NL1011606C2 - Bevestigingssysteem. - Google Patents
Bevestigingssysteem. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1011606C2 NL1011606C2 NL1011606A NL1011606A NL1011606C2 NL 1011606 C2 NL1011606 C2 NL 1011606C2 NL 1011606 A NL1011606 A NL 1011606A NL 1011606 A NL1011606 A NL 1011606A NL 1011606 C2 NL1011606 C2 NL 1011606C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- width
- profile element
- elongated
- nut body
- recesses
- Prior art date
Links
- 230000000712 assembly Effects 0.000 description 16
- 238000000429 assembly Methods 0.000 description 16
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 5
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16B—DEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
- F16B37/00—Nuts or like thread-engaging members
- F16B37/04—Devices for fastening nuts to surfaces, e.g. sheets, plates
- F16B37/045—Devices for fastening nuts to surfaces, e.g. sheets, plates specially adapted for fastening in channels, e.g. sliding bolts, channel nuts
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Connection Of Plates (AREA)
- Clamps And Clips (AREA)
- Flanged Joints, Insulating Joints, And Other Joints (AREA)
- Paper (AREA)
Description
Korte aanduiding: Bevestigingssysteem.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een bevestigingssysteem volgens de aanhef van conclusie 1, welk bevestigingssysteem algemeen bekend is.
In een uit de stand van de techniek algemeen bekende 5 uitvoeringsvorm is het profielelement van een dergelijk bevestigingssysteem een in doorsnede C-vormige metalen rail met twee evenwijdige en zich in langsrichting uitstrekkende zijkanten, met een bodem, die de zijkanten aan hun onderste langsranden met elkaar verbindt, en met een bovenzijde, die 10 is gevormd door twee, elk vanaf een bovenste langsrand van een zijkant naar binnen gerichte flenzen, welke flenzen tussen.hen in een zich over de hele lengte van het profielelement uitstrekkende langssleuf met een breedte A begrenzen. Dit bekende metalen profielelement heeft in de 15 bodem een gatenpatroon met gaten die hoofdzakelijk bestemd zijn om het profielelement aan een wand of plafond te kunnen bevestigen. Van dat bekende gatenpatroon maken langwerpige uitsparingen deel uit, die op een afstand van elkaar in de bodem van het profielelement zijn aangebracht.
20 Dergelijke profielelementen worden verhandeld en toegepast als onderdeel van een bevestigingssysteem, welk bevestigingssysteem verder met het profielelement te verbinden bevestigingssamenstellen omvat. Hierbij zijn de afmetingen van het profielelement en van de 25 bevestigingssamenstellen op elkaar afgestemd, welke combinaties door de fabrikant in de catalogus worden vermeld.
Een met een dergelijk profielelement te combineren bevestigingssamenstel is in diverse uitvoeringen bekend.
30 In de eenvoudigste bekende uitvoering omvat een dergelijk bevestigingssamenstel niet meer dan een langwerpig moerlichaam, dat gewoonlijk uit metaal is vervaardigd. Het langwerpige moerlichaam heeft, een breedte C die kleiner is dan de breedte A van de langssleuf van het daarmee te 35 combineren profielelement en heeft een lengte D die groter 1011606 2 is dan de breedte A van de langssleuf van het profielelement .
In veel bekende varianten op deze eenvoudige uitvoeringsvorm omvatten de bekende bevestigingssamenstellen 5 die deel uitmaken van een bevestigingssysteem als hier bedoeld verder een met de hand vast te pakken greepmiddel, dat met het langwerpige moerlichaam is verbonden en boven de bovenzijde van het moerlichaam uitsteekt.
Bij het monteren van het bevestigingssamenstel tegen de 10 bovenzijde van het profielelement kan dan het bevestigingssamenstel bij het greepmiddel worden vastgepakt en het moerlichaam, terwijl dit moerlichaam met de onderzijde daarvan in hoofdzaak evenwijdig is gericht aan de bovenzijde van het profielelement, met de langsas daarvan in 15 lijn kan gebracht met de langssleuf en dan tussen de flenzen door in het profielelement worden gebracht. Door vervolgens het moerlichaam te draaien, kan worden bereikt dat het langwerpige moerlichaam met zijn uiteinden achter de flenzen van het langwerpige profielelement grijpt.
