[go: up one dir, main page]

BE901772A - Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte. - Google Patents

Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte. Download PDF

Info

Publication number
BE901772A
BE901772A BE2/60622A BE2060622A BE901772A BE 901772 A BE901772 A BE 901772A BE 2/60622 A BE2/60622 A BE 2/60622A BE 2060622 A BE2060622 A BE 2060622A BE 901772 A BE901772 A BE 901772A
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
slats
series
sludge
space
separator
Prior art date
Application number
BE2/60622A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Everaerts Guido E T
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Everaerts Guido E T filed Critical Everaerts Guido E T
Priority to BE2/60622A priority Critical patent/BE901772A/nl
Publication of BE901772A publication Critical patent/BE901772A/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C02TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02FTREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02F1/00Treatment of water, waste water, or sewage
    • C02F1/52Treatment of water, waste water, or sewage by flocculation or precipitation of suspended impurities
    • C02F1/5281Installations for water purification using chemical agents
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D21/00Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
    • B01D21/003Sedimentation tanks provided with a plurality of compartments separated by a partition wall
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D21/00Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
    • B01D21/0039Settling tanks provided with contact surfaces, e.g. baffles, particles
    • B01D21/0045Plurality of essentially parallel plates
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D21/00Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
    • B01D21/10Settling tanks with multiple outlets for the separated liquids
    • B01D21/16Settling tanks with multiple outlets for the separated liquids provided with flocculating compartments

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Hydrology & Water Resources (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Water Supply & Treatment (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Separation Of Suspended Particles By Flocculating Agents (AREA)

Abstract

Het bovenste gedeelte 1 vormt een container en is losneembaar op het onderste, een bovenaan open slibverzamelruimte vormend gedeelte 2 gemonteerd. Door schotten 13,14 en 15,16 is het bovenste bezinkgedeelte 1 ingedeeld in een technische ruimte 17 waarin de flocculator 21,22 is gemonteerd, een bezinkruimte 18 waarin twee door een dode zone 29 van elkaar gesscheiden reeksen tussen zijwanden 27 gemonteerde lamellen 28 van een lamellenafscheidinrichting en onder elke reeks een trechtervormige doorgang 34 zijn gevormd, en een slibafvoerruimte. De zijwanden 35 en 36 van elke doorgang 34 maken aan hun bovenkant een hoek van 30 met de vertikaal.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   BESCHRIJVING behorende bij een
UITVINDINGSOCTROOIAANVRAGE ten name van
Guido Eugène Theresia EVERAERTS voor : "Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte". 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 



   De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het zuiveren van water, welke inrichting een flocculator bevat, een ermee in verbinding staande lamellenafscheidinrichting die ten minste een reeks evenwijdige, zieh tussen twee zijwanden schuin naar onder uitstrekkende lamellen bevat en die onderaan tussen de lamellen van openingen voor het slib en voor de toevoer van het van de flocculator komende water is voorzien, een slibverzamelruimte onder de afscheidinrichting, een watertoevoer die op de flocculator uitgeeft en een waterafvoer die op de afscheidinrichting aansluit. 



   Dergelijke inrichtingen worden vooral gebruikt indien slechts weinig oppervlakte voor han-den is. Een lamellenafscheidinrichting bezit immers een merkelijk groter afscheidingsvermogen per   oppervlakteeenheid   dan een gewone bezinktank. 



   Een inrichting van de hiervoor gedoelde soort is beschreven in het Nederlandse octrooi nr. 156. 932. 



   In deze bekende inrichting geeft de open onderkant van de lamellenafscheidinrichting rechtstreeks uit op de bovenaan open slibverzamelruimte. Deze slibverzamelruimte is uitgevoerd als een indikkingsafdeling met een harkorgaan voor het langs mechanische weg indikken van het slib. De bedoeling daarvan is de vaste stofconcentratie in het slib te vergroten. Het gisten van het slib in de slibverzamelruimte wordt vermeden door continu slib met troebel water uit deze ruimte af te voeren en te vervangen door vers waterig slib. 



   Door de aanwezigheid van een harkorgaan en de noodzaak continu slib met troebel water uit de slibverzamelruimte weg te pompen is deze inrichting relatief kostelijk in fabricage en gebruik. 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 



   Het slib dat uit de bezinktank wordt afgevoerd, moet verder nog in een-gistingstank worden verwerkt. 



   Indien er gisting in de bezinktank zou plaatsvinden, dan zouden de opstijgende gasbellen doorheen de lamellenafscheidinrichting opstijgen en de werking ervan hinderen. Ook stoffen die gaan bovendrijven zouden in de inrichting terechtkomen en op korte tijd een goede werking van deze afscheidinrichting onmogelijk maken. 



