[go: up one dir, main page]

BE1026827B1 - Werkwijzen voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom - Google Patents

Werkwijzen voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom Download PDF

Info

Publication number
BE1026827B1
BE1026827B1 BE20185854A BE201805854A BE1026827B1 BE 1026827 B1 BE1026827 B1 BE 1026827B1 BE 20185854 A BE20185854 A BE 20185854A BE 201805854 A BE201805854 A BE 201805854A BE 1026827 B1 BE1026827 B1 BE 1026827B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
tree
trichoderma
cve
trichoderma atroviride
efficacy
Prior art date
Application number
BE20185854A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1026827A1 (nl
Inventor
Saegher Johan De
Huu Son Nguyen
Andrea NESLER
Ann VERMAETE
Sandro FRATI
Original Assignee
Bipa Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Bipa Nv filed Critical Bipa Nv
Priority to BE20185854A priority Critical patent/BE1026827B1/nl
Priority to CN201980078069.7A priority patent/CN113226041B/zh
Priority to PCT/EP2019/083600 priority patent/WO2020115097A1/en
Priority to ES19808954T priority patent/ES3042789T3/es
Priority to US17/299,920 priority patent/US11839218B2/en
Priority to EP19808954.2A priority patent/EP3890493B1/en
Publication of BE1026827A1 publication Critical patent/BE1026827A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1026827B1 publication Critical patent/BE1026827B1/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N63/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing microorganisms, viruses, microbial fungi, animals or substances produced by, or obtained from, microorganisms, viruses, microbial fungi or animals, e.g. enzymes or fermentates
    • A01N63/30Microbial fungi; Substances produced thereby or obtained therefrom
    • A01N63/38Trichoderma

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Microbiology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Pest Control & Pesticides (AREA)
  • Biotechnology (AREA)
  • Agronomy & Crop Science (AREA)
  • Plant Pathology (AREA)
  • Virology (AREA)
  • Mycology (AREA)
  • Dentistry (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Agricultural Chemicals And Associated Chemicals (AREA)
  • Pretreatment Of Seeds And Plants (AREA)

Abstract

De onderhavige uitvinding verschaft een werkwijze voor het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of een deel daarvan, waarbij de werkwijze het aanbrengen omvat van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii op de boom, het deel daarvan of de plaats waar de boom groeit. De uitvinding verschaft eveneens het gebruik van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii bij het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of deel daarvan.