20 Het bevestigingssamenstel dat deel uitmaakt van een dergelijk systeem kan zoals eerder is genoemd zeer verschillende uitvoeringen hebben.
In een eerste bekende uitvoeringsvorm omvat een dergelijk bevestigingssamenstel een langwerpig moerlichaam 25 met een daarin vastgezette of integraal aangevormde en van buitenschroefdraad voorziene steel of staaf, die vanaf de bovenzijde van het moerlichaam uitsteekt. Een dergelijk bevestigingssamenstel omvat verder vaak een oplegorgaan, dat tegen de buitenzijde van de flenzen van het profielelement 30 komt te liggen, en een op de steel geschroefde vastzetmoer. Eventueel bevindt zich een veer tussen de vastzetmoer en het oplegorgaan.
In een tweede bekende uitvoeringsvorm omvat een dergelijk bekend bevestigingssamenstel een langwerpig 35 moerlichaam, dat is voorzien van een schroefgat voor een later daarin te schroeven boutonderdeel. Aan het moerlichaam is een verend klemlichaam bevestigd, dat dient om het 1011606 3 moerlichaam vast te klemmen aan de flenzen van het profielelement zolang het boutonderdeel nog niet is aangebracht om het langwerpige moerlichaam stevig tegen de onderzijde van de flenzen aan te trekken. Het klemlichaam 5 vormt dan het greepdeel dat men vastpakt bij het door de langssleuf in het profielelement brengen van het moerlichaam.
De bovengenoemde bekende bevestigingssamenstellen, alsmede bevestigingssamenstellen zoals beschreven in de 10 aanhef van conclusie 1 zijn onder andere beschreven in de volgende octrooipublikaties: US 4 830 531, US 4 840 525, US 5 209 619, US 4 666 355, US 3 493 025, EP 0 775 838, EP 0 604 361, EP 0 805 279, DE 197 22 781, EP 0 702 160 en EP 0 731 282.
15 Een bekende toepassing van een dergelijk bevestigingssysteem is de bevestiging van pijpbeugels aan de wand of het plafond van een gebouw. Ook worden dergelijke bevestigingssystemen gebruikt om een raamwerk te maken van meerdere met elkaar verbonden profielelementen. Een 20 dergelijk raamwerk wordt bijvoorbeeld toegepast als ondersteuning voor wandplaten.
Voor het langs een wand aanbrengen van meerdere naast elkaar lopende leidingen wordt vaak eerst een op maat afgekorte lengte van het profielelement haaks vanaf de wand 25 uitstekend aangebracht. Aan de zijde van de langssleuf van het profielelement, bijvoorbeeld de naar boven gerichte zijde, worden dan meerdere bevestigingssamenstellen aan het profielelement aangebracht, bijvoorbeeld van het in DE 197 22 778 getoonde type, elk met een omhoogstekende en van 30 schroefdraad voorziene steel. Daarna wordt op elke steel een pijpbeugel vastgezet.
Bij deze montage van de leidingen bestaat vaak de wens of noodzaak een of meer leidingen aan de tegenover de langssleuf gelegen zijde, de bodemzijde, van het 35 profielelement te bevestigen. Bij de bekende bevestigingssystemen dient daartoe een lange schroefbout van bovenaf door het profielelement te worden gestoken, door een 1011606 4 gat in de bodem, waarbij dan tussen de kop van de schroefbout en de bovenzijde van het profielelement een sluitplaat wordt aangebracht. Op het naar beneden onder het profielelement uitstekende deel van die schroefbout wordt 5 dan een pijpbeugel aangebracht.
Dit heeft als nadeel dat de bovenzijde van het profielelement vaak moeilijk toegankelijk is voor de monteur vanwege de daar aanwezige pijpbeugels en/of reeds geplaatste leidingen, zodat met de montage ongewenste veel tijd en 10 inspanning is gemoeid.
