<Desc/Clms Page number 1>
DELAMINATOR VOOR EEN DROOG VERWERKBAAR BEELD Gebied van de uitvinding
Deze uitvinding heeft betrekking op een toestel voor het vervaardigen van een beeldelement door een beeldontvangstdrager en een er tegen gelamineerde drager met een beeldvormende laag van elkaar te scheiden nadat de beeldvormende laag beeldmatig belicht werd, bijvoorbeeld met behulp van laserstraling.
Stand van de techniek
In het verleden zijn reeds verschillende voorstellen gedaan tot het bekomen van een beeldelement, ontwikkelbaar via droge processtappen. Het hoofddoel is hierbij steeds het vermijden van gelijk welke ontwikkelvloeistof.
Naast de sterke ecologische voordelen van een droge processing heeft de beelddrager zelf het grote voordeel verwerkbaar te zijn in normaal omgevingslicht. Daartegenover staat echter de relatief lage gevoeligheid en daarmee meestal samengaande hoog vermogen belichtingsapparatuur. De latente beeldvorming gebeurt door selectieve hechtingsverschillen tussen de densiteitvormende laag en de beelddragende laag te introduceren via een beeldmatige thermische behandeling. De processing, of vorming van het zichtbaar beeld, kan gebeuren door een sequentiële laminatie-delaminatie fase van een folie tegen de beelddragende zijde van een ingeschreven film. Het beeldvormende materiaal, zoals beschreven in EP 93 201 858, bestaat uit een transparante drager met een beeldvormende laag.
De beeldvormende laag is bedekt met een releaselaag (breeklaag) en een thermoadhesieve laag (TAL) met een glasovergangstemperatuur tussen de 20 en 60 C. Het processen gebeurt door onder druk en bij verhoogde temperatuur tegen de thermoadhesieve laag een tegenfolie te lamineren. Deze tegenfolie kan op zieh gelijk welke gestreken of ongestreken papiersoort, polyester of gelijk welke andere vlakke drager zijn. Het zichtbare beeld wordt gevormd door het laminaat van hoger genoemde twee folies, beelddragende en tegenfolie, opnieuw te scheiden. Tijdens het scheidings-of delaminatieproces blijven de beeldmatig ingeschreven delen van de beeldvormende laag en de releaselaag achter op de transparante drager. De niet beeldmatig
<Desc/Clms Page number 2>
ingeschreven laagdelen blijven samen met de releaselaag gehecht aan de tegenfolie.
Na het scheidingsproces ontstaan uiteindelijk twee complementaire beelden, een op de transparante drager, en een op de tegenfolie.
Om verschillende redenen : 1-zo hoog mogelijke produktiesnelheid, 2-snelheidsspeelruimte om laminatie en delaminatie tegen dezelfde snelheid mogelijk te maken, 3-snelheidsspeelruimte om onafhankelijk van het materiaal een optimale beeldkwaliteit te verwerven, is het noodzakelijk om in een relatief korte tijd een voldoende hoge hoeveelheid warmte toe te voeren aan de folies. Dit kan men doen door de tegenfolie en/of film gedurende korte tijd bloot te stellen aan een relatief hoge temperatuur, of gedurende een langere tijd aan een lagere temperatuur. De TAL laag moet immers voldoende warmte toegevoerd krijgen om boven haar glasovergangstemperatuur op te warmen, en week te worden om zodoende haar kleefeigenschappen te bekomen.
Om dezelfde redenen moet aan de delaminatiezijde de initiatie of start van de delaminatie en de eigenlijke delaminatie of scheiding van de twee folies tegen een zo hoog mogelijke snelheid plaatsvinden.
De beperkingen zijn echter : 1-aan de onderzijde is de snelheid beperkt door de gewenste minimale produktiesnel-heid en de met de snelheid samengaande beeldkwaliteit, 2-aan de bovenzijde is de snelheid beperkt door de mogelijkheden om vanaf stilstand of lage snelheid naar deze hoge snelheid te versnellen.
Praktische waarden zijn : - initiatiesnelheden van 1 tot 20 m/min.
- delaminatiesnelheden van 1 tot 10 m/min.
Inrichtingen om het scheiden van twee aan elkaar gelamineerde dragers te bewerkstelligen zijn beschreven in onze Belgische octrooiaanvraag nr. 93 01277, neergelegd op 19 november 1993.
Door zijn samenstelling is het laminaat meestal asymmetrisch opgebouwd. Hierdoor is het noodzakelijk dat slechts aan een van beide dragers wordt getrokken tijdens het delamineren. Door dit trekken aan een van de dragers wordt een spanningssverdeling
<Desc/Clms Page number 3>
geïnduceerd die noodzakelijk is voor een goede beeldkwaliteit.
Doel van de uitvinding
Doel van onderhavige uitvinding is een verbeterde inrichting te verschaffen voor het scheiden van zulke gelamineerde dragers.
Kenmerk van de uitvinding
Volgens de onderhavige uitvinding is een inrichting voor het delamineren van twee op elkaar gelamineerde dragers die betrokken zijn bij de vorming van een bruikbaar beeld in een van de dragers daardoor gekenmerkt dat ze twee tegenover elkaar gelegen convex gebogen oppervlakken omvat met van elkaar verschillende krommingsradii, waarbij de gebogen oppervlakken een contactzone bepalen waar de gelamineerde dragers geklemd doorheen gevoerd kunnen worden.