   In andere bekende inrichtingen van de hiervoor genoemde soort, geeft de lamellenafscheidinrichting met de open onderkant rechtstreeks uit op de open bovenkant van de slibverzamelruimte. Deze ruimte geeft met   één   einde onderaan op een trechter uit en op de bodem van de slibverzamelruimte is een transportinrichting opgesteld die continu het slib dat bezinkt naar de trechter voert van waaruit het slib wordt afgevoerd. 



   Ook bij-deze inrichting moet gisting van het slib in de slibverzamelruimte worden vermeden om te beletten dat opstijgende gasbellen of vlottende deeltjes de werking van de slibafscheidinrichting zouden storen. Het gebruik van een transportinrichting in de bezinktank heeft een nadelige weerslag op de kosten van constructie en gebruik van de inrichting. 



   In een nog andere bekende inrichting van het hiervoor gedoelde type geeft de lamellenafscheidinrichting met de open onderzijde rechtstreeks uit op een aantal vierkante   trechters. Ook   deze trechters vormen gewone bezinktanks die periodiek worden geledigd. Een gisting in deze tanks zou de werking van de lamellenafscheidinrichting hinderen. 



   De uitvinding heeft tot doel deze nadelen te verhelpen en een inrichting voor het zuiveren van water te verschaffen die relatief eenvoudig van constructie is en onder meer   geen   beweegbare organen in de slibverzamelruimte vereist en waarbij daarenboven de slibverzamelruimte als 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 gistingsruimte dienst kan doen. 



   Tot dit doel bevat de inrichting een trechtervormige 
 EMI4.1 
 doorgang voor het slib tussen de van de lamellenafscheidinrichting en de welke doorgang met zijn hellende zijwanden en dus met zijn onderste smalle langwerpige opening dwars op de lamellen is gericht. 



   Door deze trechtervormige doorgang kan het slib dat bezinkt de slibverzamelruimte bereiken maar worden verticaal uit de slibverzamelruimte opstijgende gasbellen en deeltjes die gaan drijven belet de lamellenafscheidinrichting te bereiken. Deze bellen en drijvende deeltjes worden aan de buitenkant van de trechtervormige doorgang afgeleid en komen naast de afscheidingsinrichting terecht. 



   In een bijzondere uitvoeringsvorm van de uitvinding maakt elk van de schuin naar onder hellende, dwars op de lamellen gerichte zijwanden van de trechtervormige doorgang aan zijn bovenzijde een hoek tussen 300 en 350 met de verticaal. 



   In een doelmatige uitvoeringsvorm van de uitvinding bezit de trechtervormige doorgang onderaan een kleinste breedte van nagenoeg 10 cm. 



   In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding bevat de lamellenafscheidinrichting ten minste twee naast elkaar opgestelde reeksen   evenwijdige, zieh   tussen twee zijwanden schuin naar onder uitstrekkende   lamellen, welke   reeksen door een met zijn onderkant met de slibverzamelruimte in verbinding staande dode ruimte van elkaar zijn gescheiden en bevat de inrichting onder elke reeks lamellen een afzonderlijke trechtervormige doorgang die de onderkant van een reeks lamellen in verbinding stelt met de slibverzamelruimte en met zijn onderste langwerpige smalle opening dwars op de lamellen van een reeks is gericht. 



   Wanneer de lamellenafscheidinrichting twee of-meer 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 reeksen lamellen bevat,-zijn voor een zelfde totaal lamellen- oppervlak, de lamellen-van elke reeks smaller dan wanneer de afscheidinrichting slechts   één   enkele reeks lamellen bevat. Doordat de lamellen smaller zijn, is uiteraard de trechtervormige doorgang minder diep. 



   De inrichtingen voor het zuiveren van water van het hoger gedoelde type, en onder meer de hogergenoemde bekende inrichtingen van deze soort vormen   één   constructief geheel. 



  Doordat de slibverzamelruimte onder de lamellenafscheider is gelegen, neemt dit geheel zeer grote afmetingen aan zodat de inrichting ter plaatse moet samengesteld worden en nadien moeilijk kan worden verplaatst. 



   De uitvinding heeft tot doel dit nadeel te verhelpen en een inrichting voor het zuiveren van water te verschaffen waarvan de montage eenvoudig is en die eventueel op een gemakkelijke manier kan worden verplaatst. 



   Tot dit doel bevat de inrichting twee van elkaar losneembare gedeelten, namelijk een onderste gedeelte dat een bovenaan ten minste gedeeltelijk open kuip, die de slib verzamelruimte vormt, bevat, en een bovenste gedeelte of bezinkgedeelte dat een constructieve eenheid vormt en de flocculator, de lamellenafscheidinrichting, de watertoevoer en de waterafvoer bevat, en middelen om de twee gedeelten losneembaar aan elkaar te bevestigen. 



   Het bovenste gedeelte bezit beperkte afmetingen en kan gemakkelijk worden vervoerd en ter plaatse op het onderste gedeelte gemonteerd worden. Wenst men de inrichting te verplaatsen, dan kan dit bovenste gedeelte van het onderste gedeelte losgemaakt worden en tot op de nieuwe plaats worden vervoerd waar het op hetzelfde of een ander onderste gedeelte kan worden gemonteerd. 