Description

WERKWIJZEN VOOR HET BEHANDELEN VAN EEN SCHIMMELINFECTIE OP EEN STEENVRUCHTBOOM
GEBIED VAN DE UITVINDING
De onderhavige uitvinding is gelegen in het vakgebied van biologische bestrijdingsmiddelen tegen schimmelinfecties. De uitvinding heeft in het bijzonder betrekking op werkwijzen en toepassingen voor het behandelen van een schimmelinfectie op steenvruchtbomen, zoals perzikbomen, nectarinebomen, pruimenbomen, abrikozenbomen of kersenbomen, of delen daarvan.
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
Steenvruchten worden geproduceerd voor de vers-fruitmarkt of voor verwerkt fruit. Steenvruchten worden met succes gekweekt in een breed scala aan klimaat- en bodemomstandigheden.
Schimmelziekten voor en na de oogst kunnen voor zware verliezen zorgen en het optreden ervan kan door een verscheidenheid aan kweekpraktijken worden beïnvloed, zoals juiste irrigatie, drainage van de bodem, snoeien, verwijderen van plantenresten van de bodem en het minimaliseren van mechanische schade aan vruchten tijdens oogstprocessen.
Hoewel chemische behandeling nog steeds de meest voorkomende bestrijdingsmethode voor schimmelinfecties is, worden strategieën voor het verminderen of afschaffen van de toepassing van chemicaliën aanbevolen.
Met het oog daarop blijft er in de techniek behoefte bestaan aan verdere en/of verbeterde werkwijzen voor het behandelen van schimmelinfecties op steenvruchtbomen of delen daarvan, zoals op vruchten.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
De onderhavige uitvinders hebben verwezenlijkt dat Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum en Trichoderma gamsii gebruikt kunnen worden als biologische bestrijdingsmiddelen tegen schimmelinfecties op steenvruchtbomen of delen daarvan. Zoals in het experimentele gedeelte getoond, resulteerde het aanbrengen van Trichoderma atroviride, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, op nectarinebomen in schimmeldodende effecten op verschillende schimmelinfecties die zich op natuurlijke wijze in het proefveld hadden verspreid. Op voordelige wijze was de schimmeldodende werkzaamheid op bladeren, bloemen en/of scheuten van steenvruchtbomen vergelijkbaar met of zelfs beter dan conventioneel gebruikte standaarden. Er werden gedurende de gehele proefperiode geen symptomen van fytotoxiciteit of negatieve effecten waargenomen op organismen die niet tot de doelgroep behoorden.
BE2018/5854
Dienovereenkomstig heeft een eerste aspect van de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of een deel daarvan, waarbij de werkwijze het aanbrengen omvat van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii op de boom, het deel daarvan of de plaats waar de boom groeit.
Een verwant aspect van de uitvinding voorziet in het gebruik van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii bij het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of deel daarvan.
De onderhavige werkwijzen en toepassingen verminderen de plaagincidentie en de ernst van de plaag van schimmelinfecties die zich op natuurlijk wijze in een boomgaard verspreiden aanzienlijk, en maken derhalve een toename van de opbrengst van steenvruchten van de boomgaard mogelijk.
Deskundigen op het vakgebied zullen de vele andere effecten en voordelen van de onderhavige werkwijzen of toepassingen, en de talloze mogelijkheden voor eindgebruik (bijv. boeren) van de onderhavige uitvinding begrijpen uit de hierna verschafte gedetailleerde beschrijving en voorbeelden.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE VOORKEURSUITVOERINGSVORMEN
Zoals in deze aanvraag gebruikt, omvatten de enkelvoudige vormen “de”, “het” en “een” zowel de enkelvoudige als meervoudige verwijzingen, tenzij de context duidelijk anders aangeeft.
De termen “omvattende”, “omvat” en “samengesteld uit” zijn, zoals in deze aanvraag gebruikt, synoniem met “inclusief”, “met inbegrip van” of “bevattende”, “bevat” en zijn inclusief of met een open uiteinde en sluiten geen bijkomende, niet-vermelde leden, onderdelen of werkwijzestappen uit. De termen omvatten eveneens “bestaand uit” en “in hoofdzaak bestaand uit”, die vaststaande betekenissen hebben binnen de octrooiterminologie.
De vermelding van numerieke bereiken met eindpunten omvat alle getallen en fracties die binnen de bijbehorende bereiken zijn opgenomen, evenals de vermelde eindpunten.
De termen “ongeveer” of “bij benadering” zijn, zoals in deze aanvraag gebruikt wanneer wordt verwezen naar een meetbare waarde zoals een parameter, een hoeveelheid, een tijdsduur en dergelijke, bedoeld variaties van de gespecificeerde waarde te omvatten, zoals variaties van ± 10% of minder, bij voorkeur ± 5% of minder, met meer voorkeur ± 1% of minder en met nog meer voorkeur ± 0,1% of minder van de gespecificeerde waarde, voor zover dergelijke variaties geschikt zijn om in de beschreven uitvinding te worden uitgevoerd. Het zal duidelijk zijn dat de waarde waarnaar de modificator “ongeveer” verwijst zelf ook specifiek, en bij voorkeur, wordt beschreven.
BE2018/5854
Hoewel de termen “één of meer” of “ten minste één”, zoals één of meer leden of ten minste één lid van een groep leden op zich duidelijk zijn, omvatten de termen bij wijze van verdere toelichting onder andere een verwijzing naar één van genoemde leden of naar elke willekeurige twee of meer van genoemde leden, zoals, bijv., elke willekeurige 3 of meer, 4 of meer, 5 of meer, 6 of meer of 7 of meer etc. van genoemde leden, en tot aan alle genoemde leden. In een ander voorbeeld kan “één of meer” of “ten minste één” verwijzen naar 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of meer.
De bespreking van de achtergrond van de uitvinding in deze aanvraag is opgenomen om de context van de uitvinding uit te leggen. Dit dient niet opgevat te worden als een erkenning dat enig materiaal waarnaar wordt verwezen vanaf de prioriteitsdatum van een der conclusies in welk land dan ook gepubliceerd was, bekend was, of deel was van de algemene kennis.
In deze hele beschrijving wordt naar diverse publicaties, octrooien en gepubliceerde octrooibeschrijvingen verwezen door middel van een identificerend citaat. Alle documenten die in de onderhavige beschrijving worden aangehaald, zijn hiermee door verwijzing in hun geheel opgenomen. In het bijzonder zijn de materie of delen van dergelijke documenten waarnaar specifiek in deze aanvraag wordt verwezen door verwijzing opgenomen.
Tenzij anders gedefinieerd, hebben alle termen die zijn gebruikt bij het beschrijven van de uitvinding, met inbegrip van technische en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals in het algemeen wordt begrepen door iemand met gemiddelde kennis van het vakgebied waartoe deze uitvinding behoort. Bij wijze van verdere leidraad, worden de definities van de termen opgenomen om de materie van de uitvinding beter te begrijpen. Wanneer specifieke termen worden gedefinieerd in verband met een bepaald aspect van de uitvinding of een bepaalde uitvoeringsvorm van de uitvinding, wordt een dergelijke connotatie verondersteld door de hele beschrijving heen van toepassing te zijn, d.w.z. ook binnen de context van andere aspecten of uitvoeringsvormen van de uitvinding, tenzij anders gedefinieerd.
In de volgende passages worden verschillende aspecten of uitvoeringsvormen van de uitvinding in nader detail gedefinieerd. Elk aspect dat of elke uitvoeringsvorm die als zodanig wordt gedefinieerd, kan met alle willekeurige andere aspecten of alle willekeurige andere uitvoeringsvormen worden gecombineerd, tenzij het tegendeel duidelijk wordt aangegeven. In het bijzonder kan elk kenmerk dat wordt aangeduid als de voorkeur hebbend of voordelig gecombineerd worden met elk willekeurig ander kenmerk of alle willekeurige andere kenmerken die worden aangeduid als de voorkeur hebbend of voordelig.
Verwijzing in deze beschrijving naar “één uitvoeringsvorm”, “een uitvoeringsvorm” betekent dat een bepaald kenmerk, bepaalde structuur of eigenschap die wordt beschreven in verband met de uitvoeringsvorm is opgenomen in ten minste één uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
BE2018/5854
Zodoende verwijzen verschijningen van de frasen “in één uitvoeringsvorm” of “in een uitvoeringsvorm” op verschillende plaatsen in deze beschrijving niet noodzakelijk allemaal naar dezelfde uitvoeringsvorm, maar dat zou wel kunnen. Voorts kunnen de specifieke kenmerken, structuren of eigenschappen op elke geschikte wijze gecombineerd worden in één of meer uitvoeringsvormen, zoals uit deze beschrijving duidelijk zou zijn aan een deskundige op het vakgebied. Hoewel sommige uitvoeringsvormen die in deze aanvraag worden beschreven bepaalde kenmerken die zijn opgenomen in andere uitvoeringsvormen omvatten, maar andere niet, worden combinaties van kenmerken van verschillende uitvoeringsvormen voorts bedoeld binnen de reikwijdte van de uitvinding te vallen, en andere uitvoeringsvormen te vormen, zoals begrepen zou worden door deskundigen op het vakgebied. In de aangehechte conclusies kan bijvoorbeeld elk van de geclaimde uitvoeringsvormen in elke willekeurige combinatie worden gebruikt.
Door uitgebreide experimentele testen hebben de onderhavige uitvinders verwezenlijkt dat Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii gebruikt kunnen worden als biologische bestrijdingsmiddelen tegen schimmelinfecties op steenvruchtbomen of delen daarvan.
Dienovereenkomstig heeft een eerste aspect betrekking op een werkwijze voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of een deel daarvan, waarbij de werkwijze het aanbrengen van Trichoderma omvat gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii op de boom, het deel daarvan of de plaats waar de boom groeit. Bij voorkeur is de werkwijze een landbouwwerkwijze.
De term “landbouw”, zoals in deze aanvraag gebruikt, verwijst naar de activiteit of het bedrijven van het kweken van gewassen, met inbegrip van steenvruchten.
De frasen “voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie” en “behandelen van een schimmelinfectie” kunnen in deze aanvraag uitwisselbaar gebruikt worden, en omvatten zowel de daadwerkelijke behandeling van een reeds ontwikkelde schimmelinfectie, zoals het verminderen, bestrijden, stabiliseren en onderdrukken van een reeds ontwikkelde schimmelinfectie, als profylactische of preventieve maatregelen, waarbij het doel is de kans op het optreden van een schimmelinfectie te voorkomen of verminderen, zoals het voorkomen van optreden, ontwikkeling en progressie van een schimmelinfectie.
De termen “steenvruchtboom” of “steenvruchtproducerende boom” verwijzen naar een boom die in staat is om steenvruchten te produceren.
De term “boom” verwijst in het algemeen naar elke willekeurige plant met de algemene vorm van een langwerpige stam, of stronk, die op enige afstand boven de grond fotosynthetische bladeren of
BE2018/5854 takken draagt. De term “boom” omvat ook struiken, die kleinere bomen zijn met een hoogte van 0,5 meter tot 10 meter.
De frase “deel van een steenvruchtboom”, zoals in deze aanvraag gebruikt, verwijst naar een of meer van de bladeren, de scheuten, de takken, de bloemen, de vruchten, de stam of de wortels van een steenvruchtboom.
In bepaalde uitvoeringsvormen, kan het deel van een steenvruchtboom een of meer zijn van de bladeren, de scheuten, de bloemen, de takken, de vruchten, de stam of de wortels. In bepaalde uitvoeringsvormen, kan het deel van een steenvruchtboom een of meer zijn van de bladeren, de scheuten, de bloemen, de takken, de stam of de wortels. In bepaalde uitvoeringsvormen, kan het deel van een steenvruchtboom een of meer zijn van de bladeren, de scheuten, de bloemen of de takken. In bepaalde uitvoeringsvormen, kan het deel van een steenvruchtboom een of meer zijn van de bladeren, de scheuten of de bloemen.
