[go: up one dir, main page]

BE1008729A3 - Handbedienbaar kettingtakelblok. - Google Patents

Handbedienbaar kettingtakelblok. Download PDF

Info

Publication number
BE1008729A3
BE1008729A3 BE9401091A BE9401091A BE1008729A3 BE 1008729 A3 BE1008729 A3 BE 1008729A3 BE 9401091 A BE9401091 A BE 9401091A BE 9401091 A BE9401091 A BE 9401091A BE 1008729 A3 BE1008729 A3 BE 1008729A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
friction
wheel
brake
plate
handwheel
Prior art date
Application number
BE9401091A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Elephant Chain Block Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Elephant Chain Block Co filed Critical Elephant Chain Block Co
Application granted granted Critical
Publication of BE1008729A3 publication Critical patent/BE1008729A3/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B66HOISTING; LIFTING; HAULING
    • B66DCAPSTANS; WINCHES; TACKLES, e.g. PULLEY BLOCKS; HOISTS
    • B66D3/00Portable or mobile lifting or hauling appliances
    • B66D3/12Chain or like hand-operated tackles with or without power transmission gearing between operating member and lifting rope, chain or cable
    • B66D3/16Chain or like hand-operated tackles with or without power transmission gearing between operating member and lifting rope, chain or cable operated by an endless chain passing over a pulley or a sprocket

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Braking Arrangements (AREA)
  • Manufacture Of Macromolecular Shaped Articles (AREA)

Abstract

Kettingblok, waarbij de buitendiameter van een eerste voeringplaat 13 van een mechanische rem 17 is kleiner uitgevoerd dan de binnendiameter van een binnenste uitgebogen deel van een wielgedeelte 20 van een handwiel 11; de buitendiameters van een tweede voeringplaat 14 en van een aangedreven schijf 8 van een aangedreven element 10 zijn kleiner uitgevoerd dan de binnendiameter van een cylindrisch deel 21 van een rempallenwiel 12, en de eerste en tweede voeringplaten 13 en 14 zijn gevormd van ruw voeringmateriaal met een druksterkte van 15 (Kgf/mm2) en een treksterkte van 12 (10-3 mm/mm) of meer, zodat het handwiel 11 een kleinere diameter dan gebruikelijk kan hebben en ook axiaal naar de zijplaat is verplaatst en het kettingblok als geheel kleinere afmetingen kan heben.

Description


   <Desc/Clms Page number 1> 
 



   Handbedienbaar kettingtakelblok. 



   (Technisch gebied)
De uitvinding heeft betrekking op een handbedienbaar kettingtakelblok voorzien van een hendel en een mechanische rem waarbij een lastschijf in rotatie aandrijfbaar is door het bedienen van een handketting die kan aangrijpen op het handwiel. 



   (Stand van de techniek)
Dergelijke handbedienbare kettingtakelblokken zijn bekend en beschreven in bijvoorbeeld de Japanese Utility Model Publication Gazette No. Sho 54-39231. 



   Bij het in deze publicatie beschreven handbedienbare kettingblok is een aandrijfas via een stel legers gemonteerd tussen twee zijplaten en is een lastschijf via een reductie tandwielmechanisme roteerbaar met de aandrijfas verbonden. Een aandrijfelement met aan een zijde daarvan een aangedreven schijf, is met de aandrijfas verbonden. Een naaf van een handwiel is op de aandrijfas geschroefd. Een rempallenwiel kan in aangrijping worden gebracht met een remklink en een paar voeringplaten die tegenover elkaar zijn aangebracht aan weerszijden van het rempallenwiel, zijn afgesteund op het cylindrische deel van het aangedreven element en tussen de aangedreven schijf en een zij-oppervlak van een gedeelte van het handwiel en vormt aldus een mechanische rem.

   Een handketting die op het handwiel aangrijpt is ingericht voor het in rotatie aandrijven van de aandrijfas via de mechanische rem en drijft de lastschijf aan voor het hijsen van een last of voor het lossen van de mechanische rem voor het neerlaten van de gehesen last. 



   Bij het handbedienbare kettingblok dat de boven beschreven wijze is geconstrueerd worden voor de voeringplaten van de mechanische rem gangbare voeringplaten toegepast die gebruikt worden voor remvoeringen van automobielen. De voeringplaten heeft een diameter die ongeveer gelijk is aan die van het 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 wielgedeelte van het handwiel en bevindt zieh tegenover het zij-oppervlak van het handwiel. 



   Aan de remvoeringen die in het algemeen worden gebruikt voor   industriele   machines wordt ten hoogste de eis gesteld dat functioneel de wrijvingscoëfficiënt 0, 20 of meer is bij een temperatuur van het wrijvingsoppervlak van 200 C, een druksterkte van ten hoogste 1000 (Kg/cm2) en een maximum treksterkte van ongeveer 8 (10-3   mm/mm),   teneinde te voldoen aan de eisen van de Japanese Industrial Standard.

   Teneinde de genoemde in de handel verkrijgbare voeringplaten te kunnen gebruiken bij de mechanische rem van het handbedienbare kettingtakelblok, moet de voeringplaat een grote diameter hebben en ook het wrijvingsoppervlak van het wiel tegenover de voeringplaat moet een vergroot oppervlak hebben, zodat functioneel en kwalitatief de oppervlaktedruk kan worden verlaagd teneinde de mechanische remeigenschappen in overeenstemming te brengen met de gehesen last. 



   Anderzijds wordt tegenwoordig aan handbediende kettingtakelblokken de eis gesteld dat deze voor eenvoudige hanteerbaarheid geringe afmetingen hebben. Teneinde aan deze eis tegemoet te komen is de materiaalkwaliteit van elke component verbeterd om de levensduur te verlengen. Het verkleinen van de diameter van het handwiel is echter beperkt door de diameter van de voeringplaat en daardoor is de maatverkleining van het takelblok beperkt. Bovendien moet het handwiel zich axiaal aan de buitenzijde van de mechanische rem bevinden, zodat ook axiale maatverkleining van het handwiel aan beperking onderhevig is.