De onderhavige uitvinding beoogt een verbeterd bevestigingssysteem te verschaffen, dat bovengenoemd nadeel op he ft.
De onderhavige uitvinding verschaft daartoe een 15 bevestigingssysteem volgens conclusie 1. Doordat nu de breedte van de langwerpige uitsparingen in de bodem van het profielelement groter is dan de breedte van de met dat profielelement te combineren bevestigingssamenstellen, kan de monteur eenvoudig van onderaf een bevestigingssamenstel 20 aanbrengen in een langwerpige uitsparing in de bodem van het profielelement.
Met voordeel is de lengte L van de langwerpige uitsparingen in de bodem groter dan de lengte D van het langwerpige moerlichaam, zodat het moerlichaam met de 25 onderzijde daarvan in hoofdzaak evenwijdig aan de bodem van het profielelement door de langwerpige uitsparing in het profielelement kan worden gebracht. Het is echter ook denkbaar dat de lengte L kleiner is dan de lengte D, zodanig dat dan het moerlichaam om een dwarsas gekanteld door de 30 langwerpige uitsparing in de bodem van het profielement kan worden gestoken en dan weer teruggekanteld en eventueel gedraaid, zodat het moerlichaam achter het profielelement grijpt.
De maatregel volgens de uitvinding is bij de produktie 35 van het profielelement van het systeem eenvoudig en zonder additionele bewerkingen te realiseren. In feite komt deze maatregel er op neer dat de langwerpige uitsparingen in de 1011606 5 bodem van het profielelement breder worden gemaakt dan bij de bekende profielelementen. Door deze eenvoudig te realiseren maatregel volgens de uitvinding kan een en hetzelfde bevestigingssamenstel, dat bestemd is om met een 5 bepaald profielelement een bevestigingssysteem volgens de uitvinding te vormen, zowel aan de zijde van de langssleuf als aan de zijde van de bodem van dat profielelement worden bevestigd. De eerder beschreven omslachtige oplossing is dus niet meer nodig en de monteur kan snel en efficient werken. 10 Bij voorkeur is de breedte B van de langwerpige uitsparingen in de bodem van het langwerpige profielelement minder dan 1 millimeter groter dan de breedte C van het langwerpige moerlichaam van het bevestigingssamenstel en met bijzondere voorkeur is de breedte B van de uitsparingen in 15 de bodem van het langwerpige profielelement minder dan 0,5 millimeter groter dan de breedte C van het moerlichaam van het bevestigingssamenstel. Door de breedte B van de langwerpige uitsparingen in de bodem zo klein mogelijk te houden ten opzichte van de breedte van het moerlichaam wordt 20 bereikt dat het langwerpige profielelement een zo groot mogelijke stijfheid en stevigheid blijft behouden. Tevens wordt het door de in de klemstand gedraaide moerlichaam te overbruggen afstand tussen de flenzen op die manier zo klein mogelijk gehouden, hetgeen voordelig is voor de 25 belastbaarheid van het bevestigingssysteem.
Met bijzonder voorkeur is de breedte B van de sleufuitsparing in de bodem gelijk aan de breedte A van de langssleuf in de bovenzijde.
De onderhavige uitvinding verschaft voorts een langwer-30 pig profielelement zoals omschreven in conclusie 7. Met een dergelijk langwerpig profielelement kan in combinatie met reeds bestaande bevestigingssamenstellen het bevestigingssysteem volgens de uitvinding worden verschaft.