In bepaalde uitvoeringsvormen kunnen de bladeren, de scheuten, de bloemen, de takken, de vruchten, de stam of de wortels van de boom aan de boom vastzitten (bijv. groeien op de boom) wanneer ze worden behandeld volgens de in deze aanvraag beschreven werkwijzen. Werkwijzen voor het behandelen van de vruchten na de oogst zijn niet opgenomen in de in deze aanvraag beschreven werkwijzen.
De frase “plaats waar een boom groeit”, zoals in deze aanvraag gebruikt, verwijst naar een gebied dichtbij een boom. De plaats waar een boom groeit kan bijvoorbeeld een cirkelvormig gebied rond de stam van een boom zijn, zoals een cirkelvormig gebied dat een diameter van maximaal 10 meter heeft, bijvoorbeeld maximaal 5 meter, maximaal 4 meter, maximaal 3 meter, maximaal 2 meter, maximaal 1 meter of maximaal 0,5 meter, rondom de stam van een boom.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de steenvruchtboom worden gekozen uit de groep die bestaat uit een boom van het geslacht Prunus, een olijfboom, een koffieboom, een jujubeboom, een mangoboom, een palmboom, een pistacheboom, een witte sapotaboom, en een cashewboom. Bij voorkeur is de steenvruchtboom een boom van het geslacht Prunus.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de steenvruchtboom een boom zijn van het geslacht Prunus, gekozen uit de groep die bestaat uit een perzikboom, een nectarineboom, een pruimenboom, een damastpruimenboom, een kersenboom, een abrikozenboom, een amandelboom en een sierboom van het geslacht Prunus.
In bepaalde uitvoeringsvormen, kan de sierboom van het geslacht Prunus een sierkers zijn, ook Japanse kersenboom genoemd.
BE2018/5854
De term “steenvrucht” verwijst naar een vrucht met daarin een grote steen of pit.
De termen “schimmelinfectie” en “schimmelziekte” kunnen in deze aanvraag uitwisselbaar gebruikt worden.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen, is 5 de schimmelinfectie een schimmelinfectie van steenvruchtbomen, zoals een schimmelinfectie die van nature voorkomt op steenvruchtbomen.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de schimmelinfectie een schimmelinfectie zijn van een boom van het geslacht Prunus, van een olijfboom, van een koffieboom, van een jujubeboom, van een mangoboom, van een palmboom, van een pistacheboom, van een witte sapotaboom of van een 10 cashewboom. Bij voorkeur is de schimmelinfectie een schimmelinfectie van een boom van het geslacht Prunus.
In bepaalde uitvoeringsvormen is de schimmelinfectie een schimmelinfectie van een boom van het geslacht Prunus, gekozen uit de groep die bestaat uit een perzikboom, een nectarineboom, een pruimenboom, een damastpruimenboom, een kersenboom, een abrikozenboom, een amandelboom 15 en een sierboom van het geslacht Prunus. De schimmelinfectie kan bijvoorbeeld een schimmelziekte zijn van een perzikboom, een nectarineboom of een abrikozenboom, zoals vermeld in Tabel 1.
Tabel 1: Schimmelziekten van perzik-, nectarine- en/of abrikozenbomen
Schimmelziekte Geslacht/soort schimmel
Zwart rot Alternaria alternate Alternaria spp.
Antracnose Colletotrichum gloeosporioides Glomerella cingulata Colletotrichum acutatum
Armillaria kroon- en wortelrot Armillaria mellea Armillaria solidipes Armillaria bulbosa Armillaria tabescens = Clitocybe tabescens
Bruin rot, valse meeldauw van de bloesems, en fruitrot Monilinia fructicola Monilinia laxa
Ceratocystis boomkanker Ceratocystis fimbriata
Fusicoccum boomkanker (“constriction Phomopsis amygdali
BE2018/5854
Schimmelziekte Geslacht/soort schimmel
canker”) Phomopsis valse meeldauw op scheuten = Fusicoccum amygdali
Cytospora boomkanker Leucostoma persoonii Cytospora leucostoma
Gomziekte (blaasj eskanker in Japan) Botryosphaeria dothidea = Botryosphaeria herengeriana Fusicoccum aesculi Botryosphaeria ohtusa Botryosphaeria rhodina Botryosphaeria rihis
Groen fruitrot Botrytis cinerea Botryotinia fuckeliana Monilinia fructicola Monilinia laxa
Sclerotinia sclerotiorum
Bladrol Taphrina deformans
Phytophthora snoeiwondkanker Phytophthora syringae
Schurft Cladosporium carpophilum = Fusicladium carpophilum Venturia carpophila Cladosporium spp.
Hagelschotziekte Wilsonomyces carpophilus = Stigmina carpophila
Loodglans Chondrostereum purpureum
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de schimmelinfectie worden gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum, Taphrina, Monilinia, Fusicoccum, Botrytis, Cladosporium, Cytospora, Dibotryon, Venturia, Blumeriella, 5 Sphaerotheca, Podosphaera, Wilsonomyces, Apiognomonia, Chondrostereum, Botryosphaeria, Clitocyhe, Armillaria, Alternaria, Colletotrichum, Glomerella, Ceratocystis, Leucostoma, Botryotinia en Sclerotinia.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de schimmelinfectie worden gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum, Taphrina,
BE2018/5854
Monilinia, Fusicoccum, Botrytis, Cladosporium, Cytospora, Dibotryon, Venturia, Blumeriella, Sphaerotheca, Podosphaera, Wilsonomyces, Apiognomonia, Chondrostereum, Botryosphaeria, Clitocybe en Armillaria.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de schimmelinfectie worden gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum beijerinckii, Taphrina deformans, Monilinia laxa, Monilinia fructicola (Bruin rot), Monilinia fructigena, Fusicoccum amygdali, Botrytis cinerea, Cladosporium carpophilum (Zwarte vlek of sproeten), Cytospora cincta, Cytospora leucostoma, Dibotryon morbosum (synoniem: Apiosporina morbosa) (zwarte knoop), Venturia carpophila (perzikschurft), Blumeriella jaapii (kersenbladvlekkenziekte), Sphaerotheca pannosa, Podosphaera tridactyla, Podosphaera clandestina, Taphrina pruni, Wilsonomyces carpophilus, Apiognomonia erythrostoma, Chondrostereum purpureum, Botryosphaeria dothidea, Clitocybe tabescens en Armillaria mellea.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de schimmelinfectie worden gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum beijerinckii, Taphrina deformans, Monilinia laxa en Fusicoccum amygdali. Bij voorkeur kan de schimmelinfectie Coryneum beijerinckii, Taphrina deformans, of Monilinia laxa zijn.
In bepaalde uitvoeringsvormen omvatten de in deze aanvraag beschreven werkwijzen het aanbrengen (d.w.z. toedienen, opbrengen) van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii, op de boom, het deel daarvan of de plaats waar de boom groeit.
De in deze aanvraag beschreven Trichoderma worden op voordelige wijze gebruikt als biologische bestrijdingsmiddelen of biopesticiden, in het bijzonder als biologische schimmelbestrijdingsmiddelen.
In bepaalde uitvoeringsvormen wordt de Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum en Trichoderma gamsii.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma Trichoderma atroviride zijn.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen en toepassingen kan de Trichoderma, in het bijzonder de Trichoderma atroviride, worden gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride SCI, Trichoderma atroviride 1-1237, Trichoderma atroviride Tl 1, en Trichoderma atroviride IMI 206040.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de Trichoderma, in het bijzonder de Trichoderma atroviride, Trichoderma atroviride SCI zijn.
BE2018/5854
De termen “Trichoderma atroviride stam SC1” of “Trichoderma atroviride SC1” kunnen uitwisselbaar worden gebruikt.
Trichoderma atroviride stam SC1 is in 2007 onder het verdrag van Boedapest gedeponeerd bij het CBS (“Centraalbureau voor Schimmelcultures”) onder N° CBS 122089. Deze stam kan geïsoleerd en gekweekt worden zoals beschreven in WO 2009/116106.
Trichoderma atroviride SC1 is een mesofiele schimmel, zoals de meeste Trichoderma spp., die behoort tot het geslacht van schimmels Trichoderma, dat in elke bodem aanwezig is.
Trichoderma atroviride SC1 is in staat om een grote verscheidenheid aan producten als enige koolstof- en stikstofbron te gebruiken. Het kweken van schimmels op kweekmedia verloopt beter met bepaalde stikstofbronnen zoals gistextract, nitriet, trypton, pepton, glutamine en asparagine of bepaalde koolstofbronnen zoals mannose, galactose, sucrose, moutextract, cellobiose, glucose en trehalose. Trichoderma atroviride SC1 overleeft in een temperatuurbereik van -1°C tot 30°C en groeit in een temperatuurbereik van 10°C tot 30°C. De optimale temperatuur voor groei is 25°C ± 1°C, hoewel de radiale schimmelgroei bij 20°C niet significant anders blijkt te zijn dan de groei die bij 25°C wordt waargenomen. De maximumtemperatuur voor de groei van Trichoderma atroviride SC1 (30°C) is lager dan de lichaamstemperatuur van de mens, wat een goede indicatie is dat deze schimmel niet pathogeen is voor de mens. De pH-tolerantieniveaus van Trichoderma atroviride SC1 vallen binnen het gewone bereik voor Trichoderma-stammen, bijv. een pH-bereik gaande van 3 tot 10. De ondergrens voor wateractiviteitstolerantie van Trichoderma atroviride SC1 is 0,910. De waarde van de wateractiviteit die de voorkeur geniet is 0,998, wat correspondeert met waarden voor condities met hoge relatieve luchtvochtigheid, die de voorkeur hebben van de meeste schimmels die pathogeen zijn voor planten. Trichoderma atroviride SC1 blijft gedurende langere perioden in effectieve niveaus in de bodem bestaan (meer dan een jaar).
Trichoderma atroviride SC1 kan gedetecteerd worden zoals beschreven in WO2009/116106, door parallelle amplificatie te verkrijgen van het gen voor Endochitinase 42 (ech42) GenBank Acc N°AB041753.1 en van een gen voor de α-subeenheid van het G-eiwit (tga3) GenBank Acc N°AF452097.1 met geschikte sets van primers.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma Trichoderma asperellum zijn.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de Trichoderma, in het bijzonder de Trichoderma asperellum, Trichoderma asperellum stam T34, of Trichoderma asperellum stam ICC012 zijn.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma Trichoderma gamsii zijn.
BE2018/5854
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de Trichoderma, in het bijzonder de Trichoderma gamsii, Trichoderma gamsii stam ICC080 zijn.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma gekozen worden uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride SC1, Trichoderma atroviride I-1237, Trichoderma atroviride T11, Trichoderma atroviride IMI 206040, Trichoderma asperellum stam T34, Trichoderma asperellum stam ICC012 en Trichoderma gamsii stam ICC080.
In bepaalde uitvoeringsvormen kunnen de in deze aanvraag beschreven werkwijzen het aanbrengen van Trichoderma-stammen omvatten gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride SC1, Trichoderma atroviride I-1237, Trichoderma atroviride T11, Trichoderma atroviride IMI 206040, Trichoderma asperellum stam T34, Trichoderma asperellum stam ICC012 en Trichoderma gamsii stam ICC080 op de boom, het deel daarvan of de plaats waar de boom groeit.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de Trichoderma worden aangebracht in combinatie met een of meer andere fungiciden die niet giftig zijn voor de Trichoderma.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de Trichoderma, optioneel in combinatie met een of meer andere fungiciden die niet giftig zijn voor de Trichoderma, worden aangebracht in een samenstelling die een of meer hulpstoffen omvat. Geschikte hulpstoffen omvatten een of meer van supplementen, additieven, vaste dragers zoals mineralen, oplosmiddelen zoals water, verdikkingsmiddelen, adjuvantia zoals sproeiadjuvantia, emulgatoren, dispergeermiddelen, plantennutriënten, micronutriënten, bevochtigingsmiddelen zoals polyoxyethyleensorbitanmono-oleaat (Tween 80TM), lecithine, saponinen, UV-beschermers, antioxidanten en verdunningsmiddelen.
De termen “samenstelling”, “formulering” of “preparaat” kunnen uitwisselbaar worden gebruikt in deze aanvraag en verwijzen naar een mengsel van een of meer hulpstoffen en Trichoderma, gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii, zoals Trichoderma atroviride SC1.