   Omdat ook het handwiel axiaal aan de buitenzijde op afstand van een leger dat de aandrijfas ondersteunt is geplaatst, wordt afstand van de zijplaten tot het handwiel groter, met als gevolg dat de aandrijfas op buiging wordt belast door een belasting die op het door de handketting aangedreven handwiel inwerkt. Indien de handketting geforceerd wordt belast kan de aandrijfas worden vervormd. Ook in onbelaste toestand, waarbij er geen last hangt aan de haak van de lastketting en de lastschijf niet wordt belast, hangt het lijf van het kettingblok scheef, zoals met de streep-stippellijn in 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 Fig. 6 is aangegeven, als gevolg van het gewicht van de handketting die op het handwiel aangrijpt.

   In deze toestand kamt, indien de handketting 100 wordt bediend voor het roteren van het handwiel 101, de handketting 100 in aanraking met de wielkast 103 bij het kettingblokhuis 102 en genereert lawaai. 



  Bovendien wordt weerstand opgewekt tegen rotatie van de handketting 100 en wordt bij bediening van de handketting 100 een traagheidsrotatie van het handwiel 101 tegengewerkt. Derhalve kan het handwiel 101 bij bediening van de handketting 100 niet snel worden geroteerd en dus kan de haak lastketting niet snel worden gehesen. 



   (Samenvatting van de uitvinding)
Het doel van de uitvinding is het aantal nesten van het handwiel tot een minimum te beperken en met een deel van het handwiel de mechanische rem te overlappen, zodat het handwiel axiaal dicht bij een zijde kan worden geplaatst van de zijplaat die de lastschijf ondersteunt en bovendien de diameter van het wiel wordt verkleind waardoor de afmetingen van het kettingblok als geheel worden gereduceerd. 



   Voor het bereiken van de bovengenoemde doelstellingen is volgens de uitvinding een handbediend kettingtakelblok voorzien van een lastschijf 3 welke via een paar legers 5 en 6 wordt ondersteund tussen twee zijplaten 1 en   2 ;   een aandrijfas 7 voor het aandrijven van de lastschijf   3 ;   een aangedreven element 10 dat met de aandrijfas 7 is gekoppeld ; een handwiel 11 dat door schroeven op de aandrijfas 7 is gemonteerd ;

   een mechanische rem 17 welke ia aangebracht tussen het aangedreven element 10 en het handwiel 11 en is voorzien van een rempallenwiel 12 dat kan aangrijpen op een remklink 16 en een paar voeringplaten 13 en 14, waarbij het handwiel 11 is voorzien van een naaf 19 die door schroeven is gemonteerd op de aandrijfas 7 en van een wieldeel 20 met een minimaal aantal nesten voor het daarin opnemen van horizontale schakels van de handketting, waarbij een binnendeel van het wieldeel 20 in het verlengde van een wrijvingsoppervlak 19a van de naaf 19, is uitgebogen vanaf het wrijvingsoppervlak naar de zijplaat 1, waarbij de buitendiameter van de eerste voeringplaat 13 die 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 met het wrijvingsoppervlak in aanraking is, kleiner is dan de binnendiameter van het binnenwaarts uitgebogen deel van het wielgedeelte 20,

   verder het rempallenwiel 12 is voorzien van een cylindrisch deel 21 dat zich van de buitenomtrek daarvan uitstrekt naar de zijplaat   1,   welk cylindrisch deel 21 bij de buitenomtrek daarvan is voorzien van tanden 15 die in aangrijping kunnen worden gebracht met de remklink 16, welke tanden 15 ten opzichte van het binnenwaarts uitgebogen deel van het wielgedeelte 20 naar de zijplaat toe zijn verplaatst, waarbij de buitendiameters van de tweede voeringplaat 14 en van het aangedreven element 10 met het wrijvingsoppervlak, kleiner zijn dan de binnendiameter van het cylindrische gedeelte 21 van het rempallenwiel 12, en de eerste en tweede voeringplaten 13 en 14 zijn vervaardigd van ruw voeringmateriaal dat een warmtebestendige vezel,

   een wrijving bepalend middel en een bindmiddel bevat en zodanige eigenschappen heeft dat bij een temperatuur van 2000C van de respectieve wrijvingsoppervlakken, het ruwe materiaal een coëfficiënt van 0, 35 of meer heeft, een hardheid van 99 tot 120, een druksterkte van 15 (Kgf/mm2) en een maximum treksterkte van 12 (10-3 mm/mm) of meer. 



   Bij voorkeur overlapt het cylindrische deel 21 van het rempallenwiel 12 de buitenomtrek van het leger 6 dat de lastschijf 3 opzij van de zijplaat 2 ondersteunt. 



   Verder verdient het de voorkeur dat van de wrijvingsoppervlakken waarmee de eerste en tweede voeringplaten 13 en 14 in wrijvingsaanraking komen, de wrijvingsoppervlakken op tenminste het aangedreven element 10 en het rempallenwiel elk zijn voorzien van een bekleding van een wrijving bepalende laag 26 die een warmtebehandeling heeft ondergaan. 



   Verder kan volgens de uitvinding zijn voorzien in een inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting, voorzien van een handwiel 11 dat door schroeven is bevestigd op een aandrijfas 7 en een remhouder 31 met aan de binnenzijde een flens 32 die aan de binnenzijde is voorzien van een wrijvingsoppervlak, en een cylindrisch deel 33. Een naaf 19 van het handwiel 11 is ondersteund op het cylindrische deel 33 van de 

 <Desc/Clms Page number 5> 

 remhouder 31 en een lastinstel-en bijstelelement 34 is door schroeven daarop gemonteerd. Tussen de flens 32 van de remhouder 31 en de naaf 19 is een eerste wrijvingsplaat 35 geplaatst. Tussen de naaf 19 en het lastinstel-en bijstelelement 34 is een tweede wrijvingsplaat 36 geplaatst. Tussen de tweede wrijvingsplaat 36 en het lastinstel-en bijstelelement 34 zijn een houderplaat 38 en een elastisch element 37 geplaatst.

   De buitendiameter van de flens 32 bij de remhouder 31 en die van de wrijvingsplaten 35 en 36 zijn kleiner uitgevoerd dan de binnendiameter van het binnenwaarts uitgebogen deel van het wielgedeelte 20. 



   Bij voorkeur zijn de buitendiameters van de houderplaat 38, het elastische element 37 en het lastinstel-en bijstelelement 34 bij de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting kleiner uitgevoerd dan de binnendiameter van het axiaal buitenwaarts van het wielgedeelte 20 van het handwiel 11 uitgebogen deel, zodat de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting ligt in projectievlakken van beide axiale zijvlakken van het wielgedeelte 20 van het handwiel 11. 