De onderhavige uitvinding zal hierna nader worden 35 toegelicht aan de hand van de tekening. Daarin toont: 1011606 6
Fig. 1 een aanzicht in perspectief van een uitvoeringsvoorbeeld van het bevestigingssysteem volgens de uitvinding;
Fig. 2 een dwarsdoorsnede over de lijn II-II in fig. 1 met 5 de bevestigingssamenstellen in een eerste positie;
Fig. 3 de weergave van fig. 2 met de bevestigingssamenstellen in een tweede positie;
Fig. 4 de weergave van fig. 2 met de bevestigingssamenstellen in een derde positie, 10 Fig. 5 in een aanzicht overeenkomstig figuur 2 het profielelement met een ander bevestigingssamenstel,
Fig. 6 het bevestigingssamenstel van figuur 5 met uiteengenomen delen.
15 In fig. 1 is een bevestigingssysteem 1 volgens de uitvinding weergegeven met een profielelement 2 en met twee identieke en op het betreffende profielelement afgestemde bevestigingssamenstellen 3, 3a.
Het profielelement 2 is hier een rechte metalen rail 20 met een in hoofdzaak C-vormige doorsnede. Het profielelement 2 heeft twee evenwijdige en zich in langsrichting uitstrekkende zijkanten 4, 5, een bodem 6, die de onderste langsranden van de zijkanten 4, 5 verbindt, en een bovenzijde, die is gevormd door een vanaf de bovenste 25 langsrand van elke zijkant 4, 5 naar binnen gerichte flens 7, 8. Tussen de flenzen 7, 8 strekt zich over de hele lengte van het profielelement 2 een langssleuf 9 uit, welke langssleuf 9 een breedte A heeft.
In de bodem 6 zijn meerdere langwerpige 30 sleufuitsparingen 10 aanwezig. De sleufuitsparingen 10 liggen op afstand van elkaar en kunnen deel uitmaken van een verder niet getoond gatenpatroon, dat verder een of meer andere gaten kan omvatten, bijvoorbeeld cirkelvormige gaten die dienst kunnen doen ter bevestiging van het 35 profielelement 2 aan een wand of plafond.
De sleufuitsparingen 10 zijn gekenmerkt door een breedte B en een lengte L, waarbij de lengte L groter is dan 1011606 7 de breedte B. In dit voorbeeld ligt de langsas van elke sleufuitsparingen 10 evenwijdig aan de langsas van het profielelement 2. In de getoonde uitvoering ligt de langas van elke sleufuitsparingen 10 in het midden van de bodem 6.
5 In de getoonde voorkeursuitvoeringsvorm is de breedte B
van de sleufuitsparingen 10 gelijk aan de breedte A van de langssleuf 9 van het profielelement. Hierdoor is een optimale afstemming mogelijk tussen de breedte van de langssleuf 9 en van de sleufuitsparingen 10 enerzijds en de 10 breedte C van het langwerpige moerlichaam 15, 15a anderzijds.
In een niet getoonde variant kan er in zijn voorzien dat de langsas van elke sleufuitsparing 10 onder een hoek, ten opzichte van de langsas van het profielelement 2 is • 15 gericht.
De vorm van het uitsparingen 10 is hier rechthoekig, maar zou ook anders kunnen zijn. In de praktijk zijn de hoeken van de uitsparingen 10 met voordeel afgerond.
De onderlinge afstand tussen de uitsparingen 10 wordt 20 in hoofdzaak bepaald door de gevraagde montagemogelijkheden, bijvoorbeeld de onderlinge afstand tussen naast elkaar gelegen leidingen die met het bevestigingssysteem worden bevestigd.
Zoals eerder opgemerkt zijn de getoonde 25 bevestigingssamenstellen 3 en 3a identiek. Om deze reden zal alleen het bevestigingssamenstel 3 nader worden beschreven, waarbij overeenkomstige delen van het bevestigingssamenstel 3 zijn aangeduid met hetzelfde verwijzingscijfer voorzien van een "a".
30 Het bevestigingssamenstel 3 omvat een langwerpig, in hoofdzaak rechthoekig moerlichaam 15 met een bovenzijde 16 en een daartegenover gelegen onderzijde 17.