De termen “werkzaam bestanddeel” of “werkzame component” kunnen uitwisselbaar worden gebruikt en verwijzen in brede zin naar een substantie of samenstelling die, wanneer in een effectieve hoeveelheid verschaft, een gewenste uitkomst bereikt. Een werkzaam bestanddeel zoals in deze aanvraag bedoeld, kan dergelijke uitkomst(en) doorgaans bereiken door een interactie aan te gaan met en/of het moduleren van de steenvruchtboom, een deel daarvan of de plaats waar de boom groeit.
BE2018/5854
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kunnen de in deze aanvraag beschreven samenstellingen geformuleerd worden voor gebruik als een landbouwsamenstelling. De samenstellingen kunnen in vaste, half vloeibare of vloeibare vorm zijn. De belangstelling gaat in het bijzonder uit naar samenstellingen in vloeibare vorm.
In bepaalde in deze aanvraag beschreven uitvoeringsvormen van de werkwijzen of toepassingen kan de samenstelling een sproeibare vloeistof zijn.
Bij voorkeur is Trichoderma, gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii, zoals in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, in een effectieve hoeveelheid aanwezig in de in deze aanvraag beschreven samenstelling.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen, kan de Trichoderma in de samenstelling aanwezig zijn in een hoeveelheid van 1^106 CVE/L tot 1x1014 CVE/L, of van 1x107 CVE/L tot 1χ1013 CVE/L, of van 1x108 CVE/L tot 1χ1013 CVE/L, of van 1x109 CVE/L tot 1χ1013 CVE/L, of van 1x1010 CVE/L tot 1χ1013 CVE/L.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen, kan de Trichoderma worden aangebracht in een hoeveelheid van 1x109 CVE/ha tot 1x1014 CVE/ha, zoals in een hoeveelheid van 1x1010 CVE/ha tot 1x1013 CVE/ha of in een hoeveelheid van 1x1010 CVE/ha tot 1x1012 CVE/ha.
In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen of toepassingen kan de Trichoderma worden aangebracht in een hoeveelheid van 1x1011 CVE/ha tot 1x1013 CVE/ha.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht op de boom, een deel van de boom of de plaats waar de boom, die op de akker staat, groeit.
De termen “akker” of “landbouwakker” kunnen in deze aanvraag uitwisselbaar worden gebruikt en verwijzen naar een landoppervlak dat wordt gebruikt voor landbouwdoeleinden, zoals het kweken van gewassen of het kweken van boomgaardbomen.
De term “boomgaard”, zoals in deze aanvraag gebruikt, verwijst naar een akker die beplant is met boomgaardbomen, zoals fruitbomen (bijv. steenvruchtbomen).
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht op het deel van de boom, zoals een vrucht, wanneer het deel van de boom, zoals de vrucht, aanwezig is op of vastzit aan (bijv. groeit aan) de boom.
BE2018/5854
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht op een of meer van de bladeren, de scheuten, de bloemen, de takken, de vruchten, de stam of de wortels van de boom. In bepaalde uitvoeringsvormen van de in deze aanvraag beschreven werkwijzen en toepassingen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling worden aangebracht (bijv. gesproeid worden) op het geheel van het bovengrondse deel van de boom. In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling dienovereenkomstig worden aangebracht (bijv. gesproeid worden) op een of meer van de bladeren, de scheuten, de bloemen, de takken, de vruchten of de stam van de boom. In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht (bijv. gesproeid worden) op een of meer van de bladeren, de scheuten, de bloemen of de takken van de boom. Bij voorkeur kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht (bijv. gesproeid worden) op een of meer van de bladeren, de scheuten of de bloemen van de boom. In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht (bijv. gesproeid worden) op de bladeren van de boom.
Derhalve verschaft een aspect een werkwijze voor het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of een deel daarvan, waarbij de werkwijze het aanbrengen omvat van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii op een of meer van de bladeren, de scheuten of de bloemen van de boom.
In bepaalde uitvoeringsvormen kunnen sproeibare vloeistoffen worden aangebracht door de boom, een deel daarvan of de plaats waar de boom groeit te besproeien met conventionele sproeiuitrusting zoals in het vakgebied bekend, zoals vliegtuigen, rugsproeiers, op een tractor gemonteerde sproeibomen, etc.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan het aanbrengen een enkele aanbrenging of frequente (meerdere) aanbrengingen met hetzelfde tijdsinterval of met verschillende tijdsintervallen zijn.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, het hele jaar door worden aangebracht (bijv. door sproeien) op de boom, een deel van de boom of de plaats waar de boom groeit, bijv. worden aangebracht tijdens een of meer van de lente, de zomer, de herfst of de winter. Bij voorkeur kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SC1, of de in deze aanvraag beschreven
BE2018/5854 samenstelling, in de lente worden aangebracht (bijv, door sproeien) op de boom, een deel van de boom of de plaats waar de boom groeit. Een dergelijke aanbrenging maakt het op voordelige wijze mogelijk om het optreden van schimmelziekten op steenvruchtbomen en op de steenvruchten die (later in het jaar) aan de boom groeien te voorkomen en/of te verminderen.
In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SCI, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht (bijv, door sproeien) op de boom, een deel daarvan of de plaats waar de boom groeit bij een temperatuur (bijv, luchttemperatuur) in het bereik van -1°C tot 30°C. In bepaalde uitvoeringsvormen kan de Trichoderma, in het bijzonder Trichoderma atroviride SCI, of de in deze aanvraag beschreven samenstelling, worden aangebracht (bijv, door sproeien) op de resten van landbouwgewassen, bij een temperatuur in het bereik van 0°C tot 30°C, van 1°C tot 30°C, van 5°C tot 25°C of van 10°C tot 20°C.
Een verder aspect heeft betrekking op het gebruik van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii bij het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of deel daarvan.
De onderhavige aanvraag voorziet ook in aspecten en uitvoeringsvormen zoals uiteengezet in de volgende verklaringen:
Verklaring 1. Een werkwijze voor het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of een deel daarvan, waarbij de werkwijze het aanbrengen omvat van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii op de boom, het deel daarvan of de plaats waar de boom groeit.
Verklaring 2. De werkwijze volgens verklaring 1, waarbij de steenvruchtboom wordt gekozen uit de groep die bestaat uit een boom van het geslacht Prunus, een olijfboom, een koffieboom, een jujubeboom, een mangoboom, een palmboom, een pistacheboom, een witte sapotaboom, en een cashewboom; bij voorkeur waarbij de steenvruchtboom een boom is van het geslacht Prunus.
Verklaring 3. De werkwijze volgens verklaring 1 of 2, waarbij de steenvruchtboom een boom is van het geslacht Prunus, gekozen uit de groep die bestaat uit een perzikboom, een nectarineboom, een pruimenboom, een damastpruimenboom, een kersenboom, een abrikozenboom, een amandelboom en een sierboom van het geslacht Prunus.
Verklaring 4. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 3, waarbij de schimmelinfectie wordt gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum, Taphrina, Monilinia, Fusicoccum, Botrytis, Cladosporium, Cytospora, Dihotryon, Venturia, Blumeriella, Sphaerotheca, Podosphaera, Wilsonomyces, Apiognomonia, Chondrostereum, Botryosphaeria, Clitocyhe en Armillaria.
BE2018/5854
Verklaring 5. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 4, waarbij de schimmelinfectie wordt gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum beijerinckii, Taphrina deformans, Monilinia laxa, Monilinia fructicola (Bruin rot), Monilinia fructigena, Fusicoccum amygdali, Botrytis cinerea, Cladosporium carpophilum (Zwarte vlek of sproeten), Cytospora cincta, Cytospora leucostoma, Dihotryon morhosum (synoniem: Apiosporina morhosa) (zwarte knoop), Venturia carpophila (perzikschurft), Blumeriella jaapii (kersenbladvlekkenziekte), Sphaerotheca pannosa, Podosphaera tridactyla, Podosphaera clandestina, Taphrina pruni, Wilsonomyces carpophilus, Apiognomonia erythrostoma, Chondrostereum purpureum, Botryosphaeria dothidea, Clitocyhe tahescens en Armillaria mellea.
Verklaring 6. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 5, waarbij de schimmelinfectie wordt gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum beijerinckii, Taphrina deformans, Monilinia laxa en Fusicoccum amygdali.
Verklaring 7. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 6, waarbij de Trichoderma wordt aangebracht in combinatie met een of meer andere pesticiden die niet giftig zijn voor de Trichoderma.
Verklaring 8. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 7, waarbij de Trichoderma, optioneel in combinatie met een of meer andere pesticiden die niet giftig zijn voor de Trichoderma, wordt aangebracht in een samenstelling die een of meer hulpstoffen omvat.
Verklaring 9. De werkwijze volgens verklaring 8, waarbij de samenstelling een sproeibare vloeistof is.
Verklaring 10. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 9, waarbij de Trichoderma wordt aangebracht op het geheel van het bovengrondse deel van de boom, bij voorkeur waarbij de Trichoderma wordt aangebracht op een of meer van de bladeren, de scheuten of de bloemen van de boom.
Verklaring 11. De werkwijze van een der verklaringen 8 tot 10, waarbij de Trichoderma in de samenstelling aanwezig is in een hoeveelheid van l*106 CVE/L tot l*1014 CVE/L, of van l*107 CVE/L tot 1X1013 CVE/L, of van 1 χ 108 CVE/L tot 1 χ 1013 CVE/L, of van 1 χ 109 CVE/L tot 1 χ 1013 CVE/L, of van 1 χ 1010 CVE/L tot 1 χ 1013 CVE/L.
Verklaring 12. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 11, waarbij de Trichoderma wordt aangebracht in een hoeveelheid van IxlO9 CVE/ha tot 1χ1014 CVE/ha, of waarbij de Trichoderma wordt aangebracht in een hoeveelheid van 1 χ 1011 CVE/ha tot 1 χ 1013 CVE/ha.
BE2018/5854
Verklaring 13. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 12, waarbij de Trichoderma atroviride wordt gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride SC1, Trichoderma atroviride I-1237, Trichoderma atroviride T11 en Trichoderma atroviride IMI 206040.
Verklaring 14. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 13, waarbij de Trichoderma atroviride Trichoderma atroviride stam SC1 is.
Verklaring 15. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 14, waarbij de Trichoderma asperellum Trichoderma asperellum stam T34 of Trichoderma asperellum stam ICC012 is.
Verklaring 16. De werkwijze volgens een der verklaringen 1 tot 15, waarbij de Trichoderma gamsii Trichoderma gamsii stam ICC080 is.
Verklaring 17. Gebruik van Trichoderma gekozen uit de groep die bestaat uit Trichoderma atroviride, Trichoderma asperellum, en Trichoderma gamsii bij het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of deel daarvan.
Hoewel de uitvinding is beschreven in samenhang met specifieke uitvoeringsvormen daarvan, spreekt het voor zich dat er veel alternatieven, modificaties en variaties duidelijk zullen zijn aan deskundigen op het vakgebied in het licht van de voorgaande beschrijving. Dienovereenkomstig is het de bedoeling om alle dergelijke alternatieven, modificaties en variaties als volgt te omarmen binnen de geest en brede reikwijdte van de aangehechte conclusies.
De in deze aanvraag beschreven aspecten en uitvoeringsvormen van de uitvinding worden voorts ondersteund door de volgende niet-beperkende voorbeelden.
VOORBEELDEN
Voorbeeld 1: Onderzoek naar de werkzaamheid en selectiviteit van Trichoderma atroviride stam SC1 tegen Fusicoccum amygdali, Coryneum beijerinckii, Monilinia laxa en Taphrina deformans op perzikbomen van de variëteit “Alitop”