  Verder verdient het de voorkeur dat van de wrijvingsoppervlakken waarmee de eerste en tweede wrijvingsoppervlakken in wrijvingsaanraking komen, de wrijvingsoppervlakken van tenminste de flenzen 32 van de remhouder 31 en de houderplaat 38 zijn voorzien van een daarop aangebrachte laag 39 van een warmtebehandelde   bekledingsmateriaal.   



   Volgens de uitvinding is de buitendiameter van de eerste voeringplaat 13 kleiner uitgevoerd dan de binnendiameter van het binnenwaarts uitgebogen deel van het wielgedeelte 20 van het handwiel 11. Het rempallenwiel 12 is uitgevoerd met een cylindrisch deel 21 en tanden 15 die in aangrijping kunnen komen met de remklink 16, zijn ten opzichte van het binnenwaarts uitgebogen deel van 11, naar de zijplaat toe verplaatst. Bovendien zijn de buitendiameters van het rempallenwiel 12 en de voeringplaat 14 en het aangedreven element 10, uitgerust met het wrijvingsoppervlak, kleiner uitgevoerd dan de binnendiameter van het   cylindr1sche   deel 21 en eveneens zijn de eerste en tweede voeringplaten 13 en 14 gevormd van 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 voeringmateriaal als in het voorgaande genoemd.

   Deze constructie heeft tot resultaat dat terwijl het handwiel 11 kleiner is gemaakt, de axiale positie daarvan naar de lastschijf 3 toe is verplaatst, met andere woorden naar de zijplaat die de lastschijf steunt. Derhalve kan de afmeting niet alleen in de radiale richting maar ook in axiale richting kleiner worden gemaakt voor het verkleinen van het kettingblok. Ook de axiale afmetingen en buiging van de aandrijfas 7 worden gereduceerd. 



  Verder hangt het blok in onbelaste toestand minder scheef, zodat het handwiel soepel kan roteren door de traagheid en de handketting kan snel en soepel zonder lawaai worden bediend. 



   Verder heeft de constructie, waarbij het cylindrische deel 21 van het rempallenwiel 12 de buitenomtrek van het de lastschijf 3 in de zijplaat 2 steunende leger 6 overlapt, het effect dat de met de tanden 15 van het cylindrische deel 21 in aangrijping te brengen remklink 16, in de richting van de zijplaat is gebracht en ook het handwiel 11 in dezelfde mate naar de zijplaat is verplaatst. Hierdoor kan het kettingblok verder in axiale richting worden verkort. Ook kan de buiging van de aandrijfas 7 bij het bedienen van het handwiel 11 worden verminderd en komt het blok in onbelaste toestand minder scheef te hangen. 



   Doordat verder een wrijving bepalende laag 26 op het wrijvingsoppervlak is aangebracht is het wrijvingsoppervlak van de voeringplaten 13 en 14 die van het in het voorgaande genoemde ruwe materiaal zijn vervaardigd, beter stootbestendig en is de wrijvingscoëfficiënt beter controleerbaar. Derhalve zal, ook na langdurig gebruik, de wrijvingscoefficient van het wrijvingsoppervlak worden gestabiliseerd en wordt verhinderd dat het remvermogen in de loop der tijd varieert, zodat een langdurige stabiele werking is gewaarborgd. 



   Verder zijn volgens de uitvinding bij de inrichting 30 voor het voorkomen van overbelasting de buitendiameter van de flens 32 van de remhouder 31 en die van de wrijvingsplaten 35 en 36 kleiner dan de binnendiameter van het binnenste, uitgebogen deel bij het wielgedeelte 20 van het handwiel 11, zodat de wrijvingsplaten 35 en 36 kunnen liggen in het projectievlak 

 <Desc/Clms Page number 7> 

 van het wielgedeelte 20 van het handwiel 11. Doordat het kettingblok is voorzien van de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting kan de axiale lengte van het kettingblok en de totale afmeting daarvan worden gereduceerd. 



   Doordat verder bij de constructie, waarbij de buitendiameters van het elastische element 37, de houderplaat 38 en de lastinstel-en bijstelinrichting 34 bij de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting, kleiner zijn uitgevoerd dan de binnendiameter van het uitgebogen deel aan de binnenzijde van het wielgedeelte 20, zodat de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting ligt in het projectievlak van het wielgedeelte 20, kan effectief worden vermeden dat de axiale lengte van het kettingblok toeneemt. 



   Verder kan met het aanbrengen van een wrijving bepalende laag 39 op het wrijvingsoppervlak van de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting de   wrijvingscoëfficiënt   van het wrijvingsoppervlak op de gewenste waarde worden ingesteld. 



  Derhalve zal een transmissiekoppel dat door de lastinstel-en bijstelinrichting 34 wordt uitgeoefend, nauwkeurig worden ingesteld, afwijkingen tussen producten worden geëlimineerd en de oppervlaktetoestand van het wrijvingsoppervlak van de wrijvingsplaten 35 en 36 wordt niet makkelijk beinvloed door stoten of door roest, zodat de ingestelde waarde van het transmissiekoppel over lange tijd kan worden gehandhaafd. 



   (Korte beschrijving van de tekening)
Fig. 1 is een langsdoorsnede met weggenomen delen van een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding ; fig. 2 is een vergroot doorsnede-aanzicht van het omtreksdeel van een uitvoeringsvorm waarbij de wrijvingsoppervlakken van een mechanische rem zijn voorzien van een wrijving bepalende laag ; fig. 3 is een vergroot doorsnede-aanzicht van het hoofdgedeelte van een variantuitvoeringsvorm, voorzien van de wrijving regelende laag ; fig. 4 is een langdoorsnede-aanzicht met weggenomen delen van een tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding ; 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 fig. 5 is een vergroot doorsnede-aanzicht van het hoofdgedeelte van een uitvoeringsvorm waarbij de wrijvingsoppervlakken van een inrichting voor het verhinderen van   overbelas-   ting zijn voorzien van een wrijving bepalende laag ;

   en fig. 6 is een schematisch aanzicht dat een probleem van de stand van de techniek illustreert. 