   Het onderste gedeelte kan een ter plaatse gevormde, bij voorbeeld betonnen kuip zijn of kan een metalen container zijn. In het laatste geval kan ook dit onderste gedeelte 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 gemakkelijk vervoerd worden. 



   In een-bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvinding is de inrichting voor het zuiveren van water een inrichting volgens een van de hogergenoemde uitvoeringsvormen en bevat deze inrichting bijgevolg een trechtervormige doorgang tussen de onderkant van de lamellenafscheidinrichting en de slibverzamelruimte, welke trechtervormige doorgang deel uitmaakt van het bezinkgedeelte. 



   Doelmatig bevat de lamellenafscheidinrichting twee reeksen lamellen en bevat het bezinkgedeelte een dode ruimte tussen de twee reeksen lamellen en een afzonderlijke trechtervormige doorgang onder elke reeks. 



   In een doelmatige uitvoeringsvorm van de uitvinding is de grootste breedte van het bovenste gedeelte of het bezinkgedeelte kleiner dan of gelijk aan 2, 40 m. 



   Doelmatig is ook de grootste diepte van het bezinkgedeelte kleiner dan of gelijk aan   2,   40 m. 



   In een voordelige uitvoeringsvorm van de uitvinding bezit het bezinkgedeelte uitwendig de vorm van een container waarin de verschillende onderdelen van dit bezinkgedeelte zijn gevormd. 



   De uitvinding heeft ook betrekking op het bezinkgedeelte gebruikt bij de inrichting volgens een van de hiervoor genoemde   uitvoeringsvormen.   



   Dit bezinkgedeelte kan als dusdanig in de handel worden gebracht en geplaatst worden op een eventueel door de gebruiker zelf ter plaatse te construeren onderste gedeelte. 



   Andere bijzonderheden en voordelen van de uitvinding zullen blijken uit de hier volgende beschrijving van een inrichting voor het zuiveren van water en van een daarbij gebruikt bezinkgedeelte, volgens de uitvinding; deze beschrijving wordt enkel als voorbeeld gegeven en beperkt de   uitvinding. niety de-verwijzingscijfers   betreffen de hieraan 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 toegevoegde tekeningen. 



   Figuur 1 is een bovenaanzicht van een inrichting voor het zuiveren van water volgens de uitvinding. 



   Figuur 2 stelt een doorsnede voor volgens de lijn 
 EMI7.1 
 II-II uit figuur 
Figuur 3 stelt een doorsnede voor volgens de lijn III-III uit figuur 1. 



   In de verschillende figuren hebben dezelfde verwijzingscijfers betrekking op dezelfde elementen. 



   De inrichting voor het zuiveren van water volgens de figuren bestaat uit twee van elkaar losneembare gedeelten, namelijk een bovenste gedeelte, in het algemeen met het verwijzingscijfer    l aangeduid,   dat een bezinkgedeelte vormt, en een onderste gedeelte, in het algemeen met het verwijzingscijfer 2 aangeduid, dat terzelfder tijd slibverzamelruimte en gistingtank vormt. 



   Het bovenste gedeelte 1 is van metaal vervaardigd en heeft uitwendig de vorm van een container die evenwel bovenaan open is en ook onderaan gedeeltelijk open is. 



  Dit gedeelte   l   is dus uitwendig begrensd door twee langse opstaande zijwanden 3 en twee dwarse opstaande zijwanden 4. 



   De afmetingen van de hogergenoemde container komen overeen met die van de containers die over de weg kunnen vervoerd worden. De hoogte en breedte van de container zijn kleiner dan of gelijk aan 2, 40 m en bij voorkeur gelijk aan 2,40 m. De lengte van de container is ten hoogste 12   m.   



   Op deze manier kan het bovenste gedeelte 1 gemakkelijk langs de weg worden vervoerd. Dit gedeelte 1 kan dus in de werkplaats worden samengesteld, terwijl ook dit gedeelte na gebruik gemakkelijk van de ene naar de andere plaats kan worden gebracht. 



   Het onderste gedeelte 2 kan ter plaatse worden vervaardigd van duurzaam materiaal zoals beton..-In-dit Laatste geval vormt dit-onderste gedeelte een fundering waarop het 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 bovenste gedeelte 1 door middel van bouten of dergelijke elementen kan worden bevestigd. 



   Dit onderste gedeelte 2 kan ook, zoals bij de in de figuren voorgestelde uitvoeringsvorm, van metaal vervaardigd zijn en de vorm hebben van een containerdie bovenaan open is. 



   Het onderste gedeelte 2 bevat dus een bodem 5, twee langse opstaande zijwanden 6 en twee dwarse opstaande zijwanden 7. 