Volgens een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding worden twee op elkaar gelamineerde dragers geklemd doorheen de contactzone van twee tegenover elkaar gelegen convex gebogen oppervlakken met verschillende kromtestraal gevoerd, en worden ze na de contactzone gescheiden afgevoerd zodat elke drager in contact blijft met een gedeelte van het overeenstemmend gebogen oppervlak.
In een andere uitvoeringsvorm worden de twee gebogen oppervlakken gevormd door de mantels van twee rollen met verschillende diameter.
In een nog andere uitvoeringsvorm wordt een van de twee rollen aangedreven.
In een volgende uitvoeringsvorm wordt het laminaat tangentieel aan beide rollen naar de contactzone van de rollen getransporteerd.
In een nog andere uitvoeringsvorm wordt de drager met het bruikbaar beeld respectievelijk langs de rol met de kleinste en de rol met de grootste diameter gevoerd.
De uitvinding volgens onderhavige beschrijving heeft in het bijzonder betrekking op het vervaardigen van een zichtbaar beeld door middel van een laminatie-delaminatie proces zoals hierboven beschreven. Het is voor de vakman echter duidelijk dat een
<Desc/Clms Page number 4>
inrichting volgens onderhavige uitvinding niet tot deze ene toepassing beperkt is, maar ook kan gebruikt worden bij de vervaardiging van drukplaten, proofing materiaal, enz..., door delaminatie van een voordien gelamineerde beeldontvangstdrager.
Korte beschrijving van de tekeningen
De uitvinding wordt hierna beschreven bij wijze van voorbeeld aan de hand van enkele uitvoeringsvormen waarin : Fig. l een eerste uitvoeringsvorm is van een inrichting voor de delaminatie van twee aan elkaar gelamineerde dragers.
Fig 2 een tweede uitvoeringsvorm is.
Gedetailleerde beschrijving van de uitvinding
Fig 1 is de schematische voorstelling van een inrichting voor het delamineren van twee op elkaar gelamineerde dragers 1 en 2 die samen een laminaat 3 vormen. Dit laminaat bestaat uit een transparante drager die in volgorde volgende lagen bevat : een beeldvormende laag, een onthechtingslaag, en een thermoadhesieve laag, waartegen een ontvangstdrager is gelamineerd, waarbij het bruikbaar beeld het beeld is dat na delaminatie op de transparante drager achterblijft.
De inrichting omvat twee tegenover elkaar gelegen convex gebogen oppervlakken 4 en 5 met van elkaar verschillende krommingsradii Rl en R2. Het laminaat 3 wordt geklemd doorheen de contactzone 6 van twee gebogen oppervlakken 4 en 5 gevoerd. Voorbij deze contactzone worden de twee dragers van elkaar gescheiden over de respectievelijke oppervlakken afgevoerd. De beide uiteinden van de dragers wordt elk onder een bepaalde spanning gehouden zodat de delaminatie steeds in het contactoppervlak van de twee gebogen vlakken gebeurt.
Door de verschillende krommingsradii van de gebogen oppervlakken 4 en 5 wordt tijdens het lamineren een asymmetrische spanningsverdeling gecreëerd in het laminaat. Hierdoor wordt een betere beeldkwaliteit bekomen. Het is dus alsof de drager langs het gebogen oppervlak met de kleinste krommingsradius van de andere drager wordt afgetrokken.
De initiatie van de delaminatie kan gebeuren volgens een van de
<Desc/Clms Page number 5>
gekende methoden bijvoorbeeld volgens onze hangende octrooiaanvraag "Initiatie van de delaminatie van een droog verwerkbaar beeld" neergelegd op dezelfde dag als onderhavige octrooiaanvrage.
Fig 2 is de schematische voorstelling van een andere uitvoeringsvorm van de inrichting. De gebogen oppervlakken worden hier gevormd door een gedeelte van de mantels van twee rollen 11 en 12 met verschillende diameter. De vereiste trekkrachten op laminaat en gescheiden dragers worden hier symbolisch voorgesteld door gewichten 7, 8 en 9. Hierbij kan een van de twee rollen 11 of 12 aangedreven worden met een constante snelheid, de andere rol wordt dan voortbewogen via de dragers of via wrijvingswielen, tandwielen, enz...
Het aanvoeren van het laminaat kan gebeuren volgens de gekende technieken zoals een rollenpaar 10 en gebeurt in een van de uitvoeringen tangentiaal ten opzichte van beide rollen.
Het bruikbaar beeld wordt afgevoerd langs de rol met de kleinste diameter.
Het is voor de vakman duidelijk dat onderhavige uitvinding zich niet beperkt tot deze ene toepassing. Bij een andere opbouw van het laminaat door gebruik van andere materiaalsamenstellingen kunnen de roldiameters variëren en kan het bruikbaar beeld eventueel over de rol met de grootste diameter worden afgevoerd.
De beweging van het laminaat ten opzichte van de delaminatierollen 11 en 12 is relatief te beschouwen, m. a. w. de rollen 11 en 12 kunnen zich tijdens de delaminatie verplaatsen.