   Fig. 1 toont een eerste uitvoeringsvorm welke niet is voorzien van een inrichting voor het verhinderen van overbelasting. Een montage-as 4a voor het monteren van een haak 4 is aangebracht tussen een paar zijplaten 1 en 2. Een lastschijf 3 waarop een lastketting 110 kan aangrijpen, wordt via legers 5 en 6 tussen de zijplaten 5 en 6 ondersteund. Een   aandrijfele-   ment 10 met een aangedreven schijf 8 en een cylindrisch deel 9 is aan een axiale zijde voor gezamenlijke rotatie gekoppeld met de aandrijfas 7. Een handwiel 11 is op een axiaal einde van de aandrijfas 7 geschroefd. Op het cylindrische deel 9 van het aangedreven element   10   zijn een rempallenwiel 12 en eerste en tweede voeringplaten 13 en 14 axiaal aan weerszijden van het rempallenwiel geplaatst.

   Een remklink 16 dat op tanden 15 van het rempallenwiel 12 kan aangrijpen, is via een pallenas 16a en een pallenveer 16b bevestigd aan de tweede plaat 2. Het aangedreven element 10, het handwiel 11, het rempallenwiel 12, de remklink 16 en het paar eerste en tweede voeringplaten 13 en 14, vormen een mechanische rem 17. Aan de andere axiale zijden van de aandrijfas 7 is een reductietandwielmechanisme 18 aangebracht, voorzien van een aantal reductietandwielen. 



   De bovenbeschreven constructie is bekend. Tijdens gebruik wordt een eindloze ketting 100 die op het handwiel 11 aangrijpt, bediend voor het in rotatie aandrijven van het handwiel 11 en een aandrijfkracht wordt op de aandrijfas 7 uitgeoefend door het in werking stellen van de mechanische rem 17 voor het aandrijven van de lastschijf 3 via het reductiemechanisme 18, teneinde via de lastketting 110 die met de lastschijf 3 in aangrijping is een last te hijsen. 



   De eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding, welke is afgebeeld in Fig. 1, is zo geconstrueerd dat in het als in het voorgaande beschreven uitgevoerde handkettingblok het handwiel 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 11 een kleinere diameter kan hebben en axiaal naar de eerste zijplaat 1 is verplaatst, zodat niet alleen de radiale afmeting maar ook de axiale afmeting is verminderd, zodat, omdat het hoofdblok in zijn geheel kleiner kan zijn uitgevoerd, buiging als gevolg van op het handwiel uitgeoefende belasting kan worden gereduceerd en in onbelaste toestand het gehele kettingblok minder scheef hangt. 



   In het bijzonder is het handwiel bij het binnenoppervlak voorzien van een naaf 19 met een wrijvingsoppervlak 19a en een wielgedeelte 20 dat op de naaf 19 aansluit is axiaal ten opzichte van de naaf 19 uitgebogen in de richting van de eerste zijplaat 1. Het wielgedeelte 20 is voorzien van een minimum aantal nesten 20a voor het daarin opnemen van de schakels van de handketting en de buitendiameter van elk nest is verkleind. Zoals afgebeeld in Fig. 2 is de buitendiameter ri van de eerste voeringplaat 13 welke in aanraking is met het wrijvingsoppervlak 19a, kleiner dan de binnendiameter R van het uitgebogen deel aan de binnenzijde van het wielgedeelte 20. 



  Het rempallenwiel 12 is voorzien van een cylindrisch deel 21 dat zich van de buitenomtrek daarvan uitstrekt naar de lastschijf 3 en dat de buitenomtrek van het leger 6 overlapt, waarbij op de buitenomtrek van het cylindrische deel 21 tanden 15 zijn aangebracht die in aangrijping kunnen komen met de remklink 16. De tanden 15 zijn derhalve ten opzichte van het binnenste uitgebogen deel van het wielgedeelte 20 in de richting van de lastschijf 3 verplaatst. De buitendiameter r2 van de tweede voeringplaat 14 en de buitendiameter r3 van de aangedreven schijf 8 bij het aangedreven element 10 zijn kleiner dan de binnendiameter r4 van het cylindrische deel 21. Ook de eerste en tweede voerlngplaten 13 en 14 zijn vervaardigd van het ruwe   voer1ngmater1aal   dat in het hiernavolgende zal worden beschreven. 



   In het bijzonder bevat het ruwe voeringmateriaal warmtebestendige vezels, een wrijving bepalend middel en een bindmiddel, en heeft het effect van een   wrijvingscoefficient   van 0, 35 tot 0, 60 bij een oppervlaktetemperatuur van 200    C   van de respectieve   wrljvingsoppervlakken,   een hardheid (HRS) van 90 

 <Desc/Clms Page number 10> 

 tot 120, een druksterkte van 1500   (Kg/cm2)   of meer en een maximale treksterkte van 12 (10-3   mm/mm)   of meer. 



   Meer in het bijzonder bedraagt in de eerste uitvoeringsvorm van Fig. 1 het aantal nesten van het handwiel 11 zes, de buitendiameters   r   tot r3 van de eerste voeringplaat 13, de tweede voeringplaat 14 en de aangedreven schijf 8 bij het aangedreven element zijn onderling gelijk en eveneens kleiner dan de buitendiameter R van het binnenste uitgebogen deel van het wielgedeelte 20 en kleiner dan de buitendiameter r4 van het leger 6. 



   Anorganisch vezelmateriaal, zoals glasvezels, steenwol, metallische vezels, keramische vezels en koolvezels, of organisch vezelmateriaal, zoals alamode vezels, acrylvezels of fenolvezels, kunnen worden gebruikt voor het warmtebestendige vezelmateriaal van de eerste en tweede voeringplaten 13 en 14. 



  Voor het wrijving bepalende materiaal kan een poeder of dergelijke worden gebruikt dat metaal bevat, zoals ijzer, brons, koper, zink of aluminium ; anorganisch zout, zoals sulfaat, bariumsulfaat, kaliumcarbonaat, kaliumtitanium ; of organisch materiaal, zoals rubber, fluorhars, hoogmoleculaire fenolhars of"casher dust". Verder kan voor het bindmiddel een bindmateriaal van hars worden gebruikt zoals fenolhars, gedenatureerde fenolhars, polyamidehars, epoxyhars, cashewhars of melaminehars. 



   De warmtebestendige vezel wordt gebruikt wanneer het aggregaat en het wrijving bepalende middel en het bindmiddel in de volgende verhouding worden gemengd (in volume   %) :   warmtebestendige vezel : 28 tot 35 (V%) wrijving bepalend middel : 20 tot 37 (V%) bindmiddel : 35 tot 45 (V%)
Het ruwe voeringmateriaal wordt tot voeringplaten gevormd, onder druk gebracht en verhit.