   De container die het gedeelte 2 vormt, bezit dezelfde afmetingen als de container die het bovenste gedeelte   l   vormt zodat ook dit onderste gedeelte 1 langs de weg transporteerbaar is. Ter plaatse wordt dit onderste gedeelte 2 op de grond of op een fundering geplaatst. 



   De twee containers zijn losneembaar aan elkaar bevestigd door middel van bouten 8 en erop geschroefde moeren 9. De bouten 8 steken doorheen een naar buiten omgeplooide onderste rand 10 van de opstaande zijwanden 3 en 4 van het bovenste gedeelte 1 en een ertegenover gelegen naar buiten omgeplooide bovenste rand 11 van de opstaande zijwanden 6 en 7 van het gedeelte 2. De gedeelten 1 en 2 zijn lekvrij op elkaar bevestigd. Tussen de naar buiten omgeplooide randen 10 en 11 is een afdichting 12 aangebracht. 



   De bovenste randen van de opstaande zijwanden 3 en 4 van het gedeelte 1 zijn eveneens naar buiten omgeplooid maar in merkelijk mindere mate dan de onderste randen 10. 



   Het onderste gedeelte 2 heeft dus de vorm van een bovenaan open kuip en is van geen andere toegangsopeningen of uitgangsopeningen voorzien dan de open bovenkant. 



   Dit onderste gedeelte 2 vormt niet alleen een slibverzamelruimte maar tevens een gistingstank waarin het 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 opgevangen slib kan gisten. 



   - In het bovenste gedeelte 1 zijn verschillende inrichtingen opgesteld of gevormd, terwijl alle in- en uitgangen van de inrichting op dit bovenste gedeelte 1 aangesloten zijn. 



   Het bovenste gedeelte 1 is door middel van twee in de dwarsrichting gerichte schotten 13, 14 en 15, 16 in drie ruimten ingedeeld, namelijk een technische ruimte 17, een bezinkruimte 18 en een slibafvoerruimte 19. 



   De technische ruimte 17 en de slibafvoerruimte 19 zijn onderaan afgesloten door een bodem 20. De ruimte 18 staat in verbinding met het onderste gedeelte 2. 



   Op de bodem 20 is in de technische ruimte 17 een flocculator opgesteld die in hoofdzaak bestaat uit een flocculatietank 21 en een doseerinrichting 22. 



   De toevoerleiding 23 die zich doorheen een dwarse zijwand 4 uitstrekt, sluit aan op het onderste einde van de verticale flocculatietank 21. De doseerinrichting 22 pompt doorheen de leiding 24 de juiste hoeveelheid   lokmiddel,   bij voorbeeld een metaalzout zoals ijzerchloride of aluminiumsulfaat of een poly-electrolyt, in de toevoerleiding 23, juist voor de ingang van de flocculatietank 21. 



   De besturing van de doseerinrichting 22 geschiedt door middel van een elektrisch bedieningsbord 25. 



   Het in de flocculator 21, 22 geconditioneerde water wordt vervolgens verdeeld in twee gelijkmatige stromen over twee op de bovenkant van de flocculatietank 21 aansluitende leidingen 26 naar de bezinkruimte 18. 



   De bezinkruimte 18 bevat bovenaan, tussen de hellende bovenste gedeelten 13 en 15 van de schotten 13, 14, 
 EMI9.1 
 en 15, die bestaat uit , - - 1 ( ;. 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 twee reeksen zich tussen twee opstaande zijwanden 27 uitstrekkende lamellen 28, welke reeksen door een dode ruimte 29 van elkaar zijn gescheiden. 



   De opstaande zijwanden 27 strekken zieh in de langsrichting van het gedeelte   l   uit, tussen de bovenste gedeelten 13 en 15 van de schotten 13, 14 en   15, 16.   



   De lamellen 28 zijn dwars op deze zijwanden 27, evenwijdig aan elkaar en evenwijdig aan de laatstgenoemde bovenste gedeelten 13 en 15 gericht. 



   Deze lamellen en deze bovenste gedeelten 13 en 15 van de schotten zijn naar onder in de richting waarin zich de slibafvoerruimte 19 bevindt, gericht. Deze lamellen 28 en bovenste gedeelten 13 en 15 bezitten een helling tussen   55    en   60    en bij voorkeur van 600. 



   De afstand tussen de lamellen 28 onderling en tussen de uiterste lamellen 28 en de bovenste schotgedeelten 13 en 15 bedraagt 10 cm. 



   De zijwanden 27 strekken zich uit tot iets onder de bovenste rand van de zijwanden 3 en tot aan de onderkant van de lamellen 28. De lamellen 28 strekken zich iets minder hoog uit dan de zijwanden 27 terwijl de bovenste gedeelten 13 en 15 van deschotten 13, 14 en 15, 16 zich tot aan de bovenste rand van de zijwanden 3 uitstrekken. 



   De ruimtes tussen de lamellen 28 zijn onderaan open. 