De proef was gericht op het evalueren van de werkzaamheid en selectiviteit van Trichoderma atroviride SC1 (1 x 1013 actieve conidia/kg, in water dispergeerbare granules (WG)) tegen de belangrijkste ziekten van de perzik, te weten Fusicoccum amygdali, Coryneum beijerinckii, Monilinia laxa en Taphrina deformans. De proef werd uitgevoerd in de buurt van Budrio, in de provincie Bologna (de streek Emilia Romagna, Italië) op een boerderij die representatief was voor dat gebied met betrekking tot gewassen en kweektechnieken. “Alitop” was de perzikvariëteit (nectarine) die voor de onderhavige proef was gekozen, verplant in 2013.
Het gebruik volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding van een samenstelling die Trichoderma atroviride SC1 (waarnaar in deze aanvraag wordt verwezen als “BCP511B”) omvat, werd
BE2018/5854 vergeleken met de referentiestandaarden Merpan 80 WDG (captan, 80%, WG) en Patrol Blu (koper, 35%, bevochtigbaar poeder (WP)). De lijst met behandelingen wordt weergegeven in Tabel 2.
Tabel 2: Behandelingen volgens uitvoeringsvormen van de uitvinding en met gebruik van referentiestandaarden
Nummer behandeling Naam behandeling Concentratie Type Verhouding Aanbrengcode Opmerking
1 Onbehandeld
2 Merpan 80 WDG 80% WG 300 g/100l ABCD Hoeveelheid water volgens plaatselijk gebruik 800 - 1000 L/ha
3 PATROL BLU 35% WP 800 g/100 l ABCD Hoeveelheid water volgens plaatselijk gebruik 800 - 1000 L/ha
4 BCP511B 150 g A/L WG 50 g/ha ABCD Hoeveelheid water volgens plaatselijk gebruik 800 - 1000 L/ha
5 BCP511B 150 g A/L WG 100 g/ha ABCD Hoeveelheid water volgens plaatselijk gebruik 800 - 1000 L/ha
6 BCP511B 150 g A/L WG 200 g/ha ABCD Hoeveelheid water volgens plaatselijk gebruik 800 - 1000 L/ha
De doelwitziekten Taphrina deformans (TAPHDE), Monilinia laxa (MONILA) en Coryneum sp. (CORNSP) verspreiden zich op natuurlijke wijze in het proefveld, zonder dat kunstmatige beënting nodig is.
BE2018/5854
De weersomstandigheden die tijdens de duur van de proef optraden, vielen binnen het bereik van de seizoensgemiddelden.
Het gewas vertoonde tijdens de proef nooit symptomen van stress die veroorzaakt werden door ongunstige weersomstandigheden of tekorten aan water of voedingsstoffen.
Het experimentele ontwerp was een Gerandomiseerd Volledig Blok (Randomized Complete Block, RCB) met 4 replicaten, elk perceel bestond uit 3 planten (2,8 m afstand binnen de rij, 4 m afstand tussen de rijen) voor een totaal oppervlak van 36,3 m2.
Er werden vier aanbrengingen uitgevoerd. De werkwijze van aanbrengen was sproeien (breedwerpig - op de bladeren) en de timing was op grond van het stadium van het gewas: A: op dag 0, stadium 51 BBCH van het gewas, B: op dag 21, stadium 57 BBCH, C: op dag 46, stadium 65 BBCH en D: op dag 56, stadium 69 BBCH van het gewas. De uniforme plantenstadia van de BBCH-schaal voor steenvruchten zijn als volgt:
BBCH 51: Knoppen van het bloemgestel zwellen op, knoppen gesloten, lichtbruine schubben zichtbaar
BBCH 57: Kelkbladeren open; punten van kroonbladeren zichtbaar, enkele bloemen met witte/roze kroonbladeren (gesloten)
BBCH 65: Volledige bloei: ten minste 50% van de bloemen is open, de eerste kroonbladeren vallen
BBCH 69: Einde van de bloei: alle kroonbladeren gevallen
Het type apparatuur voor het aanbrengen was een baansproeimachine. De werkdruk was 4 bar; het type sproeistuk was een holle kegel.
De beoordelingen zijn uitgevoerd:
- 14 dagen na aanbrengen D (DA-D) voor TAPHDE, door evaluatie van het percentage geïnfecteerde bladeren op 10 gemarkeerde scheuten (plaagincidentie);
- 7 dagen na aanbrengen C (DA-C) en 25 DA-D voor MONILA, door evaluatie van het percentage geïnfecteerde bloemclusters op 50 bloemclusters per perceel (10 bloemclusters op 5 takken per perceel) en het percentage geïnfecteerde scheuten op 2 bomen per perceel;
- 20, 40 en 60 DA-D voor CORNSP, door evaluatie van de ernst van de plaag (%) en de plaagincidentie (%) op bladeren en de plaagincidentie (%) op vruchten.
De aanwezigheid van symptomen van fytotoxiciteit als gevolg van de experimentele producten is geëvalueerd op 7 en 21 dagen na aanbrengen A (DA-A), 7 en 25 dagen na aanbrengen B (DA-B), 7 DA-C en 7 DA-D.
BE2018/5854
De schimmeldodende werkzaamheid werd berekend met de plaagincidentie en de ernst van de plaag door de Abbott-formule toe te passen.
Werkzaamheidsresultaten op Taphrina deformans
DA-D, stadium 73 BBCH van het gewas
De niet-behandelde controle scoorde een gemiddeld percentage van geïnfecteerde bladeren (plaagincidentie) gelijk aan 29,5%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd geregistreerd door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van 1,5% (werkzaamheid van 94,9%), anders dan behandeling 5 (BCP511B, 100 g/ha) die een plaagincidentie scoorde van 4,0% (werkzaamheid van 86,4%), die weer anders was dan behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) met een plaagincidentie van 5,7% (werkzaamheid van 80,5%). Vervolgens werd voor behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) een plaagincidentie geregistreerd van 14,2% (werkzaamheid van 51,7%) en ten slotte leverde behandeling 4 (BCP511B, 50 g/ha) de laagste schimmeldodende werkzaamheid en liet een plaagincidentie zien van 19,0% (werkzaamheid van 35,3%).
Werkzaamheidsresultaten op Monilinia laxa
DA-C, stadium 67 BBCH van het gewas
De niet-behandelde controle scoorde 41,0% geïnfecteerde bloemclusters (plaagincidentie, %). Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd geregistreerd door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van 8,0% (werkzaamheid van 79,4%). Behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) vertoonde een hogere plaagincidentie, gelijk aan 18,0% (werkzaamheid van 54,1%). Behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) en behandeling 5 (BCP511B, 100 g/ha) scoorden respectievelijk een plaagincidentie van 25,0% en 26,0% (respectievelijk een werkzaamheid van 38,4% en 35,2%). Ten slotte vertoonde behandeling 4 (BCP511B, 50 g/ha) de hoogste plaagincidentie met 31,0% (werkzaamheid van 22,8%).
DA-D, stadium 75 BBCH van het gewas
De niet-behandelde controle scoorde 41,6% geïnfecteerde scheuten (plaagincidentie, %). Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd geregistreerd door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met plaagincidentie van 4,5% (werkzaamheid van 89,0%), statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) die een plaagincidentie vastlegde van 10,4% met een berekende werkzaamheid van 73,3%. Ten slotte verschaften de overige behandelingen hogere en vergelijkbare plaagincidenties in het bereik van 26,2% tot 30,5% (werkzaamheid van 26,1% - 36,6% , d.w.z. een
BE2018/5854 werkzaamheid van 31,9% voor behandeling 3, een werkzaamheid van 26,1% voor behandeling 4 en een werkzaamheid van 36,6% voor behandeling 5).
Werkzaamheidsresultaten op Coryneum sp.
DA-D, stadium 75 BBCH van het gewas
Op bladeren scoorde de niet-behandelde controle een gemiddelde plaagincidentie gelijk aan 6,8%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat, met uitzondering van behandeling 4 (BCP511B, 50 g/ha).
De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd verschaft door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van 0,0% (werkzaamheid van 100,0%), in elk geval statistisch gezien vergelijkbaar met de overige behandelingen 2, 3, 5 en 6, die vergelijkbare plaagincidenties lieten zien, in een bereik van 0,3% tot 2,0%.
Op het gebied van de ernst van de plaag werd voor de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde van 0,34% vastgelegd. Behandeling 4 resulteerde in een vergelijkbare uitkomst met 0,20%, terwijl de overige behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan de niet-behandelde controle, maar onderling vergelijkbaar, met waarden voor de ernst van de plaag in het bereik van 0,00% tot 0,10%.
Op vruchten werd bij deze beoordeling de doelwitziekte nog niet waargenomen (plaagincidentie en ernst van de plaag van 0,0%).
DA-D, stadium 76 BBCH van het gewas
Op bladeren scoorde de niet-behandelde controle een gemiddelde plaagincidentie gelijk aan 29,0%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat.
De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd verschaft door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van 4,8% (werkzaamheid van 82,9%), statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) die een plaagincidentie scoorde van 6,5% (werkzaamheid van 76,1%) en behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) met een plaagincidentie gelijk aan 10,3% (werkzaamheid van 64,7%). Voor behandeling 5 werd een tussenliggende waarde voor de plaagincidentie van 12,3% (werkzaamheid van 57,2%) vastgelegd en voor behandeling 4 ten slotte werd de hoogste waarde voor de plaagincidentie vastgelegd, gelijk aan 17,0% (werkzaamheid van 40,9%).
Op het gebied van ernst van de plaag op bladeren scoorde de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde gelijk aan 3,68%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. Wederom werd voor behandeling 6 de laagste uitkomst verkregen met een waarde voor de
BE2018/5854 ernst van de plaag van 0,24%, vergelijkbaar met behandeling 2 met 0,56%, op zijn beurt vergelijkbaar met behandeling 3 met 0,88%. Vervolgens scoorde behandeling 5 een ernst van de plaag van 1,65%, wat verschilde van behandeling 4 met 2,53%.
Op vruchten werd voor de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde voor de plaagincidentie vastgelegd van 12,5%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. Behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) verschafte de laagste plaagincidentie (0,0% en een werkzaamheid van 100,0%), statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) die een plaagincidentie scoorde van 0,8% (werkzaamheid van 94,6%). De overige behandelingen verschaften hogere waarden voor de plaagincidentie en resulteerden in onderling vergelijkbare waarden (van 3,8% tot 5,3%).
DA-D, stadium 78 BBCH van het gewas
Op bladeren scoorde de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde voor de plaagincidentie gelijk aan 60,8%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat.
De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd wederom verschaft door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van 6,3% (werkzaamheid van 90,0%), statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) die een plaagincidentie scoorde van 9,0% (werkzaamheid van 84,8%) gevolgd door behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) met een waarde van 20,5% (werkzaamheid van 65,0%). Behandeling 5 (BCP511B, 100 g/ha) vertoonde een tussenliggende waarde voor de plaagincidentie van 26,5% (werkzaamheid van 55,8%) en behandeling 4 (BCP511B, 50 g/ha) verkreeg ten slotte de hoogste waarde voor de plaagincidentie van 31,8% (werkzaamheid van 46,0%).
Op het gebied van ernst van de plaag op bladeren scoorde de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde voor de ernst van de plaag gelijk aan 7,3%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. Wederom werd voor behandeling 6 de laagste uitkomst verkregen met een waarde voor de ernst van de plaag van 0,5%, vergelijkbaar met behandeling 2 met 0,7%. De overige behandelingen vertoonden hogere waarden voor de ernst van de plaag in het bereik van 2,7% tot 3,5%, zonder onderlinge statistische verschillen.
Op vruchten scoorde de niet-behandelde controle een waarde van 24,0% voor de plaagincidentie. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. Behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) scoorde de hoogste schimmeldodende werkzaamheid en vertoonde een waarde voor de plaagincidentie van 0,8% (werkzaamheid van 96,9%), in elk geval statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) en met behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) met respectievelijk 2,8% en 5,5% (werkzaamheid van 87,5% en 77,7%). Vervolgens verkreeg
BE2018/5854 behandeling 5 (BCP511B, 100 g/ha) een plaagincidentie van 6,8% (werkzaamheid van 71,9%), anders dan behandeling 4 (BCP511B, 50 g/ha) met een plaagincidentie van 12,3% (werkzaamheid van 49,1%).