   De voeringplaten 13 en 14 welke zijn gevormd van de in het voorgaande genoemde verhouding gemengde en onder druk verhitte materialen hebben de volgende eigenschappen : hardheid (HRS) : 90 tot 120   bulgsterkte   (Kgf/mm2) : 9 tot 15 

 <Desc/Clms Page number 11> 

 treksterkte (10-3   mm/mm)   : 12 tot 16 druksterkte (Kgf/mm2) : 15 tot 20 wrijvingscoëfficiënt   (2000C)   :   0, 35   tot 0, 60
Vergelijking van de bovenstaande eigenschappen met die van de gebruikelijke remvoeringen van harsmaterialen zonder asbest is de druksterkte veel sterker, namelijk 15 tot 20%, welke wordt bereikt doordat de warmtebestendige vezel en het bindmiddel worden gemengd in een verhouding (V%) die 63 tot 80% groter is dan de verhouding bij gebruikelijke remvoeringen, en vervolgens onder druk worden gebracht en verhit.

   Deze eigenschappen maken het mogelijk de voeringplaten 13 en 14 bij de mechanische rem 17 kleiner te maken en tegen de aangedreven schijf 8 te klemmen door het inschroeven van het handwiel 11 voor het overdragen van de aandrijfkracht op de aandrijfas 7. 



   Aangezien de voeringplaten 13 en 14 een kleinere diameter hebben dan de binnendiameter R van het binnenste uitgebogen deel van het wielgedeelte 20 bij het handwiel 11, kan het handwiel 11 een kleinere diameter hebben . Bovendien kan in de   ultvoeringsvorm   volgens Fig. 1 het cylindrische deel 21 van het rempallenwiel 12, zoals in het voorgaande opgemerkt, de buitenomtrek van het leger 6 overlappen en de remklink 16 die op de tanden 15 op het cylindrische deel 21 kan in de richting van de eerste zijplaat 1 zijn verplaatst. Deze constructie dient om het handwiel 11 met een kleinere diameter te kunnen uitvoeren en tevens om deze axiaal naar de zijplaat 1 te kunnen verplaatsen.

   Daardoor kunnen de eerste voeringplaat 13 en de naaf van het rempallenwiel 12 zijn gelegen in het projectievlak van het binnenoppervlak van het wiel 20 bij het handwiel 11, zodat het kettingblok axiaal in die mate kan worden verkort. 



   Doordat dus het handwiel 11 kleiner kan zijn en de axiale plaats daarvan in de richting van de zijplaat kan worden verplaatst, kan het kettingblok in zijn geheel kleiner worden. En aangezien het handwiel 11 axiaal opzij tegen de zijplaat kan worden geplaatst, d. w. z. nabij het leger 6 bij de zijplaat 1, kan, wanneer het handwiel 11 door middel van de handketting wordt aangedreven, worden verhinderd dat de aandrijfas die aan 

 <Desc/Clms Page number 12> 

 een hoge hijsbelasting wordt onderworpen, buigt, zodat een stabiele hijswerking is gewaarborgd. Ook kan het gehele hijsblok in onbelaste toestand minder scheef hangen. Wanneer derhalve de handketting 100 wordt bediend voor het roteren van het handwiel 11 in onbelaste toestand, wordt verhinderd dat de handketting 100 met het wieldeksel 25 in aanraking komt, zodat deze soepel kan worden bediend en geluiden worden onderdrukt. 



  Ook kan bij rotatie van het handwiel door de handketting 100, gebruik worden gemaakt van de traagheid, zodat handwiel 11 door de handketting 100 daardoor sneller kan worden geroteerd en de haak van de lastketting 110 snel kan worden gehesen. 



   Opgemerkt wordt dat het aantal nesten in het handwiel, in de onderhavige constructie zes, ook vijf kan zijn. Daarbij wordt met het minimum aantal nesten bedoeld het aantal nesten als afgebeeld, waarbij, indien een nest wordt toegevoegd, de vermogenstoename nadelige invloed heeft op de soepele bediening van de handketting 100 en derhalve de efficiency wordt verlaagd. Verder wordt opgemerkt dat het aantal nesten afhankelijk is van de steek van de handketting. Bij een steek van 23, 5 en een diameter van 5 mm of bij een steek van 28, 0 bij een diameter van 6 mm, is het minimale aantal nesten vijf. 



   De aandrijfas 7 wordt aan een axiaal einde gesteund door een leger 23 dat bij het tandwieldeksel 22 is aangebracht voor het afdekken van het reductietandwielmechanisme 18 en bij het andere einde door een rolleger 24 dat in de asboring van de lastschijf 3 is aangebracht. Een leger kan bij het wieldeksel 25 zijn aangebracht voor het bedekken van het handwiel 11 zodat een uitstekend asdeel van de aandrijfas 7 door het leger kan worden gesteund. 



   Verder verdient het bij de onderhavige constructie de voorkeur dat de wrijvingsoppervlakken van de eerste en tweede voeringplaten 13 en 14 in aanraking komen met de wrijvingsoppervlakken van het rempallenwiel 12 en dat de aangedreven schijf 8 van het aangedreven element 10 zijn voorzien van bekledingslagen van nikkelfosfaat, nikkelchroom of chroom, van 8 tot 20 micron dikte en de bekledingslagen een warmtebehande- 

 <Desc/Clms Page number 13> 

 ling hebben ondergaan voor het vormen van wrijving bepalende lagen 26, zoals afgebeeld in Fig. 3. 



   De wrijving bepalende lagen 26 zijn niet zonder meer beklede lagen maar warmtebehandelde beklede lagen die gevormd zijn door het warmtebehandelen van de beklede laag in een oven bij een temperatuur van 300 tot 4000C of bij de austeniettransformatietemperatuur van bijvoorbeeld 850 OC van elk element dat het wrijvingsoppervlak vormt, waardoor de bekledingslaag in het ruwe materiaal van elk element diffundeert en penetreert. De warmtebehandeling verhoogt de oppervlaktehardheid en verbetert de stootvastheid en de   wrijvingscoefficient   kan op een bepaalde waarde worden ingesteld. Ook kunnen variaties tussen verschillende produkten worden gereduceerd.