   De toegang tot de lamellenafscheidinrichting is gevormd door twee verdeelgoten 30 die in de bezinkruimte 18 bovenaan tegen de binnenzijden van de zijwanden 3 zijn gevormd. 



   De twee hogergenoemde leidingen 26 monden respectievelijk in de twee verdeelgoten 30 uit. 



   Tussen elke reeks tussen zijwanden 27 gemonteerde lamellen 28 en de er het dichtst bij gelegen zijwand 3 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 blijft een neerdaalruimte 31 open die bovenaan door de verdeelgoot 30 niet volledig afgesloten is. 



   Het water dat door een leiding 26 aan een verdeelgoot 30 wordt toegevoerd, wordt via deze verdeelgoot over gans de lengte van de lamellenafscheidinrichting verdeeld en stroomt over de rand van de goot 30 in de ruimte   31.   



   Het te zuiveren water daalt in deze ruimte 31 en stroomt terug opwaarts tussen de lamellen 28 van de overeenstemmende reeks. 



   In de ruimte 31, onder de lamellen 28, maar vooral tussen de lamellen-28 bezinkt het slib. De lamellen 28 vergroten kunstmatig de bezinkoppervlakte. 



   Het gezuiverde water verlaat het door de reeks lamellen   28-gevormde   gedeelte van de afscheidinrichting bovenaan en stroomt over de zijwand 27 die het verst van de verdeelgoot 30 is gelegen in een bovenaan op deze zijwand gevormde opvanggoot   32.   



   Elke opvanggoot 32 mondt aan de zijde van het schot 15, 16 uit in een afvoerleiding 33 die zieh tot buiten de container 1 uitstrekt en eindigt op een flensaansluiting. 



   Door de twee afvoerleidingen 33 wordt het gezuiverde water uit de inrichting afgevoerd. 



   Het slib dat tussen de lamellen 28 van elke reeks bezinkt, glijdt over de hellende lamellen naar onder en wordt naar het gistinggedeelte 2 geleid over een trechtervormige doorgang 34. 



   Onder elke reeks tussen twee zijwanden 27 gemonteerde lamellen 28 is een dergelijke doorgang 34 in de ruimte 18 gevormd. 



   Elke trechtervormige doorgang 34 is begrensd door twee naar onder en naar elkaar hellende zijwanden 35 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 en 36 die zich in de langsrichting van de container 1 uitstrekken en die dus dwars gericht zijn op de lamellen 28, en door een gedeelte van de onderste gedeelten 14 en 16 van de schotten 13, 14 en 15,   16.   



   De twee zijwanden 35 en 36 bezitten dezelfde helling en maken aan hun bovenzijde een hoek a met de verticaal die tussen 300 en 350 is gelegen en bij voorkeur gelijk is aan 300. 



   De meest naar binnen gelegen hellende zijwand 35 sluit aan op de onderste rand van de meest naar binnen gelegen en dus de dode ruimte 29 begrenzende zijwand 27 van de boven de doorgang 34 gelegen reeks zich tussen   zijwanden 27 uitstrekkende lamellen 28.    



   De andere hellende zijwand 36 van de doorgang 34 sluit aan op de langse zijwand 3 van de container 1 en is op deze zijwand bevestigd door middel van  teunplaten 37. 



   De zijwand 36 is even groot als de zijwand 35 maar iets naar omlaag geschoven   zo   dat de neerdaalruimte 31 die naast de zijwand 3 is gevormd, met de binnenkant van de trechtervormige doorgang 34 in verbinding staat en dat de onderste rand van de zijwand 36 in de richting van de dode ruimte 29 gezien iets voorbij de onderste rand van de zijrand 35 is gelegen. 



   Tussen de onderste rand van de zijwand 35 en de zijwand 36 van een doorgang 34 blijft een langwerpige, dwars op de lamellen 28 gerichte gleuf 38 open. De breedte van deze gleuf 38, dit is de afstand gemeten loodrecht op de zijwand 36 tussen deze zijwand 36 en de onderste rand van de zijwand 35 bedraagt 10 cm. 



   Het slib dat van de lamellen 28 afglijdt, wordt door de zijwanden 35 en 36 van de doorgang 34 en doorheen   de gleuf 38 naar   onder geleid en wordt verzameld in de door het bezinkgedeelte 2 gevormde slibverzamelruimte. 



     Uit   deze ruimte opstijgende gasbellen kunnen 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 - niet in de trechtervormige doorgang 34 binnendringen en kunnen dus niet tussen de lamellen 28 terechtkomen. 



   Ook drijvende bestanddelen die uit het bezinksel vrij komen, kunnen niet in de doorgang 34 binnendringen en kunnen evenmin tussen de lamellen 28 terechtkomen. 