Met betrekking tot Fusicoccum amygdali werden tijdens de duur van de proef geen symptomen vastgelegd.
Conclusies
Uit de aan het einde van de proef verzamelde gegevens kan geconcludeerd worden dat:
- BCP511B aangebracht in de hoogste dosis van 200 g/ha op tijdstippen A, B, C, D in het algemeen de hoogste schimmeldodende werkzaamheid verschafte tegen de doelwitziekten Taphrina deformans, Monilinia laxa en Coryneum spp., en altijd vergelijkbaar was met de gebruikelijke standaard Merpan 80 WDG aangebracht in een dosis van 300 g/100 L op tijdstippen A, B, C, D tegen Monilinia laxa en Coryneum spp., en zelfs beter dan Merpan 80 WDG tegen Taphrina deformans;
- Daarnaast een interessant schimmeldodend gedrag werd verschaft door de gemiddelde dosis (100 g/ha) van BCP511B tegen Taphrina deformans, die een uiteindelijke hogere werkzaamheid verschafte in vergelijking tot de gebruikelijke standaarden Merpan 80 WDG en Patrol Blu;
- Een dosiseffect werd waargenomen voor BCP511B waarbij de hoogste dosering veel beter was dan de gemiddelde en laagste doseringen;
- Ten slotte gedurende de gehele proefperiode geen symptomen van fytotoxiciteit of enige negatieve effecten werden waargenomen op organismen die niet tot de doelgroep behoorden.
Concluderend resulteerde het aanbrengen volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding van een samenstelling omvattende Trichoderma atroviride SC1 (aangebracht in een concentratie die geen tekenen van fytotoxiciteit veroorzaakte) in een plaagincidentie en/of ernst van de plaag van Taphrina deformans, Coryneum-soorten, en Monilinia laxa op bladeren, bloemen en scheuten van nectarinebomen van de variëteit Alitop die vergelijkbaar waren met of lager waren dan (en derhalve was de werkzaamheid vergelijkbaar met of hoger dan) de plaagincidentie en/of de ernst van de plaag verkregen na aanbrengen van referentiestandaarden, in het bijzonder Merpan 80 WDG (captan, 80%, WG) en Patrol Blu (koper, 35%, WP).
BE2018/5854
Voorbeeld 2: Onderzoek naar de werkzaamheid en selectiviteit van Trichoderma atroviride stam SC1 tegen Fusicoccum amygdali, Coryneum beijerinckii, Monilinia laxa en Taphrina deformans op perzikbomen van de variëteit “Maria Anna”
Deze proef was gericht op het evalueren van de werkzaamheid en selectiviteit van Trichoderma atroviride SC1 (1x1013 actieve conidia/kg, WG) tegen de belangrijkste ziekten van de perzik, te weten Fusicoccum amygdali, Coryneum beijerinckii, Monilinia laxa en Taphrina deformans. De proef werd uitgevoerd in de buurt van Budrio, in de provincie Bologna (de streek Emilia Romagna, Italië) op een boerderij die representatief was voor dat gebied met betrekking tot gewassen en kweektechnieken. “Maria Anna” was de perzikvariëteit (nectarine) die voor de onderhavige proef was gekozen, verplant in 2013.
Het gebruik volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding van een samenstelling die Trichoderma atroviride SC1 (waarnaar in deze aanvraag wordt verwezen als “BCP511B”) omvat, werd vergeleken met de referentiestandaarden Merpan 80 WDG (captan, 80%, WG) en Patrol Blu (koper, 35%, WP). De lijst met behandelingen is dezelfde als in Tabel 2, die in Voorbeeld 1 werd gegeven.
De doelwitziekten Taphrina deformans (TAPHDE), Monilinia laxa (MONILA) en Coryneum sp. (CORNSP) verspreiden zich op natuurlijke wijze in het proefveld, zonder dat kunstmatige beënting nodig is.
De weersomstandigheden die tijdens de duur van de proef optraden, vielen binnen het bereik van de seizoensgemiddelden.
Het gewas vertoonde tijdens de proef nooit symptomen van stress die veroorzaakt werden door ongunstige weersomstandigheden of tekorten aan water of voedingsstoffen.
Het experimentele ontwerp was een RCB met 4 replicaten, elk perceel bestond uit 3 planten (2,8 m afstand binnen de rij, 4 m afstand tussen de rijen) voor een totaal oppervlak van 36,3 m2.
Er werden vier aanbrengingen uitgevoerd. De werkwijze van aanbrengen was sproeien (breedwerpig - op de bladeren) en de timing was op grond van het stadium van het gewas: A: op dag 0, stadium 51 BBCH van het gewas, B: op dag 21, stadium 57 BBCH, C: op dag 46, stadium 65 BBCH en D: op dag 56, stadium 69 BBCH van het gewas. De uniforme plantenstadia voor steenvruchten volgens de BBCH-schaal zijn zoals in de techniek bekend en zoals beschreven in Voorbeeld 1.
Het type apparatuur voor het aanbrengen was een baansproeimachine. De werkdruk was 4 bar; het type sproeistuk was een holle kegel.
BE2018/5854
De beoordelingen zijn uitgevoerd:
- 14 dagen na aanbrengen D (DA-D) voor TAPHDE, door evaluatie van het percentage geïnfecteerde bladeren op 10 gemarkeerde scheuten (plaagincidentie);
- 7 dagen na aanbrengen C (DA-C) en 25 DA-D voor MONILA, door evaluatie van het percentage geïnfecteerde bloemclusters op 50 bloemclusters per perceel (10 bloemclusters op 5 takken per perceel) en het percentage geïnfecteerde scheuten op 2 bomen per perceel;
- 20, 40 en 60 DA-D voor CORNSP, door evaluatie van de ernst van de plaag (%) en de plaagincidentie (%) op bladeren en de plaagincidentie (%) op vruchten.
De aanwezigheid van symptomen van fytotoxiciteit als gevolg van de experimentele producten is geëvalueerd op 7 en 21 dagen na aanbrengen A (DA-A), 7 en 25 dagen na aanbrengen B (DA-B), 7 DA-C en 7 DA-D.
De schimmeldodende werkzaamheid werd berekend met de plaagincidentie en de ernst van de plaag door de Abbott-formule toe te passen.
Werkzaamheidsresultaten op Taphrina deformans
DA-D, stadium 73 BBCH van het gewas
De niet-behandelde controle scoorde een gemiddeld percentage van geïnfecteerde bladeren (plaagincidentie) gelijk aan 17,9%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd vastgelegd door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van 1,4% (werkzaamheid van 92,2%). Behandeling 5 (BCP511B, 100 g/ha) scoorde een plaagincidentie van 3,1% (werkzaamheid van 82,9%), en behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) scoorde een plaagincidentie van 5,1% (werkzaamheid van 71,3%). Vervolgens werd voor behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) een plaagincidentie vastgelegd van 9,8% (werkzaamheid van 45,2%) en ten slotte leverde behandeling 4 (BCP511B, 50 g/ha) de laagste schimmeldodende werkzaamheid met een plaagincidentie van 12,7% (werkzaamheid van 29,2%).
Werkzaamheidsresultaten op Monilinia laxa
DA-C, stadium 67 BBCH van het gewas
De niet-behandelde controle scoorde 30,0% geïnfecteerde bloemclusters (plaagincidentie, %). Alleen behandeling 6 en behandeling 2 resulteerden in een andere uitkomst. De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd vastgelegd door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een waarde voor de plaagincidentie van 5,0% (werkzaamheid van 83,1%). Behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) vertoonde een iets hogere waarde voor de plaagincidentie, gelijk aan 11,0%
BE2018/5854 (werkzaamheid van 64,7%). De overige behandelingen verschaften hogere waarden voor de plaagincidentie (van 20,0% tot 22,0%) met een werkzaamheid van 28,3% voor behandeling 3, een werkzaamheid van 30,8% voor behandeling 4 en een werkzaamheid van 32,8% voor behandeling 5.
DA-D, stadium 75 BBCH van het gewas
De niet-behandelde controle scoorde 26,1% geïnfecteerde scheuten (plaagincidentie, %). Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd vastgelegd door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een waarde voor de plaagincidentie van 1,9% (werkzaamheid van 91,5%), statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) die een plaagincidentie van 4,6% registreerde met een berekende werkzaamheid van 81,1%. Ten slotte verschaften de overige behandelingen hogere en vergelijkbare waarden voor de plaagincidentie in het bereik van 15,1% tot 18,1% (werkzaamheid van 28,6% - 41,2%, d.w.z. een werkzaamheid van 41,2% voor behandeling 3, een werkzaamheid van 28,6% voor behandeling 4 en een werkzaamheid van 32,8% voor behandeling 5).
Werkzaamheidsresultaten op Coryneum sp.
DA-D, stadium 75 BBCH van het gewas
Bij deze beoordeling werd de doelwitziekte nog niet waargenomen (plaagincidentie en ernst van de plaag van 0,0%).
DA-D, stadium 76 BBCH van het gewas
Op bladeren scoorde de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde voor de plaagincidentie gelijk aan 6,0%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd verschaft door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van slechts 0,3% (werkzaamheid van 97,2%), statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) die een plaagincidentie scoorde van 0,8% (werkzaamheid van 89,4%), gevolgd door behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) met een plaagincidentie gelijk aan 2,0% (werkzaamheid van 62,9%). Voor behandeling 5 werd een plaagincidentie van 3,0% (werkzaamheid van 53,5%) vastgelegd en ten slotte werd voor behandeling 4 (BCP115B, 50 g/ha) een plaagincidentie van 5,0% (werkzaamheid van 21,0%) vastgelegd ten opzichte van de niet-behandelde controle.
Op het gebied van ernst van de plaag op bladeren werd voor de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde gelijk aan 0,4% vastgelegd. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. Wederom werd voor behandeling 6 de laagste uitkomst verkregen met een
BE2018/5854 waarde voor de ernst van de plaag van 0,01%, vergelijkbaar met behandeling 2 met 0,04%. De overige behandelingen vertoonden tussenliggende waarden voor de ernst van de plaag in het bereik van 0,13% tot 0,25%, zonder onderlinge statistische verschillen.
Op vruchten werden nog geen symptomen als gevolg van de doelwitziekte waargenomen.
DA-D, stadium 78 BBCH van het gewas
Op bladeren scoorde de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde voor de plaagincidentie gelijk aan 11,0%. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat.
De hoogste schimmeldodende werkzaamheid werd wederom verschaft door behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) met een plaagincidentie van 1,8% (werkzaamheid van 84,8%), statistisch gezien vergelijkbaar met behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) die een plaagincidentie scoorde van 2,5% (werkzaamheid van 73,8%). De overige behandelingen vertoonden hogere waarden voor de plaagincidentie in het bereik van 5,5% tot 8,0% die onderling vergelijkbaar waren (werkzaamheid van 27,0% - 52,0%, d.w.z. een werkzaamheid van 52,0% voor behandeling 3, een werkzaamheid van 27,0% voor behandeling 4 en een werkzaamheid van 33,5% voor behandeling 5).
Op het gebied van ernst van de plaag op bladeren werd voor de niet-behandelde controle een gemiddelde waarde voor de ernst van de plaag gelijk aan 0,80% vastgelegd. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. Wederom werd voor behandeling 6 de laagste uitkomst verkregen met een waarde voor de ernst van de plaag van 0,09%, vergelijkbaar met behandeling 2 met 0,11%. De overige behandelingen vertoonden hogere waarden voor de ernst van de plaag in het bereik van 0,28% tot 0,39%, zonder onderlinge statistische verschillen.
Op vruchten scoorde de niet-behandelde controle een waarde van 3,8% voor de plaagincidentie. Alle behandelingen resulteerden in een andere uitkomst dan dat. Behandeling 6 (BCP511B, 200 g/ha) en behandeling 2 (Merpan 80 WDG, 300 g/100 L) scoorden de hoogste schimmeldodende werkzaamheid en vertoonden geen geïnfecteerde vruchten, met waarden voor de plaagincidentie van 0% (werkzaamheid van 100%) vergelijkbaar met behandeling 5 (BCP511B, 100 g/ha) met een waarde voor de plaagincidentie van 0,5% (werkzaamheid van 88,8%). Behandeling 3 (Patrol Blu, 800 g/100 L) scoorde een tussenliggende waarde voor de plaagincidentie van 0,8% (werkzaamheid van 80,4%) en voor behandeling 4 (BCP511B, 50 g/ha) werd ten slotte een plaagincidentie vastgelegd van 1,5% (werkzaamheid van 62,1%).
Met betrekking tot Fusicoccum amygdali werden tijdens de duur van de proef geen symptomen vastgelegd.

