meetorganen mechanische voelers en twee meeteenheden omvatten, waarbij de eerste meeteenheid het verplaatsingsverschil meet tussen een eerste en een tweede mechanische voeler aan de eerste zijde van de buiglijn en de andere meeteenheid het ver-30 plaatsingsverschil meet tussen de derde mechanische voeler aan de tweede zijde van de buiglijn en een van de mechanische voe- 1014117 Iers, bij voorkeur de het dichtst bij de buiglijn gelegen tweede mechanische voeler aan de eerste zijde van de buiglijn.3. Device as claimed in claim 1 or 2, wherein the measuring members comprise mechanical probes and two measuring units, the first measuring unit measuring the displacement difference between a first and a second mechanical sensor on the first side of the bending line and the other measuring unit the displacement difference measure between the third mechanical feeler on the second side of the bendline and one of the mechanical feelers, preferably the second mechanical feeler closest to the bendline on the first side of the bendline. 4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij de beide meeteenheden aan dezelfde zijde liggen van het verticale vlak 5 waarin de buiglijn ligt, waarbij elke voeler een dwarsarm heeft die samenwerkt met een geleidingsstang, die aan dezelfde zijde van het verticale vlak in het huis is geleid, waarbij de geleidingsstang van de tweede voeler is verbonden met een koppelplaat, die tevens als drager van de meeteenheden dienst doet, 10 welke meeteenheden elk een meetpen omvatten dat beweegbaar is ten opzichte van het met de koppelplaat verbonden deel en samenwerkt met de dwarsarmen van de eerste en de derde voeler.Device as claimed in claim 3, wherein the two measuring units lie on the same side of the vertical plane 5 in which the bending line lies, each sensor having a cross arm which cooperates with a guide rod, which is guided in the housing on the same side of the vertical plane the guide rod of the second sensor being connected to a coupling plate, which also serves as a carrier of the measuring units, the measuring units each comprising a measuring pin which is movable relative to the part connected to the coupling plate and cooperates with the cross arms of the first and third sensors. 5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij de voeler tussen de eerste en de derde voeler is gelegen en met zijn ge- 15 leidingsstang is verbonden met de koppelplaat.5. Device as claimed in claim 4, wherein the sensor is located between the first and the third sensor and is connected to the coupling plate with its guide rod. 6. Inrichting volgens conclusie 4 of 5, waarbij de voelers in het huis worden geleid door een centrale dam, waarbij voor de dwarsarm van de derde voeler een uitsparing in de dam is aangebracht. 10141176. Device as claimed in claim 4 or 5, wherein the sensors in the housing are guided by a central dam, wherein a recess is provided in the dam for the cross arm of the third sensor. 1014117
NL1014117A 2000-01-19 2000-01-19 Device for measuring the bending angle of a workpiece. NL1014117C2 (en)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1014117A NL1014117C2 (en) 2000-01-19 2000-01-19 Device for measuring the bending angle of a workpiece.
EP01200091A EP1118399A1 (en) 2000-01-19 2001-01-11 Apparatus for measuring the bending angle of a workpiece

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1014117A NL1014117C2 (en) 2000-01-19 2000-01-19 Device for measuring the bending angle of a workpiece.
NL1014117 2000-01-19

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1014117C2 true NL1014117C2 (en) 2001-07-20

Family

ID=19770623

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1014117A NL1014117C2 (en) 2000-01-19 2000-01-19 Device for measuring the bending angle of a workpiece.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP1118399A1 (en)
NL (1) NL1014117C2 (en)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2085162A1 (en) 2008-02-01 2009-08-05 Trumpf Werkzeugmaschinen GmbH + Co. KG Processing machine and process for bending workpieces
AT515672B1 (en) * 2014-09-11 2015-11-15 Trumpf Maschinen Austria Gmbh bending press

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2044199A1 (en) * 1970-09-07 1972-03-23 Karl Mengele & Söhne Maschinenfabrik und Eisengießerei, 8870 Günzburg Programme controlled sheet metal bending - using open tooling
US4489586A (en) * 1980-03-07 1984-12-25 Johann Hess Device for measuring the fold angle in a sheet metal bending press
US5842366A (en) * 1995-06-12 1998-12-01 Trumpf Gmbh & Company Method and a tooling machine for bending workpieces

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE2044199A1 (en) * 1970-09-07 1972-03-23 Karl Mengele & Söhne Maschinenfabrik und Eisengießerei, 8870 Günzburg Programme controlled sheet metal bending - using open tooling
US4489586A (en) * 1980-03-07 1984-12-25 Johann Hess Device for measuring the fold angle in a sheet metal bending press
US5842366A (en) * 1995-06-12 1998-12-01 Trumpf Gmbh & Company Method and a tooling machine for bending workpieces

Also Published As

Publication number Publication date
EP1118399A1 (en) 2001-07-25

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US8416424B2 (en) Laser self-mixing measuring device
CN104040288A (en) Outline profile surface roughness measurement device and outline profile surface roughness measurement method
US5008555A (en) Optical probe with overlapping detection fields
CN104897064B (en) A kind of new smooth arm amplifying type high precision length sensor and measuring method
US4975571A (en) Opto-electronic scale-reading apparatus
PT2248611E (en) A machine for continuously bending an elongated workpiece at predetermined radii
WO2000079216A1 (en) Ball step gauge
US5329458A (en) Device and method for detecting position of edge of cutting tool
KR100189674B1 (en) Bending angle detector of sheet material and operating method of press machine using the detector
US20150309665A1 (en) Optical proximity sensor for touch screen and associated calibration tool
NL1014117C2 (en) Device for measuring the bending angle of a workpiece.
CN100549614C (en) Be used to detect the device of the locus of the balladeur train that can on coordinate axis, move
US4714344A (en) Laser apparatus for monitoring geometric errors
JP4503803B2 (en) Device for measuring position and calculating guidance error
JP5188229B2 (en) Contact displacement meter
US5456020A (en) Method and sensor for the determination of the position of a position-control element relative to a reference body
EP4253917A2 (en) Overlapping fiber gratings
EP0344291B1 (en) Opto-electronic scale-reading apparatus
NL1010801C1 (en) Device for bending workpieces, as well as measuring device for such a device.
ITMI972667A1 (en) PROCEDURE FOR MEASURING THREE-DIMENSION PROFILES BY STRUCTURED LIGHT PROJECTION
US20200378803A1 (en) Optical encoder
JP5290038B2 (en) Measuring apparatus and measuring method
NL1010344C2 (en) Workpiece bending apparatus derives bending angle from difference in displacement between two factors positioned on one side of bending line
CN216523784U (en) Double-channel linear measuring sensor
US1342288A (en) Drill and wire gage

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20040801