   Derhalve zal, zelfs na een lange gebruiksduur de   wrijvingscoëffi-   ciënt van het wrijvingsoppervlak stabiel worden gehandhaafd en worden verhinderd dat het remvermogen na langdurig gebruik afneemt en een stabiel gebruik gedurende een lange tijd wordt gewaarborgd. 



   Daarbij verdient het de voorkeur dat een wrijving bepalende laag 26 eveneens aanwezig is op het wrijvingsoppervlak 19a van het handwiel 11. In dat geval kan een bekledingslaag over het gehele oppervlak van het handwiel 11 zijn gevormd, terwijl, zoals afgebeeld in Fig. 3, de naaf 19 en het wielgedeelte 20 onafhankelijk kunnen zijn gevormd en vervolgens worden gekoppeld door middel van een klinknagel 80 of dergelijke en daarna de bekledingslaag op het gehele oppervlak van de naaf 19 wordt gevormd. Alternatief kan een (niet afgebeelde) contactplaat die met de wrijving bepalende laag is uitgerust, afzonderlijk worden gevormd en integraal met de naaf 19 worden verbonden door klinken, kleven of dergelijke. 



   De wrijving bepalende laag 26 is dus aangebracht op het wrijvingsoppervlak 19a van het handwiel 11, zodat, wanneer het handwiel wordt teruggeschroefd voor het lossen van de mechanische rem 17, deze losbewerking soepel kan worden bewerkstelligd en kan het   risico   dat het wrijvingsoppervlak 19a op de voeringplaat 13   blijft   klemmen en daardoor de mechanische rem 17 niet wordt gelost, worden vermeden. 

 <Desc/Clms Page number 14> 

 



   Ook verdient het in het geval dat de bekledingslaag een warmtebehandeling heeft ondergaan tot de temperatuur van het austeniettransformatiepunt, de doorkeur dat de bekledingsplaat na de warmtebehandeling wordt geblust met koud water of koude olie en daarna wordt gegloeid bij een temperatuur van 200 tot 500    C,   veelal 300 tot 450    C,   voor het vormen van een martensietstructuur. 



   Thans zal de in Fig. 4 afgebeelde tweede uitvoeringsvorm worden beschreven. de tweede uitvoeringsvorm is voorzien van een inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting, waarbij het handwiel 11 is uitgerust met een remhouder 31 die op de aandrijfas 7 is geschroefd en is voorzien van een flens 32 met aan de binnenzijde een wrijvingsoppervlak en een cylindrisch deel 33. 



  Een naaf 19 van het handwiel 11 is roteerbaar gelegerd op het cylindrische deel 33 en een lastinstel-en bijstelelement 34 is daarop geschroefd. Tussen de flens 32 van de remhouder 31 en de naaf 19 is een eerste wrijvingsplaat 35 aangebracht, tussen de naaf 19 en het lastinstel-en bijstelelement 34 is een tweede wrijvingsplaat 36 aangebracht en tussen de tweede wrijvingsplaat 36 en het lastinstel-en bijstelelement 34 is een elastisch element 37 geplaatst dat in hoofdzaak een schijfveer 37 omvat. 



   In de bovenbeschreven constructie zijn de buitendiameters r van de flens 32, van de wrijvingsplaten 35 en 36, van het elastische element 37, van het lastinstel-en bijstelelement 34 en van de tussen de tweede wrijvingsplaat 36 en het elastische element 37 geplaatste houderplaat 38, kleiner dan de binnendiameters R van de binnenste en buitenste uitgebogen delen van het wielgedeelte 20 van het handwiel 11, zodat de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting kan zijn gelegen in het projectievlak van beide axiale zijoppervlakken van het wielgedeelte 20 van het handwiel 11. 



   Bij voorkeur wordt hetzelfde ruwe voeringmateriaal gebruikt als voor de wrijvingsoppervlakken van de voeringplaten 13 en 14 van de mechanische rem 17. 

 <Desc/Clms Page number 15> 

 



   In dit geval verdient het de voorkeur dat de wrijvingsoppervlakken van de flens 32 van de remhouder 31 en van de houder 38 waar de wrijvingsplaten 35 en 36 mee in aanraking komen, zoals afgebeeld in Fig. 5, zijn voorzien van wrijving bepalende lagen 39 gevormd van bekledingslagen van nikkelfosfaat, nikkelchroom of chroom en van 8 tot 20 micron dikte en warmte-behandeld.

   De wrijving bepalende lagen 39 zijn elk niet gewoon als bekledingslaag vervaardigd zoals de lagen 26 bij de wrijvingsoppervlakken van de mechanische rem 17, echter deze zijn op zodanige wijze gevormd dat de bekledingslaag een warmtebehandeling heeft ondergaan in een oven bij een temperatuur van 300 tot 4000C of bij de austeniettransformatiepunttemperatuur van bijvoorbeeld 8500C van de bovengenoemde elementen die de wrijvingsoppervlakken vormen en zijn in het ruwe materiaal van elk element gediffundeerd of gepenetreerd. De warmtebehandeling verhoogt de oppervlaktehardheid en verbetert de stoot- 
 EMI15.1 
 bestendigheid, terwijl tevens de wrijvingscoëfficiënt van wordt bepaald en daardoor variatie tussen verschillende pro- dukten wordt beperkt.

   Derhalve kan een transmissiekoppel dat bij het lastinstel-en bijstelelement 34 is ingesteld, gedurende lange tijd goed worden gehandhaafd en wordt gewaarborgd dat in geval van belasting hoger dan het ingestelde koppel slip optreedt. 



   Bij voorkeur zijn wrijving bepalende lagen eveneens gevormd op de wrijvingsoppervlakken aan weerszijden van de naaf 19 van het handwiel 11. 



   In dat geval kan een bekledingslaag zijn gevormd over het gehele oppervlak van het handwiel 11, terwijl een wrijvingslaag welke is uitgerust met de wrijving bepalende laag afzonderlijk kan zijn gevormd en dan integraal met de naaf 19 worden gekoppeld door middel van klinknagels of met behulp van een andere goede bevestigingsmethode, zoals met behulp van een hechtmiddel. 



   In het geval dat de bekledingslaag een warmtebehandeling heeft ondergaan bij de austeniettransformatiepunttemperatuur verdient het de voorkeur dat de bekledingslaag na de warmtebehandeling wordt geblust met koud water of koude olie en daarna 

 <Desc/Clms Page number 16> 

 wordt gegloeid bij een temperatuur van 200 tot   500oC,   veelal bij 300 tot 450 C, voor het vormen van de martensietstructuur. 