Claims (13)

  1. Conclusies
    Uit de aan het einde van de proef verzamelde gegevens kan geconcludeerd worden dat:
    - BCP511B aangebracht in de hoogste dosis van 200 g/ha op tijdstippen A, B, C, D in het algemeen de hoogste schimmeldodende werkzaamheid verschafte tegen de doelwitziekten Taphrina deformans, Monilinia laxa en Coryneum spp., en altijd vergelijkbaar was met de gebruikelijke standaard Merpan 80 WDG aangebracht in een dosis van 300 g/100 L op tijdstippen A, B, C, D tegen Monilinia laxa en Coryneum spp., en zelfs beter dan Merpan 80 WDG tegen Taphrina deformans;
    - Daarnaast een interessant schimmeldodend gedrag werd verschaft door de gemiddelde dosis (100 g/ha) van BCP511B tegen Taphrina deformans, die een uiteindelijke hogere werkzaamheid verschafte in vergelijking tot de gebruikelijke standaarden Merpan 80 WDG en Patrol Blu;
    - Een dosiseffect werd waargenomen voor BCP511B waarbij de hoogste dosering veel beter was dan de gemiddelde en laagste doseringen;
    - Ten slotte gedurende de gehele proefperiode geen symptomen van fytotoxiciteit of enige negatieve effecten werden waargenomen op organismen die niet tot de doelgroep behoorden.
    Concluderend resulteerde het aanbrengen volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding van een samenstelling omvattende Trichoderma atroviride SC1 (aangebracht in een concentratie die geen tekenen van fytotoxiciteit veroorzaakte) in een plaagincidentie en/of ernst van de plaag van Taphrina deformans, Coryneum-soorten, en Monilinia laxa op bladeren, bloemen en scheuten van nectarinebomen van de variëteit Maria Anna die vergelijkbaar waren met of lager waren dan (en derhalve was de werkzaamheid vergelijkbaar met of hoger dan) de plaagincidentie en/of de ernst van de plaag verkregen na aanbrengen van referentiestandaarden, zoals Merpan 80 WDG (captan, 80%, WG) en Patrol Blu (koper, 35%, WP).
    CONCLUSIES BE2018/5854
    1. Werkwijze voor het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of een deel daarvan, waarbij de werkwijze het aanbrengen omvat van Trichoderma atroviride SCI op de boom, het deel daarvan of de plaats waar de boom groeit.
  2. 2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij de steenvruchtboom wordt gekozen uit de groep die bestaat uit een boom van het geslacht Prunus, een olijfboom, een koffieboom, een jujubeboom, een mangoboom, een palmboom, een pistacheboom, een witte sapotaboom, en een cashewboom; bij voorkeur waarbij de steenvruchtboom een boom is van het geslacht Prunus.
  3. 3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij de steenvruchtboom een boom is van het geslacht Prunus, gekozen uit de groep die bestaat uit een perzikboom, een nectarineboom, een pruimenboom, een damastpruimenboom, een kersenboom, een abrikozenboom, een amandelboom en een sierboom van het geslacht Prunus.
  4. 4. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot 3, waarbij de schimmelinfectie wordt gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum, Taphrina, Monilinia, Fusicoccum, Botrytis, Cladosporium, Cytospora, Dihotryon, Venturia, Blumeriella, Sphaerotheca, Podosphaera, Wilsonomyces, Apiognomonia, Chondrostereum, Botryosphaeria, Clitocyhe en Armillaria.
  5. 5. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot 4, waarbij de schimmelinfectie wordt gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum beijerinckii, Taphrina deformans, Monilinia laxa, Monilinia fructicola, Monilinia fructigena, Fusicoccum amygdali, Botrytis cinerea, Cladosporium carpophilum, Cytospora cincta, Cytospora leucostoma, Dibotryon morbosum, Venturia carpophila, Blumeriella jaapii, Sphaerotheca pannosa, Podosphaera tridactyla, Podosphaera clandestina, Taphrina pruni, Wilsonomyces carpophilus, Apiognomonia erythrostoma, Chondrostereum purpureum, Botryosphaeria dothidea, Clitocybe tabescens en Armillaria mellea.
  6. 6. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot 5, waarbij de schimmelinfectie wordt gekozen uit de groep die bestaat uit Coryneum beijerinckii, Taphrina deformans, Monilinia laxa en Fusicoccum amygdali.
  7. 7. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot 6, waarbij de Trichoderma atroviride SCI wordt aangebracht in combinatie met een of meer andere pesticiden die niet giftig zijn voor de Trichoderma atroviride SCI.
  8. 8. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot 7, waarbij de Trichoderma atroviride SCI, optioneel in combinatie met een of meer andere pesticiden die niet giftig zijn voor de
    BE2018/5854 Trichoderma atroviride SCI, wordt aangebracht in een samenstelling die een of meer hulpstoffen omvat.
  9. 9. Werkwijze volgens conclusie 8, waarbij de samenstelling een sproeibare vloeistof is.
  10. 10. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot 9, waarbij de Trichoderma atroviride SCI wordt
    5 aangebracht op het geheel van het bovengrondse deel van de boom, bij voorkeur waarbij de
    Trichoderma atroviride SCI wordt aangebracht op een of meer van de bladeren, de scheuten of de bloemen van de boom.
  11. 11. Werkwijze van een der conclusies 8 tot 10, waarbij de Trichoderma atroviride SCI in de samenstelling aanwezig is in een hoeveelheid van |/IO CVE/L tot LIO14 CVE/L, of van
    10 1X107 CVE/L tot 1X1013 CVE/L, of van 1 χ 108 CVE/L tot 1 χ 1013 CVE/L, of van 1 χ 109 CVE/L tot 1 χ 1013 CVE/L, of van 1 χ 1O10 CVE/L tot 1 χ 1013 CVE/L.
  12. 12. Werkwijze volgens een der conclusies 1 tot 11, waarbij de Trichoderma atroviride SCI wordt aangebracht in een hoeveelheid van IxlO9 CVE/ha tot IxlO14 CVE/ha, of waarbij de Trichoderma atroviride SCI wordt aangebracht in een hoeveelheid van IxlO11 CVE/ha tot
    15 IxlO13 CVE/ha.
  13. 13. Gebruik van Trichoderma atroviride SCI bij het voorkomen of bestrijden van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom of deel daarvan.
BE20185854A 2018-12-04 2018-12-04 Werkwijzen voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom BE1026827B1 (nl)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20185854A BE1026827B1 (nl) 2018-12-04 2018-12-04 Werkwijzen voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom
CN201980078069.7A CN113226041B (zh) 2018-12-04 2019-12-04 用于治疗核果树上的真菌感染的方法
PCT/EP2019/083600 WO2020115097A1 (en) 2018-12-04 2019-12-04 Methods for treating a fungal infection on a stone fruit tree
ES19808954T ES3042789T3 (en) 2018-12-04 2019-12-04 Methods for treating a fungal infection on a stone fruit tree
US17/299,920 US11839218B2 (en) 2018-12-04 2019-12-04 Methods for treating a fungal infection on a stone fruit tree
EP19808954.2A EP3890493B1 (en) 2018-12-04 2019-12-04 Methods for treating a fungal infection on a stone fruit tree