Het moerlichaam 15 heeft een lengte D en een breedte C, waarbij de lengte D groter is dan de breedte C. De breedte C 35 is kleiner dan de breedte A van de langssleuf 9. Het moerlichaam 15, 15a zoals weergegeven in fig. 1 hoeft niet 1011606 8 rechthoekig te zijn. Uitvoeringsvormen waarbij de hoeken zijn afgeschuind c.q. afgerond zijn eveneens mogelijk.
Het moerlichaam 15 is verder voorzien van een van buitenschroefdraad voorziene steel 18, die vanaf de 5 bovenzijde 16 uitsteekt en tevens dienst doet als greepmiddel voor het met de hand vastpakken van het bevestigingsamenstel 3. Verder kan het bevestigingssamenstel bijvoorbeeld een op de steel 18 geschoven onderlegring en een op de steel 18 geschroefde moer omvatten, waarbij dan 10 tevens een veerorgaan kan zijn voorzien tussen de onderlegring en de moer of tussen de onderlegring en het langwerpige moerorgaan.
Aan de hand van de figuren 2-4 zal de werking van het bevestigingssysteem 1 nader worden toegelicht. In fig. 2 is 15 een dwarsdoorsnede van het profielelement 2 over de lijn II-II (fig. 1) weergegeven, waarbij aan de bovenzijde een bevestigingssamenstel 3 en aan de bodemzijde een bevestigingssamenstel 3a is gepositioneerd. De bevestigingssamenstellen 3, 3a in die eerste stand met de 20 hand vastgehouden, met name bij de steel 18 of een daarop geschroefd orgaan en zodanig ten opzichte van de langssleuf 9 respectievelijk de sleufuitsparing 10 gepositioneerd dat de onderzijde 17, 17a van elk moerlichaam 15, 15a in hoofdzaak evenwijdig is gericht met de bovenzijde 25 respectievelijk de bodem 6 van het profielelement 2. Bovendien wordt het moerlichaam 15, 15a met de langsas daarvan in lijn gebracht met de langsas van de langssleuf 9 respectievelijk de langsas van de uitsparing 10 (zie fig.
2) .
30 Vervolgens wordt het moerlichaam 15, 15a door de langssleuf 9 danwel de uitsparing 10 in het profielelement 2 gebracht (zie fig. 3) en vervolgens gedraaid (zie fig. 4), om achter de flenzen 7, 8 respectievelijk de de bodem 6 te grijpen. Daarna kan het moerlichaam 15, 15a stevig tegen het 35 profielelement worden getrokken en vastgezet.
Belangrijkste aspect van de uitvinding is derhalve dat de bevestigingssamenstellen 3, 3a zowel aan de bovenzijde T011606 9 als aan de bodemzijde van het profielelement kunnen worden bevestigd, waarbij dan sprake is van een afstemming van de bevestigingssamenstellen 3, 3a op de langssleuf 9 en de uitsparingen 10. Die afstemming betreft in het bijzonder de 5 breedte C van het moerlichaam 15, 15a die in een voorkeursuitvoeringsvorm minder dan 1 millimeter kleiner is dan de hier identieke breedtes A en B.
In figuur 5 is het profielelement 2 te herkennen alsmede een daarmee te combineren bevestigingssamenstel 25, 10 dat anders is uitgevoerd dan het eerder beschreven bevestigingssamenstel 3, 3a en dat in detail is getoond in figuur 6.
Het bevestigingssamenstel 25 omvat een langwerpig moerlichaam 26, een elastisch veerorgaan 27 en een 15 onderlegring 28, welke onderdelen tot een geheel zijn voorgemonteerd.
Het moerlichaam 26 heeft een schroefgat 29 voor het daarin schroeven van een boutonderdeel. Het veerorgaan 27 heeft verbindingsbenen 30, waarmee het veerorgaan 27 met het 20 moerlichaam 26 is verbonden. Verder heeft het veerorgaan 27 een ringdeel 31 met twee helften, die bestemd zijn om elastisch samendrukbaar tegen het profielelement 2 te steunen. De onderlegring 28, bij voorkeur van metaal, is in het veerorgaan 27 geklemd.