   Deze gasbellen en drijvende bestanddelen kunnen dus de werking van de lamellenafscheidinrichting niet hinderen. Deze gasbellen en drijvende bestanddelen worden door de meest naar binnen gelegen hellende zijwanden 35 van de twee trechtervormige doorgangen 34 naar boven geleid in de dode ruimte 29. Deze dode ruimte 29 strekt zieh naar onder tussen de laatstgenoemde zijwanden 35 uit en sluit onderaan aan op de binnenkant van het    gedeelte¯2.   



   Van tijd tot tijd kunnen de bovendrijvende bestanddelen uit de dode ruimte 29 worden verwijderd doorheen een in deze ruimte gemonteerde rechthoekige   drijf1aag-   trechter 39 en een erop aansluitende, van een afsluiter
40 voorziene leiding 41 die in de slibafvoerruimte 19 uitmondt. 



   Door van afsluiters 42 voorziene stijgbuizen 43 die tot onderaan het gedeelte 2 reiken, en door een buis
44 waarop deze stijgbuizen 43 aansluiten en die zieh onderaan het gedeelte 1 uitstrekt en die uitmondt in de slibafvoerruimte 19, kan de slibafvoerruimte 19 gevuld worden met slib dat zich onderaan Het gistingsgedeelte 2 bevindt. 



   De stijgbuizen 43 behoren constructief niet tot het bovenste gedeelte 1. De stijgbuizen 43 met de afsluiters 42 en de buis 44 worden samen na het monteren van het gedeelte 1 of het gedeelte 2 via de dode ruimte 29 in de inrichting aangebracht. 



   Het vullen van de slibafvoerruimte 19 met slib gebeurt door het hydrostatisch   drukverschil.-Door de-ruimte   

 <Desc/Clms Page number 14> 

 19 kan de kwaliteit van het slib visueel gecontroleerd worden. 



   Het slib wordt verwijderd uit de slibafvoerruimte 19 door een afvoerpijp 45 die in de dwarse zijwand 4 van het gedeelte 1 is aangebracht. 



   De afvoer van het slib kan in plaats van door een afvoerpijp 45 ook geschieden door middel van een dompelpomp die men door de open bovenkant in de slibafvoerruimte 19 aanbrengt. 



   De hiervoor beschreven inrichting is vrij compact en eenvoudig van constructie. Toch wordt een goede zuivering van het water verkregen waarbij het bezonken slib reeds in de inrichting kan gisten. Een visuele controle van het afgevoerde slib is mogelijk zodat ook een bruikbaar slib van goede kwaliteit wordt verkregen. -
De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm en binnen het raam van de octrooiaanvrage kunnen aan de beschreven uitvoeringsvorm vele veranderingen worden aangebracht, onder meer wat betreft de vorm, de samenstelling, de schikking en het aantal van de onderdelen die voor het verwezenlijken van de uitvinding worden gebruikt.

Claims (1)