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20185854A BE1026827B1 (nl) 2018-12-04 2018-12-04 Werkwijzen voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1026827A1 BE1026827A1 (nl) 2020-06-26
BE1026827B1 true BE1026827B1 (nl) 2020-07-02

Family

ID=65440719

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20185854A BE1026827B1 (nl) 2018-12-04 2018-12-04 Werkwijzen voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom

Country Status (6)

Country Link
US (1) US11839218B2 (nl)
EP (1) EP3890493B1 (nl)
CN (1) CN113226041B (nl)
BE (1) BE1026827B1 (nl)
ES (1) ES3042789T3 (nl)
WO (1) WO2020115097A1 (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN115976245A (zh) * 2022-07-05 2023-04-18 新疆农业大学 嗜果刀孢菌的特异性检测引物及检测方法
CN119955632B (zh) * 2024-01-30 2026-01-27 吉林省林业科学研究院(吉林省林业生物防治中心站) 一种木霉菌发酵液及其制备方法

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2009116106A1 (en) * 2008-03-21 2009-09-24 Trentino Sviluppo S.P.A. Trichoderma atroviride sc1 for biocontrol of fungal diseases in plants
ES2395518A1 (es) * 2011-04-15 2013-02-13 Universidad De Jaén Cepa de trichoderma útil para el tratamiento y/o prevención de infecciones provocadas por hongos pertenecientes al género verticillium.

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2915999B1 (fr) * 2007-05-09 2013-01-18 Agrolor Souche de trichoderma atroviride et son utilisation comme produit phytosanitaire pour les maladies de la vigne.
MX2015006946A (es) * 2012-12-03 2015-09-08 Bayer Cropscience Ag Composicion que comprende agentes de control biologico.
WO2015036379A1 (en) * 2013-09-13 2015-03-19 Bayer Cropscience Ag Fungicidal compositions containing thiazolylisoxazoline fungicide and biological fungicide
CN103484384B (zh) * 2013-10-08 2015-07-01 天津市植物保护研究所 一种防控蔬菜真菌病害的深绿木霉制剂及其制备方法
EP2865267A1 (en) * 2014-02-13 2015-04-29 Bayer CropScience AG Active compound combinations comprising phenylamidine compounds and biological control agents
BE1023676B1 (nl) * 2016-06-10 2017-06-13 Bipa Nv Methode voor de preventie of de bestrijding van mycosphaerella fijiensis

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2009116106A1 (en) * 2008-03-21 2009-09-24 Trentino Sviluppo S.P.A. Trichoderma atroviride sc1 for biocontrol of fungal diseases in plants
ES2395518A1 (es) * 2011-04-15 2013-02-13 Universidad De Jaén Cepa de trichoderma útil para el tratamiento y/o prevención de infecciones provocadas por hongos pertenecientes al género verticillium.

Non-Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Title
BACHAR: "Esquive WP A bio fungicide against pruning wound disesases on vine and plant root pathogens", 31 October 2008 (2008-10-31), XP055596955, Retrieved from the Internet <URL:https://www.abim.ch/fileadmin/abim/documents/presentations2008/session4/5_Blal_ABIM-2008.pdf> [retrieved on 20190617] *
LUIS SANZ ET AL: "Cell wall-degrading isoenzyme profiles of Trichoderma biocontrol strains show correlation with rDNA taxonomic species", CURRENT GENETICS, vol. 46, no. 5, 9 October 2004 (2004-10-09), US, pages 277 - 286, XP055596984, ISSN: 0172-8083, DOI: 10.1007/s00294-004-0532-6 *
SHERIDAN L WOO ET AL: "Trichoderma-based Products and their Widespread Use in Agriculture", 1 January 2014 (2014-01-01), XP055596570, Retrieved from the Internet <URL:https://benthamopen.com/contents/pdf/TOMYCJ/TOMYCJ-8-71.pdf> [retrieved on 20190617] *

Also Published As

Publication number Publication date
CN113226041A (zh) 2021-08-06
WO2020115097A1 (en) 2020-06-11
EP3890493B1 (en) 2025-09-17
ES3042789T3 (en) 2025-11-24
US20220039393A1 (en) 2022-02-10
CN113226041B (zh) 2022-11-25
EP3890493C0 (en) 2025-09-17
US11839218B2 (en) 2023-12-12
BE1026827A1 (nl) 2020-06-26
EP3890493A1 (en) 2021-10-13

Similar Documents

Publication Publication Date Title
Khanzada et al. Chemical control of Lasiodiplodia theobromae, the causal agent of mango decline in Sindh
US10264792B2 (en) Holistic, cost effective method for management of huang long bing (HLB), phytophthora gummosis, asian citrus psyllid and other serious infestations in citrus and other crops
Türkölmez et al. Activity of Metalaxyl-M+ mancozeb, Fosetyl-Al, and Phosphorous Acid against Phytophthora Crown and Root Rot of Apricot and Cherry Caused by Phytophthora palmivora.
BE1026827B1 (nl) Werkwijzen voor het behandelen van een schimmelinfectie op een steenvruchtboom
De Boer et al. Phosphorous acid treatments control Phytophthora diseases in Australia 1
McKenry Mesocriconema xenoplax predisposes Prunus spp. to bacterial canker.
CN108184864B (zh) 一种含有氟噻唑吡乙酮和蛇床子素的复配组合物及其应用
CN111990138B (zh) 一种利用昆虫病原线虫降低稻田害虫基数的方法
CN116725018A (zh) Cyclobutrifluram在防治植物病害中的应用
US20220104499A1 (en) Application Method of Silicon Quantum Dots for controlling Corn Armyworm
US20170311603A1 (en) Use of bismuth subsalicylate or one of the derivatives thereof as a phytopharmaceutical agent
CN108184903A (zh) 一种鸡粪沼液和杀菌剂复配组合物及在防治苹果叶部病害中的应用
Mahidi et al. The influence of bunches thinning and pesticides on some traits and the rate of infection with lesser date moth in date palm
JP2001039810A (ja) マンゴー炭そ病の防除法
US20250351823A1 (en) Composition and method of inducing systemic acquired resistance (sar) in plants
CN111296485B (zh) 诱导剂在防治草莓灰霉病及增加叶绿素含量、降低细胞膜透性中的应用
Muralidharan et al. Effect of Lecanicillium lecanii on date palm scale, Parlatoria blanchardi in date groves of Kachchh, Gujarat, India
Papachatzis et al. Ficus carica root rot disease caused by Armillaria mellea and Rosellinia necatrix in Greece
Yuldosheva et al. Study on protective measures against diseases of almonds caused by fungi: A case study in Tashkent region of Uzbekistan
Vasileva et al. Chemical control of fungal pathogens of lavender in Bulgaria
CN105191951A (zh) 一种抑制松树脂溃疡病菌生长的化合物
FERDOUS EVALUATION OF SOME PROMISING MANAGEMENT APPROACHES AGAINST SUCKING INSECT PESTS OF BRINJAL
Sun et al. Integrated prevention and control techniques of infectious diseases of vegetables.
CN113229289A (zh) 一种水稻秧苗用病虫害防治药剂及使用方法
CN116686608A (zh) 一种防治橄榄星室木虱的方法

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20200702