1011608
Claims (7)
- 2. Bevestigingssysteem volgens conclusie 1, waarbij de lengte L van de langwerpige uitsparingen (10) in de bodem (6) groter is dan de lengte D van het moerlichaam (15, 15 a; 2 6) .
- 3. Bevestigingssysteem volgens conclusie 1 of 2, waarbij waarbij het bevestigingssamenstel (3, 3a) verder een met de hand vast te pakken greepmiddel (18, 18a) omvat, dat met het moerlichaam (15, 15a) is verbonden en boven de bovenzijde (16, 16a) van het moerlichaam (15, 15a) uitsteekt. 15
- 4. Bevestigingssysteem volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de breedte B van de langwerpige uitsparingen (10) in de bodem (6) van het langwerpige profielelement (2) minder dan 1 mm. groter is dan 20 de breedte C van het langwerpige moerlichaam (15a) van het bevestigingssamenstel (3a).
- 5. Bevestigingssysteem volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de breedte B van de 25 langwerpige uitsparingen (10) in de bodem (6) van het langwerpige profielelement (2) minder dan 0,5 mm groter is dan de breedte C van het moerlichaam (15a) van het bevestigingssamenstel (3a) . 1 2 3 4 5 6 1011608
- 6. Bevestigingssysteem volgens een of meer van de 2 voorgaande conclusies, waarbij de breedte B van de 3 uitsparingen (10) in de bodem (6) van het langwerpige 4 profielelement (2) gelijk is aan de breedte A van de 5 langssleuf aan de bovenzijde van het profielelement. 6
- 7. Bevestigingssysteem volgens een of meer van de voorgaande conclusies 1-5, waarbij de breedte B van de uitsparingen (10) in de bodem (6) van het langwerpige profielelement (2) kleiner is aan de breedte A van de langssleuf aan de bovenzijde van het profielelement.
- 8. Langwerpig en in doorsnede in hoofdzaak C-vormig profielelement (2) met twee evenwijdige en zich in langsrichting uitstrekkende zijkanten (4,5), een bodem (6), die de zijkanten (4,5) aan hun onderste langsranden met elkaar verbindt, en een bovenzijde, die is gevormd door een 10 vanaf de bovenste langsrand van elke zijkant naar binnen gerichte flens (7, 8), welke flenzen (7, 8) tussen hen in een zich over de lengte van het profielelement (2) uitstrekkende langssleuf (9) met een breedte A begrenzen, waarbij in de bodem (6) meerdere langwerpige uitsparingen 15 (10) met een breedte B en lengte L aanwezig zijn, waarbij de lengte L groter is dan de breedte B, welke uitsparingen (10) op regelmatige afstand van elkaar zijn gelegen, met het kenmerk, dat de breedte B van de langwerpige uitsparingen (10) tenminste even breed is als de breedte A van de 20 langssleuf (9). 1011608
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1011606A NL1011606C2 (nl) | 1999-03-19 | 1999-03-19 | Bevestigingssysteem. |
| EP00201009A EP1039154B1 (de) | 1999-03-19 | 2000-03-20 | Befestigungssystem |
| AT00201009T ATE267964T1 (de) | 1999-03-19 | 2000-03-20 | Befestigungssystem |
| DE50006549T DE50006549D1 (de) | 1999-03-19 | 2000-03-20 | Befestigungssystem |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1011606A NL1011606C2 (nl) | 1999-03-19 | 1999-03-19 | Bevestigingssysteem. |
| NL1011606 | 1999-03-19 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1011606C2 true NL1011606C2 (nl) | 2000-09-20 |
Family
ID=19768871
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1011606A NL1011606C2 (nl) | 1999-03-19 | 1999-03-19 | Bevestigingssysteem. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP1039154B1 (nl) |