  1. CONCLUSIES 1. Inrichting voor het zuiveren van water, welke inrichting een flocculator bevat, een daarmee in verbinding staande lamellenafscheidinrichting die ten minste een reeks evenwijdige, zich tussen twee zijwanden schuin naar onder uitstrekkende lamellen bevat en die onderaan tussen de lamellen van openingen voor het slib en voor de toevoer van het van de flocculator komende water is voorzien, een slibverzamelruimte onder de afscheidinrichting, een watertoevoer die op de flocculator uitgeeft en een waterafvoer die op de afscheidinrichting aansluit, met het kenmerk dat ze een trechtervormige doorgang voor het slib tussen de onderkant van de lamellenafscheidinrichting en de slibverzamelruimte, bevat, welke doorgang-met zijn hellende zijwanden en dus met zijn onderste smalle langwerpige opening dwars op de lamellen is gericht.
    2. Inrichting volgens de conclusie l, met het kenmerk dat elk van de schuin naar onder hellende, dwars op de lamellen gerichte zijwanden van de trechtervormige doorgang aan zijn bovenzijde een hoek tussen 30 en 35 met de verticaal maakt.
    3. Inrichting volgens de conclusie 2, met het kenmerk dat elk van de schuin naar onder hellende, dwars op de lamellen gerichte zijwanden van de trechtervormige doorgang aan zijn bovenzijde een hoek van nagenoeg 300 met de verticaal maakt.
    4. Inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 3, met het kenmerk dat de trechtervormige doorgang onderaan een kleinste breedte van nagenoeg 10 cm bezit.
    5. Inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 4, met het kenmerk dat een van de schuin naar onder hellende, dwars op de lamellen gerichte zijwanden van de trechtervormige doorgang ten minste tot onder de onderste rand van de andere <Desc/Clms Page number 16> zijwand reikt.
    6. Inrichting volgens de conclusie 5, met het kenmerk dat de zijwand van-de doorgang die ten minste tot onder de onderste rand van de andere zijwand reikt tot voorbij deze laatste zijwand reikt.
    7. Inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 6, met het kenmerk dat het bezinkgedeelte een onderaan open bak bevat waarin de lamellenafscheidinrichting is gemonteerd, een verdeelgoot die naast de bovenkant en op een afstand van de reeks lamellen van deze afscheidinrichting is gelegen, en een neerdaalruimte die tussen de reeks lamellen en de verdeelgoot en eronder naast de reeks lamellen is gevormd en waardoor van de verdeelgoot overstromen water naar onder kan stromen, terwijl de trechtervormige doorgang bovenaan een opening laat waardoor de neerdaalruimte met de binnenkant van de trechtervormige doorgang in verbinding staat.
    8. Inrichting volgens de conclusie 7, met het kenmerk dat het bezinkgedeelte een afvoergoot bevat die naast de bovenkant van de reeks lamellen, aan de van de verdeelgoot afgekeerde zijde ervan, is gevormd, op welke afvoergoot de waterafvoer aansluit.
    9. Inrichting volgens een van de conclusies l tot 8, met het kenmerk dat de lamellenafscheidinrichting ten minste twee naast elkaar opgestelde reeksen evenwijdige, zieh tussen twee zijwanden schuin naar onder uitstrekkende lamellen bevat, welke reeksen door een met zijn onderkant met de slibverzamelruimte in verbinding staande dode ruimte van elkaar zijn gescheiden en de inrichting onder elke reeks lamellen aen afzonderlijke trechtervormige doorgang bevat die de onderkant van een reeks lamellen in verbinding stelt met de slibverzamelruimte en met zijn onderste langwerpige smalle opening dwars op de <Desc/Clms Page number 17> 10.
    Inrichting volgens de conclusies 7, 8 en 9, met het kenmerk dat de lamellenafscheidinrichting twee reeksen tussen zijwanden gemonteerde, zieh schuin omlaag uitstrekkende lamellen bevat, waartussen een onderaan op de slibverzamelruimte aansluitende dode ruimte is gelegen, en het bezinkgedeelte bovenaan, langs de zijwanden van de open bak en op een afstand van de reeks lamellen een verdeelgoot bevat en, bovenaan in de dode ruimte tussen de reeksen lamellen, naast elke reeks lamellen een afvoergoot bevat.
    11. Inrichting volgens de conclusie 10, met het kenmerk dat van elke trechtervormige doorgang onder een reeks lamellen, de ene hellende zijwand aansluit op een zijwand van de open bak, onder de neerdaalruimte die tussen deze zijwand en een van de zijwanden waartussen de reeks lamellen zijn aangebracht, is gevormd, en de andere hellende zijwand op de andere van de laatstgedoelde opstaande zijwanden waartussen de lamellen zijn aangebracht, aansluit.
    12. Inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 11, met het kenmerk dat ze een slibafvoer bevat die op de slibverzamelruimte aansluit.
    13. Inrichting voor het zuiveren van water, welke inrichting een flocculator bevat, een ermee in verbinding staande lamellenafscheidinrichting die ten minste een reeks evenwijdige, zieh tussen twee zijwanden schuin naar onder uitstrekkende lamellen bevat en die onderaan tussen de lamellen van openingen voor het slib en voor de toevoer van het van de flocculator komende water is voorzien, een slibverzamelruimte onder de afscheidinrichting, een watertoevoer die op de flocculator uitgeeft en een waterafvoer die op de afscheidinrichting aansluit, met het kenmerk dat ze twee van elkaar losneembare gedeelten bevat, namelijk een onderste gedeelte dat een bovenaan ten minste gedeeltelijk open kuip, die de slib verzamelruimte vormt, bevat, en een bovenste gedeelte of bezinkgedeelte dat een constructieve <Desc/Clms Page number 18> eenheid vormt en de flocculator,
    de lamellenafscheidinrichting, de watertoevoer en de waterafvoer bevat, en middelen om de twee gedeelten losneembaar aan elkaar te bevestigen.
    14. Inrichting volgens de conclusie 13, met het kenmerk dat het bovenste gedeelte tevens een slibafvoer bevat.
    15. Inrichting volgens de conclusie 14, met het kenmerk dat het bovenste gedeelte een slibafvoerruimte bevat op een einde van de lamellenafscheidinrichting en de slibafvoer op deze slibafvoerruimte aansluit.
    16. Inrichting volgens de conclusie 15, met het kenmerk dat ze ten minste één van een afsluiter voorziene leiding bevat tussen het onderste gedeelte en de slibafvoerruimte van het bovenste gedeelte.
    17. Inrichting volgens een van de conclusies 15 en 16, met het kenmerk dat het bovenste gedeelte een langwerpige en onderaan ten minste gedeeltelijk open bak bevat en drie in de dwarsrichting daarin gemonteerde schotten die de bak in drie ruimten verdelen, namelijk een technische ruimte waarin de flocculator is gemonteerd, een bezinkruimte waarin de lamellenafscheidinrichting is gemonteerd en de slibafvoerruimte.
    18. Inrichting volgens een van de conclusies 13 tot 17, met het kenmerk dat ze een trechtervormige doorgang bevat tussen de onderkant van de lamellenafscheidinrichting en de slibverzamelruimte, welke trechtervormige doorgang deel uitmaakt van het bezinkgedeelte.
    19. Inrichting volgens de conclusie 18, met het kenmerk dat de lamellenafscheidinrichting twee reeksen lamellen bevat en het bezinkgedeelte een dode ruimte tussen de twee reeksen lamellen en een afzonderlijke trechtervormige doorgang onder elke reeks bevat. <Desc/Clms Page number 19>
    20. Inrichting volgens een van de conclusies 10 en 11 en volgens de conclusies 17 en 19, met het kenmerk dat de twee-reeksen lamellen, de twee trechtervormige doorgangen, de dode ruimte, -de verdeelgoten en de afvoergoten in de bezinkruimte van het bovenste gedeelte dat het bezinkgedeelte vormt zijn gelegen.
    21. Inrichting volgens een van de conclusies 13 tot 20, met het kenmerk dat de grootste breedte van het bovenste gedeelte of het bezinkgedeelte kleiner is dan of gelijk is aan 2,40 m.
    22. Inrichting volgens de conclusie 21, met het kenmerk dat de grootste diepte van het bezinkgedeelte kleiner is dan of gelijk is aan 2,40 m.
    23. Inrichting volgens de conclusie 22, met het kenmerk dat het bezinkgedeelte uitwendig de vorm van een container bezit waarin de verschillende onderdelen van dit bezinkgedeelte zijn gevormd.
    24. Inrichting volgens de conclusie 23, met het kenmerk dat het bezinkgedeelte de vorm heeft van een container waarvan de breedte en de diepte nagenoeg gelijk zijn aan 2, 40 m en de lengte kleiner is dan 12 m.
    25. Inrichting voor het zuiveren van water zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toegevoegde tekeningen voorgesteld.
    26. Bezinkgedeelte gebruikt bij de inrichting volgens een van de conclusies 1 tot 25.
    27. Bezinkgedeelte zoals hiervoor beschreven of in de hieraan toegevoegde tekeningen voorgesteld.
BE2/60622A 1985-02-20 1985-02-20 Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte. BE901772A (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2/60622A BE901772A (nl) 1985-02-20 1985-02-20 Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2/60622A BE901772A (nl) 1985-02-20 1985-02-20 Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte.
BE901772 1985-02-20