   In de bovenbeschreven constructie bevindt de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting zich binnen het projectievlak van beide axiale zijden van het wielgedeelte 20 van het handwiel 11, zodat de axiale lengte van het kettingblok wordt gereduceerd, terwijl het de inrichting 30 voor het verhinderen van overbelasting bevat, en dit draagt bij tot het verminderen van de totale afmetingen van het kettingblok, in combinatie met een kleiner handwiel 11. 



   Ook in de in Fig. 4 afgebeelde tweede uitvoeringsvorm is een leger 40 aangebracht bij het wieldeksel 25 voor het bedekken van het handwiel 11 en een uitstekende as 41 van de aandrijfas 7 wordt in het leger 40 gesteund. De aandrijfas 7 is aan de tegenoverliggende einden gesteund door het leger 40 en het leger 23 bij het remdeksel 22, waarbij het middengedeelte in de asboring van de lastschijf 3 is geschoven op zodanige wijze dat deze niet in aanraking is met de roteerbaar gelegerde lastschijf 3. 



   Bovendien is in Fig. 4 met het verwijzingscijfer 42 een wielhouder aangegeven welke is geschoven over het uitstekende asgedeelte 41, voor het begrenzen van axiaal buitenwaartse beweging van het handwiel   11 ;   en met 43 is een vrijloopkoppeling aangegeven zodat het handwiel 11 alleen in de normale aandrijfrichting in rotatie kan worden aangedreven. 



   Het reductietandwielmechanisme 18 in de in de figuren 1 en 4 afgebeelde eerste en tweede uitvoeringsvormen, is voorzien van een eerste tandwiel 44 dat integraal is gevormd aan een axiaal einde van de aandrijfas 7, een paar tweede tandwielen die in aangrijping kunnen komen met het eerste tandwiel 44 en die gedragen worden door een paar tussenassen 45, een paar derde tandwielen 47 die aan de tussenassen 45 zijn bevestigd, en een vierde tandwiel 48 dat gekoppeld is met een verlengstuk van de lastschijf 3 en in aangrijping kan komen met de derde tandwielen 47. 



   Het zal   duidelijk   zijn dat het voorgaande slechts betrekking heeft op voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding en 

 <Desc/Clms Page number 17> 

 dat onder toepassing van het wezen van de uitvinding diverse wijzigingen en modificaties kunnen worden aangebracht zonder buiten het raam van de uitvinding te treden.

Claims (6)

  1. CONCLUSIES 1. Handbediend kettingtakelblok voorzien van een lastschijf (3) welke via een paar legers (5) en (6) wordt ondersteund tussen twee zijplaten (1) en (2) ; een aandrijfas (7) voor het aandrijven van de lastschijf (3) ; een aangedreven element (10) dat met de aandrijfas (7) is gekoppeld ; een handwiel (11) dat door schroeven op de aandrijfas (7) is gemonteerd ;
    een mechanische rem (17) welke ia aangebracht tussen het aangedreven element (10) en het handwiel (11) en is voorzien van een rempallenwiel (12) dat kan aangrijpen op een remklink (16) en een paar voeringplaten (13) en (14), met het kenmerk, dat het handwiel (11) is voorzien van een naaf (19) die door schroeven is gemonteerd op de aandrijfas (7) en van een wieldeel (20) met een minimaal aantal nesten voor het daarin opnemen van horizontale schakels van de handketting, waarbij een binnendeel van het wieldeel (20) in het verlengde van een wrijvingoppervlak (19a) van de naaf (19), is uitgebogen vanaf het genoemde wrijvingsoppervlak (19a) naar de zijplaat, waarbij de buitendiameter van de eerste voeringplaat (13) die met het wrijvingsoppervlak in aanraking is, kleiner is dan de binnendiameter van het binnenwaarts uitgebogen deel van het wielgedeelte (20), verder het rempallenwiel (12)
    is voorzien van een cylindrisch deel (21) dat zieh van de buitenomtrek van het pallenwiel (12) uitstrekt naar de zijplaat (1), welk cylindrisch deel (21) bij de buitenomtrek daarvan is voorzien van tanden (15) die in aangrijping kunnen worden gebracht met de remklink (16), welke tanden (15) ten opzichte van het binnenwaarts uitgebogen deel van het wielgedeelte (20) naar de zijplaat (1) toe zijn verplaatst, waarbij de buitendiameter van de tweede voeringplaat (14) gelegen tussen de genoemde wrijvingsoppervlakken en het rempallenwiel (12) en die van het aangedreven element (10) dat is uitgerust met het genoemde wrijvingsoppervlak, beide kleiner zijn dan de binnendiameter van het cylindrische gedeelte (21) van het rempallenwiel (12), en de genoemde eerste en tweede voeringplaten (13) en (14)
    zijn vervaardigd van ruw voeringmateriaal dat een warmtebe- <Desc/Clms Page number 19> stenige vezel, een wrijving-bepalend middel en een bindmiddel bevat en zodanige eigenschappen heeft dat bij een temperatuur van 2000C van de respectieve wrijvingsoppervlakken, het ruwe materiaal een hardheid (HRS) van 99 tot 120, een druksterkte van 15 (Kgf/mm2) of meer, en een maximum treksterkte van 12 (10-3 mm/mm) of meer heeft.
  2. 2. Handbediend kettingtakelblok volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het cylindrische deel (21) van het rempallenwiel (12) de buitenomtrek van het leger (6) dat de lastschijf (3) opzij van de zijplaat (2) ondersteunt, overlapt.
  3. 3. Handbediend kettingtakelblok volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat wrijving-bepalende lagen (26), voorzien van warmte-behandelde bekledingslagen, zijn gevormd op de wrijvingsoppervlakken van tenminste het aangedreven element (10) en het rempallenwiel (12), welke wrijvingsoppervlakken met de eerste en tweede voeringplaten (13) en (14) axiaal tot wrijvingsaanraking zijn voorgespannen.
  4. 4. Handbediend kettingtakelblok volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat voorzien is in een handwiel (11) dat door schroeven is bevestigd op een aandrijfas (7) alsmede in een remhouder (31) met aan de binnenzijde een flens (32) die aan de binnenzijde is voorzien van een wrijvingsoppervlak en van een cylindrisch deel (33), waarbij een naaf (19) van het handwiel (11) is ondersteund op het cylindrische deel (33) van de genoemde remhouder (31) en een lastinstel-en bijstelelement (34) door schroeven daarop is gemonteerd, waarbij tussen de genoemde flens (32) van de genoemde remhouder (31) en de genoemde naaf (19) een eerste wrijvingsplaat (35) is geplaatst, verder tussen de genoemde naaf (19) en het genoemde lastinstel-en bijstelelement (34) een tweede wrijvingsplaat (36) is geplaatst, en een inrlchting (30) voor het verhinderen van overbelasting is aangebracht,
    voorzien van een tussen de genoemde tweede wrijvlngsplaat (36) en het genoemde lastinstel-en bijstelelement (34) geplaatste houderplaat (38) en een elastisch element (37), waarbij de buitendiameter van de genoemde flens (32) bij de genoemde remhouder (31) en die van de genoemde wrijvingsplaten (35) en (36) kleiner zijn uitge- <Desc/Clms Page number 20> voerd dan de binnendiameter van het genoemde binnenwaarts uitgebogen deel van het wielgedeelte (20).
  5. 5. Handbediend kettingtakelblok volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de buitendiameters van de genoemde houderplaat (38), het elastische element (37) en het lastinstel-en bijstelelement (34) bij de genoemde inrichting (30) voor het verhinderen van overbelasting kleiner zijn uitgevoerd dan de binnendiameter van het axiaal uitgebogen deel bij het axiale buitenoppervlak van het genoemde wielgedeelte (20) van het genoemde handwiel (11), zodat de genoemde inrichting (30) voor het verhinderen van overbelasting ligt in het projectievlak van beide axiale zijvlakken van het genoemde wielgedeelte (20) van het handwiel (11).
  6. 6. Handbediend kettingtakelblok volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat wrijving bepalende lagen (39), voorzien van warmte-behandelde bekledingslagen zijn gevormd op de genoemde wrijvingsoppervlakken van tenminste de genoemde flens (32) van de genoemde remhouder (31) en de houderplaat (38), van die genoemde wrijvingsoppervlakken waarmee de eerste en tweede wrijvingsoppervlakken (35) en (36) in wrijvingsaanraking komen.
BE9401091A 1993-12-03 1994-12-01 Handbedienbaar kettingtakelblok. BE1008729A3 (nl)