| AT (1) | ATE267964T1 (nl) |
| DE (1) | DE50006549D1 (nl) |
| NL (1) | NL1011606C2 (nl) |
Families Citing this family (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2849681B1 (fr) * | 2003-01-08 | 2005-09-30 | Automobiles Auverland S N A A | Dispositif de fixation pour le montage d'elements dans un espace restreint |
| DE212013000308U1 (de) * | 2013-08-29 | 2016-04-20 | J. Van Walraven Holding B.V. | Befestigungssystem |
| GB2517779A (en) * | 2013-08-31 | 2015-03-04 | Opemed Europ Ltd | Track mounting system |
| DE102017116856A1 (de) * | 2017-07-26 | 2019-01-31 | Fischerwerke Gmbh & Co. Kg | Montageschiene mit einem Befestigungselement |
| DE102018119442A1 (de) * | 2018-08-09 | 2020-02-13 | Sortimo International Gmbh | Hammermutter und Profilelement für eine Hammermutter |
Citations (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3493025A (en) | 1968-04-01 | 1970-02-03 | Youngstown Sheet And Tube Co | Attachment device for apertured structural members |
| FR2328873A1 (fr) * | 1975-10-24 | 1977-05-20 | Mueller Franz | Barre porteuse a profil en c pour dispositifs de suspension |
| US4666355A (en) | 1986-08-04 | 1987-05-19 | Usg Industries, Inc. | Top grip lock nut assembly |
| US4830531A (en) | 1985-10-04 | 1989-05-16 | Unistrut International Corp. | Unitary connection assembly for metal channels and method for assembly |
| US4840525A (en) | 1987-12-09 | 1989-06-20 | Unistrut International Corp. | Fastener restrainer for framing system |
| FR2677430A1 (fr) * | 1991-06-10 | 1992-12-11 | Seine Const Elect | Perfectionnements aux profiles en c. |
| US5209619A (en) | 1992-06-09 | 1993-05-11 | B-Line Systems, Inc. | Channel nut fastener |
| EP0604361A1 (de) | 1992-12-19 | 1994-06-29 | HILTI Aktiengesellschaft | Befestigungsvorrichtung |
| EP0702160A2 (de) | 1994-09-16 | 1996-03-20 | HILTI Aktiengesellschaft | Befestigungsmutter für Profilschienen |
| DE4444413A1 (de) * | 1994-12-14 | 1996-06-20 | Siegfried Fricker | Bausatz für Skelettkonstrukionen wie Regale, Rahmen, Ständer u. dgl. |
| EP0731282A1 (de) | 1995-03-06 | 1996-09-11 | Rost & Co. GmbH | Befestigungselement |
| EP0775838A1 (en) | 1995-11-21 | 1997-05-28 | J. van Walraven B.V. | A device for fastening an object, more particularly a pipe, to a wall |
| EP0805279A2 (de) | 1996-04-30 | 1997-11-05 | Weber-Hydraulik GmbH | Kolben-Zylindereinheit |
| US5799907A (en) * | 1996-02-26 | 1998-09-01 | Andronica; Ronald | Pipe straps |
| DE19722781A1 (de) | 1997-05-30 | 1998-12-03 | Ott Rita | Begasungseinrichtung |
-
1999
- 1999-03-19 NL NL1011606A patent/NL1011606C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2000
- 2000-03-20 DE DE50006549T patent/DE50006549D1/de not_active Expired - Lifetime
- 2000-03-20 EP EP00201009A patent/EP1039154B1/de not_active Expired - Lifetime
- 2000-03-20 AT AT00201009T patent/ATE267964T1/de not_active IP Right Cessation
Patent Citations (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3493025A (en) | 1968-04-01 | 1970-02-03 | Youngstown Sheet And Tube Co | Attachment device for apertured structural members |
| FR2328873A1 (fr) * | 1975-10-24 | 1977-05-20 | Mueller Franz | Barre porteuse a profil en c pour dispositifs de suspension |