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE901772A true BE901772A (nl) 1985-06-17

Family

ID=25660793

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2/60622A BE901772A (nl) 1985-02-20 1985-02-20 Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte.

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE901772A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2125637A4 (en) * 2007-02-02 2011-05-04 Earle Schaller IMPROVED SEALING FLOW GUIDE FOR A WASHBASIN

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP2125637A4 (en) * 2007-02-02 2011-05-04 Earle Schaller IMPROVED SEALING FLOW GUIDE FOR A WASHBASIN

Similar Documents

Publication Publication Date Title
RU1825349C (ru) Устройство дл анаэробной обработки сточных вод
US6079571A (en) Oil/water separator
NO822600L (no) Utskiller, fortrinnsvis til utskilling av olje og sand fra avloepsvann.
BE901772A (nl) Inrichting voor het zuiveren van water en daarbij gebruikt bezinkgedeelte.
GB1602673A (en) Apparatus for separating from each other the components of a mixture of water oil and dirt (sludge)
US4028249A (en) Sewage settling tank
AU678020B2 (en) A clarifier for the separation of solids in waste water
US3940337A (en) Horizontal flow clarifier
CA2810314C (en) Separator for separating a light liquid-water mixture and method for separating a light liquid-water mixture
HUT69510A (en) Settling tank with oil separator
AU657268B2 (en) Sedimentation device
US3044627A (en) Cover for oil separators
DE3535260A1 (de) Abscheider fuer sinkstoffe und leichtfluessigkeiten
KR101889517B1 (ko) 부상조와 침전조 전환이 용이한 폐수 처리장치
AU613511B2 (en) Floating water intake clarifying plant
RU2153045C1 (ru) Система дождевой канализации
DE4331687A1 (de) Steckfiltereinheit
RU2462289C2 (ru) Устройство для очистки эмульсии и масел от взвешенных частиц
EP0549650B1 (en) Arrangement for purification of waste water
US1101106A (en) Apparatus for purifying sewage or the like.
SU829132A1 (ru) Примесеулавливатель
GB2618096A (en) A clarifier
RU2094084C1 (ru) Сгустительно-осветлительный аппарат горизонтального типа
SU810613A1 (ru) Установка дл механической очисткиСТОчНыХ ВОд OT диСпЕРСНыХ пРиМЕСЕй
AU715076B2 (en) Improvements in separators for waste water and other liquids

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: EVERAERTS GUIDO E.T.

Effective date: 19870228