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP5304222A JP2601403B2 (ja) 1993-12-03 1993-12-03 手動式チェンブロック

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1008729A3 true BE1008729A3 (nl) 1996-07-02

Family

ID=17930481

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9401091A BE1008729A3 (nl) 1993-12-03 1994-12-01 Handbedienbaar kettingtakelblok.

Country Status (5)

Country Link
JP (1) JP2601403B2 (nl)
AU (1) AU670892B2 (nl)
BE (1) BE1008729A3 (nl)
CA (1) CA2136558C (nl)
IT (1) IT1275682B1 (nl)

Families Citing this family (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JP3065038B2 (ja) 1998-10-23 2000-07-12 象印チエンブロック株式会社 チェーンブロック
CN101837938B (zh) 2009-12-30 2012-09-26 浙江诺和机电有限公司 一种单向载荷自制螺旋式制动器
JP5827188B2 (ja) * 2012-07-30 2015-12-02 株式会社キトー チェーンブロック
CN113200472B (zh) * 2021-04-23 2022-09-20 浙江双鸟机械有限公司 环链电动葫芦的摩擦传动机构

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB691679A (nl) * 1900-01-01
EP0131380A1 (en) * 1983-06-10 1985-01-16 Elephant Chain Block Company Limited Hoist
EP0540136A1 (en) * 1991-10-31 1993-05-05 Elephant Chain Block Company Limited Mechanical brake for a hoist or traction machine
EP0602946A1 (en) * 1992-12-16 1994-06-22 Elephant Chain Block Company Limited Manual hoist and traction machine

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB691679A (nl) * 1900-01-01
EP0131380A1 (en) * 1983-06-10 1985-01-16 Elephant Chain Block Company Limited Hoist
EP0540136A1 (en) * 1991-10-31 1993-05-05 Elephant Chain Block Company Limited Mechanical brake for a hoist or traction machine
EP0602946A1 (en) * 1992-12-16 1994-06-22 Elephant Chain Block Company Limited Manual hoist and traction machine

Also Published As

Publication number Publication date
AU670892B2 (en) 1996-08-01
ITMI942446A1 (it) 1996-06-02
CA2136558A1 (en) 1995-06-04
JP2601403B2 (ja) 1997-04-16
JPH07157290A (ja) 1995-06-20
CA2136558C (en) 1999-02-02
IT1275682B1 (it) 1997-10-17
ITMI942446A0 (it) 1994-12-02
AU7887594A (en) 1995-06-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5556078A (en) Manual hoist and traction machine
US8408375B2 (en) Separator spring for clutch plate separation and stabilization
EP2824060B1 (en) Manually operated hoisting / towing device
BE1008729A3 (nl) Handbedienbaar kettingtakelblok.
KR102256944B1 (ko) 선택 표면 마감부를 갖는 디커플러 클러치 결합 표면
US4251060A (en) Hand hoist
US5299780A (en) Rope traction device
JP2003535283A (ja) 表面の微小硬度が向上したオーバーランニングクラッチプーリー
AU649887B2 (en) Mechanical brake for a hoist and traction machine
JP3065038B2 (ja) チェーンブロック
US20140155208A1 (en) Chain transmission device for driving camshaft
CN111699150A (zh) 牵引轮电梯
US4325470A (en) Hoist overload clutch
AU759668B2 (en) Lifting jack
HK1009957B (en) Manual hoist and traction machine
GB2313165A (en) Clutch disc assembly
EP0640772A1 (en) Clutch release assembly for a friction clutch
EP1182112A2 (en) Gradual release mechanism for a railway car hand brake
US20240140767A1 (en) Rotation Control Device and Winch
WO2026023586A1 (ja) 巻上機
JPH06206696A (ja) 捲上・牽引機用過負荷防止装置
US5690521A (en) Transmission device, especially a reversing gear for boats
RU49521U1 (ru) Тяговое устройство с моментной муфтой (варианты)
JP2570797Y2 (ja) 巻上げ機のブレーキ装置
JPH0733390A (ja) 巻上兼牽引装置における過負荷防止装置

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: ELEPHANT CHAIN BLOCK CO. LTD

Effective date: 20011231