| US4830531A (en) | 1985-10-04 | 1989-05-16 | Unistrut International Corp. | Unitary connection assembly for metal channels and method for assembly |
| US4666355A (en) | 1986-08-04 | 1987-05-19 | Usg Industries, Inc. | Top grip lock nut assembly |
| US4840525A (en) | 1987-12-09 | 1989-06-20 | Unistrut International Corp. | Fastener restrainer for framing system |
| FR2677430A1 (fr) * | 1991-06-10 | 1992-12-11 | Seine Const Elect | Perfectionnements aux profiles en c. |
| US5209619A (en) | 1992-06-09 | 1993-05-11 | B-Line Systems, Inc. | Channel nut fastener |
| EP0604361A1 (de) | 1992-12-19 | 1994-06-29 | HILTI Aktiengesellschaft | Befestigungsvorrichtung |
| EP0702160A2 (de) | 1994-09-16 | 1996-03-20 | HILTI Aktiengesellschaft | Befestigungsmutter für Profilschienen |
| DE4444413A1 (de) * | 1994-12-14 | 1996-06-20 | Siegfried Fricker | Bausatz für Skelettkonstrukionen wie Regale, Rahmen, Ständer u. dgl. |
| EP0731282A1 (de) | 1995-03-06 | 1996-09-11 | Rost & Co. GmbH | Befestigungselement |
| EP0775838A1 (en) | 1995-11-21 | 1997-05-28 | J. van Walraven B.V. | A device for fastening an object, more particularly a pipe, to a wall |
| US5799907A (en) * | 1996-02-26 | 1998-09-01 | Andronica; Ronald | Pipe straps |
| EP0805279A2 (de) | 1996-04-30 | 1997-11-05 | Weber-Hydraulik GmbH | Kolben-Zylindereinheit |
| DE19722781A1 (de) | 1997-05-30 | 1998-12-03 | Ott Rita | Begasungseinrichtung |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ATE267964T1 (de) | 2004-06-15 |
| DE50006549D1 (de) | 2004-07-01 |
| EP1039154A1 (de) | 2000-09-27 |
| EP1039154B1 (de) | 2004-05-26 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US10161127B2 (en) | Fitting for channel framing | |
| US10619791B2 (en) | Channel framing with additional functional side | |
| US5685238A (en) | Shelving apparatus | |
| US6120206A (en) | Switch cabinet with rack and wall elements | |
| SK283528B6 (sk) | Nastaviteľný nosníkový záves | |
| US20100193645A1 (en) | Channel joining system with a mounting channel and a joining part for joining the mounting channel to a support | |
| NL1011606C2 (nl) | Bevestigingssysteem. | |
| NL1026797C2 (nl) | Bevestigingssamenstel. | |
| CZ289959B6 (cs) | Stěnová podpěra pro spodní části fasádní konstrukce | |
| NL1032991C2 (nl) | Pijpbeugel. | |
| NL8200046A (nl) | Klamp. | |
| NL1010655C1 (nl) | Bevestigingssamenstel voor bevestiging van een voorwerp aan een profielelement met een langssleuf. | |
| NL1009276C2 (nl) | Pijpbeugel. | |
| EP3384098A1 (en) | Joist hanger | |
| NL1027204C2 (nl) | Behuizing. | |
| NL1005552C2 (nl) | Verbindingssamenstel voor kokerelementen met een langssleuf. | |
| NL8800264A (nl) | Inrichting ter bevestiging van een pijpbevestigingsbeugel op een van een langssleuf voorzien kokervormig draagprofiel. | |
| NL8003184A (nl) | Verbindingsorgaan voor het onder een hoek aan elkaar bevestigen van twee holle staafelementen. | |
| JPH0742183Y2 (ja) | ダクト用振止め金具 | |
| JPH0613334Y2 (ja) | 子扉付きパネルの吊り下げ構造 | |
| EP0771397B1 (en) | Apparatus for carrying a tube or a bar | |
| KR200473256Y1 (ko) | 높이조절식 조립선반 | |
| NL1009809C2 (nl) | Bevestigingssamenstel voor bevestiging van een voorwerp aan een profielelement met een langssleuf. | |
| JPH09228543A (ja) | 吹抜部の天井構造 | |
| JPH082266Y2 (ja) | 屋根面カーテンウォール用ファスナーの取付け用ブラケット |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